Groen licht voor monitoringsput voor ondergrondse warmteopslag op Utrecht Science Park
De Universiteit Utrecht zet een belangrijke stap in de verduurzaming van haar energievoorziening. Het College van Bestuur heeft groen licht gegeven voor de volgende fase van het project voor hoge temperatuur opslag (HTO). In deze fase wordt een monitoringsput aangelegd om de eigenschappen van de ondergrond verder in kaart te brengen.
In het HTO-project werken de afdeling Energie van de Universiteit Utrecht, de faculteit Geowetenschappen en TNO samen. De onderzoekers willen gebruikmaken van een watervoerende bodemlaag op ongeveer 200 tot 250 meter diepte. Daar kan in de zomer warmte worden opgeslagen die met duurzame elektriciteit wordt geproduceerd, bijvoorbeeld afkomstig van zonnepanelen van het in aanbouw zijnde zonnepark Bunnik. In de winter, als er relatief weinig duurzame energie beschikbaar is, kan deze warmte vervolgens worden gebruikt voor de verwarming van gebouwen op het Utrecht Science Park.
Met HTO kan op duurzame en kosteneffectieve wijze een grote hoeveelheid warmte voor een heel seizoen worden opgeslagen. Daarmee kan de universiteit duurzame elektriciteit, die in de zomer volop beschikbaar is, beter benutten en tegelijkertijd de afhankelijkheid van fossiele energie verder verminderen. Door slim gebruik van de techniek kan bovendien worden bijgedragen aan het verminderen van de toenemende druk op het elektriciteitsnet. HTO werkt namelijk als een grote warmtebatterij: het kan extra stroom afnemen op momenten dat er veel elektriciteit beschikbaar is en het stroomverbruik juist verminderen wanneer de vraag op het elektriciteitsnet hoog is. De ervaringen met het project kunnen bovendien inzicht geven in de vraag of HTO ook voor andere warmtenetten in Nederland een duurzame oplossing kan zijn. De komende decennia worden naar verwachting veel nieuwe warmtenetten aangelegd, waarvoor seizoensopslag van warmte een belangrijke rol kan spelen.
Voor de onderzoeksfase van het project heeft de Universiteit Utrecht een DEI+-subsidie van ruim twee miljoen euro ontvangen. DEI+ staat voor Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie en is een nationale innovatiesubsidie van de Nederlandse overheid, uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De subsidie wordt gefinancierd door de ministeries van Klimaat en Groene Groei, Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en Infrastructuur en Waterstaat.
De monitoringsput levert aanvullende informatie over de eigenschappen van de ondergrond op de beoogde locatie. Ook maakt de put het mogelijk om de ondergrond verder te monitoren. Naar verwachting levert de testfase halverwege 2027 voldoende informatie op om een investeringsbesluit te kunnen nemen. Bij een positief besluit wordt het project verder ontworpen en gerealiseerd. Naar verwachting kan de warmteopslag richting 2029 worden gerealiseerd.
Het maken van de monitoringsput is daarmee een belangrijke stap op weg naar een duurzamere, CO₂-neutrale en aardgasvrije bedrijfsvoering van de Universiteit Utrecht.
In het HTO-project werken de afdeling Energie van de Universiteit Utrecht, de faculteit Geowetenschappen en TNO samen. De onderzoekers willen gebruikmaken van een watervoerende bodemlaag op ongeveer 200 tot 250 meter diepte. Daar kan in de zomer warmte worden opgeslagen die met duurzame elektriciteit wordt geproduceerd, bijvoorbeeld afkomstig van zonnepanelen van het in aanbouw zijnde zonnepark Bunnik. In de winter, als er relatief weinig duurzame energie beschikbaar is, kan deze warmte vervolgens worden gebruikt voor de verwarming van gebouwen op het Utrecht Science Park.
Met HTO kan op duurzame en kosteneffectieve wijze een grote hoeveelheid warmte voor een heel seizoen worden opgeslagen. Daarmee kan de universiteit duurzame elektriciteit, die in de zomer volop beschikbaar is, beter benutten en tegelijkertijd de afhankelijkheid van fossiele energie verder verminderen. Door slim gebruik van de techniek kan bovendien worden bijgedragen aan het verminderen van de toenemende druk op het elektriciteitsnet. HTO werkt namelijk als een grote warmtebatterij: het kan extra stroom afnemen op momenten dat er veel elektriciteit beschikbaar is en het stroomverbruik juist verminderen wanneer de vraag op het elektriciteitsnet hoog is. De ervaringen met het project kunnen bovendien inzicht geven in de vraag of HTO ook voor andere warmtenetten in Nederland een duurzame oplossing kan zijn. De komende decennia worden naar verwachting veel nieuwe warmtenetten aangelegd, waarvoor seizoensopslag van warmte een belangrijke rol kan spelen.
Voor de onderzoeksfase van het project heeft de Universiteit Utrecht een DEI+-subsidie van ruim twee miljoen euro ontvangen. DEI+ staat voor Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie en is een nationale innovatiesubsidie van de Nederlandse overheid, uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De subsidie wordt gefinancierd door de ministeries van Klimaat en Groene Groei, Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en Infrastructuur en Waterstaat.
De monitoringsput levert aanvullende informatie over de eigenschappen van de ondergrond op de beoogde locatie. Ook maakt de put het mogelijk om de ondergrond verder te monitoren. Naar verwachting levert de testfase halverwege 2027 voldoende informatie op om een investeringsbesluit te kunnen nemen. Bij een positief besluit wordt het project verder ontworpen en gerealiseerd. Naar verwachting kan de warmteopslag richting 2029 worden gerealiseerd.
Het maken van de monitoringsput is daarmee een belangrijke stap op weg naar een duurzamere, CO₂-neutrale en aardgasvrije bedrijfsvoering van de Universiteit Utrecht.

Geen opmerkingen: