Reserveer nu de nieuwe Sony eReader

zaterdag 24 september 2016

STORM halverwege 80-daagse wereldreis op elektrische motor

De 23 studenten van team STORM die in 80 dagen de wereld rondreizen op hun zelfontwikkelde elektrische motor zijn halverwege. Na ruim 10.000 kilometer te hebben afgelegd is het team volgens schema aanbeland in Nanjing in China. Tijdens de rondreis, waarmee de studenten de potentie van elektrisch vervoer willen aantonen, beleven ze de nodige avonturen: technische problemen, een presidentieel overlijden en zelfs een kleine botsing.

Na een spectaculaire start in Eindhoven, waarbij het team werd uitgezwaaid door onder meer ambassadeurs Jan Peter Balkenende en Rick Nieman, ging het vrij snel mis. Op de tweede dag, op weg naar Wenen, viel de motor uit. Een complete dag was nodig om de benodigde reparaties aan de motor te doen, maar in de dagen erna kon het team deze vertraging weer goed maken. Na tussenstops in Roemenië, Bulgarije en Turkije, vervolgden ze hun avontuur in Centraal-Azië.

In Iran kregen de studenten te maken met extreme hitte, slechte wegen en chaotisch verkeer. De schrik sloeg hen om het hart toen de motor in aanraking kwam met een lokale taxi. Gelukkig kon zonder al te grote schade de weg vervolgd worden richting Oezbekistan. Daar viel hun aankomst samen met het overlijden van president Islam Karimov. Vanwege de afgekondigde nationale rouw waren de geplande evenementen en locaties niet toegankelijk en zagen de studenten zich genoodzaakt het land snel te verlaten.

De motor rijdt intussen al ruim een week door China, waar het team morgen verwacht aan te komen in Shanghai. Vervolgens is het zaak om de batterijen op transport te zetten naar Seattle, zodat STORM haar wereldreis kan vervolgen in de Verenigde Staten. Op woensdag 2 november verwachten de studenten, tachtig dagen na hun vertrek, terug te keren in Eindhoven.

Spectaculair transport van loodzware transformator naar Breukelen

Dit weekend voert Mamoet in opdracht van TenneT een groot transport uit van een transformator via het Amsterdam-Rijnkanaal richting de A2.

Omdat de transformator ongeveer 6 meter hoog, 3,5 meter breed en 10 meter lang is en circa 325.000 kilo weegt, betreft het hier een groot transport. Hierbij wordt de transformator, eerst door een enorme kraan van het schip over de spoorlijn (Amsterdam-Utrecht) gehesen om vervolgens op een speciaal transport vervoerd te worden tot Shell station Ruwiel langs de A2.

In de nacht van 8 op 9 oktober as. gaat het transport verder over de A2 naar het in aanbouw zijnde hoogspanningsstation Breukelen-Kortrijk. Aangekomen bij station Breukelen-Kortrijk gaat de transformator over een speciaal aangelegde hellingbaan naar de eindbestemming.

vrijdag 23 september 2016

Aardgasproductie in Groningen verlaagd

De ministerraad heeft op voorstel van minister Kamp van Economische Zaken besloten over het definitief instemmingsbesluit gaswinning uit het Groningenveld. Met dit besluit wordt het winningsniveau voor de komende jaren vastgesteld en neemt het kabinet extra maatregelen om de veiligheid in Groningen te vergroten en de schade te verminderen.

De komende vijf jaar wordt de gaswinning uit het Groningenveld beperkt tot 24 miljard kubieke meter per jaar. Enkel in koude winters en voor zover strikt noodzakelijk mag extra gas worden geproduceerd. Er wordt gestreefd naar een zo vlak mogelijke winning met zo min mogelijk fluctuaties. In 2021 komt er een nieuw instemmingsbesluit. Bij een jaarlijks ijkmoment kan blijken dat nieuw verworven kennis of verandering van feiten en omstandigheden, aanleiding geven om aanpassing van het instemmingsbesluit te overwegen. Het inspectieprogramma van de Nationaal Coördinator Groningen wordt onverminderd voortgezet.

Het kabinet baseert dit instemmingsbesluit op adviezen van Staatstoezicht op de Mijnen (SodM), de Mijnraad, de Technische Commissie Bodembeweging, en de analyse van GTS. Daarnaast is rekening gehouden met adviezen van provincies, gemeenten en waterschappen, zienswijzen die zijn ingediend en het overleg met de Tweede Kamer.

Minister Kamp: “Voor het kabinet is de veiligheid van de inwoners van Groningen leidend bij het nemen van besluiten over de gaswinning. De aanpak van het kabinet was er de afgelopen jaren op gericht om de veiligheidsrisico’s en de schade voor de Groningers zoveel mogelijk te beperken. Inmiddels is het aantal bevingen en de zwaarte ervan significant gedaald. Met dit besluit verminderen we de gaswinning tot 24 miljard kubieke meter: een halvering sinds 2012. Daarnaast wordt de schadeafhandeling verder verbeterd, de benodigde versterking van gebouwen uitgevoerd en de maatregelen ter versterking van de regio voortgezet. Het kabinet werkt zo aan het herstel van vertrouwen van Groningers.”

Naast de inbreng van diverse adviesorganen en experts, zijn ook de inbreng van gemeenten, provincies en de zienswijzen van betrokken mensen en organisaties meegenomen in het definitieve instemmingsbesluit over de gaswinning in Groningen voor de komende vijf jaar. In totaal werden 5530 zienswijzen ingediend, waarvan 252 unieke zienswijzen en 29 reacties van overheden.

Met de regio zal de komende maanden worden overlegd over hun betrokkenheid bij de jaarlijkse ijkmomenten. Vast staat dat NAM voor 1 oktober 2020 een nieuw winningsplan moet indienen, zodat per 1 oktober 2021 een nieuw besluit kan ingaan.

Het definitieve instemmingsbesluit over gaswinning in Groningen met daarbij een reactie op de zienswijzen ligt vanaf 30 september 2016 zes weken ter inzage. Tegen het definitieve instemmingsbesluit kan beroep worden ingesteld bij de Raad van State.


Han Fennema nieuwe voorzitter Nederlandse gasvereniging KVGN

Han Fennema, CEO van infrastructuurbedrijf Gasunie, is benoemd tot voorzitter van het bestuur van KVGN, de Nederlandse branchevereniging voor spelers in de gaswereld zoals producenten, leveranciers, bestuurders en beleidsmakers. Fennema neemt het voorzitterschap over van Gertjan Lankhorst, CEO van GasTerra, die sinds 2012 voorzitter was en wiens bestuurstermijn deze maand afliep.

Fennema: “De energievoorziening in Nederland verandert. Als gassector zijn we bezig om samen met andere betrokkenen onze rol in de energietransitie vorm te geven. We zien het als onze verantwoordelijkheid om samen met anderen de overgang naar een CO2-vrije energievoorziening mogelijk te maken. We willen samen met de overheid bekijken hoe we ook de beschikbare gasreserves en de bestaande infrastructuur hiervoor het beste kunnen inzetten. De gassector wil een open gesprekspartner zijn op basis van een nieuwe visie waarin aardgas een maatwerk-rol heeft in een gevarieerd samengesteld energiesysteem. We noemen dat: ‘gas-op-maat’, waarbij aardgas flexibel wordt ingezet op plekken waar geen duurzame alternatieven zijn. Tegelijkertijd groeit de inzet van groen gas.  De gassector werkt aan concrete plannen die bijdragen aan een schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening. Samen met stakeholders willen we deze verder uitwerken en uitvoeren. Ik ben er trots op dat ik als voorzitter van een actieve, zich vernieuwende KVGN aan dit transitieproces kan bijdragen.”

Havenbedrijf Amsterdam: 'Scheepvaart kan schoner'

Havenbedrijf Amsterdam is samen met GoodFuels Marine een pilot gestart voor het gebruik van duurzame biobrandstof voor haar eigen vloot. Bij succes zal de hele vloot van het havenbedrijf op deze brandstof gaan varen. Dit zou dan een reductie van 14% op onze eigen CO2 voetafdruk opleveren.

Met dit initiatief zet het havenbedrijf zich in voor een verlaging van haar CO2 voetafdruk. Deze wordt voor circa 50% bepaald door het dieselverbruik van de patrouillevaartuigen. Hiermee neemt ze haar verantwoordelijkheid door het goede voorbeeld te geven door schone scheepvaart te stimuleren. Biobrandstoffen zijn brandstoffen die niet afkomstig zijn van fossiele bronnen zoals olie en gas. Deze brandstoffen worden bij GoodFuels alleen gemaakt van duurzame afvalstromen.

Deze pilot draagt bij aan de verduurzaming van de Amsterdamse haven. Andere initiatieven op dit gebied zijn uitbreiding van het aantal walstroompunten en LNG bunkerfaciliteiten, investeringen in zonne- en windenergie en werkt Havenbedrijf Amsterdam actief aan een verlaging van overlast door de plaatsing van geurdetectoren (eNose) en de isolatie van woningen.

Marleen van de Kerkhof, havenmeester Havenbedrijf Amsterdam: "De impact van de scheepvaart op het klimaat en de omgeving wordt een steeds belangrijker discussiepunt. De scheepvaart kan schoner. Daaraan willen wij graag bijdragen. Daarbij zorgt het gebruik van biobrandstoffen voor een belangrijke stap in de verduurzaming van onze operatie."

Doryan Daamen, Commercial Director Marine GoodFuels: "Havenbedrijf Amsterdam heeft ons vanaf het eerste begin gesteund met het ontwikkelen van de markt voor duurzame marine fuel. Wij zijn daarom zeer verheugd over deze stap van het havenbedrijf om deze brandstof nu ook zelf te gaan gebruiken. Op de korte termijn worden onze brandstoffen nog van afgewerkt frituurvet gemaakt. We zijn samen met het havenbedrijf hard bezig om biobrandstoffen van nieuwe rest- en afvalstromen te ontwikkelen die schaalbaar zijn."

Voor deze pilot is gekozen voor een gehydrogeneerde marine biofuel. Door het gebruik van schoon waterstofgas bij de productie zijn alle onzuiverheden uit de grondstoffen gekraakt. Hierdoor blijft kwalitatieve hele hoogwaardige biobrandstof over. De pilot duurt circa 4 maanden.

TNO gaat emissies binnenvaart meten

De langdurig opgebouwde kennis van de uitstoot van schadelijke stoffen door voertuigen op de weg zet TNO nu in voor de binnenvaart. In de vandaag ondertekende Green Deal Emissies Binnenvaart is afgesproken dat TNO de uitstoot aan boord van schepen in de praktijk gaat meten met een speciaal voor dit doel ontwikkeld apparaat.
Inzicht in de daadwerkelijke emissies is van belang omdat de binnenvaart de komende jaren met steeds strengere milieuvoorschriften te maken krijgt.
De stap van de weg naar rivier en later ook zee past in de ambitie van TNO om via innovaties schoon, zuinig en duurzaam varen te realiseren. TNO heeft een methode en apparatuur ontwikkeld om praktijkemissies inzichtelijk te maken. Handhavende organisaties kunnen op basis van die gegevens controleren of de schepen aan de vereiste emissielimieten voldoen. En binnenvaartschippers kunnen hiermee inschatten welke maatregelen zij moeten nemen als ze nog niet aan de eisen voldoen.

Het door TNO eerder voor het wegverkeer ontwikkelde apparaat, Smart Emission Measurement System (SEMS), komt aan boord van zes tot acht schepen. Een half jaar lang wordt daarmee de daadwerkelijke uitstoot van NOx en CO2 gemeten, evenals het brandstofverbruik. Schippers krijgen zo inzicht in hun vaarprofiel en TNO kan hen op basis van de meetgegevens adviseren met welke maatregelen zij uitstoot en verbruik kunnen terugdringen. Ook gebruikt TNO de data voor het ontwikkelen van een online tool die schippers tijdens het varen adviseert hoe dit schoner en zuiniger kan.

De metingen doet TNO onder de vlag van het EU Horizon 2020 project PROMINENT (Promoting Innovation in the Inland Waterways Transport Sector), waarin het in een consortium met bedrijven, organisaties en kennisinstellingen uit verschillende landen samenwerkt. De resultaten van het project deelt TNO met het ministerie van IenM en de partners in de Green Deal. In PROMINENT ontwikkelt en beoordeelt TNO verder procedures voor het certificeren van emissie-eisen en doet het aanbevelingen voor Europese regelgeving voor emissies van zowel nieuwe motoren als aanpassingen aan bestaande schepen. Daarbij houdt TNO rekening met zowel de belangen van de schippers als de wetgever en handhavers.

Voor het schoon en zuinig maken van de binnenvaart zet TNO in op verschillende fronten: ontwikkeling van technologieën om de uitstoot te verlagen zoals uitlaatgas nabehandeling, LNG (vloeibaar aardgas) als brandstof, schonere diesel, slimme energiesystemen, aanpassingen in de aandrijflijn en het scheepsontwerp.

donderdag 22 september 2016

Actievoerders klimmen over hek van gaslocatie

Actievoerders hebben vandaag op de gaswinningslocatie van de NAM spandoeken uitgerold. Ze protesteerden tegen het nieuwe gasbesluit van minister Kamp. In dit besluit wordt de gaswinning voor de komende vijf jaar vastgelegd op het onveilige niveau van 24 miljard kuub per jaar.

Een groep van twintig Groningers en actievoerders van Milieudefensienzijn met ladders over het hek van de NAM-locatie geklommen. Op hun spandoeken staat de slogan: ‘Samen gas terug’. Zij vinden dat de gaskraan veel sneller en veel verder dicht moet, zodat de aardbevingen afnemen en Nederland zo snel mogelijk fossielvrij wordt.

Na ruim twee uur heeft de politie de actievoerders van het terrein gesleept. Hierbij zijn geen arrestaties verricht. Deze actie is een opmaat naar meer protest, zoals de actie ‘Laat de NAM beven’ op 24 september 2016 bij het NAM hoofdkantoor in Assen. De Coalitie Gasverzet Groningen organiseert een protest waarbij aanwezigen massaal zullen springen, om zo een aardbeving te veroorzaken en de NAM laten voelen wat veel Groningers al jaren meemaken.

DELTA heeft onverminderd last van slechte energiemarkt

Het resultaat van de DELTA Groep over het eerste half jaar 2016 wordt sterk bepaald door mutaties in de voorziening voor de Gasflexportfolio. Zonder die mutaties in de voorziening bedraagt het nettoresultaat 5,3 miljoen euro (2015: 36,8 mln).

In het eerste halfjaar realiseerde DELTA een omzet van 448,4 miljoen, een daling van 25,9 procent ten opzichte van vorig jaar.

DELTA Netwerk Groep is vanwege de op handen zijnde splitsing niet begrepen in deze omzetcijfers. Het nettoresultaat over de eerste zes maanden van 2016 bedraagt inclusief de mutatie in de voorziening Gasflexportfolio 81,3 miljoen.

DELTA groep als geheel lijdt onder de situatie van de slechte marktomstandigheden op de eigen energiemarkt en de verlieslatende centrales (Sloecentrale en EPZ).

De negatieve ontwikkelingen op de energiemarkt hebben een sterk effect op de kasstroom. De afgelopen zes maanden was de kasstroom 26,6 miljoen negatief. In de laatste twaalf maanden daalde het saldo kasmiddelen met 151,2 miljoen. Door deze grote liquiditeitsbewegingen en de risico’s die dit mee zich meebrengen is het noodzakelijk om door te gaan met het ingrijpende herstructureringsproces waar DELTA in zit.

Stedin internationaal uitgeroepen tot sterkste energiemerk

Stedin is dinsdagavond tijdens de Energy Branding Conference in Reykjavik uitgeroepen tot het sterkste energiemerk van de wereld. De netbeheerder kreeg deze titel in de categorie 'energietransporteur en -distributeur'. Stedin ontving de prijs uit handen van de IJslandse minister van Industrie en Handel Elin Ragnheidur Arnadottir.

Stedin was samen met de Nederlandse netbeheerder TenneT, het Finse Fingrid en Wellington Energy uit Nieuw-Zeeland genomineerd. Een jury van energie-experts, marketeers en consultants boog zich over de deelnemers en koos Stedin als beste merk. De jury kwam unaniem tot deze conclusie vanwege Stedins duidelijke positie naar de toekomst, waarin zij de klant zien als partner in de energietransitie. De jury prees de vertaling hiervan in een sterk merk, niet alleen voor de eigen organisatie, maar ook voor klanten, partners en belanghebbenden.

Samenwerking Enexis en Enedis om de energietransitie te versnellen

Het smart grid project Interflex, dat geleid wordt door het Franse Enedis (voorheen ERDF) is samen met 6 andere projecten geselecteerd voor het Horizon 2020 (H2020) programma van de Europese Commissie. Enexis leidt het programma in Nederland met verschillende pilots op bedrijventerrein Strijp in Eindhoven. Met het Interflex programma krijgen de DSO’s (netbeheerders) de mogelijkheid hun rol als leiders van de digitale revolutie in de elektriciteitsnetten te versterken. Deze week is in Eindhoven de officiële start van Interflex in aanwezigheid van Christian Buchel, Deputy-CEO van Enedis, CEO Peter Vermaat en directeur Asset Management  Jan Peters van Enexis en wethouder Mary-Ann Schreurs van Eindhoven (Innovatie en Design, Duurzaamheid en Cultuur).​

De oproep van de Europese Commissie voor H2020 heeft geleid tot de inzending van 28 voorstellen waaruit een keuze gemaakt moest worden. Enedis heeft vier Europese DSO’s weten samen te brengen voor het Interflex project:  Enexis in Nederland, CEZ Distribuce in Czech Republic, Eon in Sweden en Avacon in Duitsland. Voor dit demonstratieproject zullen 15 gespecialiseerde technologische partners (zoals TNO in Nederland) samenwerken. Dat maakt het mogelijk te testen vanuit verschillende innovatieve invalshoeken.

Inmiddels zijn 95 procent van alle hernieuwbare energiebronnen met het elektriciteitsnet verbonden. Overheden in Europa geven de komende decennia grote prioriteit aan miljoenen oplaadpunten en –stations voor het groeiende elektrisch vervoer. Gedrag van consumenten en technologie veranderen snel. In deze context moet het elektriciteitsnet kunnen rekenen op een systeem dat lokale behoeften en ontwikkelingen centraal stelt.

Interflex heeft tot doel om in Eindhoven en elders in Europa de volgende generatie slimme netwerken te ontwikkelen om daarmee de energietransitie te versnellen.  

De pilots in Eindhoven, die door Enexis worden geleid, vinden plaats op bedrijventerrein Strijp. Hier zullen alle elementen van het smart grid worden getest, het is de combinatie van lokale opslag, EV, slim laden, slimme meters en distributie automatisering. Samen met ElaadNL is Enexis de leidende partner voor de ontwikkeling van smart charging in Europa (Enexis ontwikkelde een laadprotocol dat de norm in Europa is geworden). 

Voor het project werkt Enexis nauw samen met ElaadNL, TNO en de Gemeente Eindhoven.

Enexis heeft bij de start de aanpak voor het project gedemonstreerd, samen met partners ElaadNL, TNO en de Gemeente Eindhoven. ElaadNL en TNO zullen in Interflex een technologisch smart grid platform uitbouwen met open interfaces waardoor er een flexibel elektriciteitsnet kan ontstaan gebaseerd op nieuwe bedrijfsmodellen.  

TNO kan daarbij bogen op eerder verworven kennis en technologie uit internationale projecten. ElaadNL brengt kennis in over laadinfrastructuur, interfaces en algoritmen in zulke netwerken.

'ING investeert opnieuw vele miljoenen in vervuilende kolenbedrijven'

"ING heeft een lening verstrekt van 300,1 miljoen euro aan Uniper, de fossiele afsplitsing van Eon, die in de afgelopen week naar de beurs is gegaan in Frankfurt," zo meldt Eerlijke Bankwijzer. Uniper is eigenaar van kolen- en gascentrales in verschillende landen. ING is de enige Nederlandse bank die investeert in dit bedrijf. ING heeft ook plannen tot financiering van een nieuwe kolencentrale in Indonesië. Dit is tegenstrijdig met het in november 2015 aangescherpte kolenbeleid van ING, waarin de bank zegt geen nieuwe kolencentrales meer te financieren. De Eerlijke Bankwijzer en BankTrack roepen ING op om alle financiering van kolenbedrijven te stoppen en leningen aan fossiele energiebedrijven stapsgewijs af te bouwen.

Ike Teuling, woordvoerder Eerlijke Bankwijzer: "ING maakt zich belachelijk met al haar mooie woorden over haar nieuwe kolenbeleid zolang het lening na lening blijft verstrekken aan kolenbedrijven. De bank slaat zich zelf op de borst over haar score op duurzaamheidsranglijsten maar hiermee blijft de bank, in tegenstelling tot diverse andere Nederlandse banken, hoofdzakelijk een fossiele bank. ING maakt onvoldoende tempo met de cruciale overstap naar hernieuwbare energie en draagt niet bij aan een effectieve aanpak van klimaatverandering zoals vorig jaar afgesproken in Parijs."

Uniper heeft kolen- en gascentrales in Nederland, maar heeft ook bijvoorbeeld belangen in gaspijpleidingen, opslagfaciliteiten en gasvelden in Rusland. Uniper lobbyt actief tegen sluiting van kolencentrales. Uniper werd door de bekende Duitse energiewetenschapper Heinz-Josef Bontrup beschreven als een 'sterfhuis', aangezien dit bedrijf niet inspeelt op de sterk toenemende vraag naar duurzame energie en bewust is afgestoten door voormalig moederbedrijf Eon. Eon gaat zich nu volledig richten op duurzame energie-opwekking.

Begin dit jaar verstrekte ING Bank nog een nieuwe lening van 100 miljoen aan de grootste Russische kolenproducent . Yann Louvel, klimaatwoordvoerder van BankTrack: "ING heeft eind 2015, aan de vooravond van de VN-Klimaattop, nieuw beleid op kolen ingevoerd waarin de bank duidelijk stelt geen nieuwe kolencentrales te financieren. Eind augustus 2016 werd bekend dat ING met een consortium van 5 banken in totaal $640 miljoen wil uitlenen aan een nieuwe kolencentrale in Indonesië, Cirebon 2. Dit is een flagrante schending van ING's nieuwe beleid. ING moet deze deal afblazen ".

In de afgelopen jaren leende ING Bank 8 keer meer aan fossiele energiebedrijven dan aan duurzame energiebedrijven, zo bleek uit praktijkonderzoek van de Eerlijke Bankwijzer eind 2015.

Eerlijke Bankwijzer en BankTrack roepen ING Bank op haar kolenbeleid verder aan te scherpen en geen kredieten meer te verstrekken aan kolenbedrijven. ING dient duidelijke doelstellingen te stellen hoe de bank bij zal dragen aan een maximale temperatuurstijging van 1,5e graad, conform het Klimaatakkoord van de VN.

woensdag 21 september 2016

'Gebruik de begrotingsruimte voor de energietransitie'

Nu Nederland er financieel beter voor staat, zou de regering fors moeten investeren in de energietransitie, vindt installateurskoepel UNETO-VNI. Titia Siertsema, voorzitter van UNETO-VNI ziet veel mooie plannen, maar te weinig daadkracht en investeringen. 'We kunnen honderdduizenden woningen en gebouwen energieneutraal maken. Waarom zet het kabinet daar niet zwaar op in?'

De Nederlandse installatiebranche beschikt over de kennis, de mensen en de mogelijkheden om de gebouwde omgeving te verduurzamen in een aanzienlijk hoger tempo dan nu gebeurt. Met eenvoudige maatregelen kan de overheid verduurzaming financieel aantrekkelijker maken en de omslag naar een energieneutrale gebouwde omgeving realiseren. Volgens Siertsema schuift het kabinet de problemen keer op keer voor zich uit. 'Waarom krijgen woningcorporaties die investeren in verduurzaming geen korting op de verhuurdersheffing?', vraagt de UNETO-VNI-voorzitter zich af. 'Waar blijven de fiscale stimuleringsmaatregelen voor huiseigenaren die een energiebesparende verbouwing overwegen? Wanneer maakt het kabinet de salderingsregeling voor zonnepanelen definitief? Zulke maatregelen zijn goed voor het milieu, leveren tienduizenden banen op en bezorgen burgers een lagere energierekening.'

Hoewel de daadkracht ontbreekt, is UNETO-VNI wél blij met de aandacht van het kabinet voor een duurzame energievoorziening. Het plan om energiebesparing in de energie-intensieve industrie te stimuleren door de Energie Investerings Aftrek (EIA) te verruimen, is een stap in de goede richting. Ook op andere punten kan de werkgeversvereniging zich vinden in de voorgenomen kabinetsmaatregelen. Zo staat UNETO-VNI positief tegenover het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie dat het kabinet in 2017 laat opstellen om de gevolgen van steeds extremere regenval op te vangen. De installatiebranche draagt graag innovatieve oplossingen aan om wateroverlast te voorkomen. Verder kan het beleid van het kabinet dat erop gericht is om ouderen langer zelfstandig te laten wonen, rekenen op de instemming van UNETO-VNI. Al mist de vereniging ook daar concrete, stimulerende maatregelen om de gestelde doelen te realiseren.

'Energieleveranciers informeren consumenten beter over aanbod'

Energieleveranciers informeren hun klanten beter dan voorheen over het contract, de voorwaarden en de kosten. Hierdoor ziet de consument sneller wat hij precies betaalt en kan hij het aanbod van verschillende aanbieders beter vergelijken. Dit concludeert toezichthouder Autoriteit Consument & Markt (ACM) op basis van een uitgebreide analyse. ACM is blij met deze verbetering. Als volgende stap wil ACM dat ook de jaar- en eindafrekening van energieleveranciers duidelijker en begrijpelijker wordt voor consumenten.

De wet schrijft voor dat energiebedrijven hun klanten volledig, duidelijk en juist informeren. Voorheen was dit niet altijd het geval. Consumenten konden daardoor lastig inschatten hoe hoog hun energiekosten zouden zijn. ACM heeft energieleveranciers daarom eind 2014 gevraagd consumenten beter te informeren. Sindsdien hebben de energieleveranciers stappen gezet om hier gehoor aan te geven. ACM moest daarbij soms druk uitoefenen door een last onder dwangsom op te leggen. Het resultaat is:
  • De consument krijgt duidelijke en beter vergelijkbare aanbiedingen dankzij het zogenaamde ‘aanbod op maat’;
  • De consument krijgt een contract met duidelijke informatie over de voorwaarden, de looptijd en het termijnbedrag. Daardoor weet hij vooraf wat hij gaat betalen en voor hoe lang;
  • Leveranciers moeten prijswijzigingen vooraf duidelijk melden aan klanten, zodat klanten een keuze hebben om gebruik te maken van een betere aanbieding;
  • Leveranciers informeren klanten duidelijk over de manier waarop het contract wordt voortgezet na afloop van de contractduur.
ACM wil dat de jaar- en eindafrekening transparant en duidelijk zijn. Het is belangrijk dat de consument deze rekeningen begrijpt, omdat hij in deze nota’s zijn werkelijke kosten ziet (na verrekening van voorschotten). En die moeten kloppen met de afspraken in het contract.