Reserveer nu de nieuwe Sony eReader

vrijdag 24 oktober 2014

Sportverenigingen kunnen 30 miljoen euro besparen op energie

Sportverenigingen kunnen via eenvoudige maatregelen gezamenlijk tot 30 miljoen euro per jaar besparen op hun energierekening. Dit bedrag is vergelijkbaar met het geld dat Nederland jaarlijks uitgeeft aan alle topsportsubsidies bij elkaar. Veel sportverenigingen hebben het financieel moeilijk en energiebesparing kan ze helpen het hoofd boven water te houden. Om deze energiebesparende maatregelen te kunnen nemen, gaat Nuon amateur-sportverenigingen helpen.

Nuon gaat sportclubs financieel ondersteunen met energiebesparing en duurzame energie. Clubs die in aanmerking willen komen, kunnen vanaf vandaag meedoen met de Nuon Club Competitie. Daarin kunnen sportverenigingen een bedrag ter hoogte van de jaarlijkse energierekening winnen om te investeren in energiebesparing en duurzame energie. Onder meer Kim Lammers, voormalig hockey-international, en sportjournalist Toine van Peperstraten zitten in de jury van deze landelijke wedstrijd.

Nederland telt zo'n 25.000 sportverenigingen. De helft hiervan heeft te maken met dalende inkomsten. Voor steeds meer clubs is de energierekening een grote kostenpost. Via eenvoudige maatregelen kan de energierekening tot duizenden euro's omlaag. Landelijk kunnen sportverenigingen met elkaar jaarlijks 20-30 miljoen euro besparen, blijkt uit berekeningen van Nuon. Dat zou een enorme investering in de amateursport kunnen betekenen. Maar die maatregelen kosten geld en vergen een investering, daarvoor is meestal geen geld beschikbaar. Om een aantal clubs te helpen, gaat vandaag de Nuon Club Competitie van start.

In de Nuon Club Competitie gaan sportclubs uit heel Nederland met elkaar de strijd aan om het bedrag ter hoogte van de energierekening van afgelopen jaar te winnen. Leden van verenigingen kunnen hun creatieve ideeën om energie te besparen insturen. Een jury maakt in november een eerste selectie op originaliteit. Het publiek bepaalt vervolgens de winnaar in december. Negen verenigingen met de meeste stemmen winnen een bedrag ter hoogte van hun energierekening van afgelopen jaar. De winnaars krijgen vervolgens een energieadviseur op bezoek en ontvangen prijzengeld, te investeren in maatregelen om de energierekening van de vereniging te verlagen. De clubs hoeven geen klant van Nuon te zijn om mee te doen aan de wedstrijd.

Schiphol krijgt niet opnieuw ontheffing voor beheer eigen energienetwerken

Schiphol krijgt niet opnieuw ontheffing voor het beheren van eigen netwerken in elektriciteit en gas. Dat heeft de Autoriteit Consument en Markt (ACM) besloten. Met de bestaande ontheffing mag Schiphol zelf bepalen hoe zij het netwerk beheert en welke transporttarieven zij aan haar klanten vraagt voor gas en elektriciteit. Die klanten zijn de bedrijven die op het terrein van Schiphol gevestigd zijn, zoals de winkels, fastfoodketens, overslagbedrijven of kantoren van vliegtuigmaatschappijen. ACM houdt bij netwerken met een ontheffing toezicht op de redelijkheid van de transporttarieven, de veiligheid en kwaliteit. Met de invoering van nieuwe wettelijke regels in 2012 moesten bedrijven die een ontheffing hadden, zoals Schiphol, een nieuwe ontheffing aanvragen.

In Nederland moet elk bedrijf en huishouden via een openbare netbeheerder aangesloten zijn op het netwerk voor gas en/of elektriciteit. ACM houdt niet alleen toezicht op bijvoorbeeld de veiligheid van die netten, maar bepaalt ook de leveringsvoorwaarden en maximumtarieven voor het transport die de netbeheerders aan hun klanten mogen doorberekenen. In sommige gevallen is het toegestaan om zelf een netwerk in bezit te hebben en te beheren. Bijvoorbeeld als het netwerk primair elektriciteit of gas voor de eigenaar transporteert.

Schiphol heeft al lange tijd een ontheffing om een eigen netwerk te mogen beheren. Daarmee mocht zij zelf de transportprijzen vaststellen die zij aan haar klanten wilde berekenen. ACM houdt wel toezicht op de veiligheid en kwaliteit van het net en of afnemers kunnen overstappen naar een andere energieleverancier. Met de invoering van nieuwe wettelijke regels in 2012 moesten ook alle bedrijven die tot dan toe een ontheffing hadden, een nieuwe ontheffing aanvragen. De reden dat zij een nieuwe ontheffing moesten aanvragen, was dat er meer eisen aan het beheer van zulke netwerken werden gesteld. Zo kan ACM sinds de wetswijziging nu ook de gebruikte rekenmethode voor de transporttarieven toetsen.

ACM heeft na de aanvraag van Schiphol onderzoek verricht naar het netwerk van Schiphol. Hieruit bleek dat Schiphol verschillende netwerken heeft die los van elkaar werken. Dat betekent dat Schiphol een ontheffing per net moet aanvragen, hetgeen Schiphol weigert. Henk Don, bestuurslid ACM: “We zijn diverse malen met Schiphol in gesprek geweest om tot een oplossing te komen. Daarbij hebben we om aanvullende informatie gevraagd om daarmee desnoods zelf te kunnen bepalen of we die meerdere ontheffingen konden geven. Die informatie wil Schiphol niet leveren. We kunnen nu niet anders beslissen dan de wettelijk vereiste ontheffing te weigeren. Daarmee moet Schiphol nu een keuze maken: zelf een netbeheerder aanwijzen die de taak van netwerkbeheer van Schiphol gaat overnemen, dan is geen ontheffing meer nodig, of in beroep gaan. Eventueel kan de minister besluiten om in te grijpen door zelf een netbeheerder aan te wijzen.”

‘Energielegioen’ helpt wijkbewoners met energievragen

Om bewoners van de Rotterdamse wijk Feijenoord bewuster te maken van hun energieverbruik en energienota starten welzijnsorganisatie DOCK, de gemeente Rotterdam, netbeheerder Stedin en energiebedrijf Eneco de campagne ‘Het Energielegioen’. Het Energielegioen bestaat uit dertig vrijwilligers die de bewoners van deze wijk gaan helpen met vragen en problemen op het gebied van energie.

DOCK, dat actief is in meerdere grote gemeenten, ontvangt dagelijks een groot aantal energiegerelateerde vragen. Leyla Cakir van DOCK: “Deze campagne is een onderdeel van onze armoedebestrijdingscampagne De Verborgen Bloemen. Wij vinden het belangrijk dat bewoners zelfredzaam zijn als het gaat om uitgaven en inkomsten. Met name in wijken met lagere inkomens is energie een terugkerend thema. Bewoners benaderen ons met vragen over betalingsproblemen of een te hoog verbruik. Door middel van huisbezoeken en voorlichtingssessies gaan we tips en adviezen geven over energiebesparing. Wij zijn enthousiast over de samenwerking met Eneco. Enerzijds omdat veel wijkbewoners klant zijn van Eneco, anderzijds omdat zij veel kennis heeft over energiebesparing en deze wil delen met de vrijwilligers.”

Anneke van Kollenburg namens Eneco: “Als energiebedrijf hebben we een maatschappelijke rol als het gaat om basisvoorzieningen als elektriciteit en gas. Dankzij deze samenwerking kunnen we mensen op weg helpen naar een lagere energierekening en voorkomen dat er bijvoorbeeld financiële problemen ontstaan vanwege de energienota.”

De vrijwilligers van het Energielegioen hebben een speciale training gehad en komen zelf ook uit de wijk. Ze kunnen hun buurtbewoners helpen bij problemen met de energierekening en adviseren op het gebied van energiebesparing. Onder meer doordat ze de juiste ingang bij Eneco kennen, waardoor ze bijvoorbeeld direct duidelijkheid kunnen verschaffen over een mogelijke betalingsregeling of te hoog termijnbedrag. Van Kollenburg: “Met de winter voor de deur willen we met dit initiatief ook voorkomen dat mensen afgesloten worden. Door eerder met ze in contact te komen en te kijken welke mogelijkheden er zijn.”

Het Energielegioen trekt vanaf 8 oktober de wijk in en verwacht tot het einde van het jaar ongeveer 2000 huisbezoeken af te leggen.

donderdag 23 oktober 2014

EnergySense van start in Oosterparkwijk

Sinds kort is het mogelijk zom mee te doen aan EnergySense. Het prestigieuze project vanuit Rijksuniversiteit Groningen en Hanzehogeschool Groningen, waarbij huishoudens zonder veel moeite bijdragen aan energie-oplossingen voor de toekomst, start in De Oosterparkwijk in Groningen.

De overgang naar een duurzame samenleving vraagt om nieuwe kennis en de toepassing daarvan. EnergySense is een grootschalig onderzoek, gericht zich op het begrijpen van veranderingspatronen in houding, gedrag en energiegebruik. EnergySense wil 10.000 huishoudens betrekken in het onderzoek. Daarmee is EnergySense een exclusieve proeftuin (‘living lab’) waarin vele kansen liggen voor verder onderzoek, en ontwikkeling van innovatieve producten en diensten.

Onderzoekers focussen zich onder andere op vraagstukken gerelateerd aan betaalbare duurzame warmte voor particulieren. Een bron van onderzoekgegevens zijn energiegegevens uit slimme meters. In de meterkasten van huishoudens in De Oosterpark worden door netwerkbeheerder Enexis momenteel slimme meters geplaatst. Indien de slimme meter is geplaatst, is deelname aan EnergySense mogelijk.

Na De Oosterpark, zullen slimme meters worden geplaatst in andere wijken in Groningen. EnergySense zoekt nog deelnemers die een slimme meter hebben. Meedoen is uiteraard kosteloos, inschrijven gaat via www.energysense.nu. Door mee te werken aan dit onderzoek draagt elke deelnemer bij aan energie-oplossingen voor de toekomst.

150 Utrechters maken plan voor duurzaam energiegebruik

Utrecht kiest voor een baanbrekende methode om een grootschalig plan voor de overgang naar duurzame energie te maken. Via een lotingsprocedure worden uit alle inwoners van Utrecht 150 bewoners geselecteerd om met elkaar dit plan op te stellen.

De Utrechtse ambitie om zo snel mogelijk onafhankelijk te zijn van fossiele energie gaat alle Utrechters aan. Daarom wil het Utrechtse college de stad betrekken bij het maken van een Energieplan voor de periode 2016 – 2030. “De overgang naar schone energie is van belang voor alle bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Daarom is het zo belangrijk dat een energieplan voor de lange termijn  de ‘smaak’ van de stad goed weerspiegelt,” aldus wethouder Milieu en Duurzaamheid Lot van Hooijdonk.

Als de gemeenteraad met deze aanpak instemt, vindt het gesprek met de 150 bewoners in de eerste helft van 2015 plaats. Het is de bedoeling om rond de zomer een Energieplan 2016-2030 naar de gemeenteraad te sturen. Het nieuwe plan moet duidelijk maken hoe en in welke stappen de overgang naar duurzaam energiegebruik kan verlopen.

Het boek Tegen Verkiezingen van de Vlaamse schrijver David van Reybrouck vormde een inspiratiebron. Van Hooijdonk: Van Reybrouck zegt: Het gaat erom dat je erachter komt wat bewoners denken als ze daarvoor de tijd, ruimte en informatie van experts krijgen. Ik wil Utrechters  verantwoordelijkheid geven voor een maatschappelijk vraagstuk als de verduurzaming van ons energiegebruik en vertrouw erop dat ze daar goed en verstandig mee omgaan. In Tegen Verkiezingen nodigt Van Reybrouck lezers uit om nieuwe democratische werkvormen te ontwikkelen, die recht doen aan de betrokkenheid van mensen bij maatschappelijke vraagstukken.

De overgang naar duurzaam energiegebruik betekent dat we in Utrecht niet meer energie gebruiken dan de stad (schoon) kan opwekken. In de gemeenteraad is afgesproken om in 2020 30 % energie te besparen en binnen de gemeente grenzen een  toename van 20% aan duurzame energieopwekking realiseren. De energietransitie geeft een belangrijke impuls aan de stedelijke economie: extra banen, betere woningen, minder woonlasten, opgeknapte buurten en zorgt bovendien voor een beter milieu.

Limburgse schoolgebouwen energiezuiniger door nieuw rekenmodel

Aan de hand van een nieuw rekenmodel kunnen scholen zelf snel en eenvoudig uitrekenen hoeveel ze kunnen besparen op de stroom- en gasrekening door het gebouw te isoleren of door zelf stroom op te wekken met zonnepanelen.

