Motivaction-onderzoek: buurtvoordeel maakt windturbines op land wél bespreekbaar
Financiële voordelen voor omwonenden kunnen het draagvlak voor windparken op land bijna verdubbelen, mits het voordeel zichtbaar bij de buurt zelf terechtkomt. Dat blijkt uit het recente onderzoek van Motivaction, “Energiepaper 31 – Financiële voordelen kantelen de publieke opinie rond windmolens”. Niet elke vorm van compensatie werkt echter even goed: directe winstdeling of korting op de energierekening scoort veel beter dan een extra bedrijventerrein, terwijl bewoners de netbeheerder en gemeente logischer initiatiefnemers vinden dan commerciële partijen.
Zonder extra voordeel is 32% van de Nederlanders (zeer) positief over een windpark met zes turbines binnen vijf kilometer van de woning, terwijl 35% (zeer) negatief is en de rest neutraal. Zodra bewoners een winstuitkering van 500 euro per jaar uit het windpark in het vooruitzicht krijgen, stijgt het aandeel (zeer) positieven naar 56% en slinkt de harde tegenstand tot 7%. Ook een structurele korting van 10% op de stroomrekening maakt een groot verschil: dan reageert 54% (zeer) positief op een windpark in de buurt.
Niet elk “voordeel” wordt als voordeel ervaren. Een bedrijventerrein dat dankzij het windpark kan worden aangelegd, zorgt juist voor minder steun: het aandeel voorstanders daalt naar 24%. Een nieuwbouwwijk die door het windpark wél mogelijk wordt, werkt beter: in dat scenario stijgt het draagvlak van 32 naar 46%. Jongeren tot 35 jaar en hoger opgeleiden blijken het meest gevoelig voor collectieve voordelen zoals winstdeling; in deze groepen loopt het aandeel positieven op tot bijna 60%.
Tot slot laat Motivaction zien dat het niet alleen gaat om wat er wordt aangeboden, maar ook door wie. Nederlanders zien vooral de netbeheerder (28%) en de gemeente (19%) als logische kartrekkers van een windproject; energieleveranciers en lokale coöperaties volgen op afstand. Praktijkvoorbeelden als Windpark Fryslân (omgevingsfonds) en Windpark Krammer (lokaal eigenaarschap via coöperaties) illustreren hoe delen in opbrengsten én zeggenschap verzet kunnen ombuigen naar betrokkenheid en trots. Voor de verdere uitrol van wind op land is het inzicht helder: de energietransitie krijgt pas echt wind in de rug als de buurt concreet kan meedelen in de baten.
Zonder extra voordeel is 32% van de Nederlanders (zeer) positief over een windpark met zes turbines binnen vijf kilometer van de woning, terwijl 35% (zeer) negatief is en de rest neutraal. Zodra bewoners een winstuitkering van 500 euro per jaar uit het windpark in het vooruitzicht krijgen, stijgt het aandeel (zeer) positieven naar 56% en slinkt de harde tegenstand tot 7%. Ook een structurele korting van 10% op de stroomrekening maakt een groot verschil: dan reageert 54% (zeer) positief op een windpark in de buurt.
Niet elk “voordeel” wordt als voordeel ervaren. Een bedrijventerrein dat dankzij het windpark kan worden aangelegd, zorgt juist voor minder steun: het aandeel voorstanders daalt naar 24%. Een nieuwbouwwijk die door het windpark wél mogelijk wordt, werkt beter: in dat scenario stijgt het draagvlak van 32 naar 46%. Jongeren tot 35 jaar en hoger opgeleiden blijken het meest gevoelig voor collectieve voordelen zoals winstdeling; in deze groepen loopt het aandeel positieven op tot bijna 60%.
Tot slot laat Motivaction zien dat het niet alleen gaat om wat er wordt aangeboden, maar ook door wie. Nederlanders zien vooral de netbeheerder (28%) en de gemeente (19%) als logische kartrekkers van een windproject; energieleveranciers en lokale coöperaties volgen op afstand. Praktijkvoorbeelden als Windpark Fryslân (omgevingsfonds) en Windpark Krammer (lokaal eigenaarschap via coöperaties) illustreren hoe delen in opbrengsten én zeggenschap verzet kunnen ombuigen naar betrokkenheid en trots. Voor de verdere uitrol van wind op land is het inzicht helder: de energietransitie krijgt pas echt wind in de rug als de buurt concreet kan meedelen in de baten.

Geen opmerkingen: