Pagina's

dinsdag 9 juni 2026

Stedin plant regelbare energie-opwek langs de N201 in Mijdrecht voor behoud van betrouwbare stroomvoorziening

Het elektriciteitsnet in Nederland raakt door de snelle elektrificatie steeds zwaarder belast. Ook in de provincie Utrecht en in de gemeente De Ronde Venen is sprake van netcongestie. Daardoor geldt al sinds 2022 een aansluitstop voor grootverbruikers en waarschuwen Stedin en TenneT dat vanaf 1 juli 2026 ook kleinverbruikers, waaronder woningbouwprojecten, mogelijk niet meer kunnen worden aangesloten. Daarnaast bestaat het risico dat komende winter lokale stroomstoringen ontstaan door overbelasting van het net.

Om de energiezekerheid voor inwoners, bedrijven en vitale voorzieningen te borgen, bereidt Stedin in samenwerking met de gemeente De Ronde Venen en de provincie Utrecht de plaatsing voor van regelbare opwek: tijdelijke stroomgeneratoren voor Stedin, die alleen worden ingezet bij een dreigend stroomtekort. Het college van De Ronde Venen is voornemens hieraan mee te werken en bereidt hiertoe een raadsvoorstel voor.

De installatie is gepland in de toekomstige oksel van de nieuw aan te leggen N201, schuin tegenover de Volvo-garage. Deze locatie is naar voren gekomen als enige technisch en ruimtelijk geschikte plek binnen het zoekgebied rond het hoogspanningsstation Mijdrecht.

De regelbare opwek heeft een vermogen van 10 megawatt en Stedin zet de installatie alleen aan wanneer een tekort op het elektriciteitsnet dreigt. Door lokaal extra vermogen op te wekken, wordt de druk op het bestaande net verlaagd en kunnen storingen worden voorkomen. De reguliere levering van duurzame energie via het net blijft altijd prioriteit houden. De installatie is bedoeld als tijdelijke overbrugging totdat de grootschalige netuitbreidingen van Stedin in de regio zijn gerealiseerd. Deze installatie blijft naar verwachting 10 tot 15 jaar staan. Om de stroomvoorziening voor de lange termijn zeker te stellen is eerder al een locatie aangewezen voor een nieuw hoogspanningsstation op het toekomstige bedrijventerrein de Bocht.

Stedin en de gemeente hebben een uitgebreide locatiestudie uitgevoerd in de omgeving van Mijdrecht. Daarbij is gekeken naar technische, ruimtelijke en planologische randvoorwaarden. Alleen de locatie in de toekomstige oksel van de N201 voldoet aan alle eisen. Er is minimaal 235 meter afstand nodig om geluid en andere effecten te beperken. Andere onderzochte locaties, zoals bij het Veenweidebad en de Mijdrechtse Dwarsweg, vielen af omdat deze afstand daar niet haalbaar was of vanwege mogelijke geluidsoverlast voor omwonenden.

De locatie moet bovendien snel en zonder grote ingrepen kunnen worden aangesloten op het bestaande gas- en elektriciteitsnet. Dit bleek op andere plekken niet mogelijk. Ook is de plek goed bereikbaar voor plaatsing, onderhoud en incidentmanagement. De installatie bestaat uit vier generatorcontainers en twee kleinere containers voor de meterkast en beslaat in totaal 36 meter lengte en 24 meter breedte (864 m²).

De locatie biedt mogelijkheden voor realisatie vanaf dit najaar, wat essentieel is om vóór de winter van 2026-2027 operationeel te kunnen zijn. Omdat alleen deze locatie aan alle voorwaarden voldoet, is deze als beste en enige optie geselecteerd.

maandag 8 juni 2026

Concessie voor openbare laadpalen in Groningen en Drenthe verlengd tot 2028

De provincies Groningen en Drenthe hebben de bestaande concessie voor de plaatsing van openbare laadpalen verlengd. De huidige concessiehouder Equans blijft tot januari 2028 verantwoordelijk voor het plaatsen van publieke laadpunten in beide provincies.

De concessie is uitgegeven door de provincies Groningen en Drenthe, namens twintig deelnemende gemeenten. In Drenthe doen alle gemeenten mee aan de concessie. Groningen en Drenthe verlengen de concessie, omdat er nog altijd vraag is naar publieke laadpalen. In Drenthe zijn tot nu toe 500 openbare laadpalen geplaatst.

De openbare laadpalen zijn bedoeld voor inwoners en andere gebruikers met een elektrische auto die geen eigen oprit hebben. Ook forenzen, die hun elektrische auto op straat moeten parkeren, kunnen een laadpaal aanvragen. De laadpaal komt in de straat of iets verderop te staan. Altijd op loopafstand van de woning of het bedrijf. Een laadpaal aanvragen kan via www.laadpaalnodig.nl(verwijst naar een andere website).

Elektrische rijders kunnen gebruikmaken van de laadpas. Met de laadpas kunnen elektrische rijders altijd laden tegen het voordelige basistarief zonder opslag of transactiekosten. De laadpas is voor inwoners van gemeenten in Groningen en Drenthe, uitgezonderd de gemeente Groningen en gemeente Eemsdelta, die een eigen aanpak voor het plaatsen van laadpalen hebben. De laadpas is te gebruiken bij alle laadpalen in Nederland.

Vattenfall en Copenhagen Infrastructure Partners contracteren TKF voor inter-array kabels Zeevonk

Vattenfall en Copenhagen Infrastructure Partners (CIP), via het Energy Transition Fund van CIP, hebben TKF de kabelopdracht gegund voor fase 1 van het offshore windproject Zeevonk. Het contract omvat de volledige levering van circa 162 kilometer inter-array kabels.

Binnen het contract is TKF verantwoordelijk voor het ontwerp, de engineering, productie, testen, levering en het projectmanagement van de 66 kV inter-array kabels, inclusief de bijbehorende accessoires. In de opdracht ligt een sterke nadruk op duurzaam kabelontwerp – een gebied waarop TKF een voortrekkersrol vervult met zijn geavanceerde connectiviteitsoplossingen. De kabels worden geproduceerd in de moderne productiefaciliteit van TKF in de Eemshaven.

Felix Würtenberger, CEO van Zeevonk, zegt: “De inter-array kabels vormen een cruciaal onderdeel van het Zeevonk-project. Met de keuze voor TKF werken we samen met een leverancier die bewezen ervaring in offshore wind combineert met een sterke focus op duurzaam ontwerp. Deze overeenkomst ondersteunt onze ambitie om Zeevonk efficiënt te realiseren en tegelijkertijd de milieu-impact van belangrijke projectcomponenten te verkleinen.”

De overeenkomst met TKF omvat de toepassing van duurzame materialen en circulaire ontwerpmaatregelen in de kabels. Zo wordt gebruikgemaakt van aluminium met een lage CO₂-uitstoot, gerecycled staal en koper, en een bitumenvrij ontwerp. Deze oplossingen verlagen de CO₂-voetafdruk van de kabels en vergroten het aandeel circulaire materialen.

De toepassing van deze circulariteitsmaatregelen heeft bijgedragen aan de sterke positie van Zeevonk in de tenderprocedure, doordat het project via meerdere ontwerpoplossingen kon voldoen aan de gestelde eisen op het gebied van duurzaamheid en circulariteit.

Het Zeevonk-project beslaat een gebied van 650 km² en ligt voor de Nederlandse Noordzeekust, op 63 tot 84 kilometer van Bergen aan Zee. Het project wordt in twee fasen gerealiseerd. Fase 1 levert 1 GW aan offshore windcapaciteit, de oplevering is gepland voor 2029. In 2032 volgt fase 2 met nog eens 1 GW aan windenergie en 500 MW aan systeemintegratiecapaciteit. Dit omvat onder meer de ontwikkeling van een elektrolyser in de Rotterdamse haven voor de productie van groene waterstof. Zeevonk is een gezamenlijk project van Vattenfall en CIP.

vrijdag 5 juni 2026

Ultrasnelle laders voor elektrische vrachtwagens en industriële batterijen bij EUTRACO in Roeselare officieel in gebruik genomen

In aanwezigheid van burgemeester Kris Declercq heeft het Roeselaarse transport- en logistiekbedrijf EUTRACO onlangs zes ultrasnelle laders voor elektrische vrachtwagens en acht industriële batterijen officieel in gebruik genomen op zijn hoofdzetel in Roeselare. Met de grootste e-truckvloot van België zet EUTRACO hiermee een nieuwe stap in de verdere elektrificatie van zijn activiteiten.

De installatie, gerealiseerd door Insaver (onderdeel van de Groep Luminus), maakt deel uit van een grootschalig elektrificatieproject met in totaal 30 ultrasnelle laders, 40 batterijsystemen en 3.500 zonnepanelen, verspreid over vier sites. Met deze investering onderstreept EUTRACO zijn ambitie om tegen 2050 volledig emissievrij te opereren.
​​
​Om zijn 54 elektrische vrachtwagens maximaal duurzaam te laden, investeert EUTRACO in een geïntegreerd energiesysteem, gerealiseerd door Insaver, onderdeel van de Groep Luminus. Op vier sites – twee in Roeselare, één in Gent en één in Willebroek – worden 30 laadpunten geïnstalleerd met een totaalvermogen van 14,4 MW, aangevuld met 3.500 zonnepanelen (2,3 MWp) en 40 batterijen met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 10 MWh.

Dankzij deze combinatie rijden de vrachtwagens in grote mate op lokaal geproduceerde groene stroom, afkomstig van zonnepanelen en aangevuld met batterijopslag wanneer nodig.

EUTRACO beschikt vandaag over 54 elektrische langeafstandsvrachtwagens, goed voor ongeveer een derde van de totale vloot en vormt zo de grootste e-truckvloot van het land. Deze elektrificatie gaat gepaard met aanzienlijke investeringen in laadinfrastructuur, zonne-energie, batterijopslag en slimme energiebeheersystemen.

Met een volle batterij hebben de vrachtwagens een theoretisch rijbereik tot 500 kilometer, afhankelijk van belading, verkeer en weersomstandigheden. Dankzij de ultrasnelle laders kunnen zij in ongeveer 60 minuten van 20% tot 80% worden opgeladen, goed voor een bijkomend bereik van circa 300 kilometer.

donderdag 4 juni 2026

Provincie Noord-Holland stemt in met verdere uitwerking locatie elektriciteitsstation A9 Zuid

Gedeputeerde Staten van Noord-Holland stemmen in met de verdere uitwerking van de voorkeurslocatie voor het nieuwe elektriciteitsstation A9 Zuid van netbeheerder TenneT. Het station is beoogd in de Houtrakpolder, op het grensvlak van de Amsterdamse haven en het zuidelijke Groene Schip.

Het nieuwe hoogspanningsstation is nodig om te voorzien in de groeiende vraag naar elektriciteit in het westelijk havengebied en het westen van Amsterdam. Zonder uitbreiding van het elektriciteitsnet blijft er sprake van netcongestie. Dit belemmert de ontwikkeling en verduurzaming van bedrijven en kan op termijn ook gevolgen hebben voor woningbouw. Het station speelt daarnaast een belangrijke rol in de toekomstige energievoorziening, onder meer voor het nieuwe 150 kV-station in de Waarderpolder.

Na uitgebreid onderzoek en gesprekken met betrokken partijen heeft TenneT deze locatie als voorkeurslocatie aangewezen. Met het besluit van Gedeputeerde Staten kan TenneT deze locatie nu verder uitwerken. Het gaat daarbij niet alleen om de precieze inrichting van het station, maar ook om de aansluiting op de bestaande hoogspanningsverbinding tussen Beverwijk en Vijfhuizen. Vanaf het nieuwe station worden 2 hoogspanningslijnen aangelegd. 

TenneT start op korte termijn met veldonderzoeken. Deze werkzaamheden zijn kleinschalig en hebben beperkte invloed op de omgeving. Tegelijkertijd werkt TenneT aan het ontwerp van het station en de landschappelijke inpassing.

Noord Brabant ondersteunt volgende stap voor Brabantse energiehubs

Het elektriciteitsnet in Noord-Brabant is op veel plekken vol. Daardoor kunnen bedrijven niet altijd een nieuwe of zwaardere aansluiting krijgen. Dat remt de groei van bedrijven en maakt het moeilijker om te verduurzamen, bijvoorbeeld door over te stappen op elektrische processen. Daarom ondersteunt de provincie samenwerking op bedrijventerreinen met energiehubs: lokale oplossingen waarbij bedrijven hun energie slimmer delen, opslaan en op elkaar afstemmen.

Het afgelopen jaar onderzocht de provincie op 18 bedrijventerreinen in 14 gemeenten hoe kansrijk energiehubs zijn. Ook binnen het programma Grote Oogst zijn zulke haalbaarheidsstudies uitgevoerd. Onlangs is haalbaarheidsregeling opnieuw opengesteld voor 12 nieuwe terreinen. Het opzetten van een energiehub blijkt niet eenvoudig te zijn, maar de belangstelling hiervoor vanuit het bedrijfsleven is wel groot. Daarom stelt de provincie subsidie beschikbaar voor de volgende stap in energiehubprojecten: het uitwerken van een concreet en uitvoerbaar ontwerp.

De provincie stelt in totaal 1 miljoen euro beschikbaar. Daarmee kunnen ongeveer 10 projecten steun krijgen. Per project is maximaal 100.000 euro beschikbaar, tot hoogstens 50 procent van de kosten. Alleen projecten waar al een haalbaarheidsstudie is uitgevoerd, komen in aanmerking. Dit mogen ook haalbaarheidsstudies zijn die op een andere manier dan vanuit de regeling van de provincie zijn gefinancierd. Aanvragen kunnen worden ingediend van 1 juli tot en met 1 oktober 2026. Projecten mogen doorlopen tot en met 31 december 2027. We kennen de subsidies toe op volgorde van binnenkomst.

woensdag 3 juni 2026

Nieuwe directeur voor Energy Storage NL

Vanaf maandag 1 juni verwelkomt Energy Storage NL haar nieuwe directeur, Arendo Schreurs. Met zijn brede ervaring op het snijvlak van energie, duurzaamheid, innovatie en publieke affairs brengt Arendo een waardevolle combinatie van inhoudelijke expertise en strategisch leiderschap mee naar de brancheorganisatie.

Arendo heeft de afgelopen jaren diverse leidinggevende en adviserende functies vervuld binnen de energiesector en beschikt over ruime ervaring in het verbinden van bedrijfsleven, overheid en maatschappelijke organisaties. Zijn achtergrond in de energietransitie en sluit nauw aan bij de ambities van Energy Storage NL en de snelgroeiende rol van energieopslag binnen het toekomstige energiesysteem.

Met de komst van Arendo zet Energy Storage NL een volgende stap in de verdere professionalisering en versterking van de sector. De vereniging ziet in hem een verbindende en energieke directeur die de belangen van de leden krachtig kan vertegenwoordigen en de positie van energieopslag in Nederland verder helpt versterken.

Kabinet wil groen gas verplicht bijmengen, energierekening stijgt licht

Het kabinet heeft een wetsvoorstel ingediend waardoor energieleveranciers vanaf 2027 verplicht een deel groen gas moeten toevoegen aan het aardgas dat huishoudens gebruiken. In eerste instantie gaat het om ongeveer 4 procent groen gas. Het doel is om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen en Nederland minder afhankelijk te maken van geïmporteerd fossiel aardgas.  

Groen gas wordt geproduceerd uit organische reststromen, zoals mest en afval. Volgens klimaatminister Stientje van Veldhoven zal de maatregel de gemiddelde energierekening van huishoudens met ongeveer 15 euro per jaar verhogen. De minister benadrukt dat de kosten beperkt blijven doordat de verplichte bijmenging geleidelijk wordt opgebouwd.  

belangenorganisaties plaatsen vraagtekens bij die inschatting. Zij waarschuwen dat de kosten op langere termijn hoger kunnen uitvallen wanneer grotere hoeveelheden groen gas moeten worden ingekocht. Ook wijzen zij op onzekerheden rond de beschikbaarheid van voldoende groen gas en de gevolgen voor consumenten en bedrijven.  

Het wetsvoorstel moet nog door de Tweede en Eerste Kamer worden behandeld voordat de regeling definitief kan ingaan.

Rotterdamse nieuwkomer brengt verzwaring van elektriciteitsnet in stroomversnelling

Het Rotterdamse aannemersbedrijf fues is geselecteerd als één van de twaalf uitvoerende partijen binnen de Buurtaanpak van Stedin. Dit programma, met een totale waarde van 3,5 miljard euro, is de grootste aanbesteding van Stedin in de geschiedenis en richt zich op het verzwaren en uitbreiden van het elektriciteitsnet in verschillende buurten in Zuid-Holland, Utrecht en Zeeland. 

De keuze voor het jonge, snelgroeiende fues als partner in dit traject, is opvallend voor een opdracht van deze schaal. Maar de scaleup laat al jaren zien dat het anders kan: waar de sector vastloopt op personeelstekorten, groeien zij juist hard, door slim samen te werken in de keten en mensen aan te trekken die elders geen kans krijgen. Met deze aanpak levert de aannemer de komende jaren een wezenlijke bijdrage aan de grootste netverzwaring van Nederland.

De Rotterdamse aannemer is in 2019 opgericht door drie vakmensen met één busje. Vandaag telt het bedrijf meer dan driehonderd professionals, verdeeld over vijf vestigingen in Nederland. De gemiddelde leeftijd is 28,5 jaar en het team bestaat uit vijftien nationaliteiten. Die diversiteit is geen toeval. fues trekt, naast specialisten, mensen aan die in traditionele bedrijven niet altijd als vanzelfsprekende keuze worden gezien: jonge mensen zonder het perfecte CV maar mét ambitie, zij-instromers met andere achtergronden, vakmensen die ergens anders niet de ruimte kregen. Het bedrijf leidt snel op en geeft medewerkers vroeg verantwoordelijkheid. En die aanpak werkt: waar de rest van de sector kampt met personeelstekorten, groeide fues sinds de start razendsnel en werken ze samen met diverse gemeenten en netbeheerders voor grote projecten. Serkan Pehlivan Directeur bij fues: “Nederland staat voor een van de grootste infrastructurele opgaven in decennia. Dat vraagt om bedrijven die niet wachten tot het systeem klaar voor ze is, maar die gewoon beginnen. Wij regelen alles onder één dak, van de tekentafel tot de eindoplevering. Zo maken we elke dag letterlijk meters met onze mensen."
 
Nederland gaat in de komende 10 jaar 50% meer elektriciteit gebruiken door de energietransitie: elektrisch rijden, warmtepompen, zonnepanelen, omschakeling van gas naar elektriciteit. Stedin pakt dit als netbeheerder aan met de grootste aanbesteding uit hun geschiedenis: de ‘Buurtaanpak’. Gestart begin dit jaar en goed voor een totale waarde van 3,5 miljard euro. Samen met twaalf aannemers worden tot 2050 in totaal drieduizend buurten in Zuid-Holland, Utrecht en Zeeland ‘toekomstklaar’ gemaakt. fues is een van die twaalf aannemers en vervult daarbinnen een dubbele rol: zowel hoofd- als onderaannemer. Naast voldoende mensen vraagt een opgave van deze schaal ook om een andere manier van samenwerken in de keten. Precies daar onderscheidt de scaleup zich. Met een team dat ervaring heeft bij netbeheerders, onderaannemers en hoofdaannemers, brengt fues brede ketenkennis met zich mee. Die gebruiken ze om de regie strakker te organiseren en vertragingen voor te zijn. De komende zes jaar legt het Rotterdamse bedrijf duizenden zwaardere kabels in de grond. Daarmee wordt het net verzwaard, wat meer aansluitingen mogelijk maakt voor woningen, bedrijven en duurzame energiebronnen.

dinsdag 2 juni 2026

Onderzoek gestart naar emissievrij treinvervoer op noordelijke spoorlijnen

ProRail start samen met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de provincies Fryslân en Groningen een onderzoek naar de beste oplossing voor emissievrij treinvervoer op de noordelijke regionale spoorlijnen. In het najaar van 2026 wordt een definitieve keuze gemaakt voor duurzaam treinvervoer in Noord-Nederland.

De noordelijke regionale spoorlijnen hebben samen een lengte van zo'n 250 kilometer en zijn niet geëlektrificeerd. Op dit moment rijden hier dieseltreinen. In de Klimaatwet is vastgelegd dat het spoorvervoer in Nederland uiterlijk in 2050 klimaatneutraal moet zijn.

In december 2035 start de nieuwe regionale treinconcessie voor de Noordelijke lijnen. Dat is een logisch moment om over te stappen op volledig emissievrij treinvervoer. Veel van de huidige dieseltreinen zijn dan aan het einde van hun levensduur. Daarom hebben Rijk en regio afgesproken om in het najaar een definitieve keuze maken voor de manier waarop de reizigerstreinen op deze lijnen straks worden aangedreven.

In het nieuwe onderzoek brengen de betrokken partijen in kaart welke combinatie van materieel en energievoorziening het meest geschikt is. De scenario’s worden beoordeeld op gevolgen voor infrastructuur, materieel, uitvoering, kosten en toekomstbestendigheid.
Gelijk- versus wisselstroom

Het verschil tussen 1500 volt gelijkstroom en 25 kilovolt wisselstroom zit vooral in efficiëntie en prestaties. Het 1500 volt-systeem, dat in het overgrote deel van Nederland wordt gebruikt, vereist veel onderstations, omdat de spanning sneller afneemt over langere afstanden. Het 25kV-systeem, dat gebruikt wordt op de HSL Zuid en de Betuweroute, is efficiënter, heeft minder onderstations nodig en levert meer vermogen, maar vraagt zwaardere transformatoren aan boord van de trein.

“Batterijtreinen kennen we in Nederland eigenlijk nog niet”, vertelt Michiel Deerenberg, programmamanager Innovatie & Technologische Vernieuwing bij ProRail. “In de ons omringende landen rijden ze al en je ziet het concept sterk opkomen. Het grote voordeel is dat je met veel minder laadinfrastructuur toch de stap naar emissievrij rijden maakt. Het belangrijkste verschil tussen batterijtreinen die opladen via 1500V gelijkstroom en 25kV wisselstroom zit daarbij in de oplaadsnelheid, de infrastructuur en het gewicht van de trein.”
Gezamenlijke ambitie

De betrokken partijen hebben een gezamenlijke ambitie. “De trein is een onmisbare schakel in het openbaar vervoer in Fryslân. We willen het spoorvervoer verduurzamen op een manier die past bij onze regionale lijnen en reizigers,” zegt Matthijs de Vries, gedeputeerde van de provincie Fryslân.Erik Jan Bennema, gedeputeerde van de provincie Groningen: “Samen met het Rijk en ProRail onderzoeken we welke oplossing het meest toekomstbestendig is. Zo werken we stap voor stap aan een schoon en betrouwbaar spoor in Noord-Nederland.”

Ook ProRail benadrukt het belang van samenwerking. “De overgang naar emissievrij spoorvervoer vraagt om slimme keuzes in materieel en infrastructuur. Door dit gezamenlijk te onderzoeken, kunnen we bepalen wat het beste werkt voor de treindiensten op deze lijnen én houden we het spoorvervoer betaalbaar”, zegt Danou Veenhof, regiodirecteur Noord-Oost van ProRail.

13.000ste woning aangesloten op warmtenet in Drechtsteden: meer dan de helft van doel 2030 bereikt

In de Drechtsteden is afgelopen week de 13.000ste woning aangesloten op het warmtenet. Daarmee is ruim de helft bereikt van het doel om in 2030 minimaal 25.000 woningen aan te sluiten op het warmtenet. Voor duizenden bewoners betekent dit een overstap naar een andere manier van verwarmen: zonder cv-ketel en zonder aardgas.

Deze mijlpaal laat zien dat de warmtetransitie in de Drechtsteden in volle gang is. Tegelijkertijd is verdere versnelling nodig om de doelen richting 2030 en 2050 te behalen. Woningcorporaties Trivire, Tablis Wonen, Woonkracht10, Rhiant en Woonbron, afval- en energiebedrijf HVC en de gemeenten in de Drechtsteden zetten de komende jaren gezamenlijk in op verdere uitbreiding van het warmtenet.
 
De woningcorporaties in de Drechtsteden zijn de laatste jaren bezig met een grote verduurzamingsslag om woningen comfortabeler en energiezuiniger te maken voor de bewoners van nu en in de toekomst. Zo worden woningen nog beter geïsoleerd. Meestal worden deze energetische verbeteringen gecombineerd met aansluiting op het warmtenet. Het warmtenet zorgt ervoor dat woningen worden verwarmd met warmte uit de buurt, zoals slibverbranding, de afvalenergiecentrale en de elektrische boiler, als alternatief voor aardgas. Bewoners merken daar in het dagelijks gebruik weinig van, terwijl hun woning wel klaar is voor de toekomst. Het warmtenet in Dordrecht was daarmee in 2025 het duurzaamste grote warmtenet van Nederland. Zo zijn de bewoners minder afhankelijk van gas uit het buitenland en wordt de woning veiliger, omdat er geen gasverbranding in huis meer plaatsvindt.
 
Voor veel bewoners is een warmtenet relatief onbekend terrein. Daarom starten de woningcorporaties in de Drechtsteden, HVC en gemeenten een gezamenlijke campagne. De campagne geeft antwoord op vragen die leven bij bewoners, zoals hoe een warmtenet werkt, waarom in sommige gebieden een tijdelijk gasgestookt warmtestation nodig is, waarom bewoners overstappen, wat dit betekent voor de energierekening en wat zij kunnen verwachten tijdens werkzaamheden. De komende periode hangen er in verschillende wijken bouwhekdoeken en start een campagne op sociale media. Op hvcgroep.nl/lekkerwarm komt alle informatie samen. 

maandag 1 juni 2026

Onderzoek DNV toont systeemwaarde opslag

DNV en Ventolines hebben in samenwerking met onder meer Energy Storage NL twee onderzoeken gedaan naar de implementatie van batterijsystemen. Beide onderzoeken laten zien dat batterijen essentieel zijn binnen het Nederlandse Energiesysteem, maar dat de uitrol sterk wordt geremd door dubbele energiebelasting, hoge transporttarieven en het ontbreken van een structurele korting of beloning voor de bewezen systeemrol van batterijen.

DNV ziet kansen voor de batterijsector: de groeiende behoefte aan flexibiliteit enerzijds en de technologische vooruitgang (en dalende prijzen) anderzijds. Zij verwachten een sterke groei van batterijen richting 2030. Netcongestie vormt een knelpunt, maar biedt ook de mogelijkheid batterijen in te zetten als congestieverzachter. Zeker als alternatieve contractvormen (zoals TDTR en CSC) verder worden ontwikkeld. Zij zien echter terecht dat ‘de implementatie nog achterblijft bij de behoefte, wat zorgt voor onzekerheid bij ontwikkelaars’. Deze onzekerheid door hoge kosten, tekort aan passende contractvormen en lange vergunningstrajecten moeten worden aangepakt. Dit kan door het belang van grootschalige batterijen te benadrukken, de maatschappelijke waarde beter uit te dragen, betere locatiesturing en het meer ondersteunen van vergunningverleners in de implementatie.

In het kader van netcongestie zijn kleinschalige en mobiele batterijen een belangrijke oplossingen voor bedrijven of nieuwe huishoudens die geen aansluiting kunnen krijgen. Bovendien wordt het door toenemende congestie ook financieel interessanter voor deze partijen. Een groot knelpunt, naast de eerdergenoemde punten bij grootschalig, is de dubbele energiebelasting (voor zowel invoeden als afnemen). Dit zet de business case sterk onder druk. Belangrijk is snel een oplossing te vinden voor dit punt om zowel in het binnenland als op Europees niveau een gelijk speelveld voor kleinschalige batterijen te verwezenlijken.

Het onderzoek zal meewegen in het vormgeven van de Integrale Beleidsagenda Energieopslag, waarin ook ESNL aan tafel zit. ESNL onderschrijft de conclusie dat er een nationaal doel voor opslag nodig is en dat contractvormen voor flexibiliteit versneld moeten worden uitgerold. Tegelijk laat het onderzoek zien dat de knelpunten helder zijn, terwijl concrete oplossingen nog moeten worden uitgewerkt. Energy Storage NL roept dan ook op om tot de zomer samen intensief verder te werken aan de Beleidsagenda, met als focus scherp te krijgen wat wel mogelijk is om zo snel mogelijk voldoende energieopslag te realiseren voor een betrouwbaar en betaalbaar Nederlands Energiesysteem.

SolarEdge breidt ecosysteem uit met dynamisch energiecontract in samenwerking met EnergyZero

SolarEdge breidt zijn ecosysteem uit met een dynamisch energiecontract in samenwerking met EnergyZero: SolarEdge Energie powered by EnergyZero. SolarEdge maakt de integratie mogelijk tussen zijn technologie en de energiediensten van EnergyZero. Energieleverancier EnergyZero sluit het contract rechtstreeks af met de eindklant en is verantwoordelijk voor de energielevering en klantenservice. Met deze samenwerking breidt SolarEdge zijn ecosysteem van slimme hardware en software verder uit met toekomstgerichte energiediensten. 

Met SolarEdge Energy profiteren huishoudens van slim energiemanagement voor dynamische energietarieven die meebewegen met de markt. In combinatie met zonnepanelen en een thuisbatterij kan dit direct financiële voordelen opleveren. SolarEdge-gebruikers kunnen vandaag al overstappen en zijn volledig voorbereid op het moment dat zij een thuisbatterij toevoegen.

Met een SolarEdge-thuisbatterij nemen de voordelen verder toe: energie kan worden opgeslagen wanneer de prijzen laag zijn en worden gebruikt of teruggeleverd aan het net wanneer de prijzen hoog zijn. Een extra voordeel is de btw-teruggave die momenteel beschikbaar is bij de aanschaf van een thuisbatterij wanneer er op hetzelfde adres een dynamisch energiecontract actief is.

De samenwerking gaat verder dan alleen dynamische tarieven. Via het platform van EnergyZero worden SolarEdge-omvormers uitgelezen om slimmer te reageren op teruglevermomenten. In een later stadium wordt directe aansturing van thuisbatterijen verwacht. Hierdoor kunnen huishoudens automatisch de waarde van hun energieopwekking en opslag optimaliseren en profiteren van kansen op meerdere energiemarkten.

Alle relevante gegevens en inzichten blijven beschikbaar in de vertrouwde mySolarEdge-app, zodat gebruikers altijd volledig inzicht en controle houden over hun energiestromen.