Wat is nodig om zoveel mogelijk schoolgebouwen in Limburg energiezuiniger te maken? Met die vraag zijn in 2013 de gemeenten Venray, Horst aan de Maas, Peel en Maas, de schoolbesturen van Dynamiek, Stichting Primair Onderwijs Venray en Prisma, het centrum voor landbouw-, natuur- en milieueducatie Mooiland en de Provincie Limburg aan de slag gegaan. Het resultaat? Inzichtelijk krijgen welke duurzaamheidsmaatregelen nodig zijn om het energieverbruik te verlagen, om binnenmilieu te verbeteren en om de bewustwording van het energiegedrag te stimuleren.

Om het gebruik van het rekenmodel bij de scholen te stimuleren en te optimaliseren, is op zes scholen een pilotproject gestart. Op hoofdlijnen wordt gekeken naar onder andere de techniek (kansrijke maatregelen), kosten, educatieve leerlijn en de financiering. Ervaringen en resultaten vormen de basis voor doorontwikkeling van het rekenmodel. Uiteindelijk kunnen alle scholen in Limburg er gebruik van maken. “Het mooie aan dit initiatief is dat op eigen kracht bewustwording van het energiegedrag en –verbruik een stimulans krijgen. En leerlingen zijn op een actieve en educatieve manier met duurzaamheid bezig”, vindt Bert Kersten, gedeputeerde Energie en Duurzaamheid.

Enexis vervangt gasleidingen in Jekerkwartier (Maastricht)

De komende jaren zijn de hoofdgasleidingen in de binnenstad van Maastricht toe aan vervanging. De Looiersgracht, Ezelmarkt, Lenculenstraat, Verwerstraat, Klein Grachtje, Achter de Molens en Grote Looiersstraat in het Jekerkwartier zijn als eerste aan de beurt. De werkzaamheden duren van 13 oktober tot eind november 2014.

Op ongeveer 17 plekken moet de straat/stoep opengebroken worden. Daardoor kunnen sommige parkeerplaatsen tijdelijk niet of slecht toegankelijk zijn.  Aannemer Van Voskuilen voert in opdracht van Enexis de werkzaamheden uit.

woensdag 22 oktober 2014

Mijlpaal voor SolaRoad: werkzaamheden aanleg pilotproject gestart

Een dezer dagen zijn de werkzaamheden voor de aanleg van het SolaRoad fietspad langs de provinciale weg N203, in Krommenie, gestart. Eind oktober zal het fietspad gereed zijn en kunnen de eerste (brom)fietsers eroverheen. SolaRoad wordt ontwikkeld door TNO, Provincie Noord-Holland, Ooms Civiel en Imtech Traffic&Infra.

Het fietspad langs de N203 in Krommenie is gekozen als pilot-locatie voor ongeveer 100 meter SolaRoad. Gedurende drie jaar zullen diverse metingen en tests uitgevoerd worden om SolaRoad verder te kunnen ontwikkelen. De testen moeten antwoord geven op vragen als: Hoe gedraagt het zich in de praktijk? Hoeveel energie levert het op? En hoe is het om eroverheen te fietsen? Het fietspad ligt gunstig op de zon waardoor de energieopname optimaal is. Ook wordt dit fietspad intensief gebruikt, zodat veel informatie beschikbaar komt over de gebruikseffecten. In de aanloop naar de aanleg is het pad in het laboratorium getest zodat het voldoet aan alle (veiligheids)eisen voor wegdekken.

SolaRoad is een wegdek dat werkt als een zonnepaneel. De zonnestroom uit de weg vindt praktische toepassingen in wegverlichting, verkeersinstallaties, elektrische auto’s (die er overheen rijden) en huishoudens. SolaRoad bestaat uit betonnen modules van 2,5 bij 3,5 meter. In één rijrichting zijn zonnecellen aangebracht onder een geharde glazen toplaag van ongeveer 1 cm. dikte. Deze toplaag laat zonlicht door én is stroef en sterk genoeg voor veilig gebruik door het verkeer. De modules worden onderling aan elkaar verbonden zodat er ook comfortabel over gefietst kan worden.

Enexis maakt planning landelijke aanbieding slimme meter 2015 bekend

Vanaf 2015 zijn alle netbeheerders verplicht om aan hun klanten met een kleinverbruikaansluiting een slimme meter aan te bieden. Dit proces gaat stap voor stap en is naar verwachting in 2020 afgerond. Enexis is de eerste netbeheerder die de planning bekend maakt. Op enexis.nl kunnen klanten van Enexis door middel van het invullen van hun 4-cijferige postcode zien of zij in 2015 in de planning staan. Deze planning wordt ieder kwartaal geactualiseerd zodat klanten altijd 1 jaar vooruit kunnen kijken.

