'Flexibiliteit onmisbare schakel in het toekomstige elektriciteitssysteem'
Nederland heeft de komende jaren veel meer flexibiliteit nodig om het elektriciteitssysteem betrouwbaar, betaalbaar en duurzaam te houden.
Het elektriciteitssysteem krijgt meer en meer behoefte aan flexibiliteit. Dit blijkt uit de eerste Nederlandse Flexibility Needs Assessment (FNA), die we in opdracht van de Nederlandse overheid hebben opgesteld in samenwerking met de regionale netbeheerders Coteq, Enexis, Liander, RENDO, Stedin en Westland Infra.
Door de groei van zonne- en windenergie, elektrificatie van industrie, mobiliteit en gebouwde omgeving en de daarmee gepaard gaande druk op het elektriciteitsnet verandert het energiesysteem in hoog tempo. Flexibiliteit, het vermogen om vraag en aanbod van elektriciteit beter op elkaar af te stemmen, wordt daardoor een structurele randvoorwaarde voor de energietransitie.
De FNA laat zien dat er op landelijk systeemniveau, uitgaande van het gehanteerde scenario, in 2030 en 2035 geen structureel tekort aan flexibiliteit wordt verwacht. Tegelijkertijd laat de FNA zien dat deze uitkomst geen vanzelfsprekendheid is. De resultaten zijn afhankelijk van de tijdige investeringen in en beschikbaarheid van bronnen van flexibiliteit, waaronder ongeveer 16 GW batterijcapaciteit, ongeveer 6,5 GW Power-to-X en ongeveer 12,6 GW interconnectie (grensoverschrijdende uitwisseling van elektriciteit) in 2035. Als investeringen in flexibiliteit achterblijven, kunnen grotere tekorten aan flexibiliteit ontstaan en neemt de marge om hernieuwbare elektriciteit in te passen af.
Wanneer ook de fysieke beperkingen van het elektriciteitsnet worden meegenomen, ontstaat een scherper beeld. Vooral in delen van het hoogspanningsnet zijn substantiële, locatie gebonden behoeften aan flexibiliteit zichtbaar. Een deel daarvan neemt af wanneer geplande netversterkingen gereed zijn, maar flexibiliteit blijft nodig om het net slimmer en efficiënter te benutten.
Het elektriciteitssysteem krijgt meer en meer behoefte aan flexibiliteit. Dit blijkt uit de eerste Nederlandse Flexibility Needs Assessment (FNA), die we in opdracht van de Nederlandse overheid hebben opgesteld in samenwerking met de regionale netbeheerders Coteq, Enexis, Liander, RENDO, Stedin en Westland Infra.
Door de groei van zonne- en windenergie, elektrificatie van industrie, mobiliteit en gebouwde omgeving en de daarmee gepaard gaande druk op het elektriciteitsnet verandert het energiesysteem in hoog tempo. Flexibiliteit, het vermogen om vraag en aanbod van elektriciteit beter op elkaar af te stemmen, wordt daardoor een structurele randvoorwaarde voor de energietransitie.
De FNA laat zien dat er op landelijk systeemniveau, uitgaande van het gehanteerde scenario, in 2030 en 2035 geen structureel tekort aan flexibiliteit wordt verwacht. Tegelijkertijd laat de FNA zien dat deze uitkomst geen vanzelfsprekendheid is. De resultaten zijn afhankelijk van de tijdige investeringen in en beschikbaarheid van bronnen van flexibiliteit, waaronder ongeveer 16 GW batterijcapaciteit, ongeveer 6,5 GW Power-to-X en ongeveer 12,6 GW interconnectie (grensoverschrijdende uitwisseling van elektriciteit) in 2035. Als investeringen in flexibiliteit achterblijven, kunnen grotere tekorten aan flexibiliteit ontstaan en neemt de marge om hernieuwbare elektriciteit in te passen af.
Wanneer ook de fysieke beperkingen van het elektriciteitsnet worden meegenomen, ontstaat een scherper beeld. Vooral in delen van het hoogspanningsnet zijn substantiële, locatie gebonden behoeften aan flexibiliteit zichtbaar. Een deel daarvan neemt af wanneer geplande netversterkingen gereed zijn, maar flexibiliteit blijft nodig om het net slimmer en efficiënter te benutten.

Geen opmerkingen: