Reserveer nu de nieuwe Sony eReader

woensdag 23 juli 2014

RWE stelt Clauscentrale beschikbaar voor Belgische markt

RWE doet mee aan de tender die de Belgische overheid heeft uitgeschreven voor extra elektriciteitscapaciteit. Het energiebedrijf wil de gasgestookte Clauscentrale in Maasbracht voor zes jaar beschikbaar stellen aan de Belgische overheid. Gisteren heeft RWE een zogenoemd tenderbook ingediend.

De aanbesteding werd op 22 januari 2014 door de Belgische overheid uitgeschreven, omdat ze 700 tot 900 MW meer nieuwe elektriciteitscapaciteit beschikbaar wil hebben. Dat is nodig om het capaciteitstekort op te vangen dat dreigt te ontstaan door het op termijn afschakelen van kerncentrales.

'We willen bijdragen aan het veiligstellen van de leveringszekerheid in België én onze centrale in Nederland laten draaien', stelt Erwin van Laethem CEO van Essent. 'Het is een grensoverschrijdend en gezamenlijk initiatief dat als voorbeeld kan worden gezien voor de Europese elektriciteitsmarkt'.

Vanwege de huidige omstandigheden op de Nederlandse markt nam RWE eerder dit jaar het besluit om de Clauscentrale (opgesteld vermogen 1305 MW) met ingang van 1 juli jl. voorlopig uit bedrijf te nemen. Wanneer RWE de tender wint, kan de Clauscentrale begin 2019 de eerste stroom leveren aan België. De centrale komt volledig onder toezicht te staan van de Belgische netbeheerder Elia.

Over de Clauscentrale
Als onderdeel van de Clauscentrale in Maasbracht werd in 2012 de nieuwe, moderne eenheid C opgeleverd. Deze heeft een capaciteit van 1305 MW en een zeer hoge efficiency van 58 procent. De Clauscentrale is geografisch gunstig gelegen en staat drie kilometer van de Belgische grens en kan met een 13 kilometer lange hoogspanningskabel via een onderstation in Kinrooi aangesloten worden op het Belgische net.

Oude personen- en bestelauto's op diesel mogen Utrecht niet meer in

Vanaf 1 januari 2015 mogen oude personen- en bestelauto's op diesel, het centrum van Utrecht niet meer in. Met het verkeersbesluit en het vaststellen van de ontheffingsregeling, geeft het college uitvoering aan het raadsbesluit van oktober 2013. De invoering van de milieuzone voor sterk vervuilende dieselauto’s levert een belangrijke bijdrage aan een gezondere lucht in Utrecht.

Utrecht kent al sinds 2007 een milieuzone voor vrachtwagens. Met ingang van 2015 geldt de milieuzone in Utrecht ook voor personen- en bestelauto's op diesel van voor 1 januari 2001, omdat die veel gezondheidsschadelijke stoffen uitstoten. De grens van de milieuzone wordt aangegeven door een verkeersbord. Door dit verkeersbesluit wordt het bord zowel op oude vrachtauto's als op oude dieselauto’s van voor 1-1-2001 van toepassing.

Oldtimers van veertig jaar of ouder én diesels die om medische redenen zijn aangepast, komen in aanmerking voor een langdurige ontheffing. Deze tweede ontheffingsmogelijkheid geldt voor Utrechters én voor mensen van buiten de stad met een aantoonbaar vast werkadres in de zone; bij de aanvraag moet men aantonen dat de aanpassingen minimaal €5.000,- euro hebben gekost.

Eigenaren van een kampeerauto die in de milieuzone wonen, en ondernemers met een bestelauto van voor 2001 met diesel als brandstof, kunnen zes keer per jaar een dagontheffing aanvragen via de website.

Utrechtse ondernemers met een bestelauto die kunnen aantonen dat zij financieel in zwaar weer zitten, kunnen mits goed gemotiveerd, een jaar uitstel krijgen in de vorm van een jaarontheffing.

De invoering van de milieuzone voor sterk vervuilende dieselauto’s levert een belangrijke bijdrage aan een gezondere lucht in Utrecht. Met dit doel zijn er sinds eind 2013 ook subsidiemogelijkheden voor bewoners en bedrijven die hun oude diesel laten slopen en de overstap maken naar een schoner alternatief. Woont u in Utrecht en heeft u een oude auto (diesels van voor 2006 én benzines van voor 1-7-1992), dan komt u mogelijk in aanmerking voor een subsidie.


Indesit-wasmachine verkozen in proefproject rond duurzame energie

Indesit, leverancier van milieuvriendelijke huishoudelijke apparaten, neemt deel aan PowerMatching City 2, een Nederlands proefproject gericht op het ontwikkelen en implementeren van Smart Grids (slimme energienetten). Het belangrijkste doel is inzicht verkrijgen in hoe slimme apparatuur optimaal gebruik kan maken van duurzame energiebronnen.

De aanvoer van water-, wind- en zonne-energie fluctueert namelijk nogal – en daarmee ook de energiekosten voor apparatuur die hiervan gebruik maakt. Bij veel zon is de prijs bijvoorbeeld laag, bij weinig zon een stuk hoger. Als er meer vraag dan aanbod is, kiezen gebruikers eerder voor energie uit fossiele brandstoffen, met een hogere CO₂-uitstoot tot gevolg.

PowerMatching City creëert een slimme woonwijk waarin apparaten hun energieverbruik optimaliseren op basis van de beschikbaarheid van duurzame-energiebronnen. Tijdens het PowerMatching City 2-project is specifiek gekozen voor de Smart Aqualtis-wasmachine van Indesit – het enige huishoudelijke apparaat in het project. Dit apparaat is in staat om automatisch het meest voordelige tijdstip van wassen te kiezen. Niet alleen  economisch – wanneer zijn de energiekosten het laagst? –, maar ook ecologisch – hoe wast het apparaat met zo min mogelijk schadelijke uitstoot? Dit bepaalt de machine op basis van een schatting van het duurzame-energieverbruik van het te draaien wasprogramma.  van het volgende wasprogramma. De Smart Aqualtis is een van de huishoudelijke apparaten van Indesit met een flexibel energieverbruik, die energiekosten reduceren en schadelijke uitstoot verminderen.




dinsdag 22 juli 2014

Shell introduceert vernieuwde reeks Shell Helix


De meeste Nederlandse automobilisten (83%) zijn zich bewust van het belang van regelmatige olieverversing, maar besteden dit liever uit dan het zelf te doen (88%). Dit blijkt uit onderzoek van Shell. Met de zomervakantie in aantocht worden er weer de nodige extra kilometers gemaakt. Hierbij is de auto vaak zwaarbeladen en wordt er veel file gereden waardoor de auto vaak moet stoppen en starten. Dit vergt veel van een motor en dus motorolie. Een volsynthetische variant, zoals Shell Helix Ultra, is bij uitstek geschikt voor dit soort condities. Shell helpt automobilisten graag op weg in de keuze naar de juiste olie en introduceert een vernieuwde reeks Shell Helix Ultra motoroliën voor betere prestaties, bescherming van de motor en minder onderhoud.
Motorolie is een belangrijk onderdeel bij het onderhouden van de auto. Het juiste type en de juiste hoeveelheid olie in de motor helpt prestaties van de motor te verbeteren en de levensduur te verlengen. De vernieuwde Shell Helix Ultra motoroliën zijn samengesteld met behulp van de Shell PurePlus Technology, waarbij op een innovatieve manier synthetische basisoliën uit aardgas geproduceerd worden. Deze zuivere, kristalheldere basisolie resulteert in vergelijking met traditionele basisoliën uit ruwe olie in een aantal voordelen voor de automobilist:
  1. Brandstofbesparing: de motor loopt ‘lichter’ en zorgt daarom voor een hoger rendement. Daarnaast draagt een juiste, stabiele dikte van de olie bij aan een lager brandstofverbruik; het is namelijk dik genoeg om bij hoge temperaturen te beschermen en wordt bij lage temperaturen makkelijk en snel rondgepompt.
  2. Minder slijtage: doordat de olie bij een koude start beter wordt rondgepompt naar de te smeren onderdelen is er tevens sprake van minder slijtage. Daarnaast zorgen minder afzettingen op de zuiger en in de zuigerveergroeven voor minder slijtage van de motor.
  3. Minder onderhoud door minimale vervuiling van de motor en lager olieverbruik: de olie zorgt voor een nog betere reiniging van de motor waardoor deze minder vaak ververst hoeft te worden. Daarnaast verdampt de olie minder bij hoge temperaturen, waardoor het minder bijgevuld hoeft te worden.
“De meeste automobilisten houden de tijd bij tussen bijvullingen, terwijl juist het aantal kilometers tussen de bijvullingen van olie leidend is. Ons advies aan automobilisten is om na 15.000 gereden kilometers de olie te laten bijvullen. Dit zorgt voor een optimaal resultaat”, aldus Edward van den Heuvel, Shell Lubricants Sales Manager Benelux. “Daarnaast maakt het type olie het verschil. Shell Helix Ultra is ontworpen om de motor optimaal te reinigen en beschermen.”
Bekijk de video-testimonial over het vernieuwde Shell Helix Ultra motorolie-portfolio. Daarnaast heeft Shell onlangs Shell miGarage App geïntroduceerd. Dit is een gratis online en mobiele app die helpt bij het maken van de keuze voor de juiste olie.

Tender voor de regeling Demonstratie energie-innovatie (DEI) van start

De tender voor de regeling Demonstratie energie-innovatie (DEI) is van start gegaan. Voor deze regeling komen technologiegerichte projecten in aanmerking die energie besparen, duurzame energie opwekken en of het gebruik ervan stimuleren. Meer weten? Meld u dan nu aan voor één van de informatiebijeenkomsten die de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) op dinsdag 26 augustus en donderdag 11 september van 13.00 – 16.30 uur in de Jaarbeurs in Utrecht organiseert.

maandag 21 juli 2014

Meer energie uit een liter biobrandstof

Olie die uit biomassa - zoals houtsnippers of plantenresten - is geproduceerd, heeft vaak nog niet dezelfde kwaliteit en energie-inhoud als ‘klassieke’ ruwe olie. Een nieuwe en eenvoudige katalysator, ontwikkeld aan de Universiteit Twente, brengt de olie, al vóór het transport naar de raffinaderij, op een hoger kwaliteitsniveau. De techniek is, uit tientallen projecten, uitverkozen voor het vervolg van het nationale onderzoeksprogramma CATCHBIO, dat meewerkt aan de Europese ‘2020’ doelstelling: 20% van de brandstof in 2020 moet komen uit ‘renewable’ bronnen.

De olie van de nieuwste generatie biobrandstoffen komt niet langer uit de vruchten of zaden, zoals bij palm- of koolzaadolie, maar uit bijvoorbeeld plantenresten, snoeiafval, houtsnippers. Daardoor is er geen ongewenste concurrentie met de voedselvoorziening. Door de plantenresten, die veel ruimte innemen, om te zetten in olie, is het transport veel eenvoudiger en kan het product rechtstreeks naar een raffinaderij. Bijmengen met ruwe olie is nu al mogelijk. Toch heeft de olie nog niet de kwaliteit die ruwe olie wél heeft. De energie-inhoud per liter ligt lager, de olie is zuur en bevat nog te veel water. De katalysator, ontwikkeld in de groep Catalytic Processes and Materials van prof. Leon Lefferts en prof. Kulathuiyer Seshan, tilt de kwaliteit en energie-inhoud naar een beduidend hoger niveau. De groep maakt deel uit van het Green Energy Initiative van de UT.
Beter dan ruwe olie

Dit gebeurt door de olie, in stikstof, te verhitten tot 500 graden Celsius en door een eenvoudige katalysator toe te passen: natriumcarbonaat op een laagje alumina. De energie-inhoud van de olie is op deze manier al op te voeren van 20 MegaJoule per kg naar 33 tot 37 MegaJoule/kg – dit is beter dan ruwe olie en benadert de kwaliteit van diesel. De techniek, recent verdedigd door promovendus Masoud Zabeti, wordt nu al door KIOR in Texas, USA getest op kleine industriële schaal, met een productie van 4500 barrels olie per dag. Door, behalve natriumcarbonaat, ook nog het materiaal cesium toe te voegen, is de kwaliteit nog verder te verbeteren. “We kunnen daarmee bijvoorbeeld ook de aromaten terugdringen, die bij inademing schadelijk zijn”, aldus prof. Seshan.
In samenwerking met de Rijksuniversiteit Groningen, Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) en de Universiteit Utrecht, wordt de techniek nu verder onderzocht in een nieuw CATCHBIO programma van NWO. Op deze manier wil Nederland voorop lopen in het onderzoek naar technologie die bijdraagt aan de Europese 2020 doelstelling voor brandstof.

EcoCare Milieutechniek levert wekelijks snellaadstation Fastned op

In opdracht van Fastned werkt EcoCare Milieutechniek in hoog tempo aan de realisatie van een netwerk van 201 snellaadstations voor elektrische auto's. De bouw van de eerste tien (in het oosten van het land) is bijna afgerond. Na de vakantie begint EcoCare (verdeeld over héél Nederland) aan de volgende tien. Het debuut van Fastned op de NPEX-beurs leidde tot een kapitaalinjectie waardoor het bouwtempo nu wordt opgeschroefd. EcoCare levert wekelijks een snellaadstation op.

EcoCare (onderdeel van de Van der Werff Groep uit Alphen aan den Rijn) kreeg de opdracht mede vanwege de korte doorlooptijd bij de realisatie van de stations. Het bedrijf is hoofdaannemer en coördineert in die hoedanigheid de bouwstroom. EcoCare doet het grondwerk, de aanleg van technische installaties, de riolering en verharding en de plaatsing van snelladers. Fastned koos voor een grotendeels uit hout opgetrokken overkapping met circa 80 zonnepanelen.

Volgens directeur Dennis van der Werff van EcoCare verloopt de bouw van de snellaadstations steeds doelmatiger: "Het is voor ons en Fastned een kwestie van al doende optimaliseren. Op basis van onze ervaringen bij de bouw van de eerste tien stations wordt het proces, in overleg met de technisch specialisten van Fastned, tot in de kleinste details gestroomlijnd en gaat de snelheid omhoog naar een wekelijkse oplevering. Verspreid over het hele land werken er twee tot drie ploegen van EcoCare aan dit project."

De bouw van een Fastned-station omvat de aanleg van af- en aanrijdstroken, een overkapping met zonnepanelen, de plaatsing van laders en de aanleg van 200 meter mantelbuis en 1000 meter bekabeling. Het tempo waarin de 201 stations langs de snelwegen verrijzen wordt sterk bepaald door het tijdig verwerven van de benodigde vergunningen en het regelen van een afdoende stroomvoorziening. Fastned wil het project binnen drie jaar gereed hebben.

Sinds woensdag 9 juli j.l. heeft Fastned een notering bij de NPEX beurs. Met deze beursgang wil Fastned in verschillende tranches in totaal 40 miljoen euro ophalen ter financiering van 201 snellaadstations langs de Nederlandse snelwegen. Door de uitgifte van certificaten van aandelen kan iedereen mede-eigenaar worden van de tankstations van de toekomst.

Voor EcoCare is, zegt directeur Dennis van der Werff, de Fastned-order een miljoenenopdracht die voor de komende jaren een extra impuls geeft. Het bedrijf uit Alphen aan den Rijn ontwikkelde zich door de decennia heen tot specialist op het gebied van de bouw van bemande en onbemande tankstations. Zo realiseerde het voor Tango ruim tachtig onbemande Tango-tankstations. Binnen de bedrijfsvoering van EcoCare staat het voortdurend innoveren centraal. Om die reden is het bedrijf in een vroeg stadium aan de slag gegaan met voorzieningen ten behoeve van elektrische mobiliteit.

vrijdag 18 juli 2014

Solar Team Twente maakt nieuwe leden bekend

De nieuwe teamleden van Solar Team Twente zijn bekend. De groep van 19 RED Engineers (15 UT-studenten, 4 Saxion-studenten) neemt in oktober 2015 met een nieuwe zonneauto deel aan de World Solar Challenge in Australië. Het nieuwe team kent twee primeurs. Voor het eerst in de geschiedenis is er een vrouwelijke teamleider en bovendien is er voor het eerst een vrouwelijke student lid van het technische team.

Voor het nieuwe Solar Team Twente, dat nu 19 leden heeft tegenover de 16 van de afgelopen editie, vormde een teambuildingweekend het startsein voor een periode van anderhalf jaar intensief werken. Het technische team ging op bezoek bij Thales om de eerdere zonneauto’s van het Twentse solarteam te bekijken. Het communicatieteam volgde een communicatieworkshop van internetmarketingbureau TriMM. In de zomervakantie wordt het team ingewerkt door oud-teamleden en is er nog wat tijd om vakantie te houden. Vanaf september gaan de teamleden anderhalf jaar fulltime aan de slag.

De nieuwe RED Engineers zijn volgens het management van Solar Team Twente uitgekozen vanwege hun expertise op gebied van technologie, management en communicatie. Door de grootte van het team is er meer kracht om op elk van deze gebieden uitzonderlijke prestaties neer te zetten.

Het Solar Team Twente kende een succesvolle laatste editie van de World Solar Challenge. De Twentse afvaardiging behaalde de derde plek in deze zonnerace van 3.000 kilometer dwars door het woeste landschap van Australië. Komend jaar ligt de lat nog hoger. De Universiteit Twente en Saxion investeren extra in het Solar Team Twente. De UT en Saxion vragen ook de andere sponsoren dezelfde lijn te volgen, met als ultiem doel: het behalen van de eerste plaats in de World Solar Challenge in Australië in 2015.

Eerste wegdeel van fietspad met zonnecellen geproduceerd

Electriciteit opgewekt uit zonne-energie en gegenereerd door zonnecellen in een wegdek, dat is waar SolaRoad aan werkt. In november 2014 zal circa 100 meter SolaRoad worden aangelegd op een fietspad in Krommenie. Deze week was het eerste wegdeel met zonnecellen klaar. Dit is een eerste mijlpaal voor het innovatieteam dat bestaat uit TNO, Provincie Noord-Holland, Imtech Traffic&Infra en Ooms Civiel.








 

Delta Lloyd breidt offshore wind verder uit

Delta Lloyd is een van de verzekeraars die de bouw en de eerste drie operationele jaren van het nieuw te bouwen offshore windpark Gemini in het Nederlandse deel van de Noordzee verzekeren. Het Gemini windmolenpark wordt een van de grootste offshore windparken ooit gebouwd en kan met 600 megawatt vermogen ongeveer 785.000 Nederlandse huishoudens van groene stroom voorzien. De planning is dat het park in 2017 operationeel is.

Maarten Mulder, Underwriting Manager Technische Verzekeringen Delta Lloyd: ‘We zijn blij een bijdrage te kunnen leveren aan dit prestigieuze project op eigen bodem. Het gaat om verreweg het grootste project in duurzame energie dat ooit in Nederland is uitgevoerd.’

Met de toevoeging van Gemini aan de portefeuille is Delta Lloyd betrokken bij de verzekeringen van 26 offshore windparken in West Europa wat genoeg is om aan circa 6,5 miljoen Europese huishoudens van stroom te voorzien. Naast de bouw van windturbineparken, levert Delta Lloyd ook de verzekering voor de operationele fase. Delta Lloyd behoort tot de top 3 verzekeraars in de Europese offshore windenergiemarkt en verwacht hierin de komende jaren verder te groeien.

donderdag 17 juli 2014

Aardbevingsmonitor Veiligheidsregio maakt kans op innovatieprijs

De aardbevingsmonitor van de Veiligheidsregio Groningen is genomineerd voor de Don Berghuijs Award. Deze prijs wordt ieder jaar uitgereikt aan het meest innovatieve project dat bijdraagt aan een veilige samenleving. De aardbevingsmonitor wordt gebruikt om via sociale media snel incidenten te signaleren, hulpdiensten op de hoogte te brengen en een beeld te krijgen van de impact in de samenleving.

Inwoners van de provincie Groningen helpen actief om hulpdiensten en overheidsorganisaties te attenderen op incidenten zoals aardbevingen. Daarbij wordt vaak gebruik gemaakt van sociale media. De monitor van de Veilidheidsregio, die sinds oktober 2013 in gebruik is, bestaat uit een geautomatiseerd systeem (Twitcident) dat 24 uur per dag speurt naar tweets van Groningers die een aardbeving hebben gevoeld. Bij een toename van het aantal relevante tweets stuurt het systeem een automatische melding. Hulpdiensten, de meldkamer en de andere betrokken organisaties hebben afspraken gemaakt hoe er daarna gehandeld moet worden. Met de monitor kunnen hulpdiensten snel een beeld vormen van de de zwaarte van de aardbeving, de locatie en de gevolgen daarvan. Daarnaast kan er meteen gericht informatie worden verstrekt aan de inwoners in het gebied.


De Veiligheidsregio Groningen is een samenwerkingsverband van de brandweer, de politie, de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR), de 23 Groninger gemeenten, de twee waterschappen, de provincie Groningen, het Openbaar Ministerie en Defensie. De partijen werken samen aan het vergroten van de veiligheid en het voorkomen en bestrijden van incidenten en crisissituaties.

Mansveld maakt werk van schoner, stiller en zuiniger wagenpark

Staatssecretaris Mansveld (Infrastructuur en Milieu) wil dat Nederland voorop blijft lopen in het streven naar schone, zuinige en stille vrachtwagens en bussen.  Dit schrijft ze aan de Tweede Kamer in een brief, waarin ze ook uiteen zet welke inspanningen tot een schoon, zuinig en stil wagenpark moeten leiden. Zo voerde TNO in haar opdracht steekproefsgewijze emissiemetingen uit onder Nederlandse vrachtwagens en bussen. Met de metingen werd onderzocht of deze voertuigen voldoen aan de Europese normen, of ze in de praktijk net zo schoon zijn als op papier en welke effecten wet- en regelgeving hierop hebben.

De metingen waren vooral gericht op de uitstoot van stikstofoxiden. Van deze stof zit in sommige delen van Nederland nog altijd te veel in de lucht. Omdat vrachtwagens en bussen een groot aandeel hebben in deze uitstoot, is sinds 1 januari 2014 de strengere EURO-VI regelgeving gaan gelden. TNO concludeert dat deze wetgeving onder vrachtwagens en bussen voor een significante daling van stikstofoxiden heeft gezorgd. Ook is er een subsidieregeling gekomen voor auto’s die voor 2014 al voldeden aan de Euro-VI norm. Van deze regeling werd 6114 gebruik gemaakt.

Met stillere vrachtwagens kunnen kosten bespaard worden voor het isoleren van gevels, de aanleg van stil asfalt en het plaatsen van geluidsschermen. Mede hierom maakt staatssecretaris Mansveld zich in Brussel hard voor scherpere eisen aan autobanden, stillere motoren en uitlaatsystemen, zo schrijft ze de Tweede Kamer. Dit voorjaar is in Brussel een akkoord bereikt over het geluidsniveau van voertuigen. De Europese landen spreken hierin af dat voertuigen binnen tien jaar minstens de helft minder geluid mogen maken.

Met het zuiniger maken van vrachtauto’s moet de CO2-uitstoot worden teruggedrongen. Het ministerie verzamelde de laatste jaren onafhankelijk geteste praktijkinformatie om vrachtauto’s zuiniger te maken in het programma ‘Truck van de Toekomst’. Vervoerders gaven aan deze informatie handzaam te vinden, maar soms ook  moeite te hebben de informatie naar hun eigen situatie te vertalen. Op dit moment wordt bekeken hoe ‘Truck van de Toekomst’ een vervolgprogramma kan krijgen, met als doel het sneller toepassen van brandstofbesparende technologieën.

woensdag 16 juli 2014

Uitspraak over informatieverzoek Greenpeace elektriciteitscentrales

Het college van gedeputeerde staten van Groningen hoeft een groot aantal documenten over de vergunningverlening voor de elektriciteitscentrales van Nuon en RWE en voor de aanpassingen van de haven en vaargeul in de Eemshaven niet alsnog openbaar te maken. Dit blijkt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van vandaag (16 juli 2014). Het gaat om ruim 200 documenten waaronder concepten van processtukken en zogenoemde 'vraag & antwoord' documenten die tussen het provinciebestuur, Nuon, RWE, Groningen Seaports en de door hen ingeschakelde adviseurs waren gewisseld in het kader van vergunningprocedures. Het provinciebestuur weigerde de documenten openbaar te maken, omdat die waren opgesteld voor 'intern beraad' en persoonlijke beleidsopvattingen bevatten. Greenpeace had het provinciebestuur in juni 2011 om alle informatie gevraagd over de elektriciteitscentrales en de aanpassingen op en rond de Eemshaven. Volgens haar is deze informatie van belang in het maatschappelijk debat over de gevolgen van de elektriciteitscentrales voor mens en milieu.

De Raad van State is van oordeel dat het oogmerk waarmee een document is opgesteld bepalend is voor de vraag of het is opgesteld ten behoeve van intern beraad. Nu de opgevraagde documenten persoonlijke beleidsopvattingen bevatten en met de betrokken partijen is afgesproken dat de documenten vertrouwelijk zouden blijven, heeft het provinciebestuur openbaarmaking van deze documenten terecht geweigerd, aldus de hoogste bestuursrechter. Daarbij is, anders dan de rechtbank Noord-Nederland eerder in juli 2013 oordeelde, niet van belang dat externe partijen, zoals in dit geval Nuon, RWE en Groningen Seaports, een eigen belang behartigden in het beraad. Evenmin is van belang dat zij geen medeverantwoordelijkheid dragen voor de besluiten van de provincie. Deze beide criteria hebben geen wettelijke grondslag, aldus de Raad van State.

Hoewel documenten die zijn opgesteld ten behoeve van intern beraad en persoonlijke beleidsopvattingen bevatten in principe niet openbaar hoeven te worden gemaakt, kan dat anders zijn wanneer die milieu-informatie bevatten. In dat geval moet op grond van de Wet openbaarheid van bestuur een extra belangenafweging worden gemaakt. Naar het oordeel van de Raad van State heeft het provinciebestuur die afweging in bijna 20 documenten niet of niet voldoende gemaakt. Daarom moet het provinciebestuur over die documenten opnieuw beslissen. Als Greenpeace het vervolgens ook niet eens is met dat nieuwe besluit, kan zij in

Delen

Twitter Delicious Facebook Digg Stumbleupon Favorites More