Pagina's

vrijdag 29 mei 2026

Toolbox wind op land live: praktische ondersteuning voor gesprekken over windenergie

NedZero heeft de Toolbox Wind op Land gelanceerd. Deze toolbox biedt communicatiemiddelen die professionals ondersteunen bij het voeren van het gesprek over wind op land met overheden, omwonenden en andere betrokken partijen.

De toolbox is ontwikkeld in samenwerking met onze leden om bij te dragen aan eenduidige, feitelijke en toegankelijke communicatie over windenergie op land. In gesprekken over dit onderwerp komen vaak verschillende vragen, belangen en beelden samen. De toolbox helpt om die gesprekken te ondersteunen met consistente kernboodschappen en praktische communicatiemiddelen.

De toolbox bevat een aantal vaste instrumenten die direct inzetbaar zijn in de praktijk, zoals een woordvoeringslijn, presentatie, video, feitenkaarten, het narratief wind op land en een voorbeeldbrief. Deze middelen helpen om complexe informatie helder uit te leggen en in verschillende situaties op een consistente manier te communiceren.

De instrumenten zijn bedoeld voor gebruik in gesprekken, bijeenkomsten en schriftelijke communicatie met stakeholders.

De Toolbox Wind op Land is onderdeel van de bredere Kennishub Wind op Land van NedZero. In deze kennishub worden kennis, inzichten en communicatiemiddelen rondom windenergie op land gebundeld en toegankelijk gemaakt.

Waar de kennishub zich richt op het delen van (achtergrond)informatie en duiding, biedt de toolbox juist concrete, downloadbare communicatiemiddelen om die kennis toe te passen in gesprekken en interactie met de omgeving.

Open Dag op 30 mei bij de gastransportlocatie van Gasunie in Wijngaarden

Op zaterdag 30 mei houdt Gasunie een open dag op haar gastransportlocatie in Wijngaarden (Zuid-Holland) aan de Wingerdse Donk 1. Het is de allereerste keer in vijftien jaar tijd dat Gasunie mensen de mogelijkheid biedt om een kijkje te nemen bij deze installatie.

Belangstellenden kunnen zich vooraf gratis inschrijven voor een tijdslot ergens tussen 10.00 en 16.00 uur. Zij krijgen dan een rondleiding langs de belangrijkste plekken op de locatie, zoals bij de gebouwen en de gasleidingen. Medewerkers van Gasunie vertellen tijdens deze rondleiding over hun werk en hoe het bedrijf op deze locatie werkt aan de energietransitie, een onderwerp dat heel actueel is voor Gasunie en voor Nederland.

Ook voor kinderen is de open dag interessant. Er is een waterstoffiets en er kan een leidingpuzzel gemaakt worden. Verder is er een inspiratieplein, waar je een reis maakt van aardgas naar duurzaam. Daar beleef je hoe Gasunie werkt aan de verduurzaming van de energievoorziening van Nederland. Op het plein staan allerlei tenten, waarin medewerkers van het bedrijf vertellen over verschillende onderwerpen, zoals waterstof, warmte, CO2 en groen gas. Op de route is ook een informatiepunt over biodiversiteit, een onderwerp waar Gasunie zich mee bezighoudt. Denk bijvoorbeeld aan het verbeteren van natuur op eigen terrein. Ook is er een hapje en een drankje.

donderdag 28 mei 2026

Energietransitie krijgt ook digitaal vorm: Gasunie lanceert uitbreiding van besturingssysteem

Gasunie bouwt al jaren aan de energie-infrastructuur van de toekomst: kilometers leidingwerk onder de grond, nieuwe netten voor waterstof, warmte en CO2-opslag. Nu krijgt die fysieke infrastructuur ook boven de grond een stevige basis. Met een vernieuwd digitaal besturingssysteem kan Gasunie het steeds complexere energiesysteem veilig en samenhangend aansturen.

In de toekomst ziet de energievoorziening er anders uit dan nu. Met de ontwikkeling van waterstof, groen gas, warmte, CO2-opslag en energie uit zon en wind, neemt het aantal energiedragers in de mix flink toe. Jeroen Zanting, business line directeur Methaantransport bij Gasunie: ‘Met de lancering van het nieuwe systeem, maken we daadwerkelijk de stap om naast aardgas en groen gas ook waterstof, CO2 en warmte aan te sturen. Zo verbindt Gasunie bestaande energie met nieuwe energie.’

Gasunie heeft bewust gekozen voor één centraal besturingssysteem in plaats van meerdere commandoposten. Dit maakt het energiesysteem niet alleen overzichtelijker en betaalbaarder, maar vergroot ook de robuustheid en flexibiliteit. Terwijl nieuwe infrastructuur wordt gerealiseerd, staan de dispatchers die het energietransport met het vernieuwde systeem besturen, klaar om deze veilig in werking te nemen. Joris Bongenaar, manager Gastransport bij Gasunie: ‘Deze ontwikkeling vraagt echt wat van onze mensen, maar onze dispatchers en IT-teams laten zien dat ze het huidige systeem beheersen én klaar zijn voor een energievoorziening die steeds complexer wordt.’

De ontwikkeling van de uitbreiding is het resultaat van een meerjarig traject van ontwerpen, ontwikkelen en testen. Gasunie werkte hierin nauw samen met softwareleverancier Schneider Electric. Dragoljub Damljanović, Digital Grid Sales VP bij Schneider Electric: ‘Dit is het eerste besturingssysteem ter wereld dat gelijktijdig beheer van transport van meerdere energiedragers op deze manier in één geïntegreerde omgeving ondersteunt, waarbij realtime activiteiten en simulaties naadloos op elkaar aansluiten.’

Gemeente Maasdriel en Liander werken samen aan een sterker stroomnet

Op dinsdag 21 april ondertekenden netbeheerder Liander en de gemeente Maasdriel een samenwerkingsovereenkomst. Hierin zijn de afspraken vastgelegd voor het versterken van het stroomnet. De komende jaren gaan wij in samenwerking met de gemeente buurt voor buurt extra elektriciteitshuisjes plaatsen en nieuwe kabels leggen in Maasdriel.

Liander gaat extra elektriciteitshuisjes plaatsen en nieuwe kabels in de grond leggen, buurt voor buurt, in de gemeente Maasdriel. Er wordt gestart in het dorp Kerkdriel. Een elektriciteitshuisje, ook wel transformatorhuisje genoemd, zorgt voor een goede verdeling van stroom in de buurt. Deze aanpassingen zorgen ervoor dat er meer capaciteit beschikbaar is en de buurt klaar is voor toekomstige ontwikkelingen. Met de Buurtaanpak wordt de overlast voor de bewoners beperkt omdat de werkzaamheden worden gebundeld en het project in een keer uitgevoerd.  

“Een toekomstgericht elektriciteitsnetwerk is noodzakelijk. Zo zorgen we ervoor dat inwoners van Maasdriel nu én in de toekomst voldoende elektriciteit hebben,” legt Martijn Schwering, Relatiemanager Publieke Sector bij Liander, uit. “Door samen met de gemeente buurt voor buurt een plan op te stellen, kunnen we het netwerk tijdig uitbreiden en aanpassen aan de toenemende vraag. Zo voorkomen we onnodige hinder en werken we samen aan een betrouwbare energievoorziening.” 

woensdag 27 mei 2026

ACM legt energiebedrijf Kikker bindende aanwijzing op

Energieleverancier Kikker voldoet niet aan de vergunningsvoorwaarden voor energieleveranciers die gas en/of elektriciteit leveren aan huishoudens en andere kleinverbruikers. Dat blijkt uit onderzoek van de Autoriteit Consument & Markt (ACM). Kikker voldoet niet aan de geldende organisatorische en financiële kwaliteitsnormen, waardoor de ACM de financiële positie van Kikker niet goed kan beoordelen.

De ACM heeft in de periode 30 juni tot en met 30 september 2025 onderzoek gedaan naar Kikker en geeft het bedrijf de tijd om orde op zaken te stellen. Als Kikker dan niet aan alle wettelijke eisen voldoet neemt de ACM vervolgmaatregelen.

Kikker staat sinds 2024 onder verscherpt toezicht van de ACM en de ACM heeft in 2024 bij Kikker opgetreden omdat het bedrijf destijds financiële problemen had. Kikker heeft deze financiële problemen opgelost en de ACM is het bedrijf daarna extra in de gaten blijven houden. Nu blijkt uit onderzoek van de ACM dat Kikker organisatorische en administratieve problemen heeft en dat het bedrijf geen betrouwbare financiële informatie kan overleggen aan de ACM. Daarom treedt de ACM hier tegen op.

Manon Leijten, bestuurslid van de ACM: “Energieleverancier Kikker staat al flinke tijd onder verscherpt toezicht van de ACM. Nadat het bedrijf vorig jaar de financiële problemen had opgelost, moeten we helaas vaststellen dat Kikker niet voldoet aan de financiële kwaliteitsnormen. Daarom moet Kikker nu orde op zaken te stellen.”

Alle energieleveranciers die gas en/of elektriciteit leveren aan huishoudens en andere kleinverbruikers moeten een vergunning hebben van de ACM. De ACM toetst of leveranciers blijvend voldoen aan alle vergunningsvoorwaarden. Als een bedrijf niet voldoet kan de ACM de vergunning in een uiterst geval intrekken. Klanten hoeven zich geen zorgen te maken over de levering van gas en/of elektriciteit. Als een leverancier de vergunning kwijt raakt start de ACM een speciale noodprocedure op die er voor zorgt dat klanten gas en/of elektriciteit blijven ontvangen.

Kikker Energie heeft verklaard dat zij erkent dat zij als vergunninghouder blijvend dient te voldoen aan de vergunningsvoorschriften. Kikker betwist dat er sprake is van een overtreding en daartegen loopt nog een beroepsprocedure bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Niettemin heeft Kikker aan de ACM toegezegd de nodige maatregelen te zullen nemen.

Elektrische TaxiBot maakt eerste ritten op Schiphol

Schiphol zet een volgende stap naar duurzamer en schoner taxiën. Sinds deze maand gebruikt de luchthaven samen met easyJet, Airbus en Menzies de eerste elektrische TaxiBot ter wereld. Wanneer de Polderbaan in gebruik is, brengt deze Airbus A320‑toestellen vanaf de gate naar de startbaan. De elektrische TaxiBot is een uitbreiding op de twee hybride TaxiBots die sinds 2022 Boeing 737-toestellen van KLM naar de Polderbaan brengen. 

Schiphol zet de TaxiBot in op de Polderbaan omdat dit de baan is met de langste taxitijd. Daardoor kan de potentiële brandstofbesparing oplopen tot 65 procent. Minder kerosineverbruik betekent minder uitstoot van CO₂, stikstofoxiden (NOx) en (ultra)fijnstof. Die reductie is belangrijk voor het milieu en vooral beter voor de medewerkers in de grondoperatie. Minder uitstoot zorgt voor schonere lucht en minder geluid op het platform wat direct bijdraagt aan een veiligere, gezondere en fijnere werkplek.   

De TaxiBot, van leverancier Smart Airport Systems, is een speciale trekker dat vliegtuigen met snelheden tot maximaal 23 knopen (42 km/u) van de gate naar de startbaan kan brengen. De piloot bestuurt de TaxiBot vanuit de cockpit en start de vliegtuigmotoren pas vlak voor vertrek op de startbaan. In de TaxiBot zit een medewerker die het voertuig na het loskoppelen terugrijdt naar de gate voor de volgende vlucht.

Schiphol beschikt momenteel over de enige elektrische TaxiBot ter wereld en gebruikt deze om praktijkervaring op te doen. Later dit jaar volgen er naar verwachting nog drie elektrische TaxiBots. Daarmee kan de inzet worden uitgebreid naar meer vliegtuigtypes. Schiphol werkt hiervoor aan de certificering met KLM Cityhopper voor de Embraer‑toestellen. Ook Transavia sluit binnenkort aan met haar Boeing 737‑vloot. 

Succesvolle taxitest met waterstofvliegtuig AeroDelft op Rotterdam The Hague Airport

Een primeur voor het Delftse studententeam AeroDelft en hun partners. Zij voerden de allereerste taxitests uit met een waterstofvliegtuig op een operationele luchthaven in Nederland. De grondtests op Rotterdam The Hague Airport, waaronder het tanken, tests met het voortstuwingssysteem van het vliegtuig en de eerste taxirit, leveren essentiële ervaring op voor het realiseren van de waterstofinfrastructuur op luchthavens en natuurlijk ook voor de waterstoftechnologie die AeroDelft toepast in hun vliegtuig. Teammanager AeroDelft Isha Moharir: “We willen aantonen dat vliegen op waterstof werkt en dat het veilig kan in de lucht en op de luchthaven.” 

Het Delftse studententeam, AeroDelft, ontwerpt en bouwt een 1-persoonsvliegtuig op vloeibare waterstof. Afgelopen week bereikten zij een belangrijke mijlpaal: zij hebben met succes hun waterstofvliegtuig getest op Rotterdam The Hague Airport. Teammanager Isha Moharir: “We hebben verschillende grondtests gedaan met gasvormig waterstof, zo hebben we waterstof kunnen tanken op de luchthaven, hebben we tests kunnen doen met het aandrijfsysteem van ons vliegtuig en hebben we voor het eerst op een operationele luchthaven kunnen taxiën met het toestel.” De grondtests zijn een onderdeel van een breder project met partners Rotterdam The Hague Airport, Air Products, TU Delft, gecoördineerd door de stichting Rotterdam The Hague Innovation Airport, gericht op het opzetten en testen van een waterstofwaardeketen op de luchthaven.

De tests zijn een essentiële en logische stap om vliegen op waterstof te ontwikkelen. Moharir: “We hebben een stapsgewijze aanpak. We hebben al meerdere tests gedaan. Eerst vooral gericht op de verschillende deelsystemen. Vorig jaar hebben we met succes onze hele aandrijflijn kunnen testen op vloeibare waterstof in een laboratoriumopstelling. Nu hebben we het aandrijfsysteem kunnen testen in een echt vliegtuig op een echte luchthaven. Dat hebben we gedaan met gasvormig waterstof, omdat die technologie op dit moment beter ontwikkeld is.” 

Testen op een echte en operationele luchthaven levert bovendien ontzettend waardevolle kennis op over veiligheid. Samen met partners, waaronder onderzoekstestpiloten Alexander in ’t Veld en Hans Mulder en hun team van het TU Delft Flight Test Laboratory, gestationeerd op RTHA onder de naam Fieldlab Next Aviation, heeft het team risicoanalyses gemaakt en een operationeel taxitestplan geschreven, zodat het team de tests veilig kan uitvoeren op de luchthaven. Moharir: “We doen geen enkele concessie op veiligheid."

dinsdag 26 mei 2026

Brandweerkazerne Zeist verlaagt gasverbruik met 90 procent ondanks vol stroomnet


Terwijl ruim 14.000 Nederlandse bedrijven wachten op een zwaardere stroomaansluiting, heeft een brandweerkazerne in Zeist het gasverbruik met 90 procent teruggebracht zonder uitbreiding van het elektriciteitsnet. De praktijkcase van technisch dienstverlener Unica Building Services en Tibo Energy won daarmee deze week de Netcongestie Innovatie Competitie MKB 2026 tijdens de Nationale Netcongestie Dag in Arnhem. De vakjury bestond uit experts uit netbeheer, wetenschap en het bedrijfsleven, waaronder Alliander, VNO-NCW en de TU Eindhoven.

Bij de beoordeling keek de jury niet alleen naar techniek en schaalbaarheid, maar vooral naar de vraag hoe ondernemers hun bestaande netaansluiting slimmer kunnen benutten zonder extra complexiteit. Volgens de jury onderscheidt de oplossing van Unica en Tibo zich door de brede toepasbaarheid van het energiemanagementsysteem en de manier waarop actuele prijssignalen iedere vijf minuten automatisch worden vertaald naar keuzes in het energieverbruik. Daardoor kunnen piekbelastingen beter worden gespreid en ontstaat meer ruimte op het bestaande stroomnet.

De oplossing wordt toegepast bij de brandweerkazerne in Zeist, waar technisch dienstverlener Unica warmtepompen, zonnepanelen, batterijopslag en laadpalen realtime op elkaar afstemt. De locatie ligt in de provincie Utrecht, waar vanaf juli in grote delen een tijdelijke aansluitstop geldt door netcongestie. “Steeds vaker lopen projecten vast omdat de aansluiting niet verzwaard kan worden,” zegt Edwin Koers van Unica. “Wat veel gebouwbeheerders niet doorhebben is dat hun gebouw qua warmteopslag eigenlijk een soort batterij is. Wanneer een warmtepomp het gebouw warm stookt wanneer de energie goedkoop is, dan wordt die warmte opgeslagen in de muren en vloeren. Op het moment dat het stroomnet vol is, kunnen zij de warmtepomp gewoon terugschalen. De opgeslagen warmte blijft nog uren in het gebouw aanwezig, net zoals een telefoon niet leeg is zodra je hem ontkoppelt na het laden. In Zeist hebben we zo het gasverbruik met 90 procent weten terug te brengen zonder netverzwaring.”

Volgens Tibo Energy laat de case in Zeist zien dat veel bestaande gebouwen nog ruimte hebben binnen hun huidige aansluiting. Dat is relevant op een moment waarop steeds meer regio’s, waaronder Utrecht, Gelderland en recent ook delen van Eindhoven, te maken hebben met een aansluitstop door netcongestie. “De bestaande netaansluiting wordt het grootste deel van de tijd niet volledig benut,” zegt Remco Eikhout, CEO van Tibo Energy. “Door installaties slimmer op elkaar af te stemmen, ontstaat binnen bestaande capaciteit vaak meer ruimte dan gedacht. Bij de brandweerkazerne in Zeist hebben we laten zien dat verduurzaming ook in regio’s met een aansluitstop nog steeds mogelijk is, zonder dat direct een zwaardere aansluiting nodig is.”

Waterstofpoeder als oplossing voor netcongestie

Een Nederlandse startup ziet veel potentie in waterstofpoeder als oplossing voor de groeiende problemen op het elektriciteitsnet. Door waterstof in poedervorm op te slaan en te vervoeren, zou energie eenvoudiger en veiliger getransporteerd kunnen worden dan met traditionele waterstofopslag.

De technologie richt zich vooral op netcongestie: situaties waarbij het stroomnet overbelast raakt doordat vraag en aanbod van elektriciteit niet meer goed in balans zijn. In Nederland vormt dat een steeds groter probleem, waardoor bedrijven en nieuwbouwprojecten regelmatig moeten wachten op een aansluiting.  

De startup gebruikt een methode waarbij waterstof chemisch wordt gebonden aan een metaalpoeder. Daardoor ontstaat een vaste stof die makkelijker te vervoeren en op te slaan is dan gasvormige waterstof. Op de plek waar energie nodig is, kan de waterstof vervolgens weer uit het poeder worden vrijgemaakt.

Volgens de ontwikkelaars biedt dat meerdere voordelen. Het transport zou veiliger zijn, omdat er minder hoge druk nodig is dan bij traditionele waterstoftanks. Daarnaast kan energie lokaal worden opgeslagen en later worden ingezet wanneer het elektriciteitsnet onvoldoende capaciteit heeft.

De technologie kan vooral interessant zijn voor bedrijven, industriegebieden en energiehubs die kampen met beperkte netcapaciteit. Nederland onderzoekt momenteel verschillende decentrale oplossingen voor netcongestie, zoals batterijen, lokale energienetwerken en waterstofsystemen.  

Tegelijkertijd bestaat er discussie over de rol van waterstof in de energietransitie. Voorstanders zien het als een belangrijke manier om duurzame energie langdurig op te slaan en zware industrie te verduurzamen. Critici wijzen juist op energieverlies tijdens de omzetting en opslag van waterstof en vinden batterijen in veel situaties efficiënter. Die discussie leeft ook sterk binnen online communities en energiesectoren.  

Een nieuwe windturbine om Tubeke en het bedrijf Van Mieghem Logistics van groene stroom te voorzien

Luminus organiseerde onlangs een infosessie over zijn windturbineproject inTubeke. De geplande windturbine, met een vermogen van 4,2 MW, zal worden gebouwd op de site van Van Mieghem Logistics, gelegen op het bedrijvenpark van Saintes, en zal het bedrijf van groene, koolstofvrije stroom voorzien en volledig instaan voor hun energiebehoeften.

Tijdens de bijeenkomst werden de betrokkenen geïnformeerd over de gebruikelijke procedure en de geplande milieu-effectenstudie. Dit onderzoek wordt door een onafhankelijk studiebureau uitgevoerd en houdt rekening met de opmerkingen van buurtbewoners. De resultaten worden beschikbaar gesteld voor het publiek en de betrokken partijen.
​​
​Luminus beschikt reeds sinds 2022 over een vergunning voor een windturbine van 3 MW, maar wil meer groene stroom produceren door een verhoging van het vermogen tot 4,2 MW aan te vragen. De verwachte jaarlijkse productie bedraagt ongeveer 8.000 MWh, wat overeenkomt met het elektriciteitsverbruik van zo’n 2.300 gezinnen.

Dit zal een besparing opleveren van 1.168 ton CO₂-equivalent per jaar in vergelijking met de gemiddelde uitstoot van de Belgische elektriciteitsmix. Het project draagt zo bij aan de klimaatdoelstellingen van Wallonië, dat tegen 2030 mikt op een jaarlijkse windenergieproductie van 6.200 GWh, en versterkt tegelijk de energiesoevereiniteit van ons land.

vrijdag 22 mei 2026

Gasunie, Open Grid Europe en Thyssengas tekenen overeenkomst voor waterstofcorridor tussen Nederland en Duitsland

Woensdagmiddag 20 mei hebben Gasunie en de Duitse netbeheerders Open Grid Europe en Thyssengas een overeenkomst ondertekend om gezamenlijk een grensoverschrijdende waterstofverbinding tussen Nederland en Duitsland te ontwikkelen. De twee nationale waterstofnetwerken worden met elkaar verbonden, hierbij wordt waar mogelijk gebruikgemaakt van bestaande aardgasleidingen die worden omgebouwd voor waterstoftransport. De bedrijven streven naar realisatie van de verbinding rond 2031. Voor Gasunie is dit de vierde overeenkomst voor grensoverschrijdende verbindingen met Duitsland en België.

De ondertekening vond plaats in het bijzijn van minister Stientje van Veldhoven van Klimaat en Groene Groei tijdens de Hydrogen Milestone Ceremony in Rotterdam; de viering van de oplevering van Gasunie’s eerste deel van het Nederlandse waterstofnetwerk. Het tekenen van de overeenkomst onderstreept de gezamenlijke ambitie om de grootschalige waterstofinfrastructuur in Noordwest‑Europa van meet af aan internationaal te ontwikkelen. De overeenkomst werd ondertekend door Hans Coenen, COO van Gasunie, Thomas Hüwener, CEO van Open Grid Europe, en dr. Stefanie Kesting, CEO van Thyssengas.

Het grenspunt Zevenaar-Elten is de strategische schakel die de Duitse industrie en chemische sector verbindt met productie-, opslag- en importfaciliteiten voor waterstof in Nederland. In de eerste fase voorziet de overeenkomst in de aansluiting van het Rijn-Roergebied, gevolgd door een tweede fase waarin ook zuidelijke locaties, waaronder Ludwigshafen, worden verbonden. De Delta Rhine Corridor speelt in dit verband een centrale rol en vormt de Nederlandse route tussen de Rotterdamse haven en het Duitse achterland.

Tijdens de Hydrogen Milestone Ceremony, die plaatsvond in de week van de World Hydrogen Summit, werd zichtbaar dat de energietransitie zich in een nieuwe fase bevindt: van ambitie naar realisatie. Met de realisatie van het eerste deel van het waterstofnetwerk in Rotterdam en de overeenkomsten voor grensoverschrijdende waterstofcorridors wordt de basis gelegd voor verdere nationale en Europese verbindingen. Een Europees waterstofsysteem is essentieel voor het versterken van de energiezekerheid, het verduurzamen van de Europese industrie en het realiseren van een robuust en toekomstbestendig energiesysteem.

Nederland werkt verder aan uitvoering Europese richtlijn voor energiezuinige gebouwen

De verduurzaming van de gebouwde omgeving is een prioriteit van het kabinet. Dit is nodig om de energierekening betaalbaar te houden, de afhankelijkheid van andere landen te verkleinen en om klimaatdoelen te halen. Goed geïsoleerde en geventileerde gebouwen bieden bovendien voordelen voor de gezondheid van de mensen die er wonen en werken.

De 4e versie van de Europese richtlijn voor de energieprestatie van gebouwen (EPBD IV) vormt het fundament om zowel nieuwe als bestaande gebouwen energiezuiniger en uiteindelijk emissievrij te maken. Vandaag informeerde minister Elanor Boekholt-O'Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening de Tweede Kamer over de stand van zaken van de uitvoering van deze richtlijn.

Er moet nog veel gebeuren om alle gebouwen in Nederland energiezuiniger en emissievrij te maken. Bijna alle gebouweigenaren, gebruikers en bewoners gaan hier komende jaren mee te maken krijgen. Om meer hulp en ondersteuning te bieden, kunnen zij straks op 1 plek terecht voor het verduurzamen van hun woning of gebouw: het Energiehuis. Dit nieuwe concept bouwt voort op bestaande initiatieven, zoals gemeentelijke energieloketten en verbeterjehuis.nl. Het Energiehuis verbindt straks het huidige aanbod van online en fysieke dienstverlening. Zo ontstaat komende jaren 1 herkenbaar startpunt met duidelijke informatie en ondersteuning.

Daarnaast werken we aan de invoering van een renovatiepaspoort. Dat gaat gebouweigenaren helpen om hun gebouw stap voor stap emissievrij te maken. In Nederland wordt het renovatiepaspoort gekoppeld aan het bestaande maatwerkadvies van een energieprestatieadviseur. Hiermee is het in feite een maatwerkadvies, waarbij de aanbevelingen voldoen aan de eisen van een emissievrij gebouw. Het renovatiepaspoort wordt geregistreerd in de bestaande, landelijke database waarin de energielabels van gebouwen zijn opgenomen.

Voor veel doelgroepen bestaan al regelingen en leningen om energiebesparende maatregelen in een woning of gebouw te financieren. Dat aanbod is soms lastig te overzien. Daarom werken we nu uit hoe het aanbod beter op elkaar kan aansluiten, zodat de uitvoering eenvoudiger wordt. Ook is het belangrijk dat deze ondersteuning de komende jaren duidelijk en stabiel blijft, zodat mensen die willen verduurzamen hierop kunnen vertrouwen en sneller de juiste hulp vinden.

In de EPBD IV is afgesproken dat elke lidstaat een nationaal plan voor de renovatie van gebouwen opstelt. Dit National Building Renovation Plan (NBRP) laat zien hoe Nederland toewerkt naar een emissievrije en energiezuinige gebouwde omgeving in 2050. Het plan bevat ook tussendoelen voor 2030 en 2040. Het concept wordt binnenkort ter consultatie voorgelegd. Nederland dient de definitieve versie uiterlijk eind december 2026 in bij de Europese Commissie.

De EPBD IV verplicht lidstaten een norm vast te stellen voor bestaande gebouwen die toewerken naar een emissievrij gebouw. Voor woningen gebruikt Nederland de standaard voor woningisolatie als belangrijke basis. Dit is een vrijwillige norm die laat zien wanneer een woning goed genoeg is geïsoleerd voor een duurzame manier van verwarmen, zoals een warmtepomp. Of een woning hieraan voldoet staat op het energielabel. De isolatiestandaard is geëvalueerd. De resultaten worden gebruikt bij het vaststellen van de norm van een emissievrij gebouw.

De EPBD IV wordt in tranches ingevoerd. De planning sluit aan op de Europese deadline van 29 mei 2026 en op de momenten waarop de verschillende verplichtingen gaan gelden. Door deze aanpak is er per onderdeel voldoende tijd om uit te werken wat de nieuwe regels precies betekenen en om zorgvuldige keuzes te maken. Ook kunnen de wijzigingen zo op tijd worden vastgelegd in onder andere het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en de Omgevingsregeling (Or). 

donderdag 21 mei 2026

Zuid-Holland versnelt waterstofinnovatie met nieuwe samenwerking LAUNCH2

Tijdens de World HydrogenSummit in Rotterdam is het nieuwe samenwerkingsverband LAUNCH2 officieel gestart. Binnen deze samenwerking bundelen overheden, kennisinstellingen en partners uit de regio hun krachten om waterstofinnovatie sneller mogelijk te maken.De provincie Zuid-Holland werkt hierin samen met onder andere Havenbedrijf Rotterdam, de gemeenten Rotterdam en Schiedam, InnovationQuarter, TU Delft, TNO en Smart Delta Drechtsteden.

Waterstof speelt een belangrijke rol in de overgang naar een duurzamere economie. Vooral voor de haven, industrie en het zware transport biedt waterstof kansen om minder CO2 uit te stoten. Tegelijk zorgt het voor innovatie, nieuwe bedrijvigheid en werkgelegenheid in de regio.

Arne Weverling, gedeputeerde o.a. haven en industrie: “Zuid-Holland heeft alles in huis om koploper te zijn in waterstofinnovatie. Met LAUNCH₂ brengen we partijen echt bij elkaar, zodat veelbelovende ideeën niet blijven hangen in losse projecten, maar kunnen doorgroeien naar grootschalige toepassingen. Zo pakken we knelpunten in samenwerking, infrastructuur en afstemming aan en versnellen we samen de hele waterstofketen.”

Veel waterstofprojecten lopen in de praktijk nog tegen uitdagingen aan. Bijvoorbeeld op het gebied van infrastructuur, regelgeving, financiering of samenwerking tussen partijen. Met LAUNCH2 werken overheden en kennisinstellingen beter samen om bedrijven sneller vooruit te helpen bij waterstofinnovatie. Bedrijven krijgen daardoor makkelijker toegang tot kennis, partners, infrastructuur en mogelijkheden om innovaties te testen en op te schalen.

LAUNCH2 is geen nieuwe organisatie of nieuw loket. Het samenwerkingsverband bouwt juist voort op bestaande initiatieven in de regio en wil zorgen voor meer samenhang en versnelling. Met de samenwerking wil Zuid-Holland bijdragen aan een sterke en toekomstbestendige economie. Daarnaast helpt het om de regio internationaal verder te versterken als belangrijke waterstofregio in Europa.

Onderzoek onder 1.365 huishoudens: meeste verkochte thuisbatterijen zijn fors te groot

Een thuisbatterij van 15 kWh kost ongeveer drie keer zoveel als een batterij van 5 kWh, maar bespaart per geïnvesteerde euro drie keer zo weinig. Dat blijkt uit een onafhankelijk onderzoek van het kennisplatform jeroen.nl onder 1.365 Nederlandse huishoudens. De analyse op kwartierniveau toont aan dat de meeste batterijen die op dit moment in Nederland worden verkocht, fors groter zijn dan nodig.

De cijfers zijn eenduidig. Een batterij van 5 kWh tilt de zelfconsumptie van een gemiddeld huishouden met zonnepanelen van 36% naar 58%. Een batterij van 7 kWh komt uit op 61%. Een batterij van 15 kWh blijft hangen op 66%. Voor die laatste paar procent betaal je dus dubbel.
Verkopers spelen in op onzekerheid en onwetendheid

De markt voor thuisbatterijen is hard gegroeid sinds de Tweede Kamer instemde met versnelde afschaffing van de salderingsregeling. Verkopers spelen in op de onzekerheid en onwetendheid van consumenten. Adviezen van 10 tot 20 kWh zijn eerder regel dan uitzondering. Prijskaartjes van 5.000 tot 10.000 euro horen daarbij. De data van jeroen.nl laten zien dat dit voor de overgrote meerderheid van de Nederlandse huishoudens een wanverhouding is tussen investering en opbrengst.
ROI per geïnvesteerde euro (uit onderzoek)

"Je hebt dus waarschijnlijk een veel kleinere thuisaccu nodig dan verkopers je willen laten geloven", stelt Jeroen Bakker, oprichter van Jeroen.nl. "De data liegen daar niet over. Ik schrijf het al jaren: cowboys in deze markt verkopen graag groot, want groot levert hun een fijne marge op. Dat is hun goed recht. Maar dan moeten consumenten wel weten dat het ook anders kan."

Op jeroen.nl kunnen consumenten gratis hun eigen stroomprofiel laten doorrekenen. De stroomanalyse berekent op kwartierniveau wat de optimale batterijcapaciteit is voor hún situatie. Inmiddels deden meer dan 22.000 Nederlanders mee.

Subsidie voor inductiekoken blijft liggen

Hoewel steeds meer Nederlanders overstappen op inductiekoken, kijkt slechts een klein deel naar beschikbare subsidies. Uit onderzoek van keuken- en witgoed specialist Bemmel & Kroon onder 1.345 Nederlanders met een inductie kookplaat blijkt dat 96% geen subsidiemogelijkheden heeft bekeken bij de overstap naar inductie. De belangrijkste reden: onbekendheid met de regelingen.

De overstap naar inductiekoken gebeurt in de meeste gevallen niet vanuit een bewuste keuze voor duurzaamheid, maar op een logisch moment. Bijvoorbeeld bij een verhuizing, verbouwing of wanneer een fornuis vervangen moet worden.

Uit het onderzoek blijkt dan ook dat een nieuwe keuken of verbouwing (24%) de belangrijkste aanleiding is, gevolgd door duurzamer willen koken (18%) en voorbereiden op gasloos wonen (14%).
Subsidie blijft vaak buiten beeld

Ondanks dat er in sommige gevallen financiële ondersteuning beschikbaar is, blijkt dat deze in de praktijk nauwelijks wordt benut. Slechts 4% van de Nederlanders geeft aan gebruik te hebben gemaakt van een subsidieregeling bij het overstappen naar inductie.

Onder de groep die geen subsidie heeft aangevraagd, geeft 78% aan niet op de hoogte te zijn van de mogelijkheden. Andere redenen zijn dat subsidie niet beschikbaar was in de eigen gemeente (9%) of dat men dacht er geen recht op te hebben (7%).

Voor huishoudens die wél subsidie aanvragen, kunnen de bedragen oplopen tot enkele honderden euro’s. De meest voorkomende vergoedingen liggen tussen de €250 en €500, afhankelijk van de gemeente of situatie. Tegelijkertijd is het voor veel mensen onduidelijk of zij geld laten liggen, of dat zij simpelweg niet in aanmerking komen voor een regeling.

Naast de landelijke Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE), die in specifieke situaties kan oplopen tot circa 400 euro, verschillen subsidies sterk per gemeente.
Lokale regelingen zijn vaak gekoppeld aan grotere verduurzamingsprojecten, zoals aardgasvrije wijken of aansluiting op een warmtenet. Hierdoor zijn ze niet altijd direct zichtbaar of toegankelijk voor iedereen.

Uit een inventarisatie onder provinciehoofdsteden blijkt dat er nergens in deze gemeenten een algemeen toegankelijke, specifieke subsidie is die direct gericht is op inductiekoken. In plaats daarvan zijn regelingen vaak onderdeel van bredere trajecten.

woensdag 20 mei 2026

Koning Willem‑Alexander en minister Van Veldhoven openen eerste deel van het landelijke waterstofnetwerk

Zijne Majesteit de Koning heeft woensdagmiddag 20 mei in Rotterdam het eerste deel van het landelijke waterstofnetwerk symbolisch geactiveerd. Dat deed hij samen met minister Stientje van Veldhoven van Klimaat en Groene Groei en Gasunie CEO Willemien Terpstra tijdens de officiële oplevering van het eerste traject in het Rotterdamse havengebied: een 32 kilometer lange pijpleiding tussen de Maasvlakte en Pernis. Met deze oplevering is een belangrijke mijlpaal bereikt in de ontwikkeling van een Nederlandse en Europese waterstofinfrastructuur. 

De aanleg van het landelijke waterstofnetwerk is gestart in oktober 2023. Met de oplevering van dit eerste traject kan waterstof worden getransporteerd van productielocaties op de Maasvlakte naar de industrie. De komende jaren wordt het netwerk verder uitgebreid naar. de grote industriële regio’s in Nederland en verbonden met opslaglocaties en netwerken in Duitsland en België.

De oplevering van het eerste deel in Rotterdam markeert een belangrijke stap om de industrie met behoud van concurrentiekracht te laten verduurzamen. Met de Rotterdamse haven als Europees energieknooppunt en de strategische Delta Rhine Corridor verbinding kan waterstof en CO2 tussen Nederland en Duitsland worden getransporteerd. Deze infrastructuur vormt daarmee een belangrijke bouwsteen voor een geïntegreerd Europees energiesysteem. In dat systeem versterken waterstof, CO₂, aardgas, warmte en windenergie samen de strategische autonomie en het economische verdienvermogen van Nederland en Noordwest‑Europa.

Het landelijke waterstofnetwerk zal uiteindelijk circa 1.200 kilometer beslaan en maakt voor een groot deel gebruik van bestaande aardgasleidingen. Daarmee vormt het netwerk een essentiële randvoorwaarde voor de ontwikkeling van een goed functionerende waterstofmarkt en voor de verduurzaming van de industrie. Inmiddels is ook de eerste waterstoffabriek aangesloten op het netwerk. Naar verwachting zullen de komende jaren meer productie- en importlocaties en industriële afnemers op het Rotterdamse netwerk worden aangesloten.

De ontwikkeling van waterstofinfrastructuur vraagt om nauwe samenwerking over grenzen heen. Grensoverschrijdende netwerken zijn cruciaal om vraag en aanbod van waterstof in Noordwest‑Europa met elkaar te verbinden en om industrie perspectief te bieden op schaal, leveringszekerheid en betaalbaarheid. In dat kader ondertekenden Gasunie, Thyssengas en Open Grid Europe tijdens de bijeenkomst in Rotterdam een overeenkomst om gezamenlijk een grensoverschrijdende waterstofverbinding tussen Nederland en Duitsland te ontwikkelen. Met de overeenkomst is een volgende stap gezet in de ontwikkeling van een grensoverschrijdende waterstofverbinding tussen Nederland en Duitsland.

Waterstofnetwerk Oost-Nederland weer een stap verder

In Nederland wordt stap voor stap een landelijk waterstofnetwerk aangelegd. Dit netwerk is nodig om de industrie te verduurzamen. Waterstof zorgt voor minder uitstoot van CO₂ en maakt Nederland minder afhankelijk van energie uit het buitenland.

Een onderdeel van dit landelijke netwerk is Waterstofnetwerk Oost‑Nederland. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en Hynetwork (een 100% dochter van Gasunie) willen bestaande aardgasleidingen ombouwen voor het vervoer van waterstof. Het gaat om leidingen tussen Ommen en Boxtel en tussen Ommen en Angerlo. Deze leiding loopt ook door de gemeente Zutphen.

In 2025 kon iedereen meedenken over de eerste plannen en het voorstel voor het onderzoeksplan. Bewoners, grondeigenaren, overheden en andere betrokkenen gaven reacties en wensen mee. Deze zijn gebruikt om een definitief onderzoeksplan te maken.

Dit onderzoeksplan is nu openbaar en kunt u vinden op de website van RVO: www.rvo.nl/waterstofnetwerk-on. In het plan staat welke onderzoeken de komende jaren worden gedaan, bijvoorbeeld naar veiligheid, milieu en de omgeving.

De bestaande aardgasleidingen worden geschikt gemaakt voor waterstof. Zo hoeft er op geen nieuwe leiding te worden aangelegd. 

Na het onderzoeksplan wordt gestart met de onderzoeken in de regio. Denk aan bureau- en veldonderzoeken bijvoorbeeld bodem of natuur. Dit gebeurt stap voor stap en vaak verspreid over een langere periode. De resultaten van de onderzoeken vormen de basis voor verdere besluitvorming in het project. Als alles volgens planning verloopt, verwachten het ministerie en Hynetwork dat de leiding rond 2031 in gebruik kan worden genomen voor waterstof.

Plastic afval wordt mogelijk nieuwe bron van schone brandstof dankzij zonlicht

Onderzoekers hebben een techniek ontwikkeld waarmee plastic afval met behulp van zonlicht kan worden omgezet in brandstoffen zoals waterstof, syngas en andere waardevolle chemische stoffen. Daarmee kan plastic volgens wetenschappers veranderen van milieuprobleem in een potentiële energiebron.  

Wereldwijd wordt jaarlijks meer dan 460 miljoen ton plastic geproduceerd, waarvan een groot deel eindigt op stortplaatsen of in het milieu. Tegelijk groeit de vraag naar duurzame alternatieven voor fossiele brandstoffen. Volgens onderzoekers van de University of Adelaide biedt de nieuwe methode een oplossing voor beide problemen.  

De techniek maakt gebruik van zogeheten fotokatalysatoren die zonlicht opvangen en de lange polymeerketens in plastic afbreken. Daarbij komen onder meer waterstof, organische zuren en zelfs dieselachtige stoffen vrij. In sommige experimenten bleef het systeem meer dan 100 uur stabiel draaien.  

Toch zijn er nog uitdagingen voordat de technologie op grote schaal kan worden ingezet. Plastic afval bestaat uit veel verschillende soorten materialen en additieven, wat verwerking lastig maakt. Ook moeten de katalysatoren efficiënter en goedkoper worden om commerciële toepassing haalbaar te maken.  

De onderzoekers zien de technologie vooral als een stap richting een circulaire economie, waarin plastic niet langer wordt weggegooid, maar opnieuw wordt ingezet als grondstof voor energie en chemische producten.

dinsdag 19 mei 2026

IEA: zonne-energie en opslag schuiven door naar hart van het energiesysteem

Zonne-energie en batterijopslag zijn in 2025 opnieuw sneller gegroeid dan welke andere elektriciteitstechnologie ook. Dat blijkt uit de nieuwe Global Energy Review 2026 van het Internationaal Energieagentschap (IEA). Wereldwijd kwam er ruim 600 GW zonne-energie bij en bijna 110 GW batterijopslag. Daarmee bevestigt het IEA wat in de Nederlandse praktijk steeds zichtbaarder wordt: de volgende stap is niet alleen méér zon, maar vooral beter geïntegreerde zon.

“De cijfers van het IEA maken duidelijk dat de volgende fase van de energietransitie niet alleen draait om meer zonnepanelen, maar om betere inpassing. We vragen de overheid hierop te handelen: netten sneller uitbreiden, belemmeringen voor opslag wegnemen en zorgen dat lokaal opgewekte zonnestroom slimmer kan worden gebruikt. Dáár wordt bepaald of zonne-energie in Nederland echt kan blijven doorgroeien", aldus Nold Jaeger, Directeur Beleid Holland Solar.

Volgens het IEA was zonne-energie in 2025 opnieuw de grootste bron van groei in de mondiale energiesector. Ook in de elektriciteitsproductie was zon de sterkste stijger: de wereldwijde zonnestroomproductie nam met 600 TWh toe, de grootste jaarlijkse stijging ooit voor een enkele bron buiten hersteljaren na crises.

Dat maakt duidelijk dat zonne-energie wereldwijd definitief is doorgeschoven van aanvullende techniek naar dragende kracht in het elektriciteitssysteem.

Minstens zo relevant is de groei van batterijopslag. Het IEA noemt opslag in 2025 de snelst groeiende technologie in de elektriciteitssector. Wereldwijd kwam er bijna 110 GW bij, ongeveer 40% meer dan een jaar eerder.

Dat is ook voor Nederland een belangrijk signaal. Want hoe groter de rol van zon in het energiesysteem, hoe belangrijker opslag, sturing en slim gebruik van elektriciteit worden.

Juist daarin zit de relevantie van dit rapport voor Holland Solar. De cijfers laten zien dat de volgende fase van de energietransitie niet alleen gaat over meer zonnepanelen, maar ook over systeemintegratie. In de Europese Unie produceerden zon en wind in 2025 voor het eerst meer elektriciteit dan fossiele bronnen. Tegelijk laat het rapport zien dat weersomstandigheden en schommelingen in aanbod direct doorwerken in het hele systeem. Voor Nederland raakt dat direct aan de praktijk van netcongestie, opslag, energiemanagement en de koppeling tussen opwek en lokaal gebruik.

Voor Nederland is de boodschap helder: zonne-energie groeit door, maar de waarde ervan wordt steeds sterker bepaald door de manier waarop die productie wordt gecombineerd met opslag, flexibiliteit en slim stroomgebruik. Daarmee bevestigt het IEA wat in de Nederlandse praktijk steeds zichtbaarder wordt: de volgende stap is niet alleen méér zon, maar vooral beter geïntegreerde zon.

Ember: goedkope batterijen bepalen tempo van zonne-energiemarkt

Zonne-energie was in 2025 wereldwijd opnieuw de belangrijkste motor achter de groei van nieuwe elektriciteitsproductie. Volgens de Global Electricity Review 2026 van Ember leverde zon maar liefst driekwart van de wereldwijde groei in elektriciteitsvraag, meer dan alle andere bronnen samen. Daarmee bevestigt zonne-energie haar centrale rol in de energietransitie. 

Ook in Europa, en in Nederland, is zonne-energie uitgegroeid tot een dominante productiefactor. In piekmaanden wordt midden op de dag al een groot deel van de elektriciteitsvraag door zon gedekt. Dat succes brengt echter nieuwe systeemvragen met zich mee. 

2025 was weer een recordjaar voor de wereldwijde groei van zonne-energie, met een toename van 636 TWh aan productie, wat gelijk is aan het dubbele van de totale elektriciteitsvraag van het Verenigd Koninkrijk.  

Wereldwijde groei van zonne-energie in 2025 alleen al overschreed de elektriciteit die dat jaar geproduceerd had kunnen worden uit alle LNG-exporten via de Straat van Hormuz (81 miljoen ton, of ongeveer 550 TWh aan gasgestookte elektriciteit). De toename van zonne-energie in 2025 was 33% hoger dan in 2024 (+479 TWh) en bijna het dubbele van 2023 (+331 TWh). 

Zonne-energie vulde ruim 75% van de wereldwijde groei van de elektriciteitsvraag in 2025 in 
De toename van zonne-energieproductie in 2025 was de grootste stijging van alle elektriciteitsbronnen ooit, afgezien van het herstel van kolen na Covid-19 in 2021 
Vanaf 2025 wekken 50 landen meer dan een tiende van hun elektriciteit op uit zonne-energie, tegen slechts 15 landen in 2020. 
 
Ember constateert dat verdere groei van zonne-energie in volwassen elektriciteitssystemen zoals Nederland steeds minder wordt begrensd door techniek of kosten, en steeds meer door flexibiliteit. Zonder voldoende opslag en slimme inzet van vraag ontstaan negatieve prijzen, netcongestie en afschakeling van zonnestroom-installaties. 

Batterijopslag ontwikkelt zich daarbij razendsnel. In 2025 daalden de kosten van batterijen met bijna 45% en werd wereldwijd circa 250 GWh aan nieuwe opslagcapaciteit geïnstalleerd. In markten waar opslag actief wordt ingezet, helpt dit om zonnestroom ook in de avond en nacht beschikbaar te maken, het elektriciteitssysteem te ontlasten, en de energierekening te verlagen. 

Het rapport laat zien dat in markten als Nederland, waar zonne‑energie al systeemdominant is overdag, verdere groei van zonne-energie hand in hand moet gaan met opslag en flexibiliteit. Dat vraagt om gerichte beleidskeuzes: 

Vergunningverlening voor batterijen eenduidiger en simpeler wordt. Hiervoor heeft Holland Solar met verschillende partners al eerder een factsheet voor opgesteld. 

maandag 18 mei 2026

Afsluiting Straat van Hormuz onderstreept belang van windenergie voor Nederlandse energiezekerheid

De recente escalatie in het Midden-Oosten en de tijdelijke afsluiting van de Straat van Hormuz maakten opnieuw duidelijk hoe kwetsbaar het mondiale energiesysteem is. Via deze zeestraat verloopt normaal gesproken ongeveer 20% van de wereldwijde oliehandel en bijna 19% van het LNG-transport. De verstoring leidde in korte tijd tot prijsstijgingen en leveringsonzekerheid, ook in Europa. DMEC analyseerde de mogelijke gevolgen. Daaruit blijkt onder meer dat hoe groter het aandeel windenergie op land en op zee is, hoe kleiner de impact van internationale gasmarkten op Nederlandse elektriciteitsprijzen wordt.

Waar olie en gas afhankelijk zijn van internationale handelsroutes, pijpleidingen en verzekerbare zeevaart, geldt dat volgens de analyse van DMEC voor windenergie niet. Elektriciteit uit Nederlandse windparken wordt lokaal opgewekt en is niet gevoelig voor internationale blokkades of geopolitieke spanningen rond transportcorridors zoals Hormuz.

Volgens DMEC-functioneert hernieuwbare energie daardoor niet alleen als klimaatoplossing, maar ook als een vorm van structurele risicoreductie in het energiesysteem. Landen met een hoog aandeel hernieuwbare elektriciteit bleken tijdens de recente crisis minder gevoelig voor prijsschokken dan landen die sterk leunen op gas en olie-importen.

De studie laat tegelijkertijd zien dat ook landen met veel hernieuwbare opwek nog steeds geraakt kunnen worden door fossiele prijsschokken. In Europa blijft aardgas vaak de prijsvormende factor op de elektriciteitsmarkt. Dat was zichtbaar tijdens de Hormuz-crisis, waar gasprijzen snel opliepen en doorwerkten in de stroomprijzen.

Voor Nederland betekent dit dat verdere uitbreiding van windenergie essentieel is om het aantal uren waarin gas de elektriciteitsprijs bepaalt terug te dringen. Hoe groter het aandeel wind op land en zee, hoe kleiner de directe impact van internationale gasmarkten op Nederlandse elektriciteitsprijzen.

DMEC vergelijkt de kosten van noodmaatregelen, zoals strategische olievoorraden, LNG-noodcontracten en tijdelijke subsidies, met structurele investeringen in hernieuwbare energie. Volgens de studie vragen fossiele crises telkens om hoge, kortetermijnuitgaven, terwijl investeringen in hernieuwbare energie langdurige stabiliteit bieden.

Ook voor Nederland is dat relevant. Vertraging in de uitrol van windenergie vergroot de afhankelijkheid van dure LNG-importen en noodsteun bij toekomstige crises. Versnelling van windprojecten is daarmee niet alleen een klimaatkeuze, maar ook een economische.

De analyse benadrukt dat zowel wind op zee als wind op land een rol spelen. Offshore wind levert grote volumes elektriciteit en draagt bij aan Europese energieautonomie, maar vraagt ook om robuuste toeleveringsketens voor staal, aluminium en specialistische offshore infrastructuur, juist materialen die tijdens de Hormuz-crisis onder druk stonden.

Wind op land is sneller te realiseren, vergt minder complexe ketens en levert direct elektriciteit op plekken waar die wordt gebruikt. Daarmee kan wind op land op korte termijn bijdragen aan het verminderen van gasgebruik en het vergroten van de veerkracht van het Nederlandse energiesysteem.

De afsluiting van de Straat van Hormuz maakt volgens DMEC duidelijk dat energiezekerheid niet los kan worden gezien van de energietransitie. Elektrificatie en hernieuwbare opwek zijn geen langetermijnambities voor later, maar noodzakelijke voorwaarden om het energiesysteem bestand te maken tegen geopolitieke schokken.

Voor Nederland betekent dit dat duidelijke, stabiele randvoorwaarden nodig zijn voor de verdere uitrol van windenergie. Heldere normen, voorspelbaar beleid en tijdige investeringen in netinfrastructuur zijn essentieel om het energiesysteem minder kwetsbaar te maken voor internationale crises.

Arnhem Electricity Week: praat mee over oplossingen voor een vol stroomnet

Van maandag 18 mei tot en met zaterdag 23 mei 2026 staat Arnhem in het teken van energie en innovatie. Tijdens de Arnhem Electricity Week (AEW) komen ondernemers, onderzoekers, beleidsmakers en inwoners samen.

Er zijn meer dan 50 events en er worden duizenden bezoekers verwacht. De week draait om het versnellen van de energietransitie. Denk aan onderwerpen zoals netcongestie, elektrificatie, flexibiliteit en slimme energiesystemen.

Maandag 18 mei is de Nationale Netcongestie Dag. Dan komen ondernemers, experts en organisaties samen om oplossingen te bedenken voor een vol elektriciteitsnet. Op die dag vindt ook de prijsuitreiking van Netcongestie Innovatiecompetitie MKB plaats. Joris de Groot, CTO Alliander, is juryvoorzitter. 


Waddenhaven Vlieland viert warmte uit zout water

Op 9 mei werd de aquathermie-installatie (warmte uit water) in de haven van Vlieland officieel geopend op de havenkade. De installatie gaat het havengebouw, een nabijgelegen woning en mogelijk zelfs bedrijfspanden op het naastgelegen bedrijventerrein voorzien van warm water in het hoog- en laagseizoen. De aanleg is mede door een subsidie van Interreg North West Europe en met ondersteuning van de provincie Fryslân tot stand gekomen in het AquaCOM project.

Stichting Aanloophaven Vlieland is trotse eigenaar van de werkende installatie, het heeft enkele jaren geduurd, maar het resultaat mag er zijn volgens penningmeester van de stichting, Jeroen Buis: “Op Vlieland laten we zien dat lokaal opgewekte hernieuwbare energie ook lokaal benut kan worden. Betaalbaar én onafhankelijk van externe invloeden, als voorbeeld voor de regio en daarbuiten.” Met drie warmtewisselaars die in de haven hangen en hier warmte uit halen, plus vier opslagtanks en zonnepanelen op het dak wekt de installatie voldoende warmte en elektriciteit op om iedereen in het hoogseizoen van een warme douchebeurt te voorzien. 

Het energiesysteem wordt data gedreven aangestuurd en kan zichzelf verbeteren om de algehele prestaties te verbeteren. Dit doet het systeem op basis van meerdere datasets, onder andere weersvoorspellingen, de elektriciteitsmarkt, het aantal boten in de haven en verwachte aanloop. 

De installatie is een belangrijk voorbeeld voor andere initiatieven, niet alleen op het gebied van gasloos verwarmen, maar ook voor het verzachten van lokale netcongestie door data gedreven het energiesysteem te beheren. Het is dan ook zaak om het voorbeeld op Vlieland verder te brengen, dit is de rol van de provincie Fryslân volgens gedeputeerde Knol: “Na enkele tegenslagen moeten we ook de successen laten zien. Laat Vlieland een voorbeeld zijn voor anderen.” Met de hulp van programma’s zoals Interreg is het mogelijk om voorbeeldprojecten te ontwikkelen die een positieve beweging in werking zetten.

AquaCOM is een Europees project waarin 9 partners uit verschillende landen in Noordwest Europa aan meedoen, waaronder de Provinsje Fryslân en Stichting Aanloophaven Vlieland. Het project focust zich op de introductie van kleinschalige aquathermiesystemen door lokale energiegemeenschappen. Het resultaat is een handleiding voor lokale initiatieven waarin het bestuursmodel, financieel model en de technische aspecten worden uitgelicht. Daarnaast worden in de looptijd van AquaCOM verschillende trainingen en activiteiten georganiseerd zodat lokale initiatieven en overheden voldoende geëquipeerd zijn om te werken aan lokale aquathermiesystemen.

vrijdag 15 mei 2026

Stroomprijs is dit jaar al vijf keer vaker negatief dan in 2021

Het aantal uren waarin de stroomprijs in Nederland nul of negatief is, neemt jaar op jaar toe. In 2026 ligt het aantal negatieve stroomuren tot nu toe al ruim vijf keer hoger dan in 2021 over dezelfde periode. Dat blijkt uit een analyse van vergelijkingssite Overstappen.nl. Voor huishoudens met een dynamisch contract betekent dit dat ze voordelig of zelfs gratis stroom kunnen afnemen. Voor huishoudens met zonnepanelen bestaat de kans dat zij moeten betalen voor hun teruglevering.

De prijs van stroom verandert elk kwartier van de dag. Dat komt door vraag en aanbod. Schijnt de zon volop en waait het hard? Dan is er soms meer stroom dan we kunnen gebruiken. Op zulke momenten zakt de prijs tot onder nul. Wie een dynamisch contract heeft, kan op die momenten voordelig de wasmachine of vaatwasser laten draaien. Hier komt wel altijd nog de energiebelasting en de inkoopvergoeding bij, wat in totaal zo’n € 0,135 per kWh is. Zodra de stroomprijs onder dit bedrag komt, is de stroom daadwerkelijk gratis en kunnen consumenten er zelfs aan verdienen.

Alleen wie zonnepanelen heeft, krijgt bij negatieve uren juist geen vergoeding voor de stroom die de panelen op dat moment teruggeven aan het net. Sterker nog, als de opwekking op dat moment niet wordt gebruikt, dan moet de consument geld betalen om die stroom kwijt te kunnen.

Waar de stroomprijs in 2021 nog maar 67 uur negatief was, telde 2025 al 584 negatieve uren. Dat is bijna negen keer zoveel. Die ontwikkeling zet door in 2026. Het aantal negatieve uren in dit jaar ligt al op vijf maal het niveau van dezelfde periode in 2021: 135 negatieve uren tegenover 25 uren.

Tot nu toe ligt in 2026 het aantal negatieve uren overigens iets lager dan in dezelfde periode vorig jaar. Onder andere het weer speelt daarbij een rol, maar ook de toename van (thuis)batterijen en slimme laadpalen. Daarnaast kan de onrust in het Midden-Oosten impact hebben. Door die spanningen liggen de prijzen voor gas en stroom in Europa hoger, en kan de stroomprijs minder vaak onder nul zakken.

Negatieve stroomprijzen ontstaan vooral op momenten waarop de productie van zonne- en windenergie hoog is en het verbruik laag. Mei is daarvoor de ideale maand: de dagen zijn lang, er is veel zon en de energiebehoefte ligt lager, omdat de verwarming uitgaat en de airco nog niet aan hoeft. Historisch gezien telt mei dan ook de meeste uren met een negatieve prijs.

Binnen de week springt vooral de zondagmiddag eruit. Rond 13.00 uur is de kans op een negatieve stroomprijs het grootst. Op dat moment wekken zonnepanelen volop stroom op, terwijl het verbruik laag ligt. De prijs zakt op dat tijdstip het vaakst onder de belastinggrens, waardoor huishoudens met een dynamisch contract op zo’n moment geld toe krijgen voor hun stroomverbruik.

NVDE bezorgd: huidig voorstel invoedingstarief heeft vooral nadelen

De Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) is bezorgd over de verdere uitwerking van een invoedingstarief. Producenten van elektriciteit zouden daarmee moeten meebetalen aan het net. Terwijl de Autoriteit Consument & Markt beoogt dat een invoedingstarief zal bijdragen aan netefficiëntie, blijft onderbouwing voor positieve maatschappelijke effecten uit. De nadelige effecten en risico’s voor nieuwe zon- en windprojecten zijn al wel voelbaar. Ook partijen die overschakelen van fossiele energie op elektriciteit hebben er last van. NVDE-voorzitter Olof van der Gaag: “Een invoedingstarief is alleen zinvol als het de energietransitie helpt. Wij zien nu juist het tegendeel. Terwijl groei van groene stroom nu goud waard is om minder afhankelijk te worden van fossiele import.” 
 
De ACM heeft aangekondigd geleidelijk een invoedingstarief in te willen voeren voor grote producenten van elektriciteit. Volgens de ACM moet dit de efficiëntie van het elektriciteitsnet verbeteren en de omvang van noodzakelijke investeringen in de elektriciteitsinfrastructuur beperken. Daarnaast zou een invoedingstarief zorgen voor een evenwichtigere verdeling van de netkosten tussen gebruikers en producenten, terwijl ook buitenlandse partijen indirect meebetalen. De NVDE herkent deze overwegingen maar ziet ook nadelen: een invoedingstarief leidt tot minder rendabele zon- en windprojecten en kan daardoor de uitrol van hernieuwbare elektriciteit vertragen. Hiernaast kan het de kosten van elektrificatie verhogen doordat elektriciteitsprijzen stijgen, wanneer de producent de extra kosten van het tarief doorberekent in de prijs.  
 
Een invoedingstarief heeft volgens de NVDE alleen nut wanneer het aan twee criteria voldoet: 
Het verbetert de efficiëntie van het gebruik van het elektriciteitsnet, én 
Het frustreert niet de groei van vraag en aanbod van (duurzame) elektriciteit, oftewel het verhoogt niet de netto kosten van elektrificatie en is voldoende draaglijk voor producenten van wind- en zonnestroom. 
 
Tot heden is er geen vorm van een invoedingstarief gevonden die aantoonbaar aan deze twee criteria voldoet. Daarom is het dan ook teleurstellend dat de ACM doorgaat met de uitwerking, ondanks ontbrekend bewijs dat een invoedingstarief een positief effect heeft op netefficiëntie en daarmee op de benodigde investeringen in elektriciteitsinfrastructuur. Ook de onafhankelijke TU Delft reageert in haar consultatiereactie kritisch op het invoedingstarief, en wijst daarbij op het gebrek aan bewijs van verwachte voordelen, terwijl de nadelen duidelijk zichtbaar zijn. Het is volgens de TU Delft moeilijk te verdedigen dat de ACM overgaat tot besluitvorming zonder een kwantitatieve onderbouwing. 
 
Het tarief zal stapsgewijs geïntroduceerd worden vanaf op zijn vroegst 2032, en de hoogte van het tarief zal worden gekoppeld aan het tarief van Duitsland. De NVDE is blij dat er nu enige duidelijkheid komt over het invoedingstarief. Op dit moment zorgt de onzekerheid in de markt al voor een extra drempel bij nieuwe projecten. Een ingroeipