Techniek Nederland waarschuwt: houd buiten-unit warmtepomp sneeuw- en ijsvrij
Techniek Nederland waarschuwt warmtepompbezitters om bij winterse omstandigheden extra aandacht te besteden aan de buitenunit van hun warmtepomp. Wanneer een buitenunit ondersneeuwt of ijzig wordt, kan de luchtcirculatie worden belemmerd en werkt de warmtepomp minder goed of zelfs helemaal niet meer. ‘Een warmtepomp haalt zijn energie uit de buitenlucht. De lucht moet dus vrij kunnen circuleren,’ zegt Maurice Roovers, warmtepompexpert bij Techniek Nederland. Roovers benadrukt dat warmtepompen in deze vorstperiode over het algemeen zonder problemen functioneren.
Het is belangrijk dat de buitenunit sneeuwvrij blijft en dat er voldoende ruimte rondom de unit is, zodat lucht ongehinderd kan worden aangezogen en uitgeblazen. Techniek Nederland benadrukt daarnaast dat buitenunits niet strak tegen een muur moeten worden geplaatst. ‘Een buitenunit heeft letterlijk lucht nodig om zijn werk te doen,’ aldus Roovers. In sommige gevallen plaatsen installateurs de buiten-unit op een ‘te korte’ beugel aan de muur waardoor de luchtstroom verstoort en de koude niet goed weg kan. De afstand dient 20-25 cm van de muur te zijn. Te dicht tegen een muur of schutting plaatsen kan bij vorst en sneeuw problemen opleveren. In geval van sneeuw is het verstandig om de omgeving rondom de warmtepomp met de hand sneeuwvrij te maken.
Condens- en smeltwater rond de buiten-unit moeten altijd goed weg kunnen lopen. Als water zich ophoopt en opnieuw bevriest, kan dit de buitenunit blokkeren. IJsvorming kan er bovendien voor zorgen dat de warmtepomp zichzelf uitschakelt om schade te voorkomen. Moderne warmtepompen zijn overigens ontworpen om zelfs bij strenge vorst te functioneren, mits ze correct zijn geplaatst en vrij blijven van sneeuw en ijs.
Techniek Nederland benadrukt verder dat mensen die op wintersport of langere tijd van huis gaan, de warmtepomp niet moeten uitschakelen door de thermostaat te laag te zetten. Als er helemaal geen warmte gevraagd wordt, bestaat het risico dat leidingen naar een monoblock-warmtepomp bevriezen en beschadigd raken. De warmtepomp moet daarom altijd blijven draaien bij strenge vorst. ‘Uitzetten lijkt logisch om energie te besparen, maar kan juist tot schade leiden,’ zegt Roovers. ‘Laat de warmtepomp altijd in werking, ook als je langere tijd weg bent.’
Techniek Nederland constateert dat warmtepompen in deze vorstperiode over het algemeen zonder problemen functioneren. Dat bevestigt dat de kwaliteit van installaties en het gebruik van warmtepompen de afgelopen jaren sterk is verbeterd. Roovers: ‘De deskundigheid van erkende warmtepompinstallateurs aangesloten bij Techniek Nederland bevindt zich inmiddels op een hoog niveau. Daardoor zijn installaties goed ingeregeld en weten consumenten steeds beter hoe zij hun woning met een warmtepomp moeten verwarmen.’
Een warmtepomp vraagt om een andere manier van verwarmen dan een traditionele cv-ketel. Het systeem werkt op lage temperatuur en warmt de woning geleidelijk op. Roovers: ‘Het hoogste comfort en rendement worden bereikt als de temperatuur zo constant mogelijk blijft. In de meeste gevallen is het voldoende om de thermostaat ’s nachts slechts één of twee graden lager te zetten. Zo kan de warmtepomp ’s ochtends met weinig energie de woning weer op temperatuur brengen.’
Het is belangrijk dat de buitenunit sneeuwvrij blijft en dat er voldoende ruimte rondom de unit is, zodat lucht ongehinderd kan worden aangezogen en uitgeblazen. Techniek Nederland benadrukt daarnaast dat buitenunits niet strak tegen een muur moeten worden geplaatst. ‘Een buitenunit heeft letterlijk lucht nodig om zijn werk te doen,’ aldus Roovers. In sommige gevallen plaatsen installateurs de buiten-unit op een ‘te korte’ beugel aan de muur waardoor de luchtstroom verstoort en de koude niet goed weg kan. De afstand dient 20-25 cm van de muur te zijn. Te dicht tegen een muur of schutting plaatsen kan bij vorst en sneeuw problemen opleveren. In geval van sneeuw is het verstandig om de omgeving rondom de warmtepomp met de hand sneeuwvrij te maken.
Condens- en smeltwater rond de buiten-unit moeten altijd goed weg kunnen lopen. Als water zich ophoopt en opnieuw bevriest, kan dit de buitenunit blokkeren. IJsvorming kan er bovendien voor zorgen dat de warmtepomp zichzelf uitschakelt om schade te voorkomen. Moderne warmtepompen zijn overigens ontworpen om zelfs bij strenge vorst te functioneren, mits ze correct zijn geplaatst en vrij blijven van sneeuw en ijs.
Techniek Nederland benadrukt verder dat mensen die op wintersport of langere tijd van huis gaan, de warmtepomp niet moeten uitschakelen door de thermostaat te laag te zetten. Als er helemaal geen warmte gevraagd wordt, bestaat het risico dat leidingen naar een monoblock-warmtepomp bevriezen en beschadigd raken. De warmtepomp moet daarom altijd blijven draaien bij strenge vorst. ‘Uitzetten lijkt logisch om energie te besparen, maar kan juist tot schade leiden,’ zegt Roovers. ‘Laat de warmtepomp altijd in werking, ook als je langere tijd weg bent.’
Techniek Nederland constateert dat warmtepompen in deze vorstperiode over het algemeen zonder problemen functioneren. Dat bevestigt dat de kwaliteit van installaties en het gebruik van warmtepompen de afgelopen jaren sterk is verbeterd. Roovers: ‘De deskundigheid van erkende warmtepompinstallateurs aangesloten bij Techniek Nederland bevindt zich inmiddels op een hoog niveau. Daardoor zijn installaties goed ingeregeld en weten consumenten steeds beter hoe zij hun woning met een warmtepomp moeten verwarmen.’
Een warmtepomp vraagt om een andere manier van verwarmen dan een traditionele cv-ketel. Het systeem werkt op lage temperatuur en warmt de woning geleidelijk op. Roovers: ‘Het hoogste comfort en rendement worden bereikt als de temperatuur zo constant mogelijk blijft. In de meeste gevallen is het voldoende om de thermostaat ’s nachts slechts één of twee graden lager te zetten. Zo kan de warmtepomp ’s ochtends met weinig energie de woning weer op temperatuur brengen.’

Geen opmerkingen: