Pagina's
vrijdag 11 september 2026
Kabinet zet nieuwe crisiswetgeving in om vol stroomnet aan te pakken
Het kabinet wil zo snel mogelijk meer ruimte maken op het stroomnet. Dit is nodig om nieuwe huizen van stroom te voorzien en de duizenden bedrijven en organisaties die wachten op een nieuwe of grotere aansluiting op het stroomnet verder te helpen. Staatssecretaris De Bat (Klimaat en Groene Groei) kondigt daarom vandaag nieuwe wetgeving aan om het stroomnet sneller uit te breiden en slimmer te gebruiken. Met tien besluiten wil het kabinet de problemen met het volle stroomnet snel aanpakken.
Staatssecretaris De Bat: “De aanpak van het volle stroomnet is een absolute topprioriteit. Het uitbreiden van het stroomnet kost nu veel te veel tijd. Dat kunnen we ons simpelweg niet veroorloven. Daarom doen we met dit wetgevingspakket wat nodig is om het stroomnet sneller uit te bouwen en door slim gebruik snel ruimte vrij te maken. Onder meer door de juridische procedures fors in te korten en de ‘vluchtstrook’ van het stroomnet in te zetten.”
Het kabinet komt met een pakket wetswijzigingen, vergelijkbaar met de voormalige Crisis- en herstelwet. Daarmee wil het kabinet de doorlooptijd voor nieuwe stroomverbindingen halveren. Door bestaande wetten aan te passen kan er sneller resultaat worden geboekt dan met het maken van één nieuwe wet.
Als partijen in bezwaar gaan tegen de komst of uitbreiding van een stroomverbinding kan dat jaren duren, met meerdere rechtszaken. Dat zorgt voor veel vertraging, terwijl de uitbreidingen hard nodig zijn. Het kabinet past de regels daarom aan.
Vanaf 1 oktober is er geen sprake meer van meerdere rechtszaken, maar wordt een bezwaar één keer behandeld, direct door de hoogste rechter. Daarbij is uitstel (een ‘pro forma beroepschrift’) niet meer mogelijk en gaat een uitspraaktermijn van maximaal zes maanden gelden. Het kabinet houdt de balans tussen rechtsbescherming en snelheid daarbij goed in de gaten. Iedereen die dat wil kan naar de rechter, maar het proces is korter en de omgeving en netbeheerder weten eerder waar ze aan toe zijn.
Daarnaast gaat het kabinet een deel van de verplichte vergunningen voor de bouw of uitbreiding van hoogspanningsstations schrappen. Hiermee kunnen tientallen bouwprojecten enkele maanden tot 1,5 jaar sneller worden gebouwd. Ook wil het kabinet uitbreidingen van het stroomnet vrijstellen van stikstofvergunningen. Hier heeft Nederland in Europa actief voor gepleit, omdat de uitbreiding van het stroomnet juist helpt om de stikstofuitstoot te verlagen. Het kabinet heeft de invoering voorbereid en zal dit doen zo gauw er een akkoord in Brussel is bereikt.
Door het stroomgebruik te verplaatsen naar andere momenten op de dag, of het stroomnet zwaarder te belasten komt er direct ruimte vrij voor woningen, scholen of andere organisaties. Het kabinet maakt het onder andere mogelijk om een deel van de ‘vluchtstrook’ op het stroomnet te gebruiken. Dit is onder de voorwaarde mogelijk dat bedrijven hun gebruik tijdelijk verminderen als er ruimte nodig is om een storing op te vangen.
De overheid heeft samen met de netbeheerders, ondernemers, medeoverheden en belangengroepen zoals de Nederlandse Vereniging voor Duurzame Energie de belangrijkste knelpunten in kaart gebracht. Het wetgevingspakket is erop gericht om die zo snel mogelijk weg te nemen.
Bijna de helft van de Nederlanders let niet op daluren en betaalt de volle mep voor stroom
Onder jongeren tussen de 18 en 34 jaar let maar liefst 57% niet op stroomprijzen of daluren bij het gebruik van zware apparaten. Zo weet 26% van deze groep niet eens welk type energiecontract zij hebben, waardoor bewust besparen lastig wordt. Bij 55-plussers ligt het aandeel dat niet op daluren let met 44,4% aanzienlijk lager. Zij stemmen het aanzetten van zware apparatuur over het algemeen veel vaker af op het voordeligste tarief.
Romy Nijssen, energie-expert bij Overstappen.nl, legt uit: "Het dalvoordeel verschilt sterk per leverancier. Wie bewust wil besparen via daluren, doet er goed aan te checken of zijn leverancier dat verschil nog maakt. Bij sommige energieleveranciers is het verschil tussen het dal- en normaaltarief nog maar enkele honderdsten van een cent per kilowattuur.”
Er zijn zelfs leveranciers die het verschil volledig hebben afgeschaft of waarbij het normaaltarief inmiddels lager ligt dan het daltarief. Wie bij zo'n leverancier zit, haalt nauwelijks of geen voordeel uit het slim plannen van zijn verbruik. Nijssen vervolgt: “Voor consumenten is het daarom belangrijk om bij het vergelijken van energiecontracten ook de verdeling van hun verbruik in te vullen. Zo wordt bij de vergelijking rekening gehouden met de verhouding tussen dal- en normaalverbruik en het bijbehorende tarief."
In totaal heeft 15,2% van de ondervraagden een dynamisch energiecontract, waarbij de stroomprijzen per uur wisselen. Opvallend genoeg maakt een kwart van deze groep (25,5%, oftewel 3,9% van alle Nederlanders) hier helemaal geen gebruik van: zij hebben wel een dynamisch contract, maar zetten zware apparaten toch gewoon aan wanneer het hen uitkomt. Daarmee laten zij de kans om te besparen op goedkope uren onbenut. De overige 74,5% van de huishoudens met een dynamisch contract (11,3% van het totaal) benut het tarief wél actief door hun verbruik bewust in te plannen op de voordeligste uren van de dag.
Nijssen licht toe: "Een dynamisch contract levert pas echt iets op als je de uurprijzen actief in de gaten houdt, bijvoorbeeld via de app van je leverancier. Dit kan al gemakkelijk door je wasmachine of vaatwasser op de goedkope uren aan te zetten. Deze contractsoort is juist geschikt voor de bewuste energie verbruikers."
Ook zonder een dynamisch energiecontract kan het lonen om het energieverbruik slim te plannen. Bij vaste en variabele contracten kan stroom op bepaalde momenten goedkoper zijn, bijvoorbeeld ’s nachts of in het weekend. Van alle Nederlanders heeft 35,6% een vast of variabel contract en gebruikt zware apparaten bewust tijdens deze daluren. Daar staat een groep van 33,7% tegenover die ook een vast of variabel contract heeft, maar apparaten aanzet wanneer het uitkomt, ongeacht het tijdstip.
Provinciale Staten weigeren verklaring van geen bedenkingen voor windturbines Noorder IJ-plas
Provinciale Staten (PS) hebben de VVGB geweigerd, omdat zij de verkeersveiligheid op het Coenplein zwaarder vinden wegen dan de bijdrage van de windturbines aan duurzame energie, de Regionale Energiestrategie en het verminderen van drukte op het elektriciteitsnet. De verkeerssituatie op het Coenplein is al zorgelijk. Door de windturbines wordt het voor weggebruikers ingewikkelder om hun aandacht goed bij het verkeer te houden. Rijkswaterstaat adviseert daarom negatief. PS vinden dat de verkeersveiligheid in deze situatie zwaarder weegt dan de opwek van duurzame energie. Daarom past het windpark volgens PS niet binnen een goede ruimtelijke ordening.
PS moesten opnieuw besluiten nadat de rechtbank het eerdere besluit over de VVGB en het daaropvolgende besluit over de omgevingsvergunning had vernietigd. De rechtbank oordeelde dat het eerdere besluit onvoldoende was gemotiveerd en dat de weigering van natuurtoestemmingen onrechtmatig was meegewogen. PS moesten de relevante belangen opnieuw afwegen en hun besluit goed motiveren.
PS hebben bij hun besluit onder meer gekeken naar enerzijds de gevolgen voor de verkeersveiligheid op het Coenplein en anderzijds de algemene belangen die zijn gebaat bij de realisatie van de windturbines. Ook hebben zij nieuwe feiten en ontwikkelingen meegenomen.
Omdat PS geen VVGB hebben afgegeven, moet GS de omgevingsvergunning weigeren. De besluiten van PS en GS zijn definitief en worden onderdeel van de lopende hoger beroepsprocedure. Het is nog niet bekend wanneer de Raad van State de hogerberoepsprocedure behandelt en uitspraak doet.
Het besluit gaat over 3 windturbines op deze specifieke locatie. De provincie Noord-Holland blijft werken aan duurzame energie en de energietransitie. Bij nieuwe plannen weegt de provincie steeds ook de gevolgen voor veiligheid, natuur en leefomgeving zorgvuldig mee.
donderdag 10 september 2026
Colruyt Group en Scania pionieren met waterstoftrucks in dagelijkse operaties
Het Scania Pilot Partner-initiatief, opgericht in 2021, is het samenwerkingsplatform van het bedrijf voor innovatie met geselecteerde klanten. Binnen het programma worden uiteenlopende technologieën en methoden geëvalueerd en getest: van batterij-elektrische tot verbrandingsmotoren met range extender en opkomende alternatieven zoals waterstofbrandstofcellen.
Doel is om de technische prestaties, operationele haalbaarheid en het commerciële potentieel te evalueren. Binnen dit vijfjarige pioniersproject is Colruyt Group de eerste en enige Belgische klant die twee Scania waterstoftrucks opneemt in zijn dagelijkse operaties. Scania ontwikkelde slechts een twintigtal voertuigen van deze reeks, die in een select aantal landen onder reële omstandigheden worden getest. Dit benadrukt het unieke en exclusieve karakter van het project. “Door te testen in echte transportomgevingen leren we wat in de praktijk het beste werkt en hoe we vooruitgang kunnen versnellen,” legt Tony Sandberg, Head of Scania Pilot Partner, uit.
De test met waterstoftrucks verandert niets aan Scania’s strategie voor de decarbonisatie van het transportsysteem, die gericht blijft op directe elektrificatie. Het is echter één van de verschillende testen binnen het Pilot Partner-programma om te begrijpen hoe diverse energiedragers en aandrijflijnen presteren. Het doel is inzicht te krijgen in de reële sterktes en zwaktes van andere technologieën en brandstoffen.
Scania Fuel Cell Electric Vehicle (FCEV)
Het voertuig is een volledig elektrisch aangedreven waterstofbrandstofceltruck. Het voertuig heeft een brandstofcel met een maximaal vermogen van 300kW die elektriciteit produceert uit waterstof en zo de batterijen tijdens het rijden ondersteunen. De elektrische aandrijflijn levert een continu vermogen van 400 kW en biedt bovendien tot 480 kW regeneratief remvermogen voor maximale energie-efficiëntie.
De trekker is uitgevoerd als een drie-assige 6x2-configuratie met gestuurde naloopas, wat zorgt voor een hoge laadcapaciteit gecombineerd met een uitstekende manoeuvreerbaarheid. Met een maximaal toegelaten treingewicht van 50 ton is het voertuig geschikt voor zware transporttoepassingen over langere afstanden.
De waterstof wordt opgeslagen in tanks met een totale capaciteit van 56 kg bij een druk van 700 bar. De trucks zullen waterstof tanken in bestaande en nog te bouwen HRS-waterstof tankstations in Halle en Ollignies. Het tanken gebeurt via een SAE J2600-H70-vulnippel met een maximale vulsnelheid van 60 gram waterstof per seconde. Daarnaast beschikt het voertuig over twee batterijpacks met een totale bruto energie-inhoud van 356 kWh. Deze kunnen extern worden opgeladen via een CCS2 Combo-laadaansluiting met een maximale laadstroom van 500 ampère, goed voor een laadvermogen tot 375 kW.
Dankzij de combinatie van batterij-elektrische aandrijving en een waterstof-brandstofcel realiseert de truck een actieradius tot ongeveer 800 kilometer, terwijl hij volledig emissievrij opereert. Het voertuig is bovendien uitgerust met een Scania-bumper die voldoet aan de Europese IVD-richtlijn (Increased Vehicle Dimensions). Hierdoor mag de trekker-opleggercombinatie wettelijk langer zijn dan de traditionele maximale lengte van 16,5 meter, zonder in te boeten op laadruimte. De extra lengte wordt benut voor verbeterde aerodynamica, veiligheid en energie-efficiëntie.
Wat inwoners doorspoelen verwarmt woningen
Alles wat we doorspoelen in de wc en door het doucheputje, komt via het riool als afvalwater terecht bij de rioolwaterzuivering. De waterschappen die aandeelhouder zijn van HVC zuiveren dit afvalwater. Wat daarna overblijft is rioolslib. Dat zet HVC in haar slibverwerkingsinstallatie in Dordrecht om in warmte voor het warmtenet. Daarmee worden bijna 10.000 woningen in Dordrecht en Sliedrecht op een duurzame manier verwarmd. Om deze warmte naar Sliedrecht te brengen, heeft HVC een warmteleiding van 1.200 meter aangelegd onder de rivier de Merwede.
In Gorinchem gebruikt HVC een andere techniek om warmte uit het riool te winnen. Daar wordt met Thermische Energie uit Afvalwater (TEA) warmte uit gezuiverd rioolwater gehaald. Deze warmtebron voorziet sinds kort 1.000 woningen en het stadhuis van duurzame warmte. Dat groeit de komende jaren door naar 2.500 woningen en gebouwen zoals het zwembad. Samen dragen de projecten bij aan een aardgasvrije toekomst voor de regio.
In Alkmaar droogt HVC rioolslib in een nieuwe slibdrooginstallatie, één van de grootste van Europa. Dit gebeurt met restwarmte uit de naastgelegen afvalenergiecentrale. Daardoor is minder aardgas nodig voor de verwerking van het slib en nemen de CO₂- en stikstofuitstoot af. Het gedroogde slib wordt vervolgens ingezet als duurzame brandstof voor het warmtenet.
De slibdroger in Alkmaar, het warmtenet Drechtsteden en aquathermie Gorinchem zijn drie van de zeven klimaatprojecten die HVC opent. Algemeen directeur Dion van Steensel: "Klimaatdoelen worden pas werkelijkheid als ze worden uitgevoerd in de praktijk. De projecten laten zien hoe we samen met gemeenten, waterschappen, woningcorporaties en andere partners resultaten behalen in de energie- en grondstoffentransitie. En, heel belangrijk, samen met inwoners. Ik vind het mooi dat deze projecten laten zien hoe iedereen, vaak zonder het te beseffen, een bijdrage levert aan een schonere wereld.”
woensdag 9 september 2026
Groen licht voor monitoringsput voor ondergrondse warmteopslag op Utrecht Science Park
In het HTO-project werken de afdeling Energie van de Universiteit Utrecht, de faculteit Geowetenschappen en TNO samen. De onderzoekers willen gebruikmaken van een watervoerende bodemlaag op ongeveer 200 tot 250 meter diepte. Daar kan in de zomer warmte worden opgeslagen die met duurzame elektriciteit wordt geproduceerd, bijvoorbeeld afkomstig van zonnepanelen van het in aanbouw zijnde zonnepark Bunnik. In de winter, als er relatief weinig duurzame energie beschikbaar is, kan deze warmte vervolgens worden gebruikt voor de verwarming van gebouwen op het Utrecht Science Park.
Met HTO kan op duurzame en kosteneffectieve wijze een grote hoeveelheid warmte voor een heel seizoen worden opgeslagen. Daarmee kan de universiteit duurzame elektriciteit, die in de zomer volop beschikbaar is, beter benutten en tegelijkertijd de afhankelijkheid van fossiele energie verder verminderen. Door slim gebruik van de techniek kan bovendien worden bijgedragen aan het verminderen van de toenemende druk op het elektriciteitsnet. HTO werkt namelijk als een grote warmtebatterij: het kan extra stroom afnemen op momenten dat er veel elektriciteit beschikbaar is en het stroomverbruik juist verminderen wanneer de vraag op het elektriciteitsnet hoog is. De ervaringen met het project kunnen bovendien inzicht geven in de vraag of HTO ook voor andere warmtenetten in Nederland een duurzame oplossing kan zijn. De komende decennia worden naar verwachting veel nieuwe warmtenetten aangelegd, waarvoor seizoensopslag van warmte een belangrijke rol kan spelen.
Voor de onderzoeksfase van het project heeft de Universiteit Utrecht een DEI+-subsidie van ruim twee miljoen euro ontvangen. DEI+ staat voor Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie en is een nationale innovatiesubsidie van de Nederlandse overheid, uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De subsidie wordt gefinancierd door de ministeries van Klimaat en Groene Groei, Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en Infrastructuur en Waterstaat.
De monitoringsput levert aanvullende informatie over de eigenschappen van de ondergrond op de beoogde locatie. Ook maakt de put het mogelijk om de ondergrond verder te monitoren. Naar verwachting levert de testfase halverwege 2027 voldoende informatie op om een investeringsbesluit te kunnen nemen. Bij een positief besluit wordt het project verder ontworpen en gerealiseerd. Naar verwachting kan de warmteopslag richting 2029 worden gerealiseerd.
Het maken van de monitoringsput is daarmee een belangrijke stap op weg naar een duurzamere, CO₂-neutrale en aardgasvrije bedrijfsvoering van de Universiteit Utrecht.
Gemeente Amsterdam en Waterschap Amstel, Gooi en Vecht versterken samenwerking rond duurzame warmte uit water
Amsterdam werkt toe naar een stad die klimaatneutraal en aardgasvrij is. Daarvoor zijn nieuwe, duurzame warmtebronnen nodig. Aquathermie is één van die bronnen. Hierbij wordt warmte gehaald uit water, zoals grachten, rivieren of gezuiverd afvalwater. In Amsterdam zijn al verschillende voorbeelden, zoals het KetelhuisWG in Amsterdam-West, woningen in Buikslotermeer en nieuwbouw in de Sluisbuurt.
Deze projecten laten zien dat water een belangrijke rol kan spelen in het verwarmen van huizen en gebouwen.
Het waterschap ziet aquathermie als een kans om bij te dragen aan de energietransitie. Sander Mager, dagelijks bestuurder van het waterschap: “Water kan een belangrijke bron zijn voor duurzame warmte. Tegelijkertijd moeten we ervoor zorgen dat dit hand in hand gaat met het herstellen en beschermen van de waterkwaliteit. Dat vraagt om slimme keuzes en goede samenwerking.”
Dat betekent dat bij elk project goed wordt gekeken naar de kwaliteit van het water, de effecten op planten en dieren, voldoende ruimte voor water en doorstroming en veilig en vlot gebruik van het water, zoals door de scheepvaart.
De gemeente en het waterschap zien kansen om meer aquathermie projecten te realiseren. Met de intentieovereenkomst spreken zij af om ook na de splitsing van Waternet intensief samen te blijven werken. Wethouder Lian Heinhuis: “Met deze ondertekening zetten we een belangrijke stap. Aquathermie kan een grote bijdrage leveren aan een duurzame stad. Door samen te werken, kunnen we deze oplossingen sneller en beter ontwikkelen.”
De komende tijd onderzoekt de gemeente samen met het waterschap waar en onder welke voorwaarden aquathermie kan worden toegepast in de binnenwateren van Amsterdam en Weesp. Daarbij wordt onder andere gekeken naar waar aquathermie technisch mogelijk is, wat de effecten zijn op de omgeving en hoe we ervoor zorgen dat het watersysteem in balans blijft.
dinsdag 8 september 2026
Micro-aanpassingen, grote verbeteringen duurzaamheid windturbines
Promovendi Natalia Guevara Sotelo en Deniz Sayinbas zijn de hoofdauteurs van de twee artikelen. Hun supervisors zijn dr. Julie Teuwen en prof. dr. Kunal Masania.
De uiteinden van windturbinebladen hebben te lijden onder erosie door regen. Dit vermindert de aerodynamische prestaties en de levensduur en verhoogt de onderhoudskosten. Promovenda Natalia Guevara Sotelo voegt microscopisch dunne laagjes keramisch poeder, zogenaamde ‘platelets’, toe aan de polyurethaancoating van het turbinepunt. Wat zij ontdekte, is dat bij het tegengaan van erosie het verloop van de ‘platelets’ het verschil maakt. Natalia Guevara Sotelo: "We ontdekten dat het toevoegen van ‘platelets’ met allemaal dezelfde dikte aan de coating van de turbinepunt de weerstand tegen erosie door regen juist verslechterde. Een dikkere laag ‘platelets’ vergroot de stijfheid, maar veroorzaakt ook spanning op bepaalde locaties en interne golfreflecties die de schade versnellen.” De oplossing die ze vonden, was om de ‘platelets’ in een gradiënt aan te brengen. Guevara Sotelo: „We lieten ons inspireren door natuurlijke organismen, zoals insecten, die een combinatie van zachtere en hardere lagen hebben om zich tegen hun leefomgeving te beschermen. In plaats van een uniforme versterkte coating te gebruiken, creëerden we een ‘platelet-gradiënt’ over de gehele dikte: het materiaal is zacht aan het oppervlak dat aan de regen is blootgesteld en sterker versterkt nabij het glasvezelsubstraat van het turbineblad. Deze opbouw blijkt zeer goed te werken. Het heeft de tijd die nodig is voordat erosie zichtbaar wordt zelfs verdubbeld.”
Friese overheden in beroep tegen gaswinningsvergunning Akkrum
De staatssecretaris wil de beoordeling van risico’s en gevolgen van gaswinning pas later doen bij de procedure van het winningsplan. Fryslân vindt dit de omgekeerde volgorde en denkt dat het bovendien tegen het eigen rijksbeleid (Mijnbouwwet) ingaat.
Als het aan de staatssecretaris ligt heeft Vermillion Energy B.V. dus nu al wel groen licht om de gaswinning verder voor te bereiden zonder dat de risico’s en gevolgen voldoende zijn onderzocht. Artikel 9 van de Mijnbouwwet bepaalt dat een winningsvergunning geweigerd kan worden als een gebied vanwege veiligheids-, schade-, milieu- of natuurbelangen niet geschikt is voor de aangevraagde activiteit. Wat Fryslân betreft is daar in veenweidegebied sprake van.
Gedeputeerde Friso Douwstra; “Wij hebben als Friese overheden in de fases van advies en bezwaar uitvoerig onderbouwd dat het gebied Akkrum ongeschikt is. Dit vanwege de aanwezigheid van kwetsbaar veenweidegebied, autonome bodemdaling, de noodzaak om waterpeilen te verhogen, risico’s voor de waterhuishouding en belangrijke drinkwaterbelangen. Gaswinning in veenweidegebied leidt tot gestapelde problemen die onomkeerbaar zijn. Via het beroep vragen we nu aan de rechtbank of de staatssecretaris de procedures juist uitvoert en voldoende motiveert.”
Alle Friese overheden zijn vertegenwoordigd in de Friese Mijnbouwtafel en tegen gaswinning onder land. De overheden grijpen indien nodig juridische mogelijkheden aan om via zienswijzen, bezwaar en beroep invloed uit te oefenen op plannen en besluitvorming waarbij Friese belangen spelen.
Ten aanzien van de procedure winningsvergunning gasveld Akkrum gaat de provincie Fryslân (voorzitter Friese Mijnbouwtafel) nu in beroep en doet dat mede namens Wetterskip Fryslân en de gemeenten Fryske Marren, Smallingerland, Heerenveen, Súdwest-Fryslân, Ooststellingwerf, Opsterland, Leeuwarden. Het gasveld Akkrum ligt onder al deze gemeenten.
maandag 7 september 2026
Twintig jaar energieverbinding onder de Noordzee tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk
In de afgelopen twintig jaar heeft de energievoorziening in Europa grote veranderingen doorgemaakt. Internationale verbindingen zoals BBL zijn daarbij steeds belangrijker geworden en dragen bij aan flexibiliteit en leveringszekerheid binnen het Europese energiesysteem.
Het Nederlandse aanlandingspunt van de leiding bevindt zich in Anna Paulowna (Noord-Holland). Hier wordt het aardgas ontvangen, verwerkt en verder getransporteerd. BBL Company exploiteert deze leiding, Gasunie bezit 75% van de aandelen en het Belgische Fluxys 25%. De installatie vormt een essentiële schakel in de internationale energie-infrastructuur.
Ter gelegenheid van het twintigjarig jubileum opent BBL Company op zaterdag 26 september de deuren van de installatie in Anna Paulowna voor omwonenden en andere geïnteresseerden. Bezoekers krijgen daarmee een unieke gelegenheid om een locatie te bezoeken die normaal gesproken niet toegankelijk is voor publiek en van dichtbij te zien hoe een belangrijke internationale energieverbinding functioneert.
Kabinet introduceert afstandsnorm: eindelijk duidelijkheid voor wind op land sector
In een tijd waarin windenergie zoveel betekent voor Nederland is het belangrijk dat er na al die tijd een besluit ligt. Sinds het begin van deze energiecrisis hebben onze windturbines op land Nederland al bijna 1 miljard euro aan gasimport bespaard. Op veel plekken kunnen windturbines neergezet worden zonder dat de omgeving daar hinder van ondervindt. Daarom roepen we het kabinet op om met aanvullende uitzonderingsgronden te komen.
Windenergie is schoon, goedkoop en het helpt bij het oplossen van netcongestie. Daarom roept NedZero het kabinet op om met twee zaken rekening te houden in de uitwerking van het aangekondigde besluit. Ten eerste om ervoor te zorgen dat de afstandsnorm de afstand omschrijft tot woonkernen, in plaats van individuele woningen. De ruimte voor windturbines op land wordt zeer sterk beperkt wanneer alle individuele woningen een beperking voor de ruimte vormen, terwijl goedkope en schone energie hard nodig is.
Ten tweede roept NedZero het kabinet op om bij de uitwerking van de regels ruimte te maken voor gerichte uitzonderingen. Tot nu toe is er alleen een uitzondering aangekondigd voor windturbines nabij nieuwbouw en de vervanging van bestaande windparken (repowering). Maar dat is volgens NedZero onvoldoende. Het is belangrijk dat windenergie kan worden ontwikkeld op plekken waar dat logisch is, zoals industriegebieden, havens en bedrijventerreinen, waar de ruimtelijke inpassing vaak beter past, de maatschappelijke impact beperkter is en de nood aan groene stroom het hoogt is. Ondernemers door heel het land roepen hiertoe op in hun strijd om zo snel mogelijk onafhankelijk van gas te worden.
NedZero wil benadrukken dat de keuze van de minister om een uitzondering te maken voor de vervanging van bestaande windparken van essentieel belang is voor de Nederlandse energievoorziening. Door oude turbines te vervangen door nieuwe, efficiëntere modellen blijft de productie van betaalbare groene stroom behouden en kan deze zelfs verder toenemen.
Een vaste afstandsnorm lijkt duidelijk, maar zegt in de praktijk weinig over de echte impact van een windpark. Dat komt omdat elke plek anders is. Bebouwing, open landschap en andere omgevingsfactoren beïnvloeden bijvoorbeeld hoe geluid zich verspreidt en hoe mensen dat ervaren. De effecten van geluid en slagschaduw zijn niet in een cirkel rond een windturbine te tekenen.
Ook is in een vroeg stadium van een project vaak nog niet precies bekend hoe hoog de turbines uiteindelijk worden. Toch bepaalt juist die hoogte hoe groot de afstand volgens de norm moet zijn. Daardoor werkt een vaste afstand in de praktijk vaak als een soort beperking op de hoogte van turbines.
Dat heeft gevolgen voor de manier waarop windparken worden ontworpen. Als alleen kleinere turbines passen binnen de regels, zijn er meer windturbines nodig om dezelfde hoeveelheid energie op te wekken. In sommige gevallen kunnen vier grote turbines meer dan twee keer zoveel stroom produceren als tien kleinere. Het gevolg van dit besluit is dus meer turbines in het landschap en hogere kosten voor dezelfde hoeveelheid groene stroom.
Tesla Semi maakt zich op voor Europese marktintroductie
De IAA Transportation vindt plaats van 15 tot en met 20 september. Tesla heeft aangekondigd tijdens de beurs zowel de Europese specificaties als de lanceringsdetails van de Semi bekend te maken. Daarmee komt er na jaren van uitstel meer duidelijkheid over de plannen voor Europa.
De productie van de Semi is inmiddels gestart in Nevada. Tesla bouwt de vrachtwagen in een aparte fabriek naast de Gigafactory Nevada. Die locatie moet uiteindelijk een productiecapaciteit van ongeveer 50.000 trucks per jaar krijgen, al wordt die capaciteit geleidelijk opgebouwd.
Tesla levert de Semi in de Verenigde Staten in twee uitvoeringen. De Standard Range heeft daar een geschatte actieradius van ongeveer 523 kilometer, terwijl de Long Range volgens Tesla circa 805 kilometer kan afleggen. De vrachtwagen heeft drie elektromotoren en kan met maximaal 1,2 megawatt worden geladen.
Voor Europa noemt Tesla op zijn Britse en Nederlandse websites momenteel andere cijfers. De daar vermelde uitvoering heeft een geschatte actieradius van ongeveer 550 kilometer, een maximaal toegestaan combinatiegewicht van 40 ton en een rijklaar gewicht van 9.100 kilo. Het maximale laadvermogen van de aandrijflijn bedraagt 800 kW. Tesla vermeldt bovendien dat tot 60 procent van de actieradius in 30 minuten kan worden bijgeladen.
Het is nog niet duidelijk of deze specificaties overeenkomen met de definitieve Europese productieversie. Vooral het gewicht, de actieradius, de laadmogelijkheden en de beschikbare uitvoeringen zijn voor Europese transportbedrijven van belang. Ook de prijs en de exacte leverdatum moeten nog worden bekendgemaakt.
vrijdag 4 september 2026
Grootste warmtetransportproject van Nederland bereikt belangrijke mijlpaal
De realisatie van deze boring markeert een belangrijke stap in de voltooiing van het totale warmtetransportnet. Momenteel werkt WarmtelinQ samen met zijn aannemers aan het laatste deelproject van dit warmtetransportnet. Met de afronding van deze mijlpaal komt de ingebruikname van een van de belangrijkste warmte-infrastructuurprojecten van Nederland opnieuw dichterbij.
WarmtelinQ werkt sinds 2022 aan een ondergronds warmtetransportnet dat restwarmte uit de Rotterdamse haven beschikbaar maakt voor huishoudens en bedrijven in Zuid-Holland. Warmte die nu nog ongebruikt verloren gaat, krijgt daarmee een waardevolle bestemming. Na afronding kunnen circa 120.000 woningen en bedrijfspanden gebruikmaken van deze duurzame warmtebron.
WarmtelinQ draagt bij aan de verduurzaming van de warmtevoorziening en ook aan de energieonafhankelijkheid van Nederland. Door lokaal beschikbare restwarmte slim te benutten, wordt de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen die van buiten Nederland worden aangevoerd verminderd. Zo ontstaat een robuuster en toekomstbestendiger energiesysteem.
Langer energiecontract loont door hoge gasprijs deze winter
Voor veel consumenten vormt de hoge gasprijs de reden om nu een vast energiecontract af te sluiten voor twee of drie jaar. Door een lagere inkoopsprijs voor de lange termijn, zijn de tarieven nu lager als je deze voor meerdere jaren vastlegt. Energievergelijker Pricewise ziet de toenemende vraag naar vaste energiecontracten terug in een flinke toename in het aantal aanvragen voor een meerjarig energiecontract. Klik op de grafiek om het rechtenvrije beeld in hoge resolutie te downloaden.
De hoge gasprijzen zijn vooral nadelig voor consumenten met een variabel energiecontract dat binnenkort wordt herzien. Tom Schuitemaker, energie-expert Pricewise: “Met name huishoudens met een hoog gasverbruik, of een variabel energiecontract dat op 1 oktober wordt herzien merken het in de portemonnee. Dan is het voordelig om het tarief voor een langere periode vast te zetten door een vast energiecontract af te sluiten voor twee of drie jaar. De energieleverancier kan nu namelijk veel goedkoper inkopen voor het tweede en derde jaar en berekent het gemiddelde daarvan door in zijn meerjarige contracten. Dat dit interessant is voor consumenten zien we ook terug in de bijna vier keer grotere vraag naar deze contracten vorige week.”
Met het afsluiten van een langdurig vast energiecontract kiezen huishoudens niet alleen voor een lagere prijs op de korte termijn, maar ook voor zekerheid op de lange termijn. De huidige gasprijzen zijn weliswaar hoog, maar dankzij een overeenkomst voor de langere termijn is de gemiddelde energieprijs bij een dergelijke overeenkomst lager. Schuitemaker: “Iran en de Verenigde Staten hebben voorlopig nog geen overeenkomst gesloten over de Straat van Hormuz. Zelfs als daar verandering in komt, dan is dat op zijn best een wankele vrede en daarna komt de olie en gas uit die regio niet ineens massaal onze kant op. Er komt dus voorlopig nog geen einde aan de hoge energieprijzen. Ze zouden ook nog verder kunnen stijgen in geval van een koude winter of meer vraag naar gas in Azië of Europa. Wachten op lagere prijzen heeft daarom geen zin.”
De hoge gasprijzen zorgen ervoor dat de achterblijvende gasvoorraad van Nederland niet snel gevuld wordt. Schuitemaker: “De gasvoorraad wordt normaliter gevuld in tijden dat de verwachte gasprijs in de toekomst hoger ligt dan de prijs van vandaag, zodat deze door handelaars met winst kan worden doorverkocht, Omdat dat nu juist omgekeerd is, worden de voorraden maar beperkt aangevuld. Toch hoeft niemand te vrezen dat de huizen niet verwarmd kunnen worden. Ook in 2025 liep de gasvulgraad van Nederland achter bij de verwachtingen en als de nood aan de man is, dan kan er altijd ingekocht worden. Maar dat zal dan wel tegen een relatief hoge prijs zijn.”
Nationaal Warmtefonds verstrekt in 2026 al meer leningen dan in heel 2025
In de zomermaanden verdubbelde zowel het aantal verstrekte leningen als het verstrekte bedrag. In juni, juli en augustus samen verstrekte Nationaal Warmtefonds 10.536 leningen, tegenover 5.084 in dezelfde periode vorig jaar. Dat is een stijging van 107%. Het geleende bedrag steeg in deze maanden even hard: van €100,8 miljoen in 2025 naar €208,9 miljoen in 2026, eveneens een groei van 107%. De groei volgt op een sterke instroom van aanvragen eerder dit jaar. Door deze instroom en procesoptimalisaties konden in juni tot en met augustus veel aanvragen worden verwerkt.
De groei in het aantal verstrekte leningen komt vooral van particuliere huiseigenaren. Aan particulieren werden in de eerste acht maanden van dit jaar 22.090 leningen verstrekt, tegenover 13.216 in dezelfde periode vorig jaar: een stijging van 67,1%. Aan VvE’s werden 158 leningen verstrekt, tegenover 144 in dezelfde periode van 2025 (+10%).
Ook het verstrekte bedrag nam in deze periode flink toe: van €291,1 miljoen in de eerste acht maanden van 2025 naar €424,7 miljoen dit jaar, een stijging van 46%. Bij particuliere huiseigenaren steeg het verstrekte bedrag van €173,1 miljoen naar €279,6 miljoen (+62%). Bij VvE’s nam het toe van €118,0 miljoen naar €145,1 miljoen (+23%).
“Steeds meer woningeigenaren lijken de stap te zetten om hun woning energiezuiniger te maken,” zegt Katinka Huijberts, bestuurslid van Nationaal Warmtefonds. “De zorgen over de energierekening en de betaalbaarheid van wonen blijven groot. Tegelijkertijd zien we dat mensen niet alleen willen besparen, maar ook hun woning comfortabeler en toekomstbestendiger willen maken. Ook bij VvE’s zien we dat besturen steeds vaker besluiten om te investeren in verduurzaming, in plaats van dit uit te stellen.”
donderdag 3 september 2026
Return en Vattenfall sluiten meerjarige overeenkomst voor batterijlocatie Sirius
De commerciële ingebruikname staat gepland voor het vierde kwartaal van 2027. Met het project is een totale investering van circa €180 miljoen gemoeid. Daarmee is Sirius een van de grootste batterijopslaglocaties die momenteel in Nederland worden ontwikkeld. Het gaat om een van de grootste meerjarige tollingovereenkomsten tegen een vaste vergoeding voor batterijopslag in Nederland tot nu toe.
De productie van wind- en zonne-energie fluctueert, terwijl de vraag naar elektriciteit daar niet altijd op aansluit. Batterijen helpen om vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen. Ze slaan elektriciteit op wanneer er veel beschikbaar is en leveren deze terug wanneer de vraag toeneemt. Ook kunnen batterijen snel reageren op veranderingen op het elektriciteitsnet en zo bijdragen aan de stabiliteit ervan.
Binnen de overeenkomst bepaalt Vattenfall wanneer Sirius wordt geladen en ontladen. Zo kan Vattenfall de batterij inzetten om schommelingen in de productie van wind- en zonne-energie op te vangen, vraag en aanbod binnen zijn klantenportfolio beter op elkaar af te stemmen en TenneT te ondersteunen bij het in realtime in balans houden van het elektriciteitsnet.
De overeenkomst bouwt voort op de bestaande samenwerking tussen beide bedrijven. In 2025 sloten Return en Vattenfall al een langjarige overeenkomst voor 50 MW van Antares, Returns batterijproject van 100 MW / 200 MWh in Waddinxveen. Met Sirius wordt die samenwerking aanzienlijk uitgebreid: Vattenfall krijgt toegang tot de volledige capaciteit van een vieruursbatterij van 200 MW / 800 MWh.
De financiering van Sirius is rond en maakt deel uit van Returns bredere financiering voor zijn batterijportfolio, waarvoor tot €400 miljoen beschikbaar is gesteld. De totale investering in Sirius zelf bedraagt circa €180 miljoen. Naast de bestaande investeerders van Return bestaat de groep financiers uit ING, NatWest, Deutsche Bank, ABN AMRO en Rabobank.
ING Corporate Finance trad bij de transactie op als financieel adviseur van Return. Daarnaast is ING een van de kredietverstrekkers. Clifford Chance trad op als juridisch adviseur van Return en Dentons als juridisch adviseur van de kredietverstrekkers. Sirius wordt gerealiseerd in samenwerking met Huawei, Hanab en Omexom, die verantwoordelijk zijn voor de batterijtechnologie, bouw en installatie.
Luminus huldigt in Navagne het grootste batterijpark van Wallonië officieel in
Met zijn 150 MW vermogen en een opslagcapaciteit van 600 MWh — goed voor tot vier uur terugleving — vormt het batterijpark van Navagne een keerpunt voor de flexibiliteit van het elektrische systeem. Het biedt een concreet antwoord op één van de grote uitdagingen van de energietransitie: overtollige elektriciteit opslaan die wordt geproduceerd op zonnige of winderige dagen, om die terug te leveren wanneer de vraag stijgt. Deze flexibiliteit maakt het mogelijk pieken af te vlakken bij congestiemomenten en dalen op te vangen wanneer de productie onder de vraag ligt. Het park is rechtstreeks verbonden met het hoogspanningsnet van Elia. Newelec, een dochteronderneming van Luminus, was betrokken bij de volledige middenspanningsdistributie (33 kV) van de site en staat in voor het toezicht op de elektrische installaties.
Gelegen nabij de waterkrachtcentrale van Lixhe wordt het batterijpark een extra schakel in een flexibeler, robuuster en beter voorbereid energiesysteem voor de toenemende elektrificatie — de weg vooruit om de CO₂-uitstoot te verminderen. Het park zal bijdragen aan de dagelijkse balancering van het net en aan de versterking van de bevoorradingszekerheid van België.
woensdag 2 september 2026
4 miljard kWh zonnestroom in juli: record in Nederland vlak voor einde salderingsregeling
De opbouw naar het record verliep geleidelijk. In juli 2017 leverden Nederlandse zonnepanelen ongeveer 300 miljoen kWh op. In juli 2020 was dat verviervoudigd naar ongeveer 1,2 miljard kWh. In 2022 ging de productie voor het eerst over de grens van 2,5 miljard kWh heen, in 2024 kwam de teller uit op ongeveer 3,2 miljard kWh en in 2025 op zo’n 3,5 miljard kWh. Met bijna 4 miljard kWh in juli 2026 ligt de productie ruim 13 keer hoger dan negen jaar eerder.
De maand augustus laat dezelfde stijgende lijn zien. In augustus 2017 produceerden Nederlandse zonnepanelen ongeveer 278 miljoen kWh; in augustus 2025 was dat circa 3,3 miljard kWh. In augustus 2026 liep dit op naar 3,4 miljard kWh, de hoogste productie ooit gemeten in augustus.
Het weer verklaart maar een deel van de stijging. Juli en augustus 2026 kenden relatief veel zonuren, maar de belangrijkste factor is het aantal panelen op daken en in zonneparken. Dat aantal nam de afgelopen negen jaar sterk toe, waardoor Nederland op een zonnige dag steeds meer vermogen op het net kan zetten. De maandcijfers schommelen daardoor wel met het weer, maar de jaarcijfers lopen structureel op.
Romy Nijssen, energie-expert bij Overstappen.nl, licht toe: "De totale productie van zonne-energie neemt al jaren toe, en dat is goed nieuws. De afgelopen twee maanden kenden relatief veel zonuren, waardoor het record er nu ook echt kwam. De salderingsregeling heeft daar jarenlang aan bijgedragen. Die regeling maakte een investering in panelen voor huishoudens goed te overzien, waardoor veel consumenten voor zonnepanelen kozen."
Vanaf 1 januari 2027 vervalt de salderingsregeling. Huishoudens mogen de stroom die zij terugleveren dan niet meer wegstrepen tegen de stroom die zij afnemen. Wat een zonnepaneel oplevert, hangt vanaf dat moment sterker af van hoeveel opgewekte stroom een huishouden zelf direct gebruikt en van de vergoeding die de leverancier voor teruglevering betaalt.
De recordproductie van zonnepanelen is ook op de energiemarkt merkbaar. Op momenten met veel zon en weinig vraag daalt de stroomprijs op de markt, regelmatig tot onder nul. Huishoudens met een dynamisch contract zien dat direct terug in het uurtarief; bij vaste en variabele contracten werkt het effect vertraagd en indirect door. Daarnaast vermindert eigen opwek de afhankelijkheid van geïmporteerde energie.
Of Nederland de komende jaren nieuwe records blijft neerzetten, hangt af van het aantal zonnepanelen dat erbij komt, de opbrengst per paneel en de bereidheid van huishoudens en bedrijven om te blijven investeren nu de saldering wegvalt. De zomer van 2026 kan daarmee voorlopig het hoogste punt markeren.
IO Supply lanceert als distributeur thuisbatterijen
IO Supply zet in op plug-in systemen die in uren geplaatst zijn in plaats van in een dag. “Wij geloven dat de energietransitie vastloopt op onnodige complexiteit”, zegt mede-oprichter Mike de Groot. “Een vast batterijsysteem kost twee installateurs een dag werk en de klant al snel duizenden euro’s extra, voor iets dat je net zo goed in een paar uur kunt plaatsen.”
Voor installateurs betekent dat tijdwinst en een scherpere marge: één systeem om goed te kennen, één aanspreekpunt en een klus van uren. De eindklant krijgt dezelfde slimme functies en een standaard noodstroomfunctie, zonder de hoge kosten van een traditionele vaste thuisbatterij.
IO Supply kiest bewust voor specialisatie in één merk. Indevolt (onderdeel van Power Genius GmbH) is fabrikant van modulaire energieopslagsystemen voor woningen. IO Supply start met de PowerFlex-serie (LiFePO₄, modulair van 2 tot 66 kWh) en de SolidFlex-serie (semi-solid celtechnologie, 1,8 tot 59,4 kWh).
“We willen geen catalogus met tien vergelijkbare systemen waarvan we alleen de specificaties kennen”, aldus mede-oprichter David van Gaalen. “Door te focussen kunnen we verder gaan in productkennis, voorraad, documentatie en ondersteuning. Een doos van A naar B verplaatsen kan iedere distributeur; voor ons zit de waarde in wat er om het product heen gebeurt.”
IO Supply importeert rechtstreeks en houdt eigen voorraad aan in Nederland, verspreid over 2.700 vierkante meter magazijncapaciteit. Bestellingen uit voorraad worden binnen één tot twee werkdagen in Nederland en België geleverd. Accountmanagers Koen en Arwin zijn het vaste commerciële aanspreekpunt.
“Een groothandel moet ervoor zorgen dat een installateur zijn werk makkelijker kan doen”, aldus De Groot. “Daarom hebben we hier een supportteam van zeven collega’s, van wie meerderen een elektrotechnische achtergrond hebben. Mensen die zelf batterijen geplaatst hebben.”
dinsdag 1 september 2026
Een vol stroomnet blijkt toch rekbaar: Tiofarma zorgt voor eigen groeiruimte
Tiofarma beschikt op zijn terrein over meerdere grootverbruikaansluitingen. Het bedrijf wil één van die aansluitingen verzwaren voor een nieuwe productielijn, maar bevindt zich in een congestiegebied waar extra transportcapaciteit schaars is.
Met de nieuwe groepstransportovereenkomst worden de afzonderlijke aansluitingen samengebracht in één collectief vermogen. De verschillende locaties mogen gezamenlijk niet boven een afgesproken maximum uitkomen. Door die capaciteit slimmer te verdelen, ontstaat ruimte voor groei zonder extra beslag op het elektriciteitsnet. “Wanneer partijen bereid zijn om samen verantwoordelijkheid te nemen, ontstaat meer ruimte dan je aanvankelijk zou denken. Samen kom je tot innovatieve toekomstgerichte oplossingen. Voor Tiofarma is er weer ontwikkelruimte voor een volgende stap, waarbij we zelfs ruimte teruggeven aan het net,” zegt Hans Waals, managing director bij Tiofarma. “We zijn Stedin dankbaar voor hun rol in deze samenwerking.”
"Netcongestie vraagt niet alleen om nieuwe kabels en stations, maar ook om slimmer gebruik van de ruimte die we vandaag al hebben", zegt Maarten Bijl, regiodirecteur van Stedin. "Deze overeenkomst laat zien dat bedrijven zelf een belangrijke rol kunnen spelen bij het creëren van ruimte op het net. Soms zelfstandig, soms met bedrijven in de directe omgeving."
De Groepstransportovereenkomst is een relatief nieuw instrument. De contractvorm maakt al langer deel uit van enkele pilots rond energiehubs, maar kreeg pas recent een formele basis in de Netcode. Daarmee verschuift de GTO van experiment naar regulier alternatief voor bedrijven die willen groeien in een gebied waar het stroomnet tegen zijn grenzen aanloopt. Bedrijven behouden hun eigen aansluiting, maar delen gezamenlijk één hoeveelheid transportcapaciteit die zij onderling verdelen. Daarmee kunnen zij uitbreiden, verduurzamen of elektrificeren zonder dat direct extra netcapaciteit nodig is.
Tiofarma behoort tot de eerste bedrijven in Nederland die zo'n overeenkomst volgens de reguliere regels implementeren. Zowel voor het farmaceutische bedrijf als voor Stedin betekende dat pionieren. Om het collectieve transportvermogen te kunnen beheren, heeft Tiofarma een centraal Energy Management System ingericht. Daarmee wordt continu gemonitord hoeveel stroom verschillende processen gebruiken en kunnen installaties automatisch op elkaar worden afgestemd.
Volgens Stedin zullen dit soort overeenkomsten de komende jaren steeds belangrijker worden. Op een steeds voller elektriciteitsnet ligt de oplossing niet alleen in netuitbreidingen, maar ook in het slimmer benutten van bestaande capaciteit.
"De tijd dat bedrijven simpelweg meer vermogen konden aanvragen loopt in veel gebieden ten einde", zegt Bijl. "Steeds vaker zullen ondernemers samen moeten kijken hoe ze beschikbare capaciteit beter benutten. Als bedrijven hun verbruik slimmer organiseren, ontstaat ruimte voor andere bedrijven, laadpleinen, productieprocessen en verduurzaming. Tiofarma laat zien dat dit in de praktijk werkt."
De overeenkomst onderstreept een bredere ontwikkeling in Nederland: netcongestie is niet langer alleen een uitdaging voor netbeheerders, maar is een verantwoordelijkheid van alle spelers die stroom gebruiken. Met deze groepstransportovereenkomst worden bedrijven gestimuleerd om niet direct méér capaciteit aan te vragen, maar de ruimte die ze al hebben, beter te benutten.
Geen enkele leverancier biedt consumenten energie delen aan
Bij tien van de 29 onderzochte leveranciers is geen enkele vermelding van energie delen te vinden op de website. Bij de overige 19 staat er wel informatie, maar die blijft vaak beperkt tot een korte alinea of de mededeling dat meer informatie volgt. Nergens kunnen particuliere klanten zich aanmelden.
Bij zes van die 19 leveranciers staat energie delen alleen in de juridische voorwaarden. Daarmee lijkt de vermelding vooral voort te komen uit de wettelijke plicht om de mogelijkheid vast te leggen. Twaalf leveranciers hebben wel een aparte pagina over energie delen. Zeven daarvan schrijven dat zij er iets mee willen doen, zonder dat aanmelden al mogelijk is.
Voor zakelijke klanten komt energie delen inmiddels wel van de grond. Leveranciers testen daar de eerste toepassingen. Dat is ook een logische eerste stap. Op een bedrijventerrein zit veel opwekvermogen op één aansluiting en is het makkelijker voor buren om hun verbruik te sturen. Een bedrijf dat bijvoorbeeld 100.000 kWh per jaar opwekt en zijn machines op vaste momenten stilzet, weet wanneer er stroom overblijft. Het bedrijf ernaast kan zijn productie daarop afstemmen. Bij huishoudens ligt dat anders: de opwek per aansluiting is kleiner en lang niet iedereen kan zijn verbruik aanpassen op momenten waarop de buren stroom overhouden.
Romy Nijssen, energie-expert bij Overstappen.nl, ziet vooral praktische obstakels: "Energie delen is sinds 1 januari wettelijk mogelijk, maar op de consumentenmarkt gebeurt er nog niets. Wij horen vooral dat het IT-technisch en administratief nog te ingewikkeld is om aan te bieden. Consumenten hebben dus een recht dat hun leverancier in de praktijk nog niet kan uitvoeren."
Een huishouden met zonnepanelen wekt vaak stroom op op momenten waarop zij zelf weinig stroom verbruikt. Die stroom gaat nu terug het net op. Bij energie delen gaat een deel ervan rechtstreeks naar een ander huishouden, bijvoorbeeld de buren. Beide partijen spreken zelf een prijs per kWh af, want een vaste marktprijs bestaat niet. De verkoper stuurt de koper zelf een factuur, al zijn er bedrijven die dat tegen betaling overnemen. Eén voorwaarde: beide aansluitingen moeten een contract hebben bij dezelfde leverancier. Consumenten zijn dus afhankelijk van wat hun leverancier aanbiedt.
Het recht om energie te delen komt uit Europese regelgeving en staat sinds 1 januari in de Energiewet 2026. Het doel is zonnestroom beter benutten, het net ontlasten en huishoudens zonder zonnepanelen laten meeprofiteren.




















