ANWB Laadpas data-onderzoek: grote verschillen laadtarieven tussen gemeenten
De kosten voor het opladen van elektrische auto’s aan openbare laadpalen verschillen in Nederland sterk per gemeente. Op basis van zes miljoen laadsessies met de ANWB Laadpas in 2025 blijkt dat de regionale verschillen zo groot zijn, dat sommige huishoudens jaarlijks honderden euro’s meer betalen dan vergelijkbare EV‑rijders een paar dorpen verderop.
Gemeenten bepalen onder welke voorwaarden openbare laadpalen geplaatst mogen worden. De uitvoering daarvan besteden zij meestal uit aan commerciële exploitanten via een concessieovereenkomst, waarin soms een maximumtarief of prijsplafond is vastgelegd. ANWB constateert dat de uiteenlopende lokale keuzes in deze concessies leiden tot grote prijsverschillen tussen gemeenten.
Automobilisten betaalden in 2025 gemiddeld 48 cent per kilowattuur (kWh) bij openbare, langzame laadpalen. Achter dat gemiddelde gaan echter grote verschillen schuil: in Nederweert bedroeg het tarief gemiddeld 33 cent per kWh, terwijl in Oegstgeest bijna 70 cent werd gerekend – meer dan het dubbele. Voor een automobilist die jaarlijks 15.000 kilometer rijdt, kan dat betekenen dat hij of zij in sommige gemeenten tot 900 euro per jaar extra kwijt is aan laadkosten, simpelweg afhankelijk van de gemeente waar hij of zij woont.
In Brabant en Limburg, waar veel gemeenten samenwerken binnen de gezamenlijke concessie Noord-Brabant/Limburg, liggen de gemiddelde laadtarieven relatief laag. In gemeenten binnen deze provincies die niet deelnemen aan deze concessie – zoals Dongen, Asten, Waalre en Loon op Zand – vallen de tarieven voor laden aan openbare palen daarentegen aanzienlijk hoger uit.
Ook in Zuid-Holland is dit patroon zichtbaar. Binnen het concessiegebied SGZH liggen de prijzen doorgaans tussen de 40 en 45 cent per kWh, terwijl niet-deelnemende gemeenten zoals Leiderdorp, Leiden en Oegstgeest tot de duurste gemeenten van Nederland behoren.
Gemeenten bepalen onder welke voorwaarden openbare laadpalen geplaatst mogen worden. De uitvoering daarvan besteden zij meestal uit aan commerciële exploitanten via een concessieovereenkomst, waarin soms een maximumtarief of prijsplafond is vastgelegd. ANWB constateert dat de uiteenlopende lokale keuzes in deze concessies leiden tot grote prijsverschillen tussen gemeenten.
Automobilisten betaalden in 2025 gemiddeld 48 cent per kilowattuur (kWh) bij openbare, langzame laadpalen. Achter dat gemiddelde gaan echter grote verschillen schuil: in Nederweert bedroeg het tarief gemiddeld 33 cent per kWh, terwijl in Oegstgeest bijna 70 cent werd gerekend – meer dan het dubbele. Voor een automobilist die jaarlijks 15.000 kilometer rijdt, kan dat betekenen dat hij of zij in sommige gemeenten tot 900 euro per jaar extra kwijt is aan laadkosten, simpelweg afhankelijk van de gemeente waar hij of zij woont.
In Brabant en Limburg, waar veel gemeenten samenwerken binnen de gezamenlijke concessie Noord-Brabant/Limburg, liggen de gemiddelde laadtarieven relatief laag. In gemeenten binnen deze provincies die niet deelnemen aan deze concessie – zoals Dongen, Asten, Waalre en Loon op Zand – vallen de tarieven voor laden aan openbare palen daarentegen aanzienlijk hoger uit.
Ook in Zuid-Holland is dit patroon zichtbaar. Binnen het concessiegebied SGZH liggen de prijzen doorgaans tussen de 40 en 45 cent per kWh, terwijl niet-deelnemende gemeenten zoals Leiderdorp, Leiden en Oegstgeest tot de duurste gemeenten van Nederland behoren.

Geen opmerkingen: