Reserveer nu de nieuwe Sony eReader

zaterdag 19 april 2014

Green Team Twente onthult nieuwe, extreem zuinige waterstofauto

Het Green Team Twente, een team van elf UT-studenten dat in mei deelneemt aan de Shell Eco Marathon, presenteert op 23 april 2014 hun vernieuwde waterstofauto: de UTmotive. Met de verbeterde auto  wil het team dit jaar de felbegeerde  ‘1 op 1000’ rijden, waarmee een plek in de top 3 mogelijk is. De nieuwe auto kan zonder te tanken van Enschede naar Parijs rijden en krijgt na de race een RDW-keuring, waardoor de auto officieel de weg op mag.
‘’We hebben dit jaar een verbeterd ontwerp en een nieuwe, draadloze real time data connectie’’, vertelt Sander Schotman van het Green Team Twente. “Hierdoor zien we tijdens de race wat er in de auto gebeurt en kan er, indien nodig, ingegrepen worden. Tevens hebben we een nieuwe waterstofcel voor betere efficiëntie en nieuwe carbonvelgen, die we zelf ontworpen hebben. Dankzij deze carbonvelgen behalen we een gewichtsreductie van tien procent. Bovendien heeft de UTmotive onlangs een officieel chassisnummer van de RDW gekregen.”
Green Team Twente bestaat uit elf UT-studenten van verschillende studies (Electrical Engineering, Werktuigbouwkunde, Scheikundige Technologie en Gezondheidswetenschappen). In mei 2014 gaat het team de strijd aan met tweehonderd andere teams tijdens de Shell Eco Marathon in Rotterdam. Bij de Shell Eco-marathon is het de bedoeling om zo efficiënt en zuinig mogelijk te rijden op de gekozen brandstof.
 De UTmotive rijdt in de UrbanConcept klasse en zal gaan rijden op waterstof. De UrbanConcept klasse stelt extra eisen aan de auto. Zo moet de auto vier wielen hebben en moet de bestuurder rechtop in de auto kunnen zitten. Vorig jaar heeft het team een resultaat behaalt gelijk aan 1 liter benzine op 750 kilometer. Dit jaar behoort 1 op 1000 tot de mogelijkheden. e
Het Green Team Twente onthult op 23 april 2014 de nieuwe waterstofauto op het terrein van de Universiteit Twente (collegezaal Waaier 1). De autopresentatie is vrij toegankelijk.  Om 15.30 uur is er een ontvangst met koffie en om 16.00 start de presentatie. Aansluitend maakt de UTmotive haar eerste rondes op het O&O plein op de Campus van de Universiteit Twente.

vrijdag 18 april 2014

Snellaadstation voor smartphones gaat backstage op Paaspop

Medewerkers en artiesten op Paaspop kunnen dit weekend snel, veilig en zonder gedoe hun mobiele telefoon opladen. Dit wordt mogelijk doordat de organisatie van het Schijndelse popfestival twee snellaadstations van energiebedrijf Essent backstage plaatst. De crew, dj's, zangers en bands op de traditionele opener van het zomerfestivalseizoen hoeven zo niet langer dan 30 minuten zonder smartphone te zitten.
Het snellaadstation bestaat uit 10 kluisjes met een sleutel. Het werkt simpel: de smartphone gaat in een kluisje, het apparaat meet welke capaciteit er nodig is en laadt de accu in zo kort mogelijke tijd maximaal op. Overigens kunnen ook tablets opgeladen worden in het apparaat. Er zijn aansluitingen voor de meest gangbare stekkers, zoals voor iPhones, iPads en smartphones met een micro-USB-aansluiting.
Het snellaadstation gebruikt intelligente USB-technologie en kan daardoor veel sneller laden dan een gewone oplader. In een half uur is de telefoon of tablet weer klaar voor gebruik, wat wordt aangegeven op het station zelf.
Chris Seijkens, organisator bij Paaspop: 'Niets is onhandiger dan tijdens de hectiek van een festival zonder je mobiel te zitten. Het snellaadstation is dan ook een uitkomst: binnen 30 minuten zijn de mensen achter de schermen weer 'up and running'. We overwegen trouwens ook om de snelladers de komende editie ook aan onze bezoekers ter beschikking te stellen. Omdat de snellader nog maar net op de markt is, was dat nu jammergenoeg nog niet mogelijk.'

TenneT vergunt twaalfde offshore netverbinding voor windparken op zee

TenneT heeft de constructie van haar twaalfde offshore netverbinding voor windparken gegund aan Siemens in consortium met Petrofac en Prysmian. Op de verbinding kunnen meerdere offshore windparken worden aangesloten. De capaciteit van de BorWin3 verbinding komt overeen met de jaarlijkse stroomconsumptie van bijna 1 miljoen huishoudens. De totale investering bedraagt ruim 1 miljard euro.
etc etc

Zuinige auto’s voor wegbeheer

De provincie Drenthe heeft veertien nieuwe dienstauto’s in gebruik genomen. Het gaat om de pick-ups waarmee de wegbeheerders hun werk op en rond de provinciale wegen uitvoeren. De keuze is gevallen op de Volkwagen Amarok. Deze auto is een van de zuinigste modellen in zijn soort. De nieuwe auto’s zijn uitgerust met een uitklapbaar tekstpaneel, waarop tijdens een incident meteen informatie voor de weggebruikers zichtbaar wordt gemaakt. Er hoeven geen aanhangers met tekstbord meer opgehaald en vervoerd te worden, dat bespaart brandstof.
Gedeputeerde Henk Brink: ‘Met de komst van deze nieuwe auto’s kunnen we de dienstverlening op de wegen die we als provincie beheren, weer een stuk verbeteren. Weggebruikers krijgen meteen actuele informatie over wat er aan de hand is als een van onze auto’s bij een incident hulp biedt. We zijn ook blij dat we met deze auto’s ons wagenpark weer een stuk schoner hebben weten te maken. Duurzaamheid bij het beheer van onze wegen en vaarwegen vinden we belangrijk. We hebben eerder al verschillende milieuvriendelijke voertuigen in gebruik genomen die nodig zijn bij het vaarwegbeheer.’
Voor het begeleiden van schepen in de winterperiode worden acht Volkswagens Up Cargo gebruikt, die op biogas rijden. Verder rijden de brug- en sluiswachters op een elektrische scooter tussen de verschillende te bedienen objecten.

donderdag 17 april 2014

Essent beboet voor negeren Bel-me-niet Register

De Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft energiebedrijf Essent beboet voor het overtreden van de telemarketingregels. Essent Retail Energie B.V. heeft grote aantallen consumenten gebeld met een commercieel aanbod. Essent heeft verzuimd adressen uit het belbestand te verwijderen van consumenten die stonden ingeschreven bij het Bel-me-niet Register. Anita Vegter, bestuurslid ACM: “Veel consumenten kiezen ervoor zich in te schrijven bij het Bel-me-niet Register, omdat zij niet ongevraagd gebeld willen worden. Als zij dan tóch worden gebeld, ondermijnt dit het doel van het register: het verminderen van de consumentenirritatie over ongevraagde telemarketing.” Daarom heeft ACM Essent een boete opgelegd van in totaal EUR 47.500.
Het onderzoek is gestart onder andere naar aanleiding van klachten van consumenten bij ConsuWijzer, het consumentenloket van ACM. Consumenten klaagden dat zij gebeld werden ondanks het feit dat zij stonden ingeschreven bij het Bel-me-niet Register.
Uit onderzoek van ACM is gebleken dat Essent in de onderzochte periodes – in 2010 en 2011 –  grote aantallen consumenten heeft gebeld waaronder consumenten die stonden ingeschreven bij het Bel-me-niet Register. Essent maakte voor haar werving gebruik van telefoonnummers van consumenten die hun gegevens hadden achtergelaten via enquêtes op websites. Consumenten die aan de enquête deelnamen en hun gegevens invulden, maakten kans op een prijs. Essent mag deze telefoonnummers alleen gebruiken voor telefonische werving als de consumenten daar uitdrukkelijk en ondubbelzinnig om hebben gevraagd. Dit bleek niet altijd het geval. Daarom had  Essent deze telefoonnummers vóór gebruik moeten vergelijken met het Bel-me-niet Register. Voor deze overtredingen heeft ACM Essent beboet.
Sinds 1 oktober 2009 is het wettelijk Bel-me-niet Register in werking getreden. Dit betekent dat bedrijven die via telemarketing klanten werven geen consumenten mogen bellen die staan ingeschreven bij dit register, tenzij het consumenten betreft die eerder klant zijn geweest bij het bedrijf. Inmiddels staan zo’n 8 miljoen consumenten ingeschreven in het register.

Eerste steen voor Campus EnergyVille

Op maandag 14 april werd op de voormalige mijnsite in Waterschei officieel de eerste steen gelegd van Campus EnergyVille. De KU Leuven en de Vlaamse onderzoeksorganisaties VITO en imec gaan er hun kennis rond hernieuwbare energie bundelen. Vanaf 2015 zal het gebouw plaats bieden aan een 200-tal onderzoekers.
Professor Ronnie Belmans (CEO Energyville) en rector Rik Torfs dragen letterlijk een steentje bij aan de campus. “Het wordt het meest duurzame gebouw van Vlaanderen wat energiegebruik betreft”, zegt professor Ronnie Belmans.
EnergyVille wil één van de Europese hotspots voor innovatief energieonderzoek worden en expertise leveren aan steden en industrie op het vlak van energie-efficiënte gebouwen en intelligente energiesystemen, zoals smartgrids en geavanceerde warmtenetten. Vanuit de KU Leuven slaan de afdelingen Energie van de departementen Elektrotechniek, Mechanica en Bouwfysica de handen in elkaar voor EnergyVille.
De onderzoeksfaciliteiten worden gehuisvest in EnergyVille Campus, een gebouw van 15.000 m² in het Thor-wetenschapspark dat in volle ontwikkeling is op het voormalige mijnterrein van Genk-Waterschei. Het gebouw is volledig energieneutraal dankzij het gebruik van de nieuwste technieken, zoals zonnepanelen, warmtepompen en warmte-opslagtechnieken, en de nodige domotica en controlemechanismen om het systeem te beheren. “Campus EnergyVille wordt het meest duurzame gebouw van Vlaanderen wat energiegebruik betreft”, zegt professor Ronnie Belmans, CEO van EnergyVille. “Het biedt de werknemers een aangename én stimulerende werkplek. Het gebouw is volledig CO2-neutraal en krijgt een BREEAM Excellent-duurzaamheidslabel.”
Het project past binnen de cradle-to-cradle-filosofie rond hergebruik van materialen: “Zo is de structuur van het complex deels opgebouwd uit ‘groen beton’ vervaardigd uit gerecycleerde non-ferroslakken van Umicore. Het uitgegraven zand van de kelder wordt dan weer hergebruikt als grondstof voor de nieuw aangemaakte stabilisé op de werf. Zelfs de werfketen zijn voorzien van led-verlichting, bewegingsmelders en verwarmingstimers om het energieverbruik te minimaliseren”, zegt Kris Delbaere, hoofdprojectleider voor aannemer STRABAG Belgium.
Campus EnergyVille vormt ook een hoeksteen van de herstelplannen voor Limburg van de Vlaamse regering. “Om de oude maakeconomie van Limburg door een nieuwe kenniseconomie te vervangen, moeten we ons op nieuwe industriële sectoren richten”, aldus minister van Innovatie Ingrid Lieten. “En waarom niet van zwart naar groen goud gaan? Volgens de meest recente cijfers is er een potentieel van ten minste 9.000 rechtstreekse en niet-verplaatsbare extra jobs in de hernieuwbare-energie-sector.”
Naast EnergyVille werden ook de plannen voor een nieuwe bedrijfsincubator IncubaThor voorgesteld. “Dankzij een continue kennisuitwisseling van de technische steunpilaar EnergyVille en zijn economische evenknie IncubaThor, ontstaat er op de Thor-site een warm nest voor gevestigde en nieuwe bedrijven in de hernieuwbare-energie-sector”, zegt Stijn Bijnens, algemeen directeur van de Limburgse investeringsmaatschappij LRM. Energiestudiebureau Encon stapt alvast mee in de IncubaThor, zo werd bij de eerstesteenlegging van Campus EnergyVille bekendgemaakt.

ACM publiceert hogere opbrengsten uit meettarieven van netbeheerders

De Autoriteit Consument & Markt heeft de marges vastgesteld die regionale netbeheerders gezamenlijk hebben gemaakt  met hun meetdiensten. ‘Meetdiensten’ is de verzamelnaam voor het plaatsen, beheren en onderhouden van gas- en elektriciteitsmeters. Netbeheerders hebben in 2011 en 2012 gezamenlijk zo’n 200 miljoen euro meer opbrengsten behaald dan zij kosten hadden voor deze meetdiensten. Dit blijkt uit de margebesluiten die ACM vandaag publiceert.
Met de margebesluiten wordt het bedrag vastgesteld dat de netbeheerders moeten gebruiken wanneer zij de komende jaren op grote schaal analoge energiemeters gaan vervangen door digitale slimme meters. Hiermee kunnen de  tarieven van de meetdiensten voor klanten stabiel blijven.
Sinds 2011 houdt ACM de marges voor de meetdiensten van de elektriciteitsmeter bij; sinds 2012 berekent ACM ook de marges voor de meetdiensten van de gasmeter. De marges tellen in 2011 en 2012 op tot een totaal van zo’n 200 miljoen euro. ACM verwacht dit jaar ook de meeropbrengsten uit 2013 vast te stellen.
ACM stelt als toezichthouder op de energiemarkt jaarlijks vast welk maximum tarief netbeheerders mogen rekenen voor meetdiensten aan huishoudens; dit tarief wordt het ‘meettarief’ genoemd. Omdat klanten niet kunnen switchen van netbeheerder, stelt ACM het meettarief vast.
 In een wettelijke regeling is vastgelegd dat ACM sinds 2008 het meettarief vaststelt door het gemiddelde tarief uit 2005 jaarlijks te verhogen met een inflatiecorrectie.
Huishoudens betalen zo’n 45 euro per jaar aan meettarieven voor gas en elektriciteit. De kosten die de netbeheerder moet maken wanneer de analoge meter op grote schaal vervangen wordt door de digitale slimme meter, gaan de komende jaren mogelijk stijgen. De gemeten meeropbrengsten kunnen na een besluit van de Minister ingezet worden om de meettarieven voor consumenten stabiel te houden. Overigens hebben de netbeheerders onlangs aan het ministerie van Economische Zaken bevestigd dat ze de grootschalige vervanging van de analoge meter door de digitale slimme meter kunnen financieren vanuit de huidige tarieven.
Een slimme meter is een digitale energiemeter die op afstand kan worden uitgelezen. De afgelopen twee jaar zijn regionale netbeheerders op kleine schaal begonnen analoge energiemeters te vervangen door digitale slimme meters. De netbeheerders zijn verantwoordelijk voor de plaatsing en het beheer van  meters. Vorige maand concludeerde ACM dat de plaatsing van de slimme meters goed verloopt; bij de kleinschalige proef accepteerde ruim 98% van de consumenten de slimme meter.

Chemische industrie denkt mee over betere duurzaamheidsinformatie

Welke duurzaamheidsinformatie is voor de chemische industrie het meest relevant? Die vraag stond centraal tijdens het rondetafelgesprek dat TNO begin 2014 organiseerde. Bijna alle grote Nederlandse chemiebedrijven schoven aan. De uitkomst: er is behoefte aan betere en betrouwbaardere informatie om het duurzaamheidsrendement van ecoprocessen en ecoproducten te bepalen. Jan-Willem Slijkoord (Business Developer Sustainability) licht toe.
Slijkoord: "De chemische industrie in West-Europa maakt een transitie door. De concurrentie vanuit landen met goedkope energie is sterk toegenomen. Daarbij is er door de economische crisis een teruglopende vraag op ‘mature’ thuismarkten, waardoor chemische bedrijven kampen met overcapaciteit en margedruk. Snel stijgende kosten, bijvoorbeeld van materiaal- en energiedragers, zijn lastig door te rekenen. Tegelijk is duurzaamheid een trend. Westerse chemiebedrijven zien dat sustainability een onderscheidende kracht kan zijn. Ze willen niet alleen verduurzamen omdat regels dat opleggen, maar zien dat sustainability een internationaal concurrentievoordeel kan opleveren. Bijvoorbeeld door slim te recyclen waardoor minder fossiele brandstoffen nodig zijn. Of door minder afhankelijk te worden van grondstoffen die sterk in prijs fluctueren. Verduurzaming vraagt innovatieve oplossingen. Juist daarin heeft de westerse chemische industrie een sterke positie. Die voorsprong moet worden uitgebuit.'

woensdag 16 april 2014

Natuurvergunningen voor centrale RWE op twee punten onvoldoende

De staatssecretaris van Economische Zaken en de colleges van gedeputeerde staten van Groningen, Fryslân en Drenthe krijgen 26 weken de tijd om alsnog onderzoek doen naar de stikstofneerslag van de elektriciteitscentrale van RWE in de Eemshaven op twee Natura 2000-gebieden. Ook moeten ze nog onderzoek doen naar de gevolgen van de uitstoot van kwik op de Waddenzee. Alle overige bezwaren van onder meer de stichting Natuur en Milieu, de Waddenvereniging, Greenpeace en enkele Duitse bezwaarmakers tegen de natuurvergunningen zijn afgewezen. Dit blijkt uit een zogenoemde tussenuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van vandaag (16 april 2014).
In augustus 2011 vernietigde de Raad van State de eerdere natuurvergunningen die aan RWE waren verleend. Naar het oordeel van de hoogste bestuursrechter hadden de staatssecretaris en de provinciebesturen onder meer beter moeten onderzoeken wat de gevolgen zijn van de stikstofneerslag van de elektriciteitscentrale op Duitse beschermde natuurgebieden. In juni 2012 verleenden de staatssecretaris en de provinciebesturen de nieuwe natuurvergunningen aan RWE.
De Raad van State is van oordeel dat de staatssecretaris en de provinciebesturen terecht hebben geconcludeerd dat de toename van de stikstofneerslag niet leidt tot een aantasting van de 'natuurlijke kenmerken' van de Nederlandse Natura 2000-gebieden Duinen Ameland, Duinen Schiermonnikoog, Fochteloërveen, Witterveld, Drentsche Aa en Bakkeveense Duinen. Daarbij is van belang dat in de natuurvergunningen een aantal maatregelen is voorgeschreven waarbij stikstof uit deze beschermde natuurgebieden wordt verwijderd. Ook hebben de staatssecretaris en de provinciebesturen terecht geconstateerd dat de stikstofneerslag geen schadelijke gevolgen heeft voor de natuurlijke kenmerken van de Duitse Natura 2000-gebieden, waaronder de Oost-Friese Waddeneilanden.
Wel moeten de staatssecretaris en de provinciebesturen onderzoeken of de stikstofuitstoot van de elektriciteitscentrale schadelijke gevolgen heeft voor de Natura 2000-gebieden Lieftinghsbroek en Drouwenerzand. Deze Nederlandse natuurgebieden liggen op ongeveer dezelfde afstand als de natuurgebieden Fochteloërveen en Witterveld en waren in het onderzoek buiten beschouwing gelaten. Naar het oordeel van de Raad van State is zonder onderzoek echter niet uit te sluiten dat de natuurgebieden worden aangetast door stikstofneerslag. Verder zal onderzocht moeten worden of de kwikuitstoot via de lucht en het afvalwater van de elektriciteitscentrale 'significante effecten' heeft op de Waddenzee.
De staatssecretaris en de provinciebesturen krijgen een termijn van 26 weken om de ontbrekende onderzoeken te doen en de natuurvergunningen te repareren. Daarna zal de Raad van State een definitieve uitspraak doen.

Gratis zonnepanelen voor basisscholen

Vandaag gaat het project 'KiesZon op school' officieel van start. Vanaf nu kunnen in totaal 250 basisscholen in Nederland gratis zonnepanelen krijgen. Daarbij hoort ook een lespakket waarmee leerlingen wegwijs kunnen worden in de wereld van zonne-energie. Scholen die meer informatie willen of zich willen inschrijven kunnen terecht op de website www.kieszonopschool.nl.
Het project is mogelijk dankzij de samenwerking van Stichting DOEN, IVN, Greenchoice, Doneer de Zon, Enexis en KiesZon.
"De wereld kan niet zonder duurzame energie. Dat bewustzijn moeten we onze kinderen meegeven. Daarom is het belangrijk dat scholen het goede voorbeeld geven. Met zonnepanelen op het dak en een bijbehorend lespakket maakt 'KiesZon op School' dit makkelijk voor scholen." Dat zegt Jelle de Jong, algemeen directeur van IVN, Instituut voor Natuureducatie en duurzaamheid. "Daarom ondersteunen wij deze actie van harte".
Uit gesprekken met basisscholen blijkt dat zij graag zonnepanelen willen, maar dat geldgebrek vaak een drempel is. Dankzij dit project wordt die drempel weggenomen.
Het is mogelijk om in het kader van dit project sponsoracties te ontwikkelen om het duurzaamheidbewustzijn bij kinderen en ouders te ontwikkelen. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een gesponsorde hardloopwedstrijden of door middel van crowdfunding via Doneer de Zon. De opbrengst van deze acties wordt verrekend met de energierekening van de school.
"Zelf stroom opwekken is, naast besparen, de groenste manier van energie. Het is belangrijk dat kinderen meekrijgen waar energie vandaan komt en hoe iedereen kan bijdragen aan een schonere wereld. Daken van scholen zijn daarvoor perfect", zegt Hans Mart Groen, Directeur van Greenchoice.
Het project komt tot stand dankzij de samenwerking van Stichting DOEN, IVN, Greenchoice, Doneer de Zon, Enexis en KiesZon. Deze partijen hebben elkaar gevonden vanuit de overtuiging dat zonne-energie noodzakelijk is voor het behoud van een leefbare wereld. Naast het aspect van duurzaamheid wijst Frank Heijckmann van KiesZon op de praktische voordelen voor de scholen: "Door de samenwerking hoeven scholen zelf niet te investeren en hebben ze geen omkijken naar de organisatorische en juridische aspecten van de aanschaf. Vandaar het motto van het project 'Geen moeite, iedereen wordt er beter van'.

Olie-exporterende landen voorspellen sterk stijgende olieprijs voor 2014

De drie beste voorspellende landen van de olieprijs, Mexico, Saoedi-Arabië en Rusland, voorspellen dat de olieprijs dit jaar stijgt van gemiddeld 98 dollar in 2013 naar 117 dollar per vat (WTI). De toonaangevende instanties, IEA, EIA en de markt (Nymex), houden het op een prijs van 104 dollar per vat. Dit blijkt uit onderzoek dat Roland Berger Strategy Consultants jaarlijks doet naar de ontwikkeling van de olieprijs.
"In 2013 schommelden de olieprijzen tussen de 87 en 111 dollar per vat. Het hoogtepunt lag in de maanden augustus en september en gemiddeld kwam de prijs als gevolg van positieve economische ontwikkelingen uit op 98 dollar," vertelt David Frans, Principal bij Roland Berger in Nederland. "De lichte groei van 4% bovenop de prijs van 94 dollar in 2012 werd veroorzaakt door de toenemende vraag in opkomende economieën en hun groeiend aandeel in de wereldeconomie. In april 2013 was volgens de EIA het aandeel van de opkomende economieën met 44,5 miljoen vaten per dag voor het eerst groter dan dat van OECD landen. In december 2013 zagen we vervolgens de consumptie van OECD landen toenemen tot een niveau vergelijkbaar met de vraag voor de financiële crisis. Het vooruitzicht voor 2014 is dan ook dat de vraag verder groeit, terwijl een grote toename van het aanbod onzeker lijkt. Het eventuele effect van het gedeeltelijk opheffen van sancties voor Iran zal op korte termijn klein zijn en veel producenten zoals Saoedi-Arabië gebruiken steeds meer olie voor de interne markt. Een Roland Berger studie uit november 2013 beschreef al hoe de groeiende vraag in landen buiten de OECD en uitdagingen voor alternatieve energiebronnen een scenario met een stijgende olieprijs ondersteunen. De top drie voorspellers lijken hier in mee te gaan."
Onderzoek van Roland Berger toont aan dat de begrotingen van Mexico, Saoedi-Arabië en Rusland, een betrouwbare graadmeter zijn voor de voorspelling van olieprijzen. De voorspellingen van deze landen zaten gemiddeld 12 procent naast de uiteindelijke olieprijs. Met voorspellingen tussen de 116 en 119 dollar per vat komen de drie partijen uit op een gemiddelde prijs van 117 dollar. "Uit de voorspelling van eind vorig jaar kunnen we aflezen dat Mexico, Saoedi-Arabië en Rusland anticipeerden op een groei van de wereldwijde economie, waardoor de vraag naar olie aantrekt," aldus Frans. "Momenteel is de olieprijs ongeveer 100 dollar, blijkbaar is de wereldwijde economische groei in het eerste kwartaal achtergebleven bij de verwachtingen van de olie-exporterende landen. Recente ramingen van bijvoorbeeld het IMF gaan uit van een groei van bijna 4% in 2014 waardoor de prijs van olie kan stijgen in de richting van de optimistische verwachtingen van olie-exporterende landen."

Pilot met 15 elektrische bussen in Brabant

VDL Bus & Coach, de provincie Noord-Brabant en de BOM (Brabantse Ontwikkelings Maatschappij) starten een pilotproject waarbij 15 elektrische bussen worden ingezet.  
De pilot maakt onderdeel uit van de landelijke aanpak door stichting Zero Emissie Busvervoer om versnelde transitie naar betaalbaar schoon, stil OV te realiseren.
Tijdens het project wordt de VDL Citea Electric ingezet: een volledig elektrische bus met een lengte van 12 meter, die in Nederland en België wordt geproduceerd door VDL Bus & Coach. Vanaf begin 2015 wordt de eerste bus in Helmond getest. Het doel is om in alle gebieden van Noord-Brabant ervaring op te doen met de inzet van zero emissie openbaar vervoer. De pilot past in de groeistrategie van de provincie om vervoerders en industrie de ruimte te geven elektrisch vervoer mogelijk te maken.
De provincie Noord-Brabant, de BOM en VDL Bus & Coach zien een toekomst weggelegd voor grootstedelijk elektrisch busvervoer. Ze willen samen bijdragen aan een schoner milieu, een lager energieverbruik en een stillere en gezondere leefomgeving. De pilot levert waardevolle informatie over het gebruik van elektrische bussystemen, wat economische mogelijkheden biedt voor het Brabantse MKB en de automotive sector in Nederland. De kennis en ervaring die alle betrokken partijen met deze pilot opdoen, vormt de basis voor de ontwikkeling van zero emissie openbaar vervoer in Noord-Brabant en daarbuiten.
Vanuit de pilot wordt een innovatieplatform gevormd dat zich richt op de doorontwikkeling van elektrische aandrijfsystemen, componenten en de bijbehorende infrastructuur voor laadenergie. De ervaringen van chauffeurs en passagiers, de opdrachtgevers, de vervoerders, de verkeerscentrales en de onderhoudswerkplaatsen zijn cruciaal voor een succesvolle introductie van elektrisch busvervoer.

ACM verschaft duidelijkheid over investeren in duurzaamheid

De Autoriteit Consument & Markt wil met haar energietoezicht graag duurzaamheidsinitiatieven mogelijk maken. Daarom verschaft de toezichthouder op de energiebranche duidelijkheid over de uitgangspunten die zij hanteert in het energietoezicht. Deze uitgangspunten staan in het visiedocument ‘Duurzaamheid in energietoezicht’ dat ACM vandaag publiceert.
Netwerkbedrijven hebben in het energietoezicht de ruimte te innoveren. Zo mogen de netwerkbedrijven waar netbeheerders deel van uitmaken, best investeren in laadpalen voor elektrische auto’s of in het aanbieden van energiebesparingsdiensten. Deze niet-wettelijke taken moeten ze echter onderbrengen bij zusterbedrijven van de netbeheerder.
De netbeheerders zelf moeten zich beperken tot hun wettelijke taken. Door deze duidelijke scheiding van rollen wordt het aantrekkelijker voor nieuwe marktpartijen om producten en diensten op het gebied van duurzaamheid aan te bieden. Om oneerlijke concurrentie te voorkomen mogen netbeheerders bovendien hun zusterbedrijven niet bevoordelen ten opzichte van andere marktpartijen. Dit voorkomt ook dat alle consumenten moeten betalen voor iets waar niet iedereen gebruik van maakt.
ACM vindt het een goede zaak dat consumenten vaker kunnen deelnemen aan kleinschalige duurzaamheidsinitiatieven; ze verenigen zich bijvoorbeeld in een coöperatie en worden zo mede-eigenaar van een windmolen. Bij dergelijke deelnemingen wil ACM de keuzevrijheid van consumenten voor een energieleverancier centraal houden. ACM vindt het niet redelijk als consumenten door deelname aan zo’n initiatief langer dan vijf jaar gebonden zijn aan een energieleverancier.
In het najaar van 2013 heeft ACM het document Duurzaamheid in energietoezicht geconsulteerd. Daarop zijn dertien reacties ontvangen, die ACM nu heeft verwerkt in het visiedocument. Deze reacties worden binnenkort gepubliceerd op www.acm.nl. Volgende maand verschijnt ook het visiedocument Mededinging & Duurzaamheid, waarin ACM aangeeft hoe zij omgaat met initiatieven in het mededingingstoezicht.


Delen

Twitter Delicious Facebook Digg Stumbleupon Favorites More