Thuisbatterij.nl en Sunergy kondigen een strategisch samenwerkingsverband aan. Door de krachten te bundelen, bieden de partijen een totaaloplossing waarbij de plug-in batterijen van Thuisbatterij.nl worden gecombineerd met de dynamische energiecontracten en slimme aansturing van Sunergy. Hiermee spelen de ondernemingen in op de groeiende behoefte aan rendabele energieopslag voor huishoudens.
De kern van de samenwerking ligt in de integratie van techniek en tarieven. Thuisbatterij.nl levert de hardware (plug-in batterijen), terwijl Sunergy de dynamische energiecontracten faciliteert. Een cruciaal voordeel voor de consument: met dit specifieke contract worden de inkoopkosten momenteel nog gesaldeerd, wat de terugverdientijd van een plug-in batterij aanzienlijk verkort.
Naast het leveren van producten werken beide teams nauw samen aan de softwarematige kant. Er wordt gezamenlijk ontwikkeld aan de intelligente aansturing van de batterijen. Hierdoor laden de systemen automatisch op wanneer de stroomprijzen laag (of negatief) zijn en leveren ze terug wanneer de marktprijs piekt. Zo kun je vertrouwen op software van Europese bodem ontwikkeld door het Nederlandse Sunergy.
De samenwerking komt voort uit een gedeelde visie op de energietransitie. "We vonden elkaar direct in de ambitie om opslag toegankelijk en begrijpelijk te maken en een compleet aanbod te doen," aldus Mike de Groot, oprichter en directeur van Thuisbatterij.nl. "Het vertrouwen in elkaars expertise is groot”, vervolgt Mike.
In een markt waarin service en ondersteuning vaak onder druk staan, maar juist van doorslaggevend belang zijn, maken Sunergy en Thuisbatterij.nl bewust het verschil. Dat begint met eerlijk en transparant advies en duidelijke vergelijkingen vooraf, en loopt door tijdens én na de aankoop van een product of dienst. Deze aanpak vertaalt zich in een aantoonbaar hogere klanttevredenheid. Sunergy ondersteunt klanten bij de keuze voor een dynamisch energiecontract met heldere uitleg en een transparant model, terwijl Thuisbatterij.nl uitgebreide ondersteuning biedt via uitlegvideo’s, een thuisbatterij-configurator en eigen installatiehulppagina’s. En wanneer persoonlijke ondersteuning gewenst is, kunnen klanten ook eenvoudig telefonisch contact opnemen — iets wat in deze markt steeds minder vanzelfsprekend is.
Pagina's
▼
dinsdag 3 maart 2026
Groei aardwarmte stagneert – effectievere subsidie nodig
De productie van aardwarmte verviervoudigde in de afgelopen tien jaar. Om de Rijksambitie van 80 PJ in 2050 te realiseren, is echter een aanzienlijke versnelling nodig. Een beter passende subsidieregeling is daarvoor essentieel. Daarmee kan aardwarmte echt voldoen aan de potentie die het heeft als schone, zekere en schaalbare warmtebron.
In 2025 werd in Nederland 7,7 petajoule (PJ) aardwarmte geproduceerd. Verdere opschaling is noodzakelijk om de klimaatdoelen voor 2050 te halen. Met deze productie bespaart aardwarmte jaarlijks circa 220 miljoen m³ aardgas en wordt ongeveer 413.000 ton CO₂ vermeden. Dit staat gelijk aan het jaarlijks verbruik van 256.000 huishoudens. Het potentieel is echter aanzienlijk groter: aardwarmte kan en moet een veel grotere bijdrage leveren aan een duurzame en betaalbare warmtevoorziening in Nederland.
Een belangrijk knelpunt ligt bij de financierbaarheid van nieuwe projecten. In opdracht van Geothermie Nederland en EBN is onderzocht hoe de bestaande SDE-regeling beter kan aansluiten op de kenmerken van geothermie. Het gaat daarbij nadrukkelijk niet om méér subsidie, maar om een slimmer en beter passend instrumentarium. Met hetzelfde bedrag kunnen dan meer projecten van de grond komen.
De studie presenteert als meest evenwichtige oplossing:
een jaarlijkse vaste subsidie, los van gasprijsontwikkelingen, in combinatie met,
een gerichte subsidie (CAPEX) voor het afdekken van hoge aanvangsinvesteringen.
Hans Bolscher, voorzitter van Geothermie Nederland:
“Een beter passend financieel instrument is noodzakelijk om projecten daadwerkelijk van de grond te krijgen. De studie laat zien waar de knelpunten zitten én welke oplossingen realistisch zijn.”
Naast een passende SDE-regeling is in de ontwikkelfase ook risicobeperking essentieel voor investeringszekerheid. De RNES-garantieregeling voorzag hierin, maar het kabinet heeft besloten deze niet opnieuw open te stellen.
Geothermie Nederland blijft zich inzetten voor een garantieregeling die wél aansluit bij het specifieke risicoprofiel van geothermieprojecten.
De uitkomsten van het onderzoek vormen samen met de inzet op risicobeperking een belangrijke bouwsteen voor verdere gesprekken met beleidsmakers over een samenhangend financieringsinstrumentarium voor aardwarmte.
Geothermie is geschikt voor het leveren van warmte aan grote kassencomplexen, bedrijven en duizenden woningen via warmtenetten. In veel wijken is een warmtenet met geothermie als bron een logisch alternatief voor aardgas, onder meer vanwege betaalbaarheid, efficiënt ruimtegebruik en ontlasting van het elektriciteitsnet.
Momenteel komt de productie grotendeels ten goede aan de glastuinbouw. Projecten in de gebouwde omgeving blijven achter door onzekerheden rond warmtenetten, de Wet collectieve warmte (Wcw), netcongestie en beperkte aansluitmogelijkheden. Voldoende en tijdige warmteafzet is daarbij cruciaal: zonder robuuste en voorspelbare ontwikkeling van warmtenetten blijven investeringen in geothermie uit.
Voor verdere opschaling zijn voorspelbare vergunningverlening, robuuste warmtenetten en een effectievere subsidieregeling essentieel.
In 2025 werd in Nederland 7,7 petajoule (PJ) aardwarmte geproduceerd. Verdere opschaling is noodzakelijk om de klimaatdoelen voor 2050 te halen. Met deze productie bespaart aardwarmte jaarlijks circa 220 miljoen m³ aardgas en wordt ongeveer 413.000 ton CO₂ vermeden. Dit staat gelijk aan het jaarlijks verbruik van 256.000 huishoudens. Het potentieel is echter aanzienlijk groter: aardwarmte kan en moet een veel grotere bijdrage leveren aan een duurzame en betaalbare warmtevoorziening in Nederland.
Een belangrijk knelpunt ligt bij de financierbaarheid van nieuwe projecten. In opdracht van Geothermie Nederland en EBN is onderzocht hoe de bestaande SDE-regeling beter kan aansluiten op de kenmerken van geothermie. Het gaat daarbij nadrukkelijk niet om méér subsidie, maar om een slimmer en beter passend instrumentarium. Met hetzelfde bedrag kunnen dan meer projecten van de grond komen.
De studie presenteert als meest evenwichtige oplossing:
een jaarlijkse vaste subsidie, los van gasprijsontwikkelingen, in combinatie met,
een gerichte subsidie (CAPEX) voor het afdekken van hoge aanvangsinvesteringen.
Hans Bolscher, voorzitter van Geothermie Nederland:
“Een beter passend financieel instrument is noodzakelijk om projecten daadwerkelijk van de grond te krijgen. De studie laat zien waar de knelpunten zitten én welke oplossingen realistisch zijn.”
Naast een passende SDE-regeling is in de ontwikkelfase ook risicobeperking essentieel voor investeringszekerheid. De RNES-garantieregeling voorzag hierin, maar het kabinet heeft besloten deze niet opnieuw open te stellen.
Geothermie Nederland blijft zich inzetten voor een garantieregeling die wél aansluit bij het specifieke risicoprofiel van geothermieprojecten.
De uitkomsten van het onderzoek vormen samen met de inzet op risicobeperking een belangrijke bouwsteen voor verdere gesprekken met beleidsmakers over een samenhangend financieringsinstrumentarium voor aardwarmte.
Geothermie is geschikt voor het leveren van warmte aan grote kassencomplexen, bedrijven en duizenden woningen via warmtenetten. In veel wijken is een warmtenet met geothermie als bron een logisch alternatief voor aardgas, onder meer vanwege betaalbaarheid, efficiënt ruimtegebruik en ontlasting van het elektriciteitsnet.
Momenteel komt de productie grotendeels ten goede aan de glastuinbouw. Projecten in de gebouwde omgeving blijven achter door onzekerheden rond warmtenetten, de Wet collectieve warmte (Wcw), netcongestie en beperkte aansluitmogelijkheden. Voldoende en tijdige warmteafzet is daarbij cruciaal: zonder robuuste en voorspelbare ontwikkeling van warmtenetten blijven investeringen in geothermie uit.
Voor verdere opschaling zijn voorspelbare vergunningverlening, robuuste warmtenetten en een effectievere subsidieregeling essentieel.
Productie groen gas groeit in 2025 met 14 procent, aantal invoeders passeert de 100
De productie van groen gas in Nederland is in 2025 gestegen naar 336 miljoen kubieke meter. Dat is een groei van 14 procent ten opzichte van 2024. Ook het aantal invoeders, partijen die groen gas produceren en rechtstreeks op het gasnet leveren, nam fors toe: van 92 naar 108. Daarmee passeerde de sector in 2025 de grens van 100 invoeders. Na een jaar van beperkte groei trekt de productie weer aan.
“De groeicijfers laten zien dat er steeds meer besef komt van de waarde van groen gas in het integrale energiesysteem,” aldus Eddy Veenstra, directeur van netbeheerder RENDO. “Zeker nu de schaarste op het elektriciteitsnet vraagt om aanvullende vormen van energie. Om een duurzaam energiesysteem betrouwbaar en betaalbaar te houden, is een breed palet aan energiebronnen essentieel. Groen gas speelt daarin een belangrijke rol en we blijven ons als sector inzetten om de groei te ondersteunen.”
Om de groei van groen gas vast te houden zijn stabiele randvoorwaarden nodig. De bijmengverplichting die per 1 januari 2027 ingaat, is daarin een belangrijke stap. Deze verplichting houdt in dat energieleveranciers een minimumpercentage groen gas moeten bijmengen. Dit geeft de markt duidelijkheid over de toekomstige vraag naar groen gas en verlaagt de investeringsonzekerheid bij producenten. Tegelijkertijd vragen vertragende factoren zoals stikstofproblematiek, vergunningstrajecten en netcongestie blijvende aandacht, omdat zij bepalend zijn voor het tempo waarin nieuwe groen‑gasprojecten kunnen worden gerealiseerd.
Om initiatiefnemers te helpen bij het verkennen van mogelijkheden voor groen gasprojecten, hebben de netbeheerders gezamenlijk het Invoedingskompas groen gas ontwikkeld. Dit oriëntatie-instrument geeft inzicht in de beschikbare invoedingscapaciteit op gasnetten en ondersteunt zowel producten als beleidsmakers bij het onderbouwen van plannen en bevordert een constructief startgesprek met de netbeheerder. Een vroegtijdig en gericht gesprek helpt initiatiefnemers om de mogelijkheden tijdig in kaart te brengen. Daardoor kan de doorlooptijd van verkenning tot aanvraag worden verkort.
In december 2025 sloot Stedin de honderdste groen gas invoeder aan op het gasnet: kaasboerderij Arcadiahoeve in Bodegraven. Eigenaar Joost van Dijen produceert er groen gas uit de mest van zijn 400 koeien en heeft daarmee een circulaire bedrijfsvoering: "Met groen gas sluit ik mijn eigen kringloop: de mest van mijn koeien wordt energie, en het digestaat, het restproduct dat overblijft na vergisting, gebruik ik als meststof op mijn eigen land. Omdat ik dicht bij een invoedingspunt op het gasnet zit en de ruimte had om te bouwen, ben ik het traject aangegaan om invoeder te worden. Voor steeds meer collega's wordt dit een interessant onderdeel van hun bedrijf."
De 108 invoeders die in 2025 groen gas leverden aan het gasnet vormen een diverse groep van agrariërs met een eigen mestvergister tot grote installaties bij afvalverwerkers en rioolwaterzuiveringen. “We zijn blij met iedere invoeder, groot of klein. Die mix is nodig om de benodigde jaarlijkse groei te kunnen realiseren”, benadrukt Eddy Veenstra. De netbeheerders zetten zich in om invoeding mogelijk te maken, onder meer door tijdig te investeren in aanpassingen aan het gasnet.
Groen gas is een duurzame, hernieuwbare variant van aardgas, gemaakt door de vergisting van organisch afval (zoals mest, slib, gft) of door vergassing van reststromen. Het heeft dezelfde eigenschappen als aardgas en kan daardoor zonder aanpassingen aan het bestaande net worden ingevoed. Zonder dat er qua gebruik verschil wordt gemerkt. Het is daardoor een goede aanvulling op andere duurzame energieoplossingen.
In de energietransitie speelt groen gas een belangrijke rol, omdat het een CO2-neutraal alternatief biedt in situaties waar elektrificatie niet rendabel of technisch moeilijk haalbaar is. Zoals het verwarmen van oudere gebouwen en wijken. Of in industriële processen met hoge temperaturen.
“De groeicijfers laten zien dat er steeds meer besef komt van de waarde van groen gas in het integrale energiesysteem,” aldus Eddy Veenstra, directeur van netbeheerder RENDO. “Zeker nu de schaarste op het elektriciteitsnet vraagt om aanvullende vormen van energie. Om een duurzaam energiesysteem betrouwbaar en betaalbaar te houden, is een breed palet aan energiebronnen essentieel. Groen gas speelt daarin een belangrijke rol en we blijven ons als sector inzetten om de groei te ondersteunen.”
Om de groei van groen gas vast te houden zijn stabiele randvoorwaarden nodig. De bijmengverplichting die per 1 januari 2027 ingaat, is daarin een belangrijke stap. Deze verplichting houdt in dat energieleveranciers een minimumpercentage groen gas moeten bijmengen. Dit geeft de markt duidelijkheid over de toekomstige vraag naar groen gas en verlaagt de investeringsonzekerheid bij producenten. Tegelijkertijd vragen vertragende factoren zoals stikstofproblematiek, vergunningstrajecten en netcongestie blijvende aandacht, omdat zij bepalend zijn voor het tempo waarin nieuwe groen‑gasprojecten kunnen worden gerealiseerd.
Om initiatiefnemers te helpen bij het verkennen van mogelijkheden voor groen gasprojecten, hebben de netbeheerders gezamenlijk het Invoedingskompas groen gas ontwikkeld. Dit oriëntatie-instrument geeft inzicht in de beschikbare invoedingscapaciteit op gasnetten en ondersteunt zowel producten als beleidsmakers bij het onderbouwen van plannen en bevordert een constructief startgesprek met de netbeheerder. Een vroegtijdig en gericht gesprek helpt initiatiefnemers om de mogelijkheden tijdig in kaart te brengen. Daardoor kan de doorlooptijd van verkenning tot aanvraag worden verkort.
In december 2025 sloot Stedin de honderdste groen gas invoeder aan op het gasnet: kaasboerderij Arcadiahoeve in Bodegraven. Eigenaar Joost van Dijen produceert er groen gas uit de mest van zijn 400 koeien en heeft daarmee een circulaire bedrijfsvoering: "Met groen gas sluit ik mijn eigen kringloop: de mest van mijn koeien wordt energie, en het digestaat, het restproduct dat overblijft na vergisting, gebruik ik als meststof op mijn eigen land. Omdat ik dicht bij een invoedingspunt op het gasnet zit en de ruimte had om te bouwen, ben ik het traject aangegaan om invoeder te worden. Voor steeds meer collega's wordt dit een interessant onderdeel van hun bedrijf."
De 108 invoeders die in 2025 groen gas leverden aan het gasnet vormen een diverse groep van agrariërs met een eigen mestvergister tot grote installaties bij afvalverwerkers en rioolwaterzuiveringen. “We zijn blij met iedere invoeder, groot of klein. Die mix is nodig om de benodigde jaarlijkse groei te kunnen realiseren”, benadrukt Eddy Veenstra. De netbeheerders zetten zich in om invoeding mogelijk te maken, onder meer door tijdig te investeren in aanpassingen aan het gasnet.
Groen gas is een duurzame, hernieuwbare variant van aardgas, gemaakt door de vergisting van organisch afval (zoals mest, slib, gft) of door vergassing van reststromen. Het heeft dezelfde eigenschappen als aardgas en kan daardoor zonder aanpassingen aan het bestaande net worden ingevoed. Zonder dat er qua gebruik verschil wordt gemerkt. Het is daardoor een goede aanvulling op andere duurzame energieoplossingen.
In de energietransitie speelt groen gas een belangrijke rol, omdat het een CO2-neutraal alternatief biedt in situaties waar elektrificatie niet rendabel of technisch moeilijk haalbaar is. Zoals het verwarmen van oudere gebouwen en wijken. Of in industriële processen met hoge temperaturen.
Mijnbatterij.nl lanceert onafhankelijk platform voor vergelijking thuisbatterijen
Mijnbatterij.nl heeft een onafhankelijk platform gelanceerd waarop de prestaties van thuisbatterijen in Nederland worden verzameld en vergeleken. Het initiatief komt op een moment dat de aandacht voor thuisbatterijen toeneemt nu energieleveranciers kosten in rekening brengen voor het terugleveren van zonne-energie en de afschaffing van de salderingsregeling in 2027 nadert.
Informatie over thuisbatterijen is vaak afkomstig van marktpartijen zelf. Om een onafhankelijk en objectief alternatief te bieden presenteert Mijnbatterij.nl, voorheen Onbalansmarkt.com, een platform waar consumenten eigen resultaten delen. Zo ontstaat er een overzicht van de werkelijk behaalde prestaties. In 2025 deelden meer dan 550 consumenten de resultaten van hun thuisbatterijen met Mijnbatterij.nl, waarbij de aansturing door verschillende partijen verzorgd is.
In 2025 veranderde de dynamiek op de onbalansmarkt, er waren vaker situaties waarin prijsverschillen negatief uitpakten voor alle partijen die handelen op basis van onbalans. In combinatie met verdere Europese marktintegratie leidde dit tot lagere handelsresultaten op de onbalansmarkt. Dit effect is ook terug te zien in de opbrengsten; deze liggen lager dan in 2024.
Ook zetten aansturende partijen thuisbatterijen breder in. Zo wordt er vaker op meerdere energiemarkten gehandeld in plaats van alleen de onbalansmarkt en zijn er initiatieven om in te spelen op lokale omstandigheden op het stroomnet. Verder worden vaker opties aangeboden om meer in te zetten op het gebruik van de eigen (zonne)stroom.
Mijnbatterij.nl heeft inmiddels meer dan duizend geregistreerde batterijen, verspreid door heel Nederland. Het gaat om 31 verschillende merken langs met 179 verschillende uitvoeringen. Ruim 70% van de batterijen werd aangestuurd met handel als hoofdzaak terwijl 26% ook voorziet in eigen gebruik van stroom.
De resultaten laten daarnaast zien dat de wijze van aansturing in ontwikkeling is. In 2025, een jaar waarin salderen nog mogelijk was, lag de nadruk voornamelijk op handel. In aanloop naar de afschaffing van de salderingsregeling in 2027 neemt het belang van eigen verbruik naar verwachting toe.
Mijnbatterij.nl publiceert jaarlijks de resultaten en stelt op basis daarvan vast welke partij het hoogste mediane resultaat behaalt met de aansturing van thuisbatterijen. Voor 2025 is daarbij gekeken naar batterijen die zijn ingezet voor handel. De score is bepaald op basis van de totale opbrengst in verhouding tot vermogen en opslagcapaciteit. Uit deze analyse kwam Frank Energie naar voren met het beste resultaat.
Informatie over thuisbatterijen is vaak afkomstig van marktpartijen zelf. Om een onafhankelijk en objectief alternatief te bieden presenteert Mijnbatterij.nl, voorheen Onbalansmarkt.com, een platform waar consumenten eigen resultaten delen. Zo ontstaat er een overzicht van de werkelijk behaalde prestaties. In 2025 deelden meer dan 550 consumenten de resultaten van hun thuisbatterijen met Mijnbatterij.nl, waarbij de aansturing door verschillende partijen verzorgd is.
In 2025 veranderde de dynamiek op de onbalansmarkt, er waren vaker situaties waarin prijsverschillen negatief uitpakten voor alle partijen die handelen op basis van onbalans. In combinatie met verdere Europese marktintegratie leidde dit tot lagere handelsresultaten op de onbalansmarkt. Dit effect is ook terug te zien in de opbrengsten; deze liggen lager dan in 2024.
Ook zetten aansturende partijen thuisbatterijen breder in. Zo wordt er vaker op meerdere energiemarkten gehandeld in plaats van alleen de onbalansmarkt en zijn er initiatieven om in te spelen op lokale omstandigheden op het stroomnet. Verder worden vaker opties aangeboden om meer in te zetten op het gebruik van de eigen (zonne)stroom.
Mijnbatterij.nl heeft inmiddels meer dan duizend geregistreerde batterijen, verspreid door heel Nederland. Het gaat om 31 verschillende merken langs met 179 verschillende uitvoeringen. Ruim 70% van de batterijen werd aangestuurd met handel als hoofdzaak terwijl 26% ook voorziet in eigen gebruik van stroom.
De resultaten laten daarnaast zien dat de wijze van aansturing in ontwikkeling is. In 2025, een jaar waarin salderen nog mogelijk was, lag de nadruk voornamelijk op handel. In aanloop naar de afschaffing van de salderingsregeling in 2027 neemt het belang van eigen verbruik naar verwachting toe.
Mijnbatterij.nl publiceert jaarlijks de resultaten en stelt op basis daarvan vast welke partij het hoogste mediane resultaat behaalt met de aansturing van thuisbatterijen. Voor 2025 is daarbij gekeken naar batterijen die zijn ingezet voor handel. De score is bepaald op basis van de totale opbrengst in verhouding tot vermogen en opslagcapaciteit. Uit deze analyse kwam Frank Energie naar voren met het beste resultaat.
maandag 2 maart 2026
Gasprijs stijgt met 25%: door onrust Iran 12 keer meer vaste energiecontracten afgesloten
Het aantal afgesloten vaste energiecontracten is maandagochtend 2 maart met 1220% gestegen ten opzichte van vorige week. Dat blijkt uit data van vergelijkingswebsite Overstappen.nl. Ook zondag was al een duidelijke toename zichtbaar: 338% meer contracten dan vorige week en 467% meer dan twee weken geleden. De piek volgt direct op de stijging van de Europese gasprijs met 25%, die is veroorzaakt door de situatie tussen Iran, Israël en de Verenigde Staten.
De plotselinge stijging van de gasprijs hangt samen met de snel verslechterende situatie tussen Israël, Iran en de Verenigde Staten. Het grote aantal extra overstappen laat zien dat huishoudens hier direct alert op reageren.
“Binnen enkele uren na de stijging van de gasprijs zagen wij het aantal vaste contracten toenemen”, zegt energie-expert Rick Boenink. “Consumenten begrijpen dat geopolitieke onrust effect heeft op hun energierekening. De huidige lage gasvoorraden in Nederland en Europa maken de markt extra kwetsbaar. Dat vergroot de kans op verdere prijsbewegingen.”
De stijging van de gasprijs heeft ermee te maken dat schippers en verzekeraars het te gevaarlijk vinden om door de Straat van Hormuz te varen. Dit is een cruciale aanvoerroute voor olie en vloeibaar aardgas, wat veel spanning op de energiemarkt geeft. Maar de Europese gasprijs reageert niet alleen op het conflict zelf, maar ook op de timing ervan. De Nederlandse en Europese gasvoorraden liggen lager dan gebruikelijk. Dat betekent dat Europa de komende maanden afhankelijk blijft van import om de voorraden aan te vullen.
Wanneer een belangrijke vaarroute onder druk staat, stijgt het risico op vertragingen van schepen met LNG en olie en het risico op hogere transportkosten. Dat risico wordt direct verwerkt in de groothandelsprijzen. Dat werkt vervolgens door in de gasprijs binnen variabele en dynamische energiecontracten en ook in de gasprijs bij wie een nieuw vast contract wil afsluiten.
Boenink adviseert huishoudens om in de huidige marktsituatie een vast energiecontract van één jaar te overwegen. Daarmee zijn de maandlasten beschermd tegen nieuwe prijsstijgingen. “Zolang de lage voorraden en internationale conflicten aanhouden, zal de gasprijs op korte termijn niet structureel dalen”, aldus Boenink. “Een vast contract van één jaar biedt stabiliteit in een periode waarin de markt snel kan bewegen.”
Huishoudens met een vast energiecontract dat nog een tijdje loopt, hoeven niet direct actie te ondernemen. Wel doen zij er goed aan om hun kijkvenster te controleren. Dat is de periode vóór de einddatum, waarin verlengen of overstappen mogelijk is zonder een opzegvergoeding te riskeren. Dit venster varieert per leverancier en is meestal één tot drie maanden voor de einddatum. Als de einddatum in zicht is en het kijkvenster al loopt, is het voor hen alsnog verstandig om zich in de actuele contractopties te verdiepen. Zo voorkomen zij dat hun energiecontract automatisch wordt verlengd tegen het nieuwe, hogere gastarief.
De plotselinge stijging van de gasprijs hangt samen met de snel verslechterende situatie tussen Israël, Iran en de Verenigde Staten. Het grote aantal extra overstappen laat zien dat huishoudens hier direct alert op reageren.
“Binnen enkele uren na de stijging van de gasprijs zagen wij het aantal vaste contracten toenemen”, zegt energie-expert Rick Boenink. “Consumenten begrijpen dat geopolitieke onrust effect heeft op hun energierekening. De huidige lage gasvoorraden in Nederland en Europa maken de markt extra kwetsbaar. Dat vergroot de kans op verdere prijsbewegingen.”
De stijging van de gasprijs heeft ermee te maken dat schippers en verzekeraars het te gevaarlijk vinden om door de Straat van Hormuz te varen. Dit is een cruciale aanvoerroute voor olie en vloeibaar aardgas, wat veel spanning op de energiemarkt geeft. Maar de Europese gasprijs reageert niet alleen op het conflict zelf, maar ook op de timing ervan. De Nederlandse en Europese gasvoorraden liggen lager dan gebruikelijk. Dat betekent dat Europa de komende maanden afhankelijk blijft van import om de voorraden aan te vullen.
Wanneer een belangrijke vaarroute onder druk staat, stijgt het risico op vertragingen van schepen met LNG en olie en het risico op hogere transportkosten. Dat risico wordt direct verwerkt in de groothandelsprijzen. Dat werkt vervolgens door in de gasprijs binnen variabele en dynamische energiecontracten en ook in de gasprijs bij wie een nieuw vast contract wil afsluiten.
Boenink adviseert huishoudens om in de huidige marktsituatie een vast energiecontract van één jaar te overwegen. Daarmee zijn de maandlasten beschermd tegen nieuwe prijsstijgingen. “Zolang de lage voorraden en internationale conflicten aanhouden, zal de gasprijs op korte termijn niet structureel dalen”, aldus Boenink. “Een vast contract van één jaar biedt stabiliteit in een periode waarin de markt snel kan bewegen.”
Huishoudens met een vast energiecontract dat nog een tijdje loopt, hoeven niet direct actie te ondernemen. Wel doen zij er goed aan om hun kijkvenster te controleren. Dat is de periode vóór de einddatum, waarin verlengen of overstappen mogelijk is zonder een opzegvergoeding te riskeren. Dit venster varieert per leverancier en is meestal één tot drie maanden voor de einddatum. Als de einddatum in zicht is en het kijkvenster al loopt, is het voor hen alsnog verstandig om zich in de actuele contractopties te verdiepen. Zo voorkomen zij dat hun energiecontract automatisch wordt verlengd tegen het nieuwe, hogere gastarief.
Groengas mag onder strikte voorwaarden biogas gaan produceren in Nistelrode
Groengas Brabant mag in Nistelrode biogas gaan produceren. Zij moeten zich daarbij wel houden aan een aantal voorschriften. De rechtbank Oost-Brabant past de vergunning hiervoor op verzoek van onder meer de gemeente Bernheze op een aantal punten aan.
Groengas Brabant wil biogas gaan produceren met mestverwerking en moet hiervoor de huidige installatie in Nistelrode aanpassen. Dit mag niet zonder de benodigde vergunning. Omwonenden, een milieuvereniging en de gemeente Bernheze zijn tegen de plannen van het bedrijf. Zij vrezen voor een te hoge uitstoot van geur, geluid en stikstof en daarmee schade aan het milieu en hun woonomgeving. Ook vrezen zij overlast van het vrachtwagenverkeer van en naar het bedrijf.
De rechtbank vroeg de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB) om advies in deze kwestie. Op basis hiervan laat de rechtbank de vergunning grotendeels in stand. Zij neemt wel een aantal suggesties over van de StAB om de voorschriften die in de vergunning staan te verbeteren. Ook neemt de rechtbank een aantal aanvullende voorschriften over die de gemeente voorstelde. Zo stelt de rechtbank een limiet in van 48 vrachtwagenbewegingen per dag (alleen tussen 07.00 en 19.00 uur) en wordt het drogen van het resterende digestaat (een restproduct van de biogasproductie) verboden.
Dit betekent dat Groengas Brabant biogas mag gaan procederen in de installatie en daar de nodige voorzieningen voor mag gaan treffen. Het resterende digestaat kan worden afgevoerd per vrachtwagen of kan na verwerking worden afgevoerd (waarbij het resterende water kan worden geloosd via een vijver nadat het via een speciaal proces is gezuiverd).
Uitspraken
Groengas Brabant wil biogas gaan produceren met mestverwerking en moet hiervoor de huidige installatie in Nistelrode aanpassen. Dit mag niet zonder de benodigde vergunning. Omwonenden, een milieuvereniging en de gemeente Bernheze zijn tegen de plannen van het bedrijf. Zij vrezen voor een te hoge uitstoot van geur, geluid en stikstof en daarmee schade aan het milieu en hun woonomgeving. Ook vrezen zij overlast van het vrachtwagenverkeer van en naar het bedrijf.
De rechtbank vroeg de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB) om advies in deze kwestie. Op basis hiervan laat de rechtbank de vergunning grotendeels in stand. Zij neemt wel een aantal suggesties over van de StAB om de voorschriften die in de vergunning staan te verbeteren. Ook neemt de rechtbank een aantal aanvullende voorschriften over die de gemeente voorstelde. Zo stelt de rechtbank een limiet in van 48 vrachtwagenbewegingen per dag (alleen tussen 07.00 en 19.00 uur) en wordt het drogen van het resterende digestaat (een restproduct van de biogasproductie) verboden.
Dit betekent dat Groengas Brabant biogas mag gaan procederen in de installatie en daar de nodige voorzieningen voor mag gaan treffen. Het resterende digestaat kan worden afgevoerd per vrachtwagen of kan na verwerking worden afgevoerd (waarbij het resterende water kan worden geloosd via een vijver nadat het via een speciaal proces is gezuiverd).
Uitspraken
Gemeenteraad stemt in: Utrecht wordt aandeelhouder van HVC
De gemeente Utrecht wordt aandeelhouder van het publieke energie- en afvalbedrijf HVC. De gemeenteraad stemde daar mee in. Met dit besluit kiest Utrecht voor een publiek warmtebedrijf om de stad sneller, betaalbaar en betrouwbaar aardgasvrij te maken.
Door toe te treden tot HVC krijgt Utrecht direct invloed op de ontwikkeling van warmtenetten, de inzet van duurzame warmtebronnen en de betaalbaarheid voor inwoners. HVC is volledig publiek eigendom en keert geen dividend uit aan aandeelhouders. In plaats daarvan wordt de winst opnieuw geïnvesteerd in nieuwe activiteiten die ten goede komen aan de deelnemende overheden.
Voor inwoners verandert er op korte termijn niets aan hun warmtevoorziening. De komende periode richt HVC zich in Utrecht eerst op warmtenetten voor nieuwbouwprojecten. Daarna volgt uitbreiding naar bestaande wijken. Op de langere termijn levert dit de stad een constant, duurzaam en betaalbaar warmtenet op, waarin publieke belangen vooropstaan. Door publieke regie kan Utrecht sturen op betrouwbaarheid, betaalbaarheid en een geleidelijke overstap per wijk, met oog voor bewoners en ondernemers.
Met het aandeelhouderschap komt ook de verwerking van Utrechts restafval en gft-afval in publieke handen. Bewoners blijven hun afval op dezelfde manier aanbieden. De inzameling van afval is in handen van de gemeente Utrecht zelf en dat zal zo blijven. HVC is ook een afvalverwerkingsbedrijf en werkt aan het verder verduurzamen van afvalverwerking. De gemeente krijgt achter de schermen meer invloed op verduurzaming en kostenbeheersing in de afvalketen.
Utrecht wil uiterlijk in 2050 aardgasvrij zijn, zoals afgesproken in het landelijke Klimaatakkoord. Dat is nodig om klimaatverandering tegen te gaan en de uitstoot van CO2 sterk te verminderen. De keuze voor een publiek warmtebedrijf past bij de nieuwe Wet collectieve warmte, die bepaalt dat warmtenetten grotendeels in publieke handen moeten zijn en betaalbaar moeten blijven voor inwoners.
HVC werkt samen met haar aandeelhouders in de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland, Flevoland, Friesland en Utrecht aan de ontwikkeling van een circulaire economie en de energietransitie. Met dit raadsbesluit zet de stad Utrecht de stap om zich daarbij aan te sluiten als nieuwe aandeelhouder. HVC heeft veel ervaring met de aanleg en exploitatie van warmtesystemen en met het verduurzamen van afvalverwerking. Door aan te sluiten bij een bestaande publieke partij kan Utrecht sneller vooruitgang boeken dan wanneer er een volledig nieuw gemeentelijk warmtebedrijf zou worden opgericht.
Door toe te treden tot HVC krijgt Utrecht direct invloed op de ontwikkeling van warmtenetten, de inzet van duurzame warmtebronnen en de betaalbaarheid voor inwoners. HVC is volledig publiek eigendom en keert geen dividend uit aan aandeelhouders. In plaats daarvan wordt de winst opnieuw geïnvesteerd in nieuwe activiteiten die ten goede komen aan de deelnemende overheden.
Voor inwoners verandert er op korte termijn niets aan hun warmtevoorziening. De komende periode richt HVC zich in Utrecht eerst op warmtenetten voor nieuwbouwprojecten. Daarna volgt uitbreiding naar bestaande wijken. Op de langere termijn levert dit de stad een constant, duurzaam en betaalbaar warmtenet op, waarin publieke belangen vooropstaan. Door publieke regie kan Utrecht sturen op betrouwbaarheid, betaalbaarheid en een geleidelijke overstap per wijk, met oog voor bewoners en ondernemers.
Met het aandeelhouderschap komt ook de verwerking van Utrechts restafval en gft-afval in publieke handen. Bewoners blijven hun afval op dezelfde manier aanbieden. De inzameling van afval is in handen van de gemeente Utrecht zelf en dat zal zo blijven. HVC is ook een afvalverwerkingsbedrijf en werkt aan het verder verduurzamen van afvalverwerking. De gemeente krijgt achter de schermen meer invloed op verduurzaming en kostenbeheersing in de afvalketen.
Utrecht wil uiterlijk in 2050 aardgasvrij zijn, zoals afgesproken in het landelijke Klimaatakkoord. Dat is nodig om klimaatverandering tegen te gaan en de uitstoot van CO2 sterk te verminderen. De keuze voor een publiek warmtebedrijf past bij de nieuwe Wet collectieve warmte, die bepaalt dat warmtenetten grotendeels in publieke handen moeten zijn en betaalbaar moeten blijven voor inwoners.
HVC werkt samen met haar aandeelhouders in de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland, Flevoland, Friesland en Utrecht aan de ontwikkeling van een circulaire economie en de energietransitie. Met dit raadsbesluit zet de stad Utrecht de stap om zich daarbij aan te sluiten als nieuwe aandeelhouder. HVC heeft veel ervaring met de aanleg en exploitatie van warmtesystemen en met het verduurzamen van afvalverwerking. Door aan te sluiten bij een bestaande publieke partij kan Utrecht sneller vooruitgang boeken dan wanneer er een volledig nieuw gemeentelijk warmtebedrijf zou worden opgericht.
Variabele contracten voelen kelderende gasvoorraad in knip
De kelderende gasvoorraden worden behoorlijk gevoeld door consumenten met een variabel energiecontract, concludeert energievergelijker Pricewise. De kale gasprijzen stegen in februari gemiddeld met 7,7 procent binnen energiecontracten met maandelijkse wijzigende tarieven. Ter vergelijking: de prijzen voor nieuwe jaarcontracten en driejarige contracten stegen met respectievelijk 6,2 procent en 4,1 procent. Hoewel de Nederlandse gasvoorraden voor dit decennium op een dieptepunt liggen, zijn de gasprijzen wel aanzienlijk lager dan een jaar geleden.
De kelderende gasvoorraden worden behoorlijk gevoeld door consumenten met een variabel energiecontract, concludeert energievergelijker Pricewise. De kale gasprijzen stegen in februari gemiddeld met 7,7 procent binnen energiecontracten met maandelijkse wijzigende tarieven. Klik op de foto om het rechtenvrije beeld in hoge resolutie te downloaden.
“Het werd begin februari al duidelijk dat de gasvoorraden sneller slinken dan verwacht”, aldus Tom Schuitemaker, energie-expert bij Pricewise. “De voorraden liggen nu rond de 11 procent, wat het laagste punt is in zes jaar. Dat betekent dat de bodem nu wel in zicht komt. In de afgelopen jaren zagen we de gasvoorraden namelijk nog verder slinken tot in maart.” Toch is er volgens Schuitemaker geen reden tot paniek voor mensen met een variabel contract. De kale gasprijzen voor variabele contracten zijn op jaarbasis met zo’n 13,3 procent gedaald. “Die prijsontwikkeling is het gevolg van meer rust in de markt dan een jaar geleden. Kortom: de markt is minder bang geworden dat de voorraden niet kunnen worden bijgevuld.”
Die afgenomen onrust in de markt vertaalt zich voor nieuwe jaarcontracten en driejarige contracten in nog grotere prijsdalingen op jaarbasis dan het geval is bij de variabele contracten. De kale jaarprijzen daalden met 29,5 procent en de kale driejaarprijzen 18,2 procent. Ook op de markt voor stroom tekent zich op de langere termijn een stabilisatie af. Variabele stroomprijzen, stroomprijzen voor nieuwe jaarcontracten en stroomprijzen voor nieuwe driejarige contracten daalden op jaarbasis met respectievelijk 3,9 procent, 21 procent en 16,8 procent.
De stroommarkt toont op maandbasis geen grote fluctuaties. Variabele prijzen zijn 0,7 procent hoger dan een maand eerder. De stroomprijzen voor nieuwe jaarcontracten liggen 2,2 procent hoger dan in januari en die voor nieuwe driejarige contracten liggen 0,1 procent lager.
De kelderende gasvoorraden worden behoorlijk gevoeld door consumenten met een variabel energiecontract, concludeert energievergelijker Pricewise. De kale gasprijzen stegen in februari gemiddeld met 7,7 procent binnen energiecontracten met maandelijkse wijzigende tarieven. Klik op de foto om het rechtenvrije beeld in hoge resolutie te downloaden.
“Het werd begin februari al duidelijk dat de gasvoorraden sneller slinken dan verwacht”, aldus Tom Schuitemaker, energie-expert bij Pricewise. “De voorraden liggen nu rond de 11 procent, wat het laagste punt is in zes jaar. Dat betekent dat de bodem nu wel in zicht komt. In de afgelopen jaren zagen we de gasvoorraden namelijk nog verder slinken tot in maart.” Toch is er volgens Schuitemaker geen reden tot paniek voor mensen met een variabel contract. De kale gasprijzen voor variabele contracten zijn op jaarbasis met zo’n 13,3 procent gedaald. “Die prijsontwikkeling is het gevolg van meer rust in de markt dan een jaar geleden. Kortom: de markt is minder bang geworden dat de voorraden niet kunnen worden bijgevuld.”
Die afgenomen onrust in de markt vertaalt zich voor nieuwe jaarcontracten en driejarige contracten in nog grotere prijsdalingen op jaarbasis dan het geval is bij de variabele contracten. De kale jaarprijzen daalden met 29,5 procent en de kale driejaarprijzen 18,2 procent. Ook op de markt voor stroom tekent zich op de langere termijn een stabilisatie af. Variabele stroomprijzen, stroomprijzen voor nieuwe jaarcontracten en stroomprijzen voor nieuwe driejarige contracten daalden op jaarbasis met respectievelijk 3,9 procent, 21 procent en 16,8 procent.
De stroommarkt toont op maandbasis geen grote fluctuaties. Variabele prijzen zijn 0,7 procent hoger dan een maand eerder. De stroomprijzen voor nieuwe jaarcontracten liggen 2,2 procent hoger dan in januari en die voor nieuwe driejarige contracten liggen 0,1 procent lager.
vrijdag 27 februari 2026
Fluvius test klimaatneutrale werven via pilootprojecten
Fluvius testte in januari en begin februari hoe klimaatneutrale werven er in de praktijk kunnen uitzien. Op drie locaties in Vlaanderen (Kortrijk, Hoeilaart en Diepenbeek) voerde de netbeheerder samen met zijn aannemers laagspanningswerken uit met uitsluitend elektrisch werfmaterieel.
Alle machines die normaal op fossiele brandstoffen draaien, werden vervangen door elektrische alternatieven. Dat ging van graafmachines tot kleiner materieel zoals trilplaten en slijpschijven. Het transport van en naar de werf maakte geen deel uit van deze test. De pilootprojecten gingen telkens door in samenwerking met een aannemer. In Kortrijk werkte Fluvius samen met Verbraeken Infra, in Hoeilaart met EBN-Tech en in Diepenbeek met APK.
Een belangrijke uitdaging bij elektrisch werken is het opladen van het materieel. Fluvius koos samen met aannemer Locquet Power en Light voor een realistische opzet. Op de werven was er een beperkte werfaansluiting vergelijkbaar met een gewone thuisaansluiting voorzien, aangevuld met een slimme batterijcontainer. Die laadt continu op, vangt piekverbruik op en registreert alle verbruiken. Zo bleef het net stabiel en was al het materieel elke ochtend opnieuw inzetbaar.
“De doelstelling van Fluvius is om tegen 2050 klimaatneutraal te worden. Klimaatneutrale werven zijn daar een essentieel onderdeel van.” - Fien De Clercq, Afdelingshoofd Duurzaamheid
Fluvius koos bewust voor uitbreidingen van het laagspanningsnet: een veelvoorkomend type werf dat technisch geschikt is om volledig elektrisch uit te voeren en zich goed leent tot toekomstige opschaling.
Uit nulmetingen op klassieke werven blijkt dat deze werven gemiddeld 2 kg CO₂ per meter sleuf uitstoten. Dat geeft inzicht in hoeveel emissiereductie mogelijk is wanneer dergelijke werven in de toekomst worden geëlektrificeerd.
Alle machines die normaal op fossiele brandstoffen draaien, werden vervangen door elektrische alternatieven. Dat ging van graafmachines tot kleiner materieel zoals trilplaten en slijpschijven. Het transport van en naar de werf maakte geen deel uit van deze test. De pilootprojecten gingen telkens door in samenwerking met een aannemer. In Kortrijk werkte Fluvius samen met Verbraeken Infra, in Hoeilaart met EBN-Tech en in Diepenbeek met APK.
Een belangrijke uitdaging bij elektrisch werken is het opladen van het materieel. Fluvius koos samen met aannemer Locquet Power en Light voor een realistische opzet. Op de werven was er een beperkte werfaansluiting vergelijkbaar met een gewone thuisaansluiting voorzien, aangevuld met een slimme batterijcontainer. Die laadt continu op, vangt piekverbruik op en registreert alle verbruiken. Zo bleef het net stabiel en was al het materieel elke ochtend opnieuw inzetbaar.
“De doelstelling van Fluvius is om tegen 2050 klimaatneutraal te worden. Klimaatneutrale werven zijn daar een essentieel onderdeel van.” - Fien De Clercq, Afdelingshoofd Duurzaamheid
Fluvius koos bewust voor uitbreidingen van het laagspanningsnet: een veelvoorkomend type werf dat technisch geschikt is om volledig elektrisch uit te voeren en zich goed leent tot toekomstige opschaling.
Uit nulmetingen op klassieke werven blijkt dat deze werven gemiddeld 2 kg CO₂ per meter sleuf uitstoten. Dat geeft inzicht in hoeveel emissiereductie mogelijk is wanneer dergelijke werven in de toekomst worden geëlektrificeerd.
Zweden keert circa €67 miljoen uit aan gemeenten met windturbines
De Zweedse regering laat dit voorjaar geld uitbetalen aan alle gemeenten waar windturbines staan. Het gaat om 340 miljoen Zweedse kronen voor 2025 en 370 miljoen Zweedse kronen voor 2026. Samen grofweg €65 - €70 miljoen. De subsidie is bedoeld om extra prikkel voor gemeenten om ja te zeggen tegen nieuwe windenergie en de gemeenten te compenseren die al windenergie hebben toegestaan. Volgens de Zweedse regering is lokale acceptatie een belangrijke voorwaarde om windenergie verder uit te breiden. (Foto: Björkhöjden wind farm, Sweden, Statkraft op Flickr.)
De tien Zweedse gemeenten die de meeste windenergie ontwikkeld hebben en dus het meeste geld ontvangen. In totaal ontvangen ongeveer 170 gemeenten steun.
De regeling staat niet op zichzelf. In Zweden hebben gemeenten veel invloed op de vraag of nieuwe windprojecten doorgaan. In 2025 werd in meerdere publicaties beschreven dat veel projecten zijn tegengehouden door lokale besluiten.
De Zweedse aanpak laat zien hoe je als overheid lokale lasten en lokale baten explicieter met elkaar kunt verbinden: als een gemeente ruimte biedt aan windenergie, dan hoort daar ook een zichtbare lokale opbrengst bij.
De uitbetaling loopt via de Zweedse energieautoriteit Energimyndigheten en de uitkering is gekoppeld aan de hoeveelheid windvermogen die in een gemeente staat. In Zweedse berichtgeving wordt als richtgetal genoemd: ongeveer 20.000 kronen per geïnstalleerde megawatt (MW) per jaar.
Voor 2026 bedraagt de vergoeding SEK 370 miljoen en dit bedrag moet uiterlijk op 30 april worden betaald. Voor volgend jaar is SEK 400 miljoen gereserveerd. De Zweedse regering heeft Energimyndigheten opdracht gegeven om de bedragen in het voorjaar uit te betalen.
De tien Zweedse gemeenten die de meeste windenergie ontwikkeld hebben en dus het meeste geld ontvangen. In totaal ontvangen ongeveer 170 gemeenten steun.
De regeling staat niet op zichzelf. In Zweden hebben gemeenten veel invloed op de vraag of nieuwe windprojecten doorgaan. In 2025 werd in meerdere publicaties beschreven dat veel projecten zijn tegengehouden door lokale besluiten.
De Zweedse aanpak laat zien hoe je als overheid lokale lasten en lokale baten explicieter met elkaar kunt verbinden: als een gemeente ruimte biedt aan windenergie, dan hoort daar ook een zichtbare lokale opbrengst bij.
De uitbetaling loopt via de Zweedse energieautoriteit Energimyndigheten en de uitkering is gekoppeld aan de hoeveelheid windvermogen die in een gemeente staat. In Zweedse berichtgeving wordt als richtgetal genoemd: ongeveer 20.000 kronen per geïnstalleerde megawatt (MW) per jaar.
Voor 2026 bedraagt de vergoeding SEK 370 miljoen en dit bedrag moet uiterlijk op 30 april worden betaald. Voor volgend jaar is SEK 400 miljoen gereserveerd. De Zweedse regering heeft Energimyndigheten opdracht gegeven om de bedragen in het voorjaar uit te betalen.
donderdag 26 februari 2026
a.s.r. real estate koopt batterij aan voor energieopslag bij windpark Strekdammen
a.s.r. real estate heeft namens het ASR Dutch Green Energy Fund I een meerderheidsaandeel genomen in een batterijopslag bij windpark Strekdammen. Met de batterijopslag, ook wel bekend als Battery Energy Storage System (BESS), kan opgewekte energie worden opgeslagen en geleverd wanneer nodig. De batterij wordt aangesloten op windpark Strekdammen in de Eemshaven in Groningen, dat in eigendom is van het ASR Dutch Green Energy Fund I.
Met deze investering zet het hernieuwbare energiefonds van a.s.r. real estate in op het flexibeler maken van het Nederlandse elektriciteitsnet. Het ASR Dutch Green Energy Fund I neemt een meerderheidsbelang in de batterijopslag. De overige aandelen blijven in handen van Rebel Development en Pronewable, waarbij zij zich blijven inzetten voor exploitatie van de batterijopslag.
De batterijopslag heeft een vermogen van 7,5 MW en een opslagcapaciteit van ongeveer 24 MWh. Daarmee kan de installatie ruim drie uur aan elektriciteit opslaan of leveren, wat overeenkomt met ongeveer 11.700 MWh op jaarbasis. Dat staat gelijk aan het jaarlijkse stroomverbruik van zo’n 5.200 huishoudens.
Het ASR Dutch Green Energy Fund I is een impact fonds. Deze acquisitie sluit aan de bij de impact doelstellingen van het fonds en de EU Taxonomie. De bouw van de batterij start in februari 2026. De batterij wordt naar verwachting in februari 2027 in gebruik genomen.
Met deze investering zet het hernieuwbare energiefonds van a.s.r. real estate in op het flexibeler maken van het Nederlandse elektriciteitsnet. Het ASR Dutch Green Energy Fund I neemt een meerderheidsbelang in de batterijopslag. De overige aandelen blijven in handen van Rebel Development en Pronewable, waarbij zij zich blijven inzetten voor exploitatie van de batterijopslag.
De batterijopslag heeft een vermogen van 7,5 MW en een opslagcapaciteit van ongeveer 24 MWh. Daarmee kan de installatie ruim drie uur aan elektriciteit opslaan of leveren, wat overeenkomt met ongeveer 11.700 MWh op jaarbasis. Dat staat gelijk aan het jaarlijkse stroomverbruik van zo’n 5.200 huishoudens.
Het ASR Dutch Green Energy Fund I is een impact fonds. Deze acquisitie sluit aan de bij de impact doelstellingen van het fonds en de EU Taxonomie. De bouw van de batterij start in februari 2026. De batterij wordt naar verwachting in februari 2027 in gebruik genomen.
Onderzoek naar biogas als duurzame energiebron rond Deest
De gemeente Druten krijgt een haalbaarheidssubsidie van €50.000 van de provincie Gelderland om te onderzoeken hoe biogas kan worden ingezet in en rond Deest. Met deze subsidie kan het onderzoek volledig worden uitgevoerd.
In het Nederlandse klimaatakkoord is afgesproken dat er vóór 2030 grootschalig verduurzaamd moet worden en dat in 2050 geen gebouw meer op aardgas moet draaien. Biogas kan daarbij een rol spelen als duurzame warmtebron, vooral voor bedrijven die nu veel aardgas gebruiken. In het gebied rond Deest bevinden zich enkele gasintensieve bedrijven, wat de interesse in biogas groter maakt.
Hoewel biogas nog steeds verbranding inhoudt, wordt het gewonnen uit reststromen, waardoor het een gunstige CO₂-balans heeft ten opzichte van traditioneel aardgas.
Een bijkomend voordeel van een biogasproject is de mogelijkheid om een gistverwerking te bouwen. Dit biedt agrariërs nieuwe kansen om reststromen beter te benutten. Na het vergistingsproces kan de droge fractie bijvoorbeeld worden geperst tot koemestkorrels die bruikbaar zijn voor gazons en moestuinen, en de dikke fractie kan worden ingezet als isolatiemateriaal.
In het Nederlandse klimaatakkoord is afgesproken dat er vóór 2030 grootschalig verduurzaamd moet worden en dat in 2050 geen gebouw meer op aardgas moet draaien. Biogas kan daarbij een rol spelen als duurzame warmtebron, vooral voor bedrijven die nu veel aardgas gebruiken. In het gebied rond Deest bevinden zich enkele gasintensieve bedrijven, wat de interesse in biogas groter maakt.
Hoewel biogas nog steeds verbranding inhoudt, wordt het gewonnen uit reststromen, waardoor het een gunstige CO₂-balans heeft ten opzichte van traditioneel aardgas.
Een bijkomend voordeel van een biogasproject is de mogelijkheid om een gistverwerking te bouwen. Dit biedt agrariërs nieuwe kansen om reststromen beter te benutten. Na het vergistingsproces kan de droge fractie bijvoorbeeld worden geperst tot koemestkorrels die bruikbaar zijn voor gazons en moestuinen, en de dikke fractie kan worden ingezet als isolatiemateriaal.
woensdag 25 februari 2026
NextEnergy neemt klanten over van HalloStroom
NextEnergy, aanbieder van dynamische energiecontracten en slimme thuisenergie-oplossingen, kondigt gaat alle 600 energiecontracten van HalloStroom overnemen.
Met de overname zet HalloStroom een punt achter de levering van energie en richt het zich volledig op de levering en verhuur van zonnepanelen, batterijen en andere duurzame hardware-oplossingen. Het gaat voornamelijk om klanten met een dynamisch energiecontract, zonnepanelen én een thuisbatterij. Naast de energiecontracten gaat ook de volledige slimme aansturing van de batterijen over naar NextEnergy.
NextEnergy begeleidt de overgang volledig. De overgang verloopt volledig onder regie van NextEnergy. Klanten van HalloStroom hoeven geen actie te ondernemen; zowel het energiecontract als de slimme aansturing van de thuisbatterij worden automatisch voortgezet. Klanten behouden hun bestaande tarieven. Na de overstap krijgen zij bovendien meer controle over de batterij, met de mogelijkheid om zelf een sturingsprofiel te kiezen dat aansluit bij hun wensen, zoals onbalanshandel, maximale zelfconsumptie of een combinatie daarvan.
Met de overname zet HalloStroom een punt achter de levering van energie en richt het zich volledig op de levering en verhuur van zonnepanelen, batterijen en andere duurzame hardware-oplossingen. Het gaat voornamelijk om klanten met een dynamisch energiecontract, zonnepanelen én een thuisbatterij. Naast de energiecontracten gaat ook de volledige slimme aansturing van de batterijen over naar NextEnergy.
NextEnergy begeleidt de overgang volledig. De overgang verloopt volledig onder regie van NextEnergy. Klanten van HalloStroom hoeven geen actie te ondernemen; zowel het energiecontract als de slimme aansturing van de thuisbatterij worden automatisch voortgezet. Klanten behouden hun bestaande tarieven. Na de overstap krijgen zij bovendien meer controle over de batterij, met de mogelijkheid om zelf een sturingsprofiel te kiezen dat aansluit bij hun wensen, zoals onbalanshandel, maximale zelfconsumptie of een combinatie daarvan.
Nieuw batterijsysteem op locatie PreZero Roosendaal slaat energie uit duurzame verbranding van restafval op
De afvalenergiecentrale van PreZero in Roosendaal krijgt in september een grootschalig batterijsysteem. Daarmee kan energie, afkomstig uit verbranding van restafval, tijdelijk worden opgeslagen. Het gaat om een Battery Energy Storage System (BESS) met een capaciteit van 11MW/22MWh, genoeg voor zo’n 40.000 wasbeurten. Met de batterij kan PreZero de opgewekte elektriciteit tijdelijk opslaan en op een later moment leveren aan het elektriciteitsnet. Hiermee draagt PreZero bij aan de stabiliteit en flexibiliteit op het net. Het systeem, geleverd en geplaatst door ELIX, wordt eind 2026 in gebruik genomen. ELIX draagt ook zorg voor het onderhoud en de monitoring van het systeem.
De locatie van PreZero in Roosendaal richt zich op het duurzaam verwerken van restafval. Afvalstromen worden zo veel mogelijk verwerkt tot nieuwe grondstoffen. Afval dat niet meer te recyclen is, zet PreZero in Roosendaal door middel van verbranding om in duurzame energie. Deze energie die omgezet wordt naar elektriciteit, wordt geleverd aan het hoogspanningsnet van TenneT.
De energietransitie vraagt om een overstap op energie uit duurzame bronnen. Dat aanbod is minder voorspelbaar, bijvoorbeeld bij wind- en zonne-energie. Daarom wordt het steeds belangrijker dat beschikbare energie, waaronder uit verbranding van restafval, flexibeler kan worden ingezet.
De locatie van PreZero in Roosendaal richt zich op het duurzaam verwerken van restafval. Afvalstromen worden zo veel mogelijk verwerkt tot nieuwe grondstoffen. Afval dat niet meer te recyclen is, zet PreZero in Roosendaal door middel van verbranding om in duurzame energie. Deze energie die omgezet wordt naar elektriciteit, wordt geleverd aan het hoogspanningsnet van TenneT.
De energietransitie vraagt om een overstap op energie uit duurzame bronnen. Dat aanbod is minder voorspelbaar, bijvoorbeeld bij wind- en zonne-energie. Daarom wordt het steeds belangrijker dat beschikbare energie, waaronder uit verbranding van restafval, flexibeler kan worden ingezet.
dinsdag 24 februari 2026
Holland Solar positief over openstelling SDE++ 2026
Branchevereniging Holland Solar reageert overwegend positief op de aangekondigde openstelling van de SDE++ in 2026 door het kabinet. Het openstellingsbudget voor de komende openstellingsronde is € 8 miljard. Het voornemen is om de openstellingsronde van de SDE++ plaats te laten vinden van 22 september 2026 tot en met 22 oktober 2026.
"We zijn blij met de ruimte die de SDE++ ook dit jaar weer biedt aan ontwikkelingen in de sector. Zo kunnen projecten langs wegen, spoor en op zee nu ook rekenen op steun. We kunnen ook verder met de verduurzaming van de sector doordat de SDE++ rekening houdt met de ontwikkelingen van het ecocertified label en de CO2-voetafdruk van zonnepanelen. Wel zijn we kritisch op de aannames van de Minister over uitgestelde levering", aldus Derek Steeman, Branchespecialist financiering en businesscase Holland Solar.
Het ministerie geeft aan dat uitgestelde levering met een batterij, waarmee je de gemiste vollasturen door negatieve elektriciteitsprijzen voor een deel kunt compenseren, tegen uitvoeringsproblemen aanloopt. Holland Solar benadrukt dat het essentieel is om uitgestelde levering mogelijk te maken voor nieuwe én bestaande projecten. Het bevordert systeemintegratie en vermindert het financiële risico voor projectontwikkelaars door de toenemende negatieve elektriciteitsprijzen. Er zijn nu al oplossingen mogelijk, bijvoorbeeld het aanleveren van meetdata van het meetbedrijf, een onafhankelijke partij. Holland Solar roept het ministerie op om zo snel mogelijk aan tafel te gaan met de sector om de oplossingsrichtingen te bespreken.
Een nieuwe categorie voor zonnestroomprojecten langs wegen en spoor wordt dit jaar opengesteld voor de SDE++. Holland Solar ziet dit als een mooie kans om restgronden optimaal te benutten. Voor zonprojecten op zee kon eerder nog geen SDE++-subsidie worden aangevraagd, maar in de Kamerbrief laat de minister weten dat deze nu toegestaan worden onder de bestaande categorie van drijvende zonprojecten.
Holland Solar is positief over de introductie van een CO₂-voetafdrukeis voor zonnepanelen. Om de totale CO₂-reductie van een zon-PV-project over de looptijd te waarborgen en te beantwoorden aan duurzaamheidseisen uit de Net Zero Industry Act, wordt in de SDE++ 2026 een voorwaarde opgenomen bij alle zon-PV-categorieën om bij de realisatie van het project zonnepanelen te gebruiken met een maximale CO₂-voetafdruk van 550 kg/kWp. Dit wordt aangetoond met een certificaat dat is afgegeven volgens de methodiek van EPD Norge. Een mooie ontwikkeling waardoor we duurzame energieprojecten nóg duurzamer kunnen realiseren.
"We zijn blij met de ruimte die de SDE++ ook dit jaar weer biedt aan ontwikkelingen in de sector. Zo kunnen projecten langs wegen, spoor en op zee nu ook rekenen op steun. We kunnen ook verder met de verduurzaming van de sector doordat de SDE++ rekening houdt met de ontwikkelingen van het ecocertified label en de CO2-voetafdruk van zonnepanelen. Wel zijn we kritisch op de aannames van de Minister over uitgestelde levering", aldus Derek Steeman, Branchespecialist financiering en businesscase Holland Solar.
Het ministerie geeft aan dat uitgestelde levering met een batterij, waarmee je de gemiste vollasturen door negatieve elektriciteitsprijzen voor een deel kunt compenseren, tegen uitvoeringsproblemen aanloopt. Holland Solar benadrukt dat het essentieel is om uitgestelde levering mogelijk te maken voor nieuwe én bestaande projecten. Het bevordert systeemintegratie en vermindert het financiële risico voor projectontwikkelaars door de toenemende negatieve elektriciteitsprijzen. Er zijn nu al oplossingen mogelijk, bijvoorbeeld het aanleveren van meetdata van het meetbedrijf, een onafhankelijke partij. Holland Solar roept het ministerie op om zo snel mogelijk aan tafel te gaan met de sector om de oplossingsrichtingen te bespreken.
Een nieuwe categorie voor zonnestroomprojecten langs wegen en spoor wordt dit jaar opengesteld voor de SDE++. Holland Solar ziet dit als een mooie kans om restgronden optimaal te benutten. Voor zonprojecten op zee kon eerder nog geen SDE++-subsidie worden aangevraagd, maar in de Kamerbrief laat de minister weten dat deze nu toegestaan worden onder de bestaande categorie van drijvende zonprojecten.
Holland Solar is positief over de introductie van een CO₂-voetafdrukeis voor zonnepanelen. Om de totale CO₂-reductie van een zon-PV-project over de looptijd te waarborgen en te beantwoorden aan duurzaamheidseisen uit de Net Zero Industry Act, wordt in de SDE++ 2026 een voorwaarde opgenomen bij alle zon-PV-categorieën om bij de realisatie van het project zonnepanelen te gebruiken met een maximale CO₂-voetafdruk van 550 kg/kWp. Dit wordt aangetoond met een certificaat dat is afgegeven volgens de methodiek van EPD Norge. Een mooie ontwikkeling waardoor we duurzame energieprojecten nóg duurzamer kunnen realiseren.
Onderzoek voor KGG bevestigt: snel opzetten van een centrale capaciteitsmarkt is noodzakelijk
Deltalinqs, Energy Storage NL, Glastuinbouw Nederland, de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie en Energie-Nederland zijn blij met de twee onderzoeken over de leveringszekerheid van elektriciteit, die het ministerie van Klimaat en Groen Groei (KGG) onlangs heeft gedeeld met de Tweede Kamer: over de invoering van capaciteitsmechanismen die de leveringszekerheid kunnen borgen, en over het potentieel van vraagrespons. De aanbevelingen zijn helder: implementeer zo snel mogelijk een centrale capaciteitsmarkt en neem barrières voor vraagrespons weg. Energie-Nederland is vooral blij met het advies over de capaciteitsmarkt, dat de inzet in het nieuwe Coalitieakkoord onderbouwt: “Voor de leveringszekerheid van elektriciteit introduceren we een capaciteitsmarkt.”
De leveringszekerheid van elektriciteit is niet meer vanzelfsprekend. De jaarlijkse Monitors Leveringszekerheid van TenneT van 2024 en 2025 voorzien risico’s vanaf 2030. Onderzoek van Compass Lexecon (2025) in opdracht van Energie-Nederland komt tot dezelfde conclusie. De recente Europese monitor leveringszekerheid (ERAA2025) zelfs al vanaf 2028.
De groei van elektriciteitsopwekking uit zon en wind is een succes. Gevolg is wel dat het aantal draaiuren van regelbare elektriciteitscentrales, zoals gascentrales en WKK’s, substantieel daalt. Verder stijgt de elektriciteitsvraag de komende jaren naar verwachting, maar onzeker is hoeveel. Ook is de ontwikkeling van kosten zeer onzeker. Zo zijn de kosten voor het gebruik van het gasnetwerk voor afnemers recent met meer dan 50% gestegen, neemt de energiebelasting op aardgas naar 2030 sterk toe en is er grote onzekerheid over de mogelijke invoering van een invoedingstarief. Door deze factoren is het erg onzeker of investeringen in regelbaar vermogen, zelfs voor groot onderhoud, nog wel terugverdiend kunnen worden. Investeringsbeslissingen blijven dus uit. Dat is een belangrijke oorzaak voor de verslechterende leveringszekerheid.
Het onderzoek van Compass Lexecon (2025) voor Energie-Nederland heeft ook de maatschappelijke effecten van een centrale capaciteitsmarkt berekend. Het blijkt dat die netto welvaartswinst oplevert, door de hogere leveringszekerheid en het dempende effect op extreme prijspieken. Bovendien stimuleert zo’n capaciteitsmarkt wel het op gang komen van de benodigde investeringen in regelbaar vermogen. Een strategische reserve die ook beschouwd is in het KGG-onderzoek, doet dat niet.
Het nu gepubliceerde onderzoek over capaciteitsmechanismen voor KGG trekt heldere conclusies. Als er een structureel probleem is met de leveringszekerheid, is een centrale capaciteitsmarkt het geschikte instrument om nieuwe investeringen in regelbaar vermogen en ook in opslag en vraagrespons te stimuleren. Een strategische reserve moet hooguit een overbrugging zijn, bijvoorbeeld als de invoering van een capaciteitsmarkt erg veel tijd vergt. Omdat de genoemde factoren die investeringen in regelbaar vermogen belemmeren, structureel van aard zijn, is een centrale capaciteitsmarkt nodig. De Europese tendens richting capaciteitsmarkten en weg van strategische reserves is hierin ook een helder signaal.
De leveringszekerheid van elektriciteit is niet meer vanzelfsprekend. De jaarlijkse Monitors Leveringszekerheid van TenneT van 2024 en 2025 voorzien risico’s vanaf 2030. Onderzoek van Compass Lexecon (2025) in opdracht van Energie-Nederland komt tot dezelfde conclusie. De recente Europese monitor leveringszekerheid (ERAA2025) zelfs al vanaf 2028.
De groei van elektriciteitsopwekking uit zon en wind is een succes. Gevolg is wel dat het aantal draaiuren van regelbare elektriciteitscentrales, zoals gascentrales en WKK’s, substantieel daalt. Verder stijgt de elektriciteitsvraag de komende jaren naar verwachting, maar onzeker is hoeveel. Ook is de ontwikkeling van kosten zeer onzeker. Zo zijn de kosten voor het gebruik van het gasnetwerk voor afnemers recent met meer dan 50% gestegen, neemt de energiebelasting op aardgas naar 2030 sterk toe en is er grote onzekerheid over de mogelijke invoering van een invoedingstarief. Door deze factoren is het erg onzeker of investeringen in regelbaar vermogen, zelfs voor groot onderhoud, nog wel terugverdiend kunnen worden. Investeringsbeslissingen blijven dus uit. Dat is een belangrijke oorzaak voor de verslechterende leveringszekerheid.
Het onderzoek van Compass Lexecon (2025) voor Energie-Nederland heeft ook de maatschappelijke effecten van een centrale capaciteitsmarkt berekend. Het blijkt dat die netto welvaartswinst oplevert, door de hogere leveringszekerheid en het dempende effect op extreme prijspieken. Bovendien stimuleert zo’n capaciteitsmarkt wel het op gang komen van de benodigde investeringen in regelbaar vermogen. Een strategische reserve die ook beschouwd is in het KGG-onderzoek, doet dat niet.
Het nu gepubliceerde onderzoek over capaciteitsmechanismen voor KGG trekt heldere conclusies. Als er een structureel probleem is met de leveringszekerheid, is een centrale capaciteitsmarkt het geschikte instrument om nieuwe investeringen in regelbaar vermogen en ook in opslag en vraagrespons te stimuleren. Een strategische reserve moet hooguit een overbrugging zijn, bijvoorbeeld als de invoering van een capaciteitsmarkt erg veel tijd vergt. Omdat de genoemde factoren die investeringen in regelbaar vermogen belemmeren, structureel van aard zijn, is een centrale capaciteitsmarkt nodig. De Europese tendens richting capaciteitsmarkten en weg van strategische reserves is hierin ook een helder signaal.
maandag 23 februari 2026
Regionaal Warmtedebat: oproep aan het Rijk om steun voor betaalbare warmtenetten in Holland Rijnland
Tijdens het Groot Regionaal Warmtedebat, georganiseerd door Liander in samenwerking met Omroep Sleutelstad en RTV Katwijk, werd duidelijk hoe groot het belang én het momentum is voor de ontwikkeling van collectieve warmtenetten in de regio Holland Rijnland. Politici, deskundigen, woningcorporaties en betrokken bewoners bespraken op woensdag 11 februari in drie debatrondes de besluiten die in de komende collegeperiode genomen moeten worden.
Ondanks verschillen in accenten bleek er veel overeenstemming: warmtenetten vormen een cruciale pijler voor een toekomstbestendig, betaalbaar en duurzaam energiesysteem. Vooral betaalbaarheid blijft een uitdaging waarvoor partijen nadrukkelijk financiële steun van het Rijk vragen
Monique Hoogwijk, regiomanager van Liander in Zuid-Holland, kijkt terug op een waardevolle avond: “Warmtenetten zijn voor gemeenten en Liander een vanzelfsprekend onderdeel van het toekomstig energiesysteem in Holland Rijnland. De komende jaren moeten gemeenteraden belangrijke besluiten nemen over de realisatie ervan. Tijdens het debat bleek dat de bereidwilligheid tot samenwerking er absoluut is én een gezamenlijke lobby richting het Rijk ook nodig is.”
Alle aanwezige partijen onderstreepten nogmaals de voordelen van collectieve warmtenetten. Alle gemeenten in de regio hebben belangrijke voorbereidende besluiten genomen om warmtenetten te ontwikkelen. Met een regionale samenwerking maken gemeenten het mogelijk om lokale warmtebronnen te benutten, de maatschappelijke kosten te verlagen en het elektriciteitsnet te ontlasten. Het risico van economische schade door transportschaarste wordt hierdoor verlaagd.
De vraag die steeds terugkeerde: wat gaat het inwoners straks kosten? Zolang die duidelijkheid ontbreekt blijft besluitvorming complex. De oproep klonk: geef bewoners en een concreet en betrouwbaar aanbod. Alle aanwezige partijen, corporaties en bewoners benadrukten dat financiële bijdragen vanuit het Rijk noodzakelijk zijn om betaalbaarheid te garanderen.
De regio werkt al jaren aan een groot en samenhangend warmtenet met diverse duurzame bronnen, zoals geothermie, aquathermie en industriële restwarmte. Om dit te realiseren is intensieve samenwerking tussen gemeenten, netbeheerders en warmtebedrijven noodzakelijk. De aanwezigen waren het erover eens dat de komende collegeperiode bepalend wordt voor het slagen van de warmtetransitie in de regio. De grote besluiten liggen op tafel en de urgentie neemt toe door netcongestie, duurzaamheidsdoelen en juridische kaders zoals de WCW en WGIW. Er moeten duidelijke keuzes worden gemaakt over energie en ruimte, met sterke regionale regie, versnelling van de uitvoering, intensieve samenwerking en stevige financiële afspraken richting het Rijk. Ook na de komende gemeenteraadsverkiezingen blijft Liander samen met gemeenten optrekken voor het maken van belangrijke keuzes voor een toekomstbestendig energiesysteem.
Ondanks verschillen in accenten bleek er veel overeenstemming: warmtenetten vormen een cruciale pijler voor een toekomstbestendig, betaalbaar en duurzaam energiesysteem. Vooral betaalbaarheid blijft een uitdaging waarvoor partijen nadrukkelijk financiële steun van het Rijk vragen
Monique Hoogwijk, regiomanager van Liander in Zuid-Holland, kijkt terug op een waardevolle avond: “Warmtenetten zijn voor gemeenten en Liander een vanzelfsprekend onderdeel van het toekomstig energiesysteem in Holland Rijnland. De komende jaren moeten gemeenteraden belangrijke besluiten nemen over de realisatie ervan. Tijdens het debat bleek dat de bereidwilligheid tot samenwerking er absoluut is én een gezamenlijke lobby richting het Rijk ook nodig is.”
Alle aanwezige partijen onderstreepten nogmaals de voordelen van collectieve warmtenetten. Alle gemeenten in de regio hebben belangrijke voorbereidende besluiten genomen om warmtenetten te ontwikkelen. Met een regionale samenwerking maken gemeenten het mogelijk om lokale warmtebronnen te benutten, de maatschappelijke kosten te verlagen en het elektriciteitsnet te ontlasten. Het risico van economische schade door transportschaarste wordt hierdoor verlaagd.
De vraag die steeds terugkeerde: wat gaat het inwoners straks kosten? Zolang die duidelijkheid ontbreekt blijft besluitvorming complex. De oproep klonk: geef bewoners en een concreet en betrouwbaar aanbod. Alle aanwezige partijen, corporaties en bewoners benadrukten dat financiële bijdragen vanuit het Rijk noodzakelijk zijn om betaalbaarheid te garanderen.
De regio werkt al jaren aan een groot en samenhangend warmtenet met diverse duurzame bronnen, zoals geothermie, aquathermie en industriële restwarmte. Om dit te realiseren is intensieve samenwerking tussen gemeenten, netbeheerders en warmtebedrijven noodzakelijk. De aanwezigen waren het erover eens dat de komende collegeperiode bepalend wordt voor het slagen van de warmtetransitie in de regio. De grote besluiten liggen op tafel en de urgentie neemt toe door netcongestie, duurzaamheidsdoelen en juridische kaders zoals de WCW en WGIW. Er moeten duidelijke keuzes worden gemaakt over energie en ruimte, met sterke regionale regie, versnelling van de uitvoering, intensieve samenwerking en stevige financiële afspraken richting het Rijk. Ook na de komende gemeenteraadsverkiezingen blijft Liander samen met gemeenten optrekken voor het maken van belangrijke keuzes voor een toekomstbestendig energiesysteem.
Bij de renovatie van theater De Kring pakt gemeente Roosendaal groots uit
Met steun van de provincie Noord-Brabant transformeert gemeente Roosendaal theater De Kring tot een energieleverend gebouw. Hiermee zet de gemeente grote stappen in de verduurzaming en het toekomstbestendig maken van maatschappelijk vastgoed. De opgedane kennis en ervaring deelt de gemeente met andere (kleine) gemeenten, in samenwerking met de provincie en de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij (BOM).
Bij de renovatie van theater De Kring(verwijst naar een andere website) pakt gemeente Roosendaal groots uit. Het theater wordt niet enkel verbouwd, vergroend en verduurzaamd, maar zelfs getransformeerd in een energieleverend gebouw. Dankzij de innovatieve thermische panelen die op de theatertoren komen, wordt De Kring een warmte- en energiebron voor de omgeving.
De thermische panelen vangen meer warmte op dan voor het gebruik van het theater nodig is. Onder de noemer De EnergieKring leveren de panelen daarom ook warmte aan het aangrenzende museum Tongerlohuys en de Sint-Janskerk.
Tijdens een bezoek aan de werkzaamheden zagen gedeputeerde Bas Maes en wethouder Klaar Koenraad hoe dit innovatieve project energiebesparing combineert met warmteopwekking en laat zien hoe slim verduurzamen het verschil maakt.
De opgedane kennis en ervaring deelt gemeente Roosendaal graag met andere gemeenten die hun maatschappelijk vastgoed willen verduurzamen. Samen met provincie Noord-Brabant en BOM biedt de gemeente daarom coaching aan (kleine) gemeenten aan die ook een soortgelijk gebouw willen verduurzamen.
Bij de renovatie van theater De Kring(verwijst naar een andere website) pakt gemeente Roosendaal groots uit. Het theater wordt niet enkel verbouwd, vergroend en verduurzaamd, maar zelfs getransformeerd in een energieleverend gebouw. Dankzij de innovatieve thermische panelen die op de theatertoren komen, wordt De Kring een warmte- en energiebron voor de omgeving.
De thermische panelen vangen meer warmte op dan voor het gebruik van het theater nodig is. Onder de noemer De EnergieKring leveren de panelen daarom ook warmte aan het aangrenzende museum Tongerlohuys en de Sint-Janskerk.
Tijdens een bezoek aan de werkzaamheden zagen gedeputeerde Bas Maes en wethouder Klaar Koenraad hoe dit innovatieve project energiebesparing combineert met warmteopwekking en laat zien hoe slim verduurzamen het verschil maakt.
De opgedane kennis en ervaring deelt gemeente Roosendaal graag met andere gemeenten die hun maatschappelijk vastgoed willen verduurzamen. Samen met provincie Noord-Brabant en BOM biedt de gemeente daarom coaching aan (kleine) gemeenten aan die ook een soortgelijk gebouw willen verduurzamen.
Van CO2 en waterstof naar duurzame vliegtuigbrandstof
De luchtvaart was in 2021 verantwoordelijk voor bijna 14% van de transportuitstoot in de EU. Om de sector duurzamer te maken, biedt duurzame vliegtuigbrandstof (SAF) momenteel de enige haalbare optie voor langeafstandsvluchten.
Het Europese project TAKE-OFF, geleid door TNO, bundelt de krachten van tien partners om technologie te ontwikkelen die CO2 en hernieuwbare waterstof omzet in SAF.
Alternatieve aandrijftechnieken zoals elektrische of waterstofvliegtuigen zijn voorlopig niet geschikt voor langeafstandsvluchten. Conventionele synthetische processen zoals Fischer-Tropsch produceren een breed scala aan koolwaterstoffen en vereisen veel nabewerking om bruikbare vliegtuigbrandstof te verkrijgen.
Biobrandstoffen zijn beperkt door de beschikbaarheid van grondstoffen zoals frituurvet en dierlijke vetten. Deze uitdagingen vragen om gerichte, efficiënte oplossingen.
Twee complementaire routes
Het consortium ontwikkelde twee routes om CO2 en waterstof om te zetten in duurzame vliegtuigbrandstof:
Directe route: CO2 en H2 worden in één stap omgezet naar lichte olefinen (ethyleen en propyleen), die dienen als bouwstenen voor jetfuel.
Indirecte route: CO2 en H2 worden eerst omgezet naar methanol, vervolgens naar dimethylether, en daarna naar lichte olefinen. Deze route heeft een hogere selectiviteit voor de gewenste producten.
Beide routes leiden tot aanzienlijke efficiëntiewinsten en maken een gerichte productie van vliegtuigbrandstof mogelijk.
Een cruciale doorbraak is de SIENNA-reactor, die water dat tijdens de reactie ontstaat continu afvoert via een selectief membraan. Hierdoor wordt de CO2-omzetting verhoogd van 20% naar 37%, wat resulteert in kleinere installaties, lager energieverbruik en betere economische haalbaarheid.
Na vier jaar onderzoek produceerde het TAKE-OFF-team een liter vliegtuigbrandstof uit CO2 en waterstof. De brandstof voldoet aan de fysieke eigenschappen die nodig zijn voor certificering en genereert vier keer minder roet dan conventionele kerosine.
Ook aromaten en zwavelverbindingen zijn nagenoeg afwezig, waardoor NOx-, SOx- en deeltjesemissies significant lager liggen. Dit draagt bij aan een betere luchtkwaliteit en een lager klimaateffect van condenssporen.
Het Europese project TAKE-OFF, geleid door TNO, bundelt de krachten van tien partners om technologie te ontwikkelen die CO2 en hernieuwbare waterstof omzet in SAF.
Alternatieve aandrijftechnieken zoals elektrische of waterstofvliegtuigen zijn voorlopig niet geschikt voor langeafstandsvluchten. Conventionele synthetische processen zoals Fischer-Tropsch produceren een breed scala aan koolwaterstoffen en vereisen veel nabewerking om bruikbare vliegtuigbrandstof te verkrijgen.
Biobrandstoffen zijn beperkt door de beschikbaarheid van grondstoffen zoals frituurvet en dierlijke vetten. Deze uitdagingen vragen om gerichte, efficiënte oplossingen.
Twee complementaire routes
Het consortium ontwikkelde twee routes om CO2 en waterstof om te zetten in duurzame vliegtuigbrandstof:
Directe route: CO2 en H2 worden in één stap omgezet naar lichte olefinen (ethyleen en propyleen), die dienen als bouwstenen voor jetfuel.
Indirecte route: CO2 en H2 worden eerst omgezet naar methanol, vervolgens naar dimethylether, en daarna naar lichte olefinen. Deze route heeft een hogere selectiviteit voor de gewenste producten.
Beide routes leiden tot aanzienlijke efficiëntiewinsten en maken een gerichte productie van vliegtuigbrandstof mogelijk.
Een cruciale doorbraak is de SIENNA-reactor, die water dat tijdens de reactie ontstaat continu afvoert via een selectief membraan. Hierdoor wordt de CO2-omzetting verhoogd van 20% naar 37%, wat resulteert in kleinere installaties, lager energieverbruik en betere economische haalbaarheid.
Na vier jaar onderzoek produceerde het TAKE-OFF-team een liter vliegtuigbrandstof uit CO2 en waterstof. De brandstof voldoet aan de fysieke eigenschappen die nodig zijn voor certificering en genereert vier keer minder roet dan conventionele kerosine.
Ook aromaten en zwavelverbindingen zijn nagenoeg afwezig, waardoor NOx-, SOx- en deeltjesemissies significant lager liggen. Dit draagt bij aan een betere luchtkwaliteit en een lager klimaateffect van condenssporen.
vrijdag 20 februari 2026
Rotterdam en Stedin leggen duidelijke afspraken vast voor een toekomstbestendig én zorgvuldig ingepast elektriciteitsnetwerk
De gemeente Rotterdam en netbeheerder Stedin tekenen een samenwerkingsovereenkomst om samen te werken aan de uitbreiding van het elektriciteitsnet. In de overeenkomst zijn belangrijke afspraken gemaakt over het vinden van locaties voor de 800 tot 1200 elektriciteitshuisjes die tussen nu en 2050 bijgebouwd moeten worden in de stad. Die extra elektriciteitshuisjes zijn noodzakelijk vanwege de groeiende vraag naar stroom door de komst van nieuwe woningen en bedrijven en de energietransitie.
De gemeente Rotterdam en Stedin spreken af om gezamenlijk per buurt te zoeken naar geschikte locaties voor nieuwe elektriciteitshuisjes. Dat is een ingewikkelde opgave, want Rotterdam is dichtbebouwd en de ruimte is schaars. Het gezamenlijke doel hierin is om naast het realiseren van een toekomstbestendig elektriciteitsnet, te zorgen voor een goede ruimtelijke inpassing van nieuwe elektriciteitshuisjes in de wijk. Dat betekent concreet dat ze niet te veel mogen opvallen in het straatbeeld en geen nadelige effecten mogen hebben voor de verkeersveiligheid. De gemeente heeft hierbij ook de ambitie om zoveel mogelijk elektriciteitshuisjes in gebouwen te plaatsen.
Wethouder Chantal Zeegers (o.a. Klimaat): ‘Er is echt snelheid nodig voor de uitbreiding van het elektriciteitsnet. Ik ben blij dat we hier samen met Stedin de schouders onder zetten en dat we duidelijke afspraken hebben gemaakt over het goed inpassen van die extra elektriciteitshuisjes in de wijken.’
De uitbreiding van het elektriciteitsnet gaat niet alleen over het plaatsen van extra elektriciteitshuisjes. Er moeten ook veel werkzaamheden plaatsvinden aan bestaande huisjes en er moeten extra kabels worden gelegd. Dat kan gevolgen hebben voor de (tijdelijke) bereikbaarheid van de wijk en zorgen voor overlast. Daarom zijn er in de samenwerkingsovereenkomst ook afspraken gemaakt over de wijze waarop er in de planning rekening wordt gehouden met het combineren van de werkzaamheden met andere vervangingsopgaven in de buurt (bijvoorbeeld rioolvervanging) en nieuwbouw. Op deze manier hoeft de straat niet onnodig vaak open.
Naast uitbreiding van het elektriciteitsnet roepen Stedin en de gemeente Rotterdam bewoners ook op om het elektriciteitsnet slimmer te gebruiken. Het helpt om tussen 16.00 en 21.00 uur – de drukste uren van de dag – minder stroom te gebruiken. Door bijvoorbeeld het opladen van de elektrische auto uit te stellen of de wasmachine en vaatwasser later te draaien.
De gemeente Rotterdam en Stedin spreken af om gezamenlijk per buurt te zoeken naar geschikte locaties voor nieuwe elektriciteitshuisjes. Dat is een ingewikkelde opgave, want Rotterdam is dichtbebouwd en de ruimte is schaars. Het gezamenlijke doel hierin is om naast het realiseren van een toekomstbestendig elektriciteitsnet, te zorgen voor een goede ruimtelijke inpassing van nieuwe elektriciteitshuisjes in de wijk. Dat betekent concreet dat ze niet te veel mogen opvallen in het straatbeeld en geen nadelige effecten mogen hebben voor de verkeersveiligheid. De gemeente heeft hierbij ook de ambitie om zoveel mogelijk elektriciteitshuisjes in gebouwen te plaatsen.
Wethouder Chantal Zeegers (o.a. Klimaat): ‘Er is echt snelheid nodig voor de uitbreiding van het elektriciteitsnet. Ik ben blij dat we hier samen met Stedin de schouders onder zetten en dat we duidelijke afspraken hebben gemaakt over het goed inpassen van die extra elektriciteitshuisjes in de wijken.’
De uitbreiding van het elektriciteitsnet gaat niet alleen over het plaatsen van extra elektriciteitshuisjes. Er moeten ook veel werkzaamheden plaatsvinden aan bestaande huisjes en er moeten extra kabels worden gelegd. Dat kan gevolgen hebben voor de (tijdelijke) bereikbaarheid van de wijk en zorgen voor overlast. Daarom zijn er in de samenwerkingsovereenkomst ook afspraken gemaakt over de wijze waarop er in de planning rekening wordt gehouden met het combineren van de werkzaamheden met andere vervangingsopgaven in de buurt (bijvoorbeeld rioolvervanging) en nieuwbouw. Op deze manier hoeft de straat niet onnodig vaak open.
Naast uitbreiding van het elektriciteitsnet roepen Stedin en de gemeente Rotterdam bewoners ook op om het elektriciteitsnet slimmer te gebruiken. Het helpt om tussen 16.00 en 21.00 uur – de drukste uren van de dag – minder stroom te gebruiken. Door bijvoorbeeld het opladen van de elektrische auto uit te stellen of de wasmachine en vaatwasser later te draaien.
Zendure introduceert geavanceerde SolarFlow-serie
Zendure presenteert drie nieuwe modellen binnen de SolarFlow-serie voor de Nederlandse markt: de SolarFlow 2400 Pro, de SolarFlow 2400 AC+ en de SolarFlow 1600 AC+.
Met deze thuisbatterijen speelt Zendure in op de groeiende behoefte om zelf opgewekte zonne-energie beter te benutten en slim om te gaan met wisselende stroomtarieven.
De SolarFlow 2400 Pro, SolarFlow 2400 AC+ en de SolarFlow 1600 AC+ zijn vanaf vandaag beschikbaar voor pre-order op de website van Zendure.
De SolarFlow 2400 Pro is het vlaggenschip binnen de SolarFlow-serie en is ontworpen voor huishoudens met een hogere energiebehoefte, voor bijvoorbeeld nieuwe balkon- of dakinstallaties met een hoger vermogen. Het systeem combineert bidirectionele AC-technologie met AI-gestuurde energiesturing voor maximale prestaties.
De SolarFlow 2400 Pro ondersteunt tot 3000W aan directe DC-ingang via vier MPPT-kanalen en kan, in combinatie met AC-koppeling, een totale PV-invoer tot 4800W verwerken. Het systeem levert een continue netuitgang van 2400W (standaard 800W, uitbreidbaar) en ondersteunt een maximale AC-ingang van 3200W. De modulaire batterijcapaciteit is uitbreidbaar van 2,4 kWh tot 14,4 kWh, of tot 16,8 kWh in een premium configuratie. Met een maximale batterijontlading van 2400W biedt de SolarFlow 2400 Pro stabiele ondersteuning tijdens piekbelasting.
De SolarFlow 2400 AC+ is een AC-gekoppeld retrofit-energiesysteem dat speciaal is ontwikkeld voor huishoudens met bestaande zonnepanelen op het dak. Het systeem kan eenvoudig worden toegevoegd, zonder ingrijpende aanpassingen aan de huidige installatie.
Met deze thuisbatterijen speelt Zendure in op de groeiende behoefte om zelf opgewekte zonne-energie beter te benutten en slim om te gaan met wisselende stroomtarieven.
De SolarFlow 2400 Pro, SolarFlow 2400 AC+ en de SolarFlow 1600 AC+ zijn vanaf vandaag beschikbaar voor pre-order op de website van Zendure.
De SolarFlow 2400 Pro is het vlaggenschip binnen de SolarFlow-serie en is ontworpen voor huishoudens met een hogere energiebehoefte, voor bijvoorbeeld nieuwe balkon- of dakinstallaties met een hoger vermogen. Het systeem combineert bidirectionele AC-technologie met AI-gestuurde energiesturing voor maximale prestaties.
De SolarFlow 2400 Pro ondersteunt tot 3000W aan directe DC-ingang via vier MPPT-kanalen en kan, in combinatie met AC-koppeling, een totale PV-invoer tot 4800W verwerken. Het systeem levert een continue netuitgang van 2400W (standaard 800W, uitbreidbaar) en ondersteunt een maximale AC-ingang van 3200W. De modulaire batterijcapaciteit is uitbreidbaar van 2,4 kWh tot 14,4 kWh, of tot 16,8 kWh in een premium configuratie. Met een maximale batterijontlading van 2400W biedt de SolarFlow 2400 Pro stabiele ondersteuning tijdens piekbelasting.
De SolarFlow 2400 AC+ is een AC-gekoppeld retrofit-energiesysteem dat speciaal is ontwikkeld voor huishoudens met bestaande zonnepanelen op het dak. Het systeem kan eenvoudig worden toegevoegd, zonder ingrijpende aanpassingen aan de huidige installatie.
donderdag 19 februari 2026
Agrariër in Andijk zet Noord‑Holland Noord op de kaart met baanbrekende waterstoftechnologie
Tulpenbroeierij Rainbow Colors in Andijk plaatst als allereerste agrariër ter wereld een solid oxide elektrolyser voor de productie van duurzame waterstof. Met een capaciteit van 1 megawatt behoort deze installatie tot de grootste operationele solid oxide elektrolysers wereldwijd en vormt zij een belangrijke mijlpaal voor de ontwikkeling van waterstof in Noord-Holland Noord. Het project wordt gerealiseerd in samenwerking met het Deense bedrijf Dynelectro. De benodigde infrastructuur wordt daarbij ontwikkeld door het Nederlandse bedrijf Ekinetix. De installatie wordt daarna toegepast en getest in het regionale initiatief Fieldlab Waterstof in de Agri, dat werkt aan een waterstofnetwerk voor de landbouw in Noord-Holland Noord.
Rainbow Colors in Andijk is binnen het project één van de pilotlocaties waar aan de productie van waterstof wordt gewerkt sinds 2023. Door overtollige zonnestroom te gebruiken voor waterstofproductie, in combinatie met een batterijopslag, kan continu waterstof worden geproduceerd. Solid oxide elektrolysers zijn efficiënter en minder gevoelig voor slijtage dan traditionele elektrolysers. Dankzij de langere levensduur en het hogere rendement van deze installatie wordt de kostprijs van waterstof verlaagd. Zo ontstaat een regionale oplossing voor netcongestie en wordt de beschikbaarheid van de emissieloze energiedrager vergroot.
Baanbrekend is dat Rainbow Colors niet alleen de eerste agrarische gebruiker van de solid oxide elektrolyser is, maar dat het ook nog eens de derde grootste operationele installatie ter wereld zal zijn. Rainbow Colors fungeert hiermee als voorbeeld voor zowel andere agrarische bedrijven in Noord‑Holland Noord die op zoek zijn naar lokale oplossingen voor netcongestie en hoge energiekosten, en andere partijen die overwegen een solid oxide elektrolyser in gebruik te nemen.
Beau Broen, projectleider New Energy Coalition en coördinator van de waterstofpilotprojecten binnen Fieldlab Waterstof in Agri zegt hierover: “Het is indrukwekkend om te zien hoe internationale innovatie samenkomt in dit project. Door het implementeren van de elektrolyser van Dynelectro bij projectpartner Rainbow Colors maakt de regio via dit project een belangrijke stap richting decentrale waterstofproductie. Daarnaast biedt het de regio een economische impuls doordat er betaalbare groene waterstof beschikbaar komt. Het project onderstreept de innovatieve rol die Noord‑Holland Noord speelt in de energietransitie.”
Met de ingebruikname van deze waterstofproductie ontstaat in Nederland lokale beschikbaarheid van betaalbare, groene waterstof. Hiermee wordt een belangrijke stap gezet om de kip/ei discussie rondom groene waterstof te doorbreken. Door overtollige duurzame energie in de regio slim te benutten, kan waterstof tegen een concurrerende kostprijs van onder de €10 per kilogram worden geproduceerd en direct worden ingezet binnen de regio. Hierdoor kunnen nieuwe ontwikkelingen binnen de waterstofmarkt daadwerkelijk van de grond komen.
Deze aanpak laat zien dat waterstof niet alleen een belofte voor de toekomst is, maar in Noord-Holland Noord nu al een concreet en toegankelijk alternatief vormt voor ondernemers die willen overstappen op emissievrije energie.
Rainbow Colors in Andijk is binnen het project één van de pilotlocaties waar aan de productie van waterstof wordt gewerkt sinds 2023. Door overtollige zonnestroom te gebruiken voor waterstofproductie, in combinatie met een batterijopslag, kan continu waterstof worden geproduceerd. Solid oxide elektrolysers zijn efficiënter en minder gevoelig voor slijtage dan traditionele elektrolysers. Dankzij de langere levensduur en het hogere rendement van deze installatie wordt de kostprijs van waterstof verlaagd. Zo ontstaat een regionale oplossing voor netcongestie en wordt de beschikbaarheid van de emissieloze energiedrager vergroot.
Baanbrekend is dat Rainbow Colors niet alleen de eerste agrarische gebruiker van de solid oxide elektrolyser is, maar dat het ook nog eens de derde grootste operationele installatie ter wereld zal zijn. Rainbow Colors fungeert hiermee als voorbeeld voor zowel andere agrarische bedrijven in Noord‑Holland Noord die op zoek zijn naar lokale oplossingen voor netcongestie en hoge energiekosten, en andere partijen die overwegen een solid oxide elektrolyser in gebruik te nemen.
Beau Broen, projectleider New Energy Coalition en coördinator van de waterstofpilotprojecten binnen Fieldlab Waterstof in Agri zegt hierover: “Het is indrukwekkend om te zien hoe internationale innovatie samenkomt in dit project. Door het implementeren van de elektrolyser van Dynelectro bij projectpartner Rainbow Colors maakt de regio via dit project een belangrijke stap richting decentrale waterstofproductie. Daarnaast biedt het de regio een economische impuls doordat er betaalbare groene waterstof beschikbaar komt. Het project onderstreept de innovatieve rol die Noord‑Holland Noord speelt in de energietransitie.”
Met de ingebruikname van deze waterstofproductie ontstaat in Nederland lokale beschikbaarheid van betaalbare, groene waterstof. Hiermee wordt een belangrijke stap gezet om de kip/ei discussie rondom groene waterstof te doorbreken. Door overtollige duurzame energie in de regio slim te benutten, kan waterstof tegen een concurrerende kostprijs van onder de €10 per kilogram worden geproduceerd en direct worden ingezet binnen de regio. Hierdoor kunnen nieuwe ontwikkelingen binnen de waterstofmarkt daadwerkelijk van de grond komen.
Deze aanpak laat zien dat waterstof niet alleen een belofte voor de toekomst is, maar in Noord-Holland Noord nu al een concreet en toegankelijk alternatief vormt voor ondernemers die willen overstappen op emissievrije energie.
Circulair water en waterstof komen samen in pilot Almelo
Waterschap Vechtstromen, H2Hub Twente, Coöperatie De WaterBank, Jotem Water Solutions en Hogeschool Saxionzijn een innovatieve pilot gestart rondom de zuivering Vissedijk in Almelo. Met gezuiverd afvalwater van de zuivering maken we ‘groene’ waterstof. Ook onderzoeken we of de zuurstof die hierbij vrijkomt het zuiveringsproces kan verbeteren. De proef past bij ons streven naar innovatie, duurzaamheid en het beter omgaan met droogte en waterschaarste. De samenwerking loopt tot eind 2027.
In de proef werken we het afvalwater van de zuivering Almelo Vissedijk op tot water dat geschikt is voor de elektrolyser van H2Hub Twente. Dit apparaat maakt waterstof en zuurstof uit water. De partners onderzoeken onder meer of ze de zuurstof die daarbij vrijkomt kunnen gebruiken om de beluchting van de zuivering te verbeteren. Zo ontstaat een circulair systeem waarin water en energie elkaar versterken.
Duurzaamheid, kennis en innovatie
De productie van waterstof is geen taak van het waterschap. Waterstof kan in de toekomst echter wél een rol spelen op onze waterzuiveringen. Daarom investeren we niet in waterstof zelf, maar wel in de kennis hierover. Samen met bedrijven, kennisinstellingen en overheden denken en werken we mee. We vertellen ons verhaal en leren actief bij. Zo bouwen we aan oplossingen voor nu en later. Bovendien trekken we technisch talent aan dat we hard nodig hebben.
Dagelijks bestuurder Ellen Hemmers ziet in de proef een mooie kans om het zuiveringsproces verder te verduurzamen. “We onderzoeken wat het toevoegen van pure zuurstof betekent voor energieverbruik, processtabiliteit en de kwaliteit van het water. Tegelijkertijd past het hergebruik van gezuiverd water bij onze ambitie om beter om te gaan met droogte en waterschaarste”.
De proef loopt van het voorjaar 2026 tot en met 31 december 2027. Op basis van de resultaten wordt bepaald of het idee verder ontwikkeld wordt. Daarbij onderzoeken de partners ook of het concept op meer plekken in de regio toepasbaar is waar waterzuivering, duurzame energie en waterstofproductie samenkomen.
In de proef werken we het afvalwater van de zuivering Almelo Vissedijk op tot water dat geschikt is voor de elektrolyser van H2Hub Twente. Dit apparaat maakt waterstof en zuurstof uit water. De partners onderzoeken onder meer of ze de zuurstof die daarbij vrijkomt kunnen gebruiken om de beluchting van de zuivering te verbeteren. Zo ontstaat een circulair systeem waarin water en energie elkaar versterken.
Duurzaamheid, kennis en innovatie
De productie van waterstof is geen taak van het waterschap. Waterstof kan in de toekomst echter wél een rol spelen op onze waterzuiveringen. Daarom investeren we niet in waterstof zelf, maar wel in de kennis hierover. Samen met bedrijven, kennisinstellingen en overheden denken en werken we mee. We vertellen ons verhaal en leren actief bij. Zo bouwen we aan oplossingen voor nu en later. Bovendien trekken we technisch talent aan dat we hard nodig hebben.
Dagelijks bestuurder Ellen Hemmers ziet in de proef een mooie kans om het zuiveringsproces verder te verduurzamen. “We onderzoeken wat het toevoegen van pure zuurstof betekent voor energieverbruik, processtabiliteit en de kwaliteit van het water. Tegelijkertijd past het hergebruik van gezuiverd water bij onze ambitie om beter om te gaan met droogte en waterschaarste”.
De proef loopt van het voorjaar 2026 tot en met 31 december 2027. Op basis van de resultaten wordt bepaald of het idee verder ontwikkeld wordt. Daarbij onderzoeken de partners ook of het concept op meer plekken in de regio toepasbaar is waar waterzuivering, duurzame energie en waterstofproductie samenkomen.
Nieuw onderzoek: zonneparken ontwikkelen zich tot ecosysteem met unieke biodiversiteit
Provincie Groningen, Rijksuniversiteit Groningen en producent van duurzame energie Novar doen een meerjarig onderzoek naar het effect van Groningse zonneparken op de biodiversiteit. Van vijftien zonneparken in de provincie Groningen worden de bodem, begroeiing, insecten, zoogdieren en vogels gemonitord. Uit de tweede tussentijdse rapportage blijken zonneparken een rijke voedingsbodem voor biodiversiteit.
Zonneparken blijken een rijke voedingsbodem voor biodiversiteit. Dat concluderen onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) onder leiding van dr. ir. Raymond Klaassen, die binnen de faculteit Science & Engineering het meerjarige onderzoek naar de ecologische effecten van zonneparken aanstuurt. Hun nieuwste bevindingen laten zien dat zonneparken niet alleen andere soorten aantrekken dan agrarische gebieden, maar dat zij zich ontwikkelen tot een volledig nieuw type ecosysteem.
In het nieuwe tussentijdse rapport richt het onderzoeksteam zich op loopkevers. Deze insecten gelden als belangrijke indicatoren voor de kwaliteit van een ecosysteem. Omdat ze gevoelig zijn voor veranderingen in bodemstructuur, vocht, schaduw en vegetatie, geven ze snel inzicht in de ecologische condities van een gebied. Wanneer de samenstelling van loopkevers verandert, vertelt dat veel over de manier waarop een landschap ecologisch functioneert.
Uit de inventarisaties in zonneparken in Groningen en Drenthe blijkt dat loopkevers in grotere aantallen voorkomen dan in omliggende akkers. Vooral de zones met ruigere vegetatie, die als ecologische compensatie zijn aangelegd, blijken een belangrijke rol te spelen. Daar worden niet alleen meer insecten gevonden, maar ook andere soorten dan de typische ‘akkersoorten’ die kenmerkend zijn voor landbouwgronden.
Volgens Klaassen komt dat doordat zonneparken unieke omstandigheden creëren: meer schaduw en vocht onder de panelen, minder verstoring door landbouwmachines en grotere variatie in vegetatiestructuren. Dat leidt tot een soortencombinatie die in het Nederlandse landschap nauwelijks voorkomt. De onderzoekers spreken daarom van een nieuw type ecosysteem, dat niet vergelijkbaar is met akkers, natuurgebieden of bos.
Het loopkeveronderzoek maakt deel uit van een vijfjarig programma waarin de RUG de ontwikkeling van biodiversiteit in zonneparken onderzoekt, vanaf de aanleg tot jaren erna. Naast insecten worden ook vogels, vegetatie, kleine zoogdieren en bodemkwaliteit gemonitord. Eerdere rapportages lieten al zien dat bepaalde vogelsoorten profiteren van zonneparken, terwijl andere juist minder worden aangetroffen. Door verschillende soortgroepen te volgen, ontstaat een genuanceerd beeld van hoe zonneparken als leefgebied functioneren.
Zonneparken blijken een rijke voedingsbodem voor biodiversiteit. Dat concluderen onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) onder leiding van dr. ir. Raymond Klaassen, die binnen de faculteit Science & Engineering het meerjarige onderzoek naar de ecologische effecten van zonneparken aanstuurt. Hun nieuwste bevindingen laten zien dat zonneparken niet alleen andere soorten aantrekken dan agrarische gebieden, maar dat zij zich ontwikkelen tot een volledig nieuw type ecosysteem.
In het nieuwe tussentijdse rapport richt het onderzoeksteam zich op loopkevers. Deze insecten gelden als belangrijke indicatoren voor de kwaliteit van een ecosysteem. Omdat ze gevoelig zijn voor veranderingen in bodemstructuur, vocht, schaduw en vegetatie, geven ze snel inzicht in de ecologische condities van een gebied. Wanneer de samenstelling van loopkevers verandert, vertelt dat veel over de manier waarop een landschap ecologisch functioneert.
Uit de inventarisaties in zonneparken in Groningen en Drenthe blijkt dat loopkevers in grotere aantallen voorkomen dan in omliggende akkers. Vooral de zones met ruigere vegetatie, die als ecologische compensatie zijn aangelegd, blijken een belangrijke rol te spelen. Daar worden niet alleen meer insecten gevonden, maar ook andere soorten dan de typische ‘akkersoorten’ die kenmerkend zijn voor landbouwgronden.
Volgens Klaassen komt dat doordat zonneparken unieke omstandigheden creëren: meer schaduw en vocht onder de panelen, minder verstoring door landbouwmachines en grotere variatie in vegetatiestructuren. Dat leidt tot een soortencombinatie die in het Nederlandse landschap nauwelijks voorkomt. De onderzoekers spreken daarom van een nieuw type ecosysteem, dat niet vergelijkbaar is met akkers, natuurgebieden of bos.
Het loopkeveronderzoek maakt deel uit van een vijfjarig programma waarin de RUG de ontwikkeling van biodiversiteit in zonneparken onderzoekt, vanaf de aanleg tot jaren erna. Naast insecten worden ook vogels, vegetatie, kleine zoogdieren en bodemkwaliteit gemonitord. Eerdere rapportages lieten al zien dat bepaalde vogelsoorten profiteren van zonneparken, terwijl andere juist minder worden aangetroffen. Door verschillende soortgroepen te volgen, ontstaat een genuanceerd beeld van hoe zonneparken als leefgebied functioneren.
woensdag 18 februari 2026
48 zienswijzen ingediend voor Windpark Waterwolf
Provincie Noord-Holland heeft de periode afgesloten waarin mensen konden reageren op de plannen voor Windpark Waterwolf in Haarlemmermeer Zuid. In totaal zijn 48 reacties (zienswijzen) en 1 alternatief voorstel ingediend. De meeste reacties kwamen van bewoners. Ook bedrijven zoals Gasunie en ProRail, belangenorganisaties en de gemeente Haarlemmermeer hebben gereageerd.
In de zienswijzen gaat het vooral over de inpassing van het windpark in de omgeving, veiligheid in relatie tot infrastructuur en kabels en leidingen, het toepassen van de spelregels van de gemeente Haarlemmermeer en de invloed van Schiphol.
De provincie Noord-Holland bekijkt en beantwoordt alle zienswijzen zorgvuldig. Iedereen die een zienswijze heeft ingediend, krijgt persoonlijk bericht over het verdere proces. De verwachting is dat deze reacties eind februari 2026 worden verstuurd. Vragen die gaan over het milieueffectrapport (MER) worden, waar mogelijk, meegenomen in het vervolgonderzoek. Bij het ontwerp projectbesluit komt een document waarin per reactie staat wat ermee is gedaan en wat dit betekent voor het onderzoek naar de milieueffecten.
Windcoalitie Haarlemmermeer-Zuid is de initiatiefnemer van Windpark Waterwolf en wil met lokaal eigendom het Windpark realiseren. Voor dit plan wordt een milieueffectrapport (MER) gemaakt. De Commissie voor de milieueffectrapportage is positief over het onderzoeksvoorstel en adviseert om niet alleen te kijken naar effecten op het milieu, maar ook naar kansen voor natuur, landschap en het opwekken van duurzame energie. In het onderzoek worden verschillende mogelijkheden bekeken met vijf tot elf windturbines, met een hoogte tussen 125 en 217 meter.
In de zienswijzen gaat het vooral over de inpassing van het windpark in de omgeving, veiligheid in relatie tot infrastructuur en kabels en leidingen, het toepassen van de spelregels van de gemeente Haarlemmermeer en de invloed van Schiphol.
De provincie Noord-Holland bekijkt en beantwoordt alle zienswijzen zorgvuldig. Iedereen die een zienswijze heeft ingediend, krijgt persoonlijk bericht over het verdere proces. De verwachting is dat deze reacties eind februari 2026 worden verstuurd. Vragen die gaan over het milieueffectrapport (MER) worden, waar mogelijk, meegenomen in het vervolgonderzoek. Bij het ontwerp projectbesluit komt een document waarin per reactie staat wat ermee is gedaan en wat dit betekent voor het onderzoek naar de milieueffecten.
Windcoalitie Haarlemmermeer-Zuid is de initiatiefnemer van Windpark Waterwolf en wil met lokaal eigendom het Windpark realiseren. Voor dit plan wordt een milieueffectrapport (MER) gemaakt. De Commissie voor de milieueffectrapportage is positief over het onderzoeksvoorstel en adviseert om niet alleen te kijken naar effecten op het milieu, maar ook naar kansen voor natuur, landschap en het opwekken van duurzame energie. In het onderzoek worden verschillende mogelijkheden bekeken met vijf tot elf windturbines, met een hoogte tussen 125 en 217 meter.
Texelse Bierbrouwerij werkt aan duurzame warmtevoorziening
Texelse Bierbrouwerij en Suncom Energy overwegen een samenwerking om de brouwerij op Texel te voorzien van duurzame industriële warmte. Met de inzet van de Power to Heat-technologie en warmte-opslag van Suncom Energy wil Texelse Bierbrouwerij een belangrijk deel van het huidige fossiele gasverbruik vervangen, zonder concessies te doen aan kwaliteit of continuïteit van het brouwproces. Hernieuwbare warmte kan worden ingezet voor de productie van 180 °C verzadigde stoom, essentieel voor het brouwen van bier. De verwachte impact is aanzienlijk: 1.130 MWh hernieuwbare thermische energie per jaar, 170 ton CO₂-reductie per jaar en 78% reductie van gasverbruik.
Warmte speelt een belangrijke rol in het brouwproces. Tegelijk werkt Texelse Bierbrouwerij actief aan het verkleinen van haar ecologische voetafdruk en het toekomstbestendig maken van de brouwerij. “Als brouwerij zijn we sterk verbonden met het eiland, onze grondstoffen en ons vakmanschap,” aldus Bram Teeuwen, Brewery manager bij Texelse Bierbrouwerij. “Daar hoort ook bij dat we serieus kijken hoe we onze energievoorziening kunnen verduurzamen. Hernieuwbare warmte speelt hierin een sleutelrol.”
Door zonnewarmte, slimme elektrificatie en warmte-opslag te combineren, kan warmteproductie worden losgekoppeld van het moment van gebruik. Dat maakt het mogelijk om dag en nacht stabiele industriële warmte te leveren. Het project wordt ontwikkeld rond een SunFleet H300-systeem van Suncom Energy, afgestemd op het warmteprofiel en de locatie van de brouwerij. Het gaat hier om een geïntegreerd warmtesysteem waarin zonnewarmte, slimme elektrificatie en warmte-opslag samenkomen. De installatie voorziet in stoomproductie voor het brouwproces en sluit naadloos aan op de bestaande infrastructuur van de brouwerij. Dankzij intelligente aansturing kan de warmte efficiënt worden opgewekt, opgeslagen en ingezet wanneer dat nodig is.
Naast CO₂-reductie levert het project ook een bijdrage aan het verminderen van druk op het elektriciteitsnet. Met Power to Heat kan de brouwerij duurzame elektriciteit benutten op momenten van overvloed en deze omzetten in warmte voor later gebruik. “De industrie verbruikt drie keer zoveel warmte als elektriciteit,” zegt Henk Arntz, oprichter en directeur van Suncom Energy. “Warmte is de stille motor van onze economie. Als we warmte en elektriciteit slim verbinden, creëren we flexibiliteit én versnellen we de energietransitie.”
Voor Suncom Energy is het project op Texel opnieuw een voorbeeld van hoe duurzame industriële warmte in de praktijk kan worden toegepast. Voor Texelse Bierbrouwerij is het een concrete stap richting bierbrouwen met aanzienlijk minder fossiele energie – gemaakt met de zon. Eind 2025 maakte Suncom Energy ook een samenwerking bekend met Confiserie Napoleon, en snoepfabrikant uit Breskens.
Warmte speelt een belangrijke rol in het brouwproces. Tegelijk werkt Texelse Bierbrouwerij actief aan het verkleinen van haar ecologische voetafdruk en het toekomstbestendig maken van de brouwerij. “Als brouwerij zijn we sterk verbonden met het eiland, onze grondstoffen en ons vakmanschap,” aldus Bram Teeuwen, Brewery manager bij Texelse Bierbrouwerij. “Daar hoort ook bij dat we serieus kijken hoe we onze energievoorziening kunnen verduurzamen. Hernieuwbare warmte speelt hierin een sleutelrol.”
Door zonnewarmte, slimme elektrificatie en warmte-opslag te combineren, kan warmteproductie worden losgekoppeld van het moment van gebruik. Dat maakt het mogelijk om dag en nacht stabiele industriële warmte te leveren. Het project wordt ontwikkeld rond een SunFleet H300-systeem van Suncom Energy, afgestemd op het warmteprofiel en de locatie van de brouwerij. Het gaat hier om een geïntegreerd warmtesysteem waarin zonnewarmte, slimme elektrificatie en warmte-opslag samenkomen. De installatie voorziet in stoomproductie voor het brouwproces en sluit naadloos aan op de bestaande infrastructuur van de brouwerij. Dankzij intelligente aansturing kan de warmte efficiënt worden opgewekt, opgeslagen en ingezet wanneer dat nodig is.
Naast CO₂-reductie levert het project ook een bijdrage aan het verminderen van druk op het elektriciteitsnet. Met Power to Heat kan de brouwerij duurzame elektriciteit benutten op momenten van overvloed en deze omzetten in warmte voor later gebruik. “De industrie verbruikt drie keer zoveel warmte als elektriciteit,” zegt Henk Arntz, oprichter en directeur van Suncom Energy. “Warmte is de stille motor van onze economie. Als we warmte en elektriciteit slim verbinden, creëren we flexibiliteit én versnellen we de energietransitie.”
Voor Suncom Energy is het project op Texel opnieuw een voorbeeld van hoe duurzame industriële warmte in de praktijk kan worden toegepast. Voor Texelse Bierbrouwerij is het een concrete stap richting bierbrouwen met aanzienlijk minder fossiele energie – gemaakt met de zon. Eind 2025 maakte Suncom Energy ook een samenwerking bekend met Confiserie Napoleon, en snoepfabrikant uit Breskens.
dinsdag 17 februari 2026
Hergebruikte windturbinebladen presteren als volwaardig geluidsscherm
Een half jaar na de onthulling laat de Blade Barrier op de testlocatie van Rijkswaterstaat zien dat hergebruikte windturbinebladen een serieus circulair alternatief kunnen vormen voor traditionele geluidsschermen.
Uit de eerste meetresultaten blijkt dat het innovatieve scherm een vergelijkbare geluidsreductie behaalt als een standaard betonnen geluidsscherm.
De Blade Barrier werd op 2 juli 2025 onthuld als Nederlandse wereldprimeur: het eerste geluidsscherm dat is opgebouwd uit afgedankte windturbinebladen. De proefopstelling van 60 m lang ligt langs de A58 bij Oirschot en wordt tot eind 2026 gemonitord binnen InnovA58; de infraproeftuin van Rijkswaterstaat.
Evaluatie met wetenschappelijke modellen laat zien dat de Blade Barrier akoestisch vergelijkbaar is met een traditioneel geluidsscherm van ongeveer 3,3 m hoogte. Het geluidsonderzoek aan de Blade Barrier is uitgevoerd door de bedrijven M+P en Demcon, in opdracht van Rijkswaterstaat.
Rijkswaterstaat is positief verrast door de resultaten. Willem Jan van Vliet (expert geluidsmaatregelen): ‘Met het resultaat is de schermwerking van de Blade Barrier duidelijk geworden. Op basis daarvan weten we nu hoe het scherm kan worden gemodelleerd in een regulier onderzoek naar wegverkeersgeluid.'
Daarmee is nu een van de belangrijkste toetsingscriteria in hoofdlijnen aangetoond: de geluidsprestatie. Met de realisatie in juli 2025 is ook de maakbaarheid aangetoond. De monitoring loopt door tot eind 2026 waarbinnen de resultaten van de overige criteria (financiële impact, veiligheid & onderhoud en duurzaamheid) zullen volgen.
Circulair alternatief voor een groeiend afvalprobleem
De Blade Barrier is een initiatief van startup Blade-Made, dat zich richt op het hoogwaardig hergebruik van windturbinebladen uit ontmantelde windparken. Deze bladen zijn lastig te recyclen en vormen wereldwijd een groeiende afvalstroom.
Uit de eerste meetresultaten blijkt dat het innovatieve scherm een vergelijkbare geluidsreductie behaalt als een standaard betonnen geluidsscherm.
De Blade Barrier werd op 2 juli 2025 onthuld als Nederlandse wereldprimeur: het eerste geluidsscherm dat is opgebouwd uit afgedankte windturbinebladen. De proefopstelling van 60 m lang ligt langs de A58 bij Oirschot en wordt tot eind 2026 gemonitord binnen InnovA58; de infraproeftuin van Rijkswaterstaat.
Evaluatie met wetenschappelijke modellen laat zien dat de Blade Barrier akoestisch vergelijkbaar is met een traditioneel geluidsscherm van ongeveer 3,3 m hoogte. Het geluidsonderzoek aan de Blade Barrier is uitgevoerd door de bedrijven M+P en Demcon, in opdracht van Rijkswaterstaat.
Rijkswaterstaat is positief verrast door de resultaten. Willem Jan van Vliet (expert geluidsmaatregelen): ‘Met het resultaat is de schermwerking van de Blade Barrier duidelijk geworden. Op basis daarvan weten we nu hoe het scherm kan worden gemodelleerd in een regulier onderzoek naar wegverkeersgeluid.'
Daarmee is nu een van de belangrijkste toetsingscriteria in hoofdlijnen aangetoond: de geluidsprestatie. Met de realisatie in juli 2025 is ook de maakbaarheid aangetoond. De monitoring loopt door tot eind 2026 waarbinnen de resultaten van de overige criteria (financiële impact, veiligheid & onderhoud en duurzaamheid) zullen volgen.
Circulair alternatief voor een groeiend afvalprobleem
De Blade Barrier is een initiatief van startup Blade-Made, dat zich richt op het hoogwaardig hergebruik van windturbinebladen uit ontmantelde windparken. Deze bladen zijn lastig te recyclen en vormen wereldwijd een groeiende afvalstroom.
Opmeer zet stap richting kleine kerncentrale met Allseas
De gemeente Opmeer wil werk maken van de bouw van een kleine kerncentrale. Daarvoor wil zij een intentieovereenkomst sluiten met het maritieme bedrijf Allseas, dat een gasgekoelde hogetemperatuurreactor ontwikkelt.
De beoogde reactor krijgt een capaciteit van 25 megawatt. Opmeer heeft inmiddels een terrein van zeven hectare in eigen bezit aangewezen voor energieopwekking. Als alles volgens planning verloopt, zou de centrale rond 2030 operationeel kunnen zijn. Binnen de gemeente worden meerdere mogelijke locaties onderzocht.
Volgens projectleider Stephanie Heerema van Allseas is voor de bouw minder dan een hectare nodig; de reactor zelf beslaat ongeveer het oppervlak van een tennisveld. De installatie zou maximaal zestien meter hoog worden en ongeveer veertig jaar meegaan.
De gemeente en Allseas zijn volgens een woordvoerder een heel eind op streek. Het streven is om in het eerste kwartaal verdere afspraken vast te leggen. Allseas ontwikkelt de zogeheten Gen4-HTGR-reactor voor toepassing op zee én op land, onder meer voor industriële processen. Ook andere locaties in Nederland worden verkend.
Meerdere gemeenten tonen interesse in zogeheten small modular reactors (SMR’s), die continu elektriciteit kunnen leveren. Opmeer lijkt momenteel het verst in de planvorming. Ook Den Helder en industriegebied Agriport volgen de ontwikkelingen. In die regio kampen bedrijven met lange wachttijden voor een aansluiting op het overvolle stroomnet, terwijl er grote energieverbruikers zoals datacenters gevestigd zijn.
Naast lokale initiatieven werkt het Rijk aan plannen voor vier nieuwe grote kerncentrales. In Borssele staat nu de enige operationele centrale van Nederland, die sinds 1973 elektriciteit produceert. De levensduur daarvan is verlengd en een tweede centrale op dezelfde locatie wordt overwogen.
De beoogde reactor krijgt een capaciteit van 25 megawatt. Opmeer heeft inmiddels een terrein van zeven hectare in eigen bezit aangewezen voor energieopwekking. Als alles volgens planning verloopt, zou de centrale rond 2030 operationeel kunnen zijn. Binnen de gemeente worden meerdere mogelijke locaties onderzocht.
Volgens projectleider Stephanie Heerema van Allseas is voor de bouw minder dan een hectare nodig; de reactor zelf beslaat ongeveer het oppervlak van een tennisveld. De installatie zou maximaal zestien meter hoog worden en ongeveer veertig jaar meegaan.
De gemeente en Allseas zijn volgens een woordvoerder een heel eind op streek. Het streven is om in het eerste kwartaal verdere afspraken vast te leggen. Allseas ontwikkelt de zogeheten Gen4-HTGR-reactor voor toepassing op zee én op land, onder meer voor industriële processen. Ook andere locaties in Nederland worden verkend.
Meerdere gemeenten tonen interesse in zogeheten small modular reactors (SMR’s), die continu elektriciteit kunnen leveren. Opmeer lijkt momenteel het verst in de planvorming. Ook Den Helder en industriegebied Agriport volgen de ontwikkelingen. In die regio kampen bedrijven met lange wachttijden voor een aansluiting op het overvolle stroomnet, terwijl er grote energieverbruikers zoals datacenters gevestigd zijn.
Naast lokale initiatieven werkt het Rijk aan plannen voor vier nieuwe grote kerncentrales. In Borssele staat nu de enige operationele centrale van Nederland, die sinds 1973 elektriciteit produceert. De levensduur daarvan is verlengd en een tweede centrale op dezelfde locatie wordt overwogen.
Liander werkt samen met Gemeente Zuidplas en Stedin aan een toekomstbestendig elektriciteitsnet
Liander werkt samen met de gemeente Zuidplas en netbeheerder Stedin aan een toekomstbestendig elektriciteitsnet in Zuidplas. Op maandag 26 januari werd een samenwerkingsovereenkomst getekend. Het doel is het elektriciteitsnetwerk te versterken om te voldoen aan de toenemende vraag naar stroom.
De vraag naar elektriciteit neemt toe en is veel groter dan het bestaande elektriciteitsnet aankan. Steeds meer mensen koken elektrisch, rijden in een elektrische auto of gebruiken een warmtepomp. Ook leidt het zelf opwekken van duurzame stroom, de verduurzaming van bedrijven en opkomst van datacenters tot een grotere behoefte aan stroom. Uitbreiding en verzwaring van het elektriciteitsnet is daarom noodzakelijk voor het verbeteren van het netwerk voor duurzame energie en het mogelijk maken van de energietransitie. In de gemeente Zuidplas werken netbeheerders Stedin en Liander hierin samen met de gemeente.
Liander start in de komende jaren met het plaatsen van nieuwe elektriciteitshuisjes en het verzwaren van de elektriciteitskabels in de gemeente Zuidplas. De omvang van deze werkzaamheden is groot. Daarom is er gekozen voor een buurtaanpak. Dit betekent dat de werkzaamheden per dorp en voor een hele wijk in één keer worden uitgevoerd om zo efficiënt mogelijk te werken en de overlast voor bewoners zoveel mogelijk te beperken.
Met de uitbreiding van het elektriciteitsnet in de gemeente Zuidplas streeft de gemeente haar doelstellingen na om in de toekomst voldoende stroom te kunnen blijven bieden en in 2050 energieneutraal, aardgasvrij en klimaatbestendig te zijn. Wethouder Wybe Zijlstra legt uit: “De energietransitie is één van de grootste uitdagingen waar we als gemeente Zuidplas voor staan. Daarom is samenwerking met Stedin en Liander van groot belang. Door samen te werken kunnen we ervoor zorgen dat Zuidplas duurzaam blijft groeien, nu en voor de generaties die na ons komen.”
De vraag naar elektriciteit neemt toe en is veel groter dan het bestaande elektriciteitsnet aankan. Steeds meer mensen koken elektrisch, rijden in een elektrische auto of gebruiken een warmtepomp. Ook leidt het zelf opwekken van duurzame stroom, de verduurzaming van bedrijven en opkomst van datacenters tot een grotere behoefte aan stroom. Uitbreiding en verzwaring van het elektriciteitsnet is daarom noodzakelijk voor het verbeteren van het netwerk voor duurzame energie en het mogelijk maken van de energietransitie. In de gemeente Zuidplas werken netbeheerders Stedin en Liander hierin samen met de gemeente.
Liander start in de komende jaren met het plaatsen van nieuwe elektriciteitshuisjes en het verzwaren van de elektriciteitskabels in de gemeente Zuidplas. De omvang van deze werkzaamheden is groot. Daarom is er gekozen voor een buurtaanpak. Dit betekent dat de werkzaamheden per dorp en voor een hele wijk in één keer worden uitgevoerd om zo efficiënt mogelijk te werken en de overlast voor bewoners zoveel mogelijk te beperken.
Met de uitbreiding van het elektriciteitsnet in de gemeente Zuidplas streeft de gemeente haar doelstellingen na om in de toekomst voldoende stroom te kunnen blijven bieden en in 2050 energieneutraal, aardgasvrij en klimaatbestendig te zijn. Wethouder Wybe Zijlstra legt uit: “De energietransitie is één van de grootste uitdagingen waar we als gemeente Zuidplas voor staan. Daarom is samenwerking met Stedin en Liander van groot belang. Door samen te werken kunnen we ervoor zorgen dat Zuidplas duurzaam blijft groeien, nu en voor de generaties die na ons komen.”
maandag 16 februari 2026
Meer kennis over energie levert voordeel op voor de portemonnee
Veel Nederlanders hebben onvoldoende inzicht of verkeerde opvattingen over energieverbruik in huis. Dat kan ervoor zorgen dat huishoudens geld laten liggen. Denk aan een hogere energierekening doordat je cv-ketel te warm staat afgesteld, tot niet-duurzame investeringen in je woning. Om de kennis van Nederlanders op een laagdrempelige manier te vergroten en de energierekening betaalbaar te houden, lanceert Vattenfall vandaag het Nationaal Energie-Examen.
De eerste resultaten van het examen laten zien dat aanvullende kennis welkom is. Hoewel net iets meer dan de helft van de deelnemers een voldoende scoort, zijn er opvallende verschillen per onderwerp. De basiskennis over verwarmen en de opbouw van de energierekening zit bij de meeste mensen wel goed. Effectief verduurzamen en inschatten wat apparaten nu écht verbruiken, blijkt voor velen nog vaak nog gissen. En dat biedt kansen. Want juist op die vlakken kan extra kennis helpen om direct te besparen op je energieverbruik en zo financieel voordeel te behalen.
Hoe lastig we het vinden om ons daadwerkelijke stroomverbruik in te schatten, blijkt wel uit één van de instinkers in het examen. Zo weet zeven op de tien Nederlanders niet wat meer stroom verbruikt op jaarbasis: elke dag drie uur gamen op een spelcomputer of jaarlijks tweehonderd keer de wasmachine laten draaien. Tegen de verwachting in verbruikt de fanatieke gamer aanzienlijk meer stroom. Naast waardevolle bespaartips bevat het examen ook verrassende feitjes, bijvoorbeeld over hoeveel stroom een enkele omwenteling van een windmolen produceert en hoeveel wassen je hiervan kunt draaien.
Wouter Wolfswinkel, energie-expert bij Vattenfall: “We stampen op school jaartallen en formules, maar niemand vertelt ons precies hoe een energierekening in elkaar zit of wat de impact is van de apparatuur die we dagelijks gebruiken. Terwijl die kennis direct invloed heeft op je portemonnee en bovendien helpt bij het vereenvoudigen van de energietransitie.”
Op energie-examen.nl kan iedereen vanaf 29 januari (gratis) de kennis testen. Na afloop weet je welk energietype je bent en op welke onderwerpen nog winst te behalen valt.
De eerste resultaten van het examen laten zien dat aanvullende kennis welkom is. Hoewel net iets meer dan de helft van de deelnemers een voldoende scoort, zijn er opvallende verschillen per onderwerp. De basiskennis over verwarmen en de opbouw van de energierekening zit bij de meeste mensen wel goed. Effectief verduurzamen en inschatten wat apparaten nu écht verbruiken, blijkt voor velen nog vaak nog gissen. En dat biedt kansen. Want juist op die vlakken kan extra kennis helpen om direct te besparen op je energieverbruik en zo financieel voordeel te behalen.
Hoe lastig we het vinden om ons daadwerkelijke stroomverbruik in te schatten, blijkt wel uit één van de instinkers in het examen. Zo weet zeven op de tien Nederlanders niet wat meer stroom verbruikt op jaarbasis: elke dag drie uur gamen op een spelcomputer of jaarlijks tweehonderd keer de wasmachine laten draaien. Tegen de verwachting in verbruikt de fanatieke gamer aanzienlijk meer stroom. Naast waardevolle bespaartips bevat het examen ook verrassende feitjes, bijvoorbeeld over hoeveel stroom een enkele omwenteling van een windmolen produceert en hoeveel wassen je hiervan kunt draaien.
Wouter Wolfswinkel, energie-expert bij Vattenfall: “We stampen op school jaartallen en formules, maar niemand vertelt ons precies hoe een energierekening in elkaar zit of wat de impact is van de apparatuur die we dagelijks gebruiken. Terwijl die kennis direct invloed heeft op je portemonnee en bovendien helpt bij het vereenvoudigen van de energietransitie.”
Op energie-examen.nl kan iedereen vanaf 29 januari (gratis) de kennis testen. Na afloop weet je welk energietype je bent en op welke onderwerpen nog winst te behalen valt.
Ore Energy voltooit door de EU gefinancierde meerdaagse energieopslagpilot bij EDF in Frankrijk
Ore Energy, de in Nederland gevestigde ontwikkelaar van ijzer-luchtbatterijen voor langetermijnenergieopslag (LDES), heeft de succesvolle afronding aangekondigd van een netgekoppelde technische pilot van zijn 100-uurs ijzer-lucht energieopslagsysteem bij EDF Lab les Renardières in Écuelles (Frankrijk). De pilot werd uitgevoerd in het kader van het Storage Research Infrastructure Eco-System (“StoRIES”)-programma.
Volgens Ore Energy is dit de eerste pilot in Europa waarbij een ijzer-lucht LDES-systeem is geëvalueerd in een realistische utiliteitsomgeving. De resultaten tonen aan dat de technologie in staat is om energieopslag over meerdere dagen te leveren onder praktijkomstandigheden. Als onderdeel van de door StoRIES ondersteunde pilot heeft Ore Energy zijn modulaire ijzer-luchtbatterijsysteem ingezet om operationele gegevens te verzamelen onder realistische netcondities. Het systeem bleek energie te kunnen opslaan en ontladen gedurende ongeveer vier dagen (100 uur).
Gedurende meerdere maanden werd het systeem getest onder wisselende belastingprofielen en seizoensomstandigheden, met als doel het laad- en ontlaadgedrag, de reactiesnelheid van het systeem en de integratie met gangbare methoden voor netbeheer te evalueren. De via deze pilot verzamelde technische data dragen bij aan de bredere StoRIES-doelstelling om opties voor langetermijnenergieopslag te beoordelen die geschikt zijn voor meerdaagse balancering van hernieuwbare energie.
“Met deze pilot konden we de prestaties van ijzer-luchtopslag evalueren onder Europese operationele profielen en reële netomstandigheden,” zegt Aytaç Yilmaz, medeoprichter en CEO van Ore Energy. “De data die via StoRIES zijn gegenereerd, geven ons waardevolle inzichten in hoe meerdaagse opslag zich gedraagt in een utiliteitsomgeving. Dit helpt ons de technologie verder te verfijnen en de mogelijke rol ervan naast andere opslagoplossingen beter te begrijpen.”
De systemen van Ore Energy zijn ontworpen om de opslag en distributie van hernieuwbare energie te maximaliseren en zo de betrouwbaarheid van het elektriciteitsnet kosteneffectief te ondersteunen tijdens langere perioden zonder wind of zon.
Het ijzer-luchtsysteem maakt uitsluitend gebruik van ijzer, lucht en water om een omkeerbaar oxidatieproces aan te drijven. Tijdens het laden zet overtollige hernieuwbare elektriciteit ijzeroxide (roest) om in metallisch ijzer, waardoor energie tot vier dagen wordt opgeslagen in een stabiele vaste vorm. Tijdens het ontladen oxideert het ijzer opnieuw door blootstelling aan zuurstof en water, waarbij elektrische energie vrijkomt terwijl het weer ‘roest’.
Omdat ijzer-luchtsystemen uitsluitend gebruikmaken van veilige en overvloedig beschikbare grondstoffen – zonder zeldzame aardmetalen of kritieke mineralen – maken zij een volledig Europese toeleveringsketen mogelijk, van productie tot einde levensduur. Het grootschalige systeem van Ore Energy zal gebruikmaken van modulaire containers van 40 voet, die elk meerdere megawatturen aan meerdaagse energieopslag kunnen leveren.
Volgens Ore Energy is dit de eerste pilot in Europa waarbij een ijzer-lucht LDES-systeem is geëvalueerd in een realistische utiliteitsomgeving. De resultaten tonen aan dat de technologie in staat is om energieopslag over meerdere dagen te leveren onder praktijkomstandigheden. Als onderdeel van de door StoRIES ondersteunde pilot heeft Ore Energy zijn modulaire ijzer-luchtbatterijsysteem ingezet om operationele gegevens te verzamelen onder realistische netcondities. Het systeem bleek energie te kunnen opslaan en ontladen gedurende ongeveer vier dagen (100 uur).
Gedurende meerdere maanden werd het systeem getest onder wisselende belastingprofielen en seizoensomstandigheden, met als doel het laad- en ontlaadgedrag, de reactiesnelheid van het systeem en de integratie met gangbare methoden voor netbeheer te evalueren. De via deze pilot verzamelde technische data dragen bij aan de bredere StoRIES-doelstelling om opties voor langetermijnenergieopslag te beoordelen die geschikt zijn voor meerdaagse balancering van hernieuwbare energie.
“Met deze pilot konden we de prestaties van ijzer-luchtopslag evalueren onder Europese operationele profielen en reële netomstandigheden,” zegt Aytaç Yilmaz, medeoprichter en CEO van Ore Energy. “De data die via StoRIES zijn gegenereerd, geven ons waardevolle inzichten in hoe meerdaagse opslag zich gedraagt in een utiliteitsomgeving. Dit helpt ons de technologie verder te verfijnen en de mogelijke rol ervan naast andere opslagoplossingen beter te begrijpen.”
De systemen van Ore Energy zijn ontworpen om de opslag en distributie van hernieuwbare energie te maximaliseren en zo de betrouwbaarheid van het elektriciteitsnet kosteneffectief te ondersteunen tijdens langere perioden zonder wind of zon.
Het ijzer-luchtsysteem maakt uitsluitend gebruik van ijzer, lucht en water om een omkeerbaar oxidatieproces aan te drijven. Tijdens het laden zet overtollige hernieuwbare elektriciteit ijzeroxide (roest) om in metallisch ijzer, waardoor energie tot vier dagen wordt opgeslagen in een stabiele vaste vorm. Tijdens het ontladen oxideert het ijzer opnieuw door blootstelling aan zuurstof en water, waarbij elektrische energie vrijkomt terwijl het weer ‘roest’.
Omdat ijzer-luchtsystemen uitsluitend gebruikmaken van veilige en overvloedig beschikbare grondstoffen – zonder zeldzame aardmetalen of kritieke mineralen – maken zij een volledig Europese toeleveringsketen mogelijk, van productie tot einde levensduur. Het grootschalige systeem van Ore Energy zal gebruikmaken van modulaire containers van 40 voet, die elk meerdere megawatturen aan meerdaagse energieopslag kunnen leveren.





























