Reserveer nu de nieuwe Sony eReader

dinsdag 21 april 2015

Green Team Twente onthult nieuwe waterstofauto

Green Team Twente onthult dinsdag 21 april de waterstofauto H2Zero. Met de nieuwe wagen doet het team een gooi naar de eerste plek tijdens de Shell Eco Marathon in Rotterdam, een internationale zuinigheidsrace in mei. De auto symboliseert, veel meer dan zijn voorgangers, op de auto van de toekomst.

De H2Zero, voorzien van een nieuwe brandstofcel, heeft een duidelijke metamorfose ondergaan ten opzichte van zijn voorganger, de UT Motive. Bovendien hoopt Green Team Twente met de nieuwe waterstofauto een verbruik te halen dat omgerekend naar benzine overeenkomt met duizend kilometer op één liter brandstof. Het team houdt daarbij de ontwikkelingen op het gebied van waterstofauto’s nauwlettend in de gaten. Zo start Toyota volgend jaar als eerste fabrikant met de grootschalige productie van een auto op waterstof. Ook in Europa wordt fors geïnvesteerd in infrastructuur voor het tanken van waterstof, zoals het H2 Mobility Initiative in Duisland.

“De auto van de toekomst moet voor het oog ook herkenbaar zijn als een auto, dit was niet makkelijk”, zegt Alyssa van Duijne van Green Team Twente. “We hebben de lat voor de vorm en aerodynamica een stuk hoger gelegd. Daarbij zijn we ervan overtuigd dat waterstof dé toekomst is wat betreft mobiele technologie. De uitdaging voor ons ligt, naast het design, in de vraag waar de limiet ligt qua zuinigheid. Onze vorige waterstofauto, de UTmotive, haalde al 1 op 755. Het kan nog altijd een stuk beter. We keren alle technieken binnenstebuiten en zoeken naar de zuinigste. De H2Zero is vanaf de grond opnieuw gebouwd.”

“De brandstofprijzen zijn de afgelopen jaren enorm gestegen en iedereen voelt het in de portemonnee”, legt Alyssa van Duijne uit. “Er wordt veel onderzoek gedaan naar nieuwe brandstoffen. Ook de opwarming van de aarde speelt een belangrijke rol. Een van de oplossingen is waterstof. Het gas is eenvoudig te maken uit water door middel van stroom uit zonnepanelen of afval uit de chemische industrie. Vervolgens is waterstof vrij eenvoudig om te zetten naar elektriciteit, waarmee motoren in een auto aangedreven worden. Bij deze omzetting komt alleen water vrij. Waterstofauto´s hebben bovendien een groot voordeel ten opzichte van elektrische auto´s: de tank van een waterstofauto is binnen drie minuten gevuld en je kan er dan 600 kilometer mee rijden.”

Om de nieuwe uitdagingen aan te gaan is Green Team Twente uitgebreid naar liefst 22 studenten. Het gaat daarbij om elf studenten Electrical Engineering, vier studenten Werktuigbouwkunde, vier Industrieel Ontwerpen, twee Scheikundige Technologie en één International Business Administration. In mei 2015 gaat het team de strijd aan met tweehonderd andere teams tijdens de Shell Eco Marathon rondom Ahoy in Rotterdam. Bij de Shell Eco Marathon is het de bedoeling om op het parcours van ongeveer 1,6 kilometer zo efficiënt en zuinig mogelijk te rijden op de gekozen brandstof.

Naast het streven naar een podiumplek heeft Green Team Twente het promoten van techniekonderwijs hoog in het vaandel staan. “We hebben ons eigen onderwijslespakket ontwikkeld voor scholen in de buurt. Op deze manier hopen wij ons enthousiasme voor techniek over te brengen. Tevens ondersteunen wij met kennis en materiaal de regionale scholen die voor het eerst deelnemen aan de competitie”, aldus Ymiel van der Zanden, secretaris Green Team Twente. Een van deze Shell Eco-marathon debutanten is Green Team Twente Young. De leerlingen van het Bonhoeffer College in Enschede kregen de oude body van Green Team Twente. Deze body was in 2012 nog goed voor een plek op het podium. Zo’n dertig leerlingen doen mee.
 Daarnaast is Green Team Twente samen met Solar Team Twente gestart met een scholenproject voor basis- en middelbare scholen uit de regio Twente. Dit project eindigt met een zeepkistenrace die gehouden wordt in het weekend van 26 juni 2015.

Amsterdam verduurzaamt sociale huurwoningen

Met een slag op de gong vraagt wethouder Abdeluheb Choho (Duurzaamheid) aandacht voor plaatsing van de eerste zonnepanelen op individuele huurwoningen van woningcorporatie Eigen Haard.

Komend jaar worden er meer dan 7.500 panelen geplaatst op huurwoningen. Daarmee is dit project het grootste in zijn soort in Nederland. Door gebruik van een ESCo (Energy Service Company) wordt de woningcorporatie volledig ontzorgd gedurende 20 jaar voor wat betreft realisatie,  financiering, monitoring en onderhoud van de zonnepanelen. De financiering van de zonnepanelen legt géén beslag op de investeringsruimte van woningcorporaties. Huurders delen mee in de opbrengst via een lagere energierekening Het project is ontwikkeld door HuurDeZon en wordt gefinancierd door het Amsterdams Klimaat & Energiefonds, het Amsterdams Investeringsfonds en BNG Bank.

Wethouder Abdeluheb Choho hoopt op een verdere uitrol: "De doelstelling van de gemeente Amsterdam is dat er in 2020 per inwoner 20% meer duurzame energie wordt geproduceerd dan in 2013, onder andere door het gebruik van zonnepanelen te stimuleren. Dit concept is in principe bruikbaar voor alle corporaties. Zo’n 45% van de woningvoorraad in Amsterdam is in bezit van de corporaties. Daarmee is de potentiële opbrengst enorm."

Openbaar vervoer vanaf dit jaar schoner en op duurzame energie

De gemeente Amsterdam en GVB gaan voor een schonere stad met volledig uitstootvrij openbaar vervoer. Elektrische bussen en bedrijfswagens vervangen de huidige vloot, en met zonnepanelen op GVB-gebouwen en metrostations wordt duurzame energie opgewekt. Deze en andere afspraken worden vastgelegd in een convenant dat vandaag wordt ondertekend door wethouder Duurzaamheid Abdeluheb Choho en directeur Alexandra van Huffelen van het GVB.

In 2025 moet al het vervoer door het GVB uitstootvrij zijn. In de komende drie jaar gaan de eerste uitstootvrije bussen rijden. Ook wordt gestart met een onderzoek naar hoe de veerponten zo schoon mogelijk kunnen varen. Voor 2019 wil het GVB 50 elektrische auto’s hebben, waarmee jaarlijks minstens 700.000 kilometer in Amsterdam uitstootvrij wordt gereden. De elektriciteit gaat het bedrijf zelf opwekken met zonnepanelen op eigen gebouwen. Uit een eerste onderzoek blijkt dat het GVB over ruimte beschikt voor de aanleg van 2300 zonnepanelen, waarmee in de energiebehoefte van 250 gezinnen kan worden voorzien. De gemeente gaat onderzoeken hoeveel zonnepanelen er op daken van metrostations kunnen worden geplaatst.

Amsterdam groeit op alle fronten en dat zet nogal wat druk op de stad. De gemeente en haar partners willen de groei verder mogelijk maken en die bovendien duurzaam laten zijn. De stad moet in 2025 sterker, leefbaarder, schoner en gezonder zijn. Zo is het ook vastgelegd in de door de gemeenteraad vastgestelde Agenda Duurzaam Amsterdam.

Wethouder Duurzaamheid Abdeluheb Choho ziet de samenwerking met bedrijven als het GVB als voorbeeld voor anderen: "We gaan Amsterdam op grote schaal verduurzamen, en dat doen we samen met partners die grootschalige ambities hebben. Koplopers als het GVB verdienen een podium én navolging."

De gemeente gaat onder meer 1 miljoen euro bijdragen aan de aanschaf van schonere bussen en de daarvoor benodigde infrastructuur zoals oplaadpunten, en zal samen met GVB het onderzoek naar de pontjes en de kansen voor zonne-energie uitvoeren.

maandag 20 april 2015

Meer duidelijkheid over versterken woningen aardbevingsgebied

Op basis van de concept-bouwnormen voor een gebied dat met aardbevingen te maken heeft, moeten 152.000 bestaande woningen in het aardbevingsgebied worden versterkt. Dit blijkt uit het onderzoek dat de provincie heeft laten doen naar de gevolgen van deze zogenaamde Nederlandse Praktijkrichtlijn (NPR). Het onderzoek geeft niet alleen een scherper beeld van de omvang, maar ook van de aard van de versterking van bestaande woningen.

De NPR-stuurgroep die eerder in opdracht van de minister van Economische Zaken een impactstudie deed, kwam op zo'n 90.000 te versterken woningen, maar in dat onderzoek ging het alleen om grondgebonden woningen. Flats en appartementen waren niet meegenomen. Resultaten van ons onderzoek zijn op te vatten als aanvulling op de eerder gepresenteerde NPR impactstudie en zijn daarmee in lijn.

De Nederlandse Praktijkrichtlijn (NPR 9998:2015) is opgesteld door een commissie van deskundigen als richtlijn voor aardbevingsbestendig bouwen. De NPR is een richtlijn voor nieuwbouw, verbouw en bestaande bouw. De NPR heeft (nog) niet de status van een formeel door het Bouwbesluit aangewezen norm.

'Een volledig groene energievergelijker'

In Nederland stappen jaarlijks twee miljoen mensen over naar de andere energieleverancier. Dit gebeurt grotendeels via één van de 46 online energievergelijkers die milieuorganisatie WISE tijdens een recent onderzoek telde. Ondanks dit bizar grote aantal kwamen de onderzoekers geen vergelijkingssite tegen die consequent selecteert op duurzaamheid en alle fossiele- en kernenergieleveranciers buiten de deur houdt. Reden voor WISE om deze te ontwikkelen en te lanceren.

Markus Schmid, campagneleider groene stroom bij WISE: "nu kan iedereen met een gerust hart overstappen, we bieden alleen maar de keus tussen volledig groene energiebedrijven. Als je stroom en gas afneemt bij één van hen spaar je als gemiddeld huishouden jaarlijks tot 4000 kilo CO2 uit."

Op basis van jaarlijks onderzoek naar de duurzaamheid van alle Nederlandse energieleveranciers heeft WISE de meest duurzame bedrijven geselecteerd voor deelname aan de vergelijkings- en overstapservice. Bedrijven als Greenchoice, Qurrent, Huismerk Energie en Pure Energie worden in de module op basis van hun prijsaanbod op volgorde gezet. Die aanbiedingen kunnen dus ook elke maand anders zijn, dat bepalen de energiebedrijven die aan de vergelijking meedoen zelf. Zo krijgt de consument, naast het groenste aanbod, ook altijd de beste prijs.

VEB sleept BP voor Nederlandse rechter vanwege misleiding

Beleggersvereniging VEB sleept energieconcern BP namens Nederlandse beleggers voor de rechter vanwege misleiding voor en na de olieramp in de Golf van Mexico in 2010. Daardoor krijgen ook Nederlandse gedupeerde BP-beleggers de kans om compensatie te krijgen voor geleden verliezen.
De procedure van de VEB heeft betrekking op de misleidende uitlatingen van BP jegens haar aandeelhouders.

Het gaat hierbij om stelselmatig onjuiste, onvolledige en misleidende mededelingen van BP over haar veiligheids- en onderhoudsprogramma's vóór de olieramp op 20 april 2010.

Daarnaast gaat de procedure over misleidende uitlatingen van BP over de omvang van de olieramp na deze gebeurtenis.

De ramp in de Golf van Mexico werd veroorzaakt door een ontplofte pijpleiding onder BP's olieplatform Deepwater Horizon. Daarbij kwamen elf werknemers om het leven en lekten miljoen liters olie het water in. De olieramp in de Golf van Mexico is de ergste uit de Amerikaanse geschiedenis.

De misleidende uitlatingen na de olieramp zijn aanleiding geweest voor de Amerikaanse toezichthouder SEC om BP een boete op te leggen van 525 miljoen dollar. Dit is de op twee na hoogste boete ooit uitgedeeld door de SEC.

Geplande windparken op zee in beeld

In 2023 moeten windparken op zee vijf miljoen Nederlandse huishoudens van stroom voorzien. Het kabinet heeft gekozen voor een beperkt aantal grote windparken in plaats van meerdere kleine windparken. Dat is goedkoper en zo blijft er ruimte over voor andere gebruikers op de Noordzee, zoals bijvoorbeeld de scheepvaart. Het kabinet heeft een visualisatie laten ontwikkelen waarin is te zien hoe de windparken op zee er uit komen te zien.

Eerder werden al twee gebieden ter hoogte van  Zuid- en Noord-Holland aangewezen. Daarnaast heeft het kabinet in een haalbaarheidsstudie vijf gebieden onderzocht die mogelijk geschikt zouden zijn om windmolenparken aan te leggen. Op  basis van dit onderzoek  zijn de gebieden voor de Kust van Zuid- en Noord-Holland overgebleven.

Aan de al eerder aangewezen gebieden voor de Noord- en Zuid-Hollandse kust wil het kabinet een smalle strook toevoegen. De windparken komen grotendeels op minimaal 22 kilometer (12 mijl) afstand van de kust. Alleen bij twee gebieden voor de Zuid-Hollandse en Noord-Hollandse kust wordt een smalle strook windmolens dichter bij de kust toegevoegd, op minimaal 18,5 kilometer (10 mijl).

Hoeveel windmolens er zullen komen, hangt af van het aantal megawatt (MW) per molen. De minimale grootte is 4 MW en op dit moment zijn de grootste windmolens 8 MW. Hoe minder MW per molen, hoe meer er nodig zijn om een bepaalde hoeveelheid stroom te leveren.

De bouw van grote windparken op zee is een uitdagende opgave voor alle betrokken partijen, die de Nederlandse energievoorziening duurzamer maakt en minder afhankelijk van het buitenland.
 Voor het definitief aanwijzen van de bovenstaande gebieden geldt een formele procedure die eind april 2015 start. Een definitief besluit over het aanwijzen van de gebieden wordt  in de loop van 2016 genomen.


Inzetbaarheid van zero emissie bussen in Nederland

Voor het Ministerie van Infrastructuur en Milieu onderzocht TNO de inzetbaarheid van een aantal innovatieve busconcepten in de Nederlandse praktijk. Onder de busconcepten waren batterij elektrische bussen en verschillende hybride bussen, waaronder een plug-in hybride en een brandstofcel hybride bus.

In 2012 ondertekende de Minister van Infrastructuur en Milieu de Green Deal Zero Emissie Busvervoer, met als ultieme doel een volledig emissievrije bussenvloot in 2025. Dat betekent een ambitie om in 2025 alle OV-bussen te hebben voorzien van elektrische aandrijving, waaronder batterij-elektrisch en waterstofelektrisch.


Elektrische bussen kennen momenteel een beperktere inzetbaarheid dan conventionele bussen met een dieselverbrandingsmotor. De inzet van elektrische bussen in de aanloop naar 2025 heeft daarom een grote impact op bijvoorbeeld het dienstrooster en de total cost of ownership (TCO) van de bussenvloot.

Voor goede keuzes omtrent de in te zetten bussen is gedegen objectieve informatie over de inzetbaarheid van innovatieve busconcepten onmisbaar. Daarom heeft TNO in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu in het project ‘Zero Emissie Bussen’ metingen uitgevoerd aan vier typen innovatieve bussen. Het gaat om bussen met een hybride aandrijving met en zonder plug-in faciliteit, volledig elektrische bussen en een bus op waterstof.

TNO heeft eerst de parameters vastgesteld die de inzetbaarheid van zero emissie bussen bepalen. Daarna zijn van zes bussen deze parameters onder Nederlandse omstandigheden gemeten. Met deze informatie kan TNO uitspraak doen over de inzetbaarheid van de verschillende typen bussen in de Nederlandse praktijk.

De conclusie is dat per situatie bepaald zal moeten worden welk concept met bijbehorende specificaties het beste geschikt is. De meest bepalende specificaties van een concept die van invloed zijn op de inzetbaarheid zijn: energieopslag (elektrisch, waterstof), laadsnelheid, laadinfrastructuur, energieverbruik en passagierscapaciteit.

In de praktijk hebben – naast de specificaties van een concept – de volgende variabelen de grootste impact op de inzetbaarheid waar rekening mee dient te worden gehouden. Dit zijn: klimaat, belading, type rit en rijstijl.

De doorgemeten zero emissie bussen zijn nog niet voor elk soort inzet geschikt. Wel bestaat voor de komende jaren veel potentie voor een forse verbetering van de inzetbaarheid van zero emissie bussen. Er komen nieuwe technologie en concepten op de markt die elk nieuwe mogelijkheden bieden ten aanzien van Zero Emissie (ZE) busvervoer. Denk hierbij aan batterijtechnologie, snelladen en gelegenheidsladen. Om op grote schaal ZE busvervoer te implementeren is veel nieuwe kennis nodig omtrent de nieuwe innovatieve systemen die op de markt beschikbaar komen.

vrijdag 17 april 2015

Crowdfundactie grootste publieke zonnepark gelukt

Vanochtend is het doelbedrag voor ZonneWIJde, het grootste zonne-energie crowdfundingproject van Nederland, gehaald. In een paar maanden werd door 633 deelnemers meer dan €750.000 bij elkaar gefinancierd. Dus gaat deze zomer de bouw van de bijna 7000 zonnepalen in Breda van start. Het project is een samenwerking tussen De ZonneWIJde, Gemeente Breda, Greenchoice en Zonnepanelendelen.nl. Naast crowdfunding wordt een deel van het park gefinancierd door een Nederlandse duurzame bank. 

De ZonneWIJde komt te liggen op braakliggend terrein langs de snelweg en produceert de komende twintig jaar gemiddeld 1,6 GWh elektriciteit per jaar. Ofwel de elektriciteitsbehoefte van circa 450 huishoudens.

Deelnemers aan ZonneWIJde kochten een (deel van een) zonnepaneel op het park. Meedoen kon al vanaf 25 euro. De meeste mensen kozen voor ongeveer twee panelen, voor circa 900 euro. Deelname bleef zeker niet beperkt tot Breda; iedereen in Nederland kon meedoen aan dit project.

Energieleveranciers informeren consument met zonnepanelen onvoldoende

Veel energieleveranciers informeren consumenten met een zonnepaneel onvoldoende over saldering en teruglevertarieven. De methode die leveranciers hanteren bij het salderen en de tarieven die zij de consument bieden als deze elektriciteit teruglevert blijken wel in orde. Dit concludeert de Autoriteit Consument & Markt (ACM) in een onderzoek naar aanleiding van binnengekomen vragen en klachten bij het informatieloket ConsuWijzer. Anita Vegter, bestuurslid ACM: “Aanbieders moeten consumenten volledig en juist informeren zodat zij aanbiedingen kunnen vergelijken en nota’s kunnen controleren. Als de consument een geïnformeerde keuze kan maken gaat daar concurrentiedruk van uit. Dit is goed is voor de prijs, kwaliteit en innovatie.”

Consumenten die elektriciteit opwekken met zonnepanelen mogen energie die ze ‘over’ hebben terugleveren aan het openbare net. Het verrekenen van de hoeveelheid energie die het energiebedrijf aan de consument levert met de elektriciteit die de consument teruglevert heet salderen. Voor energie die de consument teruglevert, moet het energiebedrijf een redelijke terugleververgoeding betalen.

Eind vorig jaar heeft ACM met de energieaanbieders  afspraken gemaakt over hoe de consument voortaan te informeren over producten en prijzen. Het aanbod van leveranciers aan consumenten moet begrijpelijk en vergelijkbaar zijn waarbij alle aanbieders dezelfde duidelijke termen gebruiken. Consumenten kunnen zo een geïnformeerde keuze maken voor een leverancier en facturen controleren. Uit dit onderzoek blijkt echter dat veel leveranciers niet of zeer beperkt de vereiste informatie geven aan zonnepaneelbezitters terwijl zij verplicht zijn hen volledig te informeren over saldering en teruglevering. ACM heeft de aanbieders hier op aangesproken en zal scherp monitoren of aanbieders hun informatievoorziening verbeteren. Gebeurt dit niet, dan zal ACM overgaan tot handhaving.

Leveranciers hanteren verschillende salderingsmethoden en terugleververgoedingen. Uit het onderzoek blijkt dat deze allemaal voldoen aan de wet. Zonnepaneelbezitters die meer opwekken dan verbruiken kunnen een gering financieel voordeel behalen bij de keuze voor terugleververgoedingen. Er zijn namelijk leveranciers die vanuit hun duurzame imago een hogere vergoeding bieden.

Drie-en-een-half miljard besparen met slimme energiesystemen mogelijk

Het inzetten van slimme energiesystemen in de consumentenmarkt levert één tot drie-en-een-half miljard euro op. Dat blijkt uit onderzoeken uitgevoerd in PowerMatching City, het eerste demonstratieproject ter wereld waarin een slim energienet (smart grid) in de praktijk is geïmplementeerd.

Slimme energiesystemen maken het mogelijk om de vraag naar en het aanbod van energie op elkaar af te stemmen. Dit wordt steeds belangrijker vanwege de energietransitie waarbij het aandeel van wind- en zonne-energie in het energieaanbod toeneemt. De toename van duurzame energie uit wind en zon leidt tot een steeds groter fluctuerend aanbod aan elektriciteit. Dit aanbod is immers afhankelijk van het weer en daarmee slechter voorspelbaar. Slimme energiesystemen regelen deze verschillen weg doordat ze vraag en aanbod van energie continu op elkaar afstemmen. Dit wordt flexibiliteit genoemd.

Om antwoorden te krijgen over de energietransitie uit de praktijk is in 2009 PowerMatching City in Hoogkerk, Groningen, opgezet. In de tweede fase van deze praktijkproef die in 2011 is gestart, ondervonden de bewoners van 40 huishoudens het leven in een wijk met een duurzame energievoorziening. De bewoners beschikten over zonnepanelen, micro warmtekrachtcentrales en warmtepompen waarbij met behulp van zonkracht, gas en aardwarmte eigen elektriciteit werd opgewekt en water verwarmd. Daarnaast werd door de inzet van slimme software elektriciteit gedeeld met de buren of werden huishoudelijke apparaten aangezet op momenten dat energie vanuit het lokale netwerk optimaal voorradig was. De resultaten van de tweede fase worden vandaag gepresenteerd op het eindsymposium in Groningen.

In PowerMatching City is aangetoond dat slimme energiesystemen technisch haalbaar zijn en dat flexibiliteit van economische waarde is voor onze samenleving. De opbrengsten in de consumentenmarkt kunnen oplopen tot drie-en-een-half miljard euro. Deze baten bestaan enerzijds uit het vermijden van investeringen voor nieuwbouw en onderhoud van energienetten door netbeheerders. Anderzijds kunnen energieleveranciers het gebruik van energie door klanten beter sturen, waardoor energie gunstiger kan worden ingekocht op groothandelsmarkten. Ook kunnen energieleveranciers decentraal opgewekte energie gebruiken om op lokaal niveau vraag en aanbod te matchen en zodoende kosten kunnen vermijden.

In het onderzoek zijn samen met bewoners twee energiediensten ontwikkeld die flexibiliteit mogelijk maken: 'Slim kosten besparen' stelde de bewoners in staat om de kosten voor hun energieconsumptie en energieopwekking zo laag mogelijk houden. 'Samen aangenaam duurzaam' voorzag in de behoefte van bewoners om als buurt zo duurzaam mogelijk te leven. PowerMatcher, de slimme software, speelde daarin een sleutelrol en stemde vraag en aanbod van (duurzame) energie op elkaar af op basis van informatie die aanbieders en consumenten leverden. Opvallend element daarbij was dat er in de praktijkproef veel meer flexibiliteit aanwezig bleek te zijn dan op grond van eerdere studies was verwacht en dat vraag en aanbod van energie veel beter in balans konden worden gebracht.

Om in de consumentenmarkt een grootschalige uitrol van diensten mogelijk te maken om flexibiliteit te ontsluiten is standaardisatie nodig - zowel om de kosten voor het ontsluiten van slimme apparatuur omlaag te brengen als de kosten voor de slimme energiediensten. Door te kiezen voor gelijke gestandaardiseerde oplossingen dalen de kosten per huishouden en wordt het gebruik van flexibiliteit al snel economisch rendabel. Daarvoor moet wel aan een andere belangrijke voorwaarde worden voldaan, namelijk dat de inkoop van energie plaatsvindt op basis van de werkelijk gemeten verbruikte en/of opgewekte energie. Alleen dan kan een leverancier ook daadwerkelijk de waarde van de flexibiliteit in de markt te gelde maken en die ook weer teruggeven aan de klant.

De partners binnen Power Matching City signaleren dat er een nieuw marktmodel moet worden ontwikkeld, waarin de flexibiliteit optimaal verdeeld en de waarde van de flexibiliteit maximaal benut wordt. Het correct verdelen van de waarde tussen alle belanghebbenden, te weten: eindgebruikers (de consument), energieleveranciers en netbeheerders, is cruciaal voor een positieve business case. In dit marktmodel is een marktpartij nodig die de flexibiliteit bundelt en verdeelt: de aggregator. Daarnaast kan standaardisatie er voor zorgen dat grootschalige uitrol economisch haalbaar wordt.

Het consortium van PowerMatching City bestaat uit de projectpartners DNV GL, Enexis, Essent, Gasunie, ICT Automatisering en TNO, en daarnaast uit de kennispartners TU Delft, TU Eindhoven en de Hanze Hogeschool Groningen.

SOLARWATT werkt samen met BMW i aan zonne-energiesysteem voor carport

SOLARWATT werkt samen met BMW i aan een elektrisch carportsysteem waarmee het mogelijk is om thuis via zonne-energie elektrische BMW i-voertuigen op te laden. SOLARWATT komt daarmee tegemoet aan de groeiende vraag van consumenten naar het zelf slim omgaan met energie en geld. Het systeem wordt beschikbaar voor de BMW i3 en i8.

Door gebruik te maken van de intelligentie van de SOLARWATT Energy Manager, biedt het systeem gebruikers de mogelijkheid efficiënt om te gaan met zowel zonne-energie als ingekochte elektriciteit. Met de tool krijgen zij realtime inzicht in de weersvoorspellingen en de verwachte zonnekracht, zodat ze het ideale tijdstip kunnen bepalen om hun BMW i op te laden.

Voor dagen waarop de zon niet schijnt, is het systeem slim genoeg om de auto op te laden op momenten dat de stroom het goedkoopst is. Daarvoor maakt het gebruik van de prijzen van de energieleverancier. Het SOLARWATT CARPORT SYSTEM wekt zonne-energie op aan de hand van zowel aantrekkelijk vormgegeven dakpanelen als zonnepanelen op de carport of garage om het BMW i-voertuig op te laden.

De SOLARWATT Energy Manager kan de stroomverzorging in het complete huishouden eenvoudiger dan ooit optimaliseren. Consumenten kunnen zo in de toekomst grotendeels hun eigen elektriciteit produceren en opslaan om minder afhankelijk te zijn van de centrale-energievoorziening. Met de SOLARWATT Energy Manager kan niet alleen gemonitord worden hoeveel energie de zonnepanelen opwekken, maar kunnen ook bepaalde huishoudelijke apparaten worden aangestuurd.

Nominatie Europese Groene Hoofdstad 2017

Op woensdag 8 april maakte de Europese Commissie bekend dat gemeente ’s-Hertogenbosch meedingt naar de eervolle titel van Europese Groene Hoofdstad van het jaar 2017. Een zogenaamde European Green Capital is een rolmodel voor andere Europese steden.

De nominatie geeft een positieve impuls aan de verdere duurzame stedelijke ontwikkeling van ’s-Hertogenbosch en de vele initiatieven in de stad die daaraan bijdragen. Ook Nijmegen, Essen (Duitsland) en Umea (Zweden) maken kans. Op 18 juni in Bristol wordt duidelijk welke stad de titel op haar naam mag schrijven.

Wethouder Hoskam: “Geweldig dat we genomineerd zijn. We willen de komende jaren stevig inzetten op duurzame ontwikkeling van ’s-Hertogenbosch. Met onder meer het doel om innovatieve oplossingen te vinden voor een veilige, duurzame en gezonde leef- en woonomgeving. Dat doen we bijvoorbeeld via samenwerkingsverbanden zoals Agrifood Capital, SPARK en het Bossche Energieconvenant. De nominatie geeft daaraan een flinke impuls. Het helpt om de samenwerking met partijen in de stad uit te breiden en initiatieven uit de stad mee mogelijk te maken.”

De gemeente ligt op koers om in 2020 de eigen gebouwen klimaatneutraal te hebben. Daarnaast werkt ‘s-Hertogenbosch samen met vele partners aan duurzame ontwikkeling. Denk aan het Bossche Energieconvenant en Energie Nul73 voor een klimaatneutrale gemeente. Maar ook aan de inzet van transferia, de investering in een hoogwaardig fietsnetwerk en de stimulering van het gebruik van elektrisch vervoer.

Ook werkt de gemeente aan een robuuste structuur van water- en natuurgebieden (Groene Delta), in samenwerking met vele instellingen, bedrijven, overheden en vrijwilligers. Hierdoor is onder meer de bever weer te vinden in 's-Hertogenbosch en zijn we beter beschermd tegen hoog water.

Verder zijn er in de stad nieuwe bestemmingen gevonden voor monumentale panden zoals de Gruyterfabriek en de Verkadefabriek. In 2013 is AgriFood Capital opgericht, als katalysator voor innovaties in de agrifood sector binnen thema's als duurzaamheid, voeding en gezondheid. En in 2014 hebben we samen met partners SPARK opgezet: een innovatiecampus waar producten worden ontwikkeld die de veiligheid, gezondheid en duurzaamheid van de gebouwde omgeving verbeteren. Gemeente ’s-Hertogenbosch zet daarmee in op het creëren van werkgelegenheid in combinatie met duurzame ontwikkeling.

Delen

Twitter Delicious Facebook Digg Stumbleupon Favorites More