Reserveer nu de nieuwe Sony eReader

vrijdag 30 januari 2015

TU/e steeds duurzamer volgens GreenMetric ranglijst

De Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) is opnieuw gestegen in de UI GreenMetric World University Ranking. Dit is een ranglijst voor duurzaamheid en milieuvriendelijke bedrijfsvoering van universiteiten. De TU/e staat in de lijst over 2014 op plaats 18 met een score van 6.923 punten. Vorig jaar stond de TU/e nog op plaats 36 van 301 universiteiten. Nummer één is opnieuw de University of Nottingham, met 7.803 punten.

De TU/e scoort het hoogst van de vier deelnemende  Nederlandse universiteiten. 360 universiteiten uit 62 landen vulden de vragenlijst van Universitas Indonesia (UI) in. De GreenMetric Ranking bestaat sinds 2010. De initiatiefnemers willen een podium geven aan universiteiten die actief hun CO2uitstoot aanpakken en klimaatverandering bestrijden. Bij de samenstelling van de lijst wordt rekening gehouden met de grootte van de universiteit, de locatie van de campus en de hoeveelheid groen. De ranglijst wordt opgesteld volgens eens aantal categorieën en wegingsfactoren: ligging en infrastructuur (15%), energie en klimaatverandering (21%), afvalmanagement(18%), watergebruik(10%), vervoer (18%), en onderwijs (18%).

De stijging van de TU/e op de ranglijst is het gevolg van het integrale TU/e duurzaamheidsbeleid van de afgelopen jaren. Zo neemt het bebouwde deel van de universiteit af dankzij het huisvestingsplan Campus 2020 af. Nieuwe gebouwen zoals het MetaForum en Flux voldoen aan hoge duurzaamheidseisen. Flux (faculteiten Electrical Engineering en Technische Natuurkunde), dat in april in gebruik wordt genomen, is zelfs energieneutraal. Ook de ontwikkeling van het project de Groene Loper levert een hogere score op. De TU/e scoort daarnaast op onderzoek naar duurzame technologieën en de aandacht hiervoor in het onderwijs.

Vorig jaar werd de TU/e al tweede in het universiteitsklassement van de Sustainabul, de nationale duurzaamheidsranking voor het Hoger Onderwijs. Voorzitter Jan Mengelers van het College van Bestuur van de TU/e is tevreden over de hogere plek in de ranking. "Het is prettig om bevestigd te zien dat onze investeringen vruchten afwerpen. We zijn deze weg ingeslagen om de campus en de universiteit groener, leefbaarder en duurzamer te maken. Dat doen we door fysiek te bouwen en herinrichten en via onderwijs en door onze beleidsmatige keuzes. Dan is het goed om - bijvoorbeeld door te participeren aan een dergelijke ranglijst - te checken of je op de juiste weg bent."


Duurzame Dates gewonnen door TCE Go Four

De winnaar van de Duurzame Dates Groningen 2015 is TCE Go Four uit Stadskanaal. Het bedrijf ontving in het provinciehuis de prijs uit handen van gedeputeerde en juryvoorzitter Yvonne van Mastrigt. TCE Go Four werd beloond voor de Bio Product Processor (BPP), die via enzymen bepaalde gewassen omzet in brandstof of voedingsstoffen. TCE Go Four won ook de publieksprijs.

TCE Go Four was een van de negen Groninger bedrijven die tijdens de Duurzame Dates in het provinciehuis hun ideeën lieten zien. Tijdens deze dag konden jury en publiek uitgebreid kennismaken met de verschillende ideeën voor het opwekken en besparen van energie. Het evenement was bedoeld voor innovatieve bedrijven om kennis te delen en inspiratie op te doen, zodat duurzame initiatieven verder ontwikkeld kunnen worden. Het was de eerste keer dat de Duurzame Dates werden gehouden. De organisatie was in handen van de provincie en het Instituut voor Natuureducatie en Duurzaamheid (IVN).

Bij het winnende concept van TCE GoFour gaat het om een goed doordacht proces, aldus het juryrapport. De Bio Product Processor is volgens de jury breed toepasbaar in het bedrijfsleven. Verder hoeft er bij de processor geen hoge waarde van oliehoudende gewassen (zoals koolzaad, hennep of soja) gebruikt te worden om toch een goede opbrengst te krijgen.

Juryvoorzitter Yvonne van Mastrigt roemde verder de grote variatie aan ideeën tijdens Duurzame Dates: "Het is een mooie mix tussen verrassende en nieuwe ideeën. Ideeën die nog ver van de markt staan, en ideeën die bijna kant-en-klaar lijken te zijn om geld en werk te genereren, en die bij kunnen dragen aan een meer duurzame economie".

Datacenter biedt klanten groene energie

Digital Realty, een leverancier van datacenter- en co-locatieoplossingen, introduceert Clean Start, een programma dat klanten toegang geeft tot groene energie. Klanten die een nieuw contract tekenen, ontvangen groene energie certificaten voor die hoeveelheid energie die zij verbruiken tijdens het eerste contractjaar binnen het datacenter.

Daartoe geeft Digital Realty zogeheten renewable energy certificates (RECs) uit, waarbij één REC staat voor een megawattuur (MWh) aan duurzame energie. Clean Start past binnen de bredere strategie van Digital Realty om duurzaamheid binnen datacenters te stimuleren. Dit jaar zal de organisatie nog meer programma’s introduceren die de gevolgen voor het milieu zo veel mogelijk beperken. 

Klanten van Digital Realty ontvangen automatisch de RECs tijdens het eerste contractjaar. Na het eerste jaar kiezen ze of ze door willen gaan met het programma.

donderdag 29 januari 2015

Gastles warmtenet Dordrecht voor leerlingen Davinci

De WKO-installatie (warmte-koudeopslag) op het Leerpark is sinds eind vorig jaar aangesloten op het warmtenet Dordrecht. Daarmee is een nieuwe mijlpaal bereikt bij de aanleg van het warmtenet. Om hierbij stil te staan overhandigde wethouder Van der Linden op 28 januari 2015 symbolisch een warmteleiding aan de vertegenwoordigers van Davinci en het Leerpark. Dat was tevens aanleiding voor een gastles duurzame energie voor zo’n 100-tal eerstejaars leerlingen Middenkader Engineering en Mechatronica van het Davinci College.

“Op het Leerpark zijn we blij met de aansluiting van de WKO op het warmtenet”, verwelkomde directeur Leerpark Rein Meester alle aanwezigen. “Het stelt ons in staat deze installatie verder te optimaliseren. Het biedt ook aanknopingspunten voor onze leerlingen om meer te weten te komen over duurzame energie en met name over warmte. We zijn dan ook blij dat HVC in de Duurzaamheidsfabriek hierover een gastles komt geven.”

“Het warmtenet Dordrecht is een uniek project”, aldus wethouder Rik Van der Linden. “Allereerst omwille van de samenwerking met Trivire, Woonbron, instellingen, bedrijfsleven en bewoners. Dat maakt de aanleg van het warmtenet mogelijk in nieuwe én bestaande gebouwen in Dordrecht. Bovendien worden de nieuwste technieken gebruikt bij de aanleg. Het is dan ook goed te vertellen wat de aanleg inhoudt en vooral waarom we het warmtenet aanleggen.”

De gastles werd verzorgd door Robert Crabbendam, manager Optimalisatie en Ontwikkeling bij HVC en engineer Bart van Walderveen, beiden betrokken bij de aanleg van het warmtenet Dordrecht. De leerlingen werden bijgepraat over duurzame energie en de (technische) aspecten die bij de aanleg van het warmtenet aan de orde komen. Ook de forse reductie van CO₂-uitstoot die dankzij het warmtenet kan worden gerealiseerd, werd toegelicht. Tot slot werden de leerlingen gewezen op vele interessante technische functies binnen de sector van duurzame energieopwekking.

Dordrecht wil nog duurzamer. Nu worden in Dordrecht nog te veel fossiele brandstoffen
gebruikt, terwijl lokaal duurzamere alternatieven beschikbaar zijn. Gemeente, woningcorporaties
Woonbron en Trivire en HVC zetten zich daarom samen in voor een collectief warmtenet
dat ongebruikte energie benut. Hierdoor kan een flinke hoeveelheid CO₂ gereduceerd worden.
Binnen enkele jaren wordt het warmtenet uiteindelijk zo’n zeventien kilometer lang en zal het zo’n 10.000 woningen en bedrijven van duurzame warmte voorzien. De reductie komt overeen met circa 6 miljoen liter benzine, goed voor gemiddeld 90 miljoen autokilometers of 220.000 m² aan zonnepanelen. Wie kiest voor een aansluiting op het warmtenet kan rekenen op een betrouwbare warmtebron en een marktconform tarief.

Puik stukje werk dankzij intense samenwerking SPIE, TenneT en Delta

Ingrijpende aanpassingen en uitbreidingswerkzaamheden hebben van station Rilland een 150kV station gemaakt. Na twee decennia dienst te hebben gedaan als 'klein aftak stationnetje' is dit station deze week als volwaardig dubbel rail station in bedrijf genomen.

Door de toename van met name de windopwekking in het gebied rondom het station, was het noodzakelijk om het station uit te breiden met twee extra transformatoren en moest één transformator vervangen worden door een zwaarder type. Tot vorig jaar was het station een aftakking op de lijnverbindingen tussen Woensdrecht en Goes de Poel, beide 150kV stations. De twee lijnverbindingen die over station Rilland gaan zijn geknipt en met alle vier de uiteinden op een geheel nieuw schakelveld gemonteerd.

SPIE was aannemer van dit project. Samen met Delta en TenneT heeft SPIE ervoor gezorgd dat station Rilland niet langer meer als 'stiefkindje' beschouwd wordt. Bouwleider van opdrachtgever TenneT noemt het "een puik stukje werk", dit mede omdat het station tijdens de verbouwing gewoon in bedrijf moest blijven.

Total Gas and Power Nederland mag elektriciteit leveren aan kleinverbruikers

Het bedrijf Total Gas and Power Nederland B.V. mag nu ook elektriciteit leveren aan kleinverbruikers. De Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft op 20 januari 2015 hiervoor een vergunning verleend. Het bedrijf leverde al gas aan kleinverbruikers. ACM vindt dat het bedrijf voldoende heeft aangetoond te voldoen aan de wettelijke vereisten die nodig zijn om energie aan kleinverbruikers te leveren. Een vergunning is alleen nodig voor de levering van energie aan kleinverbruikers.

Zonnepanelen leasen of kopen?

De zon leasen. Het kan. Wie de investering in zonnepanelen niet wil of kan doen, heeft ook alternatieven. Leaseconstructies zijn nog vrij nieuw. Collectief inkopen is ook een manier om tijd en geld te besparen.

Zonnepanelen zijn een rendabele investering. Op het dak van een doorsneewoning zijn 6 panelen gebruikelijk. Dat kost de consument ongeveer 2.900 euro. De jaarlijkse opbrengst is dan rond de 300 euro, wat betekent dat de terugverdientijd 11 jaar is.

Wie opziet tegen de investering kan ook leasen. De nieuwe aanbieder Big Solar biedt zonnepanelen aan in een pakket met energiezuinige led-lampen en een monitor die het verbruik toont. Volgens het bedrijf biedt de oplossing direct een besparing van zo’n 20 procent op de elektriciteitsrekening. Klanten betalen 40 tot 50 euro per maand en zouden per jaar tussen de 126 en 310 euro besparen. Big Solar begint in steden als Amsterdam en Utrecht. De rest van Nederland moet dit jaar volgen. Er zijn meer aanbieders van lease-concepten.

woensdag 28 januari 2015

Ruim 130.000 keer ingelogd op site energielabel

Sinds begin januari hebben meer dan 130.000 mensen (unieke personen) met hun DigiD ingelogd op de website van het energielabel. Tot nu toe zijn per post 1,5 miljoen voorlopige energielabels bezorgd bij huiseigenaren. De overige 3,5 miljoen volgen tot half februari. Bijna 22.000 mensen hebben inmiddels hun voorlopige energielabel omgezet in een definitief label. Sinds begin januari is er bijna 23.000 keer naar de helpdesk gebeld en ruim 4.400 keer gemaild.

Het voorlopige energielabel dat 5 miljoen huiseigenaren per post krijgen, geeft zo goed mogelijk een inschatting hoe zuinig hun huis is met gas, elektriciteit en warmte. Via internet is te zien welke maatregelen ze nog kunnen nemen om energie te besparen. Ook kunnen huiseigenaren hun voorlopige energielabel definitief maken. Maar dat is alleen verplicht bij verkoop of verhuur van een huis.

Het voorlopige label is gebaseerd op gegevens uit het Kadaster (type huis, grootte, bouwjaar) en op actuele gegevens van vergelijkbare huizen. Het label varieert van A (zeer zuinig) tot G (zeer onzuinig). De vergelijkbare huizen komen uit een onderzoek uit 2006 naar het huizenbestand in Nederland. Zo kan worden ingeschat dat bijvoorbeeld een vooroorlogs huis inmiddels niet meer is voorzien van een gashaard, en wel dubbel glas heeft in de woonkamer.

Een huiseigenaar kan zijn voorlopige energielabel via energielabelvoorwoningen actueel maken: invullen welke maatregelen inmiddels zijn getroffen die nog niet in het voorlopige label zijn verwerkt. Denk aan isolatie, een zuinige cv-ketel, dubbel glas, de warmwatervoorziening, de ventilatie en zonnepanelen. Na het invullen van actuele gegevens kan een huiseigenaar het voorlopige label officieel laten omzetten in een definitief label. Dat kan digitaal door bewijs als foto's en nota's te uploaden. Een zelfgekozen erkend deskundige beoordeelt dit. Via de website is het ook mogelijk te bekijken welke energiebesparende maatregelen mogelijk zijn. De stap naar officiële registratie is niet nodig als een huiseigenaar geen verkoopplannen heeft.

Planten bewaken de kwaliteit van gewassen rond afvalverbrandingsinstallaties

Sommige planten zijn erg gevoelig voor de luchtkwaliteit en reageren met zichtbare, soms specifiek toewijsbare, symptomen. Door deze in risicogebieden aan te planten is het mogelijk om daar de luchtkwaliteit te monitoren. Daarnaast nemen planten ook gassen en stof op, die na oogst nader kunnen worden geanalyseerd. Deze ‘biomonitoring’ is een krachtig instrument gebleken bij de bewaking rond onder andere afvalverbrandingsinstallaties. De resultaten van het onderzoek door wetenschappers van Wageningen UR zijn gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Chemosphere

Vanaf het midden van de jaren negentig zijn er in Nederland diverse afvalverbrandingsin­stallaties in gebruik genomen. Verbranding van huishoudelijk afval leidt tot uitstoot van potentieel toxische stoffen naar de lucht. De verbrandingsinstallaties moeten voldoen aan de meest strikte voorwaarden voor rookgasreiniging, maar toch blijft het publiek bezorgd over de mogelijke gevolgen van emissies naar de lucht op de menselijke gezondheid en het milieu.

Rond drie afvalverbrandingsinstallaties zijn biomonitoring programma's opgezet voor het vroegtijdig opsporen van mogelijke effecten van de uitstoot op de kwaliteit van gewassen en landbouwproducten. De meerjarige resultaten (2004-2013) laten zien dat er rond de installaties geen sprake is geweest van een potentieel risico met betrekking tot de consumptiekwaliteit van de onderzochte gewassen en producten. De concentraties aan zware metalen, PAK's en dioxines/PCB’s kwamen overeen met het achtergrondniveau.

Rond twee van de drie verbrandingsinstallaties werd vrijwel jaarlijks, met name de winterperiode, enkele overschrijdingen van de fluoride norm voor veevoer (gras) geconstateerd. Een causaal verband kon niet worden aangetoond, maar een bijdrage van de emissies aan de gevonden gehalten kon niet volledig worden uitgesloten. Met betrekking tot het risico voor vee waren de gevonden concentraties van weinig betekenis.

Het onderzoek heeft aangetoond dat biomonitoring een geschikt instrument is om effecten van emissies op gewassen te monitoren. Door de overwegend positieve resultaten (geen effect) hebben de programma’s ook bijgedragen aan een betere relatie tussen betrokken bedrijven en omgeving. Er is sprake van minder ongerustheid over mogelijke gezondheidsrisico’s.

Zo haal je meer rendement uit je spaargeld

De spaarrente staat met 1 à 1,5 procent op het laagste niveau van de afgelopen tien jaar. Volgens berekeningen van voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal is het juist nu lonend om te investeren in energiebesparing. Het rendement op woningisolatie is bijvoorbeeld vergelijkbaar met 7 tot 12 procent rente op een spaarrekening.

Investeren in energiebesparing loont. "Nu je geld besteden aan energiebesparing betekent dat je straks geld over houdt, omdat je dan minder energiekosten hebt", aldus Marlon Mintjes van Milieu Centraal. Spouwmuurisolatie levert het meeste op: evenveel als een fictieve spaarrekening met 12 procent. "Dit rendement is vele malen groter dan het rentepercentage van minder dan anderhalf procent die je bij de meeste banken in Nederland nu op je spaarrekening krijgt. Zelfs als de gasprijs de komende 25 jaar gelijk zou blijven, is het rendement van de investering in spouwmuurisolatie nog 9 procent en ligt het daarmee boven de huidige spaarrente." Spouwmuurisolatie kost voor een gemiddelde eengezinswoning ongeveer 2.000 euro. In het eerste jaar is de besparing op de energierekening zo'n 570 euro.

Ook investeringen in dak- en vloerisolatie en HR++ glas bieden fors hogere rendementen dan een spaarrekening. Zo levert dakisolatie bijvoorbeeld een rendement van 9 procent op, en HR++ glas 7 procent. Naast lagere energielasten levert isolatie bovendien meer comfort in huis en een beter milieu op.

Woningen die tussen 1920 en 1975 zijn gebouwd hebben bij de bouw geen spouwmuurisolatie gekregen. Naar schatting zijn er in Nederland nog één miljoen koopwoningen en 700.000 huurwoningen zonder geïsoleerde spouwmuur.

dinsdag 27 januari 2015

Energiebedrijf E.ON ontwikkelt zonnepanelenveld langs A28 bij Tynaarlo

Energiebedrijf E.ON realiseert op korte termijn binnen de gemeente Tynaarlo een zonnepanelenveld. Hier heeft het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Tynaarlo begin deze week toestemming voor gegeven. Er wordt binnenkort gestart met de verkoop van de ongeveer 180 zonnepanelen waarbij alle aangrenzende postcodes in aanmerking komen. Een uitkomst voor mensen die geen mogelijkheid hebben om zelf zonnepanelen op hun huis te leggen.

Het zonnepanelenveld wordt langs de A28 in de gemeente Tynaarlo gerealiseerd. De grond hiervoor wordt door de gemeente aan E.ON verpacht. Het energiebedrijf richt een coöperatie op waarvan inwoners met aangrenzende postcodes, lid kunnen worden. Dit zijn ongeveer 6.000 huishoudens die hierdoor de kans krijgen om te kunnen investeren in één of meerdere zonnepanelen en daarmee duurzame energie. De wethouder op het gebied van Duurzaamheid van de gemeente Tynaarlo, Theun Wijbenga is enthousiast over het plan: “Het is fantastisch dat E.ON onze inwoners deze kans biedt. We geven ze daarom dan ook graag de ruimte voor dit initiatief”.

Ook E.ON is blij met de kans die hen, door de samenwerking met de Gemeente Tynaarlo aan te gaan, wordt geboden.” Door gezamenlijk op te trekken met de gemeente maken we het mogelijk voor nabijwonende inwoners die niet in de mogelijkheid zijn om zonnepanelen op hun dak te leggen, dit alsnog te doen. Zo geven we iedereen de kans om duurzame energie op te wekken.” Aldus Roel Meijerink, Sales Director van E.ON Benelux.

Wanneer het project succesvol blijkt en er voldoende mensen meedoen in de eerste helft van dit jaar, wil E.ON het zonnepanelenveld graag verder uitbreiden. Daarvoor hebben het College van burgemeester en wethouders en E.ON een zuidelijker gelegen perceel op het oog waar maar liefst 4.400 panelen geplaatst kunnen worden. De gemeenteraad wordt op 12 februari gevraagd of ze hieraan mee wil werken.

Nieuwe Attero turbine afvalenergiecentrale Moerdijk

Attero gaat zijn afvalenergiecentrale Moerdijk voorzien van een nieuwe turbine voor de levering van duurzame energie. Het project bestaat uit de bouw van een stoomturbine en bijbehorende faciliteiten, zoals de koelwatervoorziening en aansluiting op het 150kV elektriciteitsnet. Het voorgenomen investeringsbesluit bedraagt meer dan 100 miljoen euro en ligt thans voor advies bij de OR. Het gaat om de AZN centrale in Moerdijk. Deze afvalenergiecentrale is voor 80 procent in handen van Attero en voor 20 procent in handen van het Belgische Indaver. De hoofdaannemer van dit project is Kraftanlagen München Gmbh, een dochter van het Zwitsers industrieel conglomeraat Alpiq.

De afvalenergiecentrale levert 450 ton stoom per uur en daarmee gaat Attero met de nieuwe turbine 123 MW output leveren. Attero verwacht direct na de zomer van 2015 te starten met de bouwwerkzaamheden en deze eind 2017 af te ronden.

Attero produceert sinds 1997 duurzame energie in zijn afvalenergiecentrale in Moerdijk. Het is een van de meest energie-efficiënte installaties binnen Europa waar restafval verwerkt wordt. Thans levert de energiecentrale stoom aan de naastgelegen RWE/Essent elektriciteitscentrale en aan Shell Chemie Moerdijk. Ook in de toekomst blijft het mogelijk stoom en warmte aan derden te leveren.

LDE-aansluiting definitief goedgekeurd

Vanaf 1 januari 2015 bestaat de LDE-aansluiting, een virtuele tweede aansluiting voor grootverbruik. Deze is bedoeld voor initiatieven die gebruikmaken van de regeling verlaagd tarief (ook wel postcoderoosregeling genoemd).

Tot voor kort was voor deze projecten een fysieke tweede aansluiting verplicht. Bij een virtuele aansluiting kan optimaal gebruik worden gemaakt van de bestaande aansluiting, wat een kostenbesparing van duizenden euro’s kan opleveren voor initiatieven die vallen onder de postcoderoosregeling.

Netbeheerder Liander is blij met deze afspraak, die door het ministerie van Financiën is vastgelegd in het Belastingplan 2015. Initiatiefnemers van lokale duurzame initiatieven kunnen hiermee aanzienlijke kosten besparen. Hier geldt de wettelijke verplichting van een tweede meter. Daarnaast moet de aansluit- en meetconfiguratie voldoen aan de wettelijke eis dat de opgewekte energie via een publieke leverancier aan het openbare net wordt geleverd. De kosten van een eventuele aanpassing aan de aansluit- en meetconfiguratie zijn afhankelijk van de bestaande situatie. Liander adviseert daarom om voorafgaand aan de realisatie en planning van een project contact op te nemen om samen de mogelijkheden te verkennen. U kunt hier kijken of Liander uw netbeheerder is.

Bij vier collectieven realiseert Liander op dit moment deze specifieke aansluiting, waarbij we verwachten dat in het eerste kwartaal tenminste de eerste aansluiting echt operationeel is. Doel daarbij is om alle operationele consequenties goed in beeld te krijgen en een standaard dienst aan te kunnen bieden aan alle collectieven in het Liander-werkgebied. De collectieven waar Liander mee samenwerkt in het kader van de LDE-aansluiting zijn: Vallei Energie (opweklocatie in Bennekom), EnergieRijk Voorst (opweklocatie in Twello), Energiek Alphen (opweklocatie Alphen aan de Rijn) en LochemEnergie (opwerklocatie in Lochem). Deze collectieven zijn al in een vergevorderd stadium om een postcoderoosproject te realiseren.

Delen

Twitter Delicious Facebook Digg Stumbleupon Favorites More