Pagina's

vrijdag 31 juli 2026

Vattenfall InCharge start pilot waarbij auto's zonder stekker op laadplek mogen parkeren

Vanaf 1 augustus start Vattenfall InCharge in Noord-Brabant en Limburg een pilot waarbij openbare laadplekken niet langer uitsluitend zijn bestemd voor auto's die laden. Op geselecteerde locaties mogen ook automobilisten zonder stekkerauto parkeren, zonder risico op een boete. Met de pilot onderzoekt Vattenfall InCharge of laadpalen sneller geplaatst kunnen worden doordat gemeenten geen apart besluit meer hoeven te nemen om een parkeerplaats exclusief voor elektrische auto's te reserveren. Daarnaast wordt onderzocht hoe automobilisten omgaan met laadplekken die ook gebruikt mogen worden door auto's die niet laden. 

Aanleiding voor de pilot is de groeiende druk op de openbare ruimte. Elektrische auto's hebben laadplekken nodig, terwijl veel buurten tegelijkertijd kampen met parkeerdruk. Uit onderzoek van Vattenfall InCharge onder ruim 1.000 automobilisten blijkt dat beide onderwerpen leven onder automobilisten, maar ook dat de verschillen tussen elektrische en benzine- en dieselrijders minder groot zijn dan het publieke debat soms doet vermoeden. 

"Om de groei van elektrisch rijden mogelijk te maken, moeten we blijven zoeken naar slimme oplossingen voor de openbare ruimte. Deze pilot helpt ons inzicht te krijgen in hoe gedeelde laad- en parkeerplekken in de praktijk werken en of daarmee de uitrol van laadinfrastructuur kan worden versneld. De resultaten kunnen waardevolle lessen opleveren voor gemeenten in heel Nederland", aldus Alied Wessels Boer, directeur Vattenfall InCharge. 

In het publieke debat klinkt regelmatig dat laadplekken ten koste gaan van schaarse parkeerplaatsen. Uit het onderzoek blijkt echter dat slechts 16 procent van de benzine- en dieselrijders vindt dat er te veel laadplekken in de eigen omgeving zijn. Daar staat tegenover dat meer dan de helft van de elektrische rijders juist aangeeft dat er te weinig laadplekken zijn.  

Onder zowel elektrische rijders als automobilisten met een benzine- of dieselauto vindt 4 op de 10 dat het huidige aantal laadplekken in de buurt voldoende is. Daarmee lijkt de discussie minder te gaan over het aantal laadplekken en meer over de verdeling van de schaarse ruimte. 
 
De meningen lopen verder uiteen wanneer gevraagd wordt wat er moet gebeuren als laadplekken ook gebruikt mogen worden door auto's die niet laden. Zo vindt 28 procent van de automobilisten met een benzine- of dieselauto parkeerdruk een groter probleem dan de beschikbaarheid van laadpalen, tegenover slechts 1 op de 10 elektrische rijders. 

Tegelijkertijd blijkt ook onder elektrische rijders geen massale weerstand tegen het delen van laadplekken. De grootste groep (38 procent) noemt het een goed idee, zolang elektrische auto's kunnen blijven laden wanneer dat nodig is. Daar staat 36 procent tegenover die zich niet kan vinden in de pilot en van mening is dat laadplekken in de eerste plaats bedoeld zijn om te laden. 

Dat beeld laat zien dat voor veel elektrische rijders niet zozeer de parkeerplaats zelf centraal staat, maar de zekerheid dat er geladen kan worden wanneer dat nodig is. Toch bestaat er ook terughoudendheid: 11 procent van de elektrische rijders vreest dat het openstellen van laadplekken elektrisch rijden kan ontmoedigen. 

Als automobilisten straks daadwerkelijk op een laadplek mogen parkeren zonder te laden, hoe gedragen zij zich dan? Uit het onderzoek blijkt dat veel automobilisten niet van plan zijn een laadplek zomaar als extra parkeerplaats te gebruiken.  

Van de benzine- en dieselrijders zegt 41 procent een laadplek vrijwillig vrij te laten voor iemand die moet laden. Nog eens 27 procent zou er alleen parkeren als er geen andere plek beschikbaar is. Slechts 14 procent van de benzine- en dieselrijders zegt langer dan twee uur te parkeren op een gedeelde laad- en parkeerplek. 

Aantal huishoudens dat om financiële redenen afhaakt bij isolatie stijgt met 70 procent

Het aantal huishoudens dat afhaakt omdat ze isoleren te duur vinden, is in een jaar fors gestegen. Dat blijkt uit cijfers van Nederland Isoleert, onderdeel van Essent. Het bedrijf vergeleek de eerste vier maanden van 2026 met de eerste vier maanden van vorig jaar en zag een toename van 70 procent. "Dat is zorgwekkend en onnodig, voorfinanciering en één loket zou het oplossen", zegt directeur Rene Bockmeulen.

Het gaat om huishoudens die geïnteresseerd zijn in isolatie, maar afhaken op het moment dat ze horen dat het duizenden euro’s gaat kosten. "Mensen die voldoende middelen hebben om te isoleren, hebben dat vaak al gedaan. Het lijkt erop dat door de hoge gasprijs en inflatie nu een bredere groep huishoudens overweegt om te investeren in isolatie”, zegt Bockmeulen. “Maar veel van deze mensen haken af als ze horen wat het kost. De interesse is er dus wel, maar de middelen vaak niet. Een gemiste kans, want uiteindelijk moet iedereen mee kunnen in de energietransitie. Ook de huishoudens die dat zelf niet kunnen betalen.”

Zowel landelijk als regionaal zijn er veel subsidie- en financieringsmogelijkheden als het gaat om het verduurzamen van een woning. "Maar veel mensen weten niet dat die er zijn. Daardoor haken zij soms al af voordat ze weten wat er mogelijk is. Dat is ontzettend zonde", zegt Bockmeulen.

Een van die mogelijkheden is het Nationaal Warmtefonds. Eigenaren van koopwoningen kunnen daar tot € 29.000 lenen voor isolatiemaatregelen. Bij een verzamelinkomen onder € 60.000 bedraagt de rente momenteel 0 procent. In combinatie met de ISDE-subsidie, die gemiddeld circa 30 procent van de kosten van isolatiemaatregelen vergoedt, wordt verduurzamen voor veel huishoudens financieel beter bereikbaar. Met het extra kabinetsbudget van eind april (€ 180 miljoen) kunnen naar schatting nog circa 50.000 extra woningen worden gefinancierd.

De noodzaak om te isoleren is groot. Volgens onderzoek van TNO en CBS leven ruim 510.000 huishoudens in energiearmoede. Dat is 6,1 procent van alle Nederlandse huishoudens. Daarbovenop is er een risicogroep van circa 1 miljoen huishoudens die bewust minder verbruiken om de energierekening beheersbaar te houden. Juist voor die groep is isoleren een van de meest effectieve maatregelen om de energierekening structureel te verlagen.

"Als mensen afhaken vanwege de financiële drempel, wijzen wij ze altijd op het feit dat er mogelijkheden zijn", zegt Bockmeulen. “Maar Essent en Nederland Isoleert pleiten ook voor één duidelijk nationaal loket waar iedereen makkelijk terecht kan en wordt ontzorgd. Ook moeten mensen subsidies nu altijd achteraf aanvragen. Dit blijkt voor velen een ingewikkeld proces met een onzekere uitkomst. Heel vervelend, zeker als je zelf onvoldoende geld hebt. We pleiten daarom ook voor een systeem waarbij subsidies worden voorgeschoten aan mensen die zelf onvoldoende middelen hebben.”

donderdag 30 juli 2026

Meerderheid nieuwe auto’s in 2027 elektrisch

De elektrische auto bereikt in 2027 een belangrijk kantelpunt in Nederland: voor het eerst is meer dan de helft van alle nieuw verkochte auto's naar verwachting volledig elektrisch. Toch zorgt die omslag niet automatisch voor een snelle vergroening van het Nederlandse wagenpark. Door een aanhoudend lage nieuwverkoop en een beperkt aanbod betaalbare elektrische occasions blijft de doorstroming nog achter, waardoor auto's op de weg gemiddeld steeds ouder worden. Dat blijkt uit het nieuwste vooruitzicht voor de automotive sector van ING Research.

Het grootste deel van de nieuwe autoverkoop gaat naar zakelijke rijders. Steeds meer grote bedrijven hebben al een 100%-elektrisch beleid voor nieuwe instroom van leaseauto’s en met ingang van 2027 moeten werkgevers een jaarlijkse heffing van 12% over de waarde betalen voor niet-elektrische auto’s die de weg op komen (de pseudo-eindheffing). Dit sluit aan bij het Europese plan om zakelijke wagenparken als belangrijke driver van de nieuwe verkoop sneller te elektrificeren.

Bredere adoptie van elektrisch rijden onder particulieren verloopt nog altijd een stuk trager dan op de zakelijke markt. Consumenten wijzen daarbij op een beperkt aanbod van betaalbare modellen, het ontbreken van laadmogelijkheden aan huis en een mogelijk hogere wegenbelasting. Ook vraagt elektrisch rijden om aanpassing en planning als het gaat om laden en het rijden van langere routes. Toch laat de sterk toegenomen vraag naar elektrische occasions bij de hogere brandstofprijzen dit jaar zien dat de interesse er met een financiële prikkel is. Naar verwachting blijft de vraag naar elektrische occasions ook op een hoger niveau. Wel zullen er meer betaalbare elektrische auto’s moeten instromen om het aanbod beter te laten aansluiten op de vraag en te voorkomen dat terugkerende elektrische leaseauto’s naar het buitenland verdwijnen omdat er onvoldoende belangstelling voor is.

Hoewel de verkoop van nieuwe auto’s recent is aangetrokken, verwachten we dat er ditjaar in totaal circa 380.000 nieuwe auto's worden verkocht, wat 2% minder is dan vorig jaar. De belangrijkste oorzaak is de zwakke start van het jaar. Eind 2025 gingen veel zakelijke rijders ervan uit dat de bijtelling voor elektrische auto's fors zou stijgen van 17% naar 22%. Daardoor werden veel vervangingsauto's eerder besteld. Toen die verhoging uiteindelijk niet doorging, waren die aankopen al naar voren gehaald. 

Ook dit jaar verwachten we een eindsprint in de autoverkoop. Bedrijven zullen waarschijnlijk extra plug-in hybrides en benzineauto’s registreren voor dit ongunstig wordt en meer elektrische auto's om nog te profiteren van de lagere bijtelling van 18%. Dat effect is echter onvoldoende om de markt als geheel te laten groeien.

Autorijden blijft onverminderd populair in Nederland. Het wagenpark verder doorgegroeid naar 9,4 miljoen auto’s en houdt het aantal inwoners daarmee bij. Met de huidige relatief lage nieuwverkoop blijft de nieuwe instroom van auto’s echter rond een dieptepunt van 4% hangen. Bijna 30% van het wagenpark is inmiddels ouder dan 15 jaar, de helft meer als 10 jaar terug. Hoewel de structureel lagere nieuwverkoop van auto’s niet uniek is, blijft Nederland wel achter bij buurlanden België en Duitsland, waar occasions minder populair zijn. Hier ligt de vernieuwingsgraad met respectievelijk 6% en 7% hoger, wat bijdraagt aan snellere elektrificatie.

De ‘weglek’ van elektrische auto’s naar het buitenland neemt door de hogere brandstofprijzen af, maar occasionprijzen zijn gestegen en het huidige aanbod is nog relatief duur en sluit bovendien niet altijd aan bij de wensen van particulieren die kleinere betaalbaardere modellen zoeken. Doorstroming via de occasionmarkt is belangrijk, maar het blijft hierdoor ook nodig dat de nieuwe instroom omhooggaat.

Elektrische rijders ontvangen vergoeding voor ontlasten stroomnet in Gelderland

Elektrische rijders (e-rijders) in Gelderland kunnen een vergoeding krijgen als zij ervoor kiezen hun auto slim op te laden bij een publieke laadpaal. Netbeheerder Liander start daarvoor samen met technologiepartner Deftpower, laadpaalexploitanten Vattenfall en Allego en laadpasaanbieders ANWB en Athlon een pilot op 12.000 publieke laadpunten in Gelderland. 

Het gaat om een van de eerste grootschalige initiatieven in Nederland waarbij gebruikers van publieke laadpalen financieel worden beloond voor flexibiliteit. Onderzocht wordt of een financiële beloning e-rijders stimuleert om vaker buiten de drukste uren te laden en hoeveel flexibiliteit daarmee beschikbaar komt voor een beter benut stroomnet.

Steeds meer mensen rijden elektrisch. Tegelijkertijd groeit de druk op het stroomnet, vooral in de namiddag en avond. Juist op die momenten worden veel elektrische auto's aangesloten op publieke laadpalen. Twee derde van die auto's blijft vervolgens de hele nacht aangesloten. Dat biedt kansen om laadsessies later te starten, zonder dat dit gevolgen heeft voor de gebruiker.

“Steeds meer mensen laden hun auto op in de openbare ruimte. Als een deel van die laadsessies verschuift naar rustige uren, kunnen we het stroomnet slimmer benutten zonder dat dit ten koste gaat van het gebruiksgemak. Met deze samenwerking onderzoeken we of een financiële beloning e-rijders stimuleert om hier bewust voor te kiezen,” zegt Gilbert de Graaf, directeur Marktdiensten bij Liander.

Via de laadapps van ANWB, Athlon en Allego kunnen e-rijders kiezen voor slim laden. In de app zien zij of een laadpaal deelneemt aan de pilot en geeft de e-rijder aan wanneer de auto weer nodig is. Vervolgens wordt het laden zoveel mogelijk ingepland op momenten waarop het rustiger is op het stroomnet. De auto is daarbij op de opgegeven vertrektijd volledig opgeladen.

In ruil voor slim laden ontvangen deelnemers een vergoeding van gemiddeld 10% van de kosten van een laadsessie. De vergoeding geldt voor het deel van de laadsessie dat wordt verschoven naar een rustiger moment en wordt via de app verrekend of uitbetaald. Ook zakelijke rijders kunnen deelnemen.

Eerdere initiatieven in onder meer Amsterdam, Utrecht, Brabant en Overijssel lieten zien dat het automatisch tijdelijk verlagen van het laadvermogen kan bijdragen aan het verminderen van piekbelasting op het stroomnet. Deze samenwerking onderzoekt een andere aanpak.

In plaats van het laadvermogen automatisch te beperken, staat de bewuste keuze van de e-rijder centraal. Deelnemers bepalen zelf of zij willen meedoen en ontvangen daarvoor een vergoeding. Niet beperken, maar stimuleren is het uitgangspunt.

Het geven van een vergoeding voor flexibiliteit gebeurde tot nu toe vooral bij huishoudens met een eigen laadpunt. Met dit nieuwe initiatief onderzoeken de betrokken partijen of dat ook op grotere schaal mogelijk is bij publieke laadpalen. Deelnemers koppelen daarvoor hun auto aan de laadapp. Dat is momenteel mogelijk voor circa 60% van het Nederlandse elektrische wagenpark. De pilot loopt tot eind januari 2027.


woensdag 29 juli 2026

Subsidie voor een groengasinstallatie in Duiven

Waterschap Rijn en IJssel ontvangt 7,8 miljoen euro subsidie van provincie Gelderland voor een groengasinstallatie in Duiven die stikstofuitstoot vermindert en bijdraagt aan natuurherstel.

De subsidie is voor de bouw van een installatie die biogas uit rioolslib omzet in groengas. Daardoor daalt de uitstoot van stikstofoxiden met 2.400 kilogram per jaar. Minder stikstofuitstoot helpt de natuur op en rond de Veluwe te herstellen en creëert ruimte voor woningbouw, ondernemers en andere maatschappelijke ontwikkelingen.

Met de bouw van een groengasinstallatie bij de rioolwaterzuivering in Duiven, kan in september 2026 het eerste project van de Aanpak Veluwe van start gaan. Op 17 juni 2026 maakten het Rijk, waterschappen, provincie en gemeenten afspraken over natuurherstel én ruimte voor wonen, werken en ondernemen op en rond de Veluwe. Het Rijk stelt € 300 miljoen beschikbaar voor de uitvoering van de Aanpak Veluwe. 

Provincie Gelderland verstrekt subsidies aan projecten die bijdragen aan de doelen van de Aanpak Veluwe. Waterschap Rijn en IJssel ontvangt op 15 juli 2026 € 7,8 miljoen voor de uitbreiding en vernieuwing van de slibverwerking bij de rioolwaterzuivering in Duiven. Als de aangevraagde vergunningen rond zijn, kan de bouw van de nieuwe installatie half september 2026 al starten.

Bij de verwerking van rioolslib komt biogas vrij. Op dit moment verbrandt de rioolwaterzuivering in Duiven jaarlijks ongeveer 2 miljoen kubieke meter biogas, vergelijkbaar met de inhoud van ongeveer 800 olympische zwembaden. Bij die verbranding komen stikstofoxiden, CO₂ en methaan vrij. Afhankelijk van de windrichting kan een deel van de stikstof neerslaan op natuurgebieden zoals de Veluwezoom en de Landgoederen Brummen. 

Met de nieuwe installatie wordt het grootste deel van het biogas omgezet in groengas. Daarmee kan jaarlijks voldoende duurzame energie worden geproduceerd om ongeveer 2.650 huishoudens van gas te voorzien. Tegelijkertijd vervalt een groot deel van de uitstoot die nu ontstaat door de verbranding van biogas. De uitstoot van stikstofoxiden (NOx) daalt hierdoor met 2.400 kilogram per jaar.

Nieuw contract met Storm brengt Eneco’s toekomstig stuurbare batterijvermogen op 1,2 GW

Met het sluiten van een contract voor de aansturing van twee grote batterijparken van projectontwikkelaar Storm (in totaal 300 MW) in België, beschikt Eneco in 2027 over een totaal van ruim 1,2 GW aan stuurbaar batterijvermogen. Hiermee kan Eneco nog beter sturen op het efficiënt inzetten van duurzame energie en verhandelen van energie op de verschillende markten, waarmee ook de balans op het net beter geborgd kan worden.

De afgelopen jaren heeft Eneco in Nederland, België en Duitsland zelf geïnvesteerd in 225 MW aan batterijen. Daarnaast neemt Eneco deel aan batterijparken van andere investeerders door de aansturing van de batterij te verzorgen, inmiddels is dit bijna 1 GW aan stroom. Een deel van de batterijparken is nog in ontwikkeling en zal binnen anderhalf jaar operationeel zijn. Met in totaal 15 grote batterijprojecten stuurt Eneco dan in totaal ruim 1,2 GW aan batterijvermogen aan.

De grens van 1GW is gepasseerd met het sluiten van een contract met Storm, een Belgische ontwikkelaar van duurzame energieprojecten. Zij bouwen momenteel een batterijpark in Ruien van 200MW en in Langerlo van 100 MW. De respectievelijke opslagcapaciteit van de batterijen is 800 MWh en 400 MWh en vormt daarmee een belangrijke toename van de beschikbare grootschalige batterijcapaciteit in België.

Beide projecten maken gebruik van Lithium-ion batterijen die geleverd en geïnstalleerd worden door Tesla. De oplevering van de parken staat gepland in de loop van 2027. Vervolgens gaat Eneco voor een periode van 10 jaar de aansturing verzorgen van beide batterijen.

Eneco zet zich in voor het creëren van meer flexibiliteit op het stroomnet met de inzet van grote batterijen. Hiermee kan beter gebruik worden gemaakt van de beschikbare duurzame energie van wind en zon binnen de wisselende vraag van de markt. Voor verdere uitbreiding van de portfolio van stuurbaar batterijvermogen wordt momenteel sterk gekeken naar België en Duitsland, gezien hier nog geen transportkosten worden geheven aan ‘stand alone’ batterijparken.

In Nederland is de ontwikkeling en contractering van batterijparken een grotere uitdaging gezien hier de transportkosten wel worden geheven. De ontwikkeling van batterijparken in Nederland is daardoor veelal gericht op co-locaties, waarbij transportkosten kunnen worden verminderd. Helaas is de batterijcapaciteit die hierop kan worden ontwikkeld beperkt ten opzichte van de benodigde opslagcapaciteit in de elektriciteitsmarkt.

Gasunie vergroot ruimte voor groen gas met netkoppeling tussen Zeeland en Noord-Brabant 

Gasunie heeft eind juli 2026 een verbinding tussen de bestaande ondergrondse gasnetwerken bij Axel (Zeeland) en Ossendrecht (Noord-Brabant) gerealiseerd. Door deze netkoppeling ontstaat extra transportcapaciteit voor groen gas, waardoor zowel bestaande als nieuwe producenten meer ruimte krijgen om duurzaam gas aan het netwerk te leveren. Daarmee komt meer duurzame energie van eigen bodem beschikbaar voor huishoudens, industrie en transport en ontstaat ruimte voor verdere groei van de productie van groen gas. 

Voor de verbinding in het regionale netwerk maakt Gasunie gebruik van een bestaande aardgasleiding die niet langer nodig is voor het transport van aardgas. Hierdoor hoeft geen nieuwe leiding te worden aangelegd. Het hergebruik van bestaande infrastructuur beperkt de werkzaamheden, voorkomt extra materiaalgebruik en minimaliseert de impact op de omgeving. De werkzaamheden vinden uitsluitend plaats op de Gasunie-locaties buiten de bebouwde kom. De koppelwerkzaamheden zijn onlangs gerealiseerd. 
 
Groen gas wordt het hele jaar door geproduceerd, terwijl de vraag naar gas sterk seizoensafhankelijk is. Vooral in de zomer ontstaat daardoor lokaal regelmatig een overschot. Dankzij de verbinding tussen de gasnetwerken van Zeeland en Noord-Brabant kan groen gas eenvoudiger worden getransporteerd naar gebieden waar wel vraag is. Zo wordt het netwerk beter benut en ontstaat ruimte voor verdere groei van de productie. 
 
Die extra capaciteit is hard nodig. De landelijke productie van groen gas nam vorig jaar met 14 procent toe. Ook het aantal producenten groeide in 2025 van 92 naar 108. De komende jaren wordt er hard gewerkt om het aandeel groen gas verder te laten stijgen naar 2 miljard m3 per jaar. 

Noord-Brabant heeft een grote potentie voor de productie van groen gas dankzij de beschikbaarheid van groene reststromen uit de landbouw en veehouderij. Gasunie investeert daarom op meerdere locaties in de provincie in uitbreidingen van de infrastructuur. 
 
Naast de netkoppeling tussen Axel en Ossendrecht worden de komende periode ook groengasboosters in Tilburg en Mill aangesloten. Deze installaties verhogen de druk van groen gas, zodat het vanuit het netwerk van Enexis kan worden ingevoed op het landelijke transportnet van Gasunie. Samen zorgen deze projecten ervoor dat meer duurzaam geproduceerd gas beschikbaar komt voor huishoudens, bedrijven en industrie. 
 

dinsdag 28 juli 2026

Alliander helpt 1800 klanten van wachtlijst door uitbreiding en slimmer gebruik stroomnet

Alliander heeft in de eerste helft van dit jaar ruim 1.800 grootzakelijke klanten van de wachtlijst kunnen helpen. Dankzij investeringen in het stroomnet en een groeiend aantal oplossingen voor slimmer en flexibel energiegebruik nam de wachtlijst voor het eerst af. In totaal werd in de eerste helft van 2026 bijna 1,1 miljard euro geïnvesteerd in uitbreiding, slimmer gebruik en onderhoud van het energienet.

In het eerste halfjaar van 2026 werden 977 transformatorhuisjes (om)gebouwd en werd 1.279 kilometer kabel gelegd. In totaal werd 70 kilometer aan gasleiding vervangen om het gasnet betrouwbaar en veilig te houden. Met 147 bedrijven werden afspraken gemaakt om hun elektriciteitsverbruik tijdelijk aan te passen of te verminderen op momenten dat het druk is op het stroomnet. In het eerste halfjaar kwam er 1.163 megawatt aan netcapaciteit bij. In totaal stonden er aan het einde van het eerste half jaar 8.900 bedrijven op de wachtlijst.

De afname van de wachtlijst voor grootverbruikers toont aan dat de combinatie van netuitbreiding, slimmer gebruik van bestaande capaciteit en flexibiliteit werkt. De ervaringen van de afgelopen jaren maken duidelijk dat binnen de bestaande netcapaciteit vaak meer mogelijk is dan gedacht. Door samen met bedrijven vraag en aanbod van energie beter op elkaar af te stemmen, verbruik slimmer over de dag te spreiden en piekbelasting te verminderen, ontstaat extra ruimte op het stroomnet. Die aanpak helpt niet alleen grootverbruikers, maar biedt ook kansen voor huishoudens en kleine ondernemingen. Zo kunnen meer klanten eerder worden geholpen dan voorheen mogelijk leek.

Deze aanpak wordt nu ook steeds vaker toegepast voor consumenten. Zo werken netbeheerders en energieleveranciers aan oplossingen waarbij apparaten van huishoudens, zoals warmtepompen, thuisbatterijen en laadpalen op drukke momenten tijdelijk minder stroom verbruiken.

Om zo veel mogelijk klanten toegang te kunnen geven tot het net, moeten flexibiliteit en aanstuurbaarheid een vanzelfsprekend onderdeel worden van beleid en regelgeving. Bijvoorbeeld door slim gebruik van (hybride) warmtepompen, laadpalen en batterijen de norm te maken, kunnen meer consumenten en bedrijven gebruik maken van het stroomnet. Ook kunnen op verschillende plekken warmtenetten een goed alternatief bieden. Maar zonder passende (financiële) randvoorwaarden vanuit het Rijk komt de benodigde opschaling niet van de grond. Tot slot is het cruciaal dat overheden bijdragen aan de versnelling door voldoende locaties voor energie-infrastructuur beschikbaar te stellen en procedures rond vergunningen en stikstof tot een minimum beperken.

Een deel van de klanten die nog op de wachtlijst staan is afhankelijk van de beschikbare ruimte op het landelijke hoogspanningsnet van TenneT. Door intensieve samenwerking wordt bestaande capaciteit beter benut, piekbelasting verminderd en extra ruimte op het net gecreëerd.

In de eerste helft van 2026 werd 1 miljard euro geïnvesteerd in met name het vervangen en uitbreiden van het gas- en stroomnet (eerste halfjaar 2025: € 968 miljoen). Het nettoresultaat van Alliander is in het eerste halfjaar van 2026 uitgekomen op € 148 miljoen (eerste halfjaar 2025: € 127 miljoen). De bedrijfsopbrengsten over de eerste zes maanden van dit jaar komen uit op 1.751 miljoen (eerste halfjaar 2025: € 1.641 miljoen). De negatieve kasstroom in het eerste halfjaar van 2026 bedraagt € 708 miljoen (eerste halfjaar 2025 € 693 miljoen). Alle genoemde bedragen zijn de cijfers exclusief incidentele baten.

Datacenters verbruiken veel stroom, maar veroorzaken niet per se de grootste netpieken

Datacenters zijn enorme energieverbruikers. Toch zijn zij niet automatisch de grootste veroorzakers van piekbelasting op het Nederlandse elektriciteitsnet. Dat zegt Ronald Huisman, hoogleraar Sustainable Energy Finance aan Erasmus School of Economics, in een interview met Vastgoedmarkt.nl.

Het energieverbruik van datacenters staat de afgelopen tijd volop in de belangstelling. Zo verbruikte het datacenter van Microsoft in Middenmeer vorig jaar ongeveer 1,17 terawattuur (TWh), ruim 1 procent van het totale Nederlandse elektriciteitsverbruik. Datacenters gezamenlijk zijn naar schatting verantwoordelijk voor ongeveer 4,6 procent van het Nederlandse elektriciteitsverbruik. Dat aandeel kan de komende tien jaar groeien tot circa 17 procent. ‘Als je naar het energieverbruik per vierkante meter kijkt, dan is dat bij datacenters natuurlijk gigantisch’, zegt Huisman. ‘Dat zijn enorm energieslurpende gebouwen. Het is eigenlijk een bijzonder type vastgoed.’

De impact van datacenters op het elektriciteitsnet moet volgens Huisman echter niet alleen worden beoordeeld op basis van het totale energieverbruik. Ook het moment waarop elektriciteit wordt gebruikt, is van belang. Datacenters verbruiken, net als bijvoorbeeld ziekenhuizen, vrijwel constant elektriciteit. Dat verschilt van kantoren en woningen. Kantoren verbruiken vooral overdag stroom, terwijl het elektriciteitsverbruik van huishoudens juist vaak in de avonduren en in het weekend piekt. ‘Het net zit niet helemaal vol, maar alleen op bepaalde momenten’, legt Huisman uit. ‘Dat roept de vraag op wie er zorgen voor piekproblemen op het net.’

Volgens de hoogleraar zijn dat niet noodzakelijkerwijs de datacenters. ‘Die verbruiken constant ongeveer dezelfde hoeveelheid stroom. Mensen uit huishoudens komen daarentegen juist vaak rond 18.00 uur thuis en gebruiken vanaf dan elektriciteit. Vanuit het netcongestieperspectief bekeken, kan het best zijn dat juist huishoudens problematischer zijn dan datacenters.’

Huisman benadrukt dat beide aspecten moeten worden meegewogen: het totale energieverbruik én het moment waarop dat verbruik plaatsvindt. ‘Je moet er vanuit die twee kanten naar kijken: het moment van verbruik en het totale verbruik. Het verbruik per vierkante kilometer ligt bij datacenters natuurlijk wel heel erg hoog.’

Ook andere vastgoedtypen zullen volgens Huisman de komende jaren meer elektriciteit gaan gebruiken. Zo kan de digitalisering van de zorg leiden tot een groeiend energieverbruik in ziekenhuizen. Huishoudens zullen onder meer door de groei van elektrisch rijden eveneens meer stroom gaan verbruiken.

Om netcongestie te beperken, zouden gemeenten en vastgoedpartijen volgens Huisman sterker moeten kijken naar de match tussen het moment waarop elektriciteit wordt geproduceerd en het moment waarop deze wordt gebruikt. ‘We leggen veel zonnepanelen op de daken. Maar de zon is er overdag en huishoudens verbruiken in de avond. Dat is een mismatch.’ Dat biedt volgens Huisman kansen voor de vastgoedsector. Kantoren gebruiken relatief veel elektriciteit overdag, waardoor zonnepanelen op kantoorgebouwen goed kunnen aansluiten op het verbruiksprofiel. Voor woningen kunnen batterijen mogelijk helpen om overdag opgewekte zonne-energie op een later moment te gebruiken.

maandag 27 juli 2026

Groen appartement meer waard, maar VvE komt lastig in beweging

Appartementen met een goed energielabel zijn aantoonbaar meer waard, maar toch blijft verduurzaming binnen Verenigingen van Eigenaren (VvE’s) achter. Brainbay, de datadochter van NVM, berekende dat een appartement met energielabel A gemiddeld 9,5% meer waard is dan dezelfde woning met label E. Het probleem zit niet zozeer in de opbrengst, maar in de aanloop, blijkt uit nieuw onderzoek van ING Research: kopers hebben te weinig zicht op hoever een VvE is met verduurzamingsplannen. Daardoor worden belangrijke voorbereidingen, zoals opgebouwde reserves, nauwelijks ingeprijsd — en ontbreekt de prikkel om in actie te komen.

“We zien dat verduurzaming bij appartementen loont, maar dat de waarde van de voorbereiding grotendeels onzichtbaar blijft,” zegt Ellen Maes, sector banker Real Estate bij ING. “Wie verwacht binnenkort te verhuizen, heeft nu mede daarom weinig reden om tijd en geld te steken in verduurzaming. Dit remt de verduurzaming van VvE’s af.”

VvE-woningen hebben vaker een laag energielabel dan woningen die geen onderdeel zijn van een VvE. Begin 2023 had 16% van de VvE woningen energielabel E, F of G, tegenover 14% bij niet VvE woningen. In gemengde VvE’s (huur en koop) liep dit zelfs op tot 19%. 

Uit een nieuwe analyse van brainbay blijkt dat appartementen met energielabel A gemiddeld 9,5% meer waard zijn dan vergelijkbare woningen met label E. Ook één labelsprong - bijvoorbeeld van B naar A - leidt al tot een prijsstijging van 2 tot 3%. Het lijkt daarbij geen verschil te maken of de verduurzaming is gefinancierd via een VvE-lening.

Rogier Weck, senior researcher bij brainbay: “Een beter energielabel vertaalt zich bij appartementen relatief sterk in de verkoopprijs.Ook wanneer de verduurzaming met een lening is betaald, zien we geen aanwijzingen dat dit de verkoopprijs drukt.”

Volgens ING Research ligt een belangrijke oorzaak in het gebrek aan transparantie. Kopers zien wel het energielabel, maar hebben weinig zicht op de voorbereiding van verduurzaming. VvE’s verschillen onderling sterk in hoeverre en hoe succesvol zij hiermee bezig zijn en dit traject neemt vaak jaren in beslag. Juist in deze fase worden bouwstenen gelegd die al (meer)waarde toevoegen aan de woning.
Denk daarbij aan:

de hoogte van de reserves van de VvE;
de aanwezigheid van een (goed) verduurzamingsplan waar voldoende VvE-leden mee hebben ingestemd1;
de mate waarin onderhoud en energiemaatregelen slim aan elkaar zijn gekoppeld.
Hoewel de relevante inzichten deels te vinden zijn in jaarrekeningen, meerjarenplannen en notulen, blijken veel kopers deze documenten moeilijk zelfstandig te kunnen interpreteren. In woningadvertenties ontbreekt deze informatie meestal.

Informatiegebrek vergroot neiging om verduurzaming uit te stellen
De inspanningen tijdens de voorbereidingsfase zien VvE-leden dus niet direct terug in een hogere woningprijs. Dit vergroot de neiging om collectieve verduurzamingstrajecten uit te stellen, vooral bij leden die verwachten te verhuizen voordat de verduurzamingsmaatregelen plaatsvinden.

VvE-leden met verkoopplannen in de nabije toekomst zullen er ook minder snel voor kiezen om extra te sparen voor verduurzaming. Woningadvertenties tonen namelijk wel standaard de totale VvE-bijdrage, maar niet welk deel wordt gereserveerd voor onderhoud en toekomstige verduurzaming. Woningkopers zullen de VvE-bijdrage hierdoor doorgaans in z'n geheel zien als een extra woonlast, in plaats van die deels als een investering te zien. De verwachting dat een hogere VvE-bijdrage de woningprijs drukt, remt zo de bereidheid om te sparen voor verduurzaming binnen VvE’s.

Ook andere drempels om weg te nemen
Gebrek aan transparantie remt VvE’s dus in hun verduurzamingsplannen. En wie hier wel mee aan de slag wil, loopt regelmatig tegen andere hobbels aan: verschillen in belangen en portemonnee maken het lastig om voldoende VvE-leden mee te krijgen.

Drie routes om VvE verduurzaming vlot te trekken
ING Research ziet drie noodzakelijke stappen om de impasse te doorbreken:

Betere informatie voor kopers
Maak zichtbaar hoever een VvE is met sparen voor en het plannen van verduurzaming. Woningkopers zullen dan bereid zijn meer te betalen voor VvE-woningen die verder zijn met het voorbereiden van collectieve verduurzamingsmaatregelen. Dit stimuleert VvE leden weer om gezamenlijk met verduurzaming aan de slag te gaan.
Gerichte steun voor financieel kwetsbare VvE’s
In minder duurzame VvE-woningen wonen relatief vaker huishoudens met minder financiële ruimte. Juist daar kan extra steun nodig zijn. Tegelijkertijd ontbreekt nog het inzicht of het vooral gaat om meer steun per huishouden, of om betere toegang tot bestaande regelingen.
Passende duurzaamheidsverplichtingen voor VvE’s
Door uiteenlopende belangen worden VvE-leden het nu vaak moeilijk met elkaar eens over verduurzaming. Naast stimulansen, zijn daarom ook verplichtingen nodig om de verduurzaming van VvE’s te versnellen. Het lijkt hierbij een logische route om verplichtingen te koppelen aan natuurlijke onderhoudsmomenten in het meerjarenonderhoudsplan
“Een wortel-en-stok-aanpak is nodig voor VvE’s, want: betere informatie helpt, maar is niet genoeg. Omdat verduurzaming niet voor alle eigenaren even voordelig uitpakt, zijn aanvullende verplichtingen onmisbaar om te voorkomen dat plannen stranden door gebrek aan draagvlak,” aldus Ellen Maes. “Tegelijkertijd is er een duidelijke inconsistentie: verhuurders moeten hun woningen vóór 2029 verduurzamen tot minimaal label D, terwijl deze eis niet geldt voor eigenaar-bewoners. Dat wringt, zeker in gemengde VvE’s.”

1 Voldoende instemming onder VvE-leden is een vereiste om collectieve verduurzamingsmaatregelen uit te voeren (denk aan ingrepen aan de gebouwschil, zonnepanelen of collectieve installaties). Momenteel moet doorgaans minimaal 2/3 of 3/4 van de VvE-leden akkoord zijn met verduurzamingsplannen om doorgang te vinden, maar per juli volstaat een gewone meerderheid van 50%+1.

SAMDUO onthult 's werelds eerste ultradunne AC-thuisbatterijsysteem

SAMDUO, specialist in zonne-energieopslag, onthult de Nex E6000: een plug-and-play thuisbatterij met een capaciteit van 6 kWh in een unit van slechts 11,9 cm dun. 

De Nex E6000 is ontworpen voor zowel huishoudens die al zonnepanelen hebben als voor diegenen die hun energieonafhankelijkheid willen vergroten. De batterij, omvormer en batterijbeheersysteem (BMS) zijn gecombineerd in één enkele unit van slechts 11,9 cm dun. Hierdoor is er geen ruimte meer nodig voor een omvangrijke batterij om energie op te slaan. De Nex E6000, winnaar van een Red Dot Design Award in de categorie "Gereedschap, industriële apparatuur en machines", weerspiegelt SAMDUO's visie op geavanceerde energietechnologie, ontworpen voor het dagelijks leven.

Het Nex E6000 AC-gekoppelde batterijsysteem is compatibel met vrijwel alle bestaande zonnepaneleninstallaties, zonder dat er een directe verbinding met de panelen nodig is: het wordt eenvoudigweg in de stopcontacten van het huis gestoken, wat de installatie vereenvoudigt en het geschikt maakt voor zowel renovaties als beperkte ruimtes. De batterij levert een bidirectioneel laad- en ontlaadvermogen van 2600 W, een vermogen van 800 W bij aansluiting op het net en tot 2600 VA in de off-grid back-upmodus. De capaciteit van 6 kWh is schaalbaar van 6 tot 90 kWh: tot 15 units kunnen worden gecombineerd om aan de behoeften van een heel huishouden te voldoen.

Tegelijkertijd introduceert SAMDUO de Nex E6000H, die dezelfde energiedichtheid en technologieën in een andere vormfactor biedt, en de Nex P2800 Pro, met een capaciteit van 2,73 kWh die uitbreidbaar is tot 16,41 kWh, een ingangsvermogen van 3600 W aan zonnepanelen aangestuurd door 4 onafhankelijke MPPT's en een bidirectionele omvormer van 2400 W.

Alle batterijproducten maken gebruik van SAMDUO Intelligence om het energieverbruik te optimaliseren op basis van dynamische nettarieven, lokale weersvoorspellingen en tijdgebonden tarieven (TOU). De ingebouwde Open API-functie zorgt voor compatibiliteit met de belangrijkste Europese energieleveranciers, waaronder Shelly, HomeWizard en EverHome. Het batterijsysteem werkt ook met meer dan 800 energieleveranciers, die via de SAMDUO-app worden gevisualiseerd en beheerd. Het hele systeem wordt bediend via de SAMDUO-app. Afhankelijk van de configuratie en de lokale tarieven kan het systeem een ​​besparing opleveren tot wel 1.584 euro per jaar.

vrijdag 24 juli 2026

Afname energiearmoede stagneert in 2025

In 2025 hadden naar schatting 503.000 huishoudens te maken met energiearmoede. Nadat de financiële steunmaatregelen in 2024 zijn stopgezet, steeg het aandeel huishoudens met energiearmoede naar 6 procent. In 2025 verandert dit niet. Wel is het lager dan in 2021, het jaar voordat de steunmaatregelen werden ingevoerd. Dat blijkt uit nieuwe voorlopige cijfers van TNO en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

In het rapport Energiearmoede in Nederland en de Monitor Energiearmoede hebben TNO en het CBS onderzocht hoe energiearmoede zich tussen 2019 en 2025 heeft ontwikkeld. De cijfers voor 2025 zijn gebaseerd op een voorlopige schatting door TNO, omdat nog niet alle gegevens beschikbaar zijn.

Huishoudens met energiearmoede hebben een laag inkomen in combinatie met hoge energiekosten en/of een woning met een lage energetische (kosten)kwaliteit. Dat is een woning die slecht te verwarmen is en/of geen energie kan opwekken met bijvoorbeeld zonnepanelen. In 2025 hadden naar schatting 503 duizend huishoudens te maken met energiearmoede, dat is 6 procent van alle huishoudens. Dit is gelijk aan 2024.

Binnen deze groep is wel wat verschoven. Zo neemt het aantal huishoudens met een laag inkomen en een woning met een slechte energiekwaliteit verder af. Het aantal huishoudens met een laag inkomen en hoge energiekosten neemt echter toe, van 385 duizend in 2024 naar 410 duizend in 2025. Dit komt vooral door een hoger energieverbruik en een stijging van de vaste leveringskosten voor gas en elektra.

Voor het eerst is niet alleen gekeken naar hoeveel huishoudens met energiearmoede te maken hebben, maar ook naar de diepte van het probleem. Dit gebeurt met de betaalbaarheidskloof: het bedrag dat een huishouden met energiearmoede jaarlijks tekortkomt om de energiekosten onder de grens van energiearmoede te brengen. Die kloof is in 2025 verder toegenomen. Huishoudens met een laag inkomen en hoge energiekosten komen gemiddeld 624 euro per jaar tekort. In 2024 was dat 577 euro. Om deze energiearme huishoudens in 2025 uit energiearmoede te helpen was circa 256 miljoen euro nodig geweest.

Energiearme huishoudens in woningen met een zeer slechte energiekwaliteit en energiearme huishoudens met een koopwoning hebben de grootste tekorten. Zij komen gemiddeld respectievelijk 1 295 euro en 967 euro per jaar tekort om uit energiearmoede te komen.

Tijdens de energiecrisis na de Russische inval in Oekraïne in 2022 stegen de energiekosten voor iedereen flink. Financiële steunmaatregelen hebben in 2022 en 2023 een aantal huishoudens behoed voor energiearmoede. Maar een relatief kleine groep huishoudens met een laag inkomen had ondanks de steun alsnog hoge energiekosten, met een gemiddelde betaalbaarheidskloof van 738 euro per jaar in 2022 en 821 euro in 2023.

Energiearmoede komt relatief vaak voor in grote steden en in Noordoost-Groningen en Zuid-Limburg. De huishoudens met een diepe betaalbaarheidskloof wonen vooral aan de randen van Nederland.

ENGIE Vianeo geeft het startschot aan de eerste openbare aanbesteding voor elektrische laadpunten in Wallonië

Begin juli zijn in Namen twee nieuwe openbare laadpalen in gebruik genomen in aanwezigheid van François Desquesnes, vicepresident en Waals minister van Mobiliteit, en Charlotte Bazelaire, waarnemend burgemeester van de stad Namen.

De twee laadpalen die in Namen zijn ingehuldigd, hebben vier laadpunten van 22 kW om te voorzien in de dagelijkse behoeften van bestuurders van elektrische auto’s. Ze staan in de Rue Rempart de la Vierge, een drukbezocht deel van de Waalse hoofdstad vlak bij het station, de universiteiten en het Louise Marie-park, en maken elektrische mobiliteit toegankelijker voor inwoners, werknemers en bezoekers van de stad. De laadpalen worden gevoed met 100% groene stroom.1 Deze ingebruikname past in de strategie om een lokaal netwerk uit te bouwen dat het hele Waalse grondgebied dekt, met infrastructuur die is aangepast aan gebruik in de stad en de voorsteden. In Namen zal ENGIE Vianeo op termijn 25 laadpalen exploiteren, goed voor 50 oplaadpunten verspreid over verschillende belangrijke locaties (zwembad, citadel, sportcentrum, marktplaatsen, enz.).

Deze opening is de eerste zichtbare stap in een project van regionale omvang. ENGIE Vianeo, dat afgelopen april door de Waalse autoriteiten werd geselecteerd, gaat tegen mei 2028 een netwerk van 3.165 openbare laadpunten uitrollen, verspreid over 242 gemeenten, waarmee vrijwel het hele Waalse grondgebied wordt bestreken. Het Waalse netwerk zal bestaan uit laadpalen van 22 kW, die bijzonder geschikt zijn voor dagelijks gebruik, zodat automobilisten hun auto kunnen opladen in de buurt van hun huis, hun werk of tijdens hun ritjes in de stad.

donderdag 23 juli 2026

Belgische Energreen Pro bouwt één van de grootste zonnedaken in Nederland

De Belgische installateur Energreen Pro heeft de eerste fase opgeleverd van een grootschalig zonnedakproject in Moerdijk. Op het dak van een logistiek warehouse van 113.500 m² werden 17.263 zonnepanelen geplaatst, goed voor een piekvermogen van 7,6 MWp. Het project wordt in vijf fases gerealiseerd en groeit de komende jaren uit tot een installatie van circa 40 MWp. Daarmee zal het behoren tot de grootste zonnedakinstallaties van Nederland.

De eerste fase zal naar verwachting jaarlijks 6.456 MWh duurzame elektriciteit produceren, vergelijkbaar met het gemiddelde jaarlijkse stroomverbruik van ongeveer 2.530 Nederlandse huishoudens. Op basis van de huidige Nederlandse elektriciteitsmix betekent dat een vermeden uitstoot van circa 1.575 ton CO₂ per jaar.

Het project werd uitgevoerd in opdracht van Van der Heijden Bouw voor gebouweigenaar Hebema II BV. De uitvoering startte in januari 2026 en werd in juni succesvol afgerond, inclusief de SCOPE 12-keuring. Ondanks de aanwezigheid van meerdere aannemers op de bouwplaats werd de vooropgestelde planning gehaald.

De installatie wordt de komende jaren verder uitgebreid. Eind 2026 start fase B, gevolgd door fase C in 2027. Voor de laatste twee fases lopen de vergunningsprocedures. Na volledige realisatie beschikt de logistieke site over ongeveer 40 MWp aan opgesteld vermogen, waarmee het project tot de grootste zonnedakinstallaties van Nederland behoort.

Nederlandse wereldprimeur maakt cv-ketel geschikt voor aardgas, groen gas en waterstof

Een Nederlands consortium van Stedin, Intergas, GasTerra, Bekaert en DNV presenteert een wereldprimeur: een Multifuel-ketel die zich automatisch aanpast aan verschillende soorten gas. Het proof-of-concept werkt op aardgas, waterstof en iedere mengverhouding daartussen en laat zien hoe woningen eenvoudiger kunnen meegroeien met het energiesysteem van de toekomst.

“Nu moet bij elke overstap naar een andere gaskwaliteit niet alleen het net, maar ook woning voor woning de apparatuur worden aangepast. Dat maakt verduurzaming traag, duur en complex. Bij deze nieuwe ketel maakt het niet meer uit, die kan alle gassen aan. De nieuwe ketel is ook geschikt voor waterstof,” legt Albert van der Molen van Stedin uit. 

De Multifuel-ketel is relevant voor miljoenen Nederlandse huishoudens die nog steeds worden verwarmd met een individuele cv-ketel. Op basis van CBS-cijfers hangen er naar schatting nog zo’n 7 miljoen cv-ketels in Nederland. Het Nederlandse energiesysteem bestaat nog altijd voor 70% uit aardgas. De verwachting is dat veel woningen straks worden verwarmd met een combinatie van een warmtepomp en een cv-ketel. De warmtepomp doet het grootste deel van het werk, terwijl de cv-ketel bijspringt op koude winterdagen of wanneer er veel warm water nodig is. 

De Multifuel-ketel kan daarbij moeiteloos omgaan met verschillende soorten gas. Daardoor hoeven netbeheerders niet meer te wachten tot hele wijken tegelijk zijn aangepast voordat ze kunnen overstappen op een nieuwe gassoort. Bewoners ervaren veel minder overlast, installateurs komen minder onder druk te staan en bestaande radiatoren en verwarmingssystemen kunnen gewoon blijven hangen. Zo maakt de Multifuel-ketel de overstap naar een duurzamer energiesysteem sneller, goedkoper en makkelijker. zegt Gerrit Zijlstra van Intergas.

De omvang van het vraagstuk is groot. Om buitenlands gas geschikt te maken voor Nederlandse huishoudens investeerde Nederland ruim een half miljard euro in een stikstoffabriek in Zuidbroek. Die installatie produceert jaarlijks miljarden kubieke meters zogenoemd pseudo-Groningengas, speciaal bedoeld voor bestaande cv-ketels. Dat proces kost nog eens tientallen miljoenen euro’s per jaar. “De Multifuel-ketel kiest voor een fundamenteel andere aanpak: niet het gas wordt aangepast aan de ketel, maar de ketel aan het gas,” zegt Gerard Martinus van Gasterra. “En de ketel doet dat bovendien geheel automatisch.”

Het huidige proof-of-concept van de Multifuel-ketel draait op Nederlands laagcalorisch aardgas, waterstof en iedere mengverhouding daartussen. In een volgende ontwikkelfase willen de partners de technologie uitbreiden naar hoogcalorisch aardgas en zogenoemd off-spec biogas. Juist die uitbreiding maakt de technologie internationaal interessant. Veel landen staan de komende decennia voor dezelfde uitdaging: hoe ga je om met een energiesysteem waarin aardgas, waterstof, groen gas en andere duurzame gassen naast elkaar bestaan?

“Overal ter wereld zoeken landen naar manieren om hun bestaande energie-infrastructuur toekomstbestendig te maken," zegt Johan Knijp, Directeur van DNV’s Technology Centre Groningen. "Nederland laat zien dat je niet hoeft te kiezen voor één winnend molecuul. Je kunt ook apparaten ontwikkelen die slim genoeg zijn om met verschillende gassen om te gaan. Technisch werkt alles, deze unieke Nederlandse innovatie is nu klaar om op te schalen.” 

woensdag 22 juli 2026

Gemeente Voorschoten en Liander maken aanvullende afspraken over elektriciteitshuisjes

Gemeente Voorschoten heeft aanvullende afspraken gemaakt met netbeheerder Liander over het plaatsen van extra elektriciteitshuisjes in de wijken. Hierdoor wordt het voor inwoners duidelijker hoe en waar deze komen.

De energietransitie is in volle gang. Daardoor neemt de vraag naar capaciteit op het stroomnet enorm toe. Steeds meer mensen installeren zonnepanelen en warmtepompen en het aantal elektrische auto’s stijgt. 

Om die reden is het nodig het stroomnet in dorpen en wijken te versterken en klaar te maken voor de toekomstige energiebehoefte. Liander en de gemeente Voorschoten slaan de handen ineen om deze opgave aan te pakken.

Onder meer is afgesproken hoe inwoners worden geïnformeerd over de plannen in hun buurt. Voor omwonenden moet duidelijk zijn waarom een elektriciteitshuisje nodig is, hoe locaties worden bepaald, welke afwegingen daarbij een rol spelen en wat zij kunnen verwachten in het vervolgproces.

Datacenterwarmte gaat kassen verwarmen

Gemeente Uithoorn tekende met het collectief van tientallen glastuinbouwers in De Kwakel-Kudelstaart (DKK) en Switch Datacenters afgelopen week een meerpartijenovereenkomst voor de verdere ontwikkeling van een warmtenet dat gevoed gaat worden met groene warmte door datathermie van een nieuw datacenter.

Het unieke initiatief van de partijen draagt bij aan de verduurzaming van de glastuinbouw in De Kwakel-Kudelstaart. De partijen, samen met Greenport Aalsmeer en netbeheerder Liander, hebben hiervoor een structurele en toekomstvaste aanpak uitgewerkt, waarmee de overstap van gas naar duurzame warmte mogelijk wordt. Recent heeft het project een SDE++-subsidie van het Rijk ontvangen waarmee het fundament is gelegd onder de financiële haalbaarheid van dit initiatief en de verdere ontwikkeling een versnelling krijgt.

Volgens onderzoek van Liander zou de verduurzaming en elektrificatie van de glastuinbouw in dit gebied zonder deze koppeling tussen het datacenter en het warmtenet een zeer lastige opgave worden. Door groene residuele warmte (datathermie) uit het datacenter centraal te benutten, is niet voor iedere tuinder een eigen warmtepomp nodig. Dat vermindert de druk op het elektriciteitsnet en helpt netcongestie te voorkomen. Bovendien is de fysieke ruimte om het elektriciteitsnet in dit gebied voldoende uit te breiden beperkt. Deze oplossing kan daardoor sneller worden gerealiseerd en vraagt om veel lagere investeringen van de netbeheerder dan alternatieven.

De stroom voor het datacenter zal uit 100% Nederlandse wind en zon bestaan en is dus duurzaam volgens het nieuwste Greenhouse Gas Protocol. Het datacenter vangt een groot deel van de energie dievrijkomt als warmte van de servers weer op en levert die aan het warmtenet. Het datacenter krijgt op zijn beurt koud water terug uit het warmtenet, dat wordt gebruikt voor de koeling van serverapparatuur van klanten. Deze uitwisseling van warmte en koude gebeurt in een gesloten systeem, zonder gebruik van drink- of oppervlaktewater. Het datacenter zal modulair gebouwd worden op circulaire wijze ineen voormalig logistiek gebouw dat deels wordt hergebruikt en zich in de nabijheid van de glastuinbouw bevindt, waardoor er geen extra ruimtebeslag zal zijn in een gebied waar ruimte schaars is.

Verantwoordelijk wethouder Jan Hazen van Uithoorn is positief over het initiatief: “De glastuinbouw staat voor een grote verduurzamingsopgave. Dit project kan een belangrijke bijdrage leveren door tuinders toegang te geven tot een alternatief voor aardgas op basis van datathermie. Daarmee wordt residuele groene warmte uit een datacenter nuttig ingezet voor de verwarming van kassen. Tegelijkertijd kan het project helpen om de belasting van het elektriciteitsnet te beperken. Het is een voorbeeld van hoe partijen uit verschillende sectoren gezamenlijk kunnen werken aan duurzame en toekomstbestendige oplossingen.”

Patrick Hogenboom, mede-eigenaar van een van de glastuinbouwbedrijven en woordvoerder namens DKK en namens de energiecoöperatie die de tuinders hebben opgericht, is verheugd over de gemaakte afspraken: “Onze energievoorziening wordt hierdoor nog duurzamer, milieuvriendelijker en vooral minder afhankelijk van gas, waarvan de prijs door geopolitieke spanningen steeds onvoorspelbaarder wordt. Met dit initiatief hebben we straks de beschikking over een constante warmtebron waarmee we onze bedrijfsvoering naar een volgende fase van verduurzaming kunnen brengen.”

Greenport Aalsmeer directeur Ruud Knorr geeft aan: “De Kwakel-Kudelstaart is het grootste glastuinbouwgebied binnen Greenport Aalsmeer. Voor de toekomstbestendigheid van dit gebied is een warmtenet een cruciaal onderdeel. Greenport Aalsmeer heeft in 2020 de gebiedsinventarisatie energie opgesteld en vervolgens tuinders bij elkaar gebracht in een energiecoöperatie. We zijn heel blij met deze belangrijke stap richting daadwerkelijke realisatie.”

De provincie Noord-Holland heeft in de Datacenterstrategie Noord-Holland 2025–2027 ruimte geboden voor solitaire datacenterontwikkelingen buiten de aangewezen clustergemeenten (Amsterdam, Haarlemmermeer en Hollands Kroon). Voor deze ontwikkelingen geldt dat zij, naast de bestaande vestigingsvoorwaarden, moeten voldoen aan aanvullende criteria. Zo moet een datacenterontwikkeling aansluiten bij de ruimtelijke en strategische doelstellingen en ambities van de betreffende gemeente, bijdragen aan het verminderen van netcongestie en een positieve bijdrage leveren aan de brede welvaart.

Huibert Baud, directeur Klant & Ontwerp bij Liander: “Dit project laat zien hoe verduurzaming, digitale infrastructuur en slim gebruik van het elektriciteitsnet samen kunnen gaan. Als netbeheerder lopen we ook in dit gebied tegen de ruimtelijke en energetische grenzen van het net aan. Dat kan gevolgen hebben voor woningbouw en bedrijvigheid. Door samen met lokale overheden en bedrijven slimme keuzes te maken, zoals het centraal benutten van restwarmte en flexibel omgaan met vermogen, kunnen we groei ondanks schaarste toch mogelijk maken. Dit soort keuzes en samenwerking zijn hard nodig, omdat niet alles altijd en overal meer kan.”

dinsdag 21 juli 2026

Renewi roept op om batterijen uit het afval te houden

Natuurbranden en branden in gebouwen beheersen het nieuws. Ook afval- en recyclingbedrijven zijn extra alert wanneer de temperaturen stijgen. Warmte kan processen zoals broei (i.e. spontane ontbranding) versterken. Maar een groot deel van het brandgevaar in de afvalsector heeft niets met het weer te maken. Een losse batterij of een klein apparaat met ingebouwde accu kan tijdens inzamelen, samenpersen of sorteren beschadigd raken. Daardoor kan brand ontstaan. Renewi roept consumenten en bedrijven daarom op om ze altijd apart in te leveren.

Accu’s en lithium-ion batterijen zitten in powerbanks, vapes, speelgoed, wenskaarten met geluid, elektrische tandenborstels, vliegenmeppers draadloze oortjes en kleine huishoudelijke apparaten. Als die producten bij het restafval, papier of ander recyclerbaar materiaal terechtkomen, vormen ze een risico voor medewerkers, installaties en de omgeving.

Renewi roept iedereen op om losse batterijen en accu’s naar een erkend inzamelpunt te brengen. Apparaten met een ingebouwde batterij horen bij het elektronisch afval. Ook bedrijven moeten batterijen, accu’s en elektrische apparaten gescheiden houden van hun andere afvalstromen.
Wie twijfelt of ergens een batterij in zit, houdt het product beter apart en vraagt bij de gemeente, afvalinzamelaar of een inzamelpunt waar het thuishoort.

Er zijn in Nederland meer dan 30.000 inzamelpunten voor gebruikte batterijen. Elektrische apparaten kunnen worden ingeleverd bij daarvoor bestemde inzamelpunten, winkels of de gemeentelijke milieustraat.

Liander en gemeente Lingewaard bundelen krachten voor een toekomstbestendig elektriciteitsnet

Liander en de gemeente Lingewaard zetten samen een belangrijke stap om het elektriciteitsnet in de gemeente klaar te maken voor de toekomst. Met de ondertekening van een overeenkomst voor de buurtaanpak leggen we de afspraken vast over de uitbreiding en verzwaring van het elektriciteitsnet. Zo kunnen we blijven voorzien in de groeiende vraag naar elektriciteit van inwoners, ondernemers en maatschappelijke voorzieningen.

De vraag naar elektriciteit neemt snel toe. Om het elektriciteitsnet hierop voor te bereiden, plaatsen we de komende jaren extra transformatorhuisjes en leggen we nieuwe elektriciteitskabels aan. Deze uitbreiding vergroot de capaciteit van het netwerk en draagt bij aan een betrouwbare elektriciteitsvoorziening, nu en in de toekomst.

De werkzaamheden worden uitgevoerd volgens de buurtaanpak. Dat betekent dat we per dorp of buurt aan de slag gaan. Zo kunnen we werkzaamheden slim combineren, de overlast voor de omgeving zoveel mogelijk beperken en efficiënt werken aan een sterker elektriciteitsnet.

Met de ondertekening van de overeenkomst zetten Liander en de gemeente Lingewaard de volgende stap in hun samenwerking. De afspraken vormen de basis voor een goede voorbereiding, uitvoering en communicatie rondom de projecten.

"Om inwoners van Lingewaard nu en in de toekomst van voldoende elektriciteit te voorzien, is een toekomstbestendig elektriciteitsnet essentieel," zegt Casper Vogelaar, Relatiemanager Publieke Sector bij Liander. "Door samen met de gemeente per buurt een plan te maken, kunnen we het netwerk op tijd uitbreiden en aanpassen aan de groeiende vraag. Zo werken we samen aan een betrouwbaar elektriciteitsnet."

Léon Dekkers, wethouder Klimaat, Energie en Circulariteit van de gemeente Lingewaard, vult aan: "We staan voor een enorme klus. We moeten veel doen in relatief weinig tijd. In zo'n situatie zijn overzicht, goede afspraken en een betrouwbare partner essentieel. Die komen samen in de vandaag getekende overeenkomst voor de buurtaanpak."

De overeenkomst is mede opgesteld op basis van de ervaringen rondom de plaatsing van een transformatorhuisje in het centrum van Huissen in 2025. De gemaakte afspraken zorgen voor meer duidelijkheid over de voorbereiding, uitvoering en communicatie bij toekomstige projecten. We informeren inwoners en ondernemers ruim voordat de werkzaamheden in hun buurt starten, zodat zij weten wat er gaat gebeuren en wat dit voor hun omgeving betekent.

maandag 20 juli 2026

Gasprijs stijgt naar hetzelfde niveau als bij begin onrust in Iran

De toenemende onrust in Iran drijft de energieprijzen behoorlijk op. Consumenten die nu een nieuw energiecontract afsluiten, betalen veel meer dan begin juli. De all-in jaarprijs voor een gemiddeld huishouden ligt vandaag op 2.026 euro. Dat is een toename van 5,9 procent ten opzichte van begin juli. De gasprijzen op de groothandelsmarkt bereikten vandaag een niveau van 60 euro per MWh. Daarmee stijgt de marktprijs opnieuw naar het hoge niveau van begin maart, vlak na het uitbreken van de oorlog in Iran. Dat blijkt uit actuele marktdata van vergelijkingssite Overstappen.nl.

Wie vandaag een energiecontract afsluit met een gemiddeld verbruik (2.500 kWh stroom en 1.000 m³ gas), is op jaarbasis € 2.026,- kwijt. De prijzen zijn de afgelopen dagen in rap tempo opgelopen. Op 2 juli bedroeg de all-in jaarprijs nog € 1.912,-, maar op 15 juli was deze al gestegen naar € 1.982,-. In slechts vijf dagen tijd (tussen 15 en 20 juli) steeg de prijs vervolgens nog eens met 2,1%, tot de huidige prijs van € 2.026,-.

De aanleiding voor de recente prijsstijging zijn nieuwe escalaties tussen de Verenigde Staten en Iran nu de vredesonderhandelingen op losse schroeven staan. Er werd vanochtend onder andere een brand gemeld op een olietanker in de Straat van Hormuz. Door deze zeestraat varen boten die olie en gas vervoeren. Sinds deze straat moeilijk te bevaren is, is er minder gas beschikbaar, zijn de verzekeringen voor boten duurder en lopen daarmee ook de olie- en gasprijzen op.

Daardoor opende de gasmarkt vanochtend hoog en tikte de marktprijs de € 60,- per MWh aan. Een vergelijkbare piekprijs rond de € 60,- was te zien aan het begin van de oorlog in maart. Na aanvallen op gasinstallaties in Qatar op 19 maart opende de beurs destijds zelfs op € 72,- per MWh.

“Naast de internationale geopolitieke spanningen spelen ook binnenlandse factoren een rol bij de hoge marktprijs”, licht Boenink toe. “De Nederlandse gasopslagen zijn momenteel voor slechts zo’n 33% gevuld, wat aanzienlijk lager is dan de vulgraad van 55% in dezelfde periode vorig jaar. Om te voldoen aan de Europese afspraken moet Nederland de voorraden voor de winter voor minimaal 74% vullen. De komende maanden moet er dus nog veel gas ingekocht worden.”
Grote voorkeur voor vaste contracten

Ondanks de stijgende marktprijzen blijven energieleveranciers vooralsnog vaste contracten aanbieden. Boenink: “Meer dan 90% van de consumenten kiest momenteel voor de zekerheid van een vast contract. Voor een eenjarig contract liggen de gasprijzen momenteel tussen de € 1,35 en € 1,55 per m³ gas. Voor consumenten die hun verbruik goed kunnen sturen, blijft een dynamisch contract ook interessant. Hoewel de dynamische stroomtarieven vooral in de ochtend en avond hoog staan, zijn de tarieven overdag juist relatief vaak erg laag. Zo bedroeg de stroomprijs gisteren nog acht uur achter elkaar € 0,-. Consu

Energiemonitor ACM: variabele consumententarieven voor gas deze maand met 7% omhoog

De tarieven voor variabele contracten voor gas zijn per 1 juli met circa 7% gestegen ten opzichte van vorige maand en liggen daarmee 12% hoger dan vlak voor de oorlog in Iran. Dat blijkt uit de Energiemonitor van de Autoriteit Consument & Markt (ACM). Omdat leveranciers de tarieven van variabele contracten vaak vier keer per jaar aanpassen, bleven deze tarieven sinds het uitbreken van de oorlog lange tijd betrekkelijk constant. De ACM wees vorige maand al op de te verwachten hogere prijzen voor variabele contracten.

De variabele tarieven voor elektriciteit zijn met een stijging van ca. 3% ten opzichte van vorige maand én ten opzichte van de periode vóór de oorlog minder sterk gestegen. Dit contrast met gas laat de gevolgen van de energietransitie zien. Door het groeiende aandeel zon- en windenergie is er minder aardgas nodig voor de productie van elektriciteit, waardoor een stijgende gasprijs minder sterk doorwerkt in de elektriciteitstarieven.

Dankzij de investeringen in windparken en in zonne-energie is Nederland de afgelopen jaren steeds meer een netto-exporteur van duurzame elektriciteit geworden. In de eerste helft van 2026 exporteerde Nederland 7,7TWh elektriciteit, vooral naar België, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Ongeveer de helft van alle elektriciteit die in Nederland wordt opgewekt is afkomstig van windmolens en van zonneparken en zonnepanelen op de daken van huishoudens en bedrijven.

De prijzen van aangeboden vaste contracten zijn deze maand met 1 tot 6% gedaald ten opzichte van vorige maand. Dit is consistent met de tijdelijk gedaalde, maar vooral volatiele, groothandelsprijzen van de afgelopen maand.

Direct na het uitbreken van de oorlog in Iran hebben relatief veel consumenten gekozen voor een vast contract. Waar het afgelopen jaar de netto groei van het aantal vaste contracten maandelijks circa 25.000 huishoudens bedroeg, was dit in maart 110.000 en in april 40.000. In mei is dit echter omgeslagen naar een netto-daling van 17.000. Het aantal consumenten met een dynamisch contract is daarbij blijven stijgen: in maart netto met 17.000, in april met 23.000 en in mei met 30.000. Veel consumenten kozen de afgelopen maanden voor een vast contract bij dezelfde leverancier. Het aantal consumenten dat is overgestapt naar een andere leverancier is namelijk juist al maandenlang opvallend laag. De groei van vaste contracten is dus vooral afkomstig van consumenten die daarvoor een variabel contract hadden bij dezelfde leverancier.

Er blijft een ruim aanbod van verschillende typen contracten. De ACM raadt consumenten aan goed na te denken welk type contract het meest passend is voor de eigen situatie. Bij een vast contract staan de tarieven voor een afgesproken periode vast. Dit biedt zekerheid over het tarief, maar consumenten profiteren gedurende die periode niet van eventuele prijsdalingen op de markt. Consumenten die een vast contract voor het einde van de looptijd willen beëindigen moeten vaak een opzegvergoeding betalen. Bij een variabel contract wijzigen de tarieven meestal vier keer per jaar; deze tarieven kunnen zowel dalen als stijgen. Bij een dynamisch contract volgen de tarieven de prijzen op de groothandelsmarkt en variëren deze per kwartier of per dag. Consumenten kunnen daardoor profiteren van lage prijzen, bijvoorbeeld als er veel stroom van zonnepanelen of windmolens beschikbaar is, maar dragen ook het risico van plotseling hogere prijzen.

De gasprijs op de groothandelsmarkt bleef de afgelopen maand sterk volatiel. De prijs daalde eerst van circa €51/MWh naar €41/MWh, om vervolgens weer te stijgen tot ongeveer €54/MWh. Daarmee ligt de prijs weer hoger dan een maand geleden.

Europees Marktonderzoek: sterke groei van batterijcapaciteit, Nederland voorloper in achter de meter opslag

De Europese batterijcapaciteit zal in 2030 bijna 500 GWh bereiken. Dit becijfert LCPDelta in hun jaarlijkse European Market Monitor on Energy Storage in opdracht van Energy Storage Europe, de Europese brancheorganisatie voor energieopslag waarbij Energy Storage NL is aangesloten. In het onderzoek bekijken zij een groot aantal Europese landen en maken de onderzoekers onderscheid in verschillende opslagtechnieken, voor en achter de meter opslag en stand-alone-, co-located- en thuisbatterijen. Nederland zal een sterke groei zien in deze verschillende segmenten van BESS opslag.

De prognoses tonen dat Nederland een groter aandeel van de Europese BESS capaciteit zal leveren tegen 2030. Waar dit nu gaat om 2,7GWh volgens de studie, zal dit groeien naar zeker 35,6 GWh. Dit is 13,5% van de Europese capaciteit. Verder zal de duur van opslag verschuiven van 2-3 uur naar 3-4 uur. Dit impliceert dat Nederland hoort bij de voorlopers op het gebied van realiseren van nieuwe BESS technieken.

Als het gaat om opslagsystemen voor de meter, denk aan grootschalige standalone batterijen, dan doet Nederland niet mee met koplopers Groot-Brittannië, Italië, Bulgarije, België en Duitsland. Ook richting 2030 blijven Groot-Brittannië en Italië leidend, gevolgd door Duitsland, Polen en Spanje. In 2030 verwacht LCPDelta een voor de meter capaciteit van 10-20 GWh in Nederland. Nederland heeft hier wel duidelijke potentie, maar mist momenteel de twee belangrijkste Europese versnellers: een capaciteitsmarkt en andere instrumenten die zorgen voor zekerheid van inkomsten, zoals het MACSE in Italië of de Poolse opslagsubsidies.

Achter de meter loopt Nederland voorop in de EU. Met 1050 MWh aan nieuwe capaciteit in 2025 neemt het de derde plaats in, onder Italië en Duitsland. Richting 2030 wordt Nederland genoemd als één van de leidende markten, met vooral sterke groei in thuisbatterijen en batterijen achter de meter bij bedrijven en industrie. Het afschaffen van de salderingsregeling in 2027 zorgt voor een sterke groei in thuisbatterijen in ons land. Verwachting is dat dit zal groeien met 100.000 nieuwe systemen per jaar, met een sterke piek in 2027. Bij bedrijven wordt ook een groei van 2-3GW aan vermogen verwacht tot 2030, met netcongestie als belangrijkste driver.

Nederland hoort bij de landen met een zeer hoog aandeel wind en zon ten opzichte van totale opwekcapaciteit. Dit vraagt om meer flexibiliteit voor de betrouwbaarheid van het net en om negatieve prijsuren op te vangen. De relatief grotere afhankelijkheid van wind vraagt daarnaast om meer langeduur opslag (LDES). Opslag achter de meter lijkt goed gestimuleerd te worden door marktprikkels zoals netcongestie en salderingsafbouw.

Nederland komt echter ook negatief naar voren in de studie. Het wordt ingezet als case study voor te hoge nettarieven. Conclusie: deze vormen een duidelijke barrière voor opslag. LCPDelta ziet potentie in het TDTR-contract als oplossing, maar dan moet dit wel breder beschikbaar komen. Verder wordt inzichtelijk dat Nederland de marktinstrumenten mist om voor de meter grootschalige opslag de nodige inkomstenzekerheid te bieden. Hiervoor is een techniek inclusief capaciteitsmechanisme nodig en een specifiek stimuleringsprogramma zoals het Italiaanse MASCE. Nederland wordt koploper op het gebied van achter de meter opslag, wil het deze rol ook vervullen voor grootschalige opslag voor de meter dan zullen netbeheerders en beleidsmakers moeten ingrijpen.

vrijdag 17 juli 2026

Gasunie strategisch op koers in geopolitiek uitdagend eerste halfjaar

Gasunie heeft in de eerste zes maanden van het jaar belangrijke voortgang geboekt met het toekomstbestendig maken van de energie-infrastructuur, met onder meer de opening van het eerste deel van het waterstofnetwerk in Nederland en het uitbreiden van LNG-capaciteit. Dat blijkt uit het halfjaarbericht 2026, dat vandaag is verschenen.

Gasunie Transport Services (GTS, de netbeheerder van het landelijke gastransportnetwerk) transporteerde 12% meer aardgas naar stroomproducenten. Het gasverbruik in de industrie is het afgelopen halfjaar licht gestegen (+1%). De hoeveelheid gas die naar regionale netbeheerders ging, is juist iets gedaald (-1%).

Het is voor het derde jaar op rij dat het transport naar elektriciteitscentrales in de eerste helft van het jaar stijgt. Aardgas wordt door elektriciteitsproducenten steeds meer ingezet om schommelingen in zon- en windproductie op te vangen, zodat energiezekerheid voor elektriciteit kan worden gegarandeerd. Nu gebeurt dat nog met aardgas, maar in de toekomst zal het gaan om groen gas en waterstof. In het hybride energiesysteem van de toekomst versterken elektrificatie, aardgas en duurzame gassen elkaar.

Gasunie bouwde het afgelopen halfjaar door aan haar strategie: werken aan een betrouwbaar, betaalbaar en duurzaam energiesysteem van de toekomst terwijl het nu zorgt voor een weerbare energievoorziening. Op het gebied van energietransitie werden belangrijke stappen gezet.

Een belangrijke mijlpaal was de opening in mei van de 32 kilometer lange waterstofleiding in de Rotterdamse haven, in aanwezigheid van koning Willem-Alexander. Dit netwerk vormt de start voor een landelijke en Europese waterstofinfrastructuur. In Duitsland maakte Gasunie progressie met de ombouw van aardgasleidingen voor het transport van waterstof.

Opslag wordt een cruciaal onderdeel van de waterstofketen. De toezegging van € 450 miljoen van de overheid voor de ontwikkeling van een waterstof-opslagfaciliteit in Noord-Nederland is een sterk signaal.

In juni ondertekenden Nederlandse en Duitse energie(infra)bedrijven een overeenkomst-op-hoofdlijnen voor de ontwikkeling van een CO2-leiding vanuit het Ruhrgebied naar ondergrondse opslagen in de Noordzee; de zogeheten Delta Rhine Corridor (DRC). Een netwerk dat uitmondt in de offshore-leiding van het Aramis-project.

Onderzoek door PwC in opdracht van Gasunie laat zien dat afvang en opslag van afgevangen CO₂ de meest haalbare en betaalbare route is om de Nederlandse industrie de komende jaren te verduurzamen.

Bij WarmtelinQ in Leiden werd een bouwmijlpaal bereikt. Warmte die eerst verloren ging, krijgt door WarmtelinQ straks een tweede leven: duurzame energie van eigen bodem, en die helpt om de druk op het elektriciteitsnet te verminderen.

Tegelijkertijd werkt Gasunie, samen met partners, aan het versterken van de bestaande energie-infrastructuur. Bij Gate terminal in Rotterdam wordt de laatste hand gelegd aan het uitbreiden van de ontvangstcapaciteit van vloeibaar aardgas (LNG).

Ook is het voorwaardelijke besluit genomen om de EemsEnergyTerminal operationeel te houden, wat de energiezekerheid vergroot voor Nederland en Noordwest-Europa. Daarnaast is bij de bouw van de LNG-terminal in Noord-Duitsland belangrijke voortgang geboekt.

Gasunie Transport Services vervoerde in Nederland in de eerste zes maanden van 2026 335 TWh aardgas; 5% minder dan in dezelfde periode een jaar eerder. Deze daling komt doordat er minder gas over de grens is vervoerd en er minder gas naar de opslagen is gegaan. Het gebruik van aardgas in Nederland is in de eerste helft van 2026 met 2% gestegen (153 TWh), vergeleken met dezelfde periode in 2025 (150 TWh).

Gasunie Deutschland transporteerde 138 TWh aardgas, een stijging van 2% ten opzichte van de eerste helft van vorig jaar. Daarmee bleef het Duitse netwerk een belangrijke schakel in de Noordwest-Europese energievoorziening.

GTS adviseert de Nederlandse regering over de leveringszekerheid van gas. In maart publiceerde GTS een analyse over hoe robuust het gasnetwerk in Europa en Nederland is bij lange storingen; en deed daarbij een aantal concrete voorstellen om het systeem sterker te maken.

De gasbergingen in met name Nederland raken dit jaar langzamer vol dan verwacht. Dit is iets waar we aandacht voor blijven vragen, omdat de opslagen slechts in geleidelijk tempo gevuld kunnen worden. Aan het einde van de winter (31 maart) waren de opslagen voor 5% gevuld. Op 30 juni was dit gestegen naar 26%. In 2025 waren deze percentages aanzienlijk hoger: 21% eind maart en 49% eind juni.

De gerapporteerde halfjaarinkomsten van Gasunie zijn € 211 miljoen hoger uitgekomen op € 1.049 mln. Dit komt vooral door hogere tarieven van GTS in 2026. De operationele kosten zijn gelijk gebleven vergeleken met vorig jaar. Hierdoor laat de EBITDA een positieve ontwikkeling zien ten opzichte van de eerste helft van 2025.

Studenten Solar Team Eindhoven presenteren ‘Stella Juva’ ’s werelds eerste zonne-ambulance

Het Nederlandse studententeam Solar Team Eindhoven heeft een nieuw concept gepresenteerd voor duurzame medische mobiliteit: Stella Juva. Het team wil met dit voertuig medische hulp bereikbaar maken op plekken waar infrastructuur en brandstofvoorziening beperkt zijn.

Stella Juva is de eerste ambulance ter wereld die niet alleen volledig rijdt op de kracht van de zon, maar ook alle medische apparatuur aan boord van stroom voorziet. De ambulance wordt op 21 juli 2026 officieel gepresenteerd. Dit concept biedt een direct alternatief voor regio's waar brandstof- of elektriciteit tekorten de toegang tot gezondheidszorg momenteel ernstig limiteren. Een uitgebreid overzicht van het project inclusief fotomateriaal van de ambulance is te vinden op de projectpagina van Tuningsupply.

Het team bouwt voort op een rijke geschiedenis van innovatie; zo wonnen de studenten uit Eindhoven al vier keer op rij de World Solar Challenge in Australië. De expertise voor Stella Juva komt onder andere voort uit projecten zoals de Stella Terra, de eerste off-road zonne-auto die meer dan 1000 kilometer door de Sahara reed.

“Wat dit project sterk maakt, is dat we als studententeam kunnen bouwen op bestaande expertise uit Europa,” aldus Solar Team Eindhoven. “We werken samen met lokale gespecialiseerde partijen, zoals het Nederlandse Tuningsupply.com, dat verantwoordelijk is voor de levering van de kritieke voertuig componenten. Zo kunnen we technologie ontwikkelen die direct inzetbaar is in de 

In augustus 2026 zal het team de zonne-ambulance in de praktijk testen door verschillende veldlocaties van lokale NGO's te bezoeken. Hier zal worden aangetoond hoe Stella Juva patiëntenzorg kan ondersteunen en medische apparatuur veilig kan opladen en gebruiken op plekken die normaal gesproken onbereikbaar zijn voor conventionele hulpdiensten.

Nederlandse gasvoorraden nog flink onder gewenst niveau

Halverwege het jaarlijkse vulseizoen zijn de Nederlandse gasopslagen voor 33,1 procent gevuld. Hoewel de voorraden geleidelijk toenemen, ligt dit niveau nog duidelijk onder de hoeveelheid die volgens Gasunie nodig is om goed voorbereid de winter in te gaan.

Elk jaar worden de gasopslagen tussen april en november aangevuld. Rond deze tijd vorig jaar waren de opslagen al voor ruim 40 procent gevuld. Een belangrijke oorzaak van de huidige achterstand is dat de grote opslaglocaties in Norg en Grijpskerk na de afgelopen winter vrijwel volledig leeg waren. Normaal gesproken blijft na de winter nog een aanzienlijk deel van het gas achter, maar dat was dit keer niet het geval doordat GasTerra de opslagen volgens afspraak leeg opleverde.

Volgens TNO-gasexpert René Peters behoren Nederland en Duitsland momenteel tot de landen die het verst achterlopen met het vullen van de gasreserves. Dat is deels logisch, omdat de opslagen bijna vanaf nul moesten worden aangevuld. Daarnaast kopen commerciële energiebedrijven momenteel weinig gas in, waardoor de voorraden minder snel groeien.

Voldoende gevulde gasopslagen zijn belangrijk om pieken in de vraag tijdens de winter op te vangen. Vooral bij langdurige kou stijgt het gasverbruik sterk. Ook neemt de vraag toe wanneer zonnepanelen weinig stroom leveren en er weinig wind is, waardoor gascentrales vaker moeten worden ingezet voor de elektriciteitsproductie.

Gasunie adviseert om voor de winter ongeveer 115 terawattuur (TWh) gas op te slaan, wat neerkomt op ongeveer 80 procent van de totale opslagcapaciteit. De Europese doelstelling voor Nederland ligt lager, op minimaal 74 procent. Volgens Gasunie verloopt het vullen volgens planning, maar is er nog een flinke inspanning nodig om het gewenste niveau te bereiken.

Commerciële energiebedrijven stellen de aankoop van gas voorlopig uit, omdat zij verwachten dat de prijzen later in het jaar zullen dalen. Daardoor ontstaat het risico dat Nederland tijdens de winter sterker afhankelijk wordt van de actuele marktsituatie. Staatsbedrijf Energie Beheer Nederland (EBN) werkt ondertussen aan een minimale voorraad van 80 TWh, maar doet geen uitspraken over de vraag of dat doel zeker wordt gehaald.

Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat verwacht dat de huidige maatregelen voldoende zijn voor een gemiddelde winter en rekent erop dat commerciële partijen later alsnog extra gas zullen inkopen. In eerdere jaren gebeurde dat eveneens pas later in het seizoen.

Ondanks de relatief lage vulgraad is er volgens deskundigen geen directe reden tot ongerustheid. Nederland beschikt over veel opslagcapaciteit en ontvangt nog steeds voldoende gas. Wel blijft het land kwetsbaar, omdat ook buurlanden zoals Duitsland achterlopen met het aanvullen van hun voorraden en Nederland een belangrijke rol speelt in de gasvoorziening van andere Europese landen.

Gelekt EU-plan zet elektrificatie centraal in strijd voor energiezekerheid

Een gelekte conceptversie van het European Electrification Action Plan laat zien dat Brussel elektrificatie steeds nadrukkelijker positioneert als het antwoord op energiezekerheid, economische weerbaarheid en geopolitieke onafhankelijkheid.  Daarmee kiest Europa niet alleen voor een ander energiesysteem, maar voor een nieuw economisch model. In die economie vormen schone elektriciteit, slimme netten, opslag en flexibiliteit de basis voor groei, industrie en concurrentiekracht.  Het definitieve Electrification Action Plan wordt naar verwachting op 17 juli gepubliceerd.

De Europese Commissie positioneert elektrificatie steeds nadrukkelijker als een instrument voor energiezekerheid. Dat is een belangrijke koerswijziging. Hoewel hernieuwbare energie inmiddels bijna de helft van de Europese elektriciteitsproductie levert, bedraagt het aandeel elektriciteit in het totale finale energieverbruik van de EU nog slechts ongeveer 23%.  

De Commissie heeft eerder aangekondigd dat het Electrification Action Plan een belangrijke rol moet spelen bij het verhogen van dat aandeel. Op de officiële pagina over het actieplan noemt de Commissie elektrificatie expliciet noodzakelijk om de Europese klimaatdoelen te halen, de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen en consumenten toegang te geven tot goedkopere schone energie.  

Opvallend is dat het conceptdocument volgens diverse analyses nog geen definitief elektrificatiedoel voor 2040 bevat. Toch lijkt juist dat doel cruciaal te worden. 

Denktank Strategic Perspectives berekende dat het huidige beleid naar verwachting leidt tot ongeveer 39% elektrificatie van het finale energieverbruik in 2040. Met aanvullend beleid zou dat aandeel kunnen oplopen tot ongeveer 51%.  

Het verschil tussen beide scenario's is aanzienlijk. Volgens Strategic Perspectives zou een stijging van 39 naar 51% elektrificatie leiden tot de vervanging van ongeveer 1.300 TWh aan olie, gas en steenkool. De organisatie stelt daarnaast dat een elektrificatiegraad van ongeveer 50% in 2040 de Europese afhankelijkheid van fossiele brandstofimport met ongeveer twee derde kan verminderen.  

De denktank pleit daarom voor een bindend elektrificatiedoel van ten minste 50% in 2040, verankerd in Europese wetgeving.