Pagina's
donderdag 23 april 2026
Nationaal Warmtefonds publiceert jaarverslag 2025: recordbedrag van 506 miljoen euro verstrekt
Ondanks een dalende marktvraag naar zonnepanelen bleef de behoefte aan financiering in 2025 onverminderd groot, met name voor isolatie. Ruim de helft (54%) van de particuliere aanvragers maakte gebruik van de 0%-rentelening voor huishoudens met een inkomen tot € 60.000. Ook bereikte het fonds doelgroepen die elders moeilijk financiering kunnen krijgen. Het aantal leningen aan 75-plussers steeg met 17% en 129 woningeigenaren met een negatieve BKR-registratie konden hun woning met hulp van Nationaal Warmtefonds toch verduurzamen.
Ook de verduurzaming van appartementsgebouwen kreeg in 2025 een flinke impuls. Het fonds verstrekte voor 232 miljoen euro aan VvE-leningen, een stijging van 35% ten opzichte van het voorgaande jaar. Hiermee werden bijna 11.000 woningeigenaren binnen een VvE geholpen. In juli 2025 lanceerde het fonds de VvE Ledenlening. Met deze regeling financiert Nationaal Warmtefonds de gestegen maandelijkse VvE-bijdrage voor minder draagkrachtige VvE-leden. Dit verlaagt de drempel voor VvE’s om verduurzamingsprojecten te starten.
2025 markeerde ook de overgang van Nationaal Warmtefonds naar een zelfstandige uitvoeringsorganisatie. Door de overname van de activiteiten van Polestar Bemiddeling B.V. voert het fonds nu alle werkzaamheden in eigen beheer uit vanuit het nieuwe kantoor in Hilversum.
Voor 2026 staat de lancering van de Subsidielening gepland. Hiermee kunnen woningeigenaren subsidies (zoals de ISDE) direct voorfinancieren via het fonds, zodat zij het bedrag niet zelf voor hoeven te schieten. Ook wordt gewerkt aan een specifieke VvE Onderhoudslening, waarbij noodzakelijk groot onderhoud gecombineerd kan worden met verduurzaming.
Electra snellaadstation in Veenendaal markeert snelle groei in Nederland
Het 100e snellaadpunt bij The Wave langs de A12 bij Veenendaal werd feestelijk geopend door Louis-Charles Mosseray, General Manager Benelux Electra, Baerte de Brey, Vice-President E-mobility Europe, en Marco Verloop, wethouder van de gemeente Veenendaal.
Electra is sinds 2024 actief in Nederland, met de steun van pensioenfonds PGGM als grootste aandeelhouder, en heeft grote ambities voor de uitrol van hoogwaardige snellaadpunten in ons land.
Dankzij de plaatsing van geavanceerde batterijsystemen bij de locaties weet Electra de huidige netcongestie succesvol te omzeilen. Door energie lokaal op te slaan in geavanceerde batterijsystemen, fungeert het laadstation als een buffer: de batterij laadt op tijdens rustige momenten en ontlaadt op piektijden. Dit stelt auto’s in staat om op maximale snelheid te laden zonder het elektriciteitsnet te overbelasten.
Meerdere locaties zijn inmiddels uitgerust met deze systemen, die in combinatie met lokale zonne-energie bewijzen dat ultrasnel laden en een stabiel stroomnet perfect samengaan. Dit is een waardevolle oplossing voor heel Nederland, en voor Veenendaal in het bijzonder vanwege de tijdelijke aansluitstop in regio Utrecht.
Naast technische innovatie zet Electra in op dialoog. Door nauw samen te werken met beleidsmakers en netbeheerders, neemt het bedrijf de drempels voor elektrisch rijden stapsgewijs weg.
Netcongestie is een structurele uitdaging die vraagt om samenhangende keuzes
Nederland elektrificeert al een aantal jaar in een hoog tempo. Bedrijven verduurzamen, we stappen over op warmtepompen elektrisch vervoer en we wekken steeds meer duurzame energie op. De opwek en het verbruik van elektriciteit zijn zelden op dezelfde locatie of op hetzelfde moment. Dat maakt dat we steeds meer van onze elektriciteitsnetten zijn gaan vragen: soms voeden we véél elektriciteit op vele plekken in het land op het elektriciteitsnet in, en weer op andere momenten vragen we veel elektriciteit van datzelfde net terug.
Daarmee groeit ook de vraag naar transportcapaciteit op het elektriciteitsnet. Om aan die groeiende vraag te voldoen bouwen netbeheerders op volle kracht aan nieuwe elektriciteitsstations, breiden zij bestaande stations uit en leggen zij vele kilometers kabels aan. Netbeheerders bouwen sneller dan ooit, maar het huidige tempo blijkt nog onvoldoende om de groeiende vraag bij te houden. De tijdelijke aansluitpauze in het FGU-gebied onderstreept de alsmaar toenemende urgentie van de problematiek.
Netbeheerders voeren de uitvoering jaarlijks op. Tegelijkertijd beperken vergunningen, ruimte en tekorten aan mensen en materialen grotendeels het tempo. Netbeheerders pleiten daarom voor het tijdig aanwijzen van locaties voor energie-infrastructuur, en daarop Rijksregie te organiseren.
Een piekgedreven elektriciteitssysteem is onnodig duur. Beter benutten van het net is noodzakelijk om kosten te beperken en sneller ruimte te creëren. Een beter benut net is daarom ook een betaalbaarder net: meer gebruikers delen de kosten en investeringen kunnen efficiënter plaatsvinden. Netbeheerders benadrukken daarom dat flexibiliteit aantrekkelijker moet worden gemaakt, voor zowel kleinverbruikers als grootverbruikers. Netbewuste nieuwbouw (nieuwe woonwijken met zo laag mogelijke netimpact) moet de norm worden.
De oplossing voor netcongestie ligt niet alleen in elektriciteit. Het energiesysteem van de toekomst is een combinatie van elektriciteit, warmte, waterstof en groen gas.
Netcongestie is een structurele uitdaging die vraagt om samenhangende keuzes. Door sneller te bouwen, het net beter te benutten en te sturen op een integraal energiesysteem, houden we energie betaalbaar, betrouwbaar en beschikbaar voor huishoudens en bedrijven. Beter benutten van het net en netbewuste maatregelen zijn structureel nodig voor wonen, werken en weerbaarheid.
Netbeheerders nemen hierin hun verantwoordelijkheid en blijven investeren. Tegelijkertijd kunnen wij deze opgave niet alleen realiseren. Samenwerking met overheden en marktpartijen is cruciaal om de noodzakelijke doorbraak in vergunningsverlening, ruimtereservering en tekorten in mensen en materialen te bereiken.
Energie-Nederland positief over uitspraak CBb redelijk rendement warmteleveranciers
Daarbij moet volgens het CBb, en de onafhankelijke deskundigen, rekening worden gehouden met het asymmetrisch reguleringsrisico waar warmtebedrijven mee te maken hebben. Hun winst is namelijk gemaximeerd, maar als ze verlies lijden, is dat volledig voor hun eigen rekening. Dit maakt investeren risicovol en rechtvaardigt dat warmtebedrijven een iets hogere vergoeding krijgen voor dat risico.
Het CBb erkent ook dat warmtebedrijven sterk van elkaar verschillen, en verder ook van grote beursgenoteerde bedrijven. Ze zijn vaak kleiner en anders georganiseerd dan die grote bedrijven. Daardoor zijn warmtebedrijven onderling niet goed met elkaar te vergelijken en niet met grote bedrijven. Ook deze verschillen moeten worden meegewogen bij het vaststellen van een redelijk rendement via een opslag op het eigen vermogen van 1 procentpunt.
Deze uitspraak moet worden gezien in het licht van de huidige financiële situatie in de warmtesector. Die is namelijk zorgelijk. Uit cijfers van de ACM blijkt dat de gemiddelde opbrengst voor warmtebedrijven zelfs negatief is: –0,4% tegenover een redelijk rendement van ca. 7%. Veel bedrijven verdienen dus helemaal geen redelijk rendement. Dat betekent dat warmtebedrijven niet of nauwelijks kunnen investeren in opschaling en verduurzaming van warmtenetten.
De uitspraak van het CBb helpt om het kader te verduidelijken, maar is op zichzelf niet genoeg om de sector financieel gezond te maken. Daarvoor is ook aanvullend beleid van het Rijk nodig, zodat investeringen in warmtenetten daadwerkelijk van de grond kunnen komen.
woensdag 22 april 2026
Bedrijven kunnen weer subsidie voor flexibel elektriciteitsverbruik aanvragen
In veel regio’s is het elektriciteitsnet overbelast (netcongestie). Netbeheerders plaatsen aanvragen voor nieuwe of zwaardere aansluitingen of een verhoging van het gecontracteerde vermogen binnen de bestaande aansluiting op een wachtlijst. De Flex-e subsidie kan een oplossing bieden. Door elektriciteit slimmer te gebruiken, benutten bedrijven hun bestaande aansluiting beter. Zo ontstaat ruimte om te groeien of te verduurzamen binnen het huidige contract.
Alle bedrijven met een grootverbruikaansluiting kunnen nu de subsidie aanvragen. Dit zijn bedrijven met een elektriciteitsaansluiting die groter is dan 3x80 ampère. Bij de vorige openstelling kwamen alleen bedrijven met een gecontracteerd transportvermogen van 100 kW of meer in aanmerking voor subsidie. Ook bedrijven die op het laagspanningsnet zijn aangesloten, kunnen nu subsidie aanvragen. Huurders zonder eigen aansluit- en transportovereenkomst (ATO) komen niet meer in aanmerking voor deze subsidie. De eigenaar van hun pand met de ATO kan mogelijk wel subsidie aanvragen.
Het totale budget voor de subsidie is ruim 30 miljoen. De subsidie bestaat uit 3 onderdelen. Het budget per subsidieonderdeel past nu beter bij wat bedrijven nodig hebben. Dit jaar is er minder geld voor de flexibiliteitsscan. Het budget is verschoven naar de flexibiliteitsmaatregelen met de meeste aanvragen vorig jaar.
Het budget en subsidiepercentage verschillen per onderdeel:
Voor de flexibiliteitsscan en haalbaarheidsstudie blijft het subsidiepercentage gelijk: bedrijven ontvangen tot 50% van de kosten. Het beschikbare budget is 4 miljoen voor de scan en 8,8 miljoen voor studie.
Voor de flexibiliteitsmaatregelen is het subsidiepercentage verhoogd van 35% naar maximaal 40%. Het budget is verdeeld in 2 groepen: 6,5 miljoen voor maatregelen tot 100 kW en 9,7 miljoen voor maatregelen van 100 kW of meer.
Geen contract meer nodig voor sommige maatregelen
Er zijn nu twee groepen met maatregelen voor flexibel elektriciteitsverbruik waarvoor bedrijven subsidie kunnen krijgen. In de eerste groep zitten maatregelen die samen minder dan 100 kW vermogen afnemen van het elektriciteitsnet. Daarvoor hebben bedrijven geen congestiemanagementcontract met hun netbeheerder nodig. Dit contract aanvragen kost veel tijd. Omdat dit nu niet nodig is, is het voor kleinere bedrijven makkelijker om maatregelen te nemen. In de tweede groep zitten maatregelen die samen 100 kW of meer afnemen van het elektriciteitsnet. Hiervoor hebben bedrijven nog steeds een congestiemanagementcontract met hun netbeheerder nodig. In zo’n contract staat hoeveel elektriciteit zij op verschillende momenten mogen gebruiken.
Aansluitstop stroomnet Flevopolder-Gelderland-Utrecht grotendeels voorkomen door stevige maatregelen
Staatssecretaris de Bat: “We hebben de afgelopen maanden alles uit de kast getrokken om een volledige aansluitstop te voorkomen. De maatschappelijke gevolgen van zo’n stop zijn enorm, onder meer voor de woningbouw. Daarom hebben we bewust ook meer ingrijpende maatregelen afgewogen. Het is positief dat we door de intensieve samenwerking een volledige aansluitstop voor nu hebben voorkomen en bekende grootschalige woningbouwprojecten overal door kunnen gaan. Tegelijkertijd blijft de pauze in Utrecht een zeer ongewenste boodschap en zijn we ons allemaal bewust hoe ingrijpend de pauze is voor mensen en ondernemers. We zijn bovendien nog niet uit de gevarenzone en de situatie op het stroomnet blijft onze volle aandacht vragen.”
Het stroomnet loopt met name in de regio FGU tegen de grenzen aan. Ondanks de forse investeringen van de netbeheerders, groeit de vraag naar ruimte op het stroomnet (tijdens piekmomenten) sneller dan de netbeheerders het net kunnen uitbreiden. De situatie op het stroomnet blijft ook met de genomen maatregelen kwetsbaar. De netbeheerders en overheid blijven daarom voortvarend doorwerken met deze aanpak.
Een van de maateregelen om een volledige aansluitsop te voorkomen is het ‘opknippen’ van het stroomnet in 5 gebieden. Daarmee wordt het mogelijk om preciezer en effectiever in te grijpen. Met het opknippen én de acties is een aansluitstop in 4 van de 5 gebieden voor nu voorkomen en kunnen woningen en bedrijven met maatschappelijke prioriteit aangesloten blijven worden.
In een deel van de provincie Utrecht is helaas wel een tijdelijke pauze nodig. Ondanks de maatregelen komt de betrouwbaarheid van het stroomnet hier te veel onder druk te staan. Dat betekent dat aanvragen voor een nieuwe of zwaardere aansluiting hier ook voor consumenten op een wachtlijst komen te staan. Afhankelijk van de situatie kan een zwaardere aansluiting bijvoorbeeld nodig zijn voor de installatie van een warmtepomp. De precieze invulling van de pauze wordt de komende tijd uitgewerkt. In alle gebieden (inclusief Utrecht) is ruimte gecreëerd om geplande en bij de netbeheerder aangemelde woningbouwprojecten aan te sluiten.
De landelijke en regionale overheden en netbeheerders hebben de afgelopen maanden intensief samengewerkt om te zorgen dat het mogelijk blijft om nieuwe woningen aan te sluiten en tegelijkertijd het stroomnet veilig te houden. Ook de toezichthouder ACM was hierbij betrokken. De partijen hebben onder andere afgesproken:
Het stroomnet in Utrecht wordt 2 jaar eerder uitgebreid. Overheden en netbeheerders hebben hier afspraken over gemaakt en deze projecten krijgen voorrang bij de inzet van mensen en materialen.
De netbeheerders gaan meer contracten sluiten met bedrijven om minder stroom te gebruiken als het druk is op het stroomnet.
De aannames die in de ‘rekenmachine’ over toekomstige vraag naar ruimte op het stroomnet gaan hebben grote invloed op de uitkomsten. De overheden en netbeheerders hebben afgesproken die aannames aan te scherpen zonder onnodig conservatief rekenen.
Huishoudens in de FGU regio kunnen vanaf komende zomer worden benaderd door hun energieleverancier met een aanbod voor een vergoeding om zware apparaten zoals warmtepompen, thuisbatterijen of laadpalen minder te gebruiken tijdens piekmomenten.
De netbeheerders gaan zo snel mogelijk uitwerken wat de exacte gevolgen zijn van de tijdelijke pauze in een deel van Utrecht.
De situatie in FGU is en blijft kwetsbaar. De betrokken partijen blijven keihard werken om het stroomnet betrouwbaar te houden en meer ruimte vrij te maken voor nieuwe aansluitingen. In oktober zal er weer worden bekeken of, en zo ja hoeveel, ruimte er per 1 januari 2027 kan worden vrijgegeven. De overheid en netbeheerders blijven de situatie daarom nauwlettend monitoren en werken aan oplossingen.
dinsdag 21 april 2026
Grote verschillen laaddruk tussen gemeenten en provincies
De laaddruk in een gemeente wordt bepaald door het aantal stekkerauto’s (elektrische auto’s en plug-in hybrides) dat in een gemeente gemiddeld één (semi)publiek laadpunt moet delen. De laaddruk verschilt sterk per gemeente.
Gemeenten die er positief uitspringen zijn Sluis (1,6), Loon op Zand (2,6), Nieuwegein (2,7), Amsterdam (2,7) en Rotterdam (2,7). De lage laaddruk in Sluis is te verklaren door het toerisme: er zijn relatief veel laadpunten voor het aantal inwoners met een stekkerauto.
Aan de andere kant van het spectrum staan gemeenten als Blaricum, Pekela, Dantumadiel, Laren en Wijk bij Duurstede. Daar moeten 22 tot 31 stekkerauto’s gemiddeld één laadpunt delen. Voor inwoners zonder eigen laadmogelijkheid betekent dit wachten, plannen en frustratie bij de laadpaal.
Op provincieniveau zijn de verschillen minder extreem, maar nog steeds duidelijk zichtbaar. Zeeland scoort het best met gemiddeld 4,2 stekkerauto’s per laadpunt, gevolgd door Zuid-Holland (4,5) en Noord-Holland (5,4). Ook hier speelt toerisme een rol: in Zeeland zorgt de seizoensvraag voor een ruim aanbod aan laadinfrastructuur.
Aan de andere kant staan Friesland (8,8) en Drenthe (8,0), waar de uitrol van laadpunten nog niet gelijke tred houdt met het groeiende aantal stekkerauto’s. Flevoland (7,7) volgt daar kort achter. Het landelijk gemiddelde ligt rond de 6 stekkerauto’s per laadpunt. Het volledige overzicht van alle gemeenten en provincies is hier te vinden.
Meer geld voor regio’s met aansluitingen windparken op zee
Elke regio bepaalt zelf op welke wijze de investeringen worden ingezet voor het welzijn van bewoners. Zo is een aantal projecten al zichtbaar dat met geld uit de eerste ronde in 2024 is gerealiseerd.
De aansluiting van de windparken op zee heeft impact op land door de bouw van de benodigde infrastructuur. Daarom werkt het Rijk samen met medeoverheden door te investeren in de leefkwaliteit van de 5 regio’s. Elke regio heeft hiervoor een plan gemaakt met concrete projecten.
De aansluiting op het elektriciteitsnet gebeurt via kabels. Voor de windparken op zee zijn plekken nodig om deze verbindingen tussen zee en land mogelijk te maken. Dit gebeurt in Noord-Nederland (Eemshaven), Zeeland (Borsele), Rotterdam (Maasvlakte), het Noordzeekanaalgebied en omgeving Moerdijk en Geertruidenberg.
Met gebiedsinvesteringen wil het Rijk samen met de regio’s de leefomgeving op die plekken versterken. Nederland wordt hiermee welvarender, schoner en minder afhankelijk van andere landen.
maandag 20 april 2026
NVDE: Goede eerste stappen om regisseur te worden in plaats van speelbal
Het kabinet neemt een aantal maatregelen om de weerbaarheid van Nederland te vergroten via energiebesparing en verduurzaming. Ongeveer de helft van de 1 miljard euro wordt gericht besteed aan het minder afhankelijk worden van energie-import. Extra geld voor het Nationaal Warmtefonds, energiefixers, verduurzaming van VVE’s en het inruilen van een brandstofauto voor een elektrische helpen huishoudens structureel minder afhankelijk te worden van dure en onzekere fossiele energie. Laten we zorgen dat we structureel fit en gezond zijn met oranje-groene energie, reageert Olof van der Gaag, voorzitter van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE).
Ook is het positief dat niet wordt gekozen voor brede generieke maatregelen die de afhankelijkheid van geïmporteerde fossiele brandstoffen in stand houden. Daarmee erkent het kabinet impliciet wat het echte probleem is: onze kwetsbaarheid door fossiele afhankelijkheid. ‘Het kabinet denkt de goede kant op en biedt medicijnen tegen onze energieafhankelijkheid. Dat smaakt naar meer: laten we zorgen dat we structureel fit en gezond zijn met oranje-groene energie’, reageert Olof van der Gaag, voorzitter van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE).
‘De energierekening van Nederlanders is een speelbal van de wereldpolitiek. We zijn veel te afhankelijk van fossiele energie uit regio’s waar instabiliteit eerder regel dan uitzondering is. Oranje-groene energie van eigen bodem helpt ons de baas te worden over onze energiekosten en maakt ons weerbaar en onafhankelijk. Oranje-groene energie hoeft niet door de Straat van Hormuz’, zegt Van der Gaag.
Dit is hét moment om onze energieafhankelijkheid structureel te doorbreken. Zolang Nederland blijft leunen op aardgas, benzine en diesel uit het buitenland, blijven huishoudens en bedrijven blootgesteld aan geopolitieke spanningen en grillige prijzen. De oplossing ligt binnen handbereik, uitstel maak Nederland kwetsbaarder. Door versneld over te schakelen naar oranje-groene energie van eigen bodem - zoals wind, zon, duurzame warmte en duurzame gassen - kan Nederland de regie terugpakken over zijn eigen energiesysteem. Bouw een energiesysteem dat ons beschermt, in plaats van te blijven reageren op fossiele prijsschokken.
De NVDE liet recent zien dat we in vijf jaar tijd tien miljard kuub aardgas kunnen besparen. Help huishoudens en bedrijven over te stappen van duur en instabiel aardgas, benzine en diesel naar duurzame energie. Grootschalige woningisolatie, juist in wijken met energiearmoede, biedt gezinnen structurele zekerheid. Ook kan de overstap naar elektrisch rijden sneller, en kunnen energieprojecten binnen bestaande regels tot 75 procent sneller worden gerealiseerd, zoals onderzoek van Arcadis aantoont.
PostNL plaatst eerste pakketautomaten op zonne-energie
De eerste vijf automaten worden geplaatst in Friesland op locaties waar de nieuwe technologie uitkomst biedt, onder meer in Leeuwarden, Drachten en op Terschelling.
PostNL testte eerder al met pakketautomaten op zonne-energie en ontwikkelde deze de afgelopen tijd verder. De nieuwe generatie verbruikt minder energie en slaat de opgewekte energie op via een batterij, waardoor de automaten ook ’s nachts, in de winter en bij weinig zon betrouwbaar blijven. Doordat een vaste stroomaansluiting niet meer nodig is, vervallen wachttijden en vergunningstrajecten voor kabelaanleg.
PostNL breidt de komende periode het aantal pakketautomaten op zonne-energie verder uit naar meerdere locaties.
Onderzoek toont aan: we kunnen stroomnet tot 30% meer belasten dan gedacht
Volgens DNV kan het zwaarder belasten van het hoogspanningsnetin theorie 10 tot maximaal 30% extra ruimte opleveren. Door technische beperkingen en lokale omstandigheden zal dit potentieel niet overal volledig benut kunnen worden, maar de onderzoekers stellen nadrukkelijk dat het wel degelijk extra aansluitingen mogelijk maakt.
“Deze uitkomst biedt een unieke kans om sneller te verduurzamen, mits we het net slimmer en met meer lef benutten. Het is tijd dat we het potentieel van ons stroomnet volledig benutten om de energietransitie te versnellen”, aldus Lisanne Saes, branchespecialist netinfrastructuur Holland Solar en NedZero
Het Nederlandse elektriciteitsnet is zeer betrouwbaar: de leveringszekerheid bedraagt 99,99997%. Om dit hoge niveau te garanderen, wordt het net bewust ruim ontworpen en gebruikt. In de praktijk is gemiddeld slechts ongeveer 60% van de totale netcapaciteit beschikbaar voor normaal gebruik; de overige 40% wordt aangehouden als reserve om storingen en onderhoud zonder onderbrekingen op te vangen.
Hierdoor ligt het daadwerkelijke gebruik van het net relatief laag. Op piekmomenten wordt momenteel ongeveer 53% van de totale capaciteit benut. Buiten deze pieken is de belasting nog lager en ligt het gemiddelde rond de 30%. Dit laat zien dat het elektriciteitsnet niet alleen zeer betrouwbaar is, maar dat er ook grote verschillen zijn tussen het gebruik tijdens piekmomenten en daarbuiten.
In de uitvraag van het Kabinet voor het onderzoek wordt benadrukt dat netcongestie de economische groei, de energietransitie, de woningbouwopgave en andere maatschappelijke ontwikkelingen remt. De bruto maatschappelijke kosten worden geraamd op circa 40 miljard euro per jaar.
Tegelijkertijd groeit de wachtrij voor nieuwe en uitbreidende aansluitingen nog steeds. Veel zonne- en windprojecten zijn klaar om gerealiseerd te worden, maar kunnen simpelweg niet worden aangesloten.
Elke maand vertraging betekent gemiste duurzame opwek voor Nederland en daarmee hogere energiekosten, omdat de energie uit het buitenland geïmporteerd moet worden.
“Het onderzoek legt bloot dat we aan de ene kant enorme maatschappelijke schade accepteren door congestie, terwijl we aan de andere kant vasthouden aan een bijna absolute betrouwbaarheid,” zegt Lisanne Saes. “Dit onderzoek zou ertoe moeten lijden dat netbeheerders die voorzichtigheid loslaten.”
'Europese batterijsector in het vizier van investeerders'
Duurzame energie speelt een sleutelrol in het bereiken van energie-onafhankelijkheid. Grote batterijen zijn daarbij onmisbaar, omdat ze vraag en productie in balans kunnen brengen en netstabiliteit waarborgen. De Hek verwacht dat Nederland en andere overheden dit segment versneld zullen gaan ondersteunen. “We zien die verwachting ook bij investeerders, en signaleren een duidelijke toename van interesse in transacties in deze sector”, aldus De Hek.
De grootste kansen liggen niet zozeer in batterijproductie. China loopt daarin ver voorop. Maar Europa is daarmee niet uitgespeeld, stelt De Hek. “China is sterk in massaproductie. Maar Europese bedrijven kunnen specifieke oplossingen op maat bieden en hebben op verschillende vlakken een voorsprong. De waarde zit steeds minder in de cel maar meer in het systeem eromheen, denk aan software, research, energiebeheer, installatie en onderhoud.”
Het conflict in het Midden-Oosten versnelt een trend die er al was, meent De Hek. “We zien een duidelijke M&A-trend waarmee bedrijven schaalgrootte proberen te winnen, en investeerders die aangetrokken worden door de goede groeivooruitzichten.” Waar China inzet op schaal en kostprijsleiderschap, zet Europa in op software, systeemintegratie en slimme energieoplossingen. Dat is een direct gevolg van de energietransitie, waarin flexibiliteit en netstabiliteit steeds belangrijker worden, meent De Hek.
Die verschuiving is duidelijk zichtbaar, meent Oaklins Nederland, expert in (inter)nationale fusies en overnames, financieringen, waarderingen en kapitaalmarkttransacties. Het zwaartepunt in de sector komt meer te liggen op Battery Energy Storage Systems (BESS), Energy Management Systems (EMS) en geïntegreerde opslagoplossingen. De Hek: “Juist daar worden de hoogste marges gerealiseerd. Investeerders waarderen softwaregedreven en grid-geïntegreerde bedrijven structureel hoger dan traditionele producenten van batterijcellen.”
Binnen Europa neemt Nederland een opvallende koploperspositie in, gedreven door noodzaak. De acute netcongestie heeft bedrijven gedwongen om versneld oplossingen te ontwikkelen voor energieopslag en -beheer, stelt De Hek. “Die voorsprong begint zich nu uit te betalen. Nederland loopt voorop in oplossingen voor netcongestie,” zegt De Hek. “Die kennis kunnen we straks bovendien exporteren, omdat andere landen dezelfde problemen krijgen.”
Bedrijven die nu nog vooral in Nederland actief zijn, bereiden zich voor op internationale groei. Door vroeg ervaring op te doen in een overbelaste markt, hebben ze een voorsprong opgebouwd die moeilijk in te halen is. Opvallend is dat de Europese batterijmarkt blijft groeien, ondanks politieke tegenwind uit de Verenigde Staten. Dat kan op termijn zelfs een strategisch voordeel opleveren. “Als het beleid in de VS weer draait, moeten zij opnieuw beginnen. Dan lopen ze achter in technologie en kennis.”
Rijswijk zet grote stap naar aardgasvrij wonen: warmtenet haalbaar voor Stervoorde en Hoekpolder
De wijken Stervoorde en Hoekpolder lopen vooruit op de rest van Rijswijk West. Vanaf 2028 worden hier stap voor stap de eerste 2.500 woningen voorbereid op de nieuwe warmtevoorziening. Deze eerste fase vormt de basis voor verdere aansluitingen in Rijswijk West, met als doel om richting 2040 door te groeien naar ongeveer 10.000 woningen. De plannen sluiten aan bij het Warmteprogramma Rijswijk 2025, waarin is vastgelegd waar en wanneer in Rijswijk wordt gewerkt aan een toekomst zonder aardgas.
Wethouder Mark Wit is blij met de overeenkomst: “Rijswijk kiest voor een toekomst zonder aardgas. Met het warmtenet maken we die stap voor veel woningen haalbaar en betaalbaar. Daarin zijn de afspraken met corporaties en HVC een belangrijke mijlpaal. We blijven doorwerken tot er voor alle woningeigenaren een oplossing is en er dus ook een aantrekkelijk aanbod ligt voor particulieren. Wij kunnen in Rijswijk een grote stap zetten in de afname van CO2-uitstoot en afhankelijkheid van aardgas dus we zullen het Rijk blijven aanspreken op stevigere subsidiëring.”
De huurwoningen van Vidomes en Rijswijk Wonen worden aangesloten zodra bewoners hiermee akkoord gaan. Daarmee staat een zorgvuldige aanpak centraal, waarbij bewoners goed worden meegenomen.
“De overstap naar het warmtenet zorgt ervoor dat onze bewoners niet afhankelijk zijn van aardgas en kunnen rekenen op een duurzame warmtebron.” Aldus Aniel Ramawadh (Directeur Vidomes).
'De overstap naar een warmtenet is een grote verandering, maar vooral een betrouwbare en toekomstige bestendige keuze, waarbij de corporatie haar verantwoordelijkheid neemt om het samen met en voor de bewoner goed, eerlijk en betrouwbaar te regelen. Het mes snijdt daarbij aan veel kanten: we gaan van het gas af, geothermie biedt een duurzaam, groen alternatief en we bieden een betaalbare, veilige en comfortabele oplossing. We volgen onze koers: stap voor stap naar woningen die gezond, toekomstbestendig en betaalbaar zijn. Dat doen we zorgvuldig, mét en voor onze bewoners.' vertelt Rob van den Broeke (directeur-bestuurder Rijswijk Wonen).
Met de samenwerkingsovereenkomst spreken de gemeente, woningcorporaties en HVC hun gezamenlijke inzet uit. De gemeente voert de regie en zorgt voor communicatie, HVC is verantwoordelijk voor aanleg, beheer en levering van warmte en de corporaties zorgen voor goed voorbereide woningen en geïnformeerde huurders.
vrijdag 17 april 2026
Groot deel TU Delft Campus schakelt over op aardwarmte
En dat is een belangrijke ontwikkeling, zeker als je bedenkt dat in Europa bijna de helft van de totale energievraag naar het verwarmen en koelen van huizen, kantoren en industriële processen gaat. De energietransitie is daarmee net zo goed een warmtetransitie.
Met het project Geothermie Delft levert Delft een bijzondere bijdrage aan deze transitie. Op het eigen campusterrein realiseerden TU Delft, Gaia Energy en EBN een aardwarmtebron op twee kilometer diepte, die duurzame warmte uit de ondergrond pompt.
Eerst wordt er warmte geleverd aan de gebouwen op TU Delft Campus én aan een drietal studentencomplexen (van DUWO) op en rond het campusterrein. Later in het jaar staan de wijken Voorhof en Buitenhof op de planning om aangesloten te worden op het gloednieuwe warmtenet. Hoe en wanneer dát precies zal gebeuren, wordt nauwkeurig bijgehouden op deze website.
Volgens Hester Bijl, rector magnificus van TU Delft, is de ingebruikname van de bron een enorme stap richting een toekomstbestendige, klimaatneutrale campus én gemeente.
Dit project begon in 2007 met een idee van Delftse studenten die zich in een kroeg afvroegen of we onze eigen campus met aardwarmte konden verwarmen. Jaren van engineering en samenwerking later staat hier, midden in de stad, een werkende aardwarmtebron. We verduurzamen onze campus en omliggende wijken, doen onderzoek twee kilometer onder onze eigen universiteit én leiden hier studenten op die leren hoe je de energietransitie in de praktijk vormgeeft. Dat dit hier lukt, is geen toeval. Het is wat er gebeurt wanneer publieke en private partijen samen verantwoordelijkheid nemen én volhouden.
Kabinet erkent noodzaak verdere uitrol wind, zon en batterijopslag midden in energiecrisis
De begeleidende brief van het kabinet bevat daarnaast een aantal maatschappelijk gewenste keuzes over de inrichting van het toekomstige energiesysteem. Holland Solar en NedZero zijn blij dat de minister het belang van hernieuwbaar op land erkent midden in de huidige energiecrisis.
De Kamerbrief laat ook zien dat verdere groei van hernieuwbare energie op land allerminst vanzelfsprekend is. Het hogere streefdoel van 55 TWh voor 2030 raakt uit zicht. Daarmee komt niet alleen de voortgang van de energietransitie onder druk te staan, maar ook de betaalbaarheid en leveringszekerheid van het energiesysteem.
De Kamerbrief zet terecht in op verdere groei van hernieuwbare energie op land. Die groei is nodig om het energiesysteem betaalbaar, schoon en minder afhankelijk van import te maken. Wind- en zonne-energie op land zijn de goedkoopste vormen van nieuwe elektriciteitsopwek. Juist nu de uitrol van wind op land stagneert en de groei van zonne-energie afvlakt, is versnelling nodig.
In het rapport van CE Delft en Generation Energy wordt een mix van toepassingen geadviseerd, met onder meer wind op land bij bedrijventerreinen, repowering van bestaande projecten en zon op dak. Daarmee wordt de opgave gekoppeld aan een gerichtere invulling van ruimte en het koppelen van opwek en verbruik. Tegelijkertijd hebben we als Nederland niet de luxe om bepaalde toepassingen uit te sluiten, zoals zonneparken op land. Deze kunnen bijdragen aan andere maatschappelijke behoeftes, zoals natuurherstel. In het rapport van CE Delft en Generation Energy wordt (zonvolgende) Agri-PV in het bijzonder genoemd als een slimme keuze.
Holland Solar en NedZero roepen het kabinet op om deze keuzes op korte termijn te vertalen in ambitieuze opwekdoelen voor 2040 en concreet beleid om die te bereiken. Zonder duidelijke randvoorwaarden, ruimtelijke sturing en passende instrumenten blijven noodzakelijke projecten steken. Voor verdere groei van wind op land, zon op dak en land, opslag en flexibiliteit is consistent beleid nodig, met duidelijke keuzes en een doelgerichte uitvoering.
TenneT kiest voorkeurslocatie voor nieuwe elektriciteitsstation
Het nieuwe station is nodig omdat we steeds meer stroom gebruiken en opwekken. Dit geldt ook voor het westelijk havengebied, gemeente Amsterdam en de gemeente Haarlemmermeer. Als het huidige systeem niet wordt verzwaard, blijft het elektriciteitsnet verstopt. Dit noemen we netcongestie. Er is dan niet voldoende stroom voor het vergroten of maken van nieuwe aansluitingen voor de uitbreiding of verduurzaming van bedrijven. Op lange termijn kan dat ook problemen vormen voor het aansluiten van huizen.
TenneT sluit het nieuwe station op verschillende manieren aan op het bestaande elektriciteitsnet. Via hoogspanningsmasten en -lijnen wordt het station verbonden met de bestaande stroomverbinding tussen Beverwijk-Vijfhuizen. En met ondergrondse kabels sluiten we het station aan op de elektriciteitsstations Waarderpolder, Hofmanweg en Westpoort.
Volgens TenneT is ‘locatie 2’ de beste optie, omdat deze goed aansluit bij de bedrijvigheid in de haven. Daarnaast ligt dit stuk grond een stuk hoger dan de meeste andere locaties. Hiermee is de impact op de omgeving, natuur en landschap beperkt. Ook kan TenneT het station op deze plek sneller realiseren dan bij de andere onderzochte locaties. De keuze voor locatie 2 sluit ook goed aan bij de toekomstige ontwikkeling van de Houtrakpolder, zoals de plannen voor waterberging, natuur of mogelijk havenactiviteiten.
donderdag 16 april 2026
Deelauto’s als buurtbatterij kunnen gemeenten miljoenen opleveren
Een deelauto die ook stroom teruglevert aan het elektriciteitsnet kan over tien jaar bijna twee keer zoveel maatschappelijke waarde genereren als een deelauto zonder die bidirectionele laadcapaciteit. Dat blijkt uit een onafhankelijk onderzoek naar de maatschappelijke baten van deelauto’s door Haskoning, in opdracht van MyWheels. In voorbeeldstad Utrecht zouden de brede welvaartsbaten van 2.000 deelauto’s kunnen oplopen tot 11 miljoen euro over 10 jaar. Is de helft van deze vloot bidirectioneel, dan kan dat onder de juiste condities nog eens tot 8 miljoen euro extra opleveren.
Utrecht telt momenteel ongeveer 1.000 deelauto’s, waarvan 170 Renault 5’s van MyWheels nu al bidirectioneel kunnen laden. Deze technologie, genaamd Vehicle-to-Grid (V2G), is vorig jaar in samenwerking met We Drive Solar geïntroduceerd in Utrecht en maakt het niet alleen mogelijk om een elektrische auto op te laden, maar ook om via de batterij stroom terug te leveren aan het elektriciteitsnet. Het Haskoning-onderzoek rekende de maatschappelijke impact door van een scenario waarin 1.000 extra V2G-deelauto’s worden geplaatst in Utrecht.
Het onderzoek belicht de bijdrage van V2G-deelauto’s aan het verminderen van de netcongestie. In Utrecht bestaat op dit moment een wachtrij van 63 tot 72 megawatt (MW) aan gevraagd afnamevermogen. De 1.000 V2G-deelauto’s kunnen in 2027 al 3,7 MW aan flexibel vermogen terugleveren. In de komende 10 jaar gaat het om 35.000 MWh aan stroom tijdens piekuren.
Naarmate huishoudens verduurzamen met warmtepompen, zonnepanelen en elektrische auto’s neemt de vraag naar stroom in woonwijken sterk toe, met name tijdens de avondpiek. V2G-deelauto's kunnen precies op die momenten als buffer fungeren door overdag opgeslagen groene stroom terug te leveren aan het net. Daarmee helpen V2G-deelauto’s de energietransitie in gebiedsontwikkelingen en bestaande wijken op gang te houden. Indien alle mogelijke teruggeleverde stroom tijdens deze piekuren volledig ten goede komt aan de verduurzaming van bestaande woningbouw, kan de maatschappelijke waarde van de 1.000 V2G-deelauto’s oplopen tot zo’n 8 miljoen euro.
Het onderzoek laat zien dat één deelauto in Utrecht gemiddeld 7,1 privéauto's vervangt. Opgeteld over de volledige vloot en een periode van tien jaar komt daarmee ruim 120.000 vierkante meter parkeerruimte vrij, vergelijkbaar met bijna 17 voetbalvelden. De maatschappelijke waarde van deze vrijgekomen ruimte bedraagt circa 8,5 miljoen euro.
Door de verschuiving van privéauto’s naar elektrische deelauto’s bespaart Utrecht over tien jaar meer dan 14.000 ton CO₂. Ook de uitstoot van fijnstof (PM2,5 en PM10) en stikstofoxiden (NOx) neemt meetbaar af, waarmee de luchtkwaliteit verbetert. Dit kan tot 2 miljoen euro aan maatschappelijke klimaatbaten opleveren. De V2G-technologie biedt een bijkomend milieuvoordeel: door het terugleveren van stroom kan in totaal meer dan 1.200 ton CO₂ extra worden bespaard. De besparing van ruim 15.000 ton CO₂ staat gelijk aan de uitstoot van ongeveer 130 miljoen autokilometers op fossiele brandstof.
“Bij Haskoning verbinden we de energie- en mobiliteitstransitie aan concrete ruimtelijke keuzes. Op basis van onze onderzoeken laten we hier onder meer zien welke impact deelauto’s hebben op het terugdringen van parkeerdruk. Het besparen van 120.000m2, omgerekend 8.000 parkeerplaatsen, betekent meer ruimte voor woningbouw, groen en leefkwaliteit. Daarmee kunnen maatschappelijke uitdagingen worden gerealiseerd, waaronder de woningbouwopgave,” zegt Hannah Habekotté van Haskoning.
“Dit onderzoek bevestigt het enorme potentieel van V2G-deelauto's als oplossing voor een aantal urgente maatschappelijke uitdagingen. Deelauto's die bidirectioneel laden dragen tegelijkertijd bij aan de mobiliteits- en de energietransitie. Door de druk op het stroomnet te verlichten kunnen bedrijven weer op het net worden aangesloten en kan een bijdrage worden geleverd aan het vlottrekken van de woningbouwopgave. V2G-deelauto's geven de economie letterlijk meer lucht,” zegt Laurens van de Vijver, CEO van MyWheels.
Nieuwe distributieruimtes aangekomen op Ameland
Liander werkt samen met de gemeente en andere partijen aan een ingrijpende uitbreiding van het elektriciteitsnet op het eiland. Gisteravond arriveerden zeven zogenoemde distributieruimtes op Ameland. Elk van deze installaties is zo groot als een zeecontainer en weegt ongeveer 47.000 kilo. Ze werden vorige week woensdag in Rotterdam geladen en zijn per schip naar Ameland gebracht. Daar zijn ze met een grote kraan gelost. Diepladers transporteren de distributieruimtes naar hun tijdelijke locatie op het strand nabij vliegveld Ballum. Van daaruit worden ze deze week nog naar de definitieve locaties vervoerd.
De werkzaamheden vinden plaats binnen een korte tijdspanne. Dat is nodig om de inzet van zwaar materieel efficiënt te houden, de planning van andere werkzaamheden aan de kade niet te verstoren en overlast voor bewoners, ondernemers en bezoekers te beperken. Ook is rekening gehouden met het naderende toeristenseizoen en het reguliere veerverkeer.
De distributieruimtes worden geplaatst op vier locaties op Ameland-Oost en drie op Ameland-West. Ze vormen samen met nieuwe kabelverbindingen twee 20kV-ringen. De komende jaren volgt de aanleg van elektriciteitskabels en op termijn de bouw van een nieuw regelstation bij Ballum. Pas wanneer deze onderdelen gereed zijn, kunnen de nieuwe installaties volledig worden aangesloten op het elektriciteitsnet.
Bij de locatiekeuze en uitvoering is uitgebreid onderzoek gedaan naar technische haalbaarheid, ecologie en archeologie. Ameland ligt in een uniek natuurgebied en daar is in elke stap van de voorbereiding en uitvoering rekening mee gehouden.
Liander werkt voor deze operatie samen met onder meer de gemeente Ameland, Rijkswaterstaat, veerdiensten, Staatsbosbeheer, Wetterskip Fryslân, Vitens en lokale ondernemers. Door het net in één keer te versterken, wordt Ameland voorbereid op verdere verduurzaming, met op termijn ruimte voor duurzame opwek, ondernemerschap en toekomstbestendig wonen.
Provincie zet volgende stap naar Warmtebedrijf Drenthe Overijssel
Vanaf 2027 moeten warmtenetten in handen zijn van bedrijven met een meerderheid van de overheid. Daardoor zijn commerciële partijen gestopt met nieuwe projecten, terwijl de vraag naar warmtenetten juist groeit.
Gemeenten bepalen waar warmtenetten komen, maar hebben vaak extra hulp nodig. Daarom werken we samen met de provincie Drenthe, Energiebeheer Nederland en regionale netbeheerders. Overijssel kiest voor een voorzichtige start. Voor de eerste tien jaar stelt zij maximaal 32 miljoen euro beschikbaar. Daarna volgt een evaluatie en besluiten Provinciale Staten over het vervolg.
Provinciale Staten hebben besloten om 3 miljoen euro beschikbaar te stellen voor het herstellen en versterken van bestaande bossen in Overijssel. Daarnaast wordt een resterend budget van €687.500 toegevoegd aan dit bedrag. Dit geld wordt gebruikt om bossen beter bestand te maken tegen droogte, onder andere door water langer vast te houden in de bodem.
Met deze investering wil de provincie uitvoering geven aan de Bossenstrategie Overijssel en blijven werken aan klimaatdoelen. Omdat er op dit moment weinig geld beschikbaar is vanuit het Rijk en Europa, neemt de provincie zelf het initiatief. Gezonde en sterke bossen zijn belangrijk voor natuur, klimaat en de leefomgeving van inwoners, nu en in de toekomst.
Provinciale Staten hebben kennisgenomen van het Rekenkamerrapport Oost-Nederland over grondstrategie. In het rapport staat dat grond een steeds belangrijkere rol speelt bij grote opgaven in de provincie, zoals woningbouw, energie, natuur en water. Omdat de ruimte schaars is en de opgaven steeds complexer worden, is het belangrijk dat de provincie duidelijke keuzes maakt in het gebruik van grond en bijbehorende instrumenten.
De Rekenkamer ziet kansen om doelen beter te bereiken door een meer samenhangende aanpak. Dit betekent dat de provincie beleidsterreinen beter op elkaar afstemt en duidelijke prioriteiten stelt. Provinciale Staten hebben Gedeputeerde Staten gevraagd om met de aanbevelingen uit het rapport aan de slag te gaan en zo de inzet van grond in de toekomst te verbeteren.
Op initiatief van ChristenUnie en GroenLinks hebben Provinciale Staten daarbij, door middel van een unaniem gesteund amendement, een extra tussenstap toegevoegd: Gedeputeerde Staten wordt gevraagd eerst te onderzoeken hoe integrale grondstrategieën kunnen bijdragen aan de maatschappelijke opgaven waar de provincie voor staat, en dit met Provinciale Staten te bespreken.
woensdag 15 april 2026
Eerste gevolgen van vol stroomnet in Enexis-gebied
Rutger van der Leeuw, CEO van Enexis: “Het beeld kan ontstaan dat er niets meer kan op het stroomnet, maar dat is niet zo. We sluiten elke dag nieuwe klanten aan en werken aan de grootste uitbreiding van ons net ooit. Tegelijk moeten we eerlijk zijn: op een paar plekken zit het net nu al vol en zijn we aangewezen op uitbreiding en slimme oplossingen voordat er weer nieuwe ruimte ontstaat.”,
Alle netbeheerders, waaronder Enexis, passen hun werkwijze aan het nieuwe maatschappelijk prioriteringskader van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) aan. Dat kader bepaalt in welke volgorde klanten in congestiegebieden transportcapaciteit krijgen: niet de grootte van de aansluiting is leidend, maar het maatschappelijk doel ervan. Voorzieningen met een groot maatschappelijk belang kunnen voorrang krijgen via een prioriteringsverzoek bij de netbeheerder.
Tot 1 juli 2026 reserveren netbeheerders nog capaciteit voor toekomstige kleinverbruikers (zoals woningbouw, mkb en laadpalen) en worden nieuwe kleinverbruikaansluitingen en -verzwaringen ingepast zolang er ruimte is. Vanaf 1 juli 2026 verandert dit:
Er wordt geen capaciteit meer gereserveerd voor toekomstige groei van kleinverbruikers.
In congestiegebieden komen alle nieuwe aanvragen – klein- én grootverbruik – op een wachtlijst.
Capaciteit die vrijkomt, wordt toegekend op volgorde van de wachtlijst en volgens het maatschappelijk prioriteringskader van de ACM.
In de zeven kritieke netdelen komt na 1 juli 2026 géén extra capaciteit beschikbaar uit de huidige reserveringen voor kleinverbruikers. Dit betekent dat nieuwe of zwaardere kleinverbruik aansluitingen (zoals woningen, mkb of laadpalen) en grootverbuikaansluitingen daar voorlopig alleen mogelijk zijn als het net fysiek wordt uitgebreid of er ruimte wordt vrijgemaakt door middel van flex-oplossingen. In totaal had Enexis afgelopen winter 22 kritieke netdelen. In de overige 15 kritieke netdelen is geen daadwerkelijke overbelasting gemeten. Daar – en in de overige delen van het net – onderzoekt Enexis nog of en hoeveel capaciteit er mogelijk wél kan vrijkomen.
De komende maanden rekent Enexis alle stroomnetten opnieuw door en herijkt zij samen met TenneT de congestiemanagmentonderzoeken. Daarmee wordt per gebied zo nauwkeurig mogelijk bepaald waar ruimte uit reserveringen kan vrijkomen en waar niet. De resultaten worden in het najaar van 2026 verwacht. Dan kan Enexis gerichter per regio communiceren over de beschikbare capaciteit en de te verwachten wachttijden voor klanten. Rutger van der Leeuw, CEO Enexis: “We begrijpen heel goed dat klanten behoefte hebben aan duidelijkheid en voorspelbaarheid. Zodra de nieuwe analyses gereed zijn, komen we met gebiedsgerichte informatie. Tot die tijd doen we er alles aan om het net betrouwbaar en veilig te houden en zo veel mogelijk klanten aan te sluiten.”
Gemeenten Heemskerk en Beverwijk zetten stappen in onderzoek naar warmtenet in twee wijken
Het onderzoek richt zich op Beverwijk-Noord en de Componisten- en Schrijversbuurt in Heemskerk. In deze wijken lijken mogelijkheden te zijn voor een gezamenlijke warmtevoorziening. Een warmtenet is een netwerk van leidingen onder de grond dat woningen verwarmt met warm water uit een duurzame bron, zoals restwarmte van bedrijven of aardwarmte. Bewoners gebruiken dan geen aardgas meer om hun woning te verwarmen. Dit draagt bij aan minder uitstoot en minder druk op het elektriciteitsnet.
De woningcorporaties Woonopmaat en Pré Wonen zijn betrokken in dit onderzoek, omdat zij veel huurwoningen bezitten in de te onderzoeken wijken. Zij kijken mee naar de mogelijkheden voor hun huurders en naar de betaalbaarheid voor bewoners. Samenwerking tussen gemeenten, corporaties en het warmtebedrijf is nodig om goed te kunnen beoordelen of een warmtenet hier mogelijk is.
De komende maanden wordt onderzocht of een warmtenet technisch mogelijk is. Ook wordt gekeken naar de kosten van de aanleg, de energierekening van inwoners, beschikbaarheid van duurzame warmtebronnen en naar de organisatie van het project. Voor de gemeenten en bewoners betekent een warmtenet een extra mogelijkheid om aardgasvrij te worden. Andere (individuele) oplossingen, zoals een warmtepomp, blijven mogelijk. Betaalbaarheid en betrouwbaarheid zijn belangrijke voorwaarden bij de afweging.
Wethouder Suzanne Klaassen van Beverwijk noemt het onderzoek een belangrijke stap. “We willen zorgvuldig onderzoeken of dit voor deze wijken een toekomstbestendige en betaalbare oplossing kan zijn. Pas daarna nemen we een besluit.”
Ook wethouder Piet Burgering van Heemskerk benadrukt het proces. “De overstap naar aardgasvrij wonen vraagt om goede keuzes. Met dit onderzoek brengen we helder in kaart wat mogelijk is en wat dat betekent voor inwoners.”
De resultaten van het haalbaarheidsonderzoek worden eind 2026 verwacht. Op basis daarvan besluiten de gemeenten of zij doorgaan met verdere uitwerking van de plannen. Inwoners worden gedurende het proces geïnformeerd via de websites van de gemeenten. Ondertussen kunnen bewoners zelf al stappen zetten om hun woning energiezuiniger te maken, bijvoorbeeld door isolatie of elektrisch koken. Dat zorgt vaak direct voor meer comfort en lagere energiekosten.
Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) zal de komende periode een marktconsultatie uitvoeren om de regeling verder vorm te geven.
Holland Solar blij met opvolger SDE++
"Het is duidelijk dat het ministerie oog heeft voor de marktomstandigheden waarin we grootschalige zonne-energie moeten ontwikkelen in Nederland", aldus Nold Jaeger, Directeur Beleid Holland Solar.
In de brief is aangekondigd dat er in de opvolger van de SDE++ regeling voor zon en wind, de Contract for Difference (CfD)-regeling, voor grootschalige zonprojecten een oplossing gevonden gaat worden voor het toenemende aantal kwartieren met negatieve elektriciteitsprijzen. Het kabinet heeft aangekondigd dat ze voornemens zijn om voor die periodes een gedeeltelijke compensatie te bieden met als uitgangspunt dat de businesscase van projecten overeind blijft.
“Het hoge aantal kwartieren met negatieve elektriciteitsprijzen vormt al geruime tijd een grote uitdaging voor de zonne-energiesector. Deze situatie ontstond doordat de elektrificatie en flexibilisering van de vraagkant achterbleven, waardoor het energiesysteem zich wat scheef heeft ontwikkeld”, aldus Jaeger. De aankondiging biedt nu meer investeringszekerheid en is essentieel voor de verdere ontwikkeling van grootschalige zonne-energieprojecten in Nederland.
De branchevereniging benadrukt dat elektrificatie en flexibilisering van de vraagkant noodzakelijk blijven om negatieve prijsuren structureel te beperken en de integratie van duurzame energie verder te verbeteren. Alleen door het energiesysteem als geheel verregaand te elektrificeren kunnen we onze afhankelijkheid van het buitenland minimaliseren en zo veel mogelijk van een nieuw energiesysteem gaan profiteren.
Het is goed dat Minister Van Veldhoven ruimte biedt in de regeling om de Power Purchase Agreement (PPA) markt te stimuleren. Zo komt er een carve out, waarbij een deel van de productiecapaciteit niet wordt meegenomen in het CfD-contract. Een Power Purchase Agreement (PPA) is een stroomafnameovereenkomst tussen twee partijen, een elektriciteitsproducent en een afnemer hiervan, zoals een elektriciteitsverbruiker of handelaar. Om uiteindelijk naar een subsidievrije groene elektriciteitsvoorziening te gaan zijn PPA’s essentieel voor de financiering van nieuw aanbod van wind- en zonnestroom.
Holland Solar verwelkomt tevens de inflatiecorrectie die het kabinet wil invoeren bij zon op land- en waterprojecten. Door toepassing van de inflatiecorrectie wordt meer risico afgedekt voor de projectontwikkelaar, doordat onverwachtse prijsstijgingen worden opgevangen. Voor zonprojecten op daken is er geen inflatiecorrectie door de kortere realisatietermijn.
Grootschalige zonne-energieprojecten zijn van cruciaal belang voor het leveren van schone en betaalbare energie van eigen bodem. Samen met energieopslag en windenergie kunnen deze projecten bovendien helpen bij het tegengaan van afnamecongestie, een knelpunt dat momenteel ruim 14.000 bedrijven belemmert bij hun aansluiting op het elektriciteitsnet.
dinsdag 14 april 2026
IEA: volgende fase energietransitie draait om industrie, grondstoffen en ketens
Het knelpunt voor wind zit nu vooral in de industrie erachter. Windturbines kosten in Europa en de Verenigde Staten gemiddeld rond 1 miljoen dollar per MW, tegenover ongeveer 280.000 dollar in China. Bij windbladen komt ongeveer 75% van het kostenverschil met China voort uit hogere arbeidskosten, terwijl energie daar volgens het IEA nauwelijks een rol speelt.
Dat laat zien dat innovatie alleen niet genoeg is. Ook produceren in Europa moet betaalbaarder en concurrerender worden.
Ook de afhankelijkheid van kritieke materialen is een zwakke plek. De verwerking van zeldzame aardmetalen voor onder meer magneten in windturbines is sterk geconcentreerd in China. Recente exportbeperkingen hebben die kwetsbaarheid extra zichtbaar gemaakt.
Volgens het IEA ligt een deel van de oplossing in slimmere ketensamenwerking. Productie in Europa, gecombineerd met componenten uit India, kan het kostennadeel ten opzichte van China aanzienlijk verkleinen. Zo kunnen kosten omlaag en afhankelijkheden beter worden gespreid.
Voor opslag is het nieuwe inzicht vooral hoe groot de afhankelijkheid inmiddels is. China is volgens het IEA in de batterijketen goed voor 60 tot 85% van de productiecapaciteit, en bij sommige stappen zelfs voor meer dan 95%. Een verstoring van Chinese batterij-export kan volgens het rapport direct grote economische gevolgen hebben, waarbij Europa hard geraakt zou worden.
Volgens het IEA ligt de oplossing in het spreiden van de keten. Dat betekent: niet alleen meer batterijfabrieken bouwen in Europa, maar vooral ook de productie van cruciale tussenstappen buiten China opbouwen, samen met partnerlanden. Ook innovatie en recycling kunnen helpen om die afhankelijkheid op termijn te verkleinen.
Rode lampen Windpark N33 grotendeels uit door toepassing naderingsdetectie: minder lichtvervuiling in de nacht
De obstakelverlichting van de windturbines bij Windpark N33 wordt vanaf nu automatisch geregeld met transpondertechniek Aircraft Detection Lighting System (ADLS). Alleen als er een vliegtuig in de buurt is, gaat de rode verlichting aan. Dit is noodzakelijk voor de veiligheid van de luchtvaart. De rest van de tijd is de rode knipperverlichting uit. Dit draagt direct bij aan een leefbare en prettigere omgeving voor onze inwoners.
In de eerste periode kan het zijn dat de verlichting nog vaker aangaat en soms ook wit knippert. Het systeem moet namelijk geoptimaliseerd worden.
Windturbines hoger dan 150 meter zijn wettelijk verplicht om obstakelverlichting te voeren voor de veiligheid van het luchtverkeer. Toen Windpark N33 werd gebouwd, was het gebruik van een detectiesysteem nog niet toegestaan en daarom brandden de lampen continu. De regelgeving is inmiddels aangepast waardoor een detectiesysteem nu wel toegestaan is. Voor nieuwe windparken in de provincie Groningen is het toepassen van een naderingsdetectiesysteem inmiddels de standaard.
Windmolenexploitanten van dit windpark, Eurus Energy en RWE, nemen verantwoordelijkheid door te investeren in het detectiesysteem in het bestaande windpark. De provincie waardeert dit zeer en ondersteunt deze verbetering met een gezamenlijke subsidie van de provincie en de Rijksoverheid.
maandag 13 april 2026
'Europa moet vraag naar duurzame producten creëren'
Brenninkmeijer en Homan benoemen in het stuk het belang van aanvullend beleid op de Europese Industrial Accelerator Act. Hun conclusie: Europa moet niet mínder groene wetgeving hebben, maar bétere. En een expliciete strategie om cruciale productie in Europa te houden hoort daarbij. Lees hier het opiniestuk namens de branchevereniging en voor chemische industrie en energieleveranciers en producenten:
De Europese Industrial Accelerator Act moet helpen om de industrie uit het slop te trekken. Het is een stap in de goede richting als er een stuctureel verdienmodel voor duurzame producten komt. Maar het is niet goed als Europa zijn eigen bedrijven dwingt tot een groene transformatie, maar ondertussen de achterdeur wagenwijd open laat staan voor producten die onder veel soepelere regels worden gemaakt. Het gevolg laat zich raden: CO2-uitstoot verdwijnt naar het buitenland, net als de banen. Dus is er aanvullend beleid nodig: vraagcreatie.
Europa mag trots zijn op zijn klimaatambities. Bedrijven die vallen onder het Europese Emissiehandelssysteem (ETS) moeten in razend tempo schoner produceren. Maar de kosten daarvan worden volledig bij hen neergelegd, omdat hun klanten ook voor buitenlandse producenten kunnen kiezen die vrolijk profiteren van minder strenge regels. Er wordt wel gewerkt aan een mechanisme waardoor ook import een CO2-prijs moet gaan betalen (CBAM), maar dat is alleen voor een beperkt aantal (basis)grondstoffen en daardoor zo lek als een mandje. Bovendien corrigeert het ook niet voor allerlei andere milieumaatregelen waar Europese bedrijven mee te maken hebben. Daarmee creëert Europa een wonderlijke situatie: bedrijven die wél verduurzamen worden gestraft, bedrijven die níét verduurzamen worden beloond.
Vanuit het bedrijfsleven is er behoefte aan regels die gelden voor de héle markt, inclusief import. Dat kan door bindende normen op eindproducten. Door normen op te leggen aan de eindverkoper van het product in plaats van alleen de producent, ontstaat er opeens wél vraag naar groene producten. Een norm aan de marktzijde geldt voor iedereen, dus ook voor de importeur. Dat is eerlijker, effectiever én economisch verstandiger. En het mooiste? Consumenten zullen het nauwelijks merken. Grondstofkosten zijn uiteindelijk maar een fractie van de eindprijs. Zelfs een forse vergroening van ketens vertaalt zich in een prijsstijging van ongeveer 1%.
Een voorbeeld: kunststoffen zijn onmisbaar in vrijwel elke sector, van verpakkingen en medische toepassingen tot auto‑onderdelen en bouwmaterialen. Maar duurzame varianten zijn duurder dan conventionele fossiele plastics. Door bijvoorbeeld te eisen dat 20% van de kunststoffen in verpakkingen of producten duurzaam moet zijn, ontstaat meteen een markt die groot genoeg is voor serieuze miljardeninvesteringen in duurzame chemie. Voor consumenten is het effect minimaal: de grondstofkosten zijn een fractie van de eindprijs, waardoor zo’n norm neerkomt op slechts enkele centen per product. Maar het voorkomt dat importeurs goedkoop niet‑duurzaam materiaal blijven aanbieden en dwingt de hele markt, Europees én daarbuiten, mee te verduurzamen. En als Europa eist dat een deel van de groene chemie van eigen bodem komt, versterkt het ook nog zijn strategische autonomie. Dit principe werkt ook voor staal (bijvoorbeeld in auto’s), kunstmest (bijvoorbeeld in melk of brood) of producten uit andere energie-intensieve sectoren.
Voor het nieuwe kabinet is er ook nog een voordeel. Er zijn minder subsidies nodig, omdat de prijs van verduurzaming in de prijs van producten verwerkt wordt. En laten we eerlijk zijn: subsidies zijn belangrijk om de transitie op gang te brengen, maar zouden niet het fundament van de Europese industriepolitiek moeten zijn. Ze zijn kwetsbaar, wisselend, onderhevig aan politieke grillen. Normen daarentegen creëren een stabiele, voorspelbare vraag en dat is precies wat investeerders nodig hebben.
De conclusie is onontkoombaar: Europa moet niet mínder groene wetgeving hebben, maar bétere. En een expliciete strategie om cruciale productie in Europa te houden hoort daarbij. Wij roepen de Europese Commissie op om deze normen voor verkopers bovenaan de agenda te plaatsen en ze stevig te verankeren in komende wetgevingspakketten. Alleen dan blijven én klimaatdoelen én concurrentiekracht binnen bereik. Doet het dat niet, dan bepalen anderen de regels. En dan staat Europa straks langs de zijlijn, met schone idealen, maar zonder industrie.
Nederlanders verbruiken structureel minder gas: besparen dempt impact van hoge prijzen
Dat wijst erop dat veel huishoudens hun energiegebruik blijvend hebben aangepast: zij gaan niet alleen bewuster om met gas, maar kiezen er mogelijk ook steeds vaker voor om te investeren in maatregelen die het gasverbruik structureel verlagen.
Deze ontwikkeling is extra relevant nu het conflict rond Iran opnieuw voor onrust zorgt op de energiemarkt. Heleen Boer, directeur Klantervaring bij Vattenfall, legt uit: “Wie zijn huis isoleert, een warmtepomp of airco gebruikt om te verwarmen, verbruikt structureel minder gas. Ook een zonnestroomboiler helpt mee, omdat die overtollige zonnestroom benut en het gasverbruik vermindert. Zo kun je met kleine en grote maatregelen je energierekening blijvend verlagen en word je minder kwetsbaar voor prijsschommelingen. Voor huishoudens die het lastig vinden om te investeren zijn er ondersteunende regelingen beschikbaar, zoals ISDE-subsidies.”
De recente spanningen rond Iran hebben deze winter weliswaar geen grote rol gespeeld in het gasverbruik, ze hebben wel direct effect op de vraag naar duurzame oplossingen. Zo meldt installatiepartner Feenstra, een dochterbedrijf van Vattenfall, dat het aantal aanvragen voor warmtepompen sinds het conflict in Iran meer dan verdubbeld is. Ook het totaal aantal aanvragen voor zonproducten - zonnepanelen, zonnestroomboilers en thuisbatterijen samen - is bijna twee keer zo hoog geworden sinds het uitbreken van de oorlog.
Boer: “Het conflict in het Midden‑Oosten laat zien hoe kwetsbaar Nederland is door de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Verduurzamen helpt niet alleen om geld te besparen, maar maakt ons ook minder afhankelijk van geopolitieke spanningen waarbij energie als drukmiddel wordt gebruikt.”
Enexis versnelt netuitbreiding met 2.700 nieuwe distributietransformatoren per jaar
Voor de aanbesteding meldden zich 17 partijen; 12 gingen door naar de gunningsfase, 11 dienden een volledige inschrijving in. Enexis beoordeelde de inschrijvingen op basis van vooraf gepubliceerde, objectieve criteria, waaronder:
Hiermee kiest Enexis niet alleen op prijs, maar nadrukkelijk op leveringszekerheid, veiligheid, kwaliteit, duurzaamheid en voorspelbare totale kosten. Maarten Noom, directeur Assetmanagement bij Enexis: ‘Met deze inkoop hebben we ons voor de komende jaren weer verzekerd van belangrijke schakels in ons elektriciteitsnet. Ze zijn cruciaal om de versnelling te realiseren die nodig is om de sterk groeiende vraag naar transportcapaciteit bij te benen.”
Op basis van deze beoordeling heeft Enexis aan vijf leveranciers gegund: IEO Transformatoren B.V. (Nederland), Lemi Trafo EAD (Bulgarije), Hitachi Energy The Netherlands B.V. (Nederland, productie in Polen), Ningbo Sanxing Electric AB (Zweden, hoofdkantoor en productie in China) en Atlas Trafo B.V. (Hoofdkantoor en productie in Turkije).
Alle leveranciers zijn vooraf uitgebreid ge-audit op kwaliteit, duurzaamheid, productiecapaciteit, supply‑chainrisico’s, veiligheid en compliance. De transformatoren zijn passieve componenten zonder datastromen of externe digitale toegang. Daarnaast hanteert Enexis een multi‑source strategie. Door met meerdere leveranciers in verschillende landen samen te werken, beperken we leveringsrisico’s en kunnen we de geplande 2.700 distributietransformatoren per jaar daadwerkelijk realiseren.
vrijdag 10 april 2026
Noord-Nederlands waterstofecosysteem lanceert eigen AI-kennisassistent
Anders dan generieke AI-chatbots genereert Aivy geen antwoorden op basis van het open internet. De assistent doorzoekt een samengestelde kennisbank van wetenschappelijke artikelen, technische handleidingen, beleidsrapporten en projectdocumenten uit het HVCE-consortium van meer dan 50 partners. Bij elk antwoord worden de originele bronnen vermeld, zodat gebruikers altijd kunnen verifiëren waar informatie vandaan komt.
De kennisbank groeit automatisch mee met het ecosysteem: nieuwe onderzoeksresultaten, geüpdatete beleidsdocumenten en recente publicaties worden doorlopend verwerkt. Verouderd materiaal wordt herkend en gedeprioriteerd ten gunste van recentere bronnen.
Aivy is ontworpen voor het brede scala aan gebruikers in het waterstofveld. Onderzoekers krijgen directe toegang tot relevante publicaties en projectdata. Bedrijven in de waterstofketen kunnen snel antwoord vinden op technische en marktvragen. Studenten worden begeleid met gevalideerde bronnen, en beleidsmakers vinden actuele data voor regionale en nationale energiestrategie. De assistent ondersteunt zowel Nederlands als Engels.
Partners binnen het HVCE-consortium kunnen een versie van Aivy toepassen in hun eigen huisstijl, ingebed op hun eigen website. Daarmee vergroot elke aangesloten organisatie niet alleen het bereik, maar ook de gezamenlijke kennisbasis.



