Consumenten​ en zakelijke klanten met een kleinverbruikaansluiting​ kunnen via enexis.nl ​op basis van hun 4-cijferig postcode controleren of Enexis in 2015 in hun postcodegebied de slimme meter aanbiedt. Ook gemeenten en provincies​ kunnen kijken in welke postcodegebieden Enexis in 2015 de slimme meter aanbiedt. Hiermee kan de gemeente desgewenst haar burgers informeren.

Daarnaast heeft Enexis samen met Netbeheer Nederland en verschillende marktpartijen een convenant opgesteld over de samenwerking en informatie-uitwisseling rondom de planning. Voor marktpartijen​ Heeft Enexis een speciaal overzicht​ gemaakt dat aansluit op hun wensen.

Enexis biedt de slimme meter aan bij klanten met een elektriciteitsaansluiting met een capaciteit van maximaal 3x80 Ampère en/of een gasaansluiting van maximaal 40 m³/uur. Daarnaast plaatst Enexis de slimme meter ook bij bijvoorbeeld nieuwbouw, defecte meters en vernieuwing van het netwerk. Deze werkzaamheden staan niet in de planning, omdat deze reguliere meterplaatsingen niet in complete postcodegebieden plaatsvinden. De slimme meter is niet verplicht. Dat betekent dat klanten de plaatsing ervan kunnen weigeren. Meer leest de klant hierover op enexis.nl/slimmemeters​

Zonnecellen in kleding

Circa een derde van onze energie moet in de toekomst uit solar gaan komen. Gelukkig zijn er legio toepassingen van zonnecellen in aankomst. Hier is echter nog wel veel onderzoek voor nodig. TNO en onderzoeksconsortium Solliance werken aan dit onderzoek naar dunne-filmzonnecellen, een moderne en goedkopere variant van de reguliere zonnecel.
 
Het opwekken van zonne-energie krijgt een plek in steeds meer producten Het beeld van de starre, rechthoekige zonnepanelen op de Hollandse daken is te eenzijdig. “Het aantal toepassingen is ontelbaar,” zegt Karel Spee. “Flexibele zonnecelfolies en -plaatjes zijn in tal van producten te gebruiken. Wel is er nog veel onderzoek nodig. Maar het vertrouwen in deze nieuwe toepassingen zal onverminderd toenemen.”
 
TNO en onderzoeksconsortium Solliance werken aan het onderzoek naar dunne-filmzonnecellen, bij machinebouwer Smit Ovens aan nieuwe productietechnieken. Zonnecellen verwerkt in je jurk of jas om je smartphone op te laden. Of een deurbel op zonne-energie. Dit soort producten is al volop commercieel beschikbaar. Zonne-energie gaat een substantiële plek innemen in onze samenleving en energievoorziening. “Circa een derde van onze energie moet uit solar gaan komen”, voorspelt Spee. De potentie van de duurzame energiebron gaat dan ook veel verder dan de bestaande PV-panelen die in groten getale op de daken van huizen en andere gebouwen worden geschroefd. “Klassieke PV-panelen zijn niet flexibel. Ook architectonisch gezien zijn ze niet altijd even fraai.” Uit een recent onderzoeksrapport dat klanten esthetisch verantwoorde toepassingen willen. De standaard op het dak geschroefde zonnepanelen zullen plaats maken voor zonnecellen verwerkt in dakelementen. Ook in gevels en wegen zullen zonne-energiesystemen toegepast worden.

Spee voorziet twee routes, namelijk het verder ontwikkelen van de traditionele PV-panelen, bijvoorbeeld in kleurstelling, naast de opmars van dunne-filmzonnecellen. De ontwikkeling van dunne-filmzonnecellen en -panelen, constateert Spee, wordt al ter hand genomen door een onderzoeksconsortium als Solliance. Het lectoraat van Spee aan Avans Hogeschool gaat zich op praktisch onderzoek richten naar de technologie die nodig is om zonnecellen in allerlei nieuwe producten te verwerken. Zo gaat een groep Avans-studenten aan de slag met zonnecellen geïntegreerd in de spoilers van auto’s en vrachtwagens. “In ons land rijdt twee miljoen vierkante meter aan vrachtverkeer rond. Het oppervlak ligt klaar. Op den duur zou ik ook zonnecellen willen integreren in zeilen van vrachtwagens.”

Het onderzoek wordt mogelijk door de samenwerking in een nieuw onderzoekscentrum met Solliance-partners TNO en Smit Ovens. “De solar-industrie produceert inmiddels volop zonnecelfolie, maar we kunnen er nog amper producten mee maken. Een echte markt bestaat niet, althans niet grootschalig. Productietechnieken staan in de kinderschoenen,” aldus Spee. “Om de technologie betaalbaar te krijgen, is massaproductie nodig. De investeringen komen niet van de grond, omdat er geen afzet is. Maar de afzet is er niet, omdat er geen producten zijn. Om dit kip-ei probleem te doorbreken, moeten er meer demonstratieprojecten komen. Daarmee zal het vertrouwen in nieuwe zonnecelgeïntegreerde producten toenemen. Maar dat die producten er zullen komen, staat buiten kijf.”

dinsdag 21 oktober 2014

Nederland houdt voortaan samen met omliggende landen het elektriciteitsnet in evenwicht

Nederland heeft met Duitsland, België, Oostenrijk, Zwitserland, Denemarken en Tsjechië afgesproken dat de landelijke netbeheerders elkaars direct optredende tekorten en overschotten aan elektriciteit delen. Daardoor hoeven voortaan minder maatregelen genomen te worden in eigen land om het evenwicht op het elektriciteitsnet in stand te houden omdat andere landen nu ook kunnen bijdragen. Dit bewaken van het evenwicht heet balanceren. Maatregelen die hierbij genomen worden zijn bijvoorbeeld het verhogen of verlagen van de productie van elektriciteit door centrales of van het gebruik van elektriciteit door de industrie. Met dit nieuwe systeem is minder inzet nodig omdat eerst naar de direct beschikbare overschotten in andere landen wordt gekeken voordat we in eigen land in actie komen.

“De samenwerking gaat naar verwachting voor Nederland per jaar zo’n 7 miljoen euro opleveren. De landen geven elkaar een vergoeding voor elkaars bijdrage. Die bijdrage wordt in Nederland verrekend in de transporttarieven voor consumenten en bedrijven”, aldus Henk Don, bestuurslid van de Autoriteit Consument & Markt (ACM). ACM heeft het voorstel tot samenwerking dat door TenneT is ingediend, goedgekeurd. Daarmee wordt een succesvolle pilotfase van TenneT afgesloten. In Nederland regelt landelijk netbeheerder TenneT dat ons netwerk in balans blijft. Zij schakelt daarvoor met de goedkoopste partijen in de markt.

Nu de verschillende landen voortaan samen balanceren is de kans dat de spanning van ons elektriciteitsnet wegvalt, nog kleiner geworden. Het continu in balans houden van vraag en aanbod is een belangrijk aspect van de elektriciteitsvoorziening dat voorkomt dat bijvoorbeeld een groot deel van Europa in het donker komt te zitten; een zogenoemde black-out. Met dit besluit wordt een volgende stap gezet naar één Europese markt.

Duurzaamheid nog weinig verankerd in doelen MKB

Slechts één op de twintig MKB ondernemers (5%) ziet duurzaamheid als één van de belangrijkste doelen van de onderneming voor het komende jaar. Het belang dat de ondernemer aan duurzaamheid hecht neemt toe naarmate de onderneming groter is. Ook zetten vrouwelijke ondernemers meer in op duurzaamheid dan mannelijke. Dat blijkt uit een enquête onder 1.248 MKB-ondernemers.

Het verhogen van de omzet of winst is voor meer dan de helft van de ondernemers (55%) het belangrijkste doel voor de komende 12 maanden. Dat is niet vreemd, omdat winst bedrijfseconomisch de bestaansreden van elke commerciële onderneming is. Door het gure economische klimaat van de afgelopen jaren staat winst ook hoog op de agenda en lijkt er weinig ruimte voor doelen met een langere termijn. Het is van belang dat MKB-ers ook duurzaamheid nastreven met hun onderneming; belangrijke grondstoffen worden schaarser, afval produceren wordt duurder en hergebruik van middelen kan veel kosten besparen. Toch ziet slechts één op de twintig MKB ondernemers duurzaamheid als één van de belangrijkste doelen voor de onderneming voor het komende jaar.


Grotere bedrijven geven duurzaamheid meer aandacht in hun bedrijfsdoelstellingen. Zo verankert 1 op de 10 MKB-ers met meer dan 20 werknemers duurzaamheid in de bedrijfsdoelstellingen, terwijl slechts 1 op de 33 ondernemers met minder dan vijf medewerkers in dienst dat doet. Dit is in overeenstemming met andere onderzoeken die aantonen dat grotere bedrijven meer oog hebben voor duurzaamheid. Zij hebben over het algemeen meer mogelijkheden om zich met duurzaamheid bezig te houden. Opvallend is dat deze relatie opgaat tot zo’n 50 werknemers. Naarmate de onderneming nog groter wordt, neemt het belang van duurzaamheid in de bedrijfsdoelstellingen in deze steekproef niet verder toe.

Werkgelegenheid in de duurzame energiesector stijgt

In 2013 werkten ruim 45 duizend mensen in de duurzame energiesector (uitgedrukt in voltijdsequivalenten). Dit is een toename van 24 procent ten opzichte van 2008. In de rest van de economie daalde de werkgelegenheid in deze periode (-3 procent). Ook het aandeel van de duurzame energiesector in de Nederlandse economie steeg. De bruto groei komt vooral door meer investeringen in hernieuwbare energie.

De energietransitie naar een meer duurzame energievoorziening biedt kansen voor de economie. De werkgelegenheid in bedrijven die actief zijn op het gebied van hernieuwbare energie of energiebesparing is in de periode 2008-2013 met bijna 9 duizend voltijdbanen toegenomen tot ruim 45 duizend in 2013. Ook de verdiensten (bruto toegevoegde waarde) in de sector zijn toegenomen. De toegevoegde waarde steeg met 12 procent in de periode 2008-2012 tot 4,2 miljard. Eventuele verdringingseffecten (banen die erbij komen en ten koste gaan van  banen elders) in andere sectoren zijn hierbij buiten beschouwing gelaten. De duurzame energiesector groeit, maar heeft  nog een relatief klein aandeel in de economie (0,7 procent).

Energiebesparing heeft het grootste aandeel in de totale werkgelegenheid in de duurzame energiesector. Vooral de installatie van isolatiemateriaal in bestaande huizen en gebouwen is arbeidsintensief. In 2012 daalde de werkgelegenheid gerelateerd aan isolatiewerkzaamheden. Dit is in lijn met het macro economisch beeld in de bouw.  In 2011 leefde de bouw economisch gezien een beetje op en viel in 2012 weer wat terug.

In 2013 was de duurzame energiesector goed voor 45 duizend voltijdbanen. De productie van hernieuwbare energie leverde 3 duizend voltijdbanen op. In 2013 maakte hernieuwbare energie 4,5 procent van het totale Nederlandse energieverbruik uit. Dat is meer dan in 2008 (3,4 procent). De overige 42 duizend banen zitten in de keten rondom de productiefase van duurzame energie, zoals werkzaamheden aan energiebesparing (bijvoorbeeld de productie en installatie van isolatiemateriaal), zonne-energie, windenergie, de bioketens en elektrisch vervoer. Vooral  de installatie van zonnepanelen en elektrisch vervoer hebbende laatste jaren een flinke groei doorgemaakt. De werkgelegenheid in de keten van bio-energie nam juist iets af in 2012, er zijn geen grote nieuwe productiefaciliteiten bijgebouwd, in tegenstelling tot eerdere jaren.

Arbeidsvolume in de duurzame energiesector, niet-exploitatiefase (gekoppeld aan investeringen), per bedrijfstak, 2012

Arbeidsvolume in de duurzame energiesector, niet-exploitatiefase (gekoppeld aan investeringen), per bedrijfstak, 2012


Bouwnijverheid en industrie belangrijkste spelers

Bedrijven die actief zijn in  de duurzame energiesector zitten wijdverspreid in de Nederlandse economie. De bouwnijverheid heeft veruit het grootste aandeel (59 procent), met werk voor installatie van zonnepanelen, isolatie en windmolens.  De bouwnijverheid wordt gevolgd door de industrie (19 procent) en de zakelijke dienstverlening (ingenieurs en R&D). Tot slot speelt ook de groothandel een belangrijke rol, in bijvoorbeeld de internationale handel van zonnepanelen en biobrandstoffen.

Delen

Twitter Delicious Facebook Digg Stumbleupon Favorites More