Reserveer nu de nieuwe Sony eReader

woensdag 4 maart 2015

VEH: lijsttrekkers willen windturbines zonder draagvlak tegenhouden

Onvoldoende draagvlak onder omwonenden voor nieuwe windturbines, is voor 57 procent van de provinciale lijsttrekkers reden om de plaatsing ervan tegen te houden. Dit is de belangrijkste uitkomst van onderzoek door Vereniging Eigen Huis. Windturbines zijn bij de komende Statenverkiezingen een belangrijk provinciaal thema.

Vereniging Eigen Huis vroeg 133 lijsttrekkers van politieke partijen die meedoen aan de Provinciale Staten verkiezingen naar hun visie op windturbines. 105 Lijsttrekkers reageerden. Alle lijsttrekkers geven aan dat ze draagvlak belangrijk vinden. Ze denken echter verschillend over hoe tot draagvlak gekomen moet worden. Zo worden de door Vereniging Eigen Huis in januari gelanceerde spelregels voor draagvlak bij de plaatsing van windturbines door 73 % van de lijsttrekkers volledig onderschreven.

43 procent van de lijsttrekkers vindt tegenhouden van windturbines bij het ontbreken van draagvlak te ver gaan. Als reden wordt bijvoorbeeld aangevoerd dat er niet terug gekomen kan worden op eerder gemaakte afspraken waarbij regelmatig wordt gerefereerd aan het energieakkoord. Opvallend is dat juist in Groningen en Flevoland waar veel windturbines (285 respectievelijk 474) moeten komen de meeste lijsttrekkers de plaatsing van een turbine willen tegenhouden als het draagvlak onvoldoende is.

Als de provinciale scores van de landelijke partijen worden opgeteld zijn er interessante verschillen. De bereidheid van lijsttrekkers van landelijke partijen om in hun provincie windturbines tegen te houden bij onvoldoende draagvlak ligt bij PVV (89%) het hoogst , gevolgd door CDA (70%), GroenLinks (67%), VVD (60%), D66 (38%), ChristenUnie (18%), PvdA (10%) en is tenslotte bij de Partij voor de Dieren nihil.

Marokko en Nederland gaan kennis delen over duurzame energie

Marokko en Nederland hebben woensdag afgesproken kennis te gaan delen over hernieuwbare energie, zoals wind- en zonne-energie. Ook gaan beide landen expertise uitwisselen over LNG (Liquefied natural gas). Minister Koenders (Buitenlandse Zaken) ondertekende de overeenkomst samen met de Marokkaanse minister van Energie, Amara, op het Rabat Energy Charter Forum.

‘Nederland werkt graag samen met Marokko op energiegebied. Het land speelt een vooruitstrevende rol als het gaat om duurzame energie. Ook wil Marokko LNG importeren. Op beide terreinen heeft Nederland veel expertise, dus we kunnen hier uitstekend samen optrekken’, aldus Koenders na de ondertekening.

‘Door dit soort afspraken kunnen we gezamenlijke energieprojecten in de toekomst beter mogelijk maken. Ook kunnen de experts gemakkelijker en vaker bijeenkomen op trainingen en seminars en op bedrijfsbezoek gaan’, stelt de minister.

Koenders kondigde verder aan dat hij samen met de Wereldbank landen in het Midden-Oosten en Afrika gaat steunen om hun subsidies af te bouwen die worden gegeven voor fossiele brandstof. ‘We staan voor een enorme uitdaging wat betreft onze energievoorziening. Door minder subsidie te verstrekken op fossiele brandstof, wordt de noodzaak beter gevoeld om minder energie te gebruiken en te investeren in nieuwe vormen van energie’, zegt Koenders.

Volgens de minister is het goed om te zien dat een aantal Afrikaanse landen en landen uit het Midden-Oosten nauwer willen samenwerken op energiegebied. ‘Ik heb hier op het Energy Charter Forum veel enthousiasme waargenomen. De deelnemers zijn goed doordrongen van de uitdaging waar we met z’n allen voor staan.’

Het Energy Charter Forum in Rabat is een voorloper op de ministeriële Energiehandvestconferentie op 20 en 21 mei 2015 in Den Haag. Tijdens deze conferentie zullen nieuwe afspraken worden vastgelegd voor internationale samenwerking op energiegebied. ‘Deze bijeenkomst was een goede voorbereiding op de top in Den Haag. Ik verwacht dat we de modernisering van de internationale samenwerking op energiegebied daar goed kunnen voortzetten’, zei de minister.

RWE en Yard komen met alternatief voor windpark bij Meeden

RWE, moederbedrijf van Essent, en Yard Energy komen met een alternatief naast de vijf opstellingsvarianten van een windpark langs de N33. In het alternatief komt het windpark met circa 34 turbines aanzienlijk verder weg van het dorp Meeden dan in de oorspronkelijke plannen. 

In de oorspronkelijke plannen komt het windpark 450 meter van Meeden te liggen. In het alternatief van RWE en Yard is dat circa 1 kilometer, circa twee keer zo ver. RWE en Yard zijn ervan overtuigd dat hun alternatief daarom tot minder overlast leidt voor omwonenden. Jan Boorsma, directeur van de afdeling Wind van RWE in Nederland: “We zien dat er behoefte is aan de groei van duurzame energie in Nederland, maar dat mensen niet willen dat windmolens direct in hun achtertuin staan. Als ontwikkelaar van windparken willen we een goede buur zijn. Daarom maken we zorgvuldige afwegingen die ook rekening houden met de belangen van omwonenden. ” 

Het windpark langs de N33 valt onder de Rijkscoördinatieregeling. Dit betekent dat de Rijksoverheid het bevoegde gezag is voor de ontwikkeling van dit windpark. Op verzoek van de provincie Groningen en de Tweede Kamer is er een alternatief gekomen, de zogeheten ‘zesde variant’. Dit om een grotere afstand te creëren tussen de windturbines en de kernen van Veendam en Meeden. 

RWE en Yard gaan de zesde opstellingsvariant nu toevoegen aan de lopende procedure van de milieu-effect-rapportage (MER). In deze procedure worden de verschillende varianten vergeleken op de impact op de omgeving en het milieu. Uit de MER volgt een voorkeursvariant waarvoor vervolgens een vergunning aangevraagd moet worden. Pas indien de zesde variant uit de MER als meest geschikte naar voren komt, gaat het proces voor RWE en Yard gezamenlijk verder. Voor RWE is een belangrijke volgende stap om aan de hand van de Menukaart Windenergie verder in gesprek te gaan met omwonenden en andere belanghebbenden als vervolg op het gesprek van juli 2014. 

dinsdag 3 maart 2015

Zonnepanelen mogelijk op het Stadhuis Groningen

Het was geen gemakkelijke opgave: zonnepanelen plaatsen op het Stadhuis van Groningen zonder de monumentale status van het pand te verstoren. Toch was het college van B&W er veel aan gelegen om plaatsing te realiseren. Immers, de gemeente Groningen heeft een duurzaamheidsambitie en het energieneutraal maken van gemeentelijke gebouwen maakt hier onderdeel van uit. Bovendien geeft de gemeente hiermee het goede voorbeeld voor de inwoners van de stad.

Een extern adviesbureau deed onderzoek en gaf advies welke plekken het beste geschikt zijn voor het plaatsen van zonnepanelen. Ook werd advies ingewonnen bij de welstands- en adviescommissie. De conclusie is dat het mogelijk is om aan de westelijke en zuidelijke binnengevels van het monumentale pand aan de Grote Markt zonnepanelen te plaatsen. Het gaat in totaal om 82 panelen.

Met het plaatsen van de zonnepanelen op het Stadhuis levert de gemeente Groningen een bijdrage om in 2035 energieneutraal te zijn. Dat betekent, niet alleen maar afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen, maar vooral gebruik te maken van natuurlijke hulpbronnen.

Steeds meer deelnemers grootste zonnepanelenpark ZonneWIJde

De ZonneWIJde, het grootste zonne-energie crowdfundingproject van Nederland en een van de projecten van duurzame energieleverancier Greenchoice, gaat haar tweede fase in. In de eerste fase is tot nu toe 20 procent van het bedrag bijeengebracht om de Bredaase ZonneWIJde te gaan realiseren. De ZonneWIJde, een burgerinitiatief, is een groot zonnepark van 7.000 panelen dat langs de snelweg in Breda komt te liggen. In de volgende fase kunnen mensen nog steeds (delen van) zonnepanelen kopen. Naast particuliere deelnemers tonen ook grote organisaties interesse in deelname. 

Het bijzondere van ZonneWIJde is dat iedereen vanaf €25 kan meedoen, ook wie geen klant van Greenchoice is. Daarbij maakt de ZonneWIJde het ook voor mensen die geen geschikt eigen dak hebben, toch mogelijk om zonne-energie te benutten.

Initiatiefnemers en partners in ZonneWIJde, waaronder gemeente Breda, Greenchoice, Zonnepanelendelen.nl en de Coöperatie ZonneWIJde zijn erg positief over de resultaten tot nu toe. In de tweede fase verwacht De ZonneWIJde een forse toestroom van deelnemers.

maandag 2 maart 2015

Minder zoekgebieden voor windturbines

De provincie Noord Holland wil dat ruimte tussen windturbines en gevoelige bestemmingen vergroot wordt van 500 meter naar 600 meter. Mochten PS hier op 2 maart toe besluiten dan heeft dit als gevolg dat de volgende locaties niet meer in aanmerking komen voor het plaatsen van windturbines:
Trambaan/Jan Eikenvaart in polder Wieringerwaard, Bobeldijk/Spierdijk/Berkhout en Venhuizen bij Drechterland.

Verder hebben de commissieleden gevraagd om de maatwerkregeling met betrekking tot de geluidsbelasting te verwerken in de Provinciale Milieu Verordening (PMV) en uit de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) te halen. Op deze wijze is het ook juridisch mogelijk om op het gebied van geluidsbelasting maatwerk te leveren. Deze aanpassing heeft geen (directe) gevolgen voor de bewoners van de voorlopige windturbinelocaties. Wel wordt er in deze variant in stillere gebieden naar maatwerk gezocht.

De voordracht waarin de voorstellen naar aanleiding van het amendement zijn verwerkt, wordt maandag 2 maart 2015 tijdens de Statenvergadering besproken. Wanneer PS akkoord gaan met de voordracht van GS, wordt de gewijzigde PRV en PMV samen met de gewijzigde beleidstukken officieel vastgesteld en bekendgemaakt.

Stedin start met aanbieden van slimme meters in Nieuwegein

Netbeheerder Stedin gaat in maart 2015 starten met het grootschalig aanbieden van slimme energiemeters in delen van de gemeente Nieuwegein. De slimme meter is de nieuwe generatie energiemeter en biedt de mogelijkheid voor Nederlanders om zelf nauwkeurig het energieverbruik te volgen. Hierdoor is het makkelijker om energie te besparen.

Tot en met augustus 2015 vervangt de netbeheerder bij bijna 25.000 huishoudens en kleinzakelijke klanten in Nieuwegein de traditionele meters door slimme energiemeters. In maart en april zijn ruim 3.600 klanten in Jutphaas, Stadscentrum en Wijkersloot als eerste aan de beurt. Op een informatieavond op dinsdag 3 maart zijn twee sessies, geïnteresseerden zijn welkom om 19:00 uur of 20:00 uur voor een korte presentatie. Ook is er gelegenheid om vragen te stellen.

Europese regelgeving heeft bepaald dat minimaal tachtig procent van alle adressen in Nederland in 2020 een slimme meter moet hebben. Stedin is daarom in januari 2014 gestart met de gerichte plaatsing van digitale gas- en elektriciteitsmeters bij al haar klanten. Consumenten en kleinzakelijke klanten in de Hoeksche Waard  ten zuiden van Rotterdam kregen de primeur. Dit jaar start de definitieve grootschalige aanbieding door Stedin.

De slimme meter wordt de komende jaren in heel Nederland aangeboden. Netbeheerders investeren in hun netwerken om mee te gaan met de huidige technologische toepassingen en voorbereid te zijn op nieuwe ontwikkelingen. De slimme meter heeft de mogelijkheden die aansluiten bij de huidige en toekomstige eisen aan de energievoorziening. Slimme meters geven iedere twee maanden automatisch meterstanden door aan de netbeheerder. Meer informatie is te lezen op www.stedin.net/slimmemeter.

vrijdag 27 februari 2015

Minicolleges: toekomstige energieoplossingen

Wat zijn de uitdagingen en oplossingen van onze toekomstige energievoorziening? Deze vraag beantwoorden vier onderzoekers van de Universiteit Twente in een reeks korte, interactieve minicolleges. Vier verschillende vakgebieden, één gezamenlijke fascinatie: energieoplossingen van de toekomst.

Subsidieprogramma voor innovatief en duurzaam mkb gestart

Groninger midden- en kleinbedrijven (mkb) die aan de slag willen gaan met vernieuwende en duurzame projecten kunnen weer subsidie aanvragen.  De provincie Groningen stelt in totaal 2,4 miljoen euro beschikbaar om te stimuleren dat het mkb meer innovatief en duurzaam investeert. Het subsidieprogramma is een vervolg op het eerdere succesvolle programma 'Innovatief en Duurzaam mkb Groningen' uit 2013.

Het totale budget van het nieuwe subsidieprogramma is 2,4 miljoen euro. Projecten die aan alle voorwaarden voldoen, kunnen een bijdrage ontvangen  tot maximaal 25 procent van de totale subsidiabele kosten. Het  maximale subsidiebedrag is 50.000 euro. Met deze investering dragen wij bij aan Groningen als innovatie- en duurzaamheidregio. Bovendien zijn vernieuwende projecten voor het Groninger mkb belangrijk in de ontwikkeling naar een toekomstbestendige bedrijfsvoering.

In 2013 is de provincie gestart met het subsidieprogramma Innovatief en Duurzaam mkb. Het subsidiebudget van in totaal 2,74 miljoen euro is volledig besteed aan 34 projecten van Groningse bedrijven.

UT krijgt 2 miljoen voor ontwikkeling supergeleidende generator voor windmolens

De leerstoel Energy, Materials and Systems (EMS) van de faculteit Technische Natuurwetenschappen van de Universiteit Twente krijgt binnen een Europees project een subsidie van 2 miljoen euro om een supergeleidende generator te ontwikkelen bestemd voor een nieuwe generatie windturbines. Door supergeleidende generatoren in te bouwen, is het uiteindelijk mogelijk om windmolens een derde lichter te maken en zodoende de kostprijs sterk terug te dringen. In 2018 wordt de generator ingebouwd in een bestaande 3,6 megawatt windturbine in het Deense Thyborøn.

Het gaat om het Horizon 2020 project ‘EcoSwing’ dat gecoördineerd wordt door het Deense bedrijf Envision. Het budget voor het totale project bedraagt 13 miljoen euro: 3 miljoen afkomstig van de deelnemende bedrijven en 10 miljoen van de EU. Doel van het project is het ontwikkelen van ’s werelds eerste supergeleidende generator die wordt ingebouwd in een windmolen. De generator wordt in 2018 geplaatst in een uiterst moderne windturbine van 3,6 megawatt, goed om ongeveer duizend huishoudens van elektriciteit te voorzien. Het volledige systeem wordt vervolgens een jaar lang intensief getest.

Het belangrijkste voordeel van de supergeleidende generator is dat deze veertig procent lichter is dan conventionele generatoren. Hierdoor kan je de gondel van de molen 25 procent, en de totale windmolen ruwweg een derde lichter uitvoeren. Door de materiaalbesparing kan de kostprijs op termijn sterk teruggedrongen worden. Bijkomend voordeel is dat de nieuwe technologie veel minder afhankelijk is van dure zeldzame aardmetalen (een groep zware chemische elementen die voornamelijk in China worden gewonnen). Zo maakt de supergeleidende generator, in tegenstelling tot conventionele generatoren, geen gebruik van het dure materiaal neodymium. In plaats daarvan wordt er een veel beperktere hoeveelheid yttrium gebruikt (ongeveer honderd keer minder). 

Conventionele grote windturbines werken hetzelfde als een fietsdynamo, maar dan opgeschaald. Een rotor met permanente magneten draait rond binnen in een serie spoelen. De spoelen ervaren hierdoor een wisselend magneetveld waarmee je elektrische stroom kunt opwekken. Bij een supergeleidende generator vervang je de permanente magneten door supergeleidende spoelen. Deze maken gebruik van het verschijnsel dat bij extreem lage temperaturen (in dit geval -180 0C) de weerstand van sommige materialen volledig wegvalt. Daardoor kan er tot duizend keer meer stroom doorheen lopen, die een tot dertig keer sterker magneetveld opwekt dan permanente magneten of koperen spoelen.

De UT leerstoel EMS zal haar jarenlange ervaring met supergeleidende magneten gebruiken bij het ontwerpen en testen van de rotorspoelen. De groep verzorgt binnen EcoSwing ook de assemblage van de rotor. Die montage van de circa twintig ton zware rotor met een diameter van vijf meter wordt een behoorlijke klus waarbij ook de Nederlandse industrie zal worden ingeschakeld. Ook de noodzakelijke koeling van de spoelen valt onder de taken van de UT-groep. Het EcoSwing-consortium bestaat uit negen partners. Naast de UT en Envision zijn dat zeven bedrijven: vijf uit Duitsland, een uit Frankrijk en een uit het VK.

Krachtige Europese aanpak energie-unie

Afgelopen week heeft de Europese Commissie haar voorstel naar een Europese energie-unie gepresenteerd. D66’ers Gerben-Jan Gerbrandy en Stientje van Veldhoven missen echter het gevoel van urgentie in het voorstel: “Europa moet met één stem spreken om niet door Poetin uit elkaar gespeeld te worden. Het Russische dreigement gisteren om de gaskraan via Oekraïne dicht te draaien, spreekt wat dat betreft boekdelen. Voor een echte Europese aanpak van de Europese economie moesten we eerst door de diepste financiële crisis sinds de jaren dertig. Laten we daarvan leren en nu een zware energiecrisis voorkomen door te kiezen voor een sterk, eensgezind Europees energiebeleid.”

Gerbrandy pleit naast stevig Europees toezicht ook voor een competitieve interne energiemarkt en een hogere prioriteit aan energiebesparing. Gerbrandy: “Er zijn op dit moment drie problemen die aangepakt moeten worden, energie is te duur, te vervuilend, en we zijn veel te afhankelijk van de grillen van Rusland. We moeten van 28 energie-unietjes naar een krachtige energie-unie. Een Europa met een overvloed aan schone, goedkope energie en onafhankelijk van derde landen. Momenteel importeren we ons arm, terwijl we ons rijk kunnen innoveren. Met een goed functionerende interne energiemarkt kunnen we 50 miljard per jaar besparen.”

De plannen van de Europese Commissie moeten veel sneller worden uitgevoerd. Van Veldhoven: “Het is nu niet het moment om af te blijven wachten, maar om door te pakken. In Europa heeft het ene land elektriciteitscentrales die stilstaan, terwijl een ander Europees land te weinig energie heeft. Meer samenwerken op het gebied van energie levert enorme voordelen op: het is goedkoper, efficiënter en we zijn onafhankelijker van onbetrouwbare regimes zoals Saoedi Arabië en het Rusland van Poetin.”

donderdag 26 februari 2015

Nieuw kwaliteitslabel voor veilig en energiezuinig stoken

Op woensdag 25 februari plakte minister Stef Blok in Den Haag voor het eerst de sticker OK CV op een verwarmingsketel. Hij deed dat samen met Rob Trouwborst, directeur van het eerste installatiebedrijf in Nederland dat het nieuwe kwaliteitslabel mag voeren. OK CV moet het aantal ongevallen met verwarmingsketels verminderen en cv-installaties tegelijkertijd zuiniger maken. Installatiebedrijven mogen het label alléén voeren als ze aan strenge eisen voldoen. Zo moeten zij de cv-ketels van hun klanten laten inspecteren en onderhouden door een gediplomeerd Energie Service Specialist.

De Energie Service Specialist staat centraal in het kwaliteitslabel OK CV. Hij heeft een intensieve opleiding gevolgd en kan daardoor het onderhoud exact uitvoeren volgens de voorschriften van de fabrikant. Voor maximale veiligheid meet hij bovendien de CO- en CO2-waarden. Tenslotte krijgt de eigenaar van de cv-ketel van de Energie Service Specialist ook een schriftelijk advies over het energiezuinig gebruik van de cv-ketel. Woningeigenaren en woningcorporaties die kiezen voor een installatiebedrijf met het label OK CV kunnen erop vertrouwen dat hun cv-ketel goed, veilig en energiezuinig werkt.

De Energie Service Specialist wordt zelf ook gecontroleerd. Niet alleen moet hij over een speciaal diploma beschikken, de Stichting OK voor Installaties gaat met steekproeven ook na of het onderhoud van de cv-installatie volgens de regels plaatsvindt. Dat gebeurt met behulp van een landelijke databank waarin alle onderhoudsbeurten worden geregistreerd.

OK CV is een initiatief van branchevereniging UNETO-VNI, de gezamenlijke cv-ketelfabrikanten en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties draagt financieel bij aan het project. CV OK heeft daarnaast de steun van Aedes, Brandweer NL, de Consumentenbond, Milieu Centraal, VACpunt Wonen, Vastgoed Belang, Verbond van Verzekeraars, Vereniging Eigen Huis, VvE Belang en de Woonbond.

Slimmer verwarmen Enexis-stations levert winst voor het milieu en snelle besparingen

Slimmer verwarmen en extra isoleren van 3000 transformatorstations van Enexis levert een besparing op het elektriciteitsverbruik van 19 GWh/jaar, gelijk aan het elektriciteitsverbruik van 6000 huishoudens. Verduurzamen van de elektrisch verwarmde gebouwen levert zo een besparing van 8800 ton CO2 per jaar. Qua energiekosten is de besparing € 1 mln per jaar. De investeringen voor de aanpassingen worden binnen een jaar terugverdiend. Enexis verwacht de aanpassing van de transformatorstations eind 2015 af te ronden en de besparingen vanaf 2016 structureel te kunnen inboeken.

Het aanbrengen van de besparende maatregelen in de 3000 verwarmde transformatorstations is in 2013 gestart. De middenspanningsinstallaties in deze stations distribueren de stroom naar de verschillende (woon-)wijken. Van oudsher was hier een elektrische verwarming actief om de installaties tegen bevriezing te beschermen en om roestvorming door condens te voorkomen. Onderzoek heeft uitgewezen dat deze risico’s op dezelfde manier beheerst kunnen worden met een temperatuur van 12 graden Celsius, gemiddeld 4 graden lager dan voorheen. In veel stations wordt daarnaast de ruimteverwarming vervangen door een veel gerichter energiezuinige lintverwarming. Als extra bouwkundige maatregel worden de vloeren dampdicht gemaakt en extra geïsoleerd. 

Gebleken is dat de temperatuurverlaging verantwoord is voor de bedrijfszekerheid van de installaties in de stations en zelfs een verlaging van de vochtigheid laat zien. De gemiddelde besparing per transformatorstation is circa 6000 kWh per jaar. Die besparing is hoog omdat het verbruik hoger ligt dan in woonhuizen: om de goede werking van de middenspanningsinstallaties te garanderen moeten alle 3000 stations 24/7 worden verwarmd. 

De maatregelen zijn inmiddels bij 1800 gebouwen uitgevoerd. Tot op heden bedraagt de besparing op het elektriciteitsverbruik daarmee rond de 15 GWh/jaar, gelijk aan het elektriciteitsverbruik van 4300* huishoudens. De CO2-besparing hierbij is 6500 ton CO2. Enexis beheert rond de 55.000 elektriciteitsgebouwen. Alleen de genoemde 3000 transformator-stations zijn voorzien van verwarming.

Delen

Twitter Delicious Facebook Digg Stumbleupon Favorites More