Reserveer nu de nieuwe Sony eReader

donderdag 8 december 2016

Kabinet wijst nieuwe gebieden aan voor windparken op zee

Het kabinet wijst twee extra gebieden aan voor de bouw van windmolenparken op zee. Het gaat om twee stroken binnen de zogenoemde 12-mijlszone tussen 18,5 en 22 kilometer uit de kust. De aanwijzing vindt plaats in de Rijksstructuurvisie Aanvulling gebied Hollandse Kust. De twee extra stroken sluiten aan op eerder aangewezen gebieden buiten de 12-mijlszone. Met het aanwijzen van de nieuwe gebieden kan in gebied Hollandse Kust (zuid) 1400 MW worden gerealiseerd en in Hollandse Kust (noord) 700 MW en brengt het kabinet het doel van 16% duurzame energie in 2023 dichterbij.

In het Energieakkoord voor duurzame groei is afgesproken dat in 2023 16 % van de energie duurzaam wordt opgewekt. Windparken op zee voorzien dan vijf miljoen huishoudens van stroom. Het dichter bij de kust bouwen van windparken kost minder dan verder op zee. De besparing bedraagt 1,6 miljard euro ten opzichte van het gebied IJmuiden Ver. Met de aanwijzing van de gebieden tussen de 18,5 en 22 km komt nu voldoende ruimte beschikbaar om te werken met standaardplatforms van 700 MW, waarmee een kostenbesparing kan worden gerealiseerd. Via de standaardplatforms worden de windparken aangesloten op het landelijk elektriciteitsnet. Door de aanwijzing van de nieuwe gebieden kan in gebied Hollandse Kust (zuid) 1400 MW worden gerealiseerd en in Hollandse Kust (noord) 700 MW.

Het kabinet zoekt in het Nederlandse deel van de Noordzee naar geschikte locaties voor windparken. Hoewel dat letterlijk een zee aan ruimte lijkt, gebeurt daar al heel veel. De ruimte op zee wordt gebruikt door scheepvaart, visserij en er zijn gebieden voor oefeningen van Defensie, natuur, zandwinning en mijnbouwactiviteiten (olie- en gaswinning). De gebieden Hollandse Kust binnen de 18,5 en 22 kilometer zijn onderzocht op effecten op landschap, recreatie, archeologie, bodem en water, natuur, de verschillende gebruikersfuncties en kustveiligheid.

Hoe zichtbaar de molens zijn is onder andere afhankelijk van het weer, het moment op de dag, de hoek en het type windmolen. In 2015 is een visualisatietool ontwikkeld. Hiermee kan iedereen een beeld krijgen. Samen met andere overheden en de windenergiesector zijn afspraken gemaakt om de hinder van obstakellichten te verminderen door ze bij helder weer te kunnen dimmen. Ook is besloten dat de verlichting niet meer hoeft te knipperen. En tot slot vindt onderzoek plaats om de zichtbaarheid te verminderen door bijvoorbeeld camouflagekleuren toe te passen.

De gebieden Hollandse Kust (zuid) en Hollandse Kust (noord) zijn naar voren gekomen na een haalbaarheidsstudie en de Routekaart voor de uitrol van windenergie op zee in 2014. De Rijksstructuurvisie Windenergie op Zee gebied Aanvulling Hollandse Kust is tot stand gekomen na overleg met gemeenten, provincies, maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden. De procedure is op 24 april 2015 gestart met de publicatie van het voornemen tot aanwijzing en de Notitie Reikwijdte en Detailniveau. Hierop kwamen tijdens de inspraak 528 zienswijzen binnen. Op basis van een planmilieuefffectrapportage is vervolgens een Ontwerp-Rijksstructuurvisie opgesteld. Ook deze planMER en de Ontwerp-Rijksstructuurvisie hebben ter inzage gelegen. Hierop zijn in totaal 197 zienswijzen ingediend. De zienswijzen, de adviezen van de Commissie voor de m.e.r., de uitkomsten van het Rondetafelgesprek en van het debat met de Tweede Kamer zijn bij de totstandkoming van de definitieve Rijksstructuurvisie betrokken. De Rijksstructuurvisie is vastgesteld door het kabinet.

Windenergie-prof Gijs van Kuik neemt na veertig jaar afscheid

Na veertig jaar actief te zijn geweest op het gebied van windenergie, hield hoogleraar Gijs van Kuik op woensdag 7 december zijn afscheidsrede aan de TU Delft. Daarin noemde hij wind op zee als een van de pijlers van duurzame energievoorziening in 2050. Ook stelt hij dat de kosten van windenergie verder omlaag moeten; tegelijkertijd moet de waarde ervan voor de maatschappij omhoog.

‘Na een flinke aanloop nadert windenergie nu een omslagpunt: windparken op zee gaan elektriciteit produceren tegen prijzen die bijna concurrerend zijn met die van fossiel opgewekte elektriciteit’, stelt Van Kuik bij zijn afscheid. ‘Het groter worden van de windturbines en windparken, en de opgedane ervaring in eerdere projecten, maken deze daling van de kostprijs mogelijk. Het Energie Akkoord voorziet in een significante bijdrage van wind op zee voor de Nederlandse elektriciteitsvoorziening.’

Volgens Van Kuik is dit nog maar een begin: wind-op-zee heeft volgens hem de potentie om  een van de pijlers te worden van de duurzame energievoorziening van de Noordzee-landen in 2050. ‘De Nederlandse industrie, die nu al toonaangevend is voor de bouw van windparken op zee, en de Nederlandse onderzoeksinstellingen bereiden zich hierop voor in een groot samenwerkingsprogramma voor onderzoek en ontwikkeling.’

Van Kuik kijkt in zijn rede ook vooruit naar de mogelijkheden en uitdagingen richting 2050. ‘De kosten moeten verder naar beneden door meer ervaring op te doen maar ook door verder onderzoek naar bijvoorbeeld meteorologische verschijnselen op grote hoogte, nieuwe materialen voor de bladen, de regelbaarheid van het vermogen en de fundering van de ondersteuning in de zeebodem. Tegelijk moet de waarde van windenergie voor de maatschappij omhoog. Dit kan door een goede inpassing het elektriciteitsnet, waarbij  onderlinge afstemming van nationale elektriciteitsmarkten zeker helpt, door rekening te houden met de ecologische waarden van de Noordzee, en door samen te werken met andere gebruikers van de Noordzee. Het produceren van synthetische brandstof door windcentrales ver op zee kan een belangrijke stap zetten naar de verduurzaming van scheepvaart en visserij.’

Kennisdelen voor de energietransitie

De energietransitie heeft een grote impact op de omgeving waarin wij wonen, werken en leven. Je ziet steeds meer windparken en huizen met zonnepanelen. Dit heeft niet alleen gevolgen voorde infrastructuur – zowel boven als onder de grond – maar ook voor de omwonenden. Hoe neem je de omgeving mee bij veranderingen?

Om energieprojecten succesvol te realiseren, is omgevingsmanagement van groot belang. De uitdaging is om belanghebbenden en omwonenden echt te betrekken bij energieprojecten. En dit is precies waarom Lerend platform Energie en Omgeving (LEO) in het leven is geroepen.

Kort gezegd zorgt Platform LEO voor kennisuitwisseling. Tussen allerlei partijen: van specialisten en coöperaties tot grote energie- en netwerkbedrijven. Zowel landelijke als lokale partijen hebben zich aangesloten. En natuurlijk ook Enexis.

Een concreet voorbeeld van kennisdeling binnen het platform is de ontwikkeling van windparken, waarbij adviezen van de omgeving direct worden betrokken bij de gekozen oplossing. Platform LEO faciliteert kennisdeling tussen alle betrokken partijen. Hierdoor wordt er enerzijds optimaal gebruik gemaakt van elkaars kennis en anderzijds voelt iedereen zich betrokken. Win-win!

Paul Emans, adviseur Public Affairs bij Enexis: “De energietransitie gaat gepaard met zichtbare veranderingen. Zowel in het landschap als bij mensen thuis. Voor alle partijen uit de energieketen is het belangrijk om de omgeving bij transitieplannen te betrekken. Omwonenden hebben namelijk snel een collectieve tegenstem georganiseerd. LEO biedt een platform waarin omgevingsmanagers en -adviseurs van elkaar kunnen leren. Wij kunnen kennis over het betrekken van de omgeving halen én brengen. Ook zo dragen wij bij aan transitieversnelling.”

Cement gemaakt van restproduct staalfabrieken moet leiden tot enorme CO2-reductie

Bij de productie van staal ontstaat jaarlijkse wereldwijd ruim honderd miljoen ton staalslak. Deze gigantische berg restproduct blijft grotendeels ongebruikt. TU/e-hoogleraar bouwmaterialen Jos Brouwers gaat in samenwerking met industriële partners onderzoeken of hij er cement van kan maken. Als dat lukt, kan dat jaarlijks meer CO2-emissies besparen dan al het verkeer in Nederland uitstoot.

Staalslak ontstaat bij de omzetting van ruwijzer naar staal. Jaarlijks blijft er zo’n 125 miljoen ton van over. Dat wordt grotendeels gestort, en slechts een klein deel vindt toepassing, in ophogingen. Dat is zonde, vindt hoogleraar Jos Brouwers, want de mineralogische samenstelling lijkt sterk op die van cement. Er zitten dezelfde componenten in, alleen in een andere verhouding. En van de cementindustrie is bekend dat ze bijzonder veel CO2 uitstoot: vijf procent van de totale wereldwijde uitstoot. Een cementvervanger zonder extra CO2-emissies is dus bijzonder welkom.

Om dit voor elkaar te krijgen moet Brouwers’ team een aantal wetenschappelijke en technische hordes zien te nemen. Eerst gaan de onderzoekers met de nieuwste methoden de natuurkundige en chemische eigenschappen van de staalslak goed in beeld brengen. Ook gaan ze in detail kijken wat verschillende toevoegingen voor cementachtige kwaliteiten opleveren. Verder gaan zij met deze kennis en hun rekenmodellen verschillende nieuwe soorten cement en beton ontwerpen, en vervolgens beproeven. “Belangrijk is dat je kunt sleutelen aan de samenstelling van het staalslak door de staalproductieprocessen bij te stellen”, licht Brouwers toe. “Je kunt de staalkwaliteit gelijk houden en toch ervoor zorgen dat de eigenschappen van het staalslak gunstiger zijn.”

Brouwers heeft goede hoop dat het lukt om van staalslak een cement te maken dat het ‘normale cement’ kan vervangen. Er zal weliswaar ongeveer twee keer zoveel van nodig zijn voor het zelfde resultaat, maar daarmee is het nieuwe cement nog steeds geschikt voor veel gangbare toepassingen. Dat scheelt in potentie tientallen miljoenen ton aan CO2-uitstoot per jaar. Ter vergelijking: al het verkeer en vervoer in Nederland zorgt voor een uitstoot van zo’n dertig miljoen ton per jaar. Daarnaast levert het nieuwe cement ook geld op. “Staalbedrijven moeten nu betalen om van hun slak af te komen; het heeft een negatieve waarde. Als wij slagen, of zelfs maar gedeeltelijk, dan kan dat alleen al in Nederland tientallen miljoenen euro’s opleveren”, aldus Brouwers.

Brouwers’ groep ontvangt van technologiestichting STW 750.000 euro om dit te onderzoeken, uit het financieringsprogramma High Tech Materialen. Door de additionele cashbijdragen van de industriële partners, waaronder Tata Steel (Hoogovens), Heidelberg Cement (ENCI) en Inashco, komt het totale onderzoeksbudget boven de miljoen. Naast Brouwers en universitair docenten Qingliang Yu (medeaanvrager) en Miruna Florea, gaan drie promovendi en een postdoc eraan werken. Het project heet 'High-end application of converter steel slag in sustainable building materials' en gaat vier jaar duren.

Essent blij met aandacht voor energiebeleid op lange termijn

Essent is blij met de Energieagenda van het Ministerie. Deze sluit aan bij een eerdere oproep van het bedrijf via de Transitiecoalitie tijdens de Klimaattop voor een langjarig klimaat- en energiebeleid via een klimaatwet, die investeringszekerheid biedt aan marktpartijen.

Innogy (moedermaatschappij van Essent) wil de komende jaren een blijvende bijdrage leveren aan de energietransitie in Nederland en Europa met wind op land, wind op zee, energiebesparing en innovaties op het gebied van decentralisering en digitalisering.

Essent vindt het wel belangrijk dat er aandacht is voor de betaalbaarheid van de energietransitie voor de consument. In de energieagenda wordt erkend dat de impact van de energietransitie op de energierekening onzeker is voor de lange termijn. Essent benadrukt dat een betaalbare energierekening van groot belang is, juist voor het draagvlak van de energietransitie. Essent gaat graag met de overheid in gesprek hoe de kosten van de energietransitie voor de consument beperkt kunnen worden.

Energie geven als kerstcadeau

Joyce en Gabriële, vriendinnen uit Den Helder, starten vandaag hun kerstactie ‘Geef Energie’. Ze doen een donatie om een gezin met een betalingsachterstand op de energierekening warm de winter door te helpen. Essent heeft gehoor gegeven aan deze oproep. Joyce en Gabriële roepen andere mensen en energieleveranciers op om hun voorbeeld te volgen. Nuon deed vorig jaar al mee aan deze succesvolle actie. Ook nu is het bedrijf weer van de partij.

Al tijden zet Essent zich actief in om armoede door probleemschulden bij haar klanten te verminderen. Essent vindt dat het bedrijfsleven een belangrijke rol moet spelen bij het terugdringen van armoede door probleemschulden. Het bedrijf werkt dan ook al intensief samen met andere organisaties en gemeenten, zoals in Leeuwarden en Den Bosch, om betalingsachterstanden te voorkomen.


Joyce en Gabrielle kunnen op Essent rekenen om van hun actie een succes te maken. Klanten van Essent kunnen in december aangeven dat zij extra geld willen doneren. In januari krijgen zij bericht over hoe ze dit geld kunnen overmaken. Na ontvangst maakt Essent de donatie direct over aan De Energiebank. De Energiebank zal het opgebrachte geld verdelen onder gezinnen die dit het meest nodig hebben om hun energierekening te betalen. Essent werkt van harte mee. Meer informatie over het initiatief van Joyce en Gabriële staat op hun speciale Facebook-pagina: www.facebook.com/geefenergie

woensdag 7 december 2016

'Schrale agenda die klimaatprobleem niet oplost'

Een schrale energieagenda die te weinig bouwstenen bevat om het klimaatprobleem daadwerkelijk aan te pakken. Dat is de reactie van Natuur & Milieu op de vandaag verschenen Energieagenda van minister Kamp. Concrete doelen voor energiebesparing, duurzame energie en een hogere CO2-prijs ontbreken in de Energieagenda.

‘Deze energieagenda voor Nederland steekt bleekjes af tegen de ambitieuze maatregelen die vorig jaar in Parijs zijn afgesproken,’ stelt Geertje van Hooijdonk, hoofd Energie bij Natuur & Milieu.

‘Met deze agenda neemt Nederland geen serieuze maatregelen tegen het klimaatprobleem. Terwijl er geen tijd te verliezen is: nu moet de minister maatregelen nemen op het gebied van duurzame energie, energiebesparing en een effectieve CO2 prijs. In plaats van afscheid te nemen van kolen of aardgas uit de gebouwde omgeving, houdt deze agenda alle mogelijkheden open. Dit komt niet tegemoet aan de wens voor een duidelijk lange termijn beleid voor energie en klimaat.’

Eerder dit jaar presenteerde Natuur & Milieu haar eigen Energievisie en berekende welke maatregelen Nederland voor 2035 moet nemen om in 2050 fossielvrij te zijn. Maatregelen waren onder andere: 3.000 extra windmolens, alle kolencentrales dicht en een 20x hogere CO2-prijs. Van Hooijdonk: ‘Deze maatregelen kosten Nederland geen geld, maar brengen juist geld op: 1,7 miljard euro per jaar. Hierin zijn gezondheidsbaten, werkgelegenheid en innovatie niet meegerekend. Het werkelijke bedrag ligt dus nog hoger. We bieden minister Kamp graag handreikingen om Nederland daadwerkelijk fossielvrij te maken op een kostenefficiënte manier.’

D66 lanceert actieplan elektrisch rijden

D66 wil het voor mensen aantrekkelijker maken om een schone elektrische auto te kopen. Samen met de PvdA presenteert D66 vandaag tien voorstellen om elektrisch autorijden in Nederland een stimulans te geven.

Ze pleiten onder meer voor minimaal één oplaadpunt iedere 25 kilometer, een garantie op de batterij in de auto en lagere parkeertarieven voor elektrische auto’s. Met het plan willen beide partijen elektrisch rijden voor iedereen bereikbaar maken en de klimaatdoelstellingen halen.

In Nederland rijden nu al 100.000 elektrische auto’s rond, maar dat zijn voor 94% zakelijke auto’s. De komende vier jaar komen 75.000 van deze auto’s op de tweedehandsmarkt, en de vrees is dat zonder extra maatregelen deze auto’s niet aan particulieren verkocht worden maar naar het buitenland verdwijnen. Teveel automobilisten zijn nog onbekend met elektrisch rijden. Zij staren zich blind op vermeende nadelen of zien vooral de barrières van elektrisch rijden. Met de introductie van nieuwe modellen worden elektrische auto’s steeds betaalbaarder. De batterij van elektrische auto’s wordt krachtiger, waardoor nieuwe modellen 400 kilometer kunnen rijden op een acculading.

D66 Kamerlid Stientje van Veldhoven: “Elektrische auto’s zijn comfortabel, snel en schoon. Ze zorgen voor minder geluidsoverlast en stoten geen ongezonde uitlaatgassen uit. Dat is goed voor de luchtkwaliteit in onze binnensteden. Vooral voor de 1 miljoen mensen in Nederland met een longziekte is gezonde lucht belangrijk. We hebben bovendien met z’n allen veel geïnvesteerd in nieuwe elektrische auto’s voor de zakelijke markt. Het zou zonde zijn als we die moderne schone auto’s niet in Nederland zouden houden. Dan moeten mensen er wel vanuit kunnen gaan dat bijvoorbeeld de accu van een tweedehands elektrische auto nog steeds goed is. D66 wil dat iedereen een schone en betaalbare tweedehands elektrische auto kan kopen in de plaats van een auto die rijdt op benzine of diesel.”

PvdA Kamerlid Duco Hoogland: “Elektrische auto’s hebben de toekomst. Ze stoten geen broeikasgassen uit, dragen bij aan een beter milieu en zijn onmisbaar bij de strijd tegen klimaatverandering. En elektrische auto’s worden ook steeds goedkoper. Maar de omslag gaat niet vanzelf, er zijn nog teveel praktische barrières. Met een benzineauto kan je namelijk overal tanken, met een elektrische auto nog niet. We mogen niet stil blijven staan, maar moeten hier nu vol op inzetten.”

Kabinet schetst route naar CO2-arme energievoorziening

De Energieagenda die vandaag door minister Kamp van Economische Zaken is gepresenteerd, geeft aan hoe in Nederland in 2050 nauwelijks nog CO2 wordt uitgestoten. In de energietransitie stuurt het kabinet op het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen (CO2). Daarbij is het belangrijk dat de investeringen die de komende jaren in Nederland worden gedaan, passen bij een CO2-arme energievoorziening. Op deze manier benutten we de economische kansen die de energietransitie met zich meebrengt. 

Minister Kamp: ‘De transitie naar een CO2-arme energievoorziening is definitief ingezet, er is geen weg terug. We moeten ons realiseren dat de omschakeling naar een CO2-arme economie grote investeringen vereist. Het kabinet zet in op beleid waarmee de energietransitie kosteneffectief gemaakt kan worden. De kostenbesparing die gemaakt is bij wind op zee heeft al laten zien dat dit mogelijk is.’

In 2013 is met 47 partijen het Energieakkoord gesloten. Deze afspraken lopen tot 2023. ‘Met de Energieagenda beschrijven we het einddoel dat we moeten bereiken in 2050 en de route daarnaartoe. Bedrijven en lokale overheden hebben zekerheid nodig zodat zij hun plannen erop kunnen afstemmen. Volgende kabinetten zullen nog veel moeten uitwerken, maar wij leggen het fundament waarmee zij straks verder kunnen werken’, aldus de minister.

Nederland heeft zich gecommitteerd aan de afspraken van het klimaatakkoord van Parijs.  Dat betekent een drastische beperking van de CO2-uitstoot naar bijna 0 in 2050. ‘Als we de ontwikkeling in de periode 2013 en 2023 doorzetten, groeien we in een geleidelijk tempo toe naar een CO2-arme economie in 2050. Dan behalen we het maximale rendement uit de noodzakelijke investeringen en krijgt ons innovatieve bedrijfsleven de beste kansen op de Europese- en wereldmarkt’, licht minister Kamp toe.

Het kabinet zet in op het terugbrengen van de energievraag door middel van energiebesparing en het terugdringen van het gebruik van aardgas door het stimuleren van duurzaam opgewekte elektriciteit en duurzame warmte. Een breed pakket aan maatregelen wordt ingezet om dit te bereiken. Zo wordt gekeken hoe we verwarming van woningen, gebouwen en tuinbouwkassen kunnen verduurzamen. Nu nog wordt 30 % van de gebruikte energie in Nederland hiervoor gebruikt Een belangrijke besparing is bijvoorbeeld te behalen door het laten vervallen van de wettelijke verplichting voor aansluiting van huizen en gebouwen op het gasnetwerk. Ook worden er niet meer automatisch nieuwe gasnetten aangelegd voor nieuwbouwwijken. En ook de bron van energie gaan we verder verduurzamen: stroomopwekking van windmolens op zee is succesvol en zal de komende jaren verder worden uitgebreid, ook met windparken die verder uit de kust liggen.

Het aantal volledig elektrische auto's en auto's op waterstof zal verder toenemen en  het is de ambitie vanaf 2035 alleen duurzame auto’s in Nederland te verkopen. De spoorsector zal volledig overschakelen op groene stroom. Vanaf 2025 maken nieuwe OV-bussen gebruik van hernieuwbare energie of biobrandstof. Om het fietsen aantrekkelijker te maken komen er meer veilige fietsverbindingen en een extra impuls voor fietsenstallingen in steden. Het wegtransport zal moeten overschakelen van fossiele naar biobrandstoffen en zuinigere  motoren. Ook de luchtvaart zal moeten overgaan op CO2-arme brandstoffen en zal efficiënter moeten vliegen. Daarnaast blijft de overheid de  energiebesparing door de industrie krachtig stimuleren. Productieprocessen moeten veranderen zodat er minder CO2 wordt uitgestoten. De CO2 die toch nog wordt geproduceerd kan worden opgeslagen in lege aardgasvelden in de Noordzee. 

Minister Kamp: ‘Er is een goede start gemaakt, maar er liggen nog grote uitdagingen voor ons. De energietransitie is alleen te realiseren als burgers, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en alle overheden hieraan bijdragen en samenwerken. Het kabinet vindt het belangrijk om met de partijen in gesprek te blijven en, net zoals bij het Energieakkoord, afspraken te maken over de invulling van de transitie naar een CO2-arme economie en samenleving.’

Voor consumenten die zelf energie opwekken wordt het aantrekkelijker de energie op te slaan en te verkopen op momenten dat de vraag naar energie groot is. Opslag maakt het ook mogelijk de energie te gebruiken op het moment dat de consument zelf nodig heeft, bijvoorbeeld in de avonduren.

TenneT mag 22 miljoen euro aan inkomsten hebben voor net op zee

TenneT mag in 2017 ruim 22 miljoen euro aan inkomsten hebben voor haar taken als netbeheerder van het elektriciteitsnet op zee. Dat heeft de Autoriteit Consument & Markt (ACM) bepaald. De minister van Economische Zaken verstrekt voor deze inkomsten naar verwachting een subsidie aan TenneT.

ACM baseert de toegestane inkomsten voor TenneT als netbeheerder van het net op zee op het methodebesluit dat ze in oktober 2016 heeft vastgesteld. In dat besluit staat op welke manier de inkomsten van TenneT in 2017 worden berekend. Voor het net op zee heeft ACM gekozen voor hetzelfde redelijk rendement als voor het net op land. Verder heeft ACM gekozen voor een vergoeding voor operationele kosten zonder verrekening achteraf, omdat dit TenneT prikkelt om deze kosten efficiënt te houden.

Het kabinet laat 3500 MW aan extra windvermogen aanleggen voor de kust. Dit draagt bij aan zijn beleid om in 2023 energie voor 16 procent hernieuwbaar te laten zijn. TenneT gaat een hoogspanningsnetwerk tussen de windmolens op zee en land aanleggen. ACM reguleert TenneT omdat die een monopolie heeft. TenneT moet zijn investeringen in de aanleg van het net op zee kunnen terugverdienen, voor zover deze efficiënt zijn. Wanneer het net op zee in gebruik is genomen, toetst ACM of de kosten die de netbeheerder maakt, efficiënt zijn. ACM ondersteunt op deze manier een betaalbare, betrouwbare én duurzame energievoorziening.

Endinet-klanten duurder uit voor gastransport

Bedrijven in de regio Eindhoven gaan meer betalen voor het transport van gas. De tarieven die netbeheerder Enexis daarvoor gaat hanteren per 1 januari 2017 liggen 10 tot 13 procent hoger dan nu het geval is, schrijft het Eindhovens Dagblad.

Een bedrijf met zo'n 40 medewerkers en een verbruik van een kleine 8000 kuub per jaar betaalt jaarlijks zo'n 900 euro aan netbeheerkosten voor gas. Daar zou dan een dikke 100 euro per jaar bovenop komen.

De belangrijkste oorzaak voor de tariefstijging komt voort uit een correctie op de te laag ingeschatte kostenontwikkeling in voorgaande jaren

Greenchoice geeft gratis detailinzicht in energieverbruik

Gratis de data uit de slimme meter goed benutten en op een leuke manier energie besparen. Dat kan vanaf nu met BOKS, de nieuwe energiedienst van Greenchoice. BOKS laat – zonder kosten of stekkers - het energieverbruik per apparaatgroep zien en daagt je uit om te besparen.

Hoeveel stroom verbruikt de ijskast? Wat kost die douchebeurt? BOKS laat het zien op telefoon en tablet en gebruikt daarmee de data van de slimme meter zoals dat is bedoeld: om te helpen besparen.

Uniek volgens Greenchoice is dat BOKS niet alleen het verbruik op kwartierbasis in detail weergeeft, maar ook persoonlijke bespaartips geeft en speelse ‘challenges’ bevat om energieverspillend routinegedrag aan te pakken.

'Vastgoedgiganten nalatig in verduurzaming kantoorpanden'

De meeste kantoorpanden van de twintig grootste vastgoedeigenaren zijn zo lek zijn als een mandje. Maar liefst 54 procent van de panden voldoet niet aan de norm van energielabel C als minimum, zo blijkt uit onderzoek van Natuur & Milieu. “We zijn geschrokken van de resultaten,” aldus Geertje van Hooijdonk, hoofd Energie bij Natuur & Milieu. “Veel vastgoedeigenaren blijken volstrekt nalatig in het energiezuiniger maken van hun kantoorpanden.”

Onder de absolute achterblijvers zitten partijen als Breevast, Hanzevast, Politie en Defensie (als onderdeel van de Rijksoverheid): twee derde van hun panden voldoet niet aan de norm van label C. Slechts zes eigenaren scoren goed, waaronder Chaletgroep, Gemeente Amsterdam en Schiphol Real Estate. Hun kantorenbestand draagt voor minstens twee derde een C-label. De twintig grootste vastgoedeigenaren bezitten samen een kwart van de kantorenmarkt in Nederland, in totaal 1.838 panden.

Naar verwachting worden in 2023 alle kantoren verplicht om te voldoen aan het energielabel C. Minister Blok (Wonen en Rijksdienst) werkt momenteel aan de uitwerking van een voorstel hiervoor. De aanleiding is het Energieakkoord; hierin is afgesproken dat ook vastgoedpanden (inclusief kantoren) energie moeten gaan besparen, in totaal 28 Petajoules. De besparing blijft vooralsnog fors achter. Natuur & Milieu juicht een verplicht label C toe als een noodzakelijke stap om meer energiebesparing te realiseren.

Veel kantooreigenaren voelen nu nog geen urgentie om hun, vaak oude, panden aan te pakken. “Dit is misplaatste zuinigheid,” aldus Van Hooijdonk. “Door nu al besparende maatregelen te nemen worden de panden aantrekkelijker voor huurders.” Zo’n 40 procent van alle kantoorpanden is door de eigenaren zelf in gebruik, daar lonen besparende maatregelen ook nog eens direct op de eigen energierekening.

In het onderzoek is gekeken naar de energieprestaties van kantoorpanden die in eigendom zijn van de twintig grootste vastgoedeigenaren in Nederland. Dit betreft 1838 Nederlandse kantoorpanden, samen ruim 12 miljoen m2.  Het onderzoeksrapport Koning van Kantoren bevat een bijlage met een overzicht van de onderzochte panden.