Reserveer nu de nieuwe Sony eReader

donderdag 30 juni 2016

Evaluatie Green Deals: succesvolle aanjager groei en vergroening economie

De Green Deal-aanpak van het kabinet is een succes. Green Deals jagen economische groei aan, leiden tot energiebesparing en tot een toename van het gebruik van hernieuwbare energie en dragen bij aan een schoner milieu. Dat blijkt uit de evaluatie die vandaag door minister Kamp van Economische Zaken (EZ) mede namens minister Blok voor Wonen en Rijksdienst (WR) en staatssecretaris Dijksma van Infrastructuur en Milieu (IenM) aan de Kamer is gestuurd. Hieruit blijkt dat dankzij meer dan tweehonderd Green Deals, duizenden woningen en bedrijven energiezuiniger zijn gemaakt, vervoer schoner is geworden en tienduizenden Nederlanders hernieuwbare energie vanuit restwarmtenetten of duurzaam opgewekte elektriciteit hebben gekregen.

Minister Kamp: “De Green Deal-aanpak brengt innovatieve bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden bij elkaar. De afspraken helpen partijen om obstakels voor duurzame plannen weg te nemen en deze initiatieven uit te voeren. Zo helpen de Green Deals bij de doelstellingen uit het Energieakkoord voor energiebesparing en vermindering van CO2- uitstoot. Ook dragen ze bij aan economische groei doordat innovatie sneller tot stand komt en producten sneller in de markt kunnen worden gezet.”

Green Deals zijn afspraken tussen de Rijksoverheid, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere overheden. Deze werkwijze brengt de creativiteit, kennis en kunde van bedrijven, Rijksoverheid, medeoverheden en andere organisaties bijeen. Hierdoor krijgen innovatieve plannen vanuit de samenleving de ruimte en worden knelpunten in wet- en regelgeving weggenomen. De plannen worden gemaakt op het gebied van energie, mobiliteit, biodiversiteit, water, grondstoffen, klimaat, voedsel, bouw en biobased economy. Voorbeelden zijn nieuwe energiebesparingstechnieken, efficiënt watergebruik, duurzaam vervoer, alternatieve bouwmaterialen of bestendige productiesystemen in de landbouw.

Door Green Deals worden in onder meer Dordrecht, Nijmegen, Purmerend en Rotterdam restwarmtenetten gerealiseerd. Deze netten leveren energie voor het verwarmen van woningen of bedrijven en zorgen voor warm kraanwater.

In Purmerend produceert een biowarmtecentrale jaarlijks 936.000 gigajoule (GJ) duurzame warmte en warm kraanwater door het verbranden van houtsnippers uit regulier onderhoud van bossen en landschap. Dit komt neer op 80 procent van de warmtebehoefte van Purmerend waar zestigduizend inwoners en duizend bedrijven zijn gevestigd. In Nijmegen zijn door een Green Deal inmiddels vierduizend woningen rechtstreeks aangesloten op een restwarmtenet. De komende jaren volgen nog eens tienduizend huizen.

Op het gebied van energiebesparing in de gebouwde omgeving zijn ook verschillende Green Deals gesloten. In de provincie Overijssel zijn bijvoorbeeld 8.700 woningen verduurzaamd, zodat het energieverbruik door de huishoudens sinds 2010 met ruim drie petajoule (PJ) is verminderd. Ook zijn twintig Utrechtse schoolgebouwen energiezuiniger gemaakt, waardoor zij jaarlijks 72.500 m3 gas per jaar besparen.

Diverse Green Deals richten zich op het verduurzamen van mobiliteit zoals busvervoer en het stimuleren van het elektrisch autorijden. De provincie Utrecht heeft bijvoorbeeld afgesproken dat alle bussen voor stads- en streekvervoer en vuilnisvoertuigen in de provincie elektrisch aangedreven gaan worden de komende jaren. Ook is de concessiewetgeving voor busvervoer aangepast, zodat een concessie om het openbaar vervoer te mogen uitvoeren verlengd kan worden  van 8-10 naar 12-15 jaar. Op die wijze wordt het aantrekkelijker om te investeren in innovatieve infrastructuur.

De volledige evaluatie is te vinden in de bijgevoegde Kamerbrief ‘Aanbieden beleidsevaluatie Green Deals’. De evaluatie bestaat uit vier delen die zijn uitgevoerd door de Kwink Groep, het Planbureau voor de Leefomgeving, de Green Deal Board zelf en de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur. Informatie over alle Green Deals staat op www.greendeals.nl.

De Green Deal aanpak heeft inmiddels navolging gekregen in de zorg (Health Deals), bij de versterking van de economische positie van steden (City Deals) en bij het ontwikkelen van winkelgebieden (Retail Deals). Ook vanuit Europa is volop interesse voor deze aanpak waarbij de Rijksoverheid duurzame initiatieven faciliteert en partijen actief bij elkaar brengt.

Groningen wil meer grote windmolens

De provincie Groningen overweegt veel meer grote windmolens. In de Voorjaarsnota staat dat grootschalige windparken nodig zijn om meer duurzame energie op te wekken.

De provincie heeft zich verplicht om in 855 megawatt windenergie te gaan leveren met molens die op het vasteland staan. Maar dat is niet voldoende.

De gedeputeerde Nienke Homan is in gesprek met gemeenten en organisaties om de bereidheid te peilen om meer windmolens te plaatsen, meldt RTV Noord.

Ex-NAM'ers met contra-expertisebureau

Drie voormalig NAM-freelancers hebben een contra-expertisebureau opgericht. Dat meldt RTV Noord.

Hun bedrijf ProContrast, gevestigd in Onderdendam, wil gedupeerde Groningers bijstaan in het proces van contra-expertise. Voor de NAM verhielpen ze complexe schades aan woningen en bedrijfspanden.

Hogeschool Rotterdam benoemt Haico van Nunen tot lector Duurzame renovatie

De bestaande bouw vormt de grootste uitdaging op het gebied van de bouw. De bestaande woningvoorraad is aan verduurzaming toe. 90% van de huidige woningen zal in 2050 nog steeds bestaan, ook in Rotterdam. De opgave is om te zorgen dat deze woningen aangepast worden aan de vraag van de toekomst. Met de benoeming van dr.ir. Haico van Nunen tot lector Duurzame Renovatie levert Kenniscentrum Duurzame HavenStad van Hogeschool Rotterdam een structurele bijdrage aan dit vraagstuk door samen met docenten en studenten onderzoek te doen en aanpakken te ontwikkelen.

Met de benoeming van Haico van Nunen tot lector Duurzame Renovatie levert Kenniscentrum Duurzame HavenStad van Hogeschool Rotterdam een structurele bijdrage aan dit vraagstuk door samen met docenten en studenten onderzoek te doen en aanpakken te ontwikkelen.

Met de aanscherping van politieke doelen (CO2 reductie in 2050) voor ogen, wordt de noodzaak tot verduurzaming onontkoombaar. Daarbij gaat duurzaamheid verder dan energie, het materiaalgebruik bepaalt in grote mate de duurzaamheid van een gebouw. Alle oplossingen die nu gerealiseerd worden moeten niet alleen bijdragen aan energiebesparing, maar ook op een efficiënte manier met materialen omgaan. Het waarderen van het bestaande is daarbij van belang.

Momenteel betreft 50% van de omzet in de woningbouw woningverbetering; dat gaat toenemen tot wel 70%. Rotterdam kan als voorbeeld dienen om tot opschaling van duurzame renovatie te komen. Met 300.000 woningen vormt de bestaande Rotterdamse woningvoorraad een belangrijk ingrediënt in die verduurzamingstransitie. De noodzakelijke opschaling gecombineerd met nieuwe vraagstukken rondom duurzaamheid, betaalbaarheid, en individualiteit zorgt ervoor dat veel van de op te leiden mensen in de bestaande bouw aan het werk zullen gaan.

Bij de opleidingen Bouwkunde en Academie van Bouwkunst aan Hogeschool Rotterdam is de bestaande bouw onderdeel van het curriculum. In het onderwijsprogramma komt de bestaande bouw meer naar voren en er gaat een minor renovatie van start. Met de juiste kennis over renoveren, vanuit product, proces, financiën, communicatie en samenwerking geeft het onderzoek van Van Nunen een impuls aan de duurzame havenstad. Het onderzoek, dat ondersteund wordt door BouwhulpGroep, vindt plaats binnen de kaders vanuit de ontwikkelende kant (product, proces en samenwerking) en vanuit de vraagzijde (duurzaamheid, betaalbaarheid en individuele kwaliteit) en valt onder de onderzoekslijn Opschaalbare energieneutrale renovatie.


Nieuwe voorzitter voor Windpark Oostermoer

Bert Kruit uit Gasselternijveenschemond wordt de nieuwe voorzitter van de Vereniging Windpark Oostermoer. Hij volgt Hans Mentink op, die vertrekt nadat het bestuur het vertrouwen in hem had opgezegd.

Mentink maakte zich de afgelopen vijf jaar sterk voor de komst van zestien windmolens bij Gieterveen. Dat plan ligt nu ter inzage bij het ministerie van Economische Zaken.

woensdag 29 juni 2016

Provincie wil meer waterstofbussen

Er moeten straks meer waterstofbussen rijden in de provincie. Daarvoor heeft de provincie Groningen samen met de provincie Zuid-Holland en vervoersautoriteit MRDH een intentieverklaring ondertekend, tijdens de TenT-dagen in Rotterdam. De ondertekening is een nieuwe stap in de verduurzaming van het busvervoer: van diesel naar nul uitstoot.

De samenwerking tussen de provincies en MRDH geeft mede invulling aan het bestuursakkoord van april dit jaar tussen het Rijk en 14 opdrachtgevers in het open vervoer, om vanaf 2026 alleen nog gebruik te maken van bussen die geen CO2 uitstoten. Waterstofbussen spelen hierbij een belangrijke rol, vooral in gebieden buiten de stad.

Het ministerie van Infrastructuur en Milieu ondersteunt de samenwerking van de drie provincies en de MRDH, als onderdeel van haar beleid zoals vastgelegd in de Brandstofvisie met Lef. Met de ondersteuning van het ministerie vraagt het samenwerkingsverband om financiële ondersteuning van de Europese Unie, die waterstof ziet als een geschikte brandstof om bussen duurzamer te maken. Hiervoor worden vanuit Brussel in 2017 enkele tientallen miljoenen beschikbaar gesteld. 

De bedoeling is om vanuit Europa voor 100 bussen financiële ondersteuning te bieden. Door in te zetten op een uitbreiding van het aantal waterstofbussen, verwachten de provincies en MRDH dat de aanschafkosten voor de bussen en kosten voor waterstof en de benodigde infrastructuur naar beneden gaan. Dit moet een belangrijk obstakel wegnemen in de verdere marktontwikkeling van dit type bussen dat geen CO2 uitstoot.

'Smart grid niet goed afgestemd op burgers'

Smart Grids (intelligente energienetten) in woonwijken kunnen nog succesvoller worden als de gebruikersinteractie sterk verbetert. Daarvan is prof. Angèle Reinders (Sustainable Energy & Design) van de Universiteit Twente overtuigd. Ze ontvangt voor haar project Co-Evolution of Smart Energy Products and Services (CESEPS) 1,7 miljoen om dit vraagstuk te onderzoeken. In de energietransitie kunnen slimme product-dienst combinaties, zoals het laden van elektrische voertuigen (e-bikes en auto’s) wanneer zonnestroom beschikbaar is, namelijk een belangrijke rol spelen. Uit evaluaties van smart grid proeftuinen (woonwijken) in Nederland en Oostenrijk bleek dat de focus nog te veel op technologie ligt. De gewone burger begrijpt er soms maar weinig van.

Het energiesysteem in Nederland verandert radicaal. De gebouwde omgeving speelt een belangrijke rol in de transitie naar een totale duurzame energievoorziening. In woonwijken wordt veel energie gebruikt én opgewekt en worden nieuwe technologieën aan elkaar gekoppeld. Bij deze decentrale energieopwekking worden met hulp van smart grids en ICT-voorzieningen vraag en aanbod lokaal op elkaar afgestemd.

Een smart grid is in feite een energienet waaraan een meet- en regelsysteem is toegevoegd. Hiermee kan de vraag van de consument afgestemd worden op het aanbod van diverse energiebronnen. Wanneer bijvoorbeeld een huis een energieoverschot produceert, kan de overgebleven energie doorgesluisd worden naar andere woningen in de buurt. Nederland kent diverse proeftuinen, zoals in Groningen (PowerMatching City), Heerhugowaard en een tiental andere gemeenten. “Een deel van deze pilots wordt geëvalueerd, evenals soortgelijke projecten in Oostenrijk”, vertelt Angèle Reinders.

Het onderzoek binnen CESEPS vindt plaats op het snijvlak van energiestudies en industrieel ontwerpen. Reinders: “We onderzoeken hoe eindgebruikers in de praktijk het ontwerp van energiesystemen en -producten ervaren. Het bleek dat veel energieprojecten vooral met een technische scope zijn opgezet. Mensen kunnen bijvoorbeeld hun vaatwasser of droger zo programmeren dat deze ingeschakeld worden bij aanbod van duurzame energie of als de prijs van elektriciteit op het net laag is. De interfaces zijn echter nog te vaak een ver-van-mijn-bed show. Mensen zien een mooi grafiekje, maar dan? In de proeftuinen hebben bewoners een soort schil om hun woning van allerlei energietechnologieën die automatisch functioneren, maar is er nauwelijks invloed op de eigen energie-efficiënte. In dit project ontwikkelen we een totaalplaatje dat goed past bij menselijk gedrag. We kijken naar gebruikerservaringen, energiemetingen en nieuwe energieproducten en -diensten.”

Reinders is zeker groot voorstander van de transitie naar Smart Grids en duurzame energie. “Want energieopwekking door zonne-energie en windenergie is onregelmatig en onvoorspelbaar. Maar oude netwerken zijn niet goed voorbereid op een groot aanbod van duurzame energie en kunnen de pieken niet goed verwerken. Je hebt dus een Smart Grid nodig om die pieken te spreiden en storingen op het netwerk te voorkomen.”

OVER CESEPS
CESEPS is één van de drie door wetenschapfinancierder NWO gefinancierde projecten in het Europese samenwerkingsprogramma ERA-Net Plus Smart Grids. In Nederland is in totaal ca. 2,7 miljoen euro beschikbaar voor het aanstellen van onderzoekers in transnationale projecten. Een derde hiervan gaat naar CESEPS. De verschillende onderzoeken zijn gericht op het ontwikkelen van Smart Grids in de context van stakeholders, technologie en markten.
Reinders leert veel van de samenwerking met Oostenrijkse collega’s. “Nederland is een van de hekkensluiters in Europa qua aandeel duurzame energie, slechts 5,5 %. Zon- en windenergie worden marginaal toegepast. In Oostenrijk is het liefst 75% procent, mede doordat er veel waterkracht, wind en zon is. In sommige gebieden in Oostenrijk wordt zelfs 100% duurzaam opgewekt. In Nederland willen we vooral meer verduurzamen, zij zijn juist bezig met het managen en stabiel maken van vraag een aanbod. Het zijn twee verschillende werelden. Om deze samen te brengen is een interessante, maar zeker niet onmogelijke uitdaging.”

Stedin test slim energiesysteem in proeftuin Hoog Dalem

In de all-electricwijk Hoog Dalem in Gorinchem doen bijna 50 huishoudens mee aan de test van een slim energiesysteem, waardoor ze zelf opgewekte energie gebruiken en tegelijkertijd een piek in hun energieverbruik voorkomen. Het systeem dat dit alles mogelijk maakt, USEF (Universal Smart Energy Framework), is onlangs aangesloten in deze wijk.

De 50 huishoudens in de Gorinchemse wijk kunnen zelf energie opwekken en opslaan, want ze hebben de beschikking over zonnepanelen en een accusysteem. Voor verwarming en warm water maken ze gebruik van een elektrische warmtepomp. In hun meterkast hangt hun ‘in-homeautomatisering’. Dit slimme energiesysteem geeft aan wanneer de accu’s moeten gaan opladen en ontladen, zodat het energienet minder belast wordt. David Peters, directeur Strategie van Stedin: ,,Er is nog weinig kennis over het gebruik van accu’s in combinatie met zonnepanelen in all-electric wijken. Wat levert het concreet op als de consument meer kan sturen met zijn eigen opwek, opslag en verbruik? De meetdata van deze wijk zijn daarom van grote waarde voor de toekomst van ons energiesysteem.”

Nederland wordt steeds duurzamer. Energiebronnen, zoals zon en wind, worden steeds belangrijker op de energiemarkt. Deze energiebronnen hebben we echter niet in de hand. Soms waait het niet of leveren zonnepanelen op een zonnige dag zoveel stroom dat het net het niet aankan. USEF, het systeem dat op de achtergrond ‘draait’ in Hoog Dalem, spreidt de lokale energievraag en –aanbod, in dit geval met het gebruik van accu’s. USEF maakt op basis van de weersverwachting een prognose voor het elektriciteitsbehoefte van de dag erna; bepaalt op basis daarvan wanneer de accu’s worden geladen en wanneer, bijvoorbeeld, welke wasmachine of vaatwasser aangaat. Zo kunnen de pieken en dalen worden afgezwakt en kan het netwerk worden ontzien, zonder inbreuk op het comfort van de bewoners. Zij hebben via een web-portal de randvoorwaarden van hun deelname kenbaar gemaakt, zoals hoe laat ze uiterlijk willen dat hun afwas klaar is.

Alle bewoners van Hoog Dalem zijn actieve deelnemers aan het project. Voorafgaand aan de test is er een nulmeting gedaan. Peters: “Deelnemers doen vooral mee om het pionieren en om inzicht te krijgen in hun energieverbruik en hun steentje bij te dragen aan een duurzamer Nederland. Ze willen graag duidelijke informatie over het project en inzicht in wat het hen oplevert.” Er zijn verschillende bijeenkomsten geweest en ook in september, na de eerste test met USEF, staat er een gepland. Onderwerp van gesprek is dan het gebruik van eigen zonne-energie tijdens de afgelopen zomer en de mogelijkheid dit met accu’s te verdelen over de dag.

dinsdag 28 juni 2016

'Rem op groei zonnepanelen in de stad'

Onzekerheid over de salderingsregeling remt de groei van het aantal zonnepanelen in Amsterdam. Die waarschuwing doet wethouder Abdeluheb Choho (Duurzaamheid) maandag in een brief aan minister Henk Kamp (Economische Zaken).

De salderingsregeling houdt in dat ongebruikte en aan het elektriciteitsbedrijf doorgeleverde zonne-energie afgetrokken wordt van de stroom die daar na het invallen van de duisternis wordt afgenomen. Daarover wordt dan geen energiebelasting gerekend. De regeling wordt mogelijk per 2020 versoberd.

Choho benadrukt dat salderen 'hét fundament' is onder de snelle stijging van het aantal zonnepanelen in de laatste jaren.

Technologie speelt grote rol bij veilige modernisering kerncentrales

Een Atos-team van experts in de nucleaire industrie is van 28 tot en met 30 juni aanwezig op de World Nuclear Exhibition (WNE) in Parijs. Hier gaan zij met bezoekers in gesprek over het thema ‘Kernenergie in het digitale tijdperk’. Deze experts, werkzaam voor Atos Worldgrid - een toonaangevende speler in de markt van smart energy - gaan in op de vraag hoe digitale oplossingen een industrie kunnen ondersteunen bij het vinden van een evenwicht tussen continuïteit en verandering, zonder hierbij afbreuk te doen aan de veiligheid. Een aantal onderwerpen komt aan bod: Instrumentation & Control, Asset Lifecycle Management, Cybersecurity en Bescherming tegen Radioactieve straling. Bezoekers krijgen hierover alles te horen bij Atos-stand M74.

Als het aankomt op veiligheid, is zorgvuldige voorbereiding en controle noodzakelijk en mag er geen sprake zijn van fouten. Nu de levensduur van kerncentrales wereldwijd toeneemt, betekent dit dat de juiste expertise nodig is om ervoor te zorgen dat modernisering en vervanging van verouderde systemen in goede banen wordt geleid en ook volgens de nieuwste regelgeving. Tijdens zo’n transitie moet zowel de productiviteit als de veiligheid van kerncentrales voor 100 procent zijn gewaarborgd. Atos heeft veel ervaring in de nucleaire industrie en is partner van vele toonaangevende partijen wereldwijd.

Eén van deze partijen is EDF Energy, de grootste producent in het Verenigd Koninkrijk van elektriciteit met een lage CO2-uitstoot. EDF Energy, eigendom van de EDF Group, heeft Atos ingeschakeld om leiding te geven aan de migratie en modernisering van al haar Data Processing en Control-systemen (DPCS)*. Atos was hierbij verantwoordelijk voor het volledige ontwerp en de selectie van vervangende technologieën. Zo tekende zij voor het implementatieprogramma en de oplevering van een vernieuwde infrastructuur bij kerncentrale Dungeness B in het Verenigd Koninkrijk. Deze migratie voerde zij uit terwijl de operationele activiteiten in de kerncentrale ongestoord konden doorgaan. Zowel bestaande als vervangende systemen draaiden parallel aan elkaar, waardoor het proces tijdens de omschakeling op de nieuwe infrastructuur niet verstoord hoefde te worden.

Als onderdeel van de overeenkomst tekende Atos voor de bouw, het testen en het in het gebruik nemen van het nieuwe systeem. Dit systeem is ontworpen om te voldoen aan de specificaties van EDF Energy en om de dagelijkse operatie van de kerncentrale te ondersteunen. Deze specificaties zorgen ervoor dat strikte nationale en internationale standaarden kunnen worden nageleefd. Atos werkte nauw samen met de ontwerpers van EDF Energy om de benodigde kwaliteit te realiseren. Hierbij speelden trainingen voor medewerkers in controlekamers een belangrijke rol. Atos zorgde ervoor dat de nieuwe systemen ruim voor de transitie volledig waren geïntegreerd met de simulator environment. Dit betekent dat iedereen die te maken kreeg met de veranderingen van tevoren volledig vertrouwd zou raken met de nieuwe systemen en interfaces.

Voor niets gaat de zon op

Op donderdag 23 juni stak Essent in het bijzijn van wethouder Eric van der Burg de spreekwoordelijke stekker in het stopcontact van de 250 zonnepanelen die het energiebedrijf in samenwerking met Energiewacht bij wijze van donatie op het dak van het Friendship Sports Centre heeft geplaatst.

Essent en het Friendship Sports Centre hebben beide een maatschappelijke voorbeeldfunctie. Het Centre als enige sportcentrum in Europa volledig ingericht voor kinderen en jongeren met een beperking en Essent als een van de grootste producenten van groene stroom. De 250 geplaatste zonnepanelen zijn een aanloop naar het doel een volledig op zonne-energie draaiend sportcomplex te worden. Maar daar stopt de ambitie niet.

Het Friendship Sports Centre wil een stimulerende factor zijn voor ondernemers die ook graag gebruik willen maken van duurzame energie, maar daar zelf geen ruimte voor hebben. Voor die ondernemers stelt het Centre haar dak ter beschikking.

Provincie doet aanbesteding voor 2.000 slimme laadpunten

De provincie Noord-Brabant doet een aanbesteding voor 2.000 slimme laadpunten, te realiseren vanaf begin 2017. Hiermee groeit het aantal publieke en semipublieke laadpunten in Noord-Brabant naar meer dan 4.340. Via de aanbesteding stimuleert de provincie ook de innovatie van het elektrisch laden.

De aanbesteding is een onderdeel van het stapsgewijs uitbreiden van de infrastructuur voor elektrisch rijden in Noord-Brabant. In 2020 moeten er in de provincie 12.000 publieke of semipublieke laadpunten zijn om een groei naar 100.000 elektrische voertuigen mogelijk te maken. Momenteel zijn er in de provincie ongeveer 18.500 elektrische voertuigen.

Deze nieuwste generatie aan laadpunten bouwt voort op succesvolle experimenten met een vrije keuze van energieleverancier. De nieuwe laadpunten zijn allemaal geschikt voor het laden van lokaal opgewekte duurzame energie. Dat betekent dat een automobilist zijn auto onderweg in Brabant kan opladen met energie van zijn eigen zonnepanelen. De provincie eist verder bij de aanbesteding dat de data en software openbaar zijn en dat de winnende marktpartij dienstverlening door andere bedrijven op zijn laadpunten toestaat. Zo zal de markt nieuwe service en dienstverlening blijven ontwikkelen. Het eigendom, de realisatie en de exploitatie van de laadpunten komen geheel bij de marktpartij te liggen.

De provincie stimuleert elektrisch rijden omdat dit de uitstoot van broeikasgassen vermindert en de economische ontwikkeling versterkt. De provincie werkt nauw samen met netbeheerder Enexis, vanwege de impact van het elektrisch rijden op het energienet. De langdurige inzet van Brabantse overheden, bedrijven en kennisinstellingen op slim laden hebben een innovatief klimaat gecreëerd. Die innovatiekracht maakt het mogelijk om de elektrische auto’s te laden met lokaal duurzaam opgewekte energie. Daarmee neemt de milieubelasting af.

De provincie start eind juli 2016 de aanbesteding en voert die ook voor de provincie Limburg uit. In Limburg worden 480 laadpunten gerealiseerd, verdeeld over 240 laadpalen.
 

Programma FLOW levert significante bijdrage aan 20% kostenreductie wind op zee

Far en Large Offshore Wind (FLOW) is een vijfjarig R&D innovatieprogramma dat in 2010 van start ging. Vandaag presenteert Peter Terium, voorzitter van FLOW en CEO van RWE International SE, de resultaten van dit innovatieprogramma op de Nationale Winddagen in Rotterdam. De resultaten van FLOW zijn aansprekend te noemen. De doelstelling van het programma, het leveren van een significante bijdrage aan 20 % kostenreductie voor wind op Zee in de periode 2010 - 2015, is ruimschoots gehaald. Wegens succes wordt er nu een vervolg programma opgestart, GROW genaamd. De missie van GROW is het verder naar beneden brengen van de kosten van offshore wind, tot zeven eurocent per kWh in 2030.

Voor een duurzame energievoorziening kan Nederland niet zonder wind op zee. Om de kosten van energie uit wind op zee concurrerend te maken met fossiele brandstoffen is het noodzakelijk deze jonge windenergietechnologie kosten-effectiever te maken. Peter Terium: “Het is goed om te zien dat er nu internationale afspraken gemaakt worden over planning en aanleg tussen de verschillende “Noordzee-landen” om windturbines op zee te bouwen. De drie pijlers voor een succesvolle en kosten efficiënte implementatie zijn wat ons betreft namelijk: investeringszekerheid, de zekerheid dat de windparken op zee aangesloten kunnen worden op het elektriciteitsnet en een duidelijke planning. Met deze voorwaarden kun je de markt zijn gang laten gaan.”

De doelstelling van FLOW sluit hier heel mooi op aan. Dit was het leveren van een significante bijdrage aan 20% kostenreductie voor wind op zee in de periode van 2010 tot 2015. Waarbij ook altijd gekeken werd naar het terugdringen van risico’s – waar bedrijven immers nerveus van worden - en versnelling in de bouw van wind op zee.

Hoewel FLOW een zuiver technologisch innovatieprogramma was, heeft het wel degelijk ook invloed gehad op beleid, op supply chain en financiering. Zo heeft het kostenmodel van FLOW een impuls gegeven aan de kwantificering en onderbouwing van voorgestelde beleidsaanpassingen. We konden als sector laten zien dat het kostenreductie oplevert als de voorbereidingen en studies in één hand gehouden worden. Bij de tender van Borssele 1 en 2 is dit al in de praktijk gebracht. De overheid voert nu alle studies uit voorafgaand aan een vergunning. En er is in de wet opgenomen dat er maar één netbeheerder op zee wordt aangewezen.