Reserveer nu de nieuwe Sony eReader

woensdag 10 februari 2016

Bijzondere rol voor elektrische auto’s voor stabiel elektriciteitsnet

TenneT en The New Motion gaan dit jaar duizenden elektrische auto’s inzetten om bij te dragen aan de stabiliteit van het elektriciteitsnet. De toename van elektriciteit uit duurzame bronnen als wind en zon zorgen ervoor dat er vaker moet worden bijgestuurd zodat het elektriciteitsnet in balans blijft. Tegelijkertijd vraagt de groei van groene stroom om nieuwe oplossingen om fluctuaties in het elektriciteitsnet op te kunnen vangen.

"Deze pilot past in de bredere strategie van TenneT om het elektriciteitssysteem voor te bereiden op de grotere hoeveelheid duurzaam opgewekte energie. In de komende jaren zal de opwek van duurzame elektriciteit een vlucht nemen en zullen er momenten komen waarop er nauwelijks meer centrales draaien. Juist dan is er flexibiliteit nodig om fluctuaties op te vangen. Partijen als The New Motion, die al die grote aantallen kleine vermogens in batterijen van elektrische auto's kunnen samenvoegen tot een volume dat een zinvolle bijdrage kan leveren aan de stabiliteit, spelen daarin in de visie van TenneT een belangrijke rol" aldus Ben Voorhorst, operationeel directeur van TenneT.

De stabiliteit van het net is belangrijk om storingen of uitval van elektriciteit te voorkomen. Het is de taak van TenneT te zorgen voor een stabiele frequentie van het elektriciteitsnet. Hiervoor moet het aanbod van elektriciteit exact overeenkomen met de vraag. Op elk moment, real time, moet ervoor gezorgd worden dat er geen overschotten of tekorten ontstaan. Op het moment dat vraag en aanbod uit balans dreigen te raken, zorgt TenneT ervoor dat centrales extra of juist minder elektriciteit leveren met zogenoemd primair reservevermogen. Elektrische auto's gaan deze taak deels overnemen.

“De doelstelling van The New Motion is om de transitie naar duurzame mobiliteit te versnellen. Met behulp van deze energiediensten voor berijders kunnen we elektrisch rijden nu nog aantrekkelijker maken. Ons netwerk is met 25.000 laadpunten het grootste in Europa, en we gaan aan de slag om deze nieuwe diensten zo spoedig mogelijk voor al onze klanten beschikbaar te maken. Hiermee komt de volledige potentie van elektrisch rijden tot zijn recht: de auto’s zijn zeer geschikt als buffer in het elektriciteitsnet om duurzaam opgewekte energie van wind en zon goed op te slaan” aldus Ritsaart van Montfrans, oprichter van The New Motion.

Voor The New Motion is het benutten van de flexibiliteit die elektrische auto's kunnen bieden aan het energiesysteem vanaf het eerste begin een onderdeel geweest van de visie. De auto is naast een vervoermiddel ook een opslagmiddel voor elektriciteit. Ieder laadpunt is daarom uitgerust met de mogelijkheid om de laadsnelheid geautomatiseerd, centraal aan te sturen. Hiervoor werkt The New Motion samen met Nuvve, een Amerikaans bedrijf dat deze technologie eerder al demonstreerde in de VS. De levering van frequentieondersteuning is een eerste stap. Als het gebruik van de slimme meter is doorgevoerd zijn er nog veel meer mogelijkheden.

Aa en Hunze wil hoger beroep tegen uitspraak windmolens

De gemeente Aa en Hunze wil in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechter over de plaatsing van windmolens. Dat meldt RTV Drenthe.

De gemeenten Aa en Hunze en Borger-Odoorn verloren een dezer dagen een kort geding dat ze hadden aangespannen tegen het Rijk over de plaatsing van windmolens. Als gevolg daarvan krijgt het Rijk en niet de provincie zeggenschap over waar windmolens komen te staan.

Minister Kamp zou onterecht gebruik hebben gemaakt van een rijkscoördinatieregeling voor grote projecten.

Eerste windmolens in Gemini-windpark

Deze week worden de eerste windmolens geplaatst van het windpark Gemini, 85 kilometer boven de Groningse kust. De funderingen waren vorig jaar al geplaatst vanuit de Eemshaven. Dat is sneller gegaan dan verwacht, weet RTV Noord.

Er worden in totaal 150 windmolens geplaatst die stroom leveren voor ongeveer anderhalf miljoen mensen. De totale kosten bedragen 2,8 miljard euro.

UHasselt SEE start nieuw postgraduaat Cleantech Management

Universiteit Hasselt School of Expert Education (UHasselt SEE) een nieuw postgraduaat Cleantech Management. “Milieuvriendelijke technologieën met betrekking tot energie, materialen, water en mobiliteit worden steeds belangrijker voor het bedrijfsleven”, zegt Tinne Lommelen, directeur van UHasselt SEE. “Veertien managers, consultants, bedrijfsleiders en beleidsmedewerkers maken in de opleiding kennis met de nieuwste technologieën, leren kritische keuzes maken op dit vlak en leren hoe ze deze keuzes succesvol implementeren in hun organisatie.”

De veertien deelnemers van het postgraduaat Cleantech Management leren in 26 donderdagavondsessies meer kennen, kunnen én doen met betrekking tot cleantech management. “In eerste instantie krijgen deze professionals een inzicht in de status, de ontwikkelingen en de vooruitzichten van de belangrijkste clean technologies,” licht dr. Tom Kuppens, academisch verantwoordelijke van het postgraduaat, toe. “Verder zet het postgraduaat hen ook aan tot rekenen. Vragen zoals ‘Wat is de economische impact van een groene investering voor mijn bedrijf? Vandaag en op lange termijn?’ komen aan bod.”

Cleantech Management wil de deelnemers aanzetten om gefundeerd de juiste afwegingen te maken. “Kiezen voor groene technologie doe je niet alleen. Medewerkers, klanten, aandeelhouders, buurtbewoners, overheid… Ze moeten allemaal mee zijn in dit verhaal om het te realiseren. Dat aspect krijgt aandacht in het laatste deel van de opleiding, dat afsluit tegen het einde van 2016”, zegt Tom Kuppens nog.

In de opleiding komen zowel theorie als praktijk aan bod. UHasselt SEE werkt daarvoor samen met collega-docenten van hogescholen PXL en UCLL, en met tal van praktijkexperten. Bovendien gaan er geregeld sessies buiten de universiteitsmuren door, te beginnen bij GreenVille in Houthalen.

Tinne Lommelen, directeur UHasselt SEE: “Duurzaamheid en cleantech management zijn speerpunten voor de UHasselt. In lijn met het SALK-actieplan willen we onze expertise verder verankeren in de regio. We zijn zeer tevreden dat we deze kennis breed gaan delen. Met deelnemers uit onder andere Eppegem, Heverlee en Willebroek, zullen cleantech oplossingen ook buiten Limburg het verschil gaan maken.”

Het postgraduaat Cleantech Management volgt op de lancering van de SYNTRA-opleiding CleantechConsultant, die in september 2015 startte. Met de lancering van de twee nieuwe opleidingen geeft CleanTechPunt (CTP) haar opleidingen CleanTechAmbassadeur en CleanTechConsulent door. “Deze programma’s zijn een belangrijke stap in de missie van CleanTechPunt om de mogelijkheden van clean technologies breder bekend te maken”, zegt Maurice Ballard, voorzitter van CTP.

EnTrance, the movie

Op 20 januari jl. is de film EnTranCe, the movie in première gegaan. Hoofdrolspelers in deze film zijn het onderwijs, het bedrijfsleven en het eiland Ameland. De film toont op unieke wijze de noodzakelijke samenwerking van de partijen om de energietransitie mogelijk te maken.

dinsdag 9 februari 2016

Studie CE Delft: bijstook biomassa in kolencentrales overbodig voor energieakkoord

In het Energieakkoord spraken de ondertekenaars af dat er 14% hernieuwbare energie moet zijn gerealiseerd in Nederland in 2020. Naast de inzet van energie uit zon, wind, bodem en water is ook afgesproken dat er maximaal 25 PJ aan de 14%-doelstelling mag worden bijgedragen door de inzet bij- en meestook van biomassa (BMS) in kolencentrales.

Recentelijk zijn verschillende moties aangenomen die kunnen leiden tot de sluiting op korte termijn van de laatste vijf kolencentrales in Nederland. Er is dan ook geen capaciteit meer om biomassa mee te stoken. Tegen deze achtergrond hebben Natuur & Milieu en energieonderneming Eneco CE Delft opdracht gegeven om:
•te onderzoeken of er alternatieven zijn voor de meestook van biomassa die nog niet zijn afgesproken in het Energieakkoord;
•wat de subsidiekosten en overige effecten van deze alternatieven zijn voor Nederland.

CE Delft vergelijkt twee alternatieven voor het bijstoken van biomassa in kolencentrales:

1. wind op zee, zonne-energie, biostoom en biowarmte. Dit bespaart 600 miljoen euro.

2. het ombouwen van een kolencentrale tot biomassacentrale. Dit kost 900 miljoen euro extra.

Op basis van de studie van CE Delft kan worden geconcludeerd dat biomassa bijstook in kolencentrales niet nodig is om de doelstelling van 14% duurzame energie in 2020 te halen. Een pakket met wind op zee, zonne-energie en biowarmte vormt een uitstekend alternatief voor het halen van de 14%-doelstelling in 2020. Dit pakket is 600 miljoen euro goedkoper, levert drie keer zoveel banen op in Nederland en zorgt voor een lagere energierekening ten opzichte van bijstook biomassa. Het alternatief leidt ook tot vier keer meer economische toegevoegde waarde voor Nederland dan het bijstoken van biomassa in kolencentrales.

Het tweede alternatief, ombouwen van een kolencentrale tot biomassacentrale, is minder aantrekkelijk. Dit alternatief is juist duurder dan het huidige voorstel, levert minder banen op en heeft een negatief effect op de energietransitie. Met dit tweede alternatief is het echter ook mogelijk om de 14% doelstelling uit het energieakkoord te behalen

Ex-directeuren Rendo voor de strafrechter

Ex-directeur Stéphan V. van de regionale netbeheerder Rendo in Meppel moet half april voor de strafrechter in Groningen verschijnen. Dat meldt RTV Drenthe. De man werd in december 2012 aangehouden op verdenking van fraude bij de bouw van een energiecentrale in Steenwijk.

Twee mededirecteuren werden wegens medeplichtigheid ontslagen. Het energiebedrijf stelt 29 miljoen euro schade te hebben geleden door de fraude.

Gemaal gaat pas draaien als energieprijs laag is

Op 3 februari hebben het Beatrix-gemaal in Schermerhorn en het gemaal de Waakzaamheid in Kolhorn de primeur. Ze worden dan – rekening houdend met het waterpeil en de regenverwachting - 'aan' gezet zodra de energieprijs aantrekkelijk laag is. Deze flexibele aansturing van gemalen zorgt niet alleen voor lagere energiekosten (naar verwachting zo’n 20%), maar speelt ook in op de snelle groei van wind- en zonne-energie.

De energiemarkt verandert in een hoog tempo. De transformatie voltrekt zich van een centrale energieproductie door kolen- en gascentrales naar een decentrale opwek van duurzame energie. Voor een waterschap als Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK), een grootverbruiker met veel elektrische gemalen, is het duurzaam en voordelig om te pompen als het waait. Maar de wind waait niet altijd en ook de opbrengst van zonnepanelen varieert van uur tot uur. Deze onvoorspelbaarheid in combinatie met het nauwelijks kunnen opslaan van energie, zorgt voor een mismatch tussen vraag en aanbod en creëert daarmee onbalans in het energienetwerk.

HHNK, Nelen & Schuurmans en Eneco maken nu gebruik van deze onbalans door in te spelen op de fluctuaties in vraag en aanbod. Het is een win-win situatie: Eneco realiseert hiermee meer balans in het energienetwerk door de opgewekte duurzame energie te kunnen afzetten. Daarnaast biedt flexsturing kostenvoordelen voor HHNK: gemalen worden in- of uitgeschakeld afhankelijk van de energieprijs. Met het oog op de veiligheid is er een logisch voorbehoud: als het waterpeil het kritische maximum bereikt gaan de pompen aan. Goedkope stroom of niet.

HHNK verbruikt jaarlijks bijna 30 miljoen kWh aan energie voor het peilbeheer. Dit is gelijk aan het energieverbruik van 8000 huishoudens. HHNK heeft meerdere grotere gemalen, die geschikt zijn voor flexibele aansturing. De aansturing van de gemalen gebeurt met speciale software van Ingenieurs- en adviesbureau Nelen & Schuurmans. Deze software communiceert op haar beurt met het handelsplatform van Eneco-dochter AgroEnergy. Dit platform stelt met behulp van geavanceerde rekenmodellen elke dag de meest optimale APX-biedingen vast voor hun klantenkring, die voornamelijk bestaat uit energie-intensieve tuindersbedrijven.

Bedrijven ‘vergeten’ materiaalkunde in ontwerpfase

Of een windmolen op land staat of in het zoute zeewater maakt een groot verschil voor het materiaal. En dat geldt ook voor de temperatuur of samenstelling van biogassen in een opslagvat. Een slimme materiaalkeuze is dus essentieel voor het slagen van energie-innovaties. ECN test materialen en adviseert bedrijven hierover o.a. bij energie uit wind, zon en biomassa. Onze tip: maak materiaalkeuze een onderdeel van de ontwerpfase.

“Vaak wordt alleen de mechanische sterkte van een materiaal onderzocht en vergeet men dat de sterkte drastisch kan verminderen door bijvoorbeeld corrosie”, vertelt Gertjan Herder, research engineer bij ECN. “De kosten voor onderhoud of vervanging van materialen lopen hierdoor enorm op. Om over gevaarlijke situaties nog maar te zwijgen. Iedereen heeft ermee te maken. Wacht dus niet af tot er schade ontstaat, maar maak weloverwogen keuzes in het beginstadium.“

Hoge temperaturen, hoge druk of corrosieve gassen en vloeistoffen. In het laboratorium van ECN in Petten is alle apparatuur aanwezig om extreme omstandigheden na te bootsen. “We kunnen op materialen bijvoorbeeld corrosieve gassen loslaten, zoals ammoniak, tot een druk van 6 bar of een temperatuur tot 800°C. We gebruiken diverse elektrochemische methodieken om het corrosieproces te versnellen. Het mooie is dat we veel kennis in huis hebben van materialen, metalen en legeringen in het bijzonder. Experimenten doen en advies geven zit ons als toegepast onderzoeksinstituut in de genen.”

Het blijft niet bij onderzoek en analyse. ECN geeft ook advies voor alternatieve materialen. Een mooi voorbeeld is dat van een fabrikant in de textielindustrie. Gertjan Herder: “Hij belde op omdat hij een opslagtank over had en deze wilde hergebruiken voor opslag van organische zuren. Wij hebben gekeken naar de beste toepassing voor het materiaal door middel van corrosietesten. De tank had geen waarde meer voor de klant, maar in samenspraak met de klant heeft nu een nieuwe bestemming gekregen.”

Benieuwd hoe wij u kunnen helpen bij de selectie van of onderzoek naar materialen? Neem dan vrijblijvend contact op met Gertjan Herder van ECN. U kunt ook meer informatie over onze dienstverlening op het gebied van materialenonderzoek vinden op de expertisepagina.

maandag 8 februari 2016

VNPI benoemt nieuwe directeur

Het Algemeen Bestuur van de Vereniging Nederlandse Petroleum Industrie (VNPI) heeft Erik Klooster (39) per 1 april 2016 benoemd tot directeur van de vereniging. Klooster volgt Margaret Hill op die deze functie sinds april 2011 heeft bekleed.

Klooster is sinds 2013 hoofd Government Affairs voor BP Nederland. Hij begon zijn loopbaan in de energiesector bij E.On Benelux. Daar voor werkte hij bij ACM alsook in de Tweede Kamer.

Het VNPI-bestuur is Margaret Hill erkentelijk voor haar inspanningen voor de olie sector in Nederland. Hill heeft met veel kennis en inzet de sector vertegenwoordigd in zulke uiteenlopende zaken als het Convenant Haventarieven voor ruwe olie en de totstandkoming van het Handboek Milieu en Techniek voor tankstations. Tevens vertegenwoordigde zij de sector in het Algemeen Bestuur van VNO-NCW.

Met de benoeming van Klooster tot directeur wil de VNPI de door Hill ingeslagen weg vervolgen en de belangrijke rol van fossiele brandstoffen en de productie ervan breder erkend krijgen. Fossiele brandstoffen zullen nog lange tijd een belangrijke plek innemen in de energiemix. Door middel van efficiëntere motoren en hybride auto's kan de CO2 uitstoot significant verminderd worden. De Europese raffinagesector heeft het echter moeilijk en kampt onder meer met overcapaciteit. Het is daarom belangrijk dat de Nederlandse raffinaderijen concurrerend kunnen blijven en regelgeving een gelijk speelveld ten opzichte van het buitenland verzekert.

'Het is oorlog in de Veenkoloniën!'

Het is oorlog in de Veenkoloniën. Dat zei Jan Nieboer van Platform Storm afgelopen zaterdag in het programma RTVS-Actua van RTV Stadskanaal. Hij doelde op de groeiende spanning tussen de 'windboeren' en de lokale bevolking.

De boeren zijn volgens Nieboer verblind door geldzucht. Een windmolen brengt per stuk minstens 36.000 euro per jaar op. Door de weerstand en de protesten van de bevolking zien de boeren echter hun kansen op deze inkomstenbron slinken. Men wil koste wat het kost zijn zin doordrijven. De bevolking daarentegen begrijpt niet waarom de boeren over de rug van de inwoners een sloot geld aan de windmolens moeten verdienen.

Eneco blij met motie Vos-Van Tongeren

Eneco zegt blij te zijn met de aangenomen motie Vos-Van Tongeren die het Kabinet verzoekt om nu geen vier miljard subsidie in kolencentrales te verbranden door bij- en meestook in kolencentrales te faciliteren. Bij- en meestook levert geen bijdrage op aan de Nederlandse economie of aan de energietransitie. Het is volgens Eneco een verstandig besluit van de Tweede Kamer om eerst na te gaan wat het uitfaseringsplan van alle kolencentrales in Nederland gaat betekenen.

De motie Vos-Van Tongeren is niet in strijd met het Energieakkoord omdat er ook volgend jaar nog voldoende tijd is om met biomassa of op een alternatieve manier de 14 procent duurzame doelstelling te halen. Bovendien is in het Energieakkoord afgesproken dat in 2016 plaats is voor een officiële evaluatie. Deze motie past hierbij.

Zonne-energie binnen enkele jaren via het raam

Zonne-energie opwekken wordt in Nederland steeds populairder; tussen 2000 en 2014 is het aantal zonnepanelen volgens cijfers van het CBS ruim honderd maal groter geworden. Op veel Nederlandse daken is het welbekende blauwgekleurde zonnepaneel al te zien. Als de technologie echter doorzet, wordt zonne-energie binnenkort onzichtbaar: volledig transparante ramen met zonnecellen zijn namelijk de toekomst. Glas.nl zocht uit hoe nabij deze technologie al is.

De uitvinding komt van de Universiteit van Michigan. Een van de uitvinders van het zonneglas, Richard Lunt, bedacht dat ramen vaak een enorm groot deel van gebouwen in beslag nemen, en dus een groter oppervlak vormen dan de daken waarop nu meestal de zonnecellen geplaatst worden. Dat maakt de nieuwe, transparante zonneceltechnologie veelbelovend. Ook is er voor deze nieuwe technologie een veel kleiner aantal zonnecellen nodig. Deze bevinden zich namelijk alleen aan de randen van het glas.

De toepassing van het zonnecelglas is breed: grote kantoorpanden, maar ook elektrische apparaten zouden er baat bij kunnen hebben. De efficiëntie van de raamzonnecellen laat op dit moment nog wel wat te wensen over: "Het rendement van dit soort ramen zal rond de één tot twee procent liggen. Het recordrendement voor de zogenaamde 'rode ramen' is zeven procent. Gewone zonnepanelen hebben een rendement van 15 tot 18%," aldus Wilfried van Sark, zonne-energieonderzoeker aan de Universiteit Utrecht.

Vergeleken met reguliere zonnecellen, is het zonnecelraam dus nog een stuk minder efficiënt. Wetenschappers zijn hard aan de slag om deze te verbeteren, zodat wellicht over enkele jaren de eerste grote gebouwen over de technologie zullen beschikken. "In Nederland is een start-up actief, en is een aantal universitaire groepen ermee bezig," zo geeft Van Sark aan.