ACM: stijgende winsten bovenin brandstofketen sinds uitbreken oorlog in Iran
De onrust op de oliemarkt door de oorlog in Iran zorgt naar verwachting voor hogere winsten bij bedrijven die zich bezighouden met productie en verwerking (raffinage) van ruwe olie.
Op dit moment zijn er geen aanwijzingen dat lager in de keten bij tankstations de gemiddelde winstmarges zijn gestegen, zo blijkt uit de eerste Monitor Brandstofprijzen van de Autoriteit Consument & Markt (ACM).
In de Monitor Brandstofprijzen kijkt de ACM naar drie niveaus in de brandstofketen: productie van ruwe olie, raffinage van ruwe olie in verschillende olieproducten en de verkoop van benzine en diesel via tankstations (retailmarkt). De Monitor Brandstofprijzen geeft geen beeld van individuele bedrijven.
Door de onrust op de markt voor ruwe olie volgt de ACM de ontwikkelingen in de brandstofketen nauwgezet. De stijgende brandstofprijzen hangen samen met geopolitieke spanningen en verstoringen in het mondiale aanbod van ruwe olie en geraffineerde olieproducten, onder meer door beperkingen in belangrijke transportroutes vanuit het Midden-Oosten. Sinds het uitbreken van het conflict eind februari zijn de ruwe olie- en brandstofprijzen wereldwijd gestegen.
In de Monitor Brandstofprijzen kijkt de ACM naar drie niveaus in de brandstofketen: productie, raffinage en de retailmarkt. De monitor laat zien dat de prijs in euro van ruwe olie sinds maart is gestegen met ongeveer 70%. Het is niet aannemelijk dat de kosten van olieproductie in dezelfde mate zijn gestegen als de prijzen. Dit impliceert dat de gemiddelde winstmarge op de verkoop van ruwe olie is gestegen. In lijn hiermee rapporteerden oliemaatschappijen in de afgelopen week hogere kwartaalwinsten.
Ook bij raffinage zijn er signalen van hogere gemiddelde winstmarges. Zo lijken raffinaderijen momenteel hogere marges te behalen op diesel en kerosine, hoewel de marges op benzine lager liggen. Dit onderstreept dat ontwikkelingen binnen de keten niet uniform zijn en per product en bedrijf kunnen verschillen. Daarnaast zijn sommige bedrijven op meerdere niveaus in de brandstofketen actief.
Tankstations worden geconfronteerd met hogere inkoopprijzen en rekenen deze door in hun verkoopprijzen aan consumenten en bedrijven. De beschikbare gegevens geven op dit moment geen aanwijzingen van hogere gemiddelde winstmarges bij pomphouders. Wel lijken marges sterker te schommelen dan vóór de oorlog in Iran, mede door toegenomen volatiliteit op de groothandelsmarkt.
De ACM heeft eerder vastgesteld dat dalende olieprijzen vaak minder snel worden doorgegeven aan consumenten dan stijgende prijzen (het zogenoemde ‘rockets & feathers’-effect). Omdat de olieprijs momenteel nog niet substantieel daalt, kan dat effect nu nog niet worden onderzocht. Zodra de olieprijs daalt richting het niveau van voor de oorlog in Iran, zal de ACM analyseren in hoeverre prijsdalingen worden doorgegeven aan consumenten. In dat kader is de ACM begonnen met een verkennend onderzoek naar de werking van pricing software door ondernemingen in de brandstofketen.
Op dit moment zijn er geen aanwijzingen dat lager in de keten bij tankstations de gemiddelde winstmarges zijn gestegen, zo blijkt uit de eerste Monitor Brandstofprijzen van de Autoriteit Consument & Markt (ACM).
In de Monitor Brandstofprijzen kijkt de ACM naar drie niveaus in de brandstofketen: productie van ruwe olie, raffinage van ruwe olie in verschillende olieproducten en de verkoop van benzine en diesel via tankstations (retailmarkt). De Monitor Brandstofprijzen geeft geen beeld van individuele bedrijven.
Door de onrust op de markt voor ruwe olie volgt de ACM de ontwikkelingen in de brandstofketen nauwgezet. De stijgende brandstofprijzen hangen samen met geopolitieke spanningen en verstoringen in het mondiale aanbod van ruwe olie en geraffineerde olieproducten, onder meer door beperkingen in belangrijke transportroutes vanuit het Midden-Oosten. Sinds het uitbreken van het conflict eind februari zijn de ruwe olie- en brandstofprijzen wereldwijd gestegen.
In de Monitor Brandstofprijzen kijkt de ACM naar drie niveaus in de brandstofketen: productie, raffinage en de retailmarkt. De monitor laat zien dat de prijs in euro van ruwe olie sinds maart is gestegen met ongeveer 70%. Het is niet aannemelijk dat de kosten van olieproductie in dezelfde mate zijn gestegen als de prijzen. Dit impliceert dat de gemiddelde winstmarge op de verkoop van ruwe olie is gestegen. In lijn hiermee rapporteerden oliemaatschappijen in de afgelopen week hogere kwartaalwinsten.
Ook bij raffinage zijn er signalen van hogere gemiddelde winstmarges. Zo lijken raffinaderijen momenteel hogere marges te behalen op diesel en kerosine, hoewel de marges op benzine lager liggen. Dit onderstreept dat ontwikkelingen binnen de keten niet uniform zijn en per product en bedrijf kunnen verschillen. Daarnaast zijn sommige bedrijven op meerdere niveaus in de brandstofketen actief.
Tankstations worden geconfronteerd met hogere inkoopprijzen en rekenen deze door in hun verkoopprijzen aan consumenten en bedrijven. De beschikbare gegevens geven op dit moment geen aanwijzingen van hogere gemiddelde winstmarges bij pomphouders. Wel lijken marges sterker te schommelen dan vóór de oorlog in Iran, mede door toegenomen volatiliteit op de groothandelsmarkt.
De ACM heeft eerder vastgesteld dat dalende olieprijzen vaak minder snel worden doorgegeven aan consumenten dan stijgende prijzen (het zogenoemde ‘rockets & feathers’-effect). Omdat de olieprijs momenteel nog niet substantieel daalt, kan dat effect nu nog niet worden onderzocht. Zodra de olieprijs daalt richting het niveau van voor de oorlog in Iran, zal de ACM analyseren in hoeverre prijsdalingen worden doorgegeven aan consumenten. In dat kader is de ACM begonnen met een verkennend onderzoek naar de werking van pricing software door ondernemingen in de brandstofketen.

Geen opmerkingen: