Reserveer nu de nieuwe Sony eReader

maandag 30 maart 2015

Amsterdam en Rotterdam op plek 4 en 5 van wereldwijde top 50 duurzaamste steden

Amsterdam en Rotterdam scoren met een vierde en vijfde plek hoog in een wereldwijd onderzoek naar de meest duurzame steden. Duurzaamheid is belangrijk, want steden die het op dat gebied goed doen, hebben een hoge levenskwaliteit, welvaart en stoten de minste broeikasgassen uit. De meest duurzame wereldstad is Frankfurt, gevolgd door Londen en Copenhagen. In de top-tien, zijn zeven Europese steden genoteerd. Dat blijkt uit de Duurzame Steden Index, die ARCADIS donderdag heeft gepubliceerd.

,,Nederland doet het vooral goed omdat wij gewend zijn om op kleine gebieden toch een leefbare omgeving te creëren’’,  aldus Carolien Gehrels, directeur Big Urban Clients bij ARCADIS. ,,Voor Rotterdam is duurzaamheid een belangrijk thema. De haven en stad moeten meer met elkaar worden vervlochten.  De verwachting is dat over dertig jaar het aantal inwoners van de binnenstad verdubbelt met een minimalisering van de milieudruk.’’

Ook in Amsterdam staat duurzaamheid hoog op de agenda. Het streven daar is zoveel mogelijk uitstootvrij verkeer in 2025 door onder meer het aantal elektrische oplaadpunten uit tot vierduizend. Verder komen er twee nieuwe cargohubs, overslagpunten voor goederen aan de rand van de stad. Uit het ARCADIS onderzoek blijkt dat Amsterdam de beste balans heeft tussen de verschillende subcategorieën van het onderzoek. Rotterdam eindigde bovenaan in de subcategorie ‘people’, door de relatieve gelijkheid in inkomen en de goede balans tussen werk en privé.

Steden worden de komende decennia steeds belangrijker. Nu al herbergen alle steden in de wereld samen 54 procent van de wereldbevolking. Ze zijn verantwoordelijk voor ongeveer 75 procent van de economie en verbruikt 80 procent van alle energie. De komende decennia zet deze ontwikkeling door. Door de grote vraag zijn sommige steden zo duur dat de kosten óf wonen of zaken doen exploderen. ,,De kosten voor huizen New York, London, Parijs, Tokio en Hong Kong zijn zo hoog dat het voor medewerkers van de gevestigde bedrijven te duur is om er te wonen’’, aldus Gehrels. ,,In New York en San Francisco zijn de kosten voor zaken doen enorm hoog. Dat kan economische ontwikkelingen stagneren.’’

Een andere conclusie uit het onderzoek is dat de verschillen in Azië erg groot zijn. Aan de ene kant staan Seoel, Hong Kong en Singapore in de top tien. Maar Jakarta, Manila, Mumbai, Wuhan en New Delhi bungelen in de onderste regionen van het onderzoek. Dit zijn vooral steden die te maken hebben met een bevolkingsexplosie, waarbij de groei van het inkomen achter blijft. Maar gezien de ranking van San Francisco en Los Angeles is economische groei niet altijd een garantie voor een hogere notering qua duurzaamheid.

vrijdag 27 maart 2015

Dit was de oorzaak van de stroomstoring

De storing in Noord Holland vanmorgen heeft een technische oorzaak en is het gevolg van een bijzondere samenloop van omstandigheden. Dat meldt TenneT.

De oorzaak van de storing ligt in het hoogspanningsstation Diemen. Dit station is dubbel uitgevoerd, hetgeen betekent dat als de ene helft van het station uitvalt, de andere helft automatisch het elektriciteitstransport overneemt. Vanmorgen zijn bij een omschakeling – in verband met werkzaamheden - beide helften gedurende een korte periode gekoppeld geweest. Dat is een gebruikelijke procedure.

Op dat moment (om 09.37 uur) is er vermoedelijk een kortsluiting opgetreden in het hoogspanningsstation, waarna beide helften (lijnen en transformatoren) automatisch zijn afgeschakeld. Deze beveiliging is bedoeld om bij een kortsluiting te voorkomen dat er meer componenten kapot gaan, vergelijk het met de zekeringen in de meterkast thuis. Daardoor waren we in staat om het station binnen het uur weer in bedrijf te nemen. Vervolgens zijn de aan station Diemen gekoppelde provinciale distributienetten weer operationeel gemaakt en kregen de grote klanten weer beschikking over elektriciteit. Ook kon regionale netbeheerder Liander de elektriciteitsvoorziening lokaal weer gaan herstellen.

Rond één miljoen huishoudens zijn getroffen door de storing, een van de grootste van de afgelopen jaren in Nederland. De laatste storing op het hoogspanningsnet vond in 1997 plaats.

TenneT is zich bewust van de vervelende gevolgen die dit voor velen heeft gehad. Door de hoge betrouwbaarheid van het elektriciteitsnet is de afhankelijkheid groot en heeft een storing een grote impact. Om die reden investeert TenneT voortdurend in de leveringszekerheid van het net. TenneT heeft inmiddels een intern onderzoek opgestart naar de oorzaak van de storing en daarnaast DNV GL gevraagd onmiddellijk een extern onderzoek te doen. 

Minister Kamp: ‘Oorzaak grootschalige stroomstoring Noord-Holland onderzoeken’

Er wordt onderzocht wat de oorzaak is van de grootschalige stroomstoring in Nederland die de regio Noord-Holland en Flevoland heeft getroffen. Ook wordt bekeken welke maatregelen getroffen moeten worden om een dergelijke stroomstoring in de toekomst te voorkomen. Dit onderzoek is direct opgestart door netbeheerder TenneT en DNV-GL. Dat laat minister Kamp vanavond in een reactie weten.

“De stroomstoring heeft aangetoond hoe belangrijk een betrouwbare energievoorziening is voor het functioneren van onze maatschappij en economie”, aldus Kamp. “Daarom wordt continu geïnvesteerd in onze energielevering. Zo worden momenteel nieuwe hoogspanningsverbindingen aangelegd in Noord-Holland, Brabant en Zeeland.”

Nederland heeft een zeer betrouwbaar landelijk elektriciteitsnetwerk. De zekerheid dat er stroom is voor burgers en bedrijven, is bijna 100 procent (99,995 %). De stroomstoring van vandaag is dan ook uitzonderlijk.

“Daar hebben de mensen vandaag helaas weinig aan gehad. Mensen in Noord-Holland en Flevoland zaten vast in treinen, metro’s en in liften en hadden te maken met stoplichten die niet werkten. In veel bedrijven kon men niet aan het werk. Dat is uitermate vervelend en schaadt onze economie. Daarom onderzoeken we hoe we dit in de toekomst kunnen voorkomen”, aldus Kamp.

De stroomstoring was één van de grootste in de afgelopen tien jaar in ons land. De stroomstoring is ontstaan bij werkzaamheden aan het 380KV station Diemen, waardoor het station automatisch uit veiligheidsoverwegingen werd afgeschakeld. Dat heeft tot gevolg gehad dat de stroom in grote delen van Noord-Holland uitviel. TenneT heeft het hoogspanningsnet hersteld. Liander heeft vervolgens gewerkt aan het herstel van het regionale net. Om 15.08 uur waren alle stroomverbindingen weer opgestart.

Gratis opwaardering energielabel tijdens inloopavond

De gemeente Utrecht helpt haar inwoners met het omzetten van hun voorlopige energielabel. Utrechtse huiseigenaren die dit label kregen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, kunnen het gratis definitief laten maken tijdens een van de bijeenkomsten die de gemeente hiervoor organiseert. Ook kunnen zij een persoonlijk advies krijgen over energiebesparende maatregelen. De eerste bijeenkomst is op dinsdag 24 maart van 17.30 tot 21.00 uur in het Stadskantoor. Andere bijeenkomsten volgen in april, mei en later dit jaar.

Adviseurs van (h)eerlijk wonen en Energie U helpen bewoners met hun label en bekijken meteen welke stappen huiseigenaren kunnen nemen voor een energiezuinige woning. Op basis van dit gesprek krijgen de huiseigenaren een persoonlijk advies, waarmee ze verder aan de slag kunnen. De gemeente ziet dit als een kans om met huiseigenaren in gesprek te komen over energiebesparing.  Wethouder Milieu en Duurzaamheid Lot van Hooijdonk: “Het energielabel geeft bewoners inzicht in de energietoestand van hun woning. We hebben gemerkt dat huiseigenaren het soms lastig vinden om hier iets mee te doen. Het aanbod van energiebesparende maatregelen is groot en kan daardoor onoverzichtelijk zijn. We helpen Utrechters graag om de eerste of volgende stap te zetten op weg naar een comfortabele en energiezuinige woning. ”

Tijdens de bijeenkomsten kunnen bewoners kennismaken met verschillende energiebesparende maatregelen zoals isolatiemateriaal, zonnepanelen of een zonneboiler. Ook zijn er energieambassadeurs aanwezig die meer kunnen vertellen over de initiatieven en collectieven in de diverse Utrechtse wijken. Bijvoorbeeld Energiek Tuindorp of Samen Solar Leidscherijn; beide bewonersinitiatieven die hun buren enthousiast willen maken voor energiezuinige maatregelen.

Diverse gemeenten weer stroom na grote storing in Noord Holland

Liander heeft diverse gemeenten in Noord Holland weer van stroom voorzien na een grote storing vanochtend die ziekenhuizen, Schiphol en de NS trof. De storing is veroorzaakt door een defect in een hoogspanningsstation in Diemen.

Op verschillende plekken reden (en rijden) de treinen niet. Vliegtuigen weken noodgedwongen uit naar andere luchthavens. In Amsterdam stonden metro's en trams stil.

Het hoogspanningsstation in Diemen levert normaal gesproken 380 kilovolt en veroorzaakt zelden grote problemen. De spanning op het elektriciteitsnet wordt weer opgebouwd.

'Grote stap op weg naar duurzame toekomst'

De Tweede Kamer heeft woensdag ingestemd met de bouw van drie grote windmolenparken op zee. Een grote stap op weg naar een duurzame en schone toekomst voor onze kinderen. Duurzame energie prikkelt tot innovatie en ondernemerschap en het draagt bij aan onze welvaart. En het maakt ons minder afhankelijk van gas uit Groningen of olie uit windstreken met politieke instabiliteit en dubieuze regimes.

Een duurzame toekomst is ons veel waard. Naar schatting van het ministerie van Economische Zaken kost de doelstelling voor wind op zee ruim 12 miljard euro in de periode 2019-2038.

De Partij van de Arbeid vindt een duurzame energievoorziening essentieel, maar wil dat wel bereiken tegen zo laag mogelijke kosten voor de belastingbetaler. Bij de subsidie die nu wordt gegeven (SDE+) wordt uitgegaan van een rendement van 15% voor private investeerders. Vergelijk dat eens met de rente op een spaarrekening van krap 1% of de rente op staatsobligaties van de overheid (nu zo'n 0,3% voor 10 jaarsleningen).

Uiteraard zijn er aan windmolenparken meer risico's verbonden dan aan spaarrekeningen, maar die risico's zijn steeds meer beperkt. Dat heeft drie redenen. Allereerst houdt de SDE+ rekening met de fluctuatie van de energieprijs van grijze energie. De subsidie corrigeert namelijk de onrendabele top: het prijsverschil tussen groene en grijze energie dat nu nog bestaat. Ten tweede gaat het bij windenergie op zee inmiddels om een zogeheten proven technology, de techniek heeft zich bewezen en het technologisch risico is dus beperkt. Tenslotte is de vraag naar de energie vanuit de overheid gegarandeerd: afgesproken is dat uiteindelijk 16% van onze energievoorziening uit duurzame energie moet bestaan.

De PvdA wil daarom dat de overheid ook zelf gaat investeren in duurzame energie. Als de overheid geen rente vraagt van 15% (wat private investeerders nu krijgen) maar laten we zeggen 4%, dan heeft dat een grote impact op de kostprijs van duurzame energie. Naar schatting kan die ongeveer een kwart lager komen te liggen (zie tabel 1). Het subsidiebedrag van de SDE+ voor wind op zee kan dan 40% omlaag, van 10 cent naar 6 cent per kilowattuur (zie tabel 2).

Breed toegepast zou een investering van de overheid de kosten van wind op zee dus naar hele ruwe schatting met ruim 4 miljard kunnen doen afnemen (40% van 12 miljard). Dat betekent niet alleen minder subsidie vanuit de overheid, maar ook dat de rendementen van duurzame energie niet bij een beperkte groep beleggers terecht komen, maar vloeien naar de samenleving als geheel. Een duurzame toekomst waar iedereen van profiteert, dat is waar de PvdA voor staat.

Een halvering van de financieringskosten betekent een besparing van 25% op de totale kostprijs van energie. Dat betekent onderstaande voor de hoogte van de benodigde compensatie van de onrendabele top.

Student Zaid Thanawala winnaar Shell Bachelor Master Prijs

Op woensdag 25 maart won Zaid Thanawala, student Sustainable Energy Technology aan de TU Delft met zijn masterthesis over efficiente conversie van zonne-energie naar waterstof de Shell Bachelor Masterprijs.

Daarnaast kreeg hij ook de meeste stemmen van het publiek en won hij ook de publieksprijs. Niek van den Top van Wageningen University and Research Centre werd beloond voor de beste bachelorscriptie met zijn onderzoek naar het gebruik van eendenkroos als veevoer.

Juryvoorzitter Louise Fresco, van Wageningen UR: ‘De technologie is toepasbaar, relevant en technologisch uitdagend. Zaid Thanawala toont bovendien duidelijk technologisch en innovatief leiderschap. Dat hebben we nodig.'

Het fluctuerend karakter van hernieuwbare energie bronnen zoals zonne-energie is een van de grote problemen voor grootschalige implementatie. Bij een overproductie van zonnestroom kan deze elektriciteit moeilijk worden opgeslagen. De oplossing hiervoor is het efficiënt opslaan van zonne-elektriciteit in een praktische vorm. De innovatieve applicatie die de student aan de TU Delft ontwikkelde, is gebaseerd op een duurzame, silicium foto-elektrochemisch apparaat. Als dit apparaat in water wordt ondergedompeld en er licht opvalt, wordt water in waterstof en zuurstof omgezet. Deze waterstof kan worden gebruikt als energieopslag of er kan met behulp van CO2 aardgas uit worden gemaakt. Dit lost het opslagprobleem van hernieuwbare energie over  langere periodes, zoals de natuurlijke seizoenen, op. Voor de uitvoerbaarheid is een rendement van ten minste 10% gewenst. Met de op silicium gebaseerde zonnecel die de student ontwikkelde is een potentieel rendement van 12,3% haalbaar. Dit resultaat toont de enorme potentie van deze op silicium gebaseerde technologie aan. 

Tijdens de jaarlijkse prijsuitreiking van de Shell Bachelor Master Prijs, worden bachelor en mastersstudenten van de vier universitieten Wageningen UR, TU Delft, UTwente and TU Eindhoven uitgedaagd om de technische ontwikkelingen en innovaties op het gebied van water, voedsel en energie te laten zien.

Universiteit Utrecht doet licht uit tijdens Earth Hour

Het verlichte Universiteit Utrecht-logo op het dak van het Van Unnikgebouw - de blikvanger van het Utrecht Science Park - wordt zaterdag 28 maart gedoofd tussen 20.30 en 21.30 uur. Met het uitzetten van de ‘Sol’ in combinatie met de woorden ‘Universiteit Utrecht’ doet de Universiteit Utrecht dit jaar weer mee met Earth Hour om aandacht te vragen voor het duurzaam omgaan met de aarde.

Behalve het universiteitslogo wordt ook de verlichting gedoofd op de bovenste verdieping van parkeergarage P+R De Uithof op het Utrecht Science Park.

Op 28 maart doen miljoenen mensen en organisaties wereldwijd het licht uit tijdens Earth Hour. Daarmee geven zij het signaal af ze zich zorgen maken over de toekomst van onze aarde. En meer specifiek over de rol van klimaatverandering als één van de grootste bedreigingen voor onze natuur. De internationale Earth Hour-campagne wordt georganiseerd door het Wereld Natuur Fonds.

Sustainability, een van de vier strategische thema’s van Universiteit Utrecht speelt een belangrijke rol binnen onderzoek, onderwijs, valorisatie en bedrijfsvoering. De universiteit neemt haar maatschappelijke verantwoordelijkheid om in ecologisch, economisch en sociaal opzicht een actieve bijdrage te leveren aan een duurzame samenleving. Ook ziet de Universiteit Utrecht het als onderdeel van haar maatschappelijke taak om studenten en medewerkers bewust te maken van de uitdagingen op het gebied van duurzaamheid, en middels onderzoek bij te dragen aan oplossingen voor deze uitdagingen.

Subsidieregeling 'Asbest eraf, zonnepanelen erop' versoepeld

De subsidieregeling voor het verwijderen van asbest en het plaatsen van zonnepanelen in Groningen is verruimd. Boeren of eigenaren van een voormalig agrarisch bouwblok die gebruik willen maken van de regeling, kunnen nu ook subsidie krijgen wanneer zij één dakvlak (minimaal 250 vierkante meter) willen saneren. De aanpassing geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 maart 2015.

Voorheen konden geïnteresseerden alleen gebruikmaken van de regeling wanneer ze hun volledige dak zouden saneren, en er zonnepanelen op zouden plaatsen. Het bleek echter dat er ook vraag was naar de mogelijkheid om slechts één dakvlak aan te pakken. Aan die wens komt de provincie nu tegemoet.

donderdag 26 maart 2015

Snelgroeiend Ampyx Power biedt informele investeerders certificaten van aandelen

Het Nederlandse Ampyx Power biedt bestaande én nieuwe informele investeerders de mogelijkheid om mee te investeren aan de vooravond van de commerciële fase van het bedrijf.

PowerPlane-systemen zetten windkracht om in elektriciteit met behulp van een door een autopiloot bestuurd zweefvliegtuig, dat in een vast patroon op een hoogte van 300-600 meter dwars op de wind vliegt, en daardoor trekkracht genereert in een kabel waarmee het vliegtuig is verbonden aan een grondstation. In het grondstation wordt de kabel met grote kracht van een lier getrokken, waaraan een stroomgenerator is verbonden. Als de kabel geheel is uitgerold, maakt het zweefvliegtuig automatisch een duikvlucht, waardoor de kabel weer op de lier kan worden ingerold. Dit herhaalt zich zolang er voldoende wind is om energie op te wekken. Als dat niet het geval is, staat het vliegtuig op de grond.

De informele investeerders, die de afgelopen jaren Ampyx Power voor een totaalbedrag van bijna 2 miljoen euro hebben gefinancierd, krijgen nu opnieuw de mogelijkheid om certificaten van aandelen aan te schaffen. De inschrijving start op 26 maart 2015 en sluit op 26 april 2015.

Het minimale instapbedrag is 100 euro. Geïnteresseerden kunnen het Memorandum opvragen door een e-mail te sturen naar stak@ampyxpower.com. Meer informatie is te vinden op www.ampyxpower.com

Biobased proeffabriek in Delft van start

Delft is een opschalingsfabriek voor biobased productieprocessen rijker. Een dezer dagen werd de Bioproces Pilot Facility (BPF) in gebruik genomen. De nieuwe fabriek bevindt zich op de Biotech Campus Delft, waar ook DSM is gevestigd.
 
De provincie Zuid-Holland leverde een bijdrage van ruim €3 miljoen. Gedeputeerde Govert Veldhuijzen (Economie en Energie) was aanwezig bij de ingebruikname van de BPF.

De komende decennia staan in het teken van de overgang van een 'fossil-based economy' naar een 'biobased economy'. Hiermee wordt de overgang bedoeld van een economie die (te) sterk afhankelijk is van fossiele grondstoffen naar een economie die gebaseerd is op hernieuwbare biologische stromen. Deze transitie vraagt tijd en inspanning, maar biedt grote kansen voor economie, duurzaamheid en maatschappij. De stap van laboratoriumschaal naar industriële schaal is cruciaal bij het omzetten van biobased reststromen, zoals landbouwafval, naar grondstoffen voor bouwmaterialen, chemische en farmaceutische producten en biobrandstoffen. Vaak wordt daar biotechnologie voor gebruikt: met enzymen worden grondstoffen in produkten omgezet. In de BPF kunnen bedrijven en kennisinstellingen testen of hun innovaties ook op grotere schaal haalbaar zijn.

De BPF maakt het mogelijk om problemen te signaleren en op te lossen die op laboratoriumschaal niet aanwezig zijn, maar voor toepassing op industriële schaal in kaart moeten worden gebracht. De proeffabriek in Delft is wereldwijd de eerste in zijn soort. Zowel de schaalgrootte als het open karakter maakt de BPF uniek. Nederland, en in het bijzonder de Zuidvleugel van de Randstad, wordt hiermee in Europa koploper op het gebied van biobased research.

De nieuwe fabriek bestaat uit losse modules, zoals biomassa-voorbewerking, fermentatie, biotechnologische omzettingen en scheidingstechnologie op verschillende schaalgroottes (van lab tot pilotfabriek). De gebruiker stelt uit de beschikbare modules zelf het proces samen dat getest zal worden. Hierdoor is de proeffaciliteit flexibel en afgestemd op de meest uiteenlopende bedrijfstakken, van klein naar groot, van chemische industrie tot apparatenbouw. De BPF zal ook dienen als een expertisecentrum, waar studenten van mbo tot universitair, onderzoekers en technologen de mogelijkheid hebben om een opleiding of training te volgen. Ver voor de opening was er al veel belangstelling voor de faciliteiten uit binnen- en buitenland.

De BPF is tot stand gekomen in een samenwerking van provincie Zuid-Holland, gemeente Delft, TU Delft, CSM/Purac, DSM en overige BE-Basic-partners. De provincie heeft €1.520.000 miljoen uit eigen middelen bijgedragen aan de BPF en nog eens €1,5 miljoen is afkomstig uit het Europese Fonds voor Regionale Ontwikkeling.

Zuid-Holland heeft met zijn tuinbouw, logistiek en (bio)chemische industrie een uitstekende uitgangspositie om aan kop te gaan bij de transitie naar een biobased economy. De provincie streeft ernaar dat uit elke kilo biomassa een zo hoog mogelijk toegevoegde waarde wordt gehaald. Dat betekent meestal een reis langs verschillende bedrijven. Met behulp van diverse processen worden zoveel mogelijk waardevolle stoffen uit de biomassa gehaald. Zo ontstaan chemische (half)producten, transportbrandstoffen en uiteindelijk ook elektriciteit en warmte.

Beleef Earth Hour 2015 op het dak van de VU

Op 28 maart 2015 doet de VU samen met veel andere participanten in de Green Business Club Zuidas weer mee aan Earth Hour, de wereldwijde campagne van het Wereld Natuur Fonds om aandacht te vragen voor de noodzaak zuiniger om te gaan met energie en de aarde. De Vrije Universiteit Amsterdam biedt geïnteresseerden die dag de kans om ’s avonds zelf te ervaren wat het effect is van Earth Hour op de VU-campus en de Zuidas. Vanaf 20.30 uur is het dak van het

Op de website van Earth Hour is de Green Business Club Zuidas (GBC) uitgeroepen als Earth Hour Landmark. De VU onderschrijft de duurzaamheidsdoelstellingen van de GBC. Onlangs tekende Jaap Winter, voorzitter College van Bestuur van de VU, samen met 24 andere CEO’s de Ambitieverklaring Green Business Club Zuidas 2015-2020.

Meedoen aan Earth Hour past ook binnen de Meerjarenafspraak Energie Efficiency voor Universiteiten. De VU neemt met acht bestaande gebouwen deel aan deze meerjarenafspraak. Hierin staat dat de VU zich inspant om gemiddeld 30 procent energie efficiencyverbetering te bereiken in de periode 2005-2020. Het doel is om met Earth Hour 2016 het onnodige energieverbruik nog meer gereduceerd te hebben.

In 2014 heeft de VU al flinke stappen gezet om onnodige binnenverlichting te verminderen door onder andere in het Hoofdgebouw bewegingssensoren te plaatsen. In 2015 gaan we hier nog actiever mee aan de slag.

woensdag 25 maart 2015

Nederland kan regierol nemen in Europese energiemarkt

Hoe zal Europa er uitzien omstreeks 2050? En vooral - hoe kunnen we nu al voorsorteren op de complexe systeemveranderingen op energiegebied en tegelijkertijd zorgen dat de Nederlandse economie er wel bij vaart? Die vraag staat centraal in Het Delft Plan: Nederland als Energy Gateway van Europa. Met dit plan wil de TU Delft een beweging in gang zetten om de kracht van Nederland op energiegebied in Europa te benutten.

Het Delft Plan geeft richting en perspectief aan beleid, marktpartijen, wetenschap en andere betrokkenen, gericht op no-regret stappen. Voor de TU Delft is het een koers om de wetenschappelijke sterktes verder uit bouwen. Conversie, opslag, handel en transport zijn daarbij sleutelbegrippen.

Voortbouwend op haar sterktes, heeft Nederland met haar fysieke infrastructuur, de geografische ligging, haar sterke handelsgeest en wetenschappelijke sterktes een unieke uitgangspositie om hierin een spilfunctie in Europa te vervullen. Maar hoe?

De kern van het antwoord is een geïntegreerd en vooral flexibel systeem, in het plan gevisualiseerd als een ‘diamant’. Straks moeten conversie en opslag een strategische brug vormen tussen een fluctuerend aanbod van energie en een fluctuerende vraag, zodat gebruikers in Noordwest Europa op elk moment over de gewenste hoeveelheid en vorm van energie kunnen beschikken. De diamant laat zien dat daartoe verschillende energiedragers en koolstofbronnen in elkaar omgezet moeten en kunnen worden afhankelijk van het aanbod en de vraag.

“Het energiesysteem is complex. Het is een markt met veel verschillende energiedragers en opslag- en conversiemethodes. Zo’n markt vraagt om regie. Wie straks met het meeste rendement energie om kan zetten, kan opslaan en kan transporteren kan de regie in handen nemen. Conversie, opslag, transport en systeemintegratie zijn daarbij de sleutelbegrippen.”, zegt Paulien Herder voorzitter van het Delft  Energy Initiative van de TU Delft en hoogleraar Energy Systems Design in Energy & Industry en mede-initiator van Het Delft Plan.

“Met toekomstige conversie-, opslag en transporttechnieken kun je energieoverschotten in het ene deel van Europa benutten in delen waar op dat moment een tekort is of omzetten in producten,” zegt Tim van der Hagen, decaan van de faculteit Technische Natuurwetenschappen en initiator van Het Delft Plan. “In een ideale Europese energiemarkt zou je zonne-energie uit Zuid-Europa halen, waterkracht uit Scandinavië en de Alpen, windenergie uit Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Noord-Duitsland en kernenergie uit Frankrijk en benut je de opkomende decentrale opwekking. Een dergelijk complex geïntegreerd systeem vraagt om regie en Nederland heeft alles in huis om die regierol te kunnen vervullen. In feite hoeven we alleen maar te blijven doen waar we goed in zijn”.

Het Delft Plan is op initiatief van TU Delft en met input van een groot aantal Delftse wetenschappers en verschillende stakeholders uit de energiesector in Nederland tot stand gekomen. Het Delft Plan kan worden gezien als uitgangspunt voor verdere ontwikkeling van de gezamenlijke koers van de Nederlandse overheid, innovatieve marktpartijen en onderzoeks- en onderwijsinstituten.




Delen

Twitter Delicious Facebook Digg Stumbleupon Favorites More