Netcongestie hoeft de verduurzaming van grondoperaties op luchthavens niet langer in de weg te staan. Een succesvolle pilot op Schiphol, uitgevoerd door Bryntell in samenwerking met TCR-KES, heeft aangetoond dat het vervoer van bagage, vliegtuigen en personeel nu al volledig elektrisch kan.
TCR-KES, dat wereldwijd gespecialiseerd is in het onderhoud, beheer en de verhuur van ground support equipment (GSE) in de luchtvaart, zette de oplossing van Bryntell in om elektrische grondmaterieel van onder andere KLM op te laden nu het vaste stroomnet tekortschiet. Zonder die oplossing staat het materieel bij gebrek aan netcapaciteit simpelweg stil. In combinatie met een batterijsysteem van Greener Power Solutions leverde Bryntell een stabiele en schone energievoorziening voor onder meer eGPU’s (Elektrische Ground Power Units) en elektrische vliegtuigtrekkers. De mobiele energievoorziening van Bryntell werkt vergelijkbaar met traditionele dieseloplossingen, maar met ultra lage emissies. Daarmee voldoet het aan de huidige en toekomstige milieuregels én voorkomt het lange wachttijden voor uitbreiding van elektriciteitsaansluitingen.
Bryntell helpt TCR-KES met oplossingen duurzame grondverkeerBryntell levert een oplossing voor energieopwekking als dienst waarbij klanten afrekenen per kilowattuur. Het is heel geschikt voor de operationele omgeving van een internationale luchthaven. De oplossing bestaat uit schone hardware in combinatie met een speciaal door Bryntell ontwikkelde biobrandstof BS19, een blend op basis van biomethanol. Plaatsing, onderhoud, monitoring en afvoer zijn inbegrepen. De Bryntell CleanStar heeft geen stikstofdepositie, een fijnstofreductie van 80 procent ten opzichte van Stage V-normen en een CO₂-uitstoot van netto nul, onafhankelijk getest. De installatie is direct inzetbaar en biedt uitkomst op locaties waar de vraag naar energie hoog is omdat uitbreiding van het vaste net bijvoorbeeld te lang duurt of niet haalbaar is.
Bryntell combineert de opstelling met een batterijsysteem van Greener Power Solutions. Hester Boes, Business Developer bij Greener Power Solutions: "Onze hybride configuratie van een genset en een batterij maakt het mogelijk om piekvermogen op te vangen en de operatie optimaal te laten draaien. Dat is precies wat je nodig hebt in een dynamische luchthavensetting."
"Door de inzet van deze duurzame energieoplossing kan de transitie naar elektrisch materieel van onze klanten worden versneld. Daarmee wordt een concrete bijdrage geleverd aan de elektrificatie op Schiphol," aldus Christian Slob, algemeen directeur van TCR Nederland.
Pagina's
▼
dinsdag 30 juni 2026
Nieuw hoogspanningsstation Zuidplaspolder gereed: cruciale stap in versterking elektriciteitsnet Zuid-Holland
Netbeheerders TenneT, Liander en Stedin hebben een gecombineerd hoogspanningsstation in gebruik genomen in de Zuidplaspolder bij Zevenhuizen. Hiermee is een cruciale stap gezet in de uitbreiding van het elektriciteitsnet in de regio Zuidplas, Waddinxveen, Lansingerland, Gouda en Zoetermeer. Het nieuwe station is nodig zodat bedrijven kunnen verduurzamen en huishoudens in de regio over voldoende elektriciteit beschikken, zoals in het geplande dorp Cortelande met 8.000 woningen. Op 28 mei werd het nieuwe hoogspanningsstation officieel geopend en verbonden de netbeheerders symbolisch een stekker met een stopcontact van de gemeente Zuidplas. De bouw van het hoogspanningsstation heeft 2,5 jaar geduurd, het voortraject meer dan acht jaar. De komende jaren worden in Zuid-Holland meer dan 100 stations gebouwd, vervangen of uitgebreid.
Het project Zuidplaspolder bestaat uit een gecombineerd hoogspanningsstation van TenneT, Liander en Stedin op de locatie Zuidplas, een nieuw station van TenneT in Bleiswijk en een zeven kilometer lange ondergrondse kabelverbinding naast de A12. Na ruim 2,5 jaar bouwen is het project volgens planning opgeleverd. De samenwerking van drie netbeheerders, verschillende typen stations en veel verschillende aannemers op een locatie bij het laagste punt van Nederland maakt het tot een bijzonder project. Hierbij is door de netbeheerders voortdurend samengewerkt met gemeenten en andere overheden, direct omwonenden en andere belanghebbenden.
“De opening van station Zuidplaspolder ís een belangrijke stap in de benodigde uitbreiding van het elektriciteitsnet, maar zeker niet het eindpunt”, vertelt Freek Smorenburg, regiodirecteur van TenneT namens de drie netbeheerders. “Er is en blijft sprake van netcongestie, met wachtlijsten tot gevolg. Om dit op te lossen is het nodig dat nog veel meer projecten gereedkomen. Zo breidt TenneT in deze regio hoogspanningsstations uit in Bleiswijk, Krimpen aan den IJssel en in Wateringen. Ook moet er een nieuwe verbinding worden aangelegd tussen dit nieuwe station Zuidplaspolder en het station van TenneT in Gouda. Al deze projecten zijn nodig om weer ruimte op het elektriciteitsnet te creëren.”
Tot 2040 gaan de netbeheerders in Zuid-Holland meer dan 100 hoogspanningsstations bouwen, vervangen of uitbreiden. Een enorme opgave, waar veel haast bij is geboden. “De doorlooptijd van het project Zuidplaspolder is exemplarisch voor de meeste projecten op dit moment”, aldus Freek Smorenburg: “We hebben hier in ruim 2,5 jaar de bouw afgerond, maar voordat de eerste paal de grond in is gegaan is daar zo’n acht jaar aan voorafgegaan.”
“Als dit project iets laat zien, is dat bouwen over het algemeen het probleem niet is. De tijd is vooral nodig voor het zoeken naar een geschikte locatie, aankoop van de gronden, maken van afspraken met grondeigenaren en beroeps- en bezwaarprocedures. We zijn ons heel goed bewust van de impact die onze projecten hebben op de omgeving en gaan daarover goed in gesprek. Maar het voortraject moet echt sneller, en daar hebben we alle hulp bij nodig. Van het Rijk vragen we daarom een regierol te nemen op de ruimte die nodig is voor infrastructuur, snellere en eenvoudigere procedures. Provincies en gemeenten kunnen helpen door tijdig ruimte te reserveren voor energie-infrastructuur en vergunningen sneller te verlenen. En van bedrijven en consumenten vragen we bewuster om te gaan met elektriciteit, zodat we het net beter benutten.”
Wethouders Schuurman en Zijlstra van de gemeente Zuidplas zijn verheugd dat het project is opgeleverd en dat er nu zicht is op meer capaciteit op het elektriciteitsnet. “De gemeente Zuidplas en omliggende gemeenten groeien hard. Dat betekent meer woningen, bedrijven, elektrische auto’s en opwek van duurzame energie van met name zonnepanelen. Het bestaande net kan de explosieve toename van de vraag naar elektriciteit niet aan. Met deze belangrijke uitbreiding kunnen we onze ambities waarmaken en als regio blijven groeien en ontwikkelen.”
Op het TenneT-deel van het station Zuidplaspolder worden twee nieuwe batterijparken aangesloten. Naar verwachting wordt een batterijpark bij Waddinxveen na de zomer in 2026 als eerste met het station verbonden. Deze batterijparken kunnen gaan bijdragen aan een betere balans op het hoogspanningsnetwerk en daarmee de druk op het stroomnet verminderen.
Met de ingebruikname van station Zuidplaspolder kunnen Stedin en Liander de wachtlijst voor teruglevering van elektriciteit door bedrijven in de regio de komende jaren gaan afbouwen. Als aanvullende werkzaamheden in het regionale net zijn afgerond, ontstaat er naar verwachting in 2027 stapsgewijs ruimte om klanten op de wachtlijst van de regionale netbeheerders aan te sluiten. Voor de afname van elektriciteit geldt dat er sinds december 2024 sprake is van congestie op het netwerk van TenneT in het noordelijk deel van Zuid-Holland, waar de regio Zuidplas onder valt. Zodra dit is opgelost én werkzaamheden in het onderliggende net van de regionale netbeheerders zijn afgerond, kunnen bedrijven op de wachtlijst voor afname worden aangesloten. Deze werkzaamheden aan het regionale net zijn bijvoorbeeld het ombouwen van een onderstation van Liander in Zevenhuizen en uitbreidingen in Nieuwkoop, Boskoop, Alphen aan den Rijn en Zoeterwoude.
Het project Zuidplaspolder bestaat uit een gecombineerd hoogspanningsstation van TenneT, Liander en Stedin op de locatie Zuidplas, een nieuw station van TenneT in Bleiswijk en een zeven kilometer lange ondergrondse kabelverbinding naast de A12. Na ruim 2,5 jaar bouwen is het project volgens planning opgeleverd. De samenwerking van drie netbeheerders, verschillende typen stations en veel verschillende aannemers op een locatie bij het laagste punt van Nederland maakt het tot een bijzonder project. Hierbij is door de netbeheerders voortdurend samengewerkt met gemeenten en andere overheden, direct omwonenden en andere belanghebbenden.
“De opening van station Zuidplaspolder ís een belangrijke stap in de benodigde uitbreiding van het elektriciteitsnet, maar zeker niet het eindpunt”, vertelt Freek Smorenburg, regiodirecteur van TenneT namens de drie netbeheerders. “Er is en blijft sprake van netcongestie, met wachtlijsten tot gevolg. Om dit op te lossen is het nodig dat nog veel meer projecten gereedkomen. Zo breidt TenneT in deze regio hoogspanningsstations uit in Bleiswijk, Krimpen aan den IJssel en in Wateringen. Ook moet er een nieuwe verbinding worden aangelegd tussen dit nieuwe station Zuidplaspolder en het station van TenneT in Gouda. Al deze projecten zijn nodig om weer ruimte op het elektriciteitsnet te creëren.”
Tot 2040 gaan de netbeheerders in Zuid-Holland meer dan 100 hoogspanningsstations bouwen, vervangen of uitbreiden. Een enorme opgave, waar veel haast bij is geboden. “De doorlooptijd van het project Zuidplaspolder is exemplarisch voor de meeste projecten op dit moment”, aldus Freek Smorenburg: “We hebben hier in ruim 2,5 jaar de bouw afgerond, maar voordat de eerste paal de grond in is gegaan is daar zo’n acht jaar aan voorafgegaan.”
“Als dit project iets laat zien, is dat bouwen over het algemeen het probleem niet is. De tijd is vooral nodig voor het zoeken naar een geschikte locatie, aankoop van de gronden, maken van afspraken met grondeigenaren en beroeps- en bezwaarprocedures. We zijn ons heel goed bewust van de impact die onze projecten hebben op de omgeving en gaan daarover goed in gesprek. Maar het voortraject moet echt sneller, en daar hebben we alle hulp bij nodig. Van het Rijk vragen we daarom een regierol te nemen op de ruimte die nodig is voor infrastructuur, snellere en eenvoudigere procedures. Provincies en gemeenten kunnen helpen door tijdig ruimte te reserveren voor energie-infrastructuur en vergunningen sneller te verlenen. En van bedrijven en consumenten vragen we bewuster om te gaan met elektriciteit, zodat we het net beter benutten.”
Wethouders Schuurman en Zijlstra van de gemeente Zuidplas zijn verheugd dat het project is opgeleverd en dat er nu zicht is op meer capaciteit op het elektriciteitsnet. “De gemeente Zuidplas en omliggende gemeenten groeien hard. Dat betekent meer woningen, bedrijven, elektrische auto’s en opwek van duurzame energie van met name zonnepanelen. Het bestaande net kan de explosieve toename van de vraag naar elektriciteit niet aan. Met deze belangrijke uitbreiding kunnen we onze ambities waarmaken en als regio blijven groeien en ontwikkelen.”
Op het TenneT-deel van het station Zuidplaspolder worden twee nieuwe batterijparken aangesloten. Naar verwachting wordt een batterijpark bij Waddinxveen na de zomer in 2026 als eerste met het station verbonden. Deze batterijparken kunnen gaan bijdragen aan een betere balans op het hoogspanningsnetwerk en daarmee de druk op het stroomnet verminderen.
Met de ingebruikname van station Zuidplaspolder kunnen Stedin en Liander de wachtlijst voor teruglevering van elektriciteit door bedrijven in de regio de komende jaren gaan afbouwen. Als aanvullende werkzaamheden in het regionale net zijn afgerond, ontstaat er naar verwachting in 2027 stapsgewijs ruimte om klanten op de wachtlijst van de regionale netbeheerders aan te sluiten. Voor de afname van elektriciteit geldt dat er sinds december 2024 sprake is van congestie op het netwerk van TenneT in het noordelijk deel van Zuid-Holland, waar de regio Zuidplas onder valt. Zodra dit is opgelost én werkzaamheden in het onderliggende net van de regionale netbeheerders zijn afgerond, kunnen bedrijven op de wachtlijst voor afname worden aangesloten. Deze werkzaamheden aan het regionale net zijn bijvoorbeeld het ombouwen van een onderstation van Liander in Zevenhuizen en uitbreidingen in Nieuwkoop, Boskoop, Alphen aan den Rijn en Zoeterwoude.
maandag 29 juni 2026
Enexis zet Zonnedimmer breder in om stroomnet op piekmomenten te ontlasten
Enexis zet in delen van Groningen, Overijssel, Noord-Brabant en Limburg Zonnedimmer in om overbelasting van het stroomnet op zonnige dagen te voorkomen. Via Zonnedimmer worden zonnepanelen van deelnemende huishoudens tijdens piekmomenten tijdelijk gedimd na een afroep van Enexis. Daarmee past Enexis Congestiemanagement toe met behulp van huishoudens. Na een pilot vorig jaar in Helmond en Waalwijk rolt Enexis Zonnedimmer nu breder uit. In totaal benadert Enexis hiervoor ongeveer 55.000 huishoudens.
Het stroomnet wordt steeds intensiever gebruikt. Op zonnige dagen tussen 11.00 en 15.00 uur neemt in sommige gebieden de druk op het stroomnet sterk toe. Dan wordt veel zonne-energie teruggeleverd, terwijl het stroomverbruik relatief laag is. Vooral in weekenden en op momenten dat bedrijven minder stroom gebruiken, kan dat lokaal tot knelpunten leiden. Enexis neemt al verschillende maatregelen om overbelasting te voorkomen en voegt daar nu Zonnedimmer aan toe.
Enexis houdt het stroomnet betrouwbaar door de inzet van diverse maatregelen. Zo maakt Enexis afspraken met grote zon- en windparken om op piekmomenten minder stroom terug te leveren. Grote zonneparken kunnen dus al gericht worden gedimd; de opwekpiek die ontstaat door zonnepanelen bij huishoudens nog niet. Gezien het grote aantal zonnepanelen op Nederlandse daken is dat regionaal een substantieel vermogen. Zonnedimmer is daarom een waardevolle en noodzakelijke aanvulling op onze bestaande middelen. “Met Zonnedimmer hebben we een extra middel om het stroomnet op kritieke momenten te ontlasten,” zegt Thijs Derksen Manager Net- & Capaciteitsmanagement laag- en middenspanning “Na de pilot van vorig jaar zetten we deze maatregel nu breder in. Dat doen we nadrukkelijk alleen waar dat echt nodig is. Zo houden we het net betrouwbaar en willen we stroomuitval voorkomen.”
Met Zonnedimmer worden omvormers van zonnepanelen op afstand tijdelijk gedimd wanneer Enexis een piekmoment afroept. Daardoor wordt op die momenten minder stroom teruggeleverd aan het net. “Met Zonnedimmer kunnen huishoudens op een heel concrete manier bijdragen aan een betrouwbaar stroomnet. We zetten de maatregel alleen in op kritieke momenten en alleen in (postcode)gebieden waar dat echt nodig is. Klanten ontvangen hierover van ons een brief, kiezen zelf of ze meedoen en krijgen daarvoor een vergoeding.” In totaal worden ongeveer 55.000 huishoudens aangeschreven. Alleen klanten die een brief hebben ontvangen, kunnen zich aanmelden. Deelname aan Zonnedimmer is vrijwillig. Via de app van Zonnedimmer kunnen deelnemers zien wanneer hun zonnepanelen worden gedimd.
Zonnedimmer is een tijdelijke en gerichte maatregel die alleen wordt ingezet waar dat op het stroomnet echt nodig is. Tegelijk blijft Enexis investeren in uitbreiding van het elektriciteitsnet en in andere oplossingen om netcongestie te beperken. Ook niet deelnemende huishoudens kunnen helpen om de druk op het stroomnet te verlagen. Bijvoorbeeld door elektrische auto’s op te laden, te wassen of te drogen op momenten dat de zon volop schijnt. Zo benutten we samen de beschikbare capaciteit op het net slimmer.
Het stroomnet wordt steeds intensiever gebruikt. Op zonnige dagen tussen 11.00 en 15.00 uur neemt in sommige gebieden de druk op het stroomnet sterk toe. Dan wordt veel zonne-energie teruggeleverd, terwijl het stroomverbruik relatief laag is. Vooral in weekenden en op momenten dat bedrijven minder stroom gebruiken, kan dat lokaal tot knelpunten leiden. Enexis neemt al verschillende maatregelen om overbelasting te voorkomen en voegt daar nu Zonnedimmer aan toe.
Enexis houdt het stroomnet betrouwbaar door de inzet van diverse maatregelen. Zo maakt Enexis afspraken met grote zon- en windparken om op piekmomenten minder stroom terug te leveren. Grote zonneparken kunnen dus al gericht worden gedimd; de opwekpiek die ontstaat door zonnepanelen bij huishoudens nog niet. Gezien het grote aantal zonnepanelen op Nederlandse daken is dat regionaal een substantieel vermogen. Zonnedimmer is daarom een waardevolle en noodzakelijke aanvulling op onze bestaande middelen. “Met Zonnedimmer hebben we een extra middel om het stroomnet op kritieke momenten te ontlasten,” zegt Thijs Derksen Manager Net- & Capaciteitsmanagement laag- en middenspanning “Na de pilot van vorig jaar zetten we deze maatregel nu breder in. Dat doen we nadrukkelijk alleen waar dat echt nodig is. Zo houden we het net betrouwbaar en willen we stroomuitval voorkomen.”
Met Zonnedimmer worden omvormers van zonnepanelen op afstand tijdelijk gedimd wanneer Enexis een piekmoment afroept. Daardoor wordt op die momenten minder stroom teruggeleverd aan het net. “Met Zonnedimmer kunnen huishoudens op een heel concrete manier bijdragen aan een betrouwbaar stroomnet. We zetten de maatregel alleen in op kritieke momenten en alleen in (postcode)gebieden waar dat echt nodig is. Klanten ontvangen hierover van ons een brief, kiezen zelf of ze meedoen en krijgen daarvoor een vergoeding.” In totaal worden ongeveer 55.000 huishoudens aangeschreven. Alleen klanten die een brief hebben ontvangen, kunnen zich aanmelden. Deelname aan Zonnedimmer is vrijwillig. Via de app van Zonnedimmer kunnen deelnemers zien wanneer hun zonnepanelen worden gedimd.
Zonnedimmer is een tijdelijke en gerichte maatregel die alleen wordt ingezet waar dat op het stroomnet echt nodig is. Tegelijk blijft Enexis investeren in uitbreiding van het elektriciteitsnet en in andere oplossingen om netcongestie te beperken. Ook niet deelnemende huishoudens kunnen helpen om de druk op het stroomnet te verlagen. Bijvoorbeeld door elektrische auto’s op te laden, te wassen of te drogen op momenten dat de zon volop schijnt. Zo benutten we samen de beschikbare capaciteit op het net slimmer.
4 op de 10 Nederlanders wil zelf energie opwekken om onafhankelijk te worden
Bijna 4 op de 10 Nederlanders (38,8%) zijn bereid te investeren in zonnepanelen of een thuisbatterij om minder afhankelijk te worden van buitenlandse energie. De belangrijkste drijfveer is geopolitieke onrust: meer dan de helft (52,2%) vertrouwt er niet op dat de overheid hun energiezekerheid kan garanderen. Dat blijkt uit onderzoek van Multiscope in opdracht van Energievergelijker.nl.
De internationale spanningen en de daarmee samenhangende stijging van de energieprijzen hebben het bewustzijn over energieafhankelijkheid in Nederland duidelijk aangewakkerd. Uit het onderzoek van mei 2026 blijkt dat 52,2% van de Nederlanders er niet op vertrouwt dat de overheid hun energiezekerheid kan garanderen. Die onzekerheid vertaalt zich in een concrete investeringswens: 38,8% geeft aan bereid te zijn om in zonnepanelen of een thuisbatterij te investeren, niet om te profiteren van een subsidieregeling, maar simpelweg om minder kwetsbaar te zijn.
Ook geeft 37,5% van de Nederlanders aan dat zij een thuisbatterij zouden aanschaffen als de investering binnen tien jaar is terugverdiend. De financiële drempel blijft dus een rol spelen, maar de motivatie is verschoven: van rendement naar zekerheid.
In maart 2026 voerde Energievergelijker.nl een vergelijkbaar onderzoek uit, maar toen stond de afschaffing van de salderingsregeling centraal. De uitkomsten lieten een opvallend andere stemming zien. 59,9% van de Nederlanders gaf aan minder bereid te zijn om in de toekomst te investeren in duurzame oplossingen, als direct gevolg van het wegvallen van de salderingsregeling.
Tegelijkertijd zei 66,3% dat zonnepanelen door de maatregel financieel niet meer aantrekkelijk zijn voor huishoudens. De twee onderzoeken laten daarmee zien dat de investeringsbereidheid sterk afhangt van de context: geopolitieke onrust zet mensen aan tot actie, terwijl onzeker beleid ze juist doet afhaken.
De combinatie van beide onderzoeken schetst een opmerkelijke paradox. Burgers raken steeds meer overtuigd van de noodzaak om zelf energie op te wekken en op te slaan, maar het vertrouwen in de overheid als betrouwbare partner in die transitie is juist gedaald. Ruim 71% zei in het onderzoek van maart minder vertrouwen te hebben in het energiebeleid van de overheid. In mei gaf meer dan de helft aan er niet op te vertrouwen dat de overheid energiezekerheid kan garanderen. De investeringsbereidheid groeit dus vanuit eigenbelang en onzekerheid, niet vanuit vertrouwen in een helder langetermijnbeleid.
Een kans die nu nog gegrepen kan worden
De data laten zien dat de bereidheid onder Nederlanders om te investeren in eigen energieopwekking aanwezig is en onder druk van de geopolitieke situatie zelfs groeit. Maar zonder stabiel en voorspelbaar beleid blijft die bereidheid kwetsbaar. De terugverdientijd is voor veel huishoudens nog steeds de doorslaggevende factor: 37,5% wil investeren in een thuisbatterij als die binnen tien jaar terug te verdienen is. Daar ligt een concrete opening voor beleidsmakers om de energietransitie alsnog te versnellen, door zekerheid te bieden in regelgeving.
De internationale spanningen en de daarmee samenhangende stijging van de energieprijzen hebben het bewustzijn over energieafhankelijkheid in Nederland duidelijk aangewakkerd. Uit het onderzoek van mei 2026 blijkt dat 52,2% van de Nederlanders er niet op vertrouwt dat de overheid hun energiezekerheid kan garanderen. Die onzekerheid vertaalt zich in een concrete investeringswens: 38,8% geeft aan bereid te zijn om in zonnepanelen of een thuisbatterij te investeren, niet om te profiteren van een subsidieregeling, maar simpelweg om minder kwetsbaar te zijn.
Ook geeft 37,5% van de Nederlanders aan dat zij een thuisbatterij zouden aanschaffen als de investering binnen tien jaar is terugverdiend. De financiële drempel blijft dus een rol spelen, maar de motivatie is verschoven: van rendement naar zekerheid.
In maart 2026 voerde Energievergelijker.nl een vergelijkbaar onderzoek uit, maar toen stond de afschaffing van de salderingsregeling centraal. De uitkomsten lieten een opvallend andere stemming zien. 59,9% van de Nederlanders gaf aan minder bereid te zijn om in de toekomst te investeren in duurzame oplossingen, als direct gevolg van het wegvallen van de salderingsregeling.
Tegelijkertijd zei 66,3% dat zonnepanelen door de maatregel financieel niet meer aantrekkelijk zijn voor huishoudens. De twee onderzoeken laten daarmee zien dat de investeringsbereidheid sterk afhangt van de context: geopolitieke onrust zet mensen aan tot actie, terwijl onzeker beleid ze juist doet afhaken.
De combinatie van beide onderzoeken schetst een opmerkelijke paradox. Burgers raken steeds meer overtuigd van de noodzaak om zelf energie op te wekken en op te slaan, maar het vertrouwen in de overheid als betrouwbare partner in die transitie is juist gedaald. Ruim 71% zei in het onderzoek van maart minder vertrouwen te hebben in het energiebeleid van de overheid. In mei gaf meer dan de helft aan er niet op te vertrouwen dat de overheid energiezekerheid kan garanderen. De investeringsbereidheid groeit dus vanuit eigenbelang en onzekerheid, niet vanuit vertrouwen in een helder langetermijnbeleid.
Een kans die nu nog gegrepen kan worden
De data laten zien dat de bereidheid onder Nederlanders om te investeren in eigen energieopwekking aanwezig is en onder druk van de geopolitieke situatie zelfs groeit. Maar zonder stabiel en voorspelbaar beleid blijft die bereidheid kwetsbaar. De terugverdientijd is voor veel huishoudens nog steeds de doorslaggevende factor: 37,5% wil investeren in een thuisbatterij als die binnen tien jaar terug te verdienen is. Daar ligt een concrete opening voor beleidsmakers om de energietransitie alsnog te versnellen, door zekerheid te bieden in regelgeving.
vrijdag 26 juni 2026
Walter Grootveld benoemd als CTO van Enexis Groep
De Raad van Commissarissen (RvC) heeft Walter Grootveld (46) met ingang van 1 september benoemd tot Chief Transition Officer (CTO) in de Raad van Bestuur van Enexis Groep. Walter volgt Jeroen Sanders op die in maart van dit jaar afscheid nam van Enexis. Walter was de afgelopen jaren werkzaam bij Essent als Directeur Energy Infrastructure Solutions.
Na de start van zijn carrière bij TNT Group werkte Walter de afgelopen 14 jaar in verschillende functies bij Essent. Hier was hij was onder andere verantwoordelijk voor de ontwikkeling van klantgericht werken. De afgelopen jaren gaf Walter leiding aan het bedrijfsonderdeel Infrastructure Solutions. Hierin was samenwerking met marktpartijen en overheden cruciaal om op een effectieve en innovatieve manier oplossingen te implementeren op het gebied van leveringszekerheid, netcongestie en verduurzaming in de gebouwde omgeving en diverse bedrijfssectoren.
Na de start van zijn carrière bij TNT Group werkte Walter de afgelopen 14 jaar in verschillende functies bij Essent. Hier was hij was onder andere verantwoordelijk voor de ontwikkeling van klantgericht werken. De afgelopen jaren gaf Walter leiding aan het bedrijfsonderdeel Infrastructure Solutions. Hierin was samenwerking met marktpartijen en overheden cruciaal om op een effectieve en innovatieve manier oplossingen te implementeren op het gebied van leveringszekerheid, netcongestie en verduurzaming in de gebouwde omgeving en diverse bedrijfssectoren.
donderdag 25 juni 2026
Meer vaart in isoleren woningen via Nationaal Isolatieoffensief en Energiehuis
Veel woningen in Nederland worden verduurzaamd met behulp van subsidies, leningen of andere ondersteuning vanuit de overheid. Tegelijkertijd blijft extra inzet nodig om het doel van het Nationaal Isolatieprogramma (NIP, 2022) te halen: 2,5 miljoen geïsoleerde woningen in 2030.
Daarom werkt het kabinet aan extra inzet zoals het Energiehuis en korte termijn versnelling via het Isolatieoffensief. In een brief aan de Tweede Kamer roept minister Elanor Boekholt-O’Sullivan vandaag partijen op om samen voortgang te maken en huishoudens snel te helpen aan een lagere energierekening. Met maatregelen die zich richten op een vlot verloop van de verduurzamingsreis. Hiervoor neemt de rijksoverheid regie en werkt samen met de betrokken partners aan standaardisatie en goede ondersteuning voor mensen die dit nodig hebben. Zo versnellen we de verduurzaming van woningen én gebouwen.
Het kabinet heeft dit voorjaar 300 miljoen vrijgemaakt voor snellere isolatie. Dat gebeurt via de aanpak van energiearmoede, subsidieregeling verduurzaming voor verenigingen van eigenaars (SVVE) en Nationaal Warmtefonds. Hierbij is 80 miljoen bestemd voor de extra inzet van energiecoaches en -fixers en het Energiehuis. Aanvullend is € 15 miljoen beschikbaar gesteld voor de aanpak van energiearmoede in de gebieden van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV).
De lokale aanpak van het NIP bereikt steeds meer huishoudens. Gemeenten ondersteunen hiermee eigenaar-bewoners en vve’s met extra subsidies, begeleiding en ontzorging bij het verduurzamen van hun woning. Sinds de start van het NPLV in 2022 tot zomer 2025 werden circa 62.500 huishoudens in de NPLV-gebieden ondersteund bij het treffen van energiebesparende maatregelen.
De minister roept op door te pakken met het isoleren van woningen. Daar waar de energiearmoede het grootst is, is een tandje extra nodig. Met name in wijken waar de isolatie-aanpak nog achterloopt. Hier is extra ondersteuning beschikbaar met een versnellingsteam. Door samen te werken met banken, organisaties in wijken en uitvoerders en een proactieve aanpak en communicatie is versnelling mogelijk.
Met de aanvullende 15 miljoen kunnen bewoners met een smallere beurs in de 20 gebieden van het NPLV, extra worden ondersteund bij verduurzaming en krijgen zij meer grip op hun energieverbruik. Het gaat om bijvoorbeeld huisbezoeken van energiecoaches en -fixers, die direct advies geven en eenvoudige energiebesparende maatregelen uitvoeren. Denk aan het plaatsen van radiatorfolie, energiedisplays en vloer- en spouwmuurisolatie. De afgelopen 1,5 jaar werden circa 27.500 huishoudens in de NPLV-gebieden ondersteund bij het treffen van energiebesparende maatregelen. Ook werden bijna 8.500 sociale huurwoningen verbeterd in energieprestatie.
Daarom werkt het kabinet aan extra inzet zoals het Energiehuis en korte termijn versnelling via het Isolatieoffensief. In een brief aan de Tweede Kamer roept minister Elanor Boekholt-O’Sullivan vandaag partijen op om samen voortgang te maken en huishoudens snel te helpen aan een lagere energierekening. Met maatregelen die zich richten op een vlot verloop van de verduurzamingsreis. Hiervoor neemt de rijksoverheid regie en werkt samen met de betrokken partners aan standaardisatie en goede ondersteuning voor mensen die dit nodig hebben. Zo versnellen we de verduurzaming van woningen én gebouwen.
Het kabinet heeft dit voorjaar 300 miljoen vrijgemaakt voor snellere isolatie. Dat gebeurt via de aanpak van energiearmoede, subsidieregeling verduurzaming voor verenigingen van eigenaars (SVVE) en Nationaal Warmtefonds. Hierbij is 80 miljoen bestemd voor de extra inzet van energiecoaches en -fixers en het Energiehuis. Aanvullend is € 15 miljoen beschikbaar gesteld voor de aanpak van energiearmoede in de gebieden van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV).
De lokale aanpak van het NIP bereikt steeds meer huishoudens. Gemeenten ondersteunen hiermee eigenaar-bewoners en vve’s met extra subsidies, begeleiding en ontzorging bij het verduurzamen van hun woning. Sinds de start van het NPLV in 2022 tot zomer 2025 werden circa 62.500 huishoudens in de NPLV-gebieden ondersteund bij het treffen van energiebesparende maatregelen.
De minister roept op door te pakken met het isoleren van woningen. Daar waar de energiearmoede het grootst is, is een tandje extra nodig. Met name in wijken waar de isolatie-aanpak nog achterloopt. Hier is extra ondersteuning beschikbaar met een versnellingsteam. Door samen te werken met banken, organisaties in wijken en uitvoerders en een proactieve aanpak en communicatie is versnelling mogelijk.
Met de aanvullende 15 miljoen kunnen bewoners met een smallere beurs in de 20 gebieden van het NPLV, extra worden ondersteund bij verduurzaming en krijgen zij meer grip op hun energieverbruik. Het gaat om bijvoorbeeld huisbezoeken van energiecoaches en -fixers, die direct advies geven en eenvoudige energiebesparende maatregelen uitvoeren. Denk aan het plaatsen van radiatorfolie, energiedisplays en vloer- en spouwmuurisolatie. De afgelopen 1,5 jaar werden circa 27.500 huishoudens in de NPLV-gebieden ondersteund bij het treffen van energiebesparende maatregelen. Ook werden bijna 8.500 sociale huurwoningen verbeterd in energieprestatie.
TenneT Monitor onderstreept noodzaak van snelle invoering capaciteitsmarkt
Energie‑Nederland herkent de stevige zorgen in de onlangs gepubliceerde Monitor Voorzieningszekerheid 2026 van TenneT. De analyse ziet zelfs grotere risico’s dan in de Monitor van vorig jaar: al richting 2028 kan de norm voor de voorzieningszekerheid van elektriciteit in Nederland overschreden worden, waar TenneT tot nu toe pas na 2030 problemen voorzag. Daarom adviseert TenneT het kabinet om nu snel een capaciteitsmechanisme in te voeren dat vanaf de winter van 2029-2030 beschikbaar is.
Energie-Nederland pleit al langer voor een snelle invoering van een centrale capaciteitsmarkt. Uit onderzoek van Compass Lexecon, uitgevoerd in opdracht van Energie‑Nederland, blijkt dat het huidige marktmodel onvoldoende prikkels geeft voor investeringen in regelbaar vermogen en dat een centrale capaciteitsmarkt een effectieve en structurele oplossing biedt. Zo’n capaciteitsmarkt zorgt ervoor dat regelbaar vermogen beschikbaar blijft en stimuleert investeringen in nieuw regelbaar vermogen. TenneT benoemt dit ook expliciet in de nieuwe Monitor. Voldoende regelbaar vermogen is essentieel is voor een betrouwbaar elektriciteitssysteem. Energie‑Nederland benadrukt dat zo’n capaciteitsmarkt techniekneutraal is. Dat betekent dat alle vormen van capaciteit kunnen meedoen, waaronder gascentrales, wind, zon, batterijen en vraagrespons.
TenneT geeft een helder advies over de tijdlijn: over drie jaar moet het capaciteitsmechanisme operatoneel zijn. Om dat te kunnen halen moeten we bij wijze van spreken morgen beginnen. Energie‑Nederland hoopt en verwacht dat het kabinet in de aangekondigde Kamerbrief, die later deze maand verschijnt, een richtinggevend besluit neemt en direct start met de implementatie.
Energie-Nederland pleit al langer voor een snelle invoering van een centrale capaciteitsmarkt. Uit onderzoek van Compass Lexecon, uitgevoerd in opdracht van Energie‑Nederland, blijkt dat het huidige marktmodel onvoldoende prikkels geeft voor investeringen in regelbaar vermogen en dat een centrale capaciteitsmarkt een effectieve en structurele oplossing biedt. Zo’n capaciteitsmarkt zorgt ervoor dat regelbaar vermogen beschikbaar blijft en stimuleert investeringen in nieuw regelbaar vermogen. TenneT benoemt dit ook expliciet in de nieuwe Monitor. Voldoende regelbaar vermogen is essentieel is voor een betrouwbaar elektriciteitssysteem. Energie‑Nederland benadrukt dat zo’n capaciteitsmarkt techniekneutraal is. Dat betekent dat alle vormen van capaciteit kunnen meedoen, waaronder gascentrales, wind, zon, batterijen en vraagrespons.
TenneT geeft een helder advies over de tijdlijn: over drie jaar moet het capaciteitsmechanisme operatoneel zijn. Om dat te kunnen halen moeten we bij wijze van spreken morgen beginnen. Energie‑Nederland hoopt en verwacht dat het kabinet in de aangekondigde Kamerbrief, die later deze maand verschijnt, een richtinggevend besluit neemt en direct start met de implementatie.
Brabant zet koers naar duurzaam energiesysteem in 2050
Provinciale Staten stelden op 5 juni 2026 het Energieperspectief 2050 vast. Dit plan laat zien hoe Brabant overstapt op duurzame energie. In 2050 wil de provincie alleen nog schone energie gebruiken. Die energie komt zoveel mogelijk uit Brabant zelf. Daarvoor moet het energiesysteem de komende jaren flink veranderen.
Het Energieperspectief beschrijft hoe Brabant straks energie opwekt, opslaat en gebruikt. Ook staat erin welke stappen nodig zijn om in 2050 klimaatneutraal te zijn. De provincie pakt dit samen op met gemeenten, bedrijven en inwoners.
Brabant kiest voor een mix van energiebronnen en maakt daarbij deze keuzes:
vraag en aanbod van energie wordt beter op elkaar afgestemd in de regio.
investeren in opslag
Elektriciteit vormt de basis van het energiesysteem. De meeste energie komt straks in deze vorm beschikbaar.
Duurzame gassen, zoals waterstof en groen gas, vullen dit aan. Ze zijn vooral nodig voor industrie, zwaar transport en andere toepassingen waar elektriciteit niet goed past.
Warmte krijgt ook een belangrijke rol, vooral via warmtenetten voor woningen en gebouwen.
Samen met het Rijk onderzoekt de provincie de mogelijkheden van kleine modulaire kernreactoren.
Deze combinatie moet zorgen voor een energiesysteem dat betrouwbaar blijft, ook als het weer verandert of de vraag piekt.
De plannen raken iedereen. Huizen krijgen andere manieren van verwarmen en bedrijven stappen over op nieuwe energiebronnen. Tegelijk wil de provincie dat energie voor iedereen beschikbaar en betaalbaar blijft. Gedeputeerde Bas Maes (Energie): “We maken keuzes die nodig zijn voor de toekomst. We willen dat de energievoorziening schoon, betrouwbaar en betaalbaar blijft. Dat vraagt inzet van ons allemaal.”
Het Energieperspectief beschrijft hoe Brabant straks energie opwekt, opslaat en gebruikt. Ook staat erin welke stappen nodig zijn om in 2050 klimaatneutraal te zijn. De provincie pakt dit samen op met gemeenten, bedrijven en inwoners.
Brabant kiest voor een mix van energiebronnen en maakt daarbij deze keuzes:
vraag en aanbod van energie wordt beter op elkaar afgestemd in de regio.
investeren in opslag
Elektriciteit vormt de basis van het energiesysteem. De meeste energie komt straks in deze vorm beschikbaar.
Duurzame gassen, zoals waterstof en groen gas, vullen dit aan. Ze zijn vooral nodig voor industrie, zwaar transport en andere toepassingen waar elektriciteit niet goed past.
Warmte krijgt ook een belangrijke rol, vooral via warmtenetten voor woningen en gebouwen.
Samen met het Rijk onderzoekt de provincie de mogelijkheden van kleine modulaire kernreactoren.
Deze combinatie moet zorgen voor een energiesysteem dat betrouwbaar blijft, ook als het weer verandert of de vraag piekt.
De plannen raken iedereen. Huizen krijgen andere manieren van verwarmen en bedrijven stappen over op nieuwe energiebronnen. Tegelijk wil de provincie dat energie voor iedereen beschikbaar en betaalbaar blijft. Gedeputeerde Bas Maes (Energie): “We maken keuzes die nodig zijn voor de toekomst. We willen dat de energievoorziening schoon, betrouwbaar en betaalbaar blijft. Dat vraagt inzet van ons allemaal.”
woensdag 24 juni 2026
Vattenfall en Project Enki onderzoeken mogelijkheid van datacenters op zee
Vattenfall en Project Enki met partner ABB gaan samen de mogelijkheden onderzoeken voor de ontwikkeling van datacenters op zee. Deze datacenters zouden direct op offshore windparken aangesloten moeten worden en draaien daardoor volledig op duurzaam opgewekte energie. Daarmee speelt het initiatief in op de groeiende vraag naar rekenkracht, onder andere voor AI-toepassingen, en de toenemende druk op het elektriciteitsnet.
De samenwerking richt zich op het slim integreren van bestaande technologieën: Project Enki ontwikkelt en exploiteert de datacenters, terwijl Vattenfall zorgt voor een langdurige levering van duurzaam opgewekte stroom.
De datacenters worden niet ingericht als traditionele cloud-omgevingen, maar specifiek voor langdurige en zware rekenprocessen. Berekeningen voor AI kunnen in blokken worden opgedeeld. Op momenten dat er minder wind is kunnen de taken worden afgeschaald of worden uitgesteld.
Deze innovatie biedt daarnaast voordelen voor de energieproductie op zee. Energie die nu soms niet kan worden geleverd vanwege netcongestie of lage marktprijzen, kan direct lokaal worden gebruikt door de datacenters tegen vooraf afgesproken tarieven.
Voor Vattenfall past dit initiatief binnen de bredere strategie om het energiesysteem slimmer en meer geïntegreerd te maken. Door vraag en aanbod van duurzame energie beter op elkaar af te stemmen, bijvoorbeeld door energie direct op zee te gebruiken, ontstaat een efficiënter systeem met minder verspilling en minder afhankelijkheid van netcapaciteit.
De datacenters nemen direct en slechts een beperkt deel van de totale capaciteit van een windpark af. Dat maakt aansluiting op het reguliere elektriciteitsnet overbodig en er blijft voldoende over om ook bij minder gunstige windcondities aan het net te blijven leveren.
Het gebruik van zeewaterkoeling op de offshore platforms betekent dat geen gebruik meer hoeft te worden gemaakt van drinkwater. Zeewater biedt een vrijwel onuitputtelijk koelmedium, waardoor de afhankelijkheid van schaars drinkwater aanzienlijk afneemt. Tegelijkertijd maakt de constante lage temperatuur van zeewater het mogelijk om servers efficiënter te koelen, wat leidt tot een lager energieverbruik en minder CO2‑uitstoot.
De initiatiefnemers bevinden zich in een strategische opstartfase, gericht op het realiseren van de eerste locatie. In deze fase brengt een gezamenlijk projectteam de technische, economische en maatschappelijke aspecten in kaart.
De samenwerking richt zich op het slim integreren van bestaande technologieën: Project Enki ontwikkelt en exploiteert de datacenters, terwijl Vattenfall zorgt voor een langdurige levering van duurzaam opgewekte stroom.
De datacenters worden niet ingericht als traditionele cloud-omgevingen, maar specifiek voor langdurige en zware rekenprocessen. Berekeningen voor AI kunnen in blokken worden opgedeeld. Op momenten dat er minder wind is kunnen de taken worden afgeschaald of worden uitgesteld.
Deze innovatie biedt daarnaast voordelen voor de energieproductie op zee. Energie die nu soms niet kan worden geleverd vanwege netcongestie of lage marktprijzen, kan direct lokaal worden gebruikt door de datacenters tegen vooraf afgesproken tarieven.
Voor Vattenfall past dit initiatief binnen de bredere strategie om het energiesysteem slimmer en meer geïntegreerd te maken. Door vraag en aanbod van duurzame energie beter op elkaar af te stemmen, bijvoorbeeld door energie direct op zee te gebruiken, ontstaat een efficiënter systeem met minder verspilling en minder afhankelijkheid van netcapaciteit.
De datacenters nemen direct en slechts een beperkt deel van de totale capaciteit van een windpark af. Dat maakt aansluiting op het reguliere elektriciteitsnet overbodig en er blijft voldoende over om ook bij minder gunstige windcondities aan het net te blijven leveren.
Het gebruik van zeewaterkoeling op de offshore platforms betekent dat geen gebruik meer hoeft te worden gemaakt van drinkwater. Zeewater biedt een vrijwel onuitputtelijk koelmedium, waardoor de afhankelijkheid van schaars drinkwater aanzienlijk afneemt. Tegelijkertijd maakt de constante lage temperatuur van zeewater het mogelijk om servers efficiënter te koelen, wat leidt tot een lager energieverbruik en minder CO2‑uitstoot.
De initiatiefnemers bevinden zich in een strategische opstartfase, gericht op het realiseren van de eerste locatie. In deze fase brengt een gezamenlijk projectteam de technische, economische en maatschappelijke aspecten in kaart.
Nieuwe werkwijze voor stroomaanvragen vanaf 1 juli
Vanaf 1 juli 2026 verandert de manier waarop Liander stroomaanvragen behandelt in gebieden waar het stroomnet (bijna) vol is. Dat is nodig, omdat de vraag naar elektriciteit blijft groeien en er niet altijd genoeg ruimte is op het net. Netbeheerders werken daarom per 1 juli 2026 met wachtlijsten en passen zij de voorrangsregels toe die zijn opgesteld door de Autoriteit Consument en Markt (ACM). Een belangrijke verandering hierin is dat het automatisch reserveren van capaciteit voor huishoudens en kleinverbruikers stopt.
Tot nu toe kregen huishoudens en kleinere aansluitingen vaak automatisch ruimte op het net. Dat stopt. Per 1 juli komen zowel kleine als grote aanvragen op één wachtlijst.
De volgorde op de wachtlijst wordt bepaald op basis van de regels van de ACM-r. Projecten die belangrijk zijn voor de samenleving, zoals woningbouw of voorzieningen, krijgen voorrang, zodra er ruimte vrijkomt.
Hoe lang het duurt voordat een aanvraag wordt uitgevoerd, verschilt per regio en hangt af van de beschikbare capaciteit. In sommige gevallen kan de wachttijd oplopen.
De landelijke regels van de ACM regelen de volgorde van toekennen van capaciteit als er wél ruimte is. Liander blijft zich de komende jaren onverminderd inzetten om het stroomnet uit te breiden. Daarnaast roepen we klanten op om slim en flexibel gebruik te maken van het stroomnet. Dit geldt voor zowel grote en kleine bedrijven als voor huishoudens.
Voor huishoudens en kleinverbruikers: heb je een nieuwe of zwaardere aansluiting nodig? Dan kan het zijn dat je moet wachten. Bekijk wat er mogelijk is en wat dit
voor jouw situatie betekent. Zo is er vaak meer mogelijk op de bestaande stroomaansluiting dan gedacht.
Tot nu toe kregen huishoudens en kleinere aansluitingen vaak automatisch ruimte op het net. Dat stopt. Per 1 juli komen zowel kleine als grote aanvragen op één wachtlijst.
De volgorde op de wachtlijst wordt bepaald op basis van de regels van de ACM-r. Projecten die belangrijk zijn voor de samenleving, zoals woningbouw of voorzieningen, krijgen voorrang, zodra er ruimte vrijkomt.
Hoe lang het duurt voordat een aanvraag wordt uitgevoerd, verschilt per regio en hangt af van de beschikbare capaciteit. In sommige gevallen kan de wachttijd oplopen.
De landelijke regels van de ACM regelen de volgorde van toekennen van capaciteit als er wél ruimte is. Liander blijft zich de komende jaren onverminderd inzetten om het stroomnet uit te breiden. Daarnaast roepen we klanten op om slim en flexibel gebruik te maken van het stroomnet. Dit geldt voor zowel grote en kleine bedrijven als voor huishoudens.
Voor huishoudens en kleinverbruikers: heb je een nieuwe of zwaardere aansluiting nodig? Dan kan het zijn dat je moet wachten. Bekijk wat er mogelijk is en wat dit
voor jouw situatie betekent. Zo is er vaak meer mogelijk op de bestaande stroomaansluiting dan gedacht.
dinsdag 23 juni 2026
Sunrock voltooit laad- en energieoplossing Westerman
De Europese specialist in zonnestroomoplossingen Sunrock heeft voor Westerman Multimodal Logistics het distributiecentrum in Nieuwleusen uitgerust met een integrale infrastructuur voor het opwekken en aansturen van hernieuwbare energie en het opladen van elektrische vrachtwagens. De energieoplossing stelt Westerman in staat om door middel van slimme sturing, opgewekte energie in combinatie met het beperkte gecontracteerde vermogen optimaal te benutten. Met deze aanpak ondersteunt Westerman de transitie naar emissievrije logistiek en voldoet het aan de eisen voor uitstootvrije zones.
Sunrock voorzag Westerman van een zonnestroominstallatie van 2058 panelen met een piekvermogen van 1204 kilowattpiek. In de toekomst kan aan de PV-installatie een batterij worden toegevoegd met een maximaal vermogen van 625 kilowatt en een opslagcapaciteit van 1275 kilowattuur. Wanneer de zonnestroominstallatie meer opwekt dan er op dat moment wordt verbruikt, kan dit overschot in een dergelijke batterij worden opgeslagen en later worden ingezet. De zonnestroominstallatie voedt samen met het energiemanagementsysteem twee DC-laadpalen (360 kW), waarmee in totaal vier vrachtwagens gelijktijdig kunnen worden geladen. Vraag en aanbod van energie worden binnen het systeem continu aangestuurd door het energiemanagementsysteem.
Sunrock voorzag Westerman van een zonnestroominstallatie van 2058 panelen met een piekvermogen van 1204 kilowattpiek. In de toekomst kan aan de PV-installatie een batterij worden toegevoegd met een maximaal vermogen van 625 kilowatt en een opslagcapaciteit van 1275 kilowattuur. Wanneer de zonnestroominstallatie meer opwekt dan er op dat moment wordt verbruikt, kan dit overschot in een dergelijke batterij worden opgeslagen en later worden ingezet. De zonnestroominstallatie voedt samen met het energiemanagementsysteem twee DC-laadpalen (360 kW), waarmee in totaal vier vrachtwagens gelijktijdig kunnen worden geladen. Vraag en aanbod van energie worden binnen het systeem continu aangestuurd door het energiemanagementsysteem.
Geen kerncentrales in Groningen: Rijk moet afspraken over wind op zee nakomen
Groningen wil dat het Rijk zijn afspraken nakomt. Geen kerncentrales in de Eemshaven, maar aanlanding van windenergie vanaf zee en de ontwikkeling van waterstof. Dat is de koers die met Groningen is afgesproken. Toch kiest het Rijk opnieuw een andere richting.
De Eemshaven speelt al jaren een belangrijke rol in de energievoorziening van Nederland. Groningen wil die rol blijven vervullen, maar dan op een manier die past bij de toekomst van de provincie: met wind op zee, waterstof en duurzame bedrijvigheid.
In het kader van Nij Begun is met het Rijk afgesproken dat een derde van de op zee geproduceerde windenergie aanlandt in de Eemshaven. Groningen maakt daar concreet ruimte voor vrij: tweehonderd hectare in de Eemshaven is gereserveerd voor deze ontwikkeling.
Groningen heeft deze week al een zienswijze ingediend, omdat het Rijk in Groningen geen kansrijke locaties ziet voor de aanlanding van stroom vanaf zee. Daarmee dreigt een centrale afspraak uit Nij Begun buiten beeld te raken: dat een derde van de op zee geproduceerde windenergie in Groningen aanlandt.
Dat is niet alleen een gemiste kans voor de energievoorziening van Nederland, maar ook schadelijk voor het perspectief van Groningen. De provincie reserveert concreet tweehonderd hectare in de Eemshaven voor wind op zee, waterstof en duurzame bedrijvigheid. Juist die ontwikkeling moet het Rijk actief mogelijk maken. Daarom roept Groningen nogmaals op om vaart te maken met het verder uitwerken van de Tunnelroute.
Tegelijkertijd sorteert het Rijk nu voor op de komst van twee kerncentrales in de Eemshaven, terwijl aanlanding van windenergie dus elders in Nederland terechtkomt.
Daarmee dreigt Groningen opnieuw de dupe te worden van Haagse energiepolitiek. Dat staat haaks op de afspraken uit Nij Begun. Daarin staat herstel van vertrouwen centraal, net als het inlossen van de ereschuld na decennia gaswinning. Groningen zit bovendien nog midden in het herstel van schade en het versterken van huizen en gebouwen als gevolg van die jarenlange gaswinning. Juist daarom moet het Rijk afspraken met Groningen niet opnieuw ter discussie stellen, maar uitvoeren.
De Eemshaven speelt al jaren een belangrijke rol in de energievoorziening van Nederland. Groningen wil die rol blijven vervullen, maar dan op een manier die past bij de toekomst van de provincie: met wind op zee, waterstof en duurzame bedrijvigheid.
In het kader van Nij Begun is met het Rijk afgesproken dat een derde van de op zee geproduceerde windenergie aanlandt in de Eemshaven. Groningen maakt daar concreet ruimte voor vrij: tweehonderd hectare in de Eemshaven is gereserveerd voor deze ontwikkeling.
Groningen heeft deze week al een zienswijze ingediend, omdat het Rijk in Groningen geen kansrijke locaties ziet voor de aanlanding van stroom vanaf zee. Daarmee dreigt een centrale afspraak uit Nij Begun buiten beeld te raken: dat een derde van de op zee geproduceerde windenergie in Groningen aanlandt.
Dat is niet alleen een gemiste kans voor de energievoorziening van Nederland, maar ook schadelijk voor het perspectief van Groningen. De provincie reserveert concreet tweehonderd hectare in de Eemshaven voor wind op zee, waterstof en duurzame bedrijvigheid. Juist die ontwikkeling moet het Rijk actief mogelijk maken. Daarom roept Groningen nogmaals op om vaart te maken met het verder uitwerken van de Tunnelroute.
Tegelijkertijd sorteert het Rijk nu voor op de komst van twee kerncentrales in de Eemshaven, terwijl aanlanding van windenergie dus elders in Nederland terechtkomt.
Daarmee dreigt Groningen opnieuw de dupe te worden van Haagse energiepolitiek. Dat staat haaks op de afspraken uit Nij Begun. Daarin staat herstel van vertrouwen centraal, net als het inlossen van de ereschuld na decennia gaswinning. Groningen zit bovendien nog midden in het herstel van schade en het versterken van huizen en gebouwen als gevolg van die jarenlange gaswinning. Juist daarom moet het Rijk afspraken met Groningen niet opnieuw ter discussie stellen, maar uitvoeren.
maandag 22 juni 2026
De oplossing voor netcongestie staat geparkeerd in Utrecht
Stedin en LomboXnet hebben een Capaciteitssturingscontract (CSC) ondertekend om via bidirectioneel laden (Vehicle-to-Grid, V2G) extra flexibiliteit op het Utrechtse elektriciteitsnet beschikbaar te maken via de laadpalen van We Drive Solar. Het contract werd onlangs aangeboden aan de staatssecretarissen van Klimaat en Groene Groei (KGG) en Infrastructuur en Waterstaat (I&W) tijdens een werkoverleg met Stedin en de gemeente Utrecht over de kansen van V2G en de belemmeringen die de huidige dubbele energiebelasting daarbij veroorzaakt.
Utrecht heeft, net als veel andere regio’s in Nederland, te maken met netcongestie. Hierdoor wordt het steeds lastiger om nieuwe woningen aan te sluiten, bedrijven uit te breiden en de energietransitie verder vorm te geven. Zowel inwoners als ondernemers merken de gevolgen van een elektriciteitsnet dat op piekmomenten zijn grenzen bereikt.
Met het Capaciteitssturingscontract zetten Stedin, LomboXnet en We Drive Solar een belangrijke stap om bestaande netcapaciteit slimmer te benutten. Door elektrische voertuigen niet alleen op te laden, maar ook energie terug te leveren aan het net, ontstaat flexibel vermogen dat kan worden ingezet op momenten dat als het elektriciteitsnet zwaar belast wordt. Dit helpt om netcongestie te verminderen en maakt ruimte vrij voor nieuwe woningen, bedrijven en duurzame ontwikkelingen.
Het contract legt vast wanneer en onder welke voorwaarden deze flexibiliteit beschikbaar wordt gesteld aan de netbeheerder. Daarmee borgt Stedin dat laad- en ontlaadacties plaatsvinden op momenten waarop het elektriciteitsnet daar daadwerkelijk behoefte aan heeft. Het bevat daarnaast afspraken over prestaties, communicatieprotocollen, certificering en cybersecurity. Zo ontstaat een betrouwbare en veilige manier om bidirectioneel laden op grotere schaal in te zetten als instrument tegen netcongestie.
Daarnaast biedt bidirectioneel laden voordelen voor gebruikers van elektrische voertuigen. Door slim te laden en ontladen kunnen zij bijdragen aan een stabieler energiesysteem én profiteren van lagere energiekosten.
De partijen benadrukten tijdens het overleg dat opschaling van V2G essentieel is om deze voordelen volledig te benutten. Daarbij vormt de huidige dubbele energiebelasting op opgeslagen en teruggeleverde elektriciteit een belangrijke belemmering. Het wegnemen van deze barrière kan de inzet van bidirectioneel laden aanzienlijk versnellen en bijdragen aan een betaalbare, betrouwbare en toekomstbestendige energievoorziening.
Op dit moment zijn in de regio Utrecht al ongeveer 500 bidirectionele voertuigen actief, de meeste dankzij de deelauto’s van MyWheels. Samen vertegenwoordigen zij enkele megawatts aan flexibel vermogen voor het elektriciteitsnet. Met de komst van nieuwe voertuigmodellen van onder meer Renault, Hyundai en Kia, en aangekondigde V2G-functionaliteit van fabrikanten zoals Volkswagen, Polestar en BMW, verwachten Stedin vanaf 2027 een sterke groei van het beschikbare flexibiliteitsvermogen. Juist daarom is het belangrijk dat belemmeringen zoals de dubbele energiebelasting tijdig worden weggenomen, zodat deze flexibiliteit optimaal kan bijdragen aan het verminderen van netcongestie.
Utrecht heeft, net als veel andere regio’s in Nederland, te maken met netcongestie. Hierdoor wordt het steeds lastiger om nieuwe woningen aan te sluiten, bedrijven uit te breiden en de energietransitie verder vorm te geven. Zowel inwoners als ondernemers merken de gevolgen van een elektriciteitsnet dat op piekmomenten zijn grenzen bereikt.
Met het Capaciteitssturingscontract zetten Stedin, LomboXnet en We Drive Solar een belangrijke stap om bestaande netcapaciteit slimmer te benutten. Door elektrische voertuigen niet alleen op te laden, maar ook energie terug te leveren aan het net, ontstaat flexibel vermogen dat kan worden ingezet op momenten dat als het elektriciteitsnet zwaar belast wordt. Dit helpt om netcongestie te verminderen en maakt ruimte vrij voor nieuwe woningen, bedrijven en duurzame ontwikkelingen.
Het contract legt vast wanneer en onder welke voorwaarden deze flexibiliteit beschikbaar wordt gesteld aan de netbeheerder. Daarmee borgt Stedin dat laad- en ontlaadacties plaatsvinden op momenten waarop het elektriciteitsnet daar daadwerkelijk behoefte aan heeft. Het bevat daarnaast afspraken over prestaties, communicatieprotocollen, certificering en cybersecurity. Zo ontstaat een betrouwbare en veilige manier om bidirectioneel laden op grotere schaal in te zetten als instrument tegen netcongestie.
Daarnaast biedt bidirectioneel laden voordelen voor gebruikers van elektrische voertuigen. Door slim te laden en ontladen kunnen zij bijdragen aan een stabieler energiesysteem én profiteren van lagere energiekosten.
De partijen benadrukten tijdens het overleg dat opschaling van V2G essentieel is om deze voordelen volledig te benutten. Daarbij vormt de huidige dubbele energiebelasting op opgeslagen en teruggeleverde elektriciteit een belangrijke belemmering. Het wegnemen van deze barrière kan de inzet van bidirectioneel laden aanzienlijk versnellen en bijdragen aan een betaalbare, betrouwbare en toekomstbestendige energievoorziening.
Op dit moment zijn in de regio Utrecht al ongeveer 500 bidirectionele voertuigen actief, de meeste dankzij de deelauto’s van MyWheels. Samen vertegenwoordigen zij enkele megawatts aan flexibel vermogen voor het elektriciteitsnet. Met de komst van nieuwe voertuigmodellen van onder meer Renault, Hyundai en Kia, en aangekondigde V2G-functionaliteit van fabrikanten zoals Volkswagen, Polestar en BMW, verwachten Stedin vanaf 2027 een sterke groei van het beschikbare flexibiliteitsvermogen. Juist daarom is het belangrijk dat belemmeringen zoals de dubbele energiebelasting tijdig worden weggenomen, zodat deze flexibiliteit optimaal kan bijdragen aan het verminderen van netcongestie.
GOase zet volgende groeistap met tien nieuwe suncharging-locaties
Na een succesvolle pilot met een nieuw concept voor een snellaadplein is GOase klaar om de Nederlandse binnenstad te veroveren: de innovatieve tech startup opent nog dit jaar tien nieuwe suncharging-snellaadlocaties op drukbezochte plekken. Daarmee zet het bedrijf de eerste stap richting een netwerk van maar liefst 150 snellaadpleinen in 2030. Het doel? De 'Fastned van de binnenstad' worden!
Elektrisch rijden is booming: volgens onderzoek telt Nederland in 2030 bijna twee miljoen volledig elektrische auto’s. Op langere termijn kan dat aantal zelfs oplopen tot zo’n tien miljoen. Een indrukwekkende ontwikkeling, maar terwijl het aantal elektrische auto’s groeit, blijft de laadinfrastructuur achter. Zo kan zo’n 70 procent van de Nederlanders in de toekomst niet thuis laden en is daardoor afhankelijk van openbare laadvoorzieningen. Tegelijkertijd raakt het elektriciteitsnet op steeds meer plekken overbelast, waardoor het lastiger wordt om meer laadpunten te plaatsen. Kortom: de vraag groeit harder dan het aanbod. Volgens GOase is het daarom nú tijd om in actie te komen. Niet door meer van hetzelfde te bouwen, maar door nieuwe laadpleinen te ontwikkelen die hun eigen energie opwekken middels zonne-energie, deze vervolgens opslaan en slim inzetten.
Met de opening van het allereerste suncharging-snellaadplein van Nederland in Venlo naast winkelcentrum Trefcenter heeft GOase laten zien dat duurzaam snelladen in de binnenstad niet alleen een goed idee is, maar ook echt werkt. De volgende stap? Opschalen. En goed ook: GOase opent binnen een jaar tien nieuwe snellaadpleinen op drukbezochte locaties in Nederland.
Een ambitieus groeiplan vraagt om financiële middelen. En die zijn er: GOase haalde bijna €5 miljoen aan groeikapitaal op, waarvan €1,7 miljoen via de huidige aandeelhouders. Daarnaast investeerden een particuliere investeerder en een regionale ontwikkelingsmaatschappij nog eens € 3,2 miljoen in de verdere groei van het bedrijf. Met dit kapitaal maakt GOase grote stappen: nieuwe suncharging-locaties openen, de technologie verder ontwikkelen en het netwerk versneld uitrollen over Nederland.
Elektrisch rijden is booming: volgens onderzoek telt Nederland in 2030 bijna twee miljoen volledig elektrische auto’s. Op langere termijn kan dat aantal zelfs oplopen tot zo’n tien miljoen. Een indrukwekkende ontwikkeling, maar terwijl het aantal elektrische auto’s groeit, blijft de laadinfrastructuur achter. Zo kan zo’n 70 procent van de Nederlanders in de toekomst niet thuis laden en is daardoor afhankelijk van openbare laadvoorzieningen. Tegelijkertijd raakt het elektriciteitsnet op steeds meer plekken overbelast, waardoor het lastiger wordt om meer laadpunten te plaatsen. Kortom: de vraag groeit harder dan het aanbod. Volgens GOase is het daarom nú tijd om in actie te komen. Niet door meer van hetzelfde te bouwen, maar door nieuwe laadpleinen te ontwikkelen die hun eigen energie opwekken middels zonne-energie, deze vervolgens opslaan en slim inzetten.
Met de opening van het allereerste suncharging-snellaadplein van Nederland in Venlo naast winkelcentrum Trefcenter heeft GOase laten zien dat duurzaam snelladen in de binnenstad niet alleen een goed idee is, maar ook echt werkt. De volgende stap? Opschalen. En goed ook: GOase opent binnen een jaar tien nieuwe snellaadpleinen op drukbezochte locaties in Nederland.
Een ambitieus groeiplan vraagt om financiële middelen. En die zijn er: GOase haalde bijna €5 miljoen aan groeikapitaal op, waarvan €1,7 miljoen via de huidige aandeelhouders. Daarnaast investeerden een particuliere investeerder en een regionale ontwikkelingsmaatschappij nog eens € 3,2 miljoen in de verdere groei van het bedrijf. Met dit kapitaal maakt GOase grote stappen: nieuwe suncharging-locaties openen, de technologie verder ontwikkelen en het netwerk versneld uitrollen over Nederland.
Volgende stap aardwarmte in Limburg
De Provincie Limburg, het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, TNO Geologische Dienst Nederland en Energie Beheer Nederland (EBN) hebben afgelopen maandag 1 juni de intentieovereenkomst ondertekend voor verder onderzoek naar aardwarmte in Limburg.
Met de overeenkomst spreken de partijen af gezamenlijk te onderzoeken of een onderzoeksfaciliteit voor aardwarmte in Grubbenvorst haalbaar is. Het doel is meer inzicht te krijgen in de kansen en risico’s van aardwarmtewinning in de complexe Limburgse ondergrond.
Gedeputeerde Jasper Kuntzelaers: “Limburg heeft duurzame energie nodig. Daarom investeren we eerst in kennis. Zorgvuldig onderzoek moet meer duidelijkheid bieden over de mogelijkheden van aardwarmte in de verbreukte ondergrond.”
De behoefte aan betaalbare, betrouwbare en duurzame energie groeit. Aardwarmte kan hierin mogelijk een belangrijke rol spelen. Voordat hierover besluiten kunnen worden genomen, is aanvullend onderzoek nodig. De kennis die hierbij wordt opgedaan kan ook van waarde zijn voor andere regio’s in Nederland en Europa met een vergelijkbare ondergrond.
De partijen werken al langere tijd samen aan de voorbereiding van het onderzoeksprogramma. De komende periode wordt een haalbaarheidsstudie uitgevoerd. Deze moet eind 2026 duidelijk maken of een onderzoeksfaciliteit in Grubbenvorst gerealiseerd kan worden.
Aardwarmte, ook wel geothermie genoemd, benut warmte uit diepe aardlagen voor de verwarming van woningen, bedrijven en glastuinbouw. In Limburg is de ondergrond anders opgebouwd dan in delen van West-Nederland waar aardwarmte al wordt toegepast. Daarom is aanvullend onderzoek nodig om vast te stellen of aardwarmte hier veilig en verantwoord kan worden ingezet.
Met de overeenkomst spreken de partijen af gezamenlijk te onderzoeken of een onderzoeksfaciliteit voor aardwarmte in Grubbenvorst haalbaar is. Het doel is meer inzicht te krijgen in de kansen en risico’s van aardwarmtewinning in de complexe Limburgse ondergrond.
Gedeputeerde Jasper Kuntzelaers: “Limburg heeft duurzame energie nodig. Daarom investeren we eerst in kennis. Zorgvuldig onderzoek moet meer duidelijkheid bieden over de mogelijkheden van aardwarmte in de verbreukte ondergrond.”
De behoefte aan betaalbare, betrouwbare en duurzame energie groeit. Aardwarmte kan hierin mogelijk een belangrijke rol spelen. Voordat hierover besluiten kunnen worden genomen, is aanvullend onderzoek nodig. De kennis die hierbij wordt opgedaan kan ook van waarde zijn voor andere regio’s in Nederland en Europa met een vergelijkbare ondergrond.
De partijen werken al langere tijd samen aan de voorbereiding van het onderzoeksprogramma. De komende periode wordt een haalbaarheidsstudie uitgevoerd. Deze moet eind 2026 duidelijk maken of een onderzoeksfaciliteit in Grubbenvorst gerealiseerd kan worden.
Aardwarmte, ook wel geothermie genoemd, benut warmte uit diepe aardlagen voor de verwarming van woningen, bedrijven en glastuinbouw. In Limburg is de ondergrond anders opgebouwd dan in delen van West-Nederland waar aardwarmte al wordt toegepast. Daarom is aanvullend onderzoek nodig om vast te stellen of aardwarmte hier veilig en verantwoord kan worden ingezet.
Kabinet neemt maatregelen om stroomtekorten in de toekomst te voorkomen
Om ervoor te zorgen dat er ook op de langere termijn voldoende elektriciteit is, kiest het kabinet voor de invoering van een zogenaamd marktbreed capaciteitsmechanisme. Dit is een verzekeringsmaatregel die de risico's op prijspieken en uitval van elektriciteit dempt. Aanbieders van elektriciteit krijgen een vast extra inkomen om een deel van de jaarlijkse vaste kosten te dekken. Dit zorgt ervoor dat er voldoende elektriciteit is, ook op piekmomenten.
Het kabinet hoopt in 2028 de eerste capaciteitsveilingen te organiseren met oog op voldoende elektriciteit in 2029-2030. Dit is onder andere afhankelijk van goedkeuring door de Europese Commissie. TenneT zal dit nieuwe systeem uitvoeren: zij organiseert de veilingen en houdt de daadwerkelijke beschikbaarheid van capaciteit – in samenhang met de vraag naar elektriciteit - in de gaten.
Volgens de EU-regels moet dit mechanisme technologieneutraal zijn. Dit betekent dat ook de opslag van elektriciteit in grote batterijen of het verminderen van de vraag naar elektriciteit (vraagrespons) onderdeel kunnen zijn van het capaciteitsmechanisme.
Ook in het buitenland neemt de elektriciteitsvraag toe en daalt het aantal centrales. Met de keuze om een marktbreed capaciteitsmechanisme in te voeren, sluit Nederland aan bij buurlanden zoals Duitsland, Frankrijk, België, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk die dit ook al hebben of (gaan) invoeren. Daarmee wordt het gelijke speelveld voor investeringen in Nederland verbeterd.
Kosten
Een marktbreed capaciteitsmechanisme draagt bij aan de continuïteit van het energiesysteem omdat er voldoende aanbod van elektriciteit is. De kosten brengen de netbeheerders bij de eindgebruiker in rekening via tarieven. In de uitwerking van het capaciteitsmechanisme stuurt het kabinet op de betaalbaarheid van deze maatregel.
In samenwerking met de toezichthouder Autoriteit Consument en Markt (ACM) en TenneT, en met betrokkenheid van stakeholders, wordt de invoering verder uitgewerkt. Ook worden de laatste inzichten uit de actualisatie van het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE), dat rond de zomer verschijnt, hierin verwerkt.
Hoort bij
Het kabinet hoopt in 2028 de eerste capaciteitsveilingen te organiseren met oog op voldoende elektriciteit in 2029-2030. Dit is onder andere afhankelijk van goedkeuring door de Europese Commissie. TenneT zal dit nieuwe systeem uitvoeren: zij organiseert de veilingen en houdt de daadwerkelijke beschikbaarheid van capaciteit – in samenhang met de vraag naar elektriciteit - in de gaten.
Volgens de EU-regels moet dit mechanisme technologieneutraal zijn. Dit betekent dat ook de opslag van elektriciteit in grote batterijen of het verminderen van de vraag naar elektriciteit (vraagrespons) onderdeel kunnen zijn van het capaciteitsmechanisme.
Ook in het buitenland neemt de elektriciteitsvraag toe en daalt het aantal centrales. Met de keuze om een marktbreed capaciteitsmechanisme in te voeren, sluit Nederland aan bij buurlanden zoals Duitsland, Frankrijk, België, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk die dit ook al hebben of (gaan) invoeren. Daarmee wordt het gelijke speelveld voor investeringen in Nederland verbeterd.
Kosten
Een marktbreed capaciteitsmechanisme draagt bij aan de continuïteit van het energiesysteem omdat er voldoende aanbod van elektriciteit is. De kosten brengen de netbeheerders bij de eindgebruiker in rekening via tarieven. In de uitwerking van het capaciteitsmechanisme stuurt het kabinet op de betaalbaarheid van deze maatregel.
In samenwerking met de toezichthouder Autoriteit Consument en Markt (ACM) en TenneT, en met betrokkenheid van stakeholders, wordt de invoering verder uitgewerkt. Ook worden de laatste inzichten uit de actualisatie van het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE), dat rond de zomer verschijnt, hierin verwerkt.
Hoort bij
vrijdag 19 juni 2026
Volgende stap in onderzoek naar locaties nieuwe grote kerncentrales
Het kabinet wil de afhankelijkheid van fossiele energie terugdringen en de energiemix versterken met meer stabiele en schonere energie uit verschillende bronnen om de weerbaarheid van Nederland te vergroten. Als onderdeel daarvan zijn onderzoeken uitgevoerd naar locaties waar nieuwe kerncentrales gevestigd kunnen worden. Drie van de zeven onderzochte locaties komen nog in aanmerking als voorkeurslocatie voor grote kerncentrales. Naast de verkenning voor grote kerncentrales kiest het kabinet ook voor versterking en versnelling van innovatieve nieuwe technologieën voor kernenergie. Dat staat in brieven die staatssecretaris De Bat van Klimaat en Groene Groei vrijdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd
Het kabinet is bezig met de voorbereidingen voor de bouw van twee grote kerncentrales. Om een gedegen keuze te kunnen maken voor een locatie zijn er uitgebreide studies uitgevoerd naar zeven mogelijke locaties voor deze kerncentrales. Op basis van de huidige inzichten blijven drie van de zeven locaties over als potentiële voorkeurslocatie. Er is nog geen besluit genomen over een locatie.
De drie nader te onderzoeken locaties liggen in Groningen en Zeeland. Het betreft twee locaties in de Groningse Eemshaven (Emmapolder en Eemscentrale). In Zeeland komt nog maar één locatie in aanmerking, namelijk Terneuzen (Mosselbanken/Paulinapolder). Het kabinet realiseert zich dat deze boodschap impact heeft. Daarom worden over de uitkomsten van deze onderzoeken de komende tijd gesprekken gevoerd met betrokkenen en medeoverheden. Hierbij zoekt het kabinet de samenwerking met partijen in Zeeland en Groningen. Ook worden bijeenkomsten georganiseerd om en belanghebbenden te informeren en vragen te kunnen beantwoorden. Daarnaast worden er nadere analyses van de overgebleven locaties gemaakt.
Op de locaties die niet meer in aanmerking komen, bleek een te grote opeenstapeling van uitdagingen te bestaan. Zo is het op een aantal locaties bijvoorbeeld te complex om bestaande bedrijven te verplaatsen om voldoende ruimte te creëren voor de bouw. Daarnaast is op verschillende locaties de staat van de bodem een grote beperking. Ook spelen risico's in de omgevingsveiligheid van nabijgelegen activiteiten een rol bij geschiktheid.
Eind dit jaar verwacht het kabinet een keuze te kunnen maken tussen de locaties in Terneuzen en Eemshaven. Hierbij weegt het kabinet ook mee dat medeoverheden zich in Groningen hebben uitgesproken tegen de komst van kerncentrales en eerdere richting die door het voorgaande kabinet is gegeven om bij meerdere geschikte locaties te kiezen voor Zeeland. Ook wordt nog verder onderzocht wat er nodig is aan maatregelen voor inpassing in het net bij Terneuzen.
Naast grote kerncentrales ook meer aandacht voor ontwikkeling SMR's
Hoewel er voor de eerste twee te bouwen kerncentrales gekeken wordt naar de bewezen technologie, komt er voor latere kerncentrales nadrukkelijk meer aandacht voor de kansen van zogeheten Kleine modulaire kernreactoren ofwel Small Modular Reactors (SMR’s). De marktconsultatie die hiervoor loopt, moet hierbij gaan helpen. Een besluit over de bouw van aanvullende kerncentrales 3 & 4 in Nederland gericht op grootschalige elektriciteitsproductie zal zo snel mogelijk maar naar verwachting rond 2028 genomen kunnen worden door het kabinet.
In de tussentijd kijkt het kabinet hoe nieuwe SMR-technieken zo goed mogelijk gefaciliteerd kunnen worden. Inzet is om bedrijven zo te ondersteunen dat op termijn ook vergunningen voor deze technieken kunnen worden afgegeven. Hiervoor is zo’n 20 miljoen euro beschikbaar.
Het kabinet kijkt daarbij nadrukkelijk hoe innovatieve ontwerpen in Nederland zo ondersteund kunnen worden, dat hun innovatieve producten door kunnen groeien naar een commerciële toepassing. Dit doet het kabinet omdat hier kansen liggen om met de opgedane kennis de (internationale) nucleaire sector te ontwikkelen. Het gaat bijvoorbeeld om innovatieve ontwerpen die veiliger kunnen opereren en ontwerpen die breken met de standaard toeleveringsketen voor brandstof, waardoor we autonomer kunnen worden.
Daarnaast bekijkt het kabinet samen met provincies waar SMR’s een rol kunnen gaan spelen in de regionale energievraag. Daarbij gaat het onder andere over het in kaart brengen van mogelijke locaties voor SMR’s en betere aanpassing op de lokale (energie)vraag. Zo moet in de toekomst sneller tot realisatie over kunnen worden gegaan en moet er ook meer zekerheid zijn voor de inpassingsmogelijkheden binnen het programma energie hoofdstructuur (PEH II).
Voor de ontwikkeling van grote kerncentrales en innovatie van nieuwe technologieën is een nucleair ecosysteem van groot belang. Daarom werkt het kabinet samen met partners om te zorgen voor voldoende gekwalificeerd personeel (van mbo tot wo) en een sterke nucleaire kennisbasis via onderzoek en innovatie. Daarvoor is recent bijvoorbeeld een overeenkomst gesloten met meerdere hogescholen. In kennishubs gaan zij zich buigen over thema’s als veiligheid, inpassing en de koppeling met waterstofproductie.
Het kabinet verwacht dat door bijvoorbeeld minder lange bouwperiodes en de inzet van SMR’s voor de industrie, er eerder mogelijkheden zijn voor private financiering. Het kabinet brengt later dit jaar financieringsvormen voor SMR’s in kaart.
Voor de financiering van de twee nieuwe grote centrales, heeft het kabinet al wel een besluit genomen. De overheid kiest voor het dragen van de volledige financiering van de nieuwe centrales, tenminste tot en met de eerste fase van de bouw. Dit doet het kabinet om zo snel en efficiënt mogelijk tot nieuwe kerncentrales te kunnen komen.
TNO ontwikkelt eerste perovskiet-zonnecellen dakpan
TNO heeft een flexibele perovskiet-zonnemodule succesvol aangebracht op een gebogen dakpan: een werkend prototype.
De dakpan haalt een energie-efficiëntie van 12,4%. De gebruikte materialen en processen zijn direct inzetbaar voor industriële roll-to-roll productie: schaalbaar, maatwerk-geschikt en toepasbaar onder normale omstandigheden.
Senior Scientist İlker Doğan: "Voor zover mij bekend is dit wereldwijd het eerste elektrisch werkende zonne-dakpanconcept op basis van flexibele perovskiet-zonnecellen."
Van testcel in het lab naar dakpan in de praktijk. En nu: naar de markt. Op 11 maart richtte TNO spin-out Perovion Technologies op om de commercialisatie van flexibele perovskiet-PV te realiseren.
Zo wekken daken en infrastructuur duurzame elektriciteit op, zonder concessies aan ontwerp of esthetiek.
De dakpan haalt een energie-efficiëntie van 12,4%. De gebruikte materialen en processen zijn direct inzetbaar voor industriële roll-to-roll productie: schaalbaar, maatwerk-geschikt en toepasbaar onder normale omstandigheden.
Senior Scientist İlker Doğan: "Voor zover mij bekend is dit wereldwijd het eerste elektrisch werkende zonne-dakpanconcept op basis van flexibele perovskiet-zonnecellen."
Van testcel in het lab naar dakpan in de praktijk. En nu: naar de markt. Op 11 maart richtte TNO spin-out Perovion Technologies op om de commercialisatie van flexibele perovskiet-PV te realiseren.
Zo wekken daken en infrastructuur duurzame elektriciteit op, zonder concessies aan ontwerp of esthetiek.
Rijk verduurzaamt twee grote kantoren ondanks vol stroomnet
Ondanks een vol stroomnet verduurzaamt het Rijksvastgoedbedrijf de energievoorziening van twee grote kantoorgebouwen in Den Haag. Door elektriciteitsaansluitingen van deze gebouwen te combineren kan duurzame warmte en koude uit de bodem beter worden benut voor het verwarmen en koelen zonder het stroomnet extra te belasten. Dankzij een nauwe samenwerking van EnergieRijk Den Haag, Stedin en Eneco, is deze energiehub binnen bereik gekomen.
De gebouwen aan het Parnassusplein huisvesten onder meer het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de ACM, en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, samen zo’n 3.500 medewerkers. Voor het verder verduurzamen van het systeem voor verwarmen en koelen van de twee gebouwen was een extra warmtepomp nodig. Helaas bleek dit niet mogelijk omdat de contractcapaciteit voor elektriciteit van het ene gebouw onvoldoende was. Uitbreiding van dit enkele contract was vanwege het volle stroomnet (netcongestie) niet mogelijk. De oplossing is gevonden in het gecombineerd kijken naar beide gebouwen, aangezien het andere gebouw juist stroomcapaciteit over had.
Door breder te kijken naar beide gebouwen was het mogelijk een energiehub in te richten. Hierbij werken Rijksvastgoedbedrijf, Stedin en Eneco nauw samen om vraag en aanbod van de beschikbare lokale energie zo slim mogelijk op elkaar af te stemmen. De stroomcontracten van de afzonderlijke gebouwen zullen worden omgezet naar een groepscontract, een zogenaamde groepstransportovereenkomst (GTO). Zo kan het energieverbruik van beide gebouwen binnen de beschikbare capaciteit worden gehouden, terwijl er genoeg ruimte op het stroomnet beschikbaar blijft om een extra warmtepomp te plaatsen. Hiermee is de optimalisatie van de duurzame warmte-koude bron van Eneco bij de gebouwen wel mogelijk. Dit levert bovendien een groot voordeel voor de verduurzaming van de energievoorziening van de gebouwen op, want bij optimale inzet van het warmte-koude systeem is een CO2-reductie tot 124 ton mogelijk op jaarbasis.
Om de druk op het elektriciteitsnet en het totale energiesysteem te verbeteren verkennen Energierijk Den Haag en Eneco ook de mogelijkheid om de stadsbatterij aan de Rijnstraat 8 te integreren in de energiehub.
Slimmer en breder kijken naar gebouwen in een bepaald gebied en het energiesystemen van warmte, koeling en stroom te zien als totaal, biedt grote kansen voor verdere verduurzaming ondanks uitdagingen in netcongestie. Wanneer we als partners in de energie nauw samenwerken in het efficiënt gebruik van onze energiebronnen en de stroomcapaciteit, is er nog veel mogelijk in Nederland,” aldus Ron Wit, directeur Warmte Eneco.
De gebouwen aan het Parnassusplein huisvesten onder meer het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de ACM, en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, samen zo’n 3.500 medewerkers. Voor het verder verduurzamen van het systeem voor verwarmen en koelen van de twee gebouwen was een extra warmtepomp nodig. Helaas bleek dit niet mogelijk omdat de contractcapaciteit voor elektriciteit van het ene gebouw onvoldoende was. Uitbreiding van dit enkele contract was vanwege het volle stroomnet (netcongestie) niet mogelijk. De oplossing is gevonden in het gecombineerd kijken naar beide gebouwen, aangezien het andere gebouw juist stroomcapaciteit over had.
Door breder te kijken naar beide gebouwen was het mogelijk een energiehub in te richten. Hierbij werken Rijksvastgoedbedrijf, Stedin en Eneco nauw samen om vraag en aanbod van de beschikbare lokale energie zo slim mogelijk op elkaar af te stemmen. De stroomcontracten van de afzonderlijke gebouwen zullen worden omgezet naar een groepscontract, een zogenaamde groepstransportovereenkomst (GTO). Zo kan het energieverbruik van beide gebouwen binnen de beschikbare capaciteit worden gehouden, terwijl er genoeg ruimte op het stroomnet beschikbaar blijft om een extra warmtepomp te plaatsen. Hiermee is de optimalisatie van de duurzame warmte-koude bron van Eneco bij de gebouwen wel mogelijk. Dit levert bovendien een groot voordeel voor de verduurzaming van de energievoorziening van de gebouwen op, want bij optimale inzet van het warmte-koude systeem is een CO2-reductie tot 124 ton mogelijk op jaarbasis.
Om de druk op het elektriciteitsnet en het totale energiesysteem te verbeteren verkennen Energierijk Den Haag en Eneco ook de mogelijkheid om de stadsbatterij aan de Rijnstraat 8 te integreren in de energiehub.
Slimmer en breder kijken naar gebouwen in een bepaald gebied en het energiesystemen van warmte, koeling en stroom te zien als totaal, biedt grote kansen voor verdere verduurzaming ondanks uitdagingen in netcongestie. Wanneer we als partners in de energie nauw samenwerken in het efficiënt gebruik van onze energiebronnen en de stroomcapaciteit, is er nog veel mogelijk in Nederland,” aldus Ron Wit, directeur Warmte Eneco.
donderdag 18 juni 2026
SolarDew haalt €800K aan financiering op voor opschaling van waterzuiveringstechnologie op zonne-energie
SolarDew, ontwikkelaar van innovatieve waterzuiveringstechnologie op zonne-energie, heeft recent 800.000 euro aan financiering opgehaald. De financiering werd verstrekt door Connect the Drops en Oost NL en zal worden gebruikt om de industriële productie, die eind vorig jaar is gestart, verder op te schalen. Het doel is om met de technologie tegen 2035 één miljoen mensen van schoon drinkwater te voorzien.
Schaarste aan schoon drinkwater is een groeiend mondiaal probleem, met name in plattelandsgebieden, waar 80 procent van de bevolking geen toegang heeft tot veilig drinkwater (CFR). Daarnaast raken waterbronnen steeds zouter en meer vervuild. “Onze marktprognoses laten zien dat er in 2030 naar verwachting meer dan 100 miljoen mensen behoefte hebben aan een alternatieve bron voor schoon drinkwater,” aldus Alexander van der Kleij, CEO van SolarDew.
Huidige oplossingen, zoals het kopen van flessenwater of het transporteren van water over lange afstanden, bieden onvoldoende perspectief voor de lange termijn. Bovendien zijn huidige waterzuivering- en ontziltingtechnologieën vaak gericht op grootschalige toepassing en complex in gebruik en onderhoudsgevoelig. Hierdoor zijn ze minder geschikt voor kleinere gemeenschappen, scholen, medische klinieken en bedrijven in afgelegen, kust- en droge gebieden (JPHE).
Het Nederlandse SolarDew ontwikkelt een waterzuiveringstechnologie die op basis van verdamping en condensatie, zee- of brak water, via een membraan zuivert en op veilige wijze hoogwaardig drinkwater produceert. Doordat de technologie uitsluitend op thermische zonne-energie en zwaartekracht werkt, is het een zeer eenvoudige oplossing zonder dat er hoge druk, elektriciteit of chemicaliën aan te pas komen. Bovendien vergen de waterstations weinig onderhoud. Afhankelijk van de zoninstraling kan een station met ongeveer 32 units circa 100 liter schoon drinkwater per dag produceren.
Na succesvolle pilots maakte SolarDew het afgelopen jaar de stap van ontwikkelingsfase naar industriële productie van 150 units en is er een toeleveringsketen opgezet met Europese fabrikanten. Daarnaast werd een patent verkregen in Nederland, met Europese en internationale patenten die tegen het einde van het jaar worden verwacht.
De eerste twee projecten zijn inmiddels gerealiseerd. Eén in Chili, in samenwerking met een lokale ondernemer in hydrocultuur (het kweken van planten in water), en één in Griekenland met de Technische Universiteit van Kreta. Daarnaast heeft SolarDew in deze landen sterke samenwerkingen met lokale bedrijven opgezet met het oog op verdere opschaling. Ditzelfde geldt voor Kenia na een succesvolle roadshow. SolarDew streeft ernaar om voor het einde van 2026 de volgende commerciële projecten te installeren.
“We hebben het afgelopen jaar een sterke basis gelegd met schaalbare technologie, sterke partnerschappen en de eerste projecten die de noodzaak van onze oplossing onderstrepen. Ons doel is om nu verder op te schalen en blijvende impact te creëren door schoon drinkwater te leveren aan communities en bedrijven wereldwijd en zo bij te dragen aan betere levensomstandigheden en economische groei,” aldus Van der Kleij, CEO van SolarDew.
Om de ambitieuze plannen uit te voeren heeft SolarDew 800.000 euro aan financiering opgehaald bij onder meer Connect the Drops, een Nederlands investeerder in early stage startups in de water sector, en bij Oost NL, de regionale ontwikkelingsmaatschappij van Gelderland en Overijsel die voor een tweede maal investeert.
Schaarste aan schoon drinkwater is een groeiend mondiaal probleem, met name in plattelandsgebieden, waar 80 procent van de bevolking geen toegang heeft tot veilig drinkwater (CFR). Daarnaast raken waterbronnen steeds zouter en meer vervuild. “Onze marktprognoses laten zien dat er in 2030 naar verwachting meer dan 100 miljoen mensen behoefte hebben aan een alternatieve bron voor schoon drinkwater,” aldus Alexander van der Kleij, CEO van SolarDew.
Huidige oplossingen, zoals het kopen van flessenwater of het transporteren van water over lange afstanden, bieden onvoldoende perspectief voor de lange termijn. Bovendien zijn huidige waterzuivering- en ontziltingtechnologieën vaak gericht op grootschalige toepassing en complex in gebruik en onderhoudsgevoelig. Hierdoor zijn ze minder geschikt voor kleinere gemeenschappen, scholen, medische klinieken en bedrijven in afgelegen, kust- en droge gebieden (JPHE).
Het Nederlandse SolarDew ontwikkelt een waterzuiveringstechnologie die op basis van verdamping en condensatie, zee- of brak water, via een membraan zuivert en op veilige wijze hoogwaardig drinkwater produceert. Doordat de technologie uitsluitend op thermische zonne-energie en zwaartekracht werkt, is het een zeer eenvoudige oplossing zonder dat er hoge druk, elektriciteit of chemicaliën aan te pas komen. Bovendien vergen de waterstations weinig onderhoud. Afhankelijk van de zoninstraling kan een station met ongeveer 32 units circa 100 liter schoon drinkwater per dag produceren.
Na succesvolle pilots maakte SolarDew het afgelopen jaar de stap van ontwikkelingsfase naar industriële productie van 150 units en is er een toeleveringsketen opgezet met Europese fabrikanten. Daarnaast werd een patent verkregen in Nederland, met Europese en internationale patenten die tegen het einde van het jaar worden verwacht.
De eerste twee projecten zijn inmiddels gerealiseerd. Eén in Chili, in samenwerking met een lokale ondernemer in hydrocultuur (het kweken van planten in water), en één in Griekenland met de Technische Universiteit van Kreta. Daarnaast heeft SolarDew in deze landen sterke samenwerkingen met lokale bedrijven opgezet met het oog op verdere opschaling. Ditzelfde geldt voor Kenia na een succesvolle roadshow. SolarDew streeft ernaar om voor het einde van 2026 de volgende commerciële projecten te installeren.
“We hebben het afgelopen jaar een sterke basis gelegd met schaalbare technologie, sterke partnerschappen en de eerste projecten die de noodzaak van onze oplossing onderstrepen. Ons doel is om nu verder op te schalen en blijvende impact te creëren door schoon drinkwater te leveren aan communities en bedrijven wereldwijd en zo bij te dragen aan betere levensomstandigheden en economische groei,” aldus Van der Kleij, CEO van SolarDew.
Om de ambitieuze plannen uit te voeren heeft SolarDew 800.000 euro aan financiering opgehaald bij onder meer Connect the Drops, een Nederlands investeerder in early stage startups in de water sector, en bij Oost NL, de regionale ontwikkelingsmaatschappij van Gelderland en Overijsel die voor een tweede maal investeert.
Weer meer vaste dan variabele energiecontracten
In 2025 was 53 procent van de energiecontracten een vast contract. In 2021 was dit 55 procent. In 2023 lag het aandeel lager; 33 procent, omdat er in de energiecrisis geen of weinig vaste contracten werden aangeboden. Dit meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van nieuwe cijfers.
In 2022 en 2023 stopten energieleveranciers tijdelijk met het aanbieden van vaste contracten, wat de toename van variabele contracten in 2023 verklaart. Vanwege de sterk gestegen energieprijzen door de Russische inval in Oekraïne werden vaste contracten eerst aanzienlijk duurder en later werden ze helemaal niet meer aangeboden. Huishoudens waarvan het vaste contract in deze periode afliep, vielen terug op een variabel contract.
In 2025 was 58 procent van de energiecontracten van woningeigenaren een vast contract. Bij huurders van een woningcorporatie is 50 procent van de contracten een vast contract, en bij huurders van een private woning is dit 47 procent.
Dit komt mogelijk doordat woningeigenaren actiever zijn als zij een vast energiecontract afsluiten. Wanneer huishoudens na afloop van een vast contract geen nieuw contract afsluiten, wordt dit omgezet naar een variabel contract.
In 2022 en 2023 stopten energieleveranciers tijdelijk met het aanbieden van vaste contracten, wat de toename van variabele contracten in 2023 verklaart. Vanwege de sterk gestegen energieprijzen door de Russische inval in Oekraïne werden vaste contracten eerst aanzienlijk duurder en later werden ze helemaal niet meer aangeboden. Huishoudens waarvan het vaste contract in deze periode afliep, vielen terug op een variabel contract.
In 2025 was 58 procent van de energiecontracten van woningeigenaren een vast contract. Bij huurders van een woningcorporatie is 50 procent van de contracten een vast contract, en bij huurders van een private woning is dit 47 procent.
Dit komt mogelijk doordat woningeigenaren actiever zijn als zij een vast energiecontract afsluiten. Wanneer huishoudens na afloop van een vast contract geen nieuw contract afsluiten, wordt dit omgezet naar een variabel contract.
woensdag 17 juni 2026
Watts in Grass!? officieel van start: € 2,94 miljoen voor innovatieve biogaswaardeketen op basis van gras en reststromen
Met een kick-off tijdens het New Energy Forum gaat het grensoverstijgende project Watts in Grass!? officieel van start. Het project ontvangt € 2,94 miljoen aan cofinanciering vanuit het Interreg VI A-programma Deutschland-Nederland.
Binnen het project werken Nederlandse en Duitse bedrijven, landbouwondernemers en kennisinstellingen de komende jaren samen aan innovatieve oplossingen voor de biogaswaardeketen. Door gras, grasrijke reststromen en digestaat slim te benutten, willen de partners duurzame energieproductie vergroten, stikstof- en CO₂-uitstoot verminderen en nieuwe verdienmodellen voor agrariërs ontwikkelen.
De landbouwsector staat voor grote uitdagingen. Stijgende energiekosten, strengere milieueisen, stikstofproblematiek en de noodzaak om fossiele energie te vervangen, vragen om nieuwe, innovatieve oplossingen. Tegelijkertijd beschikt de sector over grote hoeveelheden biomassa en reststromen die effectiever benut kunnen worden.
Watts in Grass!? ontwikkelt en demonstreert daarom een geïntegreerd systeem waarin gras en reststromen worden omgezet in duurzame energie en hoogwaardige producten. Hierbij worden verschillende innovatieve technologieën gecombineerd. Gras wordt efficiënter vergist, CO₂ uit biogas wordt met groene waterstof omgezet in extra methaan, stikstof wordt uit digestaat verwijderd en vezelrijke reststromen worden verwerkt tot biokool. Hierdoor ontstaat meer groen gas uit dezelfde hoeveelheid biomassa, worden emissies verminderd en blijven waardevolle grondstoffen behouden binnen een circulair systeem.
Zo ontstaat een circulair systeem waarin energie, nutriënten en grondstoffen maximaal worden benut. Het project draagt daarmee bij aan een toekomstbestendige landbouw die minder afhankelijk is van fossiele energie, minder emissies veroorzaakt en nieuwe economische kansen creëert.
Een belangrijk onderdeel van het project is het opschalen van innovaties naar de praktijk. Verschillende technologieën zijn de afgelopen jaren ontwikkeld en getest op laboratoriumschaal in het REMO-LAB in Groningen. Binnen Watts in Grass!? worden deze innovaties verder doorontwikkeld, geïntegreerd en voor het eerst gedemonstreerd op landbouwschaal.
De centrale demonstratielocatie bevindt zich op het agrarisch bedrijf van Schulte Siering in het Duitse Bad Bentheim, net over de Nederlandse grens. Hier worden innovatieve vergistingstechnieken, biomethanisering, digestaat-elektrolyse en thermochemische verwerking van reststromen samengebracht in één praktijkomgeving. De resultaten worden vervolgens gebruikt voor economische analyses, levenscyclusanalyses en de ontwikkeling van schaalbare businessmodellen voor de landbouwsector.
Het project brengt tien Nederlandse en Duitse partners samen en wordt ondersteund door acht geassocieerde partners. De samenwerking brengt de sterke punten van beide landen samen: Nederlandse expertise op het gebied van circulaire technologieën en duurzame energie wordt gekoppeld aan de uitgebreide praktijkervaring met biogasinstallaties in Duitsland.
New Energy Coalition treedt op als projectcoördinator en is verantwoordelijk voor de algemene projectleiding, communicatie en regionale verankering van de resultaten. Kompetenzzentrum 3N verzorgt de kennisverspreiding in Nedersaksen en ondersteunt de implementatie bij Duitse partners.
De technologische ontwikkeling wordt geleid door Hanzehogeschool Groningen, Hochschule Emden/Leer en Hochschule Osnabrück. Zij werken aan de ontwikkeling, monitoring, modellering en evaluatie van de verschillende innovaties. Ekwadraat ondersteunt met economische analyses, businessmodellen en beleidsvraagstukken.
Aan de praktijkkant spelen bedrijven een belangrijke rol. Schulte Siering stelt zijn erf beschikbaar als demonstratielocatie. Paques ontwikkelt en implementeert de biomethaniseringstechnologie, D&R Energy bouwt de digestaat-elektrolyser voor waterstofproductie en stikstofverwijdering, terwijl BTG Biomass Technology Group verantwoordelijk is voor de integratie van de pyrolysetechnologie voor de productie van biokool.
Binnen het project werken Nederlandse en Duitse bedrijven, landbouwondernemers en kennisinstellingen de komende jaren samen aan innovatieve oplossingen voor de biogaswaardeketen. Door gras, grasrijke reststromen en digestaat slim te benutten, willen de partners duurzame energieproductie vergroten, stikstof- en CO₂-uitstoot verminderen en nieuwe verdienmodellen voor agrariërs ontwikkelen.
De landbouwsector staat voor grote uitdagingen. Stijgende energiekosten, strengere milieueisen, stikstofproblematiek en de noodzaak om fossiele energie te vervangen, vragen om nieuwe, innovatieve oplossingen. Tegelijkertijd beschikt de sector over grote hoeveelheden biomassa en reststromen die effectiever benut kunnen worden.
Watts in Grass!? ontwikkelt en demonstreert daarom een geïntegreerd systeem waarin gras en reststromen worden omgezet in duurzame energie en hoogwaardige producten. Hierbij worden verschillende innovatieve technologieën gecombineerd. Gras wordt efficiënter vergist, CO₂ uit biogas wordt met groene waterstof omgezet in extra methaan, stikstof wordt uit digestaat verwijderd en vezelrijke reststromen worden verwerkt tot biokool. Hierdoor ontstaat meer groen gas uit dezelfde hoeveelheid biomassa, worden emissies verminderd en blijven waardevolle grondstoffen behouden binnen een circulair systeem.
Zo ontstaat een circulair systeem waarin energie, nutriënten en grondstoffen maximaal worden benut. Het project draagt daarmee bij aan een toekomstbestendige landbouw die minder afhankelijk is van fossiele energie, minder emissies veroorzaakt en nieuwe economische kansen creëert.
Een belangrijk onderdeel van het project is het opschalen van innovaties naar de praktijk. Verschillende technologieën zijn de afgelopen jaren ontwikkeld en getest op laboratoriumschaal in het REMO-LAB in Groningen. Binnen Watts in Grass!? worden deze innovaties verder doorontwikkeld, geïntegreerd en voor het eerst gedemonstreerd op landbouwschaal.
De centrale demonstratielocatie bevindt zich op het agrarisch bedrijf van Schulte Siering in het Duitse Bad Bentheim, net over de Nederlandse grens. Hier worden innovatieve vergistingstechnieken, biomethanisering, digestaat-elektrolyse en thermochemische verwerking van reststromen samengebracht in één praktijkomgeving. De resultaten worden vervolgens gebruikt voor economische analyses, levenscyclusanalyses en de ontwikkeling van schaalbare businessmodellen voor de landbouwsector.
Het project brengt tien Nederlandse en Duitse partners samen en wordt ondersteund door acht geassocieerde partners. De samenwerking brengt de sterke punten van beide landen samen: Nederlandse expertise op het gebied van circulaire technologieën en duurzame energie wordt gekoppeld aan de uitgebreide praktijkervaring met biogasinstallaties in Duitsland.
New Energy Coalition treedt op als projectcoördinator en is verantwoordelijk voor de algemene projectleiding, communicatie en regionale verankering van de resultaten. Kompetenzzentrum 3N verzorgt de kennisverspreiding in Nedersaksen en ondersteunt de implementatie bij Duitse partners.
De technologische ontwikkeling wordt geleid door Hanzehogeschool Groningen, Hochschule Emden/Leer en Hochschule Osnabrück. Zij werken aan de ontwikkeling, monitoring, modellering en evaluatie van de verschillende innovaties. Ekwadraat ondersteunt met economische analyses, businessmodellen en beleidsvraagstukken.
Aan de praktijkkant spelen bedrijven een belangrijke rol. Schulte Siering stelt zijn erf beschikbaar als demonstratielocatie. Paques ontwikkelt en implementeert de biomethaniseringstechnologie, D&R Energy bouwt de digestaat-elektrolyser voor waterstofproductie en stikstofverwijdering, terwijl BTG Biomass Technology Group verantwoordelijk is voor de integratie van de pyrolysetechnologie voor de productie van biokool.
Ruim een op tien koopwoningen met zonnepanelen heeft thuisbatterij, maar interesse is afgenomen
Ruim één op de tien koopwoningen met zonnepanelen beschikt inmiddels over een thuisbatterij. Een jaar geleden ging het nog om 8 procent, inmiddels is dit gestegen naar bijna 11 procent. Toch lijkt de eerste aankoopgolf rond de thuisaccu wat te zijn afgekoeld: het aandeel zonnepaneelbezitters dat vrijwel zeker of misschien een thuisbatterij wil aanschaffen, daalde in dezelfde periode van 61 naar 41 procent. Dat blijkt uit een panelonderzoek van duurzaamheidsplatform Slimster onder 1052 huiseigenaren.
Het nieuwe onderzoek laat zien dat de markt doorgroeit, maar wellicht minder hard dan de belangstelling vorig jaar deed vermoeden. Destijds ontstond veel paniek door terugleverkosten voor zonnepaneelbezitters. Inmiddels lijkt een deel van de consumenten de aanschaf kritischer af te wegen.
“De thuisbatterij is zeker geen eendagsvlieg”, zegt Marco Schuurman, eigenaar van Slimster, een platform waarop consumenten offertes voor onder meer thuisbatterijen en zonnepanelen kunnen vergelijken. “Het bezit groeit duidelijk, vooral onder huishoudens met zonnepanelen. Tegelijk zien we dat de eerste hype wat is gaan liggen. Veel mensen lijken niet per se afgehaakt, maar wachten af: wat gebeurt er verder met terugleverkosten en stroomtarieven? Of ze stellen de aanschaf uit tot het moment dat de salderingsregeling volgend jaar echt stopt.”
Van de ondervraagden die al een thuisbatterij hebben of er één willen aanschaffen, noemt 40 procent het beter benutten van eigen zonnestroom vanwege terugleverkosten als belangrijkste reden. Nog eens 31 procent wijst op het einde van de salderingsregeling. Die regeling stopt per 1 januari 2027: vanaf dan kunnen zonnepaneeleigenaren teruggeleverde stroom niet meer wegstrepen tegen hun verbruik. Wel krijgen zij nog een vergoeding voor teruggeleverde stroom, al weegt dat vaak niet of nauwelijks op tegen de terugleverkosten.
Andere motieven spelen een kleinere rol. Zo noemt 11 procent de dreiging van stroomuitval, bijvoorbeeld door oorlogen, als belangrijkste reden. Nog eens 10 procent wil minder afhankelijk zijn van energieleveranciers en onvoorspelbare prijsstijgingen. Slechts 4 procent noemt het voorkomen van overbelasting op het lokale stroomnet.
Volgens Slimster kan de animo richting het einde van dit jaar opnieuw toenemen. “Hoe dichter 1 januari 2027 nadert, hoe concreter dit onderwerp voor huishoudens wordt”, aldus Schuurman. “Veel zonnepaneelbezitters weten dat er iets verandert, maar hebben nog niet precies doorgerekend wat dat voor hun eigen situatie betekent. Zodra dat besef groeit, kan ook de interesse in thuisbatterijen weer aantrekken.”
Uit het onderzoek blijkt verder dat elektrische rijders vooroplopen. Van de koopwoningbezitters met een elektrische auto heeft 15 procent al een thuisbatterij. Nog eens 14 procent is vrijwel zeker van plan er één aan te schaffen. In combinatie met een eigen laadpaal kan een thuisbatterij helpen een aanzienlijk groter percentage van de zelfopgewekte zonnestroom zelf te gebruiken.
Het nieuwe onderzoek laat zien dat de markt doorgroeit, maar wellicht minder hard dan de belangstelling vorig jaar deed vermoeden. Destijds ontstond veel paniek door terugleverkosten voor zonnepaneelbezitters. Inmiddels lijkt een deel van de consumenten de aanschaf kritischer af te wegen.
“De thuisbatterij is zeker geen eendagsvlieg”, zegt Marco Schuurman, eigenaar van Slimster, een platform waarop consumenten offertes voor onder meer thuisbatterijen en zonnepanelen kunnen vergelijken. “Het bezit groeit duidelijk, vooral onder huishoudens met zonnepanelen. Tegelijk zien we dat de eerste hype wat is gaan liggen. Veel mensen lijken niet per se afgehaakt, maar wachten af: wat gebeurt er verder met terugleverkosten en stroomtarieven? Of ze stellen de aanschaf uit tot het moment dat de salderingsregeling volgend jaar echt stopt.”
Van de ondervraagden die al een thuisbatterij hebben of er één willen aanschaffen, noemt 40 procent het beter benutten van eigen zonnestroom vanwege terugleverkosten als belangrijkste reden. Nog eens 31 procent wijst op het einde van de salderingsregeling. Die regeling stopt per 1 januari 2027: vanaf dan kunnen zonnepaneeleigenaren teruggeleverde stroom niet meer wegstrepen tegen hun verbruik. Wel krijgen zij nog een vergoeding voor teruggeleverde stroom, al weegt dat vaak niet of nauwelijks op tegen de terugleverkosten.
Andere motieven spelen een kleinere rol. Zo noemt 11 procent de dreiging van stroomuitval, bijvoorbeeld door oorlogen, als belangrijkste reden. Nog eens 10 procent wil minder afhankelijk zijn van energieleveranciers en onvoorspelbare prijsstijgingen. Slechts 4 procent noemt het voorkomen van overbelasting op het lokale stroomnet.
Volgens Slimster kan de animo richting het einde van dit jaar opnieuw toenemen. “Hoe dichter 1 januari 2027 nadert, hoe concreter dit onderwerp voor huishoudens wordt”, aldus Schuurman. “Veel zonnepaneelbezitters weten dat er iets verandert, maar hebben nog niet precies doorgerekend wat dat voor hun eigen situatie betekent. Zodra dat besef groeit, kan ook de interesse in thuisbatterijen weer aantrekken.”
Uit het onderzoek blijkt verder dat elektrische rijders vooroplopen. Van de koopwoningbezitters met een elektrische auto heeft 15 procent al een thuisbatterij. Nog eens 14 procent is vrijwel zeker van plan er één aan te schaffen. In combinatie met een eigen laadpaal kan een thuisbatterij helpen een aanzienlijk groter percentage van de zelfopgewekte zonnestroom zelf te gebruiken.
Consumentenorganisaties dienen klacht in tegen energiebedrijven wegens greenwashing
De Consumentenbond komt samen met consumentenkoepel BEUC en 11 andere consumentenorganisaties in actie tegen de Europese energiebedrijven ENGIE, Eni Plenitude, Shell en TotalEnergie vanwege greenwashing. De Consumentenorganisaties dienden een officiële klacht hierover in bij de Europese Commissie en het netwerk van Europese consumentenautoriteiten (CPC).
joyce donat
Uit onderzoek van BEUC en de Universiteit Leuven blijkt dat de Europese energiebedrijven fossiel gas regelmatig presenteren als een schone, duurzame of klimaatvriendelijke keuze. Terwijl gas sterk bijdraagt aan klimaatverandering. Ook verkopen ze fossiel gas vermengd met een heel klein beetje groen gas vaak ten onrechte als ‘groene energie’. Ze beloven dan dat ze de enorme CO₂-uitstoot van gas kunnen compenseren met klimaatprojecten, zoals bosaanplant. Maar daar is geen wetenschappelijk bewijs voor. Dergelijke misleidende claims wordt ook wel greenwashing genoemd.
BEUC ziet vergelijkbare praktijken bij de in Nederland opererende energiebedrijven ANWB Energie, Greenchoice en Vattenfall.
ANWB Energie suggereert bijvoorbeeld met de campagne ‘En hoe groen is gas?’ dat gas een duurzame keuze kan zijn. Greenchoice koppelt fossiel gas aan natuurprojecten met ‘Aardgas met Natuur voor Morgen’. En Vattenfall noemt een gasproduct met een beperkte hoeveelheid groen gas ‘een tikkeltje groener’.
De consumentenorganisaties stellen ook vast dat sommige bedrijven pronken met klimaatbeloften. Zoals ‘nul uitstoot in 2050’. Terwijl ze tegelijkertijd blijven investeren in de winning en het gebruik van fossiele brandstoffen. Dat is oneerlijk tegenover consumenten. En het is oneerlijk tegenover bedrijven die wél serieus verduurzamen.
Compensatie
De consumentenorganisaties roepen de autoriteiten op om in te grijpen en boetes op te leggen aan bedrijven die niet stoppen met misleidende groene claims. Ook moeten bedrijven consumenten compenseren als die een meerprijs betaalden voor energieproducten die groener werden voorgesteld dan ze daadwerkelijk zijn.
joyce donat
Uit onderzoek van BEUC en de Universiteit Leuven blijkt dat de Europese energiebedrijven fossiel gas regelmatig presenteren als een schone, duurzame of klimaatvriendelijke keuze. Terwijl gas sterk bijdraagt aan klimaatverandering. Ook verkopen ze fossiel gas vermengd met een heel klein beetje groen gas vaak ten onrechte als ‘groene energie’. Ze beloven dan dat ze de enorme CO₂-uitstoot van gas kunnen compenseren met klimaatprojecten, zoals bosaanplant. Maar daar is geen wetenschappelijk bewijs voor. Dergelijke misleidende claims wordt ook wel greenwashing genoemd.
BEUC ziet vergelijkbare praktijken bij de in Nederland opererende energiebedrijven ANWB Energie, Greenchoice en Vattenfall.
ANWB Energie suggereert bijvoorbeeld met de campagne ‘En hoe groen is gas?’ dat gas een duurzame keuze kan zijn. Greenchoice koppelt fossiel gas aan natuurprojecten met ‘Aardgas met Natuur voor Morgen’. En Vattenfall noemt een gasproduct met een beperkte hoeveelheid groen gas ‘een tikkeltje groener’.
De consumentenorganisaties stellen ook vast dat sommige bedrijven pronken met klimaatbeloften. Zoals ‘nul uitstoot in 2050’. Terwijl ze tegelijkertijd blijven investeren in de winning en het gebruik van fossiele brandstoffen. Dat is oneerlijk tegenover consumenten. En het is oneerlijk tegenover bedrijven die wél serieus verduurzamen.
Compensatie
De consumentenorganisaties roepen de autoriteiten op om in te grijpen en boetes op te leggen aan bedrijven die niet stoppen met misleidende groene claims. Ook moeten bedrijven consumenten compenseren als die een meerprijs betaalden voor energieproducten die groener werden voorgesteld dan ze daadwerkelijk zijn.
dinsdag 16 juni 2026
Eigen kabinetsbeleid remt, geopolitiek jaagt aan: Nederlanders willen regie over hun energie
Twee onderzoeken in twee maanden tijd laten een opvallende tegenstelling zien. In maart 2026 zorgde de afschaffing van de salderingsregeling ervoor dat bijna zes op de tien Nederlanders minder bereid waren om in duurzame oplossingen te investeren. In mei keerde het beeld: onder invloed van geopolitieke onrust geeft ruim een derde (38,8%) nu aan juist wél te willen investeren in zonnepanelen of een thuisbatterij, om minder afhankelijk te zijn van buitenlandse energie. Verschillende drijfveren, hetzelfde signaal, Nederlanders willen meer grip op hun eigen energievoorziening. Dat blijkt uit onderzoek van Multiscope in opdracht van Energievergelijker.nl onder circa 1.000 Nederlanders.
De internationale spanningen en de daarmee samenhangende stijging van de energieprijzen hebben het bewustzijn over energieafhankelijkheid in Nederland duidelijk aangewakkerd. Uit het onderzoek van mei 2026 blijkt dat 52,2% van de Nederlanders er niet op vertrouwt dat de overheid hun energiezekerheid kan garanderen. Die onzekerheid vertaalt zich in een concrete investeringswens: 38,8% geeft aan bereid te zijn om in zonnepanelen of een thuisbatterij te investeren, niet om te profiteren van een subsidieregeling, maar simpelweg om minder kwetsbaar te zijn.
Ook geeft 37,5% van de Nederlanders aan dat zij een thuisbatterij zouden aanschaffen als de investering binnen tien jaar is terugverdiend. De financiële drempel blijft dus een rol spelen, maar de motivatie is verschoven: van rendement naar zekerheid.
In maart 2026 voerde Energievergelijker.nl een vergelijkbaar onderzoek uit, maar toen stond de afschaffing van de salderingsregeling centraal. De uitkomsten lieten een opvallend andere stemming zien. 59,9% van de Nederlanders gaf aan minder bereid te zijn om in de toekomst te investeren in duurzame oplossingen, als direct gevolg van het wegvallen van de salderingsregeling.
Tegelijkertijd zei 66,3% dat zonnepanelen door de maatregel financieel niet meer aantrekkelijk zijn voor huishoudens. De twee onderzoeken laten daarmee zien dat de investeringsbereidheid sterk afhangt van de context: geopolitieke onrust zet mensen aan tot actie, terwijl onzeker beleid ze juist doet afhaken.
Nederlanders willen wel investeren, de overheid werkt zichzelf tegen
De combinatie van beide onderzoeken schetst een opmerkelijke paradox. Burgers raken steeds meer overtuigd van de noodzaak om zelf energie op te wekken en op te slaan, maar het vertrouwen in de overheid als betrouwbare partner in die transitie is juist gedaald. Ruim 71% zei in het onderzoek van maart minder vertrouwen te hebben in het energiebeleid van de overheid. In mei gaf meer dan de helft aan er niet op te vertrouwen dat de overheid energiezekerheid kan garanderen. De investeringsbereidheid groeit dus vanuit eigenbelang en onzekerheid, niet vanuit vertrouwen in een helder langetermijnbeleid.
"De twee onderzoeken laten een opvallend patroon zien. In maart remde het eigen kabinetsbeleid de investeringsbereidheid af. In mei zet de geopolitieke onrust mensen juist aan tot actie. Verschillende drijfveren, maar hetzelfde signaal: Nederlanders willen de regie over hun eigen energie. De overheid zou dat moeten ondersteunen met stabiel en voorspelbaar beleid," zegt René Arbeider, eigenaar Energievergelijker.nl.
De data laten zien dat de bereidheid onder Nederlanders om te investeren in eigen energieopwekking aanwezig is en onder druk van de geopolitieke situatie zelfs groeit. Maar zonder stabiel en voorspelbaar beleid blijft die bereidheid kwetsbaar. De terugverdientijd is voor veel huishoudens nog steeds de doorslaggevende factor: 37,5% wil investeren in een thuisbatterij als die binnen tien jaar terug te verdienen is. Daar ligt een concrete opening voor beleidsmakers om de energietransitie alsnog te versnellen, door zekerheid te bieden in regelgeving.
De internationale spanningen en de daarmee samenhangende stijging van de energieprijzen hebben het bewustzijn over energieafhankelijkheid in Nederland duidelijk aangewakkerd. Uit het onderzoek van mei 2026 blijkt dat 52,2% van de Nederlanders er niet op vertrouwt dat de overheid hun energiezekerheid kan garanderen. Die onzekerheid vertaalt zich in een concrete investeringswens: 38,8% geeft aan bereid te zijn om in zonnepanelen of een thuisbatterij te investeren, niet om te profiteren van een subsidieregeling, maar simpelweg om minder kwetsbaar te zijn.
Ook geeft 37,5% van de Nederlanders aan dat zij een thuisbatterij zouden aanschaffen als de investering binnen tien jaar is terugverdiend. De financiële drempel blijft dus een rol spelen, maar de motivatie is verschoven: van rendement naar zekerheid.
In maart 2026 voerde Energievergelijker.nl een vergelijkbaar onderzoek uit, maar toen stond de afschaffing van de salderingsregeling centraal. De uitkomsten lieten een opvallend andere stemming zien. 59,9% van de Nederlanders gaf aan minder bereid te zijn om in de toekomst te investeren in duurzame oplossingen, als direct gevolg van het wegvallen van de salderingsregeling.
Tegelijkertijd zei 66,3% dat zonnepanelen door de maatregel financieel niet meer aantrekkelijk zijn voor huishoudens. De twee onderzoeken laten daarmee zien dat de investeringsbereidheid sterk afhangt van de context: geopolitieke onrust zet mensen aan tot actie, terwijl onzeker beleid ze juist doet afhaken.
Nederlanders willen wel investeren, de overheid werkt zichzelf tegen
De combinatie van beide onderzoeken schetst een opmerkelijke paradox. Burgers raken steeds meer overtuigd van de noodzaak om zelf energie op te wekken en op te slaan, maar het vertrouwen in de overheid als betrouwbare partner in die transitie is juist gedaald. Ruim 71% zei in het onderzoek van maart minder vertrouwen te hebben in het energiebeleid van de overheid. In mei gaf meer dan de helft aan er niet op te vertrouwen dat de overheid energiezekerheid kan garanderen. De investeringsbereidheid groeit dus vanuit eigenbelang en onzekerheid, niet vanuit vertrouwen in een helder langetermijnbeleid.
"De twee onderzoeken laten een opvallend patroon zien. In maart remde het eigen kabinetsbeleid de investeringsbereidheid af. In mei zet de geopolitieke onrust mensen juist aan tot actie. Verschillende drijfveren, maar hetzelfde signaal: Nederlanders willen de regie over hun eigen energie. De overheid zou dat moeten ondersteunen met stabiel en voorspelbaar beleid," zegt René Arbeider, eigenaar Energievergelijker.nl.
De data laten zien dat de bereidheid onder Nederlanders om te investeren in eigen energieopwekking aanwezig is en onder druk van de geopolitieke situatie zelfs groeit. Maar zonder stabiel en voorspelbaar beleid blijft die bereidheid kwetsbaar. De terugverdientijd is voor veel huishoudens nog steeds de doorslaggevende factor: 37,5% wil investeren in een thuisbatterij als die binnen tien jaar terug te verdienen is. Daar ligt een concrete opening voor beleidsmakers om de energietransitie alsnog te versnellen, door zekerheid te bieden in regelgeving.
ANWB Energie aan ACM: compensatie voor kleine groep klanten die nu nog wacht op afrekening
ANWB Energie heeft de problemen met het versturen van eind- en jaarafrekeningen grotendeels opgelost. Uit een rapportage van de ANWB blijkt dat nog ca. 700 klanten meer dan 6 weken wachten op hun eind- of jaarafrekening. ANWB heeft de Autoriteit Consument & Markt (ACM) toegezegd al deze klanten een bedrag van €150 compensatie te betalen en binnen 3 weken persoonlijk contact op te nemen om de problemen op te lossen. De ACM ziet er op toe dat ANWB deze toezegging nakomt en de problemen voor ook voor deze laatste groep klanten oplost.
De ACM heeft het toezicht op ANWB Energie in april 2026 aangescherpt omdat het bedrijf een grote achterstand had bij het versturen van eind- en jaarafrekeningen. ANWB heeft toen toegezegd de problemen uiterlijk 12 juni 2026 op te lossen. ANWB Energie heeft de ACM de afgelopen periode goed op de hoogte gehouden van het oplossen van de administratieve problemen en het wegwerken van de achterstand van de jaar- en eindafrekeningen.
ANWB Energie biedt dynamische energiecontracten aan. Voor een dynamisch energiecontract moet je een slimme meter hebben die de meterstanden automatisch doorgeeft aan de netbeheerder. Er zijn huishoudens die nog een ouderwetse meter met draaischijven hebben. Deze huishoudens krijgen dit jaar een brief van de netbeheerder om de meter gratis te vervangen. Zij kunnen kiezen voor een slimme meter of voor een digitale meter die de meterstanden niet doorgeeft aan de netbeheerder.
Het overgrote deel van de klanten dat nog geen afrekening heeft ontvangen van ANWB Energie heeft een ouderwetse meter met draaischijven of heeft een digitale meter die de meterstanden niet doorgeeft aan de netbeheerder. Er is ook een kleine groep klanten waarbij er andere technische of administratieve problemen zijn waardoor de eind- of jaarafrekening niet opgemaakt kan worden. Klanten die geen slimme meter hebben krijgen van ANWB Energie een modelcontract aangeboden. ANWB Energie wijst deze klanten er ook op dat zij mogelijk beter uit zijn bij een andere energieleverancier.
Klanten die nu nog geen eind- of jaarrekening hebben ontvangen en hier al langer dan 6 weken op wachten wordende komende 3 weken gebeld door een medewerker van ANWB om het probleem persoonlijk op te lossen. ANWB Energie heeft de ACM ook toegezegd deze klanten €150 compensatie te betalen. ANWB Energie betaalt deze compensatie vanzelf uit aan de klanten die hier recht op hebben. Klanten hoeven hiervoor geen contact op te nemen met ANWB Energie.
De ACM heeft het toezicht op ANWB Energie in april 2026 aangescherpt omdat het bedrijf een grote achterstand had bij het versturen van eind- en jaarafrekeningen. ANWB heeft toen toegezegd de problemen uiterlijk 12 juni 2026 op te lossen. ANWB Energie heeft de ACM de afgelopen periode goed op de hoogte gehouden van het oplossen van de administratieve problemen en het wegwerken van de achterstand van de jaar- en eindafrekeningen.
ANWB Energie biedt dynamische energiecontracten aan. Voor een dynamisch energiecontract moet je een slimme meter hebben die de meterstanden automatisch doorgeeft aan de netbeheerder. Er zijn huishoudens die nog een ouderwetse meter met draaischijven hebben. Deze huishoudens krijgen dit jaar een brief van de netbeheerder om de meter gratis te vervangen. Zij kunnen kiezen voor een slimme meter of voor een digitale meter die de meterstanden niet doorgeeft aan de netbeheerder.
Het overgrote deel van de klanten dat nog geen afrekening heeft ontvangen van ANWB Energie heeft een ouderwetse meter met draaischijven of heeft een digitale meter die de meterstanden niet doorgeeft aan de netbeheerder. Er is ook een kleine groep klanten waarbij er andere technische of administratieve problemen zijn waardoor de eind- of jaarafrekening niet opgemaakt kan worden. Klanten die geen slimme meter hebben krijgen van ANWB Energie een modelcontract aangeboden. ANWB Energie wijst deze klanten er ook op dat zij mogelijk beter uit zijn bij een andere energieleverancier.
Klanten die nu nog geen eind- of jaarrekening hebben ontvangen en hier al langer dan 6 weken op wachten wordende komende 3 weken gebeld door een medewerker van ANWB om het probleem persoonlijk op te lossen. ANWB Energie heeft de ACM ook toegezegd deze klanten €150 compensatie te betalen. ANWB Energie betaalt deze compensatie vanzelf uit aan de klanten die hier recht op hebben. Klanten hoeven hiervoor geen contact op te nemen met ANWB Energie.
Vattenfall start V2G pilot: elektrische auto als buffer voor het stroomnet
Vattenfall start samen met Kia en Hyundai een pilot bidirectioneel laden (Vehicle-to-Grid, V2G). Daarmee kunnen elektrische auto’s niet alleen stroom opslaan, maar ook op een gecontroleerde manier stroom terugleveren aan het elektriciteitsnet. In de proef fungeren de auto’s als flexibele energieopslag die helpt vraag en aanbod van stroom beter in balans te brengen.
De pilot is bedoeld voor maximaal tachtig geselecteerde huishoudens met een Kia EV9 of Hyundai IONIQ 9. Zij ontvangen gedurende de pilot een bidirectionele laadpaal, inclusief installatie. Tijdens de zes maanden durende pilot worden de thuis geladen kWh vergoed, tot een maximum van 500 euro. Door het laden en ontladen van hun autobatterijen slim en automatisch aan te sturen, wordt onderzocht of stroom efficiënter kan worden benut, bijvoorbeeld door deze in te zetten op momenten van schaarste.
Kia en Hyundai leveren de auto's, de laadtechnologie en een app waarmee deelnemers inzicht krijgen in de laadsessies van hun auto. Vattenfall stuurt het laden en ontladen aan en zorgt ervoor dat de auto’s automatisch meebewegen met de vraag naar stroom. Zo kan tussen 16.00 en 21.00 uur stroom worden teruggeleverd aan het net, wanneer de vraag het hoogst is.
“Elektrische auto’s staan het grootste deel van de dag stil”, zegt Jeroen van Loon, directeur Customer Solutions bij Vattenfall Nederland. “Tegelijkertijd beschikken ze over een grote batterij: waar een thuisbatterij meestal rond de 10 kilowattuur zit, heeft een elektrische auto al snel 50 tot 60 kilowattuur aan opslag. In deze pilot onderzoeken we hoe we die flexibiliteit van deze nieuwe generatie auto’s kunnen ontsluiten en zo ervaring opdoen met een energiesysteem dat beter kan meebewegen met vraag en aanbod.”
Voor deelnemers aan de pilot verandert er weinig aan het dagelijks gebruik van hun auto: zij stellen zelf hun wensen in, bijvoorbeeld de vertrektijd of het minimale batterijpercentage, terwijl zij met hun autobatterij kunnen bijdragen aan een stabieler elektriciteitsnet.
De pilot is bedoeld voor maximaal tachtig geselecteerde huishoudens met een Kia EV9 of Hyundai IONIQ 9. Zij ontvangen gedurende de pilot een bidirectionele laadpaal, inclusief installatie. Tijdens de zes maanden durende pilot worden de thuis geladen kWh vergoed, tot een maximum van 500 euro. Door het laden en ontladen van hun autobatterijen slim en automatisch aan te sturen, wordt onderzocht of stroom efficiënter kan worden benut, bijvoorbeeld door deze in te zetten op momenten van schaarste.
Kia en Hyundai leveren de auto's, de laadtechnologie en een app waarmee deelnemers inzicht krijgen in de laadsessies van hun auto. Vattenfall stuurt het laden en ontladen aan en zorgt ervoor dat de auto’s automatisch meebewegen met de vraag naar stroom. Zo kan tussen 16.00 en 21.00 uur stroom worden teruggeleverd aan het net, wanneer de vraag het hoogst is.
“Elektrische auto’s staan het grootste deel van de dag stil”, zegt Jeroen van Loon, directeur Customer Solutions bij Vattenfall Nederland. “Tegelijkertijd beschikken ze over een grote batterij: waar een thuisbatterij meestal rond de 10 kilowattuur zit, heeft een elektrische auto al snel 50 tot 60 kilowattuur aan opslag. In deze pilot onderzoeken we hoe we die flexibiliteit van deze nieuwe generatie auto’s kunnen ontsluiten en zo ervaring opdoen met een energiesysteem dat beter kan meebewegen met vraag en aanbod.”
Voor deelnemers aan de pilot verandert er weinig aan het dagelijks gebruik van hun auto: zij stellen zelf hun wensen in, bijvoorbeeld de vertrektijd of het minimale batterijpercentage, terwijl zij met hun autobatterij kunnen bijdragen aan een stabieler elektriciteitsnet.
maandag 15 juni 2026
Kabinet verhoogt steun voor nieuwe Noordzee-windparken IJmuiden Ver Gamma
Het kabinet trekt extra financiële steun uit voor twee nieuwe windparken op de Noordzee. Door de maximale tenderbedragen voor IJmuiden Ver Gamma-A en Gamma-B te verhogen, verwacht het kabinet voldoende belangstelling uit de markt voor de realisatie van 2 GW aan nieuw windenergievermogen. Beide kavels worden in november via een subsidietender in de markt gezet en waarschijnlijk in 2032 in gebruik genomen.
Het maximale tenderbedrag voor IJmuiden Ver Gamma-A wordt verhoogd van € 104 per megawattuur (MWh) naar € 117/MWh. Voor IJmuiden Ver Gamma-B stijgt het maximale tenderbedrag van € 103/MWh naar € 116/MWh.
De totale kasreservering bedraagt ongeveer € 6,2 miljard. Dit bedrag kan lager worden als het winnende tenderbedrag lager wordt. Uitgaven zijn afhankelijk van de daadwerkelijke uitgaven (en die zijn weer afhankelijk van de ontwikkeling van de elektriciteitsprijs tijdens de subsidieperiode).
Voor het vaststellen van de maximale tenderbedragen heeft het kabinet advies ingewonnen bij het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Het PBL heeft in haar advies geen rekening kunnen houden met een mogelijk een invoedingstarief voor elektriciteitsproducenten die de Autoriteit Consument en Markt van plan is in te voeren.
Het kabinet heeft besloten om extra budgettaire ruimte te bieden zodat windparkontwikkelaars dit risico kunnen verwerken. Uit marktconsultaties blijkt dat er voldoende belangstelling bestaat voor deelname aan beide tenders. De verwachting is dat door de concurrentie het winnende tenderbedrag lager zal uitvallen.
De kavels IJmuiden Ver Gamma-A en Gamma-B leveren een belangrijke bijdrage aan de eigen, Nederlandse energievoorziening. Het kabinet blijft zich inzetten voor een voorspelbare uitrol van windenergie op zee en werkt aan toekomstige vergunningverlening via Contracts for Difference (CfD, tweerichtingscontracten), waarvoor naar verwachting vóór de zomer een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer wordt gestuurd.
Het maximale tenderbedrag voor IJmuiden Ver Gamma-A wordt verhoogd van € 104 per megawattuur (MWh) naar € 117/MWh. Voor IJmuiden Ver Gamma-B stijgt het maximale tenderbedrag van € 103/MWh naar € 116/MWh.
De totale kasreservering bedraagt ongeveer € 6,2 miljard. Dit bedrag kan lager worden als het winnende tenderbedrag lager wordt. Uitgaven zijn afhankelijk van de daadwerkelijke uitgaven (en die zijn weer afhankelijk van de ontwikkeling van de elektriciteitsprijs tijdens de subsidieperiode).
Voor het vaststellen van de maximale tenderbedragen heeft het kabinet advies ingewonnen bij het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Het PBL heeft in haar advies geen rekening kunnen houden met een mogelijk een invoedingstarief voor elektriciteitsproducenten die de Autoriteit Consument en Markt van plan is in te voeren.
Het kabinet heeft besloten om extra budgettaire ruimte te bieden zodat windparkontwikkelaars dit risico kunnen verwerken. Uit marktconsultaties blijkt dat er voldoende belangstelling bestaat voor deelname aan beide tenders. De verwachting is dat door de concurrentie het winnende tenderbedrag lager zal uitvallen.
De kavels IJmuiden Ver Gamma-A en Gamma-B leveren een belangrijke bijdrage aan de eigen, Nederlandse energievoorziening. Het kabinet blijft zich inzetten voor een voorspelbare uitrol van windenergie op zee en werkt aan toekomstige vergunningverlening via Contracts for Difference (CfD, tweerichtingscontracten), waarvoor naar verwachting vóór de zomer een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer wordt gestuurd.
Risico’s biogas zijn bekend, kennis nu gebundeld
In het Klimaatakkoord is afgesproken om de productie van groen gas fors te vergroten. Een groot deel van dat groene gas moet uit biogas geproduceerd worden. Dit was voor het NIPV de aanleiding om in een verkenning aandacht te besteden aan biogas: aan de productie, opslag, transport en gebruik van biogas, de veiligheidsrisico’s, wet- en regelgeving en de handelingsperspectieven voor de brandweer bij incidenten met biogas(installaties).
Biogas ontstaat door vergisting van biologisch materiaal, zoals mest, slib en groente-, fruit- en tuinafval. Het gas bestaat grotendeels uit methaan (CH₄) en bevat ook waterstofsulfide (H₂S), wat risico’s met zich meebrengt zoals brand, explosie, verstikking en vergiftiging bij vrijkomen. Deze risico’s zijn vergelijkbaar met die van mestgassen en zijn vooral relevant voor mensen die direct met installaties werken of incidenten met biogasinstallaties moeten bestrijden, maar er bestaan ook externe veiligheidsrisico’s.
Veilig optreden bij incidenten
Voor de brandweer bestaan er al duidelijke handelingsperspectieven, waaronder de Aandachtskaart Biovergistingsinstallaties en scenariokaarten binnen het Scenarioboek Energietransitie. Deze bieden richtlijnen voor veilig optreden bij incidenten.
De mogelijke toename van het aantal biogasinstallaties is geen aanleiding om deze handelingsperspectieven aan te passen. Omdat de aard van de biogasrisico’s niet verandert, zijn de bestaande handelingsperspectieven voor biogas toereikend.
Achtergronddocument
De verkenning bundelt bestaande kennis over biogas, de bijbehorende veiligheidsrisico’s en het optreden bij incidenten. Het rapport moet vooral worden gezien als een achtergronddocument.
Biogas ontstaat door vergisting van biologisch materiaal, zoals mest, slib en groente-, fruit- en tuinafval. Het gas bestaat grotendeels uit methaan (CH₄) en bevat ook waterstofsulfide (H₂S), wat risico’s met zich meebrengt zoals brand, explosie, verstikking en vergiftiging bij vrijkomen. Deze risico’s zijn vergelijkbaar met die van mestgassen en zijn vooral relevant voor mensen die direct met installaties werken of incidenten met biogasinstallaties moeten bestrijden, maar er bestaan ook externe veiligheidsrisico’s.
Veilig optreden bij incidenten
Voor de brandweer bestaan er al duidelijke handelingsperspectieven, waaronder de Aandachtskaart Biovergistingsinstallaties en scenariokaarten binnen het Scenarioboek Energietransitie. Deze bieden richtlijnen voor veilig optreden bij incidenten.
De mogelijke toename van het aantal biogasinstallaties is geen aanleiding om deze handelingsperspectieven aan te passen. Omdat de aard van de biogasrisico’s niet verandert, zijn de bestaande handelingsperspectieven voor biogas toereikend.
Achtergronddocument
De verkenning bundelt bestaande kennis over biogas, de bijbehorende veiligheidsrisico’s en het optreden bij incidenten. Het rapport moet vooral worden gezien als een achtergronddocument.




























