Pagina's

vrijdag 14 augustus 2026

ACM: toename aantal dynamische contracten zet door

De aanhoudende onrust in het Midden-Oosten en het opnieuw sluiten van de Straat van Hormuz blijven zorgen voor een volatiele gasprijs. Nadat de prijzen als gevolg van de ondertekening van het memorandum over de heropening van de Straat van Hormuz met circa 20% waren gedaald, liepen zij hierna weer sterk op: van €41/MWh eind juni naar een piek van €64/MWh een maand later. Toen verdere escalatie leek uit te blijven daalde de gasprijs naar €60/MWh. Dat is nog steeds aanzienlijk hoger dan voor de oorlog in Iran, toen de gasprijs op €31/MWh stond.

De Nederlandse gasopslagen zijn momenteel voor 41% gevuld. Dat is aanzienlijk lager dan de 61% op dezelfde datum vorig jaar. Wel is de vulgraad sinds vorige maand toegenomen en is het verschil met vorig jaar afgenomen. Vorige maand waren de gasopslagen voor 30% gevuld tegen 52% in juli 2025. De Europese verplichting bepaalt dat de voorraden bij aanvang van het verwarmingsseizoen minimaal 74% moeten zijn gevuld.

De belangrijkste oorzaak van de achterblijvende vulgraad is de langdurige negatieve zomer-winterspread: de gasprijs is nu hoger dan deze in de wintermaanden is. Hierdoor is er voor marktpartijen geen financiële prikkel om gas op te slaan. Om het vullen van gasopslagen commercieel interessant te maken, moet het verschil tussen de zomer- en winterprijs (‘de spread’) positief zijn en afdoende om de kosten van opslag te dekken. Op dit moment lijkt de markt nog steeds uit te gaan van een ruimere gasmarkt komende winter vergeleken met de huidige situatie.

De hoge gasprijs werkt ook door in de elektriciteitsprijs. De gemiddelde day-ahead elektriciteitsprijs bedroeg in juli €106/MWh. Dat is 20% hoger dan in juli 2025. Door de hoge gasprijs zijn alternatieven ten opzichte van gascentrales aantrekkelijker geworden voor het leveren van flexibel vermogen. Hierdoor namen Nederlandse kolencentrales in juli meer dan 10% van de Nederlandse elektriciteitsvraag voor hun rekening. In 2026 zien we tot nu toe minder uren met een negatieve elektriciteitsprijs. Dit wijst erop dat vraag en aanbod op de elektriciteitsmarkt elkaar steeds beter weet te vinden.

Dat steeds meer consumenten een dynamisch contract nemen, waarmee ze de prikkel hebben om op goedkope (en emissiearme) momenten te verbruiken, kan hier ook positief aan bijdragen. Het aantal consumenten met een dynamisch contract blijft in toenemende mate stijgen: in maart netto met 17.000, in april met 23.000, in mei met 30.000 en in juni met 33.000. Inmiddels heeft 8% van alle huishoudens een dynamisch contract, een stijging van 29% ten opzichte van vorig jaar en bijna een verdubbeling ten opzichte van twee jaar geleden.

Het aantal consumenten dat de afgelopen maanden voor een vast contract of een andere leverancier koos was de afgelopen maanden juist relatief laag. Dit kan erop duiden dat consumenten, door de relatief hoge tarieven van vaste contracten, besluiten af te wachten en nu een variabel of dynamisch contract nemen.

De ACM adviseert consumenten goed te kijken welk type energiecontract het beste bij hun situatie past. Elk contracttype kent een andere balans tussen zekerheid en risico.

Bijna 80% van de Nederlanders vreest stijgende energieprijzen

Van alle ontwikkelingen rondom energie maken Nederlanders zich het meest zorgen over de stijgende energieprijzen. Dat blijkt uit enquête-onderzoek van Overstappen.nl. Bijna 80% maakt zich enige tot veel zorgen over stijgende energieprijzen. Over stroomuitval is een groot deel juist onbezorgd.

Van alle bevraagde onderwerpen scoort de stijgende energieprijzen het hoogst op de lijst: 41% maakt zich hier enige zorgen over en 38% zelfs veel zorgen. Opgeteld ligt dit percentage rond de 79%, ruim boven elk ander onderwerp uit het onderzoek. Ook de afhankelijkheid van buitenlands gas of energie weegt zwaar: 39% heeft hier enige zorgen over en 29% veel, samen 68%.

Ook de hoogte van de energierekening zelf en netcongestie maken Nederlanders bezorgd: bij beide onderwerpen ligt het aandeel Nederlanders met enige tot veel zorgen ruim boven de 60%.

Rick Boenink, energie-expert bij Overstappen.nl, licht toe: “De cijfers laten zien dat huishoudens meer wakker liggen van de kosten, en minder van de techniek achter het stroomnet. Dat is logisch: een hogere energierekening voelt men iedere maand in de portemonnee, terwijl netcongestie of afhankelijkheid van buitenlands gas voor de meeste mensen abstracter blijft. Toch hangt dat juist nauw met elkaar samen, want internationale spanningen en een overvol stroomnet werken uiteindelijk door in de prijs die huishoudens betalen.”

Aan de andere kant van het spectrum staat stroomuitval. Meer dan 43% van de ondervraagden heeft hier niet zoveel of zelfs helemaal geen zorgen over. Daarmee is dit het enige onderwerp uit het onderzoek waarbij het aandeel onbezorgden groter is dan het aandeel dat zich enige tot veel zorgen maakt.

Wat opvalt is de tegenstelling tussen netcongestie en stroomuitval. Hoewel een ruime meerderheid van de respondenten (62,5%) zich enige tot veel zorgen maakt over netcongestie, maakt 43% zich juist nauwelijks tot geen zorgen over een daadwerkelijke stroomuitval. Dat beeld suggereert dat consumenten de drukte op het stroomnet nog niet direct koppelen aan het risico op een stroomstoring. Boenink licht toe: “ De consument snapt dat het stroomnet vol raakt, maar vertrouwt er vooralsnog op dat het licht blijft branden. Maar eigenlijk hangen deze twee juist nauw samen, want een overvol net vergroot de kans op stroomuitval op sommige plekken.”

donderdag 13 augustus 2026

Van bouwplaats tot energieknooppunt: zo groeit station Zeeburgereiland mee met Amsterdam

Op Zeeburgereiland bouwt Liander samen met TenneT aan een nieuw elektriciteitsstation dat straks een belangrijk deel van Amsterdam van stroom voorziet. De bouw is inmiddels in volle gang. In een timelapse van 30 seconden zie je hoe het station de afgelopen periode stukje bij beetje vorm krijgt.

Wat dit project bijzonder maakt, is de combinatie van locatie en samenwerking. Op een terrein van ongeveer 5.700 m², relatief klein voor een project met deze impact, bouwen Liander en TenneT samen aan twee stations en een distributieruimte. Qirion voert het project uit, samen met aannemer Mobilis. Op de bouwplaats werken verschillende teams tegelijkertijd, vaak dicht op elkaar. Dat vraagt om continue afstemming op planning en veiligheid. Juist doordat alles samenkomt op één plek, is samenwerking hier geen abstract begrip, maar dagelijkse praktijk. 
 
De timelapse maakt zichtbaar wat normaal gesproken moeilijk te overzien is. In korte tijd verandert de locatie van een lege bouwplaats in een herkenbare installatie. Je ziet onder andere de aanleg van de fundering, de opbouw van de gebouwen en de inrichting van het terrein voor de technische installaties. 

Het nieuwe station wordt een belangrijk knooppunt in het elektriciteitsnet van Amsterdam. Het station voedt straks onder andere Zeeburgereiland en delen van het Oostelijk Havengebied en helpt om bestaande stations, zoals Hoogte Kadijk, te ontlasten. En dat is hard nodig, want Amsterdam groeit en gebruikt steeds meer elektriciteit voor verduurzaming, elektrisch koken en vervoer. Het station zorgt ervoor dat die groei mogelijk blijft en draagt bij aan een betrouwbaarder netwerk.

Systeembatterij van Energeion in Kootwijkerbroek helpt het elektriciteitsnet slimmer te benutten

Op Energyhub Branderwal in Kootwijkerbroek is op 17 juli een grootschalige systeembatterij in gebruik genomen. Dankzij deze batterij kan Liander de beschikbare capaciteit op het elektriciteitsnet slimmer benutten. Hierdoor ontstaat ruimte voor ongeveer 60 bedrijven op het nieuw te ontwikkelen bedrijventerrein Harselaar-Zuid fase 1b/2, ondanks de druk op het elektriciteitsnet.

In de regio Barneveld groeit de vraag naar elektriciteit snel. Daardoor is het elektriciteitsnet op veel momenten vol en moeten bedrijven die willen groeien of verduurzamen soms wachten op een nieuwe of zwaardere aansluiting. Om in de tussentijd meer mogelijk te maken, zet Liander naast netuitbreidingen ook in op slimme oplossingen zoals flexibiliteit en energieopslag.

De systeembatterij van Energeion levert hier een belangrijke bijdrage aan. Door lokaal opgewekte elektriciteit op te slaan en beschikbaar te maken op momenten dat de vraag hoog is, wordt het netwerk efficiënter benut. Hierdoor kan tot 20 MW aan flexibel vermogen worden ingezet en ontstaat ruimte voor nieuwe aansluitingen en economische ontwikkeling.

Voor de inzet van de batterij heeft Liander met Energeion een Capaciteitssturingscontract (CSC) afgesloten. Dit is het eerste CSC-contract op het hoogspanningsnet in Gelderland en markeert een belangrijke stap in de inzet van flexibiliteit om netcongestie te verminderen.

Met een capaciteitssturingscontract spreekt Liander met een klant af dat deze op afgesproken momenten de afname of teruglevering van elektriciteit aanpast. De batterij laadt op wanneer er veel duurzame elektriciteit beschikbaar is en ontlaadt wanneer het elektriciteitsnet zwaar wordt belast. Zo wordt de beschikbare netcapaciteit beter benut en ontstaat ruimte voor andere gebruikers, zonder dat direct extra netverzwaring nodig is.

"Door de sterk groeiende vraag naar elektriciteit raakt het net op steeds meer momenten overbelast. Om dit te voorkomen, zijn wij bezig om klanten buiten de piekmomenten ruimte te bieden," zegt Huibert Baud, directeur Klant en Ontwerp bij Liander. "We maken afspraken met klanten zoals Energeion om ons op drukke momenten te helpen de piek te verminderen. Met een capaciteitssturingscontract kan Energeion dat doen voor zowel opwek als afname. Zo benutten we samen het elektriciteitsnet nog beter."

De realisatie van de systeembatterij is het resultaat van een samenwerking tussen Energeion, Huawei/Wattkraft, Zonneklaar, TTEP, Rabobank, Liander, ondernemers uit de regio, provincie Gelderland, Oost NL en de gemeente Barneveld.

woensdag 12 augustus 2026

Gerichte financiële instrumenten kunnen geothermieprojecten sneller financierbaar maken

Hoge ontwikkelkosten en onzekerheid in de vroege ontwikkelfase vormen een hardnekkig financieringsknelpunt voor geothermieprojecten. Invest-NL, EBN en Geothermie Nederland hebben daarom Fakton Energy gevraagd te onderzoeken welke financiële instrumenten dit knelpunt kunnen verkleinen. Het gezamenlijke onderzoek beschrijft vier instrumenten die risico’s beter beheersbaar maken, waardoor private financiers eerder kunnen instappen.

Ontwikkelaars van geothermieprojecten moeten al vroeg grote investeringen doen, terwijl pas na de boring duidelijk wordt hoeveel warmte een bron daadwerkelijk kan leveren. Financiers stappen meestal pas in wanneer de bron succesvol is aangetoond, vergunningen zijn verleend en er voldoende zekerheid is over de afzet van warmte. Hierdoor dragen ontwikkelaars langdurig het volledige projectrisico. Ook blijft hun eigen vermogen lang vastliggen in een beperkt aantal projecten, waardoor zij minder ruimte hebben om nieuwe projecten te starten.

Een betere financierbaarheid is nodig, juist omdat geothermie belangrijk is voor een duurzaam en weerbaar energiesysteem. Als lokale, duurzame warmtebron kan geothermie bijdragen aan minder afhankelijkheid van fossiele energie-importen en internationale energie- en grondstoffenmarkten. Geothermie levert bovendien continu warmte, onafhankelijk van zon, wind of weersomstandigheden. Dat maakt aardwarmte een belangrijk onderdeel van de duurzame bronnenmix van de toekomst.
Vier knelpunten remmen de ontwikkeling

De gezamenlijke analyse laat zien dat hoge ontwikkelkosten, onzekerheid in de vroege projectfase en beperkte financieringsmogelijkheden de opschaling van geothermie in Nederland vertragen. Uit gesprekken met ontwikkelaars, financiers, publieke instellingen en internationale experts komen vier dominante knelpunten naar voren:
onvoldoende effectieve instrumenten om geologisch risico en vollooprisico af te dekken;
hoog kapitaalbeslag in de ontwikkelfase;
onzekerheid over warmtevraag en afzet;
complexe en langdurige vergunningstrajecten.
De risico-rendementsverhouding in de ontwikkelfase is uit balans. Ontwikkelaars moeten veel kapitaal investeren, terwijl private financiers vaak pas later kunnen instappen. Gerichte financiële instrumenten kunnen helpen om dat gat te overbruggen.
Publieke middelen als hefboom voor private investeringen

Een belangrijk uitgangspunt van de analyse is dat publieke middelen vooral effectief zijn wanneer ze gericht risico’s verlagen en privaat kapitaal mobiliseren. Zo kunnen publieke middelen doelmatig worden ingezet om financieringsknelpunten weg te nemen en kansrijke projecten verder te brengen. Succesvolle voorbeelden in Frankrijk en Duitsland laten zien dat geothermie sterk kan groeien wanneer financiële instrumenten worden gecombineerd.

Invest-NL, EBN en Geothermie Nederland wijzen op een samenhangend pakket van financiële instrumenten en beleidsmaatregelen om het financieringsknelpunt structureel op te lossen. De basis daarvoor is een herijkte RNES-regeling naar Frans of Duits voorbeeld, aangevuld met maatregelen voor de ontwikkel-, boor- en realisatiefase. Denk aan:
een gedeeltelijke CAPEX-subsidie voor de boor- en realisatiefase;
uitbreiding van de Garantieregeling Warmtenetten voor de geothermiebron, of een publiek-privaat fonds voor ontwikkelleningen;
het gericht verkleinen van geologische risico’s in kansrijke gebieden via het play-opener-principe;
het bundelen van projecten om ontwikkelrisico’s te spreiden via een Green Deal-structuur.
Daarnaast vraagt de opschaling van geothermie om betere ondergronddata, sterkere samenwerking in de warmteketen en voorspelbaardere vergunningprocedures.
Breder perspectief

Het rapport laat zien hoe publieke en private partijen samen een veelvoorkomend financieringsknelpunt kunnen doorbreken. Door ontwikkelrisico’s beter beheersbaar te maken, kunnen private financiers eerder instappen en komen kansrijke projecten sneller van de grond.

Innovatiekrediet stimuleert productie flexibele zonnepanelen

Het innovatieve bedrijf Kalpana Systems ontvangt Innovatiekrediet. Ze krijgen dit voor de ontwikkeling van machines die ultradunne coatings aanbrengen op onder meer zonnepanelen. Door deze innovatie verder te helpen versterken we de Nederlandse positie in de halfgeleiderindustrie en duurzame hightechproductie. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) kent het Innovatiekrediet toe namens het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK).

Er is een groeiende behoefte aan duurzame energie. Daarbij helpen lichtere, flexibelere en breder toepasbare zonnepanelen. Voor zulke zonnepanelen zijn ultradunne coatings nodig. Kalpana Systems werkt aan een technologie om deze coatings sneller, goedkoper en op industriële schaal te maken.

Zo werken ze aan machines die extreem dunne coatings laag voor laag kunnen aanbrengen. Bovendien kan het systeem grote oppervlakken behandelen, waardoor het geschikt is voor industriële productie. Belangrijke toepassing is de productie van flexibele zonnepanelen. Deze nieuwe generatie zonnepanelen heeft een hogere energieopbrengst en is breder toepasbaar, bijvoorbeeld op gevels, voertuigen of andere plekken waar traditionele zonnepanelen minder geschikt zijn.

dinsdag 11 augustus 2026

Budget Thuis introduceert betaalbare plug-in thuisbatterij in aanloop naar einde saldering

Budget Thuis introduceert een betaalbare en slim aangestuurde plug-in thuisbatterij waarmee huishoudens eenvoudig hun eigen zonnestroom kunnen opslaan en deze energie later kunnen gebruiken. De batterij is zonder installateur via een stopcontact aan te sluiten en werkt in combinatie met ieder type energiecontract van Budget Thuis: vast, variabel, dynamisch of een combinatiecontract met vast gas en dynamische stroom. Met een klantprijs vanaf 669 euro, een jaarlijkse ‘Batterijbonus’ en slimme aansturing biedt Budget Thuis in aanloop naar de afschaffing van de salderingsregeling een toegankelijk alternatief voor grotere en duurdere thuisbatterijen.
 
Bij veel huishoudens valt de opwek en het verbruik van elektriciteit niet samen. Zonnepanelen wekken overdag vaak meer stroom op dan op dat moment nodig is, terwijl het energieverbruik juist in de avonduren hoger ligt. De plug-in thuisbatterij slaat het overschot aan zonnestroom op, zodat huishoudens deze energie later kunnen gebruiken. Daarmee sluit de capaciteit van de batterij aan bij dagelijks energiegebruik van veel huishoudens.

Waar traditionele thuisbatterijen vaak een flinke investering vragen en door een installateur moeten worden geplaatst, biedt de plug-in thuisbatterij een toegankelijk alternatief. De thuisbatterij wordt aangesloten via een stopcontact en is binnen enkele minuten te installeren via de app. Een installateur is niet nodig. Daarmee is het een praktische en laagdrempelige oplossing voor een groot deel van Nederland.
 
Budget Thuis wil de batterij daarnaast steeds slimmer aansturen. Dankzij de kennis van de energiemarkt kan het bedrijf inspelen op momenten waarop stroom relatief goedkoop of duur is. Zo kan de batterij niet alleen worden gebruikt om meer eigen zonnestroom te benutten, maar op termijn ook steeds slimmer worden ingezet om de energiekosten van huishoudens te verlagen.

De basisunit heeft een opslagcapaciteit van 1,92 kWh en kan worden uitgebreid met één of twee extra modules.

Een deel van het voordeel geeft Budget Thuis rechtstreeks terug aan klanten via een jaarlijkse ‘Batterijbonus'. Daarmee onderscheidt het bedrijf zich binnen de Nederlandse markt.

Klanten profiteren zo op drie manieren financieel: zij ontvangen korting bij aanschaf, krijgen (maximaal) vijf jaar lang een jaarlijkse Batterijbonus die kan oplopen tot 500 euro en besparen daarnaast op hun energiekosten door de batterij zelf.

Bij een vast of variabel energiecontract bedraagt de bonus voor de basisunit 50 euro per jaar en bij een dynamisch contract 25 euro per jaar. Voor iedere extra uitbreiding loopt de bonus met 25 per jaar op. De eerste uitkering volgt twaalf maanden na activatie en wordt uitgekeerd zolang het energiecontract bij Budget Thuis actief is en de batterij in gebruik blijft.

Alliander en gemeente Culemborg starten pilot met ‘Buurtbudget’ in Stationskwartier

Alliander en de gemeente Culemborg starten samen een pilot met het zogeheten Buurtbudget in het Stationskwartier. Met deze aanpak maakt men woningbouw en voorzieningen mogelijk binnen de grenzen van het elektriciteitsnet.

De samenwerking werd op 20 mei officieel bekrachtigd. Het Stationskwartier is daarmee een van de eerste locaties waar wij dit nieuwe instrument inzetten.

Door netcongestie staat de ontwikkeling van nieuwbouw in veel delen van Nederland onder druk. Voor woningen is vaak nog (beperkte) netcapaciteit beschikbaar, maar voor voorzieningen zoals supermarkten, scholen en horeca niet altijd. Zonder deze voorzieningen kan een woongebied niet goed functioneren.

Het Stationskwartier in Culemborg is geselecteerd vanwege de omvang en complexiteit van het project. Het gebied combineert woningen en voorzieningen en kent specifieke uitdagingen, zoals ondergrondse beperkingen en functies met een hoge stroomvraag.

“Het Stationskwartier voldoet aan onze criteria en is bovendien een complex stationsgebied,” zegt Maartje Brans, directeur Innovatie bij Alliander. “Juist die complexiteit biedt ons waardevolle kansen om extra kennis en ervaring op te doen.”

Amsterdam verlengt subsidieregeling duurzaam geproduceerde zonnepanelen en scherpt haar aan

De gemeente Amsterdam wil zoveel mogelijk daken benutten voor het opwekken van duurzame energie. Ze heeft daarvoor onder meer de subsidieregeling voor bijzondere zonnepaneleninstallaties. Sinds de start van de regeling in 2024 zijn in totaal 3.514 duurzaam geproduceerde zonnepanelen in plaats van conventionele panelen geplaatst in Amsterdam. Vanwege dit succes verlengt de gemeente de subsidie tot eind 2026. Ook stelt zij in de regeling meer eisen met betrekking tot eerlijke productieketens, zodat klimaatwinst gepaard gaat met het tegengaan van risico op dwangarbeid en milieuschade elders ter wereld.

Wethouder Lian Heinhuis (Duurzaamheid en energietransitie): “De energietransitie gaat niet alleen over het verminderen van CO₂-uitstoot om onze planeet, veiligheid en gezondheid te beschermen. Ook de manier waarop producten worden gemaakt, de gebruikte grondstoffen en de arbeidsomstandigheden in internationale productieketens zijn van belang. Amsterdam wil voorkomen dat de energietransitie bijdraagt aan zonnepanelen waarvan het risico bestaat dat zij onder onacceptabele omstandigheden zijn geproduceerd. Daarom kiezen wij ervoor de regeling niet alleen te verlengen, maar ook aan te scherpen. Want klimaatwinst mag niet ten koste gaan van mensenrechten of het milieu elders in de wereld.”

De subsidieregeling sluit voortaan aan bij de meest recente Duurzame Zonnepanelen Wijzer, die op initiatief van de gemeente Amsterdam onder regie van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland is ontwikkeld.

De regeling draagt eraan bij dat meer gebouweigenaren kiezen voor zonnepanelen met een lagere milieu-impact. De panelen hebben een CO2-voetafdruk die minimaal de helft lager is dan de vaak uit China afkomstige standaard panelen, hebben geen giftige stoffen en een lage kans op dwangarbeid in de keten. De subsidie is voor iedereen beschikbaar en wordt inmiddels gebruikt door particulieren, vve's, bedrijven en andere instellingen. Daarom heeft het college besloten de regeling tot eind 2026 te verlengen. Voor deze verlenging is ruim 700.000 euro beschikbaar. Hiermee blijft de gemeente investeren in de verdere verduurzaming van de gebouwde omgeving en het optimaal benutten van geschikte daken in de stad.

maandag 10 augustus 2026

Electra versterkt laadinfrastructuur in Zuid-Limburg met nieuwe locatie in Heerlen

Electra, de Europese specialist snelladen, heeft een nieuw snellaadstation in Heerlen geopend. De locatie vormt een belangrijke aanvulling op Electra’s snelgroeiende Nederlandse netwerk én op het sterke laadnetwerk in de grensregio met België, waar Electra marktleider is met 145 stations. EV-rijders in en rond Heerlen profiteren daarmee niet alleen van een nieuwe locatie dichtbij huis, maar ook van de uitstekende dekking van Electra aan beide zijden van de grens.
 
Dankzij een laadvermogen tot 150kW kunnen EV-rijders hun auto razendsnel opladen van 20% naar 80% in slechts 15 tot 20 minuten*. Terwijl de auto wordt opgeladen, kunnen bestuurders zelf even opladen met een kop koffie in het restaurant van Hoeve de Aar.

Het nieuwe snellaadstation bestaat uit drie laadpalen met in totaal zes snellaadpunten, die allemaal over een capaciteit van 300kW beschikken. In samenwerking met Hoeve de Aar is het snellaadstation geplaatst op de parkeerplaats van de evenementenlocatie direct aan de snelwegen A76 en N281. Deze locatie sluit aan bij Electra’s visie om snelladen mogelijk te maken op toegankelijke stedelijke locaties waar klanten toegang hebben tot horeca en/of retail gelegenheden. 

Hoewel Nederland met 10 laadpalen per 1.000 inwoners koploper van Europa is, bestaat het netwerk vrijwel volledig uit trage laadpalen in woonwijken. Het percentage snelle laadstations is juist in Nederland laag met 3%. Meer dan 80% van alle snellaadstations zijn te vinden langs de snelweg, terwijl maar 44% van alle kilometers gereden worden op de snelweg. 

Met de komst van het achttiende snellaadstation van Electra is hier verandering in gekomen. Naast het snellaadstation in Heerlen zijn Electra-snellaadstations te vinden in onder andere Sliedrecht, Beilen, Maastricht, Utrecht en Vierlingsbeek. 
 
De meeste Nederlandse snellaadlocaties van Electra beschikken over geavanceerde batterijsystemen. Hierdoor kunnen ze elektriciteit opslaan wanneer het stroomnet weinig wordt belast en deze weer afgeven tijdens piekmomenten. Dit draagt bij aan een vermindering van netcongestie en een stabieler elektriciteitsnet.

De Electra-snellaadstations zijn er voor iedereen: voor wie thuis geen laadpaal heeft, of onderweg snel wil laden. Ze zijn 24/7 geopend en bieden scherpe tarieven. 
 
ELECTRA bouwt ultrasnelle laadinfrastructuur die grootschalige elektrische mobiliteit concreet, toegankelijk en voordelig maakt voor iedereen. Het bedrijf is actief in 10 Europese landen en heeft 768 snellaadstations ontwikkeld (met bijna 4.700 snellaadpunten), ontworpen voor dagelijks gebruik: toegankelijk, betrouwbaar en gericht op een naadloze gebruikerservaring.  

Met de steun van een team van meer dan 350 medewerkers en een sterke industriële en technologische basis, positioneert ELECTRA zich als een sleutelspeler in de energietransitie in Europa. In januari 2026 werd Electra door de Chargemap-community erkend als het beste snellaadnetwerk in Nederland, België, Zwitserland, en Italië. Met meer dan 433.000 beoordelingen die de moderne en gebruiksvriendelijke snellaadervaring bevestigen.

ELECTRA werkt samen met tal van grondeigenaren en infrastructuurexploitanten—zoals winkelcentra, hotels, parkeerbedrijven en snelwegservicegebieden—om de meest strategische locaties veilig te stellen. De oplossingen van ELECTRA zijn gericht op zowel particulieren (B2C) als professionele wagenparken (B2B), en ondersteunen de transitie van onder andere taxidiensten, ride-hailing, last-mile logistiek en zakelijke wagenparken. 

De ELECTRA app biedt toegang tot 1 miljoen laadpunten in heel Europa, via één app en één laadpas. De app fungeert als een intelligente copiloot: het algoritme selecteert in real time de beste laadpaal op basis van laadvermogen, beschikbaarheid, betrouwbaarheid, locatie en prijs. Ook integreert de app laadstops rechtstreeks in de routeplanner.

Onderzoek EZK: breed draagvlak voor wind op zee. Maar er zijn ook zorgen

Nederlanders staan overwegend positief tegenover windparken op zee. Tegelijkertijd is de kennis over het onderwerp beperkt en leven er duidelijke zorgen over natuur en kosten. Het vervolg van de uitrol vraagt om duidelijke informatie, zicht op kosten en aantoonbare aandacht voor natuur en leefomgeving. Dat blijkt uit een nieuwe flitspeiling van Verian in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

Uit het onderzoek blijkt dat 55% van de Nederlanders (zeer) positief is over windparken op zee. Nog eens 30% staat er neutraal tegenover; slechts een kleine minderheid is negatief.
De positieve grondhouding hangt samen met het beeld dat wind op zee bijdraagt aan meer energiezekerheid en minder afhankelijkheid van buitenlandse fossiele energie.

Hoogopgeleiden (70%) vinden windparken op zee vaker een betere keuze dan fossiele energie dan laagopgeleiden (52%). Vrouwen (51%) zijn het vaker dan mannen (40%) eens dat windparken op zee een betere keuze zijn dan kernenergie.

Ook is sprake van steun voor verdere ontwikkeling: 59% staat positief tegenover overheidsinvesteringen in windparken op zee en een meerderheid verwacht dat de overheid hierin een actieve rol neemt.

Ook in de vergelijking met andere energiebronnen blijkt dat wind op zee op een stevig maatschappelijk fundament kan rekenen. Samen met zonne-energie behoort windenergie duidelijk tot de meest geaccepteerde vormen van energieopwekking: beide worden door een ruime meerderheid positief beoordeeld als bestemming van overheidsinvesteringen. Andere opties, zoals kernenergie, biomassa en geothermie, krijgen een gemengder oordeel, terwijl fossiele energiebronnen als aardgas, olie en kolen duidelijk minder draagvlak hebben.

Tegelijkertijd laat de peiling zien dat dit draagvlak nog niet stevig verankerd is in kennis.

53% van de Nederlanders geeft aan onvoldoende te weten over wind op zee.
Op veel vragen antwoordt een grote groep ‘neutraal’ of ‘weet niet’, wat wijst op onzekerheid en gebrek aan informatie.

De interesse is er wel: 44% zegt geïnteresseerd te zijn in klimaat en energie. Daarmee is het onderwerp voor een brede groep relevant, maar nog onvoldoende concreet.

donderdag 6 augustus 2026

Batterij helpt 60 bedrijven aan aansluiting

Op EnergyHub Branderwal in Kootwijkerbroek is een groot batterij in gebruik genomen. Deze batterij helpt 60 bedrijven aan een aansluiting voor bedrijventerrrein Harselaar-Zuid dat in ontwikkeling is. Ondanks de druk op het elektriciteitsnet.

De batterij slaat stroom op als er veel duurzame energie beschikbaar is. En levert die weer terug wanneer de vraag naar elektriciteit groot is. Zo wordt het elektriciteitsnet minder belast en ontstaat ruimte voor ondernemers om te groeien en te verduurzamen. De batterij heeft een vermogen van 20 megawatt en een opslagcapaciteit van 80 megawattuur. De batterij maakt deel uit van de Smart Energy Hub Branderwal. Een energyhub is een lokaal netwerk waarin bedrijven of instellingen samenwerken om energie op te wekken, op te slaan en te verbruiken. Samen met andere duurzame energievoorzieningen op de locatie is dit een belangrijk voorbeeld van hoe we in Gelderland slimmer kunnen omgaan met de krappe ruimte op het elektriciteitsnet.  

Via het programma Smart Energy Hub Oost Nederland droegen wij daarom bij aan de ontwikkeling van deze energyhub. Dankzij de gezamenlijke inspanningen van ondernemers, overheden en netbeheerders vinden we op deze manier oplossingen voor een van de grootste uitdagingen van dit moment: het overvolle elektriciteitsnet.  

Het volle stroomnet remt de ontwikkeling van bedrijven en duurzame projecten. Daarom zijn slimme oplossingen hard nodig. Deze batterij laat zien dat samenwerking en innovatie echt verschil kunnen maken. Zo ontstaat ruimte voor ondernemers én werken we aan een toekomstbestendig energiesysteem. Op die manier kunnen de energietransitie en economische groei écht hand in hand gaan.

Meterkast blijft grootste risicoplek

In 2025 zijn in ons land 913 elektriciteitsongevallen achter de meter geregistreerd. Dat zijn 6 procent minder incidenten dan in 2024, maar nog altijd aanzienlijk meer dan het gemiddelde van de afgelopen vijf jaar. Deze cijfers komen uit ons jaaroverzicht. Opgesteld op basis van openbare berichtgeving over ongevallen met elektrische installaties en apparaten.

Vooral de meterkast blijft een aandachtspunt. Volgens het rapport neemt de belasting van huishoudelijke installaties toe door de groei van elektrische toepassingen zoals laadpalen, warmtepompen, inductiekookplaten en thuisaccu’s. Daarnaast wordt de meterkast regelmatig gebruikt als opslagruimte, wat veiligheidsrisico’s kan vergroten.

Ook ongevallen met accu’s en opladers blijven veel voorkomen. Het gaat daarbij vrijwel altijd om mobiele lithium-ion accu’s, bijvoorbeeld van elektrische fietsen, gereedschap en auto’s. In veel gevallen ontstond het incident tijdens het opladen.

Opvallend is verder dat ongevallen met magnetrons en ovens de afgelopen jaren zijn toegenomen. Meer dan de helft van deze incidenten hangt samen met menselijk handelen, bijvoorbeeld doordat voedsel te lang wordt verhit of gebruikers worden afgeleid tijdens het koken.

Vergeleken met 2021 en 2022 ligt het aantal geregistreerde elektriciteitsongevallen nog steeds aanzienlijk hoger. De onderzoekers zien vooral een stijgende trend bij incidenten in meterkasten en bij accu’s en opladers. Tegelijkertijd bevestigen gegevens van verzekeraars en veiligheidsorganisaties dat kortsluiting, defecte apparaten, accu’s en menselijk handelen belangrijke oorzaken blijven van branden in en rond woningen.

Fatbike verbruikt twee keer zoveel stroom als e-bike, maar kost slechts € 1 per maand meer

Een fatbike verbruikt ruim twee keer zoveel stroom als een gewone stads-e-bike. Bij 5.000 kilometer per jaar komt de fatbike uit op € 23,54 aan laadkosten, tegenover € 11,01 voor de standaard e-bike. Dat blijkt uit een berekening van vergelijkingswebsite Overstappen.nl op basis van accucapaciteit, de actuele stroomprijs en het verlies bij het laden. In euro's blijft het verschil beperkt tot ongeveer € 12,- per jaar, oftewel € 1,- per maand. Ter vergelijking: een compacte benzineauto kost voor diezelfde 5.000 kilometer € 666,25 aan brandstof, een benzinescooter € 256,25.

Het verschil tussen het verbruik van de fatbike en de e-bike ligt aan twee factoren: de accu en het aantal kilometer per laadbeurt. Een stads-e-bike rijdt doorgaans op een accu van 500 Wh en haalt daarmee ongeveer 70 kilometer. Een fatbike heeft door de brede banden, het hogere gewicht en de zwaardere elektromotor een accu van rond de 840 Wh nodig, terwijl de afstand na een laadbeurt blijft steken op zo'n 55 kilometer.

Meer stroom in de accu en minder kilometers per laadbeurt betekent vaker laden én duurder laden. Per kilometer komt de fatbike daardoor uit op € 0,005 tegenover € 0,002 voor de stadsfiets. Bij 5.000 kilometer per jaar loopt dat op tot een verdubbeling van de laadkosten.

Een verdubbeling van het verbruik klinkt hoog, maar de absolute bedragen blijven laag. Een lege accu van 500 Wh volledig opladen kost € 0,15. Bij de grootste fatbike-accu van 840 Wh is dat € 0,26. Bij de berekening is uitgegaan van een stroomprijs van € 0,262 per kWh en is rekening gehouden met ongeveer 15% verlies in lader en accu.

De elektrische bakfiets zit qua kosten tussen de fatbike en de stads-e-bike in. Bij een elektrische bakfiets komt een accu van 545 Wh met een bereik van 50 kilometer neer op € 16,80 stroomkosten per jaar. Ook bij dagelijks gebruik blijft deze fiets daarmee onder de € 20,- per jaar.

Voor alle onderzochte typen fietsen liggen de jaarlijkse laadkosten tussen de € 11,- en € 24,-.

Omgerekend naar de kilometerprijs liggen alle e-bikes dicht bij elkaar: tussen de € 0,002 en € 0,005 per kilometer. Voor een stads-e-bike betekent dat vijf kilometer rijden voor één cent. Zelfs het duurste type e-bike blijft daarmee onder een halve cent per kilometer.

Arriva verduurzaamt verder: 70% van de Limburgse busvloot elektrisch na instroom nieuwe ZE-bussen

Arriva zet een grote, volgende stap richting duurzaam openbaar vervoer met de instroom van 48 nieuwe zero‑emissiebussen (ZE-bussen) in Limburg. 

Vanaf 13 december 2026 worden deze volledig elektrische bussen in stappen in gebruik genomen. Met deze uitbreiding bestaat eind 2026 zeventig procent van de Limburgse busvloot uit elektrische bussen: 145 van de in totaal 209 voertuigen rijden dan emissievrij.

De nieuwe ZE-bussen worden stapsgewijs ingezet op de verschillende vestigingen in Limburg. De instroom wordt zorgvuldig voorbereid, waarbij rekening is gehouden met beschikbare infrastructuur, laadcapaciteit en bijvoorbeeld de dienstregelingen. Op locaties waar uitbreiding technisch niet mogelijk is vanwege beperkingen op het elektriciteitsnet, blijft de huidige situatie ongewijzigd.

In de praktijk betekent dit dat bussen op verschillende manieren worden opgeladen: via laadkabels op de stalling of via laadsystemen op stations en bushaltes (pantograaflaadpunten). Dit is allemaal afhankelijk van locatie en inzet. De laadstrategie en logistiek worden vooraf uitgebreid getest om een betrouwbare dienstregeling te garanderen.

Volgens Chellie Soons, regiodirecteur Arriva Limburg, is de instroom het resultaat van vele intensieve samenwerkingen: “Deze operatie raakt alle onderdelen van onze organisatie. Van techniek en infrastructuur tot planning en uitvoering. Juist de samenwerking tussen collega’s en partners heeft ervoor gezorgd dat we dit hebben kunnen realiseren. Daar ben ik trots op.”

Vattenfall InCharge zet volgende stap naar automatisch laden zonder pasjes of apps

Vattenfall InCharge introduceert een nieuwe manier van elektrisch laden die het gebruik van laadpassen en apps overbodig kan maken. Met de dienst ‘Seamless Charging’ start en stopt een laadsessie automatisch zodra een elektrische auto wordt aangesloten op een laadpunt.

Steeds meer elektrische rijders krijgen te maken met verschillende laadpassen, apps en systemen, afhankelijk van het laadnetwerk of automodel. Dat maakt het laadproces vaak complexer dan nodig is. Seamless Charging is ontwikkeld om die stappen te verminderen en laden zo eenvoudig mogelijk te maken.

In Nederland, Zweden en Duitsland hebben de afgelopen maanden meer dan 700 bestuurders de technologie getest. De dienst automatiseert het volledige proces van laden, identificatie en betaling. Nadat gebruikers hun voertuig één keer aan hun account hebben gekoppeld, verloopt het laden volledig automatisch.

“Ik ben blij dat we werken aan dit soort innovaties samen met autofabrikanten. Seamless Charging maakt elektrisch laden intuïtief, snel en veilig: inpluggen en laden, zonder passen, apps of gedoe”, zegt Alied Wessels Boer, directeur van Vattenfall InCharge. “Seamless Charging maakt elektrisch rijden net zo eenvoudig als tanken – of zelfs eenvoudiger: inpluggen en klaar.” 

De oplossing maakt gebruik van voertuigdata via bestaande digitale koppelingen, waardoor de auto automatisch wordt herkend door het laadpunt. Daarbij worden beveiligde industriestandaarden toegepast om gegevens veilig te verwerken. De dienst werkt met zowel reguliere laadpunten (AC) als snelladers (DC) en vereist geen speciale hardware in de auto of laadpaal.

Seamless Charging is ontwikkeld als aanvulling op bestaande oplossingen zoals Plug & Charge. Die technologie werkt alleen op specifiek uitgeruste auto’s en laadpunten. Deze oplossing brengt automatisch laden ook naar veel elektrische auto’s die al rondrijden. Daarmee wordt het voor een grotere groep bestuurders makkelijker om zonder app of laadpas te laden.

Tijdens de pilot wordt de dienst getest met verschillende automerken en modellen in Nederland, Zweden en Duitsland. Het gaat onder meer om elektrische voertuigen en plug-in hybrides van Volvo en merken uit de Volkswagen Groep, zoals Volkswagen, Audi, Skoda en Cupra. Ook Tesla-voertuigen worden ondersteund. De verdere uitrol is mede afhankelijk van samenwerking met autofabrikanten, omdat toegang tot voertuigdata nodig is om de dienst breed beschikbaar te maken.

Naast gebruiksgemak biedt het systeem ook voordelen op het gebied van veiligheid en betrouwbaarheid. Doordat er geen fysieke passen of handmatige handelingen nodig zijn, wordt het risico op misbruik en fouten bij het laden verkleind. Tegelijk blijft het mogelijk om terug te vallen op de reguliere laadmethoden wanneer automatisch laden niet beschikbaar is.

woensdag 5 augustus 2026

Explosieve groei datacenters in Nederland zet stroom, CO₂ en water onder druk

De wereldwijde CO₂‑uitstoot van datacenters bedroeg in 2025 naar schatting 286 megaton, 57% hoger dan eerdere schattingen van het Internationaal Energieagentschap (IEA). Dit blijkt uit een recent rapport van Allianz Trade. Volgens de kredietverzekeraar zal zonder verdere verduurzaming de wereldwijde CO₂‑uitstoot van datacenters tegen 2030 meer dan verdubbelen tot 643 megaton. De datacenter-dichtheid in Nederland (gemeten naar oppervlak en inwonertal) hoort tot de hoogste ter wereld. Nu al nemen datacenters in ons land circa 7% van het totale elektriciteitsverbruik voor hun rekening. Ook hier loopt de druk op CO₂‑ruimte en watergebruik sterk op.

Uit het rapport van Allianz Trade blijkt dat de totale elektriciteitsvraag van datacenters wereldwijd in 2025 is gestegen tot ongeveer 515 TWh (terawattuur). Johan Geeroms, Director Risk Underwriting Benelux bij Allianz Trade: “De toename komt vooral door de opkomst van AI. Datacenters zijn niet langer te zien als niche-speler op de energie-markt. In sneltreinvaart zijn ze uitgegroeid tot een cruciale speler in de mondiale stroomvraag. Als die groei niet wordt gekoppeld aan snelle verduurzaming van de elektriciteitssector, schieten de CO₂‑ en watervoetafdruk van AI en datacenters gigantisch omhoog. AI‑groei is alleen houdbaar als overheden en bedrijven tegelijk fors investeren in groene stroom, extra netcapaciteit én veel efficiëntere digitale infrastructuur.”

Nederland hoort al jaren tot de digitale koplopers van Europa, met sterke internetknooppunten, geavanceerde connectiviteit en een grote concentratie datacenters. “Nederland is digitaal een van de best verbonden landen van Europa. Dat is een belangrijke economische kracht. Maar die voorsprong heeft een prijs: datacenters gebruiken inmiddels een fors deel van onze stroom. Dat vertaalt zich ook in CO₂‑uitstoot en druk op ruimte en voorzieningen.” Als er geen verdere verbetering en verduurzaming van het elektriciteitsnet plaatsvindt komt volgens Allianz Trade de uitstoot van datacenters in Nederland uit op 4,73 megaton CO₂ in 2030.

Naast elektriciteit en CO₂ wijst het rapport op waterverbruik als onderbelichte factor. Wereldwijd verbruikten datacenters in 2025 naar schatting 814 miljard liter water. Hiervan hing ongeveer driekwart indirect samen met elektriciteitsopwekking en de rest met koeling op locatie en chipproductie. Voor Nederland schat het rapport de huidige waterconsumptie van datacenters op 10,8 miljard liter per jaar.

“Water wordt in de discussie over AI en datacenters nog te vaak vergeten,” aldus Geeroms. “Ook in Nederland moeten we breder kijken dan alleen stroomverbruik. De echte opgave is: hoe bouwen we een digitale economie die niet alleen snel en slim is, maar ook zuinig omgaat met energie, CO₂‑ruimte en water.”

Geeroms benadrukt dat AI niet alleen het probleem aanjaagt, maar juist ook een deel van de oplossing is. “Uit ons rapport blijkt dat met slimme toepassing van AI CO₂‑uitstoot en waterverbruik zijn terug te dringen. Denk aan betere sturing van elektriciteitsnetten, efficiënter energiegebruik in gebouwen, slimmere logistiek en minder verspilling in industriële processen. De sleutel is dus niet om AI af te remmen, maar om AI én de onderliggende datacenter-infrastructuur duurzamer te organiseren.” Volgens Geeroms valt met AI per saldo meer uitstoot te besparen dan de eigen infrastructuur veroorzaakt.

TNO-onderzoek: Nederlandse afvalenergiecentrales cruciaal voor Europese circulaire economie, energiezekerheid en klimaatdoelen

Nederlandse afvalenergiecentrales (AEC's) kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de Europese circulaire economie, energiezekerheid en klimaatdoelen, mits Nederland blijft kiezen voor Europese samenwerking. Dat blijkt uit een nieuwe studie van TNO naar de toekomst van Nederlandse AEC's in een Europese context. Volgens het onderzoek leveren scenario's waarin Nederland inzet op behoud van verwerkingscapaciteit, verwerking van Europese recyclingresiduen en grootschalige CO2-afvang (CCS) aanzienlijk betere klimaatprestaties op dan scenario's waarin de afvalmarkt beperkt wordt tot alleen Nederland.

De studie laat zien dat de rol van afvalenergiecentrales verandert. In geval de Nederlandse recyclingdoelen gehaald zal worden dan neemt het aanbod van Nederlands restafval af, maar tegelijkertijd ontstaan juist nieuwe reststromen uit recycling die verwerkt moeten worden. Bovendien beschikken verschillende Europese lidstaten nog niet over voldoende recycling- en verwerkingscapaciteit. Nederlandse AEC's kunnen deze reststromen verwerken en voorkomen daarmee dat afval elders in Europa wordt gestort, om zodoende aanzienlijke methaanemissies te voorkomen. Nederland heeft in de Global Methane Pledge beloofd acties te nemen om de wereldwijde uitstoot van dit agressieve broeikasgas in 2030 met 30% te verminderen.

Volgens TNO moeten keuzes over afvalverwerking, recycling, import van afvalstromen en CO2-afvang daarom nadrukkelijk in Europese samenhang worden gemaakt. De studie concludeert dat juist een combinatie van behoud van Nederlandse AEC-capaciteit voor de Europese markt, verwerking van recyclingresiduen en investeringen in CCS leidt tot de grootste klimaatwinst.

Voor Nederland sluit dit aan bij de nieuwe nationale circulaire doelstelling om in 2030 voor 50 procent gebruik te maken van secundaire grondstoffen. Voor de sterk exporterende Nederlandse kunststofverwerkende industrie betekent dit de noodzaak om geëxporteerd plastic in de afvalfase terug te halen voor recycling. Bij die recycling ontstaat onvermijdelijk residu. Dat residu kan vervolgens worden benut in Nederlandse afvalenergiecentrales voor de productie van duurzame elektriciteit en warmte, waarmee fossiele brandstoffen zoals geïmporteerd LNG worden vervangen.

Daarnaast kunnen afvalenergiecentrales zelf nog meer kunststoffen uit het restafval terugwinnen door verdere uitbreiding van PMD-nascheiding. Het resterende, niet-recyclebare materiaal wordt vervolgens benut voor energieopwekking. Wanneer deze installaties bovendien grootschalig CO2 afvangen en opslaan, ontstaan sterk negatieve CO2-emissies doordat ook biogene CO2 permanent wordt opgeslagen. Juist deze combinatie levert volgens TNO de grootste bijdrage aan de Europese klimaatdoelen.

De studie onderstreept bovendien dat Europese samenwerking wederkerig is. Nederland maakt daar zelf al dagelijks gebruik van door jaarlijks bijvoorbeeld circa één miljoen ton gevaarlijk afval te exporteren naar gespecialiseerde verwerkingsinstallaties in andere Europese landen, omdat hiervoor nationaal onvoldoende capaciteit beschikbaar is. Diezelfde Europese solidariteit is ook nodig voor de verwerking van recyclingresiduen en niet-recyclebaar restafval.


dinsdag 4 augustus 2026

Een project van 2 nieuwe windturbines in Fernelmont

Luminus stelde onlangs zijn nieuwe windproject voor aan de inwoners en het gemeentebestuur van Fernelmont. Het bedrijf plant er de bouw van 2 nieuwe windturbines. Deze zullen 29.000 MWh groene stroom per jaar produceren, wat overeenkomt met het equivalent van het jaarverbruik van 8.300 gezinnen. Ter vergelijking, de gemeente Fernelmont telt ongeveer 3.000 gezinnen.

​De twee nieuwe windturbines, met elk een maximale capaciteit van 7 MW, zullen elk jaar ongeveer 29.000 MWh groene stroom produceren, goed voor het jaarlijks elektriciteitsverbruik van ongeveer 8.300 gezinnen. Hiermee wordt ieder jaar 8.000 ton CO2 (eq) vermeden.

De gekozen locatie, gelegen tussen de dorpen Franc-Waret en Hingeon, heeft veel voordelen voor de ontwikkeling van windenergie: dichtbij belangrijke infrastructuur (E42, een hoogspanningslijn van Elia en in het verlengde van een bestaand windpark)
een groot windpotentieel en dus een zeer goed potentieel voor de productie van hernieuwbare energie
Goede bereikbaarheid van de site
Het windproject in Fernelmont zou het Waalse Gewest ook helpen zijn klimaatdoelstelling van elk jaar 6 200 GWh windenergie te behalen en de energieonafhankelijkheid van Europa verder vergroten.

IX Zon en Liander slaan handen ineen voor het eerste stand-alone BESS-project ter vermindering van netcongestie

IX Zon en netbeheerder Liander hebben een belangrijke stap gezet in de ontwikkeling van nieuwe oplossingen voor netcongestie op het regionale elektriciteitsnet. Met de ondertekening van de Capaciteitssturingscontracten (CSC) leggen beide partijen de basis voor een stand-alone Battery Energy Storage System (BESS) van 40 MW / 160 MWh in Borculo (Gelderland). IX Zon zorgt voor een stand-alone BESS waarmee Liander overbelasting op het regionale elektriciteitsnet kan voorkomen. Het is het eerste stand-alone BESS-project waarvoor Liander deze contractvorm toepast.

De BESS in Borculo laat zien dat grootschalige flexibiliteit ook op het regionale elektriciteitsnet kan worden ingezet. Waar soortgelijke projecten voor congestiemanagement zich tot nu toe voornamelijk hebben ontwikkeld op het landelijke hoogspanningsnet van TenneT (Transmission System Operator, TSO), was toepassing op het regionale elektriciteitsnet (Distribution System Operator DSO) door regelgeving en transporttarieven tot nu toe beperkt. Dit project laat zien dat ook op regionaal netniveau een economisch en technisch haalbare oplossing mogelijk is. Daarmee biedt het project niet alleen een oplossing voor de omgeving van Borculo, maar ook een voorbeeld voor vergelijkbare congestielocaties elders in Nederland.

Het BESS-project krijgt een vermogen van 40 MW en een opslagcapaciteit van 160 MWh. Door flexibel elektriciteit op te slaan of terug te leveren wanneer de netbeheerder daarom vraagt, helpt het systeem vraag en aanbod lokaal beter in balans te brengen. Hierdoor wordt de beschikbare netcapaciteit efficiënter benutten wordt tegelijkertijd ook de balans tussen vraag en aanbod op het regionale elektriciteitsnet verbeterd.

Met de ondertekening van de CSC-overeenkomsten zijn belangrijke commerciële en technische randvoorwaarden voor de realisatie van het project ingevuld. Hiermee start de volgende fase van de projectontwikkeling, waaronder de afronding van de projectfinanciering, de selectie van leveranciers en de voorbereiding van de bouw.

De realisatie van het BESS staat gepland voor 2027. Na ingebruikname zal het systeem bijdragen aan een efficiënter gebruik van het regionale elektriciteitsnet, een grotere flexibiliteit van het Nederlandse energiesysteem en de verdere integratie van duurzame energie.

maandag 3 augustus 2026

Electrification Action Plan zet Europa op de juiste koers – nu komt het aan op uitvoering

De Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) verwelkomt het Electrification Action Plan van de Europese Commissie. Het plan maakt belangrijke keuzes: minder afhankelijkheid van fossiele import, lagere energiekosten en een sterkere Europese economie gaan hand in hand. Dit is de richting die Europa nodig heeft. ‘Het komt er nu op aan dit plan voortvarend uit te voeren. Ook voor Nederland is er werk aan de winkel, bijvoorbeeld in het verder rechttrekken van de energiebelasting op elektriciteit en gas, en het versnellen van vergunningverlening,’ zegt Marc Londo, inhoudelijk directeur NVDE.
 
De urgentie is groot. Meer dan de helft van het Europese energieverbruik bestaat nog uit geïmporteerde fossiele brandstoffen. Alleen al tijdens de recente crisis in het Midden-Oosten gaf Europa in 111 dagen € 50 miljard extra uit aan fossiele energie-import. Tegelijkertijd komt inmiddels al 70 procent van de Europese elektriciteit uit schone Europese bronnen. Juist daarom is verdere elektrificatie de logische volgende stap.
 
De Commissie zet met een indicatief elektrificatiedoel van 46% in 2040 een belangrijke stap. De komende uitwerking in het Energy Union Package moet ervoor zorgen dat deze ambitie daadwerkelijk wordt verankerd. De elektrificatiegraad van Europa staat al tien jaar stil op 23 procent, terwijl landen als China, Japan en Zuid-Korea inmiddels boven de 30 procent zitten. Volgens de Commissie kan versnelde elektrificatie de Europese gasimport met meer dan 70 procent en de olie-import met meer dan 40 procent verminderen. Dat levert Europa in 2040 tot € 260 miljard aan besparingen op de import van fossiele brandstoffen op. Het Electrification Action Plan bevat ambitieuze doelen, zoals 200 GW opslagcapaciteit in 2030 en een snellere uitrol van hernieuwbare elektriciteit.
 
De grootste belemmering voor elektrificatie is niet de techniek, maar de prijs. Elektriciteit is voor Europese bedrijven en huishoudens gemiddeld bijna drie keer zo duur als gas. Daarmee blijft investeren in warmtepompen, elektrische industriële processen en elektrisch vervoer onnodig lastig. Het is belangrijk de energiebelasting op elektriciteit en gas verder recht te trekken, om de verduurzaming door elektrificatie aantrekkelijker te maken dan blijven verwarmen met gas.
De NVDE steunt de voorstellen om belastingen (inclusief de btw op investeringen in elektrificatie), nettarieven en fossiele subsidies tegen het licht te houden. Elektriciteit moet structureel aantrekkelijker worden dan fossiele energie. Ook slimme flexibiliteit, opslag en een beter benut elektriciteitsnet zijn essentieel om de energiekosten voor bedrijven en consumenten te verlagen. Dat sluit goed aan bij Nederlandse initiatieven zoals Flex-e XL voor industriële flexibiliteit.

Voor de industrie bevat het plan belangrijke voorstellen. De aangekondigde Decarbonisation Bank, gerichte ondersteuning voor industriële elektrificatie, warmteprojecten, opslag en netaansluitingen kunnen bedrijven helpen om sneller te investeren. Ook de aandacht voor industriële flexibiliteit en restwarmte is waardevol.
 
Tegelijkertijd is de NVDE kritisch op voorstellen die het Europese emissiehandelssysteem (ETS) verzwakken. Juist een stevig en voorspelbaar ETS maakt investeringen in elektrificatie rendabel. Ondersteuning geven voor elektrificatie én tegelijkertijd de CO₂-prikkel afzwakken werkt elkaar tegen. Houd daarom vast aan een ambitieus ETS, zet de afbouw van gratis emissierechten door, versterk het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM) en investeer ETS-opbrengsten gericht in koploperbedrijven en nieuwe industrie en bedrijvigheid. Positief is wel dat bedrijven hun gratis emissierechten in toenemende mate moeten verdienen door daadwerkelijk te investeren in emissiereductie. Dat versterkt de prikkel om te verduurzamen.
 
Om verduurzaming ook daadwerkelijk mogelijk te maken zijn ook praktische zaken nodig: snellere vergunningverlening, een stikstofvrijstelling tijdens de bouwfase van projecten, snellere uitbreiding van het elektriciteitsnet én stevige vraag naar duurzame producten. Alleen dan ontstaat het investeringsklimaat dat bedrijven nodig hebben.

21 gemeenten in Brainportregio maken afspraken met Enexis om uitbreiding stroomnet te versnellen

De 21 gemeenten in de Metropoolregio Eindhoven (MRE) en netbeheerder Enexis hebben concrete afspraken gemaakt om de uitbreiding van het elektriciteitsnet in de regio fors te versnellen. De afspraken moeten helpen om woningbouw, economische groei en innovatie in de Brainportregio mogelijk te blijven maken.

De samenwerking richt zich op het sneller uitbreiden van het laag- en middenspanningsnet: het deel van het elektriciteitsnet dat stroom levert aan woonwijken, bedrijven en voorzieningen. De ambitie is om de doorlooptijd van infrastructurele projecten minimaal te halveren. De druk op het elektriciteitsnet is in heel Nederland groot, maar in de Brainportregio komt daar de snelle groei van hightechindustrie, innovatiecampussen en woningbouw bovenop. Volgens de betrokken partijen vraagt die ontwikkeling de komende jaren om duizenden kilometers extra kabels, tientallen nieuwe verdeelstations en duizenden aanpassingen aan transformatorstations in de regio. “Om de groei van Brainport mogelijk te houden, moeten we sneller kunnen bouwen aan het elektriciteitsnet. Dat vraagt om intensieve samenwerking tussen gemeenten en netbeheerder,” aldus de Peter Lemmens van Enexis.

Volgens de partijen moet hierdoor voorkomen worden dat procedures, discussies en besluitvorming per project opnieuw gevoerd moeten worden. Lemmens: “De uitbreiding van het stroomnet raakt letterlijk iedere buurt. In de komende jaren moet in veel wijken de straat open om het elektriciteitsnet toekomstbestendig te maken.

De opgave in de regio is omvangrijk. Voor de noodzakelijke uitbreiding van het net is volgens de samenwerkingspartners ruim 4.000 kilometer extra kabel nodig, samen met meer dan 80 transportverdeel- en regelstations, 2.900 nieuwe netstations en circa 2.600 transformatorverzwaringen. Naar verwachting moet hierdoor uiteindelijk één op de drie straten in de regio open. De afspraken maken onderdeel uit van de bredere Brainportaanpak netcongestie, waarin overheden, netbeheerders en regionale partners samenwerken aan oplossingen voor het volle stroomnet.

Om gemeenten te ondersteunen bij de uitvoering is per 1 januari 2026 het Realisatieteam Energie‑infrastructuur vanuit MRE en Enexis gestart als onderdeel van het Realisatiebedrijf MRE. Dit team ondersteunt gemeenten en netbeheerder Enexis bij de uitvoering van de energie-infrastructuuropgave. De inzet richt zich op het beter benutten van samenwerking, het wegnemen van knelpunten en het organiseren van tempo in de uitvoering, onder meer bij de ruimtelijke processen rond middenspanningsstations. Alle partijen blijven bestuurlijk in de lead en eigenaar van hun opgaven.