Reserveer nu de nieuwe Sony eReader

woensdag 22 oktober 2014

Mijlpaal voor SolaRoad: werkzaamheden aanleg pilotproject gestart

Een dezer dagen zijn de werkzaamheden voor de aanleg van het SolaRoad fietspad langs de provinciale weg N203, in Krommenie, gestart. Eind oktober zal het fietspad gereed zijn en kunnen de eerste (brom)fietsers eroverheen. SolaRoad wordt ontwikkeld door TNO, Provincie Noord-Holland, Ooms Civiel en Imtech Traffic&Infra.

Het fietspad langs de N203 in Krommenie is gekozen als pilot-locatie voor ongeveer 100 meter SolaRoad. Gedurende drie jaar zullen diverse metingen en tests uitgevoerd worden om SolaRoad verder te kunnen ontwikkelen. De testen moeten antwoord geven op vragen als: Hoe gedraagt het zich in de praktijk? Hoeveel energie levert het op? En hoe is het om eroverheen te fietsen? Het fietspad ligt gunstig op de zon waardoor de energieopname optimaal is. Ook wordt dit fietspad intensief gebruikt, zodat veel informatie beschikbaar komt over de gebruikseffecten. In de aanloop naar de aanleg is het pad in het laboratorium getest zodat het voldoet aan alle (veiligheids)eisen voor wegdekken.

SolaRoad is een wegdek dat werkt als een zonnepaneel. De zonnestroom uit de weg vindt praktische toepassingen in wegverlichting, verkeersinstallaties, elektrische auto’s (die er overheen rijden) en huishoudens. SolaRoad bestaat uit betonnen modules van 2,5 bij 3,5 meter. In één rijrichting zijn zonnecellen aangebracht onder een geharde glazen toplaag van ongeveer 1 cm. dikte. Deze toplaag laat zonlicht door én is stroef en sterk genoeg voor veilig gebruik door het verkeer. De modules worden onderling aan elkaar verbonden zodat er ook comfortabel over gefietst kan worden.

Enexis maakt planning landelijke aanbieding slimme meter 2015 bekend

Vanaf 2015 zijn alle netbeheerders verplicht om aan hun klanten met een kleinverbruikaansluiting een slimme meter aan te bieden. Dit proces gaat stap voor stap en is naar verwachting in 2020 afgerond. Enexis is de eerste netbeheerder die de planning bekend maakt. Op enexis.nl kunnen klanten van Enexis door middel van het invullen van hun 4-cijferige postcode zien of zij in 2015 in de planning staan. Deze planning wordt ieder kwartaal geactualiseerd zodat klanten altijd 1 jaar vooruit kunnen kijken.

Consumenten​ en zakelijke klanten met een kleinverbruikaansluiting​ kunnen via enexis.nl ​op basis van hun 4-cijferig postcode controleren of Enexis in 2015 in hun postcodegebied de slimme meter aanbiedt. Ook gemeenten en provincies​ kunnen kijken in welke postcodegebieden Enexis in 2015 de slimme meter aanbiedt. Hiermee kan de gemeente desgewenst haar burgers informeren.

Daarnaast heeft Enexis samen met Netbeheer Nederland en verschillende marktpartijen een convenant opgesteld over de samenwerking en informatie-uitwisseling rondom de planning. Voor marktpartijen​ Heeft Enexis een speciaal overzicht​ gemaakt dat aansluit op hun wensen.

Enexis biedt de slimme meter aan bij klanten met een elektriciteitsaansluiting met een capaciteit van maximaal 3x80 Ampère en/of een gasaansluiting van maximaal 40 m³/uur. Daarnaast plaatst Enexis de slimme meter ook bij bijvoorbeeld nieuwbouw, defecte meters en vernieuwing van het netwerk. Deze werkzaamheden staan niet in de planning, omdat deze reguliere meterplaatsingen niet in complete postcodegebieden plaatsvinden. De slimme meter is niet verplicht. Dat betekent dat klanten de plaatsing ervan kunnen weigeren. Meer leest de klant hierover op enexis.nl/slimmemeters​

Zonnecellen in kleding

Circa een derde van onze energie moet in de toekomst uit solar gaan komen. Gelukkig zijn er legio toepassingen van zonnecellen in aankomst. Hier is echter nog wel veel onderzoek voor nodig. TNO en onderzoeksconsortium Solliance werken aan dit onderzoek naar dunne-filmzonnecellen, een moderne en goedkopere variant van de reguliere zonnecel.
 
Het opwekken van zonne-energie krijgt een plek in steeds meer producten Het beeld van de starre, rechthoekige zonnepanelen op de Hollandse daken is te eenzijdig. “Het aantal toepassingen is ontelbaar,” zegt Karel Spee. “Flexibele zonnecelfolies en -plaatjes zijn in tal van producten te gebruiken. Wel is er nog veel onderzoek nodig. Maar het vertrouwen in deze nieuwe toepassingen zal onverminderd toenemen.”
 
TNO en onderzoeksconsortium Solliance werken aan het onderzoek naar dunne-filmzonnecellen, bij machinebouwer Smit Ovens aan nieuwe productietechnieken. Zonnecellen verwerkt in je jurk of jas om je smartphone op te laden. Of een deurbel op zonne-energie. Dit soort producten is al volop commercieel beschikbaar. Zonne-energie gaat een substantiële plek innemen in onze samenleving en energievoorziening. “Circa een derde van onze energie moet uit solar gaan komen”, voorspelt Spee. De potentie van de duurzame energiebron gaat dan ook veel verder dan de bestaande PV-panelen die in groten getale op de daken van huizen en andere gebouwen worden geschroefd. “Klassieke PV-panelen zijn niet flexibel. Ook architectonisch gezien zijn ze niet altijd even fraai.” Uit een recent onderzoeksrapport dat klanten esthetisch verantwoorde toepassingen willen. De standaard op het dak geschroefde zonnepanelen zullen plaats maken voor zonnecellen verwerkt in dakelementen. Ook in gevels en wegen zullen zonne-energiesystemen toegepast worden.

Spee voorziet twee routes, namelijk het verder ontwikkelen van de traditionele PV-panelen, bijvoorbeeld in kleurstelling, naast de opmars van dunne-filmzonnecellen. De ontwikkeling van dunne-filmzonnecellen en -panelen, constateert Spee, wordt al ter hand genomen door een onderzoeksconsortium als Solliance. Het lectoraat van Spee aan Avans Hogeschool gaat zich op praktisch onderzoek richten naar de technologie die nodig is om zonnecellen in allerlei nieuwe producten te verwerken. Zo gaat een groep Avans-studenten aan de slag met zonnecellen geïntegreerd in de spoilers van auto’s en vrachtwagens. “In ons land rijdt twee miljoen vierkante meter aan vrachtverkeer rond. Het oppervlak ligt klaar. Op den duur zou ik ook zonnecellen willen integreren in zeilen van vrachtwagens.”

Het onderzoek wordt mogelijk door de samenwerking in een nieuw onderzoekscentrum met Solliance-partners TNO en Smit Ovens. “De solar-industrie produceert inmiddels volop zonnecelfolie, maar we kunnen er nog amper producten mee maken. Een echte markt bestaat niet, althans niet grootschalig. Productietechnieken staan in de kinderschoenen,” aldus Spee. “Om de technologie betaalbaar te krijgen, is massaproductie nodig. De investeringen komen niet van de grond, omdat er geen afzet is. Maar de afzet is er niet, omdat er geen producten zijn. Om dit kip-ei probleem te doorbreken, moeten er meer demonstratieprojecten komen. Daarmee zal het vertrouwen in nieuwe zonnecelgeïntegreerde producten toenemen. Maar dat die producten er zullen komen, staat buiten kijf.”

dinsdag 21 oktober 2014

Nederland houdt voortaan samen met omliggende landen het elektriciteitsnet in evenwicht

Nederland heeft met Duitsland, België, Oostenrijk, Zwitserland, Denemarken en Tsjechië afgesproken dat de landelijke netbeheerders elkaars direct optredende tekorten en overschotten aan elektriciteit delen. Daardoor hoeven voortaan minder maatregelen genomen te worden in eigen land om het evenwicht op het elektriciteitsnet in stand te houden omdat andere landen nu ook kunnen bijdragen. Dit bewaken van het evenwicht heet balanceren. Maatregelen die hierbij genomen worden zijn bijvoorbeeld het verhogen of verlagen van de productie van elektriciteit door centrales of van het gebruik van elektriciteit door de industrie. Met dit nieuwe systeem is minder inzet nodig omdat eerst naar de direct beschikbare overschotten in andere landen wordt gekeken voordat we in eigen land in actie komen.

“De samenwerking gaat naar verwachting voor Nederland per jaar zo’n 7 miljoen euro opleveren. De landen geven elkaar een vergoeding voor elkaars bijdrage. Die bijdrage wordt in Nederland verrekend in de transporttarieven voor consumenten en bedrijven”, aldus Henk Don, bestuurslid van de Autoriteit Consument & Markt (ACM). ACM heeft het voorstel tot samenwerking dat door TenneT is ingediend, goedgekeurd. Daarmee wordt een succesvolle pilotfase van TenneT afgesloten. In Nederland regelt landelijk netbeheerder TenneT dat ons netwerk in balans blijft. Zij schakelt daarvoor met de goedkoopste partijen in de markt.

Nu de verschillende landen voortaan samen balanceren is de kans dat de spanning van ons elektriciteitsnet wegvalt, nog kleiner geworden. Het continu in balans houden van vraag en aanbod is een belangrijk aspect van de elektriciteitsvoorziening dat voorkomt dat bijvoorbeeld een groot deel van Europa in het donker komt te zitten; een zogenoemde black-out. Met dit besluit wordt een volgende stap gezet naar één Europese markt.

Duurzaamheid nog weinig verankerd in doelen MKB

Slechts één op de twintig MKB ondernemers (5%) ziet duurzaamheid als één van de belangrijkste doelen van de onderneming voor het komende jaar. Het belang dat de ondernemer aan duurzaamheid hecht neemt toe naarmate de onderneming groter is. Ook zetten vrouwelijke ondernemers meer in op duurzaamheid dan mannelijke. Dat blijkt uit een enquête onder 1.248 MKB-ondernemers.

Het verhogen van de omzet of winst is voor meer dan de helft van de ondernemers (55%) het belangrijkste doel voor de komende 12 maanden. Dat is niet vreemd, omdat winst bedrijfseconomisch de bestaansreden van elke commerciële onderneming is. Door het gure economische klimaat van de afgelopen jaren staat winst ook hoog op de agenda en lijkt er weinig ruimte voor doelen met een langere termijn. Het is van belang dat MKB-ers ook duurzaamheid nastreven met hun onderneming; belangrijke grondstoffen worden schaarser, afval produceren wordt duurder en hergebruik van middelen kan veel kosten besparen. Toch ziet slechts één op de twintig MKB ondernemers duurzaamheid als één van de belangrijkste doelen voor de onderneming voor het komende jaar.


Grotere bedrijven geven duurzaamheid meer aandacht in hun bedrijfsdoelstellingen. Zo verankert 1 op de 10 MKB-ers met meer dan 20 werknemers duurzaamheid in de bedrijfsdoelstellingen, terwijl slechts 1 op de 33 ondernemers met minder dan vijf medewerkers in dienst dat doet. Dit is in overeenstemming met andere onderzoeken die aantonen dat grotere bedrijven meer oog hebben voor duurzaamheid. Zij hebben over het algemeen meer mogelijkheden om zich met duurzaamheid bezig te houden. Opvallend is dat deze relatie opgaat tot zo’n 50 werknemers. Naarmate de onderneming nog groter wordt, neemt het belang van duurzaamheid in de bedrijfsdoelstellingen in deze steekproef niet verder toe.

Werkgelegenheid in de duurzame energiesector stijgt

In 2013 werkten ruim 45 duizend mensen in de duurzame energiesector (uitgedrukt in voltijdsequivalenten). Dit is een toename van 24 procent ten opzichte van 2008. In de rest van de economie daalde de werkgelegenheid in deze periode (-3 procent). Ook het aandeel van de duurzame energiesector in de Nederlandse economie steeg. De bruto groei komt vooral door meer investeringen in hernieuwbare energie.

De energietransitie naar een meer duurzame energievoorziening biedt kansen voor de economie. De werkgelegenheid in bedrijven die actief zijn op het gebied van hernieuwbare energie of energiebesparing is in de periode 2008-2013 met bijna 9 duizend voltijdbanen toegenomen tot ruim 45 duizend in 2013. Ook de verdiensten (bruto toegevoegde waarde) in de sector zijn toegenomen. De toegevoegde waarde steeg met 12 procent in de periode 2008-2012 tot 4,2 miljard. Eventuele verdringingseffecten (banen die erbij komen en ten koste gaan van  banen elders) in andere sectoren zijn hierbij buiten beschouwing gelaten. De duurzame energiesector groeit, maar heeft  nog een relatief klein aandeel in de economie (0,7 procent).

Energiebesparing heeft het grootste aandeel in de totale werkgelegenheid in de duurzame energiesector. Vooral de installatie van isolatiemateriaal in bestaande huizen en gebouwen is arbeidsintensief. In 2012 daalde de werkgelegenheid gerelateerd aan isolatiewerkzaamheden. Dit is in lijn met het macro economisch beeld in de bouw.  In 2011 leefde de bouw economisch gezien een beetje op en viel in 2012 weer wat terug.

In 2013 was de duurzame energiesector goed voor 45 duizend voltijdbanen. De productie van hernieuwbare energie leverde 3 duizend voltijdbanen op. In 2013 maakte hernieuwbare energie 4,5 procent van het totale Nederlandse energieverbruik uit. Dat is meer dan in 2008 (3,4 procent). De overige 42 duizend banen zitten in de keten rondom de productiefase van duurzame energie, zoals werkzaamheden aan energiebesparing (bijvoorbeeld de productie en installatie van isolatiemateriaal), zonne-energie, windenergie, de bioketens en elektrisch vervoer. Vooral  de installatie van zonnepanelen en elektrisch vervoer hebbende laatste jaren een flinke groei doorgemaakt. De werkgelegenheid in de keten van bio-energie nam juist iets af in 2012, er zijn geen grote nieuwe productiefaciliteiten bijgebouwd, in tegenstelling tot eerdere jaren.

Arbeidsvolume in de duurzame energiesector, niet-exploitatiefase (gekoppeld aan investeringen), per bedrijfstak, 2012

Arbeidsvolume in de duurzame energiesector, niet-exploitatiefase (gekoppeld aan investeringen), per bedrijfstak, 2012


Bouwnijverheid en industrie belangrijkste spelers

Bedrijven die actief zijn in  de duurzame energiesector zitten wijdverspreid in de Nederlandse economie. De bouwnijverheid heeft veruit het grootste aandeel (59 procent), met werk voor installatie van zonnepanelen, isolatie en windmolens.  De bouwnijverheid wordt gevolgd door de industrie (19 procent) en de zakelijke dienstverlening (ingenieurs en R&D). Tot slot speelt ook de groothandel een belangrijke rol, in bijvoorbeeld de internationale handel van zonnepanelen en biobrandstoffen.

maandag 20 oktober 2014

Alle taxiritten vanaf Schiphol elektrisch

In één klap 167 volledig elektrischt taxi’s erbij: vanaf vandaag verzorgen de taxiorganisaties Bios en Schipholtaxi alle taxiritten vanaf luchthaven Schiphol. Niet alleen een succes voor de taxiwereld en Schiphol, maar zeker ook voor Amsterdam. De gemeente ondersteunde de introductie met haar subsidieregeling voor schone taxi’s en de aanleg van oplaadpunten op eigen terrein en in de openbare ruimte.

Naar schatting heeft meer dan 85% van de taxiritten die vanaf Schiphol vertrekken Amsterdam als eindbestemming. Zo rijden er elke dag meer dan 1.600 taxi’s de stad in vanaf het vliegveld. De luchthaven en taxiorganisaties leveren zo dus een grote bijdrage aan de verbetering van de Amsterdamse luchtkwaliteit en de zichtbaarheid van elektrisch vervoer, met name in de taxibranche.

De gemeente Amsterdam loopt in Nederland voorop met de ontwikkeling van elektrisch vervoer. In de afgelopen vijf jaar is Amsterdam gegroeid tot een living lab voor alle initiatieven op het gebied van elektrisch vervoer. Om de volgende stap in de ontwikkeling van elektrisch vervoer (mede) te kunnen bepalen voert Amsterdam Elektrisch nu het gesprek met haar partners en stakeholders.

Partijen uit het veld van oplaadinfra en vervoer zijn geïnterviewd om te achterhalen wat hun beelden voor de toekomst zijn. In een eerste gezamenlijke sessie in oktober is gesproken over de rol die de gemeente Amsterdam de komende jaren kan en zou moeten vervullen bij de verdere uitrol van elektrisch vervoer. De verkregen input wordt ook gebruikt voor de uitvoeringsagenda duurzaamheid van het college van B&W. Mocht u een verzoek hebben aan de gemeente Amsterdam of een idee over de opschaling van elektrisch vervoer, dan horen wij dat natuurlijk ook graag.

Aanvullende financiering van 150 miljoen euro voor project TenneT

De Europese Investeringsbank (EIB) en TenneT hebben een overeenkomst ondertekend voor een lening van 150 miljoen euro. De overeenkomst maakt deel uit van een financieringspakket met een totale waarde van 450 miljoen euro dat in 2011 met TenneT Holding is overeengekomen. De EIB verstrekt de lening ter ondersteuning van de bouw en exploitatie van het Randstad 380 kV project, de 380 kV hoogspanningsverbinding in de Randstad met een lengte van 83 kilometer.

Geen legalisering windmolen in Schagen

Gedeputeerde Staten (GS) hebben bij de gemeente Schagen een zienswijze ingediend tegen het voornemen een bouwvergunning te verstrekken voor een windmolen aan de Grote Sloot te Sint Maartensbrug en daarmee de bestaande illegale situatie te legaliseren.

GS zijn van mening dat de gemeente zich bij het voorgenomen besluit op een onjuist artikel uit de wet beroept. De gemeente gaat er daarbij ten onrechte vanuit dat het nu niet nodig is een verklaring van geen bezwaar aan te vragen bij de provincie. Het beroep op een ander wetsartikel dan oorspronkelijk heeft de gemeente niet nader beargumenteerd of toegelicht. Daarnaast is het voornemen ook in strijd met het provinciaal windbeleid. Eerder in 2011, is al door de provincie een verklaring van geen bezwaar geweigerd af te geven. Hier is de gemeente tegen in beroep gegaan bij de bestuursrechter. De zitting hierover zal op 21 okt a.s. plaatsvinden.

Stedin en Liander bundelen krachten voor dataverkeer

Regionale netbeheerders Stedin en Liander gaan samenwerken op het gebied van dataverkeer. Daartoe wordt een gezamenlijk mobiel communicatienetwerk gebouwd en beheerd. De belangrijkste toepassing is het uitlezen van slimme meters. Het communicatienetwerk wordt ook gebruikt voor communicatie met andere, toekomstige installaties in de energienetten.

Willem Jan Zwart, CIO van Stedin: ,,We brengen steeds meer intelligentie in onze energienetten aan. In deze ‘smart grids’ zitten sensoren waarmee energiestromen beter gevolgd en op afstand bestuurd kunnen worden. Dankzij de opkomst van de slimme meter en de overgang naar een zogenoemde decentrale energievoorziening zien we dat consumenten in toenemende mate zelf energie opwekken. Maar ook inzicht willen in de eigen energiehuishouding. Daarbij is veilig en betrouwbaar dataverkeer van cruciaal belang. Het is dan ook noodzakelijk om daar nu al voorbereidingen voor te treffen.’’

Stedin en Liander krijgen hierdoor langjarig de beschikking over een CDMA-netwerk, dat vergelijkbaar is met een UMTS- of een GPRS-netwerk maar naar verwachting een langere levensduur heeft. Dat is een belangrijk voordeel, omdat ook slimme meters en andere onderdelen in de energienetten een lange levensduur hebben. Robbert-Jan Stegeman, CIO van Alliander, waartoe Liander behoort: ,,Met deze strategische samenwerking creëren we schaalvoordeel in onze dienstverlening en verlagen we de kosten voor onze klanten. Hiermee realiseren we een toekomstbestendige en kostenbewuste oplossing die aansluit bij de communicatiebehoeftes van de netbeheerders.’’

Alliander Telecom verwierf in 2013 een CDMA-vergunning en een zenderpark, die beide in Utility Connect zijn ondergebracht. Met het ondertekenen van een overeenkomst, neemt Eneco Groep, het moederbedrijf van Stedin, een belang van ruim 40 procent in de onderneming Utility Connect. Utility Connect krijgt een eigen vestiging in Houten onder leiding van huidig Alliander Telecom-directeur Arjan Olde Damink en Sandra Hartog als controller vanuit Stedin. Utility Connect wordt ondersteund op het gebied van aanleg en operationeel beheer door Telecom- en ICT dienstverlener KPN.


‘Energy & Resources’ creëert kansen voor de toekomst

Het onderzoeksthema Energy & Resources is een samenwerking tussen de faculteit Geowetenschappen en de faculteit Bètawetenschappen, en creëert een heel nieuw scala aan kansen en inzichten. Zo’n samenwerking ontstaat niet zomaar, het moet van onderaf groeien en zo tot volle bloei komen, menen Chris Spiers en Bert Weckhuysen. Utrecht is er de perfecte plek voor.
 
Als onderdeel van het Utrechtse strategische thema Duurzaamheid zag in 2013 ‘Energy & Resources’ het levenslicht. Het zorgde er voor dat de twee programmatrekkers, Bert Weckhuysen en Chris Spiers, hun kwaliteiten konden bundelen en daarmee de zaadjes konden planten voor een langdurige, interfacultaire samenwerking. “We zitten nu nog midden in het verkenningsproces”, vertelt Spiers. “En het is ontzettend boeiend om te ontdekken hoeveel fundamentele vragen de betrokken groepen delen in hun onderzoek.”

Chris Spiers is al twintig jaar hoogleraar aan de Universiteit Utrecht. Hij onderzoekt de fysische en chemische eigenschappen van gesteentes in de aardkorst, en wat de implicaties hiervan zijn; variërend van natuurlijke hulpbronnen tot aardbevingen. Bert Weckhuysen houdt zich, als anorganisch chemicus, bezig met het verbeteren van katalysatoren om hernieuwbare energie en materialen te genereren. In 2013 kreeg hij daar de prestigieuze Spinozapremie voor.

Fundamenteel gezien hebben deze twee takken van wetenschap veel overlap, maar praktisch was daar nog niet genoeg van te merken, vindt Weckhuysen. “Het doel kan verschillen, en we werken met andere materialen, maar de onderliggende onderzoeksvraag is vaak hetzelfde. Alleen wat we met de resultaten doen, de implicaties van het antwoord, die verschillen duidelijk.”

vrijdag 17 oktober 2014

Cum laude voor omzetting afval in energie

Maria Fernanda Neira D’Angelo is cum laude gepromoveerd op haar onderzoek waarin ze een microreactor ontwikkelde om organisch afval om te zetten in energie. De Argentijnse deed haar onderzoek aan de faculteit Scheikundige Technologie onder begeleiding van Jaap Schouten en Xander Nijhuis.

Biomassa is momenteel één van de belangrijkste bronnen van duurzame energie in Nederland. Hierbij wordt energie gewonnen uit organisch materiaal. Bij de omzetting van biomassa naar nuttige producten als plastics of brandstof is waterstof nodig en blijft een significant deel van de biomassa over als afval. Ook bij de voedselproductie blijft veel biomassa over als afval. Een katalysereactie genaamd Aqueous Phase Reforming (APR) is een manier om dit afval efficiënt in waterstof om te zetten, dat vervolgens weer gebruikt kan worden voor de bewerking van biomassa of elektriciteitsopwekking in een brandstofcel. Doordat APR in de vloeibare fase wordt uitgevoerd, hoeft de biomassa niet eerst gedroogd te worden, waardoor dit proces veel efficiënter is.

Neira D’Angelo heeft zich gericht op het ontwikkelen van een reactor om deze reactie te laten plaatsvinden – iets waar tot nog toe weinig studies naar waren gedaan. Ze is er volgens haar promotoren in geslaagd zowel de katalyse als de reactor te optimaliseren. Haar begeleiders loven haar onafhankelijkheid en haar initiatief om regelmatig nieuwe ideeën of benaderingen te proberen. Haar werk is bovendien in voor haar vakgebied bovengemiddeld aangeschreven wetenschappelijke tijdschriften verschenen.

Nuon verkoopt warmte- en elektriciteitsproductie Utrecht aan Eneco

Nuon verkoopt haar warmte- en elektriciteitsproductie in Utrecht aan Eneco. Eneco neemt van Nuon een aantal centrales en het warmtetransportnetwerk over. Daarbij maken zo'n 85 medewerkers de overstap van Nuon naar Eneco. Beide bedrijven zijn dit vandaag met elkaar overeengekomen. De overname staat gepland per 1 januari 2015.

Onderdeel van de overeenkomst zijn de overname van twee productielocaties voor elektriciteit en stadsverwarming, vijf hulpwarmtecentrales, zeven warmteoverdrachtstations en het 25 kilometer lange transportleidingnet. De productielocaties wekken warmte op voor 50.000 huishoudens en 1.200 zakelijke klanten in Utrecht en Nieuwegein. Financiële details over deze transactie worden niet openbaar gemaakt.

De plannen voor een nieuwe biomassacentrale zijn ook onderdeel van de overname, maar zullen door Eneco tegen het licht worden gehouden. "Het uitgangspunt is dat we het Utrechtse warmtenet verder willen verduurzamen. Een nieuwe biomassacentrale is een serieuze optie, maar we zullen alle alternatieven voor de toekomst van Utrecht blijven afwegen", aldus Herman Exalto, directeur van Eneco Warmte & Koude.

In Utrecht produceren Nuon en haar voorgangers al sinds 1923 warmte; die Eneco vervolgens aan haar klanten levert. Het aflopen van de huidige warmteleveringsovereenkomst eind van dit jaar vormde voor de twee partijen een natuurlijk moment om te bekijken hoe in de toekomst de stadsverwarming aan klanten in de regio Utrecht kon worden ingericht. Van de twee opties - verlenging van de overeenkomst of een overdracht van de productie aan Eneco - bleek de laatste de meest realistische gezien de huidige marktomstandigheden. Om de warmteketen van productie tot klant op lange termijn veilig te stellen en verder te verduurzamen zijn optimalisaties nodig. Beide bedrijven zijn het er over eens dat dit het beste kan door de gehele keten bij één partij onder te brengen.

Delen

Twitter Delicious Facebook Digg Stumbleupon Favorites More