Pagina's

dinsdag 9 juni 2026

Stedin plant regelbare energie-opwek langs de N201 in Mijdrecht voor behoud van betrouwbare stroomvoorziening

Het elektriciteitsnet in Nederland raakt door de snelle elektrificatie steeds zwaarder belast. Ook in de provincie Utrecht en in de gemeente De Ronde Venen is sprake van netcongestie. Daardoor geldt al sinds 2022 een aansluitstop voor grootverbruikers en waarschuwen Stedin en TenneT dat vanaf 1 juli 2026 ook kleinverbruikers, waaronder woningbouwprojecten, mogelijk niet meer kunnen worden aangesloten. Daarnaast bestaat het risico dat komende winter lokale stroomstoringen ontstaan door overbelasting van het net.

Om de energiezekerheid voor inwoners, bedrijven en vitale voorzieningen te borgen, bereidt Stedin in samenwerking met de gemeente De Ronde Venen en de provincie Utrecht de plaatsing voor van regelbare opwek: tijdelijke stroomgeneratoren voor Stedin, die alleen worden ingezet bij een dreigend stroomtekort. Het college van De Ronde Venen is voornemens hieraan mee te werken en bereidt hiertoe een raadsvoorstel voor.

De installatie is gepland in de toekomstige oksel van de nieuw aan te leggen N201, schuin tegenover de Volvo-garage. Deze locatie is naar voren gekomen als enige technisch en ruimtelijk geschikte plek binnen het zoekgebied rond het hoogspanningsstation Mijdrecht.

De regelbare opwek heeft een vermogen van 10 megawatt en Stedin zet de installatie alleen aan wanneer een tekort op het elektriciteitsnet dreigt. Door lokaal extra vermogen op te wekken, wordt de druk op het bestaande net verlaagd en kunnen storingen worden voorkomen. De reguliere levering van duurzame energie via het net blijft altijd prioriteit houden. De installatie is bedoeld als tijdelijke overbrugging totdat de grootschalige netuitbreidingen van Stedin in de regio zijn gerealiseerd. Deze installatie blijft naar verwachting 10 tot 15 jaar staan. Om de stroomvoorziening voor de lange termijn zeker te stellen is eerder al een locatie aangewezen voor een nieuw hoogspanningsstation op het toekomstige bedrijventerrein de Bocht.

Stedin en de gemeente hebben een uitgebreide locatiestudie uitgevoerd in de omgeving van Mijdrecht. Daarbij is gekeken naar technische, ruimtelijke en planologische randvoorwaarden. Alleen de locatie in de toekomstige oksel van de N201 voldoet aan alle eisen. Er is minimaal 235 meter afstand nodig om geluid en andere effecten te beperken. Andere onderzochte locaties, zoals bij het Veenweidebad en de Mijdrechtse Dwarsweg, vielen af omdat deze afstand daar niet haalbaar was of vanwege mogelijke geluidsoverlast voor omwonenden.

De locatie moet bovendien snel en zonder grote ingrepen kunnen worden aangesloten op het bestaande gas- en elektriciteitsnet. Dit bleek op andere plekken niet mogelijk. Ook is de plek goed bereikbaar voor plaatsing, onderhoud en incidentmanagement. De installatie bestaat uit vier generatorcontainers en twee kleinere containers voor de meterkast en beslaat in totaal 36 meter lengte en 24 meter breedte (864 m²).

De locatie biedt mogelijkheden voor realisatie vanaf dit najaar, wat essentieel is om vóór de winter van 2026-2027 operationeel te kunnen zijn. Omdat alleen deze locatie aan alle voorwaarden voldoet, is deze als beste en enige optie geselecteerd.

maandag 8 juni 2026

Concessie voor openbare laadpalen in Groningen en Drenthe verlengd tot 2028

De provincies Groningen en Drenthe hebben de bestaande concessie voor de plaatsing van openbare laadpalen verlengd. De huidige concessiehouder Equans blijft tot januari 2028 verantwoordelijk voor het plaatsen van publieke laadpunten in beide provincies.

De concessie is uitgegeven door de provincies Groningen en Drenthe, namens twintig deelnemende gemeenten. In Drenthe doen alle gemeenten mee aan de concessie. Groningen en Drenthe verlengen de concessie, omdat er nog altijd vraag is naar publieke laadpalen. In Drenthe zijn tot nu toe 500 openbare laadpalen geplaatst.

De openbare laadpalen zijn bedoeld voor inwoners en andere gebruikers met een elektrische auto die geen eigen oprit hebben. Ook forenzen, die hun elektrische auto op straat moeten parkeren, kunnen een laadpaal aanvragen. De laadpaal komt in de straat of iets verderop te staan. Altijd op loopafstand van de woning of het bedrijf. Een laadpaal aanvragen kan via www.laadpaalnodig.nl(verwijst naar een andere website).

Elektrische rijders kunnen gebruikmaken van de laadpas. Met de laadpas kunnen elektrische rijders altijd laden tegen het voordelige basistarief zonder opslag of transactiekosten. De laadpas is voor inwoners van gemeenten in Groningen en Drenthe, uitgezonderd de gemeente Groningen en gemeente Eemsdelta, die een eigen aanpak voor het plaatsen van laadpalen hebben. De laadpas is te gebruiken bij alle laadpalen in Nederland.

Vattenfall en Copenhagen Infrastructure Partners contracteren TKF voor inter-array kabels Zeevonk

Vattenfall en Copenhagen Infrastructure Partners (CIP), via het Energy Transition Fund van CIP, hebben TKF de kabelopdracht gegund voor fase 1 van het offshore windproject Zeevonk. Het contract omvat de volledige levering van circa 162 kilometer inter-array kabels.

Binnen het contract is TKF verantwoordelijk voor het ontwerp, de engineering, productie, testen, levering en het projectmanagement van de 66 kV inter-array kabels, inclusief de bijbehorende accessoires. In de opdracht ligt een sterke nadruk op duurzaam kabelontwerp – een gebied waarop TKF een voortrekkersrol vervult met zijn geavanceerde connectiviteitsoplossingen. De kabels worden geproduceerd in de moderne productiefaciliteit van TKF in de Eemshaven.

Felix Würtenberger, CEO van Zeevonk, zegt: “De inter-array kabels vormen een cruciaal onderdeel van het Zeevonk-project. Met de keuze voor TKF werken we samen met een leverancier die bewezen ervaring in offshore wind combineert met een sterke focus op duurzaam ontwerp. Deze overeenkomst ondersteunt onze ambitie om Zeevonk efficiënt te realiseren en tegelijkertijd de milieu-impact van belangrijke projectcomponenten te verkleinen.”

De overeenkomst met TKF omvat de toepassing van duurzame materialen en circulaire ontwerpmaatregelen in de kabels. Zo wordt gebruikgemaakt van aluminium met een lage CO₂-uitstoot, gerecycled staal en koper, en een bitumenvrij ontwerp. Deze oplossingen verlagen de CO₂-voetafdruk van de kabels en vergroten het aandeel circulaire materialen.

De toepassing van deze circulariteitsmaatregelen heeft bijgedragen aan de sterke positie van Zeevonk in de tenderprocedure, doordat het project via meerdere ontwerpoplossingen kon voldoen aan de gestelde eisen op het gebied van duurzaamheid en circulariteit.

Het Zeevonk-project beslaat een gebied van 650 km² en ligt voor de Nederlandse Noordzeekust, op 63 tot 84 kilometer van Bergen aan Zee. Het project wordt in twee fasen gerealiseerd. Fase 1 levert 1 GW aan offshore windcapaciteit, de oplevering is gepland voor 2029. In 2032 volgt fase 2 met nog eens 1 GW aan windenergie en 500 MW aan systeemintegratiecapaciteit. Dit omvat onder meer de ontwikkeling van een elektrolyser in de Rotterdamse haven voor de productie van groene waterstof. Zeevonk is een gezamenlijk project van Vattenfall en CIP.

vrijdag 5 juni 2026

Ultrasnelle laders voor elektrische vrachtwagens en industriële batterijen bij EUTRACO in Roeselare officieel in gebruik genomen

In aanwezigheid van burgemeester Kris Declercq heeft het Roeselaarse transport- en logistiekbedrijf EUTRACO onlangs zes ultrasnelle laders voor elektrische vrachtwagens en acht industriële batterijen officieel in gebruik genomen op zijn hoofdzetel in Roeselare. Met de grootste e-truckvloot van België zet EUTRACO hiermee een nieuwe stap in de verdere elektrificatie van zijn activiteiten.

De installatie, gerealiseerd door Insaver (onderdeel van de Groep Luminus), maakt deel uit van een grootschalig elektrificatieproject met in totaal 30 ultrasnelle laders, 40 batterijsystemen en 3.500 zonnepanelen, verspreid over vier sites. Met deze investering onderstreept EUTRACO zijn ambitie om tegen 2050 volledig emissievrij te opereren.
​​
​Om zijn 54 elektrische vrachtwagens maximaal duurzaam te laden, investeert EUTRACO in een geïntegreerd energiesysteem, gerealiseerd door Insaver, onderdeel van de Groep Luminus. Op vier sites – twee in Roeselare, één in Gent en één in Willebroek – worden 30 laadpunten geïnstalleerd met een totaalvermogen van 14,4 MW, aangevuld met 3.500 zonnepanelen (2,3 MWp) en 40 batterijen met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 10 MWh.

Dankzij deze combinatie rijden de vrachtwagens in grote mate op lokaal geproduceerde groene stroom, afkomstig van zonnepanelen en aangevuld met batterijopslag wanneer nodig.

EUTRACO beschikt vandaag over 54 elektrische langeafstandsvrachtwagens, goed voor ongeveer een derde van de totale vloot en vormt zo de grootste e-truckvloot van het land. Deze elektrificatie gaat gepaard met aanzienlijke investeringen in laadinfrastructuur, zonne-energie, batterijopslag en slimme energiebeheersystemen.

Met een volle batterij hebben de vrachtwagens een theoretisch rijbereik tot 500 kilometer, afhankelijk van belading, verkeer en weersomstandigheden. Dankzij de ultrasnelle laders kunnen zij in ongeveer 60 minuten van 20% tot 80% worden opgeladen, goed voor een bijkomend bereik van circa 300 kilometer.

donderdag 4 juni 2026

Provincie Noord-Holland stemt in met verdere uitwerking locatie elektriciteitsstation A9 Zuid

Gedeputeerde Staten van Noord-Holland stemmen in met de verdere uitwerking van de voorkeurslocatie voor het nieuwe elektriciteitsstation A9 Zuid van netbeheerder TenneT. Het station is beoogd in de Houtrakpolder, op het grensvlak van de Amsterdamse haven en het zuidelijke Groene Schip.

Het nieuwe hoogspanningsstation is nodig om te voorzien in de groeiende vraag naar elektriciteit in het westelijk havengebied en het westen van Amsterdam. Zonder uitbreiding van het elektriciteitsnet blijft er sprake van netcongestie. Dit belemmert de ontwikkeling en verduurzaming van bedrijven en kan op termijn ook gevolgen hebben voor woningbouw. Het station speelt daarnaast een belangrijke rol in de toekomstige energievoorziening, onder meer voor het nieuwe 150 kV-station in de Waarderpolder.

Na uitgebreid onderzoek en gesprekken met betrokken partijen heeft TenneT deze locatie als voorkeurslocatie aangewezen. Met het besluit van Gedeputeerde Staten kan TenneT deze locatie nu verder uitwerken. Het gaat daarbij niet alleen om de precieze inrichting van het station, maar ook om de aansluiting op de bestaande hoogspanningsverbinding tussen Beverwijk en Vijfhuizen. Vanaf het nieuwe station worden 2 hoogspanningslijnen aangelegd. 

TenneT start op korte termijn met veldonderzoeken. Deze werkzaamheden zijn kleinschalig en hebben beperkte invloed op de omgeving. Tegelijkertijd werkt TenneT aan het ontwerp van het station en de landschappelijke inpassing.

Noord Brabant ondersteunt volgende stap voor Brabantse energiehubs

Het elektriciteitsnet in Noord-Brabant is op veel plekken vol. Daardoor kunnen bedrijven niet altijd een nieuwe of zwaardere aansluiting krijgen. Dat remt de groei van bedrijven en maakt het moeilijker om te verduurzamen, bijvoorbeeld door over te stappen op elektrische processen. Daarom ondersteunt de provincie samenwerking op bedrijventerreinen met energiehubs: lokale oplossingen waarbij bedrijven hun energie slimmer delen, opslaan en op elkaar afstemmen.

Het afgelopen jaar onderzocht de provincie op 18 bedrijventerreinen in 14 gemeenten hoe kansrijk energiehubs zijn. Ook binnen het programma Grote Oogst zijn zulke haalbaarheidsstudies uitgevoerd. Onlangs is haalbaarheidsregeling opnieuw opengesteld voor 12 nieuwe terreinen. Het opzetten van een energiehub blijkt niet eenvoudig te zijn, maar de belangstelling hiervoor vanuit het bedrijfsleven is wel groot. Daarom stelt de provincie subsidie beschikbaar voor de volgende stap in energiehubprojecten: het uitwerken van een concreet en uitvoerbaar ontwerp.

De provincie stelt in totaal 1 miljoen euro beschikbaar. Daarmee kunnen ongeveer 10 projecten steun krijgen. Per project is maximaal 100.000 euro beschikbaar, tot hoogstens 50 procent van de kosten. Alleen projecten waar al een haalbaarheidsstudie is uitgevoerd, komen in aanmerking. Dit mogen ook haalbaarheidsstudies zijn die op een andere manier dan vanuit de regeling van de provincie zijn gefinancierd. Aanvragen kunnen worden ingediend van 1 juli tot en met 1 oktober 2026. Projecten mogen doorlopen tot en met 31 december 2027. We kennen de subsidies toe op volgorde van binnenkomst.

woensdag 3 juni 2026

Nieuwe directeur voor Energy Storage NL

Vanaf maandag 1 juni verwelkomt Energy Storage NL haar nieuwe directeur, Arendo Schreurs. Met zijn brede ervaring op het snijvlak van energie, duurzaamheid, innovatie en publieke affairs brengt Arendo een waardevolle combinatie van inhoudelijke expertise en strategisch leiderschap mee naar de brancheorganisatie.

Arendo heeft de afgelopen jaren diverse leidinggevende en adviserende functies vervuld binnen de energiesector en beschikt over ruime ervaring in het verbinden van bedrijfsleven, overheid en maatschappelijke organisaties. Zijn achtergrond in de energietransitie en sluit nauw aan bij de ambities van Energy Storage NL en de snelgroeiende rol van energieopslag binnen het toekomstige energiesysteem.

Met de komst van Arendo zet Energy Storage NL een volgende stap in de verdere professionalisering en versterking van de sector. De vereniging ziet in hem een verbindende en energieke directeur die de belangen van de leden krachtig kan vertegenwoordigen en de positie van energieopslag in Nederland verder helpt versterken.

Kabinet wil groen gas verplicht bijmengen, energierekening stijgt licht

Het kabinet heeft een wetsvoorstel ingediend waardoor energieleveranciers vanaf 2027 verplicht een deel groen gas moeten toevoegen aan het aardgas dat huishoudens gebruiken. In eerste instantie gaat het om ongeveer 4 procent groen gas. Het doel is om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen en Nederland minder afhankelijk te maken van geïmporteerd fossiel aardgas.  

Groen gas wordt geproduceerd uit organische reststromen, zoals mest en afval. Volgens klimaatminister Stientje van Veldhoven zal de maatregel de gemiddelde energierekening van huishoudens met ongeveer 15 euro per jaar verhogen. De minister benadrukt dat de kosten beperkt blijven doordat de verplichte bijmenging geleidelijk wordt opgebouwd.  

belangenorganisaties plaatsen vraagtekens bij die inschatting. Zij waarschuwen dat de kosten op langere termijn hoger kunnen uitvallen wanneer grotere hoeveelheden groen gas moeten worden ingekocht. Ook wijzen zij op onzekerheden rond de beschikbaarheid van voldoende groen gas en de gevolgen voor consumenten en bedrijven.  

Het wetsvoorstel moet nog door de Tweede en Eerste Kamer worden behandeld voordat de regeling definitief kan ingaan.

Rotterdamse nieuwkomer brengt verzwaring van elektriciteitsnet in stroomversnelling

Het Rotterdamse aannemersbedrijf fues is geselecteerd als één van de twaalf uitvoerende partijen binnen de Buurtaanpak van Stedin. Dit programma, met een totale waarde van 3,5 miljard euro, is de grootste aanbesteding van Stedin in de geschiedenis en richt zich op het verzwaren en uitbreiden van het elektriciteitsnet in verschillende buurten in Zuid-Holland, Utrecht en Zeeland. 

De keuze voor het jonge, snelgroeiende fues als partner in dit traject, is opvallend voor een opdracht van deze schaal. Maar de scaleup laat al jaren zien dat het anders kan: waar de sector vastloopt op personeelstekorten, groeien zij juist hard, door slim samen te werken in de keten en mensen aan te trekken die elders geen kans krijgen. Met deze aanpak levert de aannemer de komende jaren een wezenlijke bijdrage aan de grootste netverzwaring van Nederland.

De Rotterdamse aannemer is in 2019 opgericht door drie vakmensen met één busje. Vandaag telt het bedrijf meer dan driehonderd professionals, verdeeld over vijf vestigingen in Nederland. De gemiddelde leeftijd is 28,5 jaar en het team bestaat uit vijftien nationaliteiten. Die diversiteit is geen toeval. fues trekt, naast specialisten, mensen aan die in traditionele bedrijven niet altijd als vanzelfsprekende keuze worden gezien: jonge mensen zonder het perfecte CV maar mét ambitie, zij-instromers met andere achtergronden, vakmensen die ergens anders niet de ruimte kregen. Het bedrijf leidt snel op en geeft medewerkers vroeg verantwoordelijkheid. En die aanpak werkt: waar de rest van de sector kampt met personeelstekorten, groeide fues sinds de start razendsnel en werken ze samen met diverse gemeenten en netbeheerders voor grote projecten. Serkan Pehlivan Directeur bij fues: “Nederland staat voor een van de grootste infrastructurele opgaven in decennia. Dat vraagt om bedrijven die niet wachten tot het systeem klaar voor ze is, maar die gewoon beginnen. Wij regelen alles onder één dak, van de tekentafel tot de eindoplevering. Zo maken we elke dag letterlijk meters met onze mensen."
 
Nederland gaat in de komende 10 jaar 50% meer elektriciteit gebruiken door de energietransitie: elektrisch rijden, warmtepompen, zonnepanelen, omschakeling van gas naar elektriciteit. Stedin pakt dit als netbeheerder aan met de grootste aanbesteding uit hun geschiedenis: de ‘Buurtaanpak’. Gestart begin dit jaar en goed voor een totale waarde van 3,5 miljard euro. Samen met twaalf aannemers worden tot 2050 in totaal drieduizend buurten in Zuid-Holland, Utrecht en Zeeland ‘toekomstklaar’ gemaakt. fues is een van die twaalf aannemers en vervult daarbinnen een dubbele rol: zowel hoofd- als onderaannemer. Naast voldoende mensen vraagt een opgave van deze schaal ook om een andere manier van samenwerken in de keten. Precies daar onderscheidt de scaleup zich. Met een team dat ervaring heeft bij netbeheerders, onderaannemers en hoofdaannemers, brengt fues brede ketenkennis met zich mee. Die gebruiken ze om de regie strakker te organiseren en vertragingen voor te zijn. De komende zes jaar legt het Rotterdamse bedrijf duizenden zwaardere kabels in de grond. Daarmee wordt het net verzwaard, wat meer aansluitingen mogelijk maakt voor woningen, bedrijven en duurzame energiebronnen.

dinsdag 2 juni 2026

Onderzoek gestart naar emissievrij treinvervoer op noordelijke spoorlijnen

ProRail start samen met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de provincies Fryslân en Groningen een onderzoek naar de beste oplossing voor emissievrij treinvervoer op de noordelijke regionale spoorlijnen. In het najaar van 2026 wordt een definitieve keuze gemaakt voor duurzaam treinvervoer in Noord-Nederland.

De noordelijke regionale spoorlijnen hebben samen een lengte van zo'n 250 kilometer en zijn niet geëlektrificeerd. Op dit moment rijden hier dieseltreinen. In de Klimaatwet is vastgelegd dat het spoorvervoer in Nederland uiterlijk in 2050 klimaatneutraal moet zijn.

In december 2035 start de nieuwe regionale treinconcessie voor de Noordelijke lijnen. Dat is een logisch moment om over te stappen op volledig emissievrij treinvervoer. Veel van de huidige dieseltreinen zijn dan aan het einde van hun levensduur. Daarom hebben Rijk en regio afgesproken om in het najaar een definitieve keuze maken voor de manier waarop de reizigerstreinen op deze lijnen straks worden aangedreven.

In het nieuwe onderzoek brengen de betrokken partijen in kaart welke combinatie van materieel en energievoorziening het meest geschikt is. De scenario’s worden beoordeeld op gevolgen voor infrastructuur, materieel, uitvoering, kosten en toekomstbestendigheid.
Gelijk- versus wisselstroom

Het verschil tussen 1500 volt gelijkstroom en 25 kilovolt wisselstroom zit vooral in efficiëntie en prestaties. Het 1500 volt-systeem, dat in het overgrote deel van Nederland wordt gebruikt, vereist veel onderstations, omdat de spanning sneller afneemt over langere afstanden. Het 25kV-systeem, dat gebruikt wordt op de HSL Zuid en de Betuweroute, is efficiënter, heeft minder onderstations nodig en levert meer vermogen, maar vraagt zwaardere transformatoren aan boord van de trein.

“Batterijtreinen kennen we in Nederland eigenlijk nog niet”, vertelt Michiel Deerenberg, programmamanager Innovatie & Technologische Vernieuwing bij ProRail. “In de ons omringende landen rijden ze al en je ziet het concept sterk opkomen. Het grote voordeel is dat je met veel minder laadinfrastructuur toch de stap naar emissievrij rijden maakt. Het belangrijkste verschil tussen batterijtreinen die opladen via 1500V gelijkstroom en 25kV wisselstroom zit daarbij in de oplaadsnelheid, de infrastructuur en het gewicht van de trein.”
Gezamenlijke ambitie

De betrokken partijen hebben een gezamenlijke ambitie. “De trein is een onmisbare schakel in het openbaar vervoer in Fryslân. We willen het spoorvervoer verduurzamen op een manier die past bij onze regionale lijnen en reizigers,” zegt Matthijs de Vries, gedeputeerde van de provincie Fryslân.Erik Jan Bennema, gedeputeerde van de provincie Groningen: “Samen met het Rijk en ProRail onderzoeken we welke oplossing het meest toekomstbestendig is. Zo werken we stap voor stap aan een schoon en betrouwbaar spoor in Noord-Nederland.”

Ook ProRail benadrukt het belang van samenwerking. “De overgang naar emissievrij spoorvervoer vraagt om slimme keuzes in materieel en infrastructuur. Door dit gezamenlijk te onderzoeken, kunnen we bepalen wat het beste werkt voor de treindiensten op deze lijnen én houden we het spoorvervoer betaalbaar”, zegt Danou Veenhof, regiodirecteur Noord-Oost van ProRail.

13.000ste woning aangesloten op warmtenet in Drechtsteden: meer dan de helft van doel 2030 bereikt

In de Drechtsteden is afgelopen week de 13.000ste woning aangesloten op het warmtenet. Daarmee is ruim de helft bereikt van het doel om in 2030 minimaal 25.000 woningen aan te sluiten op het warmtenet. Voor duizenden bewoners betekent dit een overstap naar een andere manier van verwarmen: zonder cv-ketel en zonder aardgas.

Deze mijlpaal laat zien dat de warmtetransitie in de Drechtsteden in volle gang is. Tegelijkertijd is verdere versnelling nodig om de doelen richting 2030 en 2050 te behalen. Woningcorporaties Trivire, Tablis Wonen, Woonkracht10, Rhiant en Woonbron, afval- en energiebedrijf HVC en de gemeenten in de Drechtsteden zetten de komende jaren gezamenlijk in op verdere uitbreiding van het warmtenet.
 
De woningcorporaties in de Drechtsteden zijn de laatste jaren bezig met een grote verduurzamingsslag om woningen comfortabeler en energiezuiniger te maken voor de bewoners van nu en in de toekomst. Zo worden woningen nog beter geïsoleerd. Meestal worden deze energetische verbeteringen gecombineerd met aansluiting op het warmtenet. Het warmtenet zorgt ervoor dat woningen worden verwarmd met warmte uit de buurt, zoals slibverbranding, de afvalenergiecentrale en de elektrische boiler, als alternatief voor aardgas. Bewoners merken daar in het dagelijks gebruik weinig van, terwijl hun woning wel klaar is voor de toekomst. Het warmtenet in Dordrecht was daarmee in 2025 het duurzaamste grote warmtenet van Nederland. Zo zijn de bewoners minder afhankelijk van gas uit het buitenland en wordt de woning veiliger, omdat er geen gasverbranding in huis meer plaatsvindt.
 
Voor veel bewoners is een warmtenet relatief onbekend terrein. Daarom starten de woningcorporaties in de Drechtsteden, HVC en gemeenten een gezamenlijke campagne. De campagne geeft antwoord op vragen die leven bij bewoners, zoals hoe een warmtenet werkt, waarom in sommige gebieden een tijdelijk gasgestookt warmtestation nodig is, waarom bewoners overstappen, wat dit betekent voor de energierekening en wat zij kunnen verwachten tijdens werkzaamheden. De komende periode hangen er in verschillende wijken bouwhekdoeken en start een campagne op sociale media. Op hvcgroep.nl/lekkerwarm komt alle informatie samen. 

maandag 1 juni 2026

Onderzoek DNV toont systeemwaarde opslag

DNV en Ventolines hebben in samenwerking met onder meer Energy Storage NL twee onderzoeken gedaan naar de implementatie van batterijsystemen. Beide onderzoeken laten zien dat batterijen essentieel zijn binnen het Nederlandse Energiesysteem, maar dat de uitrol sterk wordt geremd door dubbele energiebelasting, hoge transporttarieven en het ontbreken van een structurele korting of beloning voor de bewezen systeemrol van batterijen.

DNV ziet kansen voor de batterijsector: de groeiende behoefte aan flexibiliteit enerzijds en de technologische vooruitgang (en dalende prijzen) anderzijds. Zij verwachten een sterke groei van batterijen richting 2030. Netcongestie vormt een knelpunt, maar biedt ook de mogelijkheid batterijen in te zetten als congestieverzachter. Zeker als alternatieve contractvormen (zoals TDTR en CSC) verder worden ontwikkeld. Zij zien echter terecht dat ‘de implementatie nog achterblijft bij de behoefte, wat zorgt voor onzekerheid bij ontwikkelaars’. Deze onzekerheid door hoge kosten, tekort aan passende contractvormen en lange vergunningstrajecten moeten worden aangepakt. Dit kan door het belang van grootschalige batterijen te benadrukken, de maatschappelijke waarde beter uit te dragen, betere locatiesturing en het meer ondersteunen van vergunningverleners in de implementatie.

In het kader van netcongestie zijn kleinschalige en mobiele batterijen een belangrijke oplossingen voor bedrijven of nieuwe huishoudens die geen aansluiting kunnen krijgen. Bovendien wordt het door toenemende congestie ook financieel interessanter voor deze partijen. Een groot knelpunt, naast de eerdergenoemde punten bij grootschalig, is de dubbele energiebelasting (voor zowel invoeden als afnemen). Dit zet de business case sterk onder druk. Belangrijk is snel een oplossing te vinden voor dit punt om zowel in het binnenland als op Europees niveau een gelijk speelveld voor kleinschalige batterijen te verwezenlijken.

Het onderzoek zal meewegen in het vormgeven van de Integrale Beleidsagenda Energieopslag, waarin ook ESNL aan tafel zit. ESNL onderschrijft de conclusie dat er een nationaal doel voor opslag nodig is en dat contractvormen voor flexibiliteit versneld moeten worden uitgerold. Tegelijk laat het onderzoek zien dat de knelpunten helder zijn, terwijl concrete oplossingen nog moeten worden uitgewerkt. Energy Storage NL roept dan ook op om tot de zomer samen intensief verder te werken aan de Beleidsagenda, met als focus scherp te krijgen wat wel mogelijk is om zo snel mogelijk voldoende energieopslag te realiseren voor een betrouwbaar en betaalbaar Nederlands Energiesysteem.

SolarEdge breidt ecosysteem uit met dynamisch energiecontract in samenwerking met EnergyZero

SolarEdge breidt zijn ecosysteem uit met een dynamisch energiecontract in samenwerking met EnergyZero: SolarEdge Energie powered by EnergyZero. SolarEdge maakt de integratie mogelijk tussen zijn technologie en de energiediensten van EnergyZero. Energieleverancier EnergyZero sluit het contract rechtstreeks af met de eindklant en is verantwoordelijk voor de energielevering en klantenservice. Met deze samenwerking breidt SolarEdge zijn ecosysteem van slimme hardware en software verder uit met toekomstgerichte energiediensten. 

Met SolarEdge Energy profiteren huishoudens van slim energiemanagement voor dynamische energietarieven die meebewegen met de markt. In combinatie met zonnepanelen en een thuisbatterij kan dit direct financiële voordelen opleveren. SolarEdge-gebruikers kunnen vandaag al overstappen en zijn volledig voorbereid op het moment dat zij een thuisbatterij toevoegen.

Met een SolarEdge-thuisbatterij nemen de voordelen verder toe: energie kan worden opgeslagen wanneer de prijzen laag zijn en worden gebruikt of teruggeleverd aan het net wanneer de prijzen hoog zijn. Een extra voordeel is de btw-teruggave die momenteel beschikbaar is bij de aanschaf van een thuisbatterij wanneer er op hetzelfde adres een dynamisch energiecontract actief is.

De samenwerking gaat verder dan alleen dynamische tarieven. Via het platform van EnergyZero worden SolarEdge-omvormers uitgelezen om slimmer te reageren op teruglevermomenten. In een later stadium wordt directe aansturing van thuisbatterijen verwacht. Hierdoor kunnen huishoudens automatisch de waarde van hun energieopwekking en opslag optimaliseren en profiteren van kansen op meerdere energiemarkten.

Alle relevante gegevens en inzichten blijven beschikbaar in de vertrouwde mySolarEdge-app, zodat gebruikers altijd volledig inzicht en controle houden over hun energiestromen.

vrijdag 29 mei 2026

Toolbox wind op land live: praktische ondersteuning voor gesprekken over windenergie

NedZero heeft de Toolbox Wind op Land gelanceerd. Deze toolbox biedt communicatiemiddelen die professionals ondersteunen bij het voeren van het gesprek over wind op land met overheden, omwonenden en andere betrokken partijen.

De toolbox is ontwikkeld in samenwerking met onze leden om bij te dragen aan eenduidige, feitelijke en toegankelijke communicatie over windenergie op land. In gesprekken over dit onderwerp komen vaak verschillende vragen, belangen en beelden samen. De toolbox helpt om die gesprekken te ondersteunen met consistente kernboodschappen en praktische communicatiemiddelen.

De toolbox bevat een aantal vaste instrumenten die direct inzetbaar zijn in de praktijk, zoals een woordvoeringslijn, presentatie, video, feitenkaarten, het narratief wind op land en een voorbeeldbrief. Deze middelen helpen om complexe informatie helder uit te leggen en in verschillende situaties op een consistente manier te communiceren.

De instrumenten zijn bedoeld voor gebruik in gesprekken, bijeenkomsten en schriftelijke communicatie met stakeholders.

De Toolbox Wind op Land is onderdeel van de bredere Kennishub Wind op Land van NedZero. In deze kennishub worden kennis, inzichten en communicatiemiddelen rondom windenergie op land gebundeld en toegankelijk gemaakt.

Waar de kennishub zich richt op het delen van (achtergrond)informatie en duiding, biedt de toolbox juist concrete, downloadbare communicatiemiddelen om die kennis toe te passen in gesprekken en interactie met de omgeving.

Open Dag op 30 mei bij de gastransportlocatie van Gasunie in Wijngaarden

Op zaterdag 30 mei houdt Gasunie een open dag op haar gastransportlocatie in Wijngaarden (Zuid-Holland) aan de Wingerdse Donk 1. Het is de allereerste keer in vijftien jaar tijd dat Gasunie mensen de mogelijkheid biedt om een kijkje te nemen bij deze installatie.

Belangstellenden kunnen zich vooraf gratis inschrijven voor een tijdslot ergens tussen 10.00 en 16.00 uur. Zij krijgen dan een rondleiding langs de belangrijkste plekken op de locatie, zoals bij de gebouwen en de gasleidingen. Medewerkers van Gasunie vertellen tijdens deze rondleiding over hun werk en hoe het bedrijf op deze locatie werkt aan de energietransitie, een onderwerp dat heel actueel is voor Gasunie en voor Nederland.

Ook voor kinderen is de open dag interessant. Er is een waterstoffiets en er kan een leidingpuzzel gemaakt worden. Verder is er een inspiratieplein, waar je een reis maakt van aardgas naar duurzaam. Daar beleef je hoe Gasunie werkt aan de verduurzaming van de energievoorziening van Nederland. Op het plein staan allerlei tenten, waarin medewerkers van het bedrijf vertellen over verschillende onderwerpen, zoals waterstof, warmte, CO2 en groen gas. Op de route is ook een informatiepunt over biodiversiteit, een onderwerp waar Gasunie zich mee bezighoudt. Denk bijvoorbeeld aan het verbeteren van natuur op eigen terrein. Ook is er een hapje en een drankje.

donderdag 28 mei 2026

Energietransitie krijgt ook digitaal vorm: Gasunie lanceert uitbreiding van besturingssysteem

Gasunie bouwt al jaren aan de energie-infrastructuur van de toekomst: kilometers leidingwerk onder de grond, nieuwe netten voor waterstof, warmte en CO2-opslag. Nu krijgt die fysieke infrastructuur ook boven de grond een stevige basis. Met een vernieuwd digitaal besturingssysteem kan Gasunie het steeds complexere energiesysteem veilig en samenhangend aansturen.

In de toekomst ziet de energievoorziening er anders uit dan nu. Met de ontwikkeling van waterstof, groen gas, warmte, CO2-opslag en energie uit zon en wind, neemt het aantal energiedragers in de mix flink toe. Jeroen Zanting, business line directeur Methaantransport bij Gasunie: ‘Met de lancering van het nieuwe systeem, maken we daadwerkelijk de stap om naast aardgas en groen gas ook waterstof, CO2 en warmte aan te sturen. Zo verbindt Gasunie bestaande energie met nieuwe energie.’

Gasunie heeft bewust gekozen voor één centraal besturingssysteem in plaats van meerdere commandoposten. Dit maakt het energiesysteem niet alleen overzichtelijker en betaalbaarder, maar vergroot ook de robuustheid en flexibiliteit. Terwijl nieuwe infrastructuur wordt gerealiseerd, staan de dispatchers die het energietransport met het vernieuwde systeem besturen, klaar om deze veilig in werking te nemen. Joris Bongenaar, manager Gastransport bij Gasunie: ‘Deze ontwikkeling vraagt echt wat van onze mensen, maar onze dispatchers en IT-teams laten zien dat ze het huidige systeem beheersen én klaar zijn voor een energievoorziening die steeds complexer wordt.’

De ontwikkeling van de uitbreiding is het resultaat van een meerjarig traject van ontwerpen, ontwikkelen en testen. Gasunie werkte hierin nauw samen met softwareleverancier Schneider Electric. Dragoljub Damljanović, Digital Grid Sales VP bij Schneider Electric: ‘Dit is het eerste besturingssysteem ter wereld dat gelijktijdig beheer van transport van meerdere energiedragers op deze manier in één geïntegreerde omgeving ondersteunt, waarbij realtime activiteiten en simulaties naadloos op elkaar aansluiten.’

Gemeente Maasdriel en Liander werken samen aan een sterker stroomnet

Op dinsdag 21 april ondertekenden netbeheerder Liander en de gemeente Maasdriel een samenwerkingsovereenkomst. Hierin zijn de afspraken vastgelegd voor het versterken van het stroomnet. De komende jaren gaan wij in samenwerking met de gemeente buurt voor buurt extra elektriciteitshuisjes plaatsen en nieuwe kabels leggen in Maasdriel.

Liander gaat extra elektriciteitshuisjes plaatsen en nieuwe kabels in de grond leggen, buurt voor buurt, in de gemeente Maasdriel. Er wordt gestart in het dorp Kerkdriel. Een elektriciteitshuisje, ook wel transformatorhuisje genoemd, zorgt voor een goede verdeling van stroom in de buurt. Deze aanpassingen zorgen ervoor dat er meer capaciteit beschikbaar is en de buurt klaar is voor toekomstige ontwikkelingen. Met de Buurtaanpak wordt de overlast voor de bewoners beperkt omdat de werkzaamheden worden gebundeld en het project in een keer uitgevoerd.  

“Een toekomstgericht elektriciteitsnetwerk is noodzakelijk. Zo zorgen we ervoor dat inwoners van Maasdriel nu én in de toekomst voldoende elektriciteit hebben,” legt Martijn Schwering, Relatiemanager Publieke Sector bij Liander, uit. “Door samen met de gemeente buurt voor buurt een plan op te stellen, kunnen we het netwerk tijdig uitbreiden en aanpassen aan de toenemende vraag. Zo voorkomen we onnodige hinder en werken we samen aan een betrouwbare energievoorziening.” 

woensdag 27 mei 2026

ACM legt energiebedrijf Kikker bindende aanwijzing op

Energieleverancier Kikker voldoet niet aan de vergunningsvoorwaarden voor energieleveranciers die gas en/of elektriciteit leveren aan huishoudens en andere kleinverbruikers. Dat blijkt uit onderzoek van de Autoriteit Consument & Markt (ACM). Kikker voldoet niet aan de geldende organisatorische en financiële kwaliteitsnormen, waardoor de ACM de financiële positie van Kikker niet goed kan beoordelen.

De ACM heeft in de periode 30 juni tot en met 30 september 2025 onderzoek gedaan naar Kikker en geeft het bedrijf de tijd om orde op zaken te stellen. Als Kikker dan niet aan alle wettelijke eisen voldoet neemt de ACM vervolgmaatregelen.

Kikker staat sinds 2024 onder verscherpt toezicht van de ACM en de ACM heeft in 2024 bij Kikker opgetreden omdat het bedrijf destijds financiële problemen had. Kikker heeft deze financiële problemen opgelost en de ACM is het bedrijf daarna extra in de gaten blijven houden. Nu blijkt uit onderzoek van de ACM dat Kikker organisatorische en administratieve problemen heeft en dat het bedrijf geen betrouwbare financiële informatie kan overleggen aan de ACM. Daarom treedt de ACM hier tegen op.

Manon Leijten, bestuurslid van de ACM: “Energieleverancier Kikker staat al flinke tijd onder verscherpt toezicht van de ACM. Nadat het bedrijf vorig jaar de financiële problemen had opgelost, moeten we helaas vaststellen dat Kikker niet voldoet aan de financiële kwaliteitsnormen. Daarom moet Kikker nu orde op zaken te stellen.”

Alle energieleveranciers die gas en/of elektriciteit leveren aan huishoudens en andere kleinverbruikers moeten een vergunning hebben van de ACM. De ACM toetst of leveranciers blijvend voldoen aan alle vergunningsvoorwaarden. Als een bedrijf niet voldoet kan de ACM de vergunning in een uiterst geval intrekken. Klanten hoeven zich geen zorgen te maken over de levering van gas en/of elektriciteit. Als een leverancier de vergunning kwijt raakt start de ACM een speciale noodprocedure op die er voor zorgt dat klanten gas en/of elektriciteit blijven ontvangen.

Kikker Energie heeft verklaard dat zij erkent dat zij als vergunninghouder blijvend dient te voldoen aan de vergunningsvoorschriften. Kikker betwist dat er sprake is van een overtreding en daartegen loopt nog een beroepsprocedure bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Niettemin heeft Kikker aan de ACM toegezegd de nodige maatregelen te zullen nemen.

Elektrische TaxiBot maakt eerste ritten op Schiphol

Schiphol zet een volgende stap naar duurzamer en schoner taxiën. Sinds deze maand gebruikt de luchthaven samen met easyJet, Airbus en Menzies de eerste elektrische TaxiBot ter wereld. Wanneer de Polderbaan in gebruik is, brengt deze Airbus A320‑toestellen vanaf de gate naar de startbaan. De elektrische TaxiBot is een uitbreiding op de twee hybride TaxiBots die sinds 2022 Boeing 737-toestellen van KLM naar de Polderbaan brengen. 

Schiphol zet de TaxiBot in op de Polderbaan omdat dit de baan is met de langste taxitijd. Daardoor kan de potentiële brandstofbesparing oplopen tot 65 procent. Minder kerosineverbruik betekent minder uitstoot van CO₂, stikstofoxiden (NOx) en (ultra)fijnstof. Die reductie is belangrijk voor het milieu en vooral beter voor de medewerkers in de grondoperatie. Minder uitstoot zorgt voor schonere lucht en minder geluid op het platform wat direct bijdraagt aan een veiligere, gezondere en fijnere werkplek.   

De TaxiBot, van leverancier Smart Airport Systems, is een speciale trekker dat vliegtuigen met snelheden tot maximaal 23 knopen (42 km/u) van de gate naar de startbaan kan brengen. De piloot bestuurt de TaxiBot vanuit de cockpit en start de vliegtuigmotoren pas vlak voor vertrek op de startbaan. In de TaxiBot zit een medewerker die het voertuig na het loskoppelen terugrijdt naar de gate voor de volgende vlucht.

Schiphol beschikt momenteel over de enige elektrische TaxiBot ter wereld en gebruikt deze om praktijkervaring op te doen. Later dit jaar volgen er naar verwachting nog drie elektrische TaxiBots. Daarmee kan de inzet worden uitgebreid naar meer vliegtuigtypes. Schiphol werkt hiervoor aan de certificering met KLM Cityhopper voor de Embraer‑toestellen. Ook Transavia sluit binnenkort aan met haar Boeing 737‑vloot. 

Succesvolle taxitest met waterstofvliegtuig AeroDelft op Rotterdam The Hague Airport

Een primeur voor het Delftse studententeam AeroDelft en hun partners. Zij voerden de allereerste taxitests uit met een waterstofvliegtuig op een operationele luchthaven in Nederland. De grondtests op Rotterdam The Hague Airport, waaronder het tanken, tests met het voortstuwingssysteem van het vliegtuig en de eerste taxirit, leveren essentiële ervaring op voor het realiseren van de waterstofinfrastructuur op luchthavens en natuurlijk ook voor de waterstoftechnologie die AeroDelft toepast in hun vliegtuig. Teammanager AeroDelft Isha Moharir: “We willen aantonen dat vliegen op waterstof werkt en dat het veilig kan in de lucht en op de luchthaven.” 

Het Delftse studententeam, AeroDelft, ontwerpt en bouwt een 1-persoonsvliegtuig op vloeibare waterstof. Afgelopen week bereikten zij een belangrijke mijlpaal: zij hebben met succes hun waterstofvliegtuig getest op Rotterdam The Hague Airport. Teammanager Isha Moharir: “We hebben verschillende grondtests gedaan met gasvormig waterstof, zo hebben we waterstof kunnen tanken op de luchthaven, hebben we tests kunnen doen met het aandrijfsysteem van ons vliegtuig en hebben we voor het eerst op een operationele luchthaven kunnen taxiën met het toestel.” De grondtests zijn een onderdeel van een breder project met partners Rotterdam The Hague Airport, Air Products, TU Delft, gecoördineerd door de stichting Rotterdam The Hague Innovation Airport, gericht op het opzetten en testen van een waterstofwaardeketen op de luchthaven.

De tests zijn een essentiële en logische stap om vliegen op waterstof te ontwikkelen. Moharir: “We hebben een stapsgewijze aanpak. We hebben al meerdere tests gedaan. Eerst vooral gericht op de verschillende deelsystemen. Vorig jaar hebben we met succes onze hele aandrijflijn kunnen testen op vloeibare waterstof in een laboratoriumopstelling. Nu hebben we het aandrijfsysteem kunnen testen in een echt vliegtuig op een echte luchthaven. Dat hebben we gedaan met gasvormig waterstof, omdat die technologie op dit moment beter ontwikkeld is.” 

Testen op een echte en operationele luchthaven levert bovendien ontzettend waardevolle kennis op over veiligheid. Samen met partners, waaronder onderzoekstestpiloten Alexander in ’t Veld en Hans Mulder en hun team van het TU Delft Flight Test Laboratory, gestationeerd op RTHA onder de naam Fieldlab Next Aviation, heeft het team risicoanalyses gemaakt en een operationeel taxitestplan geschreven, zodat het team de tests veilig kan uitvoeren op de luchthaven. Moharir: “We doen geen enkele concessie op veiligheid."

dinsdag 26 mei 2026

Brandweerkazerne Zeist verlaagt gasverbruik met 90 procent ondanks vol stroomnet


Terwijl ruim 14.000 Nederlandse bedrijven wachten op een zwaardere stroomaansluiting, heeft een brandweerkazerne in Zeist het gasverbruik met 90 procent teruggebracht zonder uitbreiding van het elektriciteitsnet. De praktijkcase van technisch dienstverlener Unica Building Services en Tibo Energy won daarmee deze week de Netcongestie Innovatie Competitie MKB 2026 tijdens de Nationale Netcongestie Dag in Arnhem. De vakjury bestond uit experts uit netbeheer, wetenschap en het bedrijfsleven, waaronder Alliander, VNO-NCW en de TU Eindhoven.

Bij de beoordeling keek de jury niet alleen naar techniek en schaalbaarheid, maar vooral naar de vraag hoe ondernemers hun bestaande netaansluiting slimmer kunnen benutten zonder extra complexiteit. Volgens de jury onderscheidt de oplossing van Unica en Tibo zich door de brede toepasbaarheid van het energiemanagementsysteem en de manier waarop actuele prijssignalen iedere vijf minuten automatisch worden vertaald naar keuzes in het energieverbruik. Daardoor kunnen piekbelastingen beter worden gespreid en ontstaat meer ruimte op het bestaande stroomnet.

De oplossing wordt toegepast bij de brandweerkazerne in Zeist, waar technisch dienstverlener Unica warmtepompen, zonnepanelen, batterijopslag en laadpalen realtime op elkaar afstemt. De locatie ligt in de provincie Utrecht, waar vanaf juli in grote delen een tijdelijke aansluitstop geldt door netcongestie. “Steeds vaker lopen projecten vast omdat de aansluiting niet verzwaard kan worden,” zegt Edwin Koers van Unica. “Wat veel gebouwbeheerders niet doorhebben is dat hun gebouw qua warmteopslag eigenlijk een soort batterij is. Wanneer een warmtepomp het gebouw warm stookt wanneer de energie goedkoop is, dan wordt die warmte opgeslagen in de muren en vloeren. Op het moment dat het stroomnet vol is, kunnen zij de warmtepomp gewoon terugschalen. De opgeslagen warmte blijft nog uren in het gebouw aanwezig, net zoals een telefoon niet leeg is zodra je hem ontkoppelt na het laden. In Zeist hebben we zo het gasverbruik met 90 procent weten terug te brengen zonder netverzwaring.”

Volgens Tibo Energy laat de case in Zeist zien dat veel bestaande gebouwen nog ruimte hebben binnen hun huidige aansluiting. Dat is relevant op een moment waarop steeds meer regio’s, waaronder Utrecht, Gelderland en recent ook delen van Eindhoven, te maken hebben met een aansluitstop door netcongestie. “De bestaande netaansluiting wordt het grootste deel van de tijd niet volledig benut,” zegt Remco Eikhout, CEO van Tibo Energy. “Door installaties slimmer op elkaar af te stemmen, ontstaat binnen bestaande capaciteit vaak meer ruimte dan gedacht. Bij de brandweerkazerne in Zeist hebben we laten zien dat verduurzaming ook in regio’s met een aansluitstop nog steeds mogelijk is, zonder dat direct een zwaardere aansluiting nodig is.”

Waterstofpoeder als oplossing voor netcongestie

Een Nederlandse startup ziet veel potentie in waterstofpoeder als oplossing voor de groeiende problemen op het elektriciteitsnet. Door waterstof in poedervorm op te slaan en te vervoeren, zou energie eenvoudiger en veiliger getransporteerd kunnen worden dan met traditionele waterstofopslag.

De technologie richt zich vooral op netcongestie: situaties waarbij het stroomnet overbelast raakt doordat vraag en aanbod van elektriciteit niet meer goed in balans zijn. In Nederland vormt dat een steeds groter probleem, waardoor bedrijven en nieuwbouwprojecten regelmatig moeten wachten op een aansluiting.  

De startup gebruikt een methode waarbij waterstof chemisch wordt gebonden aan een metaalpoeder. Daardoor ontstaat een vaste stof die makkelijker te vervoeren en op te slaan is dan gasvormige waterstof. Op de plek waar energie nodig is, kan de waterstof vervolgens weer uit het poeder worden vrijgemaakt.

Volgens de ontwikkelaars biedt dat meerdere voordelen. Het transport zou veiliger zijn, omdat er minder hoge druk nodig is dan bij traditionele waterstoftanks. Daarnaast kan energie lokaal worden opgeslagen en later worden ingezet wanneer het elektriciteitsnet onvoldoende capaciteit heeft.

De technologie kan vooral interessant zijn voor bedrijven, industriegebieden en energiehubs die kampen met beperkte netcapaciteit. Nederland onderzoekt momenteel verschillende decentrale oplossingen voor netcongestie, zoals batterijen, lokale energienetwerken en waterstofsystemen.  

Tegelijkertijd bestaat er discussie over de rol van waterstof in de energietransitie. Voorstanders zien het als een belangrijke manier om duurzame energie langdurig op te slaan en zware industrie te verduurzamen. Critici wijzen juist op energieverlies tijdens de omzetting en opslag van waterstof en vinden batterijen in veel situaties efficiënter. Die discussie leeft ook sterk binnen online communities en energiesectoren.  

Een nieuwe windturbine om Tubeke en het bedrijf Van Mieghem Logistics van groene stroom te voorzien

Luminus organiseerde onlangs een infosessie over zijn windturbineproject inTubeke. De geplande windturbine, met een vermogen van 4,2 MW, zal worden gebouwd op de site van Van Mieghem Logistics, gelegen op het bedrijvenpark van Saintes, en zal het bedrijf van groene, koolstofvrije stroom voorzien en volledig instaan voor hun energiebehoeften.

Tijdens de bijeenkomst werden de betrokkenen geïnformeerd over de gebruikelijke procedure en de geplande milieu-effectenstudie. Dit onderzoek wordt door een onafhankelijk studiebureau uitgevoerd en houdt rekening met de opmerkingen van buurtbewoners. De resultaten worden beschikbaar gesteld voor het publiek en de betrokken partijen.
​​
​Luminus beschikt reeds sinds 2022 over een vergunning voor een windturbine van 3 MW, maar wil meer groene stroom produceren door een verhoging van het vermogen tot 4,2 MW aan te vragen. De verwachte jaarlijkse productie bedraagt ongeveer 8.000 MWh, wat overeenkomt met het elektriciteitsverbruik van zo’n 2.300 gezinnen.

Dit zal een besparing opleveren van 1.168 ton CO₂-equivalent per jaar in vergelijking met de gemiddelde uitstoot van de Belgische elektriciteitsmix. Het project draagt zo bij aan de klimaatdoelstellingen van Wallonië, dat tegen 2030 mikt op een jaarlijkse windenergieproductie van 6.200 GWh, en versterkt tegelijk de energiesoevereiniteit van ons land.

vrijdag 22 mei 2026

Gasunie, Open Grid Europe en Thyssengas tekenen overeenkomst voor waterstofcorridor tussen Nederland en Duitsland

Woensdagmiddag 20 mei hebben Gasunie en de Duitse netbeheerders Open Grid Europe en Thyssengas een overeenkomst ondertekend om gezamenlijk een grensoverschrijdende waterstofverbinding tussen Nederland en Duitsland te ontwikkelen. De twee nationale waterstofnetwerken worden met elkaar verbonden, hierbij wordt waar mogelijk gebruikgemaakt van bestaande aardgasleidingen die worden omgebouwd voor waterstoftransport. De bedrijven streven naar realisatie van de verbinding rond 2031. Voor Gasunie is dit de vierde overeenkomst voor grensoverschrijdende verbindingen met Duitsland en België.

De ondertekening vond plaats in het bijzijn van minister Stientje van Veldhoven van Klimaat en Groene Groei tijdens de Hydrogen Milestone Ceremony in Rotterdam; de viering van de oplevering van Gasunie’s eerste deel van het Nederlandse waterstofnetwerk. Het tekenen van de overeenkomst onderstreept de gezamenlijke ambitie om de grootschalige waterstofinfrastructuur in Noordwest‑Europa van meet af aan internationaal te ontwikkelen. De overeenkomst werd ondertekend door Hans Coenen, COO van Gasunie, Thomas Hüwener, CEO van Open Grid Europe, en dr. Stefanie Kesting, CEO van Thyssengas.

Het grenspunt Zevenaar-Elten is de strategische schakel die de Duitse industrie en chemische sector verbindt met productie-, opslag- en importfaciliteiten voor waterstof in Nederland. In de eerste fase voorziet de overeenkomst in de aansluiting van het Rijn-Roergebied, gevolgd door een tweede fase waarin ook zuidelijke locaties, waaronder Ludwigshafen, worden verbonden. De Delta Rhine Corridor speelt in dit verband een centrale rol en vormt de Nederlandse route tussen de Rotterdamse haven en het Duitse achterland.

Tijdens de Hydrogen Milestone Ceremony, die plaatsvond in de week van de World Hydrogen Summit, werd zichtbaar dat de energietransitie zich in een nieuwe fase bevindt: van ambitie naar realisatie. Met de realisatie van het eerste deel van het waterstofnetwerk in Rotterdam en de overeenkomsten voor grensoverschrijdende waterstofcorridors wordt de basis gelegd voor verdere nationale en Europese verbindingen. Een Europees waterstofsysteem is essentieel voor het versterken van de energiezekerheid, het verduurzamen van de Europese industrie en het realiseren van een robuust en toekomstbestendig energiesysteem.

Nederland werkt verder aan uitvoering Europese richtlijn voor energiezuinige gebouwen

De verduurzaming van de gebouwde omgeving is een prioriteit van het kabinet. Dit is nodig om de energierekening betaalbaar te houden, de afhankelijkheid van andere landen te verkleinen en om klimaatdoelen te halen. Goed geïsoleerde en geventileerde gebouwen bieden bovendien voordelen voor de gezondheid van de mensen die er wonen en werken.

De 4e versie van de Europese richtlijn voor de energieprestatie van gebouwen (EPBD IV) vormt het fundament om zowel nieuwe als bestaande gebouwen energiezuiniger en uiteindelijk emissievrij te maken. Vandaag informeerde minister Elanor Boekholt-O'Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening de Tweede Kamer over de stand van zaken van de uitvoering van deze richtlijn.

Er moet nog veel gebeuren om alle gebouwen in Nederland energiezuiniger en emissievrij te maken. Bijna alle gebouweigenaren, gebruikers en bewoners gaan hier komende jaren mee te maken krijgen. Om meer hulp en ondersteuning te bieden, kunnen zij straks op 1 plek terecht voor het verduurzamen van hun woning of gebouw: het Energiehuis. Dit nieuwe concept bouwt voort op bestaande initiatieven, zoals gemeentelijke energieloketten en verbeterjehuis.nl. Het Energiehuis verbindt straks het huidige aanbod van online en fysieke dienstverlening. Zo ontstaat komende jaren 1 herkenbaar startpunt met duidelijke informatie en ondersteuning.

Daarnaast werken we aan de invoering van een renovatiepaspoort. Dat gaat gebouweigenaren helpen om hun gebouw stap voor stap emissievrij te maken. In Nederland wordt het renovatiepaspoort gekoppeld aan het bestaande maatwerkadvies van een energieprestatieadviseur. Hiermee is het in feite een maatwerkadvies, waarbij de aanbevelingen voldoen aan de eisen van een emissievrij gebouw. Het renovatiepaspoort wordt geregistreerd in de bestaande, landelijke database waarin de energielabels van gebouwen zijn opgenomen.

Voor veel doelgroepen bestaan al regelingen en leningen om energiebesparende maatregelen in een woning of gebouw te financieren. Dat aanbod is soms lastig te overzien. Daarom werken we nu uit hoe het aanbod beter op elkaar kan aansluiten, zodat de uitvoering eenvoudiger wordt. Ook is het belangrijk dat deze ondersteuning de komende jaren duidelijk en stabiel blijft, zodat mensen die willen verduurzamen hierop kunnen vertrouwen en sneller de juiste hulp vinden.

In de EPBD IV is afgesproken dat elke lidstaat een nationaal plan voor de renovatie van gebouwen opstelt. Dit National Building Renovation Plan (NBRP) laat zien hoe Nederland toewerkt naar een emissievrije en energiezuinige gebouwde omgeving in 2050. Het plan bevat ook tussendoelen voor 2030 en 2040. Het concept wordt binnenkort ter consultatie voorgelegd. Nederland dient de definitieve versie uiterlijk eind december 2026 in bij de Europese Commissie.

De EPBD IV verplicht lidstaten een norm vast te stellen voor bestaande gebouwen die toewerken naar een emissievrij gebouw. Voor woningen gebruikt Nederland de standaard voor woningisolatie als belangrijke basis. Dit is een vrijwillige norm die laat zien wanneer een woning goed genoeg is geïsoleerd voor een duurzame manier van verwarmen, zoals een warmtepomp. Of een woning hieraan voldoet staat op het energielabel. De isolatiestandaard is geëvalueerd. De resultaten worden gebruikt bij het vaststellen van de norm van een emissievrij gebouw.

De EPBD IV wordt in tranches ingevoerd. De planning sluit aan op de Europese deadline van 29 mei 2026 en op de momenten waarop de verschillende verplichtingen gaan gelden. Door deze aanpak is er per onderdeel voldoende tijd om uit te werken wat de nieuwe regels precies betekenen en om zorgvuldige keuzes te maken. Ook kunnen de wijzigingen zo op tijd worden vastgelegd in onder andere het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en de Omgevingsregeling (Or). 

donderdag 21 mei 2026

Zuid-Holland versnelt waterstofinnovatie met nieuwe samenwerking LAUNCH2

Tijdens de World HydrogenSummit in Rotterdam is het nieuwe samenwerkingsverband LAUNCH2 officieel gestart. Binnen deze samenwerking bundelen overheden, kennisinstellingen en partners uit de regio hun krachten om waterstofinnovatie sneller mogelijk te maken.De provincie Zuid-Holland werkt hierin samen met onder andere Havenbedrijf Rotterdam, de gemeenten Rotterdam en Schiedam, InnovationQuarter, TU Delft, TNO en Smart Delta Drechtsteden.

Waterstof speelt een belangrijke rol in de overgang naar een duurzamere economie. Vooral voor de haven, industrie en het zware transport biedt waterstof kansen om minder CO2 uit te stoten. Tegelijk zorgt het voor innovatie, nieuwe bedrijvigheid en werkgelegenheid in de regio.

Arne Weverling, gedeputeerde o.a. haven en industrie: “Zuid-Holland heeft alles in huis om koploper te zijn in waterstofinnovatie. Met LAUNCH₂ brengen we partijen echt bij elkaar, zodat veelbelovende ideeën niet blijven hangen in losse projecten, maar kunnen doorgroeien naar grootschalige toepassingen. Zo pakken we knelpunten in samenwerking, infrastructuur en afstemming aan en versnellen we samen de hele waterstofketen.”

Veel waterstofprojecten lopen in de praktijk nog tegen uitdagingen aan. Bijvoorbeeld op het gebied van infrastructuur, regelgeving, financiering of samenwerking tussen partijen. Met LAUNCH2 werken overheden en kennisinstellingen beter samen om bedrijven sneller vooruit te helpen bij waterstofinnovatie. Bedrijven krijgen daardoor makkelijker toegang tot kennis, partners, infrastructuur en mogelijkheden om innovaties te testen en op te schalen.

LAUNCH2 is geen nieuwe organisatie of nieuw loket. Het samenwerkingsverband bouwt juist voort op bestaande initiatieven in de regio en wil zorgen voor meer samenhang en versnelling. Met de samenwerking wil Zuid-Holland bijdragen aan een sterke en toekomstbestendige economie. Daarnaast helpt het om de regio internationaal verder te versterken als belangrijke waterstofregio in Europa.

Onderzoek onder 1.365 huishoudens: meeste verkochte thuisbatterijen zijn fors te groot

Een thuisbatterij van 15 kWh kost ongeveer drie keer zoveel als een batterij van 5 kWh, maar bespaart per geïnvesteerde euro drie keer zo weinig. Dat blijkt uit een onafhankelijk onderzoek van het kennisplatform jeroen.nl onder 1.365 Nederlandse huishoudens. De analyse op kwartierniveau toont aan dat de meeste batterijen die op dit moment in Nederland worden verkocht, fors groter zijn dan nodig.

De cijfers zijn eenduidig. Een batterij van 5 kWh tilt de zelfconsumptie van een gemiddeld huishouden met zonnepanelen van 36% naar 58%. Een batterij van 7 kWh komt uit op 61%. Een batterij van 15 kWh blijft hangen op 66%. Voor die laatste paar procent betaal je dus dubbel.
Verkopers spelen in op onzekerheid en onwetendheid

De markt voor thuisbatterijen is hard gegroeid sinds de Tweede Kamer instemde met versnelde afschaffing van de salderingsregeling. Verkopers spelen in op de onzekerheid en onwetendheid van consumenten. Adviezen van 10 tot 20 kWh zijn eerder regel dan uitzondering. Prijskaartjes van 5.000 tot 10.000 euro horen daarbij. De data van jeroen.nl laten zien dat dit voor de overgrote meerderheid van de Nederlandse huishoudens een wanverhouding is tussen investering en opbrengst.
ROI per geïnvesteerde euro (uit onderzoek)

"Je hebt dus waarschijnlijk een veel kleinere thuisaccu nodig dan verkopers je willen laten geloven", stelt Jeroen Bakker, oprichter van Jeroen.nl. "De data liegen daar niet over. Ik schrijf het al jaren: cowboys in deze markt verkopen graag groot, want groot levert hun een fijne marge op. Dat is hun goed recht. Maar dan moeten consumenten wel weten dat het ook anders kan."

Op jeroen.nl kunnen consumenten gratis hun eigen stroomprofiel laten doorrekenen. De stroomanalyse berekent op kwartierniveau wat de optimale batterijcapaciteit is voor hún situatie. Inmiddels deden meer dan 22.000 Nederlanders mee.

Subsidie voor inductiekoken blijft liggen

Hoewel steeds meer Nederlanders overstappen op inductiekoken, kijkt slechts een klein deel naar beschikbare subsidies. Uit onderzoek van keuken- en witgoed specialist Bemmel & Kroon onder 1.345 Nederlanders met een inductie kookplaat blijkt dat 96% geen subsidiemogelijkheden heeft bekeken bij de overstap naar inductie. De belangrijkste reden: onbekendheid met de regelingen.

De overstap naar inductiekoken gebeurt in de meeste gevallen niet vanuit een bewuste keuze voor duurzaamheid, maar op een logisch moment. Bijvoorbeeld bij een verhuizing, verbouwing of wanneer een fornuis vervangen moet worden.

Uit het onderzoek blijkt dan ook dat een nieuwe keuken of verbouwing (24%) de belangrijkste aanleiding is, gevolgd door duurzamer willen koken (18%) en voorbereiden op gasloos wonen (14%).
Subsidie blijft vaak buiten beeld

Ondanks dat er in sommige gevallen financiële ondersteuning beschikbaar is, blijkt dat deze in de praktijk nauwelijks wordt benut. Slechts 4% van de Nederlanders geeft aan gebruik te hebben gemaakt van een subsidieregeling bij het overstappen naar inductie.

Onder de groep die geen subsidie heeft aangevraagd, geeft 78% aan niet op de hoogte te zijn van de mogelijkheden. Andere redenen zijn dat subsidie niet beschikbaar was in de eigen gemeente (9%) of dat men dacht er geen recht op te hebben (7%).

Voor huishoudens die wél subsidie aanvragen, kunnen de bedragen oplopen tot enkele honderden euro’s. De meest voorkomende vergoedingen liggen tussen de €250 en €500, afhankelijk van de gemeente of situatie. Tegelijkertijd is het voor veel mensen onduidelijk of zij geld laten liggen, of dat zij simpelweg niet in aanmerking komen voor een regeling.

Naast de landelijke Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE), die in specifieke situaties kan oplopen tot circa 400 euro, verschillen subsidies sterk per gemeente.
Lokale regelingen zijn vaak gekoppeld aan grotere verduurzamingsprojecten, zoals aardgasvrije wijken of aansluiting op een warmtenet. Hierdoor zijn ze niet altijd direct zichtbaar of toegankelijk voor iedereen.

Uit een inventarisatie onder provinciehoofdsteden blijkt dat er nergens in deze gemeenten een algemeen toegankelijke, specifieke subsidie is die direct gericht is op inductiekoken. In plaats daarvan zijn regelingen vaak onderdeel van bredere trajecten.

woensdag 20 mei 2026

Koning Willem‑Alexander en minister Van Veldhoven openen eerste deel van het landelijke waterstofnetwerk

Zijne Majesteit de Koning heeft woensdagmiddag 20 mei in Rotterdam het eerste deel van het landelijke waterstofnetwerk symbolisch geactiveerd. Dat deed hij samen met minister Stientje van Veldhoven van Klimaat en Groene Groei en Gasunie CEO Willemien Terpstra tijdens de officiële oplevering van het eerste traject in het Rotterdamse havengebied: een 32 kilometer lange pijpleiding tussen de Maasvlakte en Pernis. Met deze oplevering is een belangrijke mijlpaal bereikt in de ontwikkeling van een Nederlandse en Europese waterstofinfrastructuur. 

De aanleg van het landelijke waterstofnetwerk is gestart in oktober 2023. Met de oplevering van dit eerste traject kan waterstof worden getransporteerd van productielocaties op de Maasvlakte naar de industrie. De komende jaren wordt het netwerk verder uitgebreid naar. de grote industriële regio’s in Nederland en verbonden met opslaglocaties en netwerken in Duitsland en België.

De oplevering van het eerste deel in Rotterdam markeert een belangrijke stap om de industrie met behoud van concurrentiekracht te laten verduurzamen. Met de Rotterdamse haven als Europees energieknooppunt en de strategische Delta Rhine Corridor verbinding kan waterstof en CO2 tussen Nederland en Duitsland worden getransporteerd. Deze infrastructuur vormt daarmee een belangrijke bouwsteen voor een geïntegreerd Europees energiesysteem. In dat systeem versterken waterstof, CO₂, aardgas, warmte en windenergie samen de strategische autonomie en het economische verdienvermogen van Nederland en Noordwest‑Europa.

Het landelijke waterstofnetwerk zal uiteindelijk circa 1.200 kilometer beslaan en maakt voor een groot deel gebruik van bestaande aardgasleidingen. Daarmee vormt het netwerk een essentiële randvoorwaarde voor de ontwikkeling van een goed functionerende waterstofmarkt en voor de verduurzaming van de industrie. Inmiddels is ook de eerste waterstoffabriek aangesloten op het netwerk. Naar verwachting zullen de komende jaren meer productie- en importlocaties en industriële afnemers op het Rotterdamse netwerk worden aangesloten.

De ontwikkeling van waterstofinfrastructuur vraagt om nauwe samenwerking over grenzen heen. Grensoverschrijdende netwerken zijn cruciaal om vraag en aanbod van waterstof in Noordwest‑Europa met elkaar te verbinden en om industrie perspectief te bieden op schaal, leveringszekerheid en betaalbaarheid. In dat kader ondertekenden Gasunie, Thyssengas en Open Grid Europe tijdens de bijeenkomst in Rotterdam een overeenkomst om gezamenlijk een grensoverschrijdende waterstofverbinding tussen Nederland en Duitsland te ontwikkelen. Met de overeenkomst is een volgende stap gezet in de ontwikkeling van een grensoverschrijdende waterstofverbinding tussen Nederland en Duitsland.

Waterstofnetwerk Oost-Nederland weer een stap verder

In Nederland wordt stap voor stap een landelijk waterstofnetwerk aangelegd. Dit netwerk is nodig om de industrie te verduurzamen. Waterstof zorgt voor minder uitstoot van CO₂ en maakt Nederland minder afhankelijk van energie uit het buitenland.

Een onderdeel van dit landelijke netwerk is Waterstofnetwerk Oost‑Nederland. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en Hynetwork (een 100% dochter van Gasunie) willen bestaande aardgasleidingen ombouwen voor het vervoer van waterstof. Het gaat om leidingen tussen Ommen en Boxtel en tussen Ommen en Angerlo. Deze leiding loopt ook door de gemeente Zutphen.

In 2025 kon iedereen meedenken over de eerste plannen en het voorstel voor het onderzoeksplan. Bewoners, grondeigenaren, overheden en andere betrokkenen gaven reacties en wensen mee. Deze zijn gebruikt om een definitief onderzoeksplan te maken.

Dit onderzoeksplan is nu openbaar en kunt u vinden op de website van RVO: www.rvo.nl/waterstofnetwerk-on. In het plan staat welke onderzoeken de komende jaren worden gedaan, bijvoorbeeld naar veiligheid, milieu en de omgeving.

De bestaande aardgasleidingen worden geschikt gemaakt voor waterstof. Zo hoeft er op geen nieuwe leiding te worden aangelegd. 

Na het onderzoeksplan wordt gestart met de onderzoeken in de regio. Denk aan bureau- en veldonderzoeken bijvoorbeeld bodem of natuur. Dit gebeurt stap voor stap en vaak verspreid over een langere periode. De resultaten van de onderzoeken vormen de basis voor verdere besluitvorming in het project. Als alles volgens planning verloopt, verwachten het ministerie en Hynetwork dat de leiding rond 2031 in gebruik kan worden genomen voor waterstof.

Plastic afval wordt mogelijk nieuwe bron van schone brandstof dankzij zonlicht

Onderzoekers hebben een techniek ontwikkeld waarmee plastic afval met behulp van zonlicht kan worden omgezet in brandstoffen zoals waterstof, syngas en andere waardevolle chemische stoffen. Daarmee kan plastic volgens wetenschappers veranderen van milieuprobleem in een potentiële energiebron.  

Wereldwijd wordt jaarlijks meer dan 460 miljoen ton plastic geproduceerd, waarvan een groot deel eindigt op stortplaatsen of in het milieu. Tegelijk groeit de vraag naar duurzame alternatieven voor fossiele brandstoffen. Volgens onderzoekers van de University of Adelaide biedt de nieuwe methode een oplossing voor beide problemen.  

De techniek maakt gebruik van zogeheten fotokatalysatoren die zonlicht opvangen en de lange polymeerketens in plastic afbreken. Daarbij komen onder meer waterstof, organische zuren en zelfs dieselachtige stoffen vrij. In sommige experimenten bleef het systeem meer dan 100 uur stabiel draaien.  

Toch zijn er nog uitdagingen voordat de technologie op grote schaal kan worden ingezet. Plastic afval bestaat uit veel verschillende soorten materialen en additieven, wat verwerking lastig maakt. Ook moeten de katalysatoren efficiënter en goedkoper worden om commerciële toepassing haalbaar te maken.  

De onderzoekers zien de technologie vooral als een stap richting een circulaire economie, waarin plastic niet langer wordt weggegooid, maar opnieuw wordt ingezet als grondstof voor energie en chemische producten.

dinsdag 19 mei 2026

IEA: zonne-energie en opslag schuiven door naar hart van het energiesysteem

Zonne-energie en batterijopslag zijn in 2025 opnieuw sneller gegroeid dan welke andere elektriciteitstechnologie ook. Dat blijkt uit de nieuwe Global Energy Review 2026 van het Internationaal Energieagentschap (IEA). Wereldwijd kwam er ruim 600 GW zonne-energie bij en bijna 110 GW batterijopslag. Daarmee bevestigt het IEA wat in de Nederlandse praktijk steeds zichtbaarder wordt: de volgende stap is niet alleen méér zon, maar vooral beter geïntegreerde zon.

“De cijfers van het IEA maken duidelijk dat de volgende fase van de energietransitie niet alleen draait om meer zonnepanelen, maar om betere inpassing. We vragen de overheid hierop te handelen: netten sneller uitbreiden, belemmeringen voor opslag wegnemen en zorgen dat lokaal opgewekte zonnestroom slimmer kan worden gebruikt. Dáár wordt bepaald of zonne-energie in Nederland echt kan blijven doorgroeien", aldus Nold Jaeger, Directeur Beleid Holland Solar.

Volgens het IEA was zonne-energie in 2025 opnieuw de grootste bron van groei in de mondiale energiesector. Ook in de elektriciteitsproductie was zon de sterkste stijger: de wereldwijde zonnestroomproductie nam met 600 TWh toe, de grootste jaarlijkse stijging ooit voor een enkele bron buiten hersteljaren na crises.

Dat maakt duidelijk dat zonne-energie wereldwijd definitief is doorgeschoven van aanvullende techniek naar dragende kracht in het elektriciteitssysteem.

Minstens zo relevant is de groei van batterijopslag. Het IEA noemt opslag in 2025 de snelst groeiende technologie in de elektriciteitssector. Wereldwijd kwam er bijna 110 GW bij, ongeveer 40% meer dan een jaar eerder.

Dat is ook voor Nederland een belangrijk signaal. Want hoe groter de rol van zon in het energiesysteem, hoe belangrijker opslag, sturing en slim gebruik van elektriciteit worden.

Juist daarin zit de relevantie van dit rapport voor Holland Solar. De cijfers laten zien dat de volgende fase van de energietransitie niet alleen gaat over meer zonnepanelen, maar ook over systeemintegratie. In de Europese Unie produceerden zon en wind in 2025 voor het eerst meer elektriciteit dan fossiele bronnen. Tegelijk laat het rapport zien dat weersomstandigheden en schommelingen in aanbod direct doorwerken in het hele systeem. Voor Nederland raakt dat direct aan de praktijk van netcongestie, opslag, energiemanagement en de koppeling tussen opwek en lokaal gebruik.

Voor Nederland is de boodschap helder: zonne-energie groeit door, maar de waarde ervan wordt steeds sterker bepaald door de manier waarop die productie wordt gecombineerd met opslag, flexibiliteit en slim stroomgebruik. Daarmee bevestigt het IEA wat in de Nederlandse praktijk steeds zichtbaarder wordt: de volgende stap is niet alleen méér zon, maar vooral beter geïntegreerde zon.

Ember: goedkope batterijen bepalen tempo van zonne-energiemarkt

Zonne-energie was in 2025 wereldwijd opnieuw de belangrijkste motor achter de groei van nieuwe elektriciteitsproductie. Volgens de Global Electricity Review 2026 van Ember leverde zon maar liefst driekwart van de wereldwijde groei in elektriciteitsvraag, meer dan alle andere bronnen samen. Daarmee bevestigt zonne-energie haar centrale rol in de energietransitie. 

Ook in Europa, en in Nederland, is zonne-energie uitgegroeid tot een dominante productiefactor. In piekmaanden wordt midden op de dag al een groot deel van de elektriciteitsvraag door zon gedekt. Dat succes brengt echter nieuwe systeemvragen met zich mee. 

2025 was weer een recordjaar voor de wereldwijde groei van zonne-energie, met een toename van 636 TWh aan productie, wat gelijk is aan het dubbele van de totale elektriciteitsvraag van het Verenigd Koninkrijk.  

Wereldwijde groei van zonne-energie in 2025 alleen al overschreed de elektriciteit die dat jaar geproduceerd had kunnen worden uit alle LNG-exporten via de Straat van Hormuz (81 miljoen ton, of ongeveer 550 TWh aan gasgestookte elektriciteit). De toename van zonne-energie in 2025 was 33% hoger dan in 2024 (+479 TWh) en bijna het dubbele van 2023 (+331 TWh). 

Zonne-energie vulde ruim 75% van de wereldwijde groei van de elektriciteitsvraag in 2025 in 
De toename van zonne-energieproductie in 2025 was de grootste stijging van alle elektriciteitsbronnen ooit, afgezien van het herstel van kolen na Covid-19 in 2021 
Vanaf 2025 wekken 50 landen meer dan een tiende van hun elektriciteit op uit zonne-energie, tegen slechts 15 landen in 2020. 
 
Ember constateert dat verdere groei van zonne-energie in volwassen elektriciteitssystemen zoals Nederland steeds minder wordt begrensd door techniek of kosten, en steeds meer door flexibiliteit. Zonder voldoende opslag en slimme inzet van vraag ontstaan negatieve prijzen, netcongestie en afschakeling van zonnestroom-installaties. 

Batterijopslag ontwikkelt zich daarbij razendsnel. In 2025 daalden de kosten van batterijen met bijna 45% en werd wereldwijd circa 250 GWh aan nieuwe opslagcapaciteit geïnstalleerd. In markten waar opslag actief wordt ingezet, helpt dit om zonnestroom ook in de avond en nacht beschikbaar te maken, het elektriciteitssysteem te ontlasten, en de energierekening te verlagen. 

Het rapport laat zien dat in markten als Nederland, waar zonne‑energie al systeemdominant is overdag, verdere groei van zonne-energie hand in hand moet gaan met opslag en flexibiliteit. Dat vraagt om gerichte beleidskeuzes: 

Vergunningverlening voor batterijen eenduidiger en simpeler wordt. Hiervoor heeft Holland Solar met verschillende partners al eerder een factsheet voor opgesteld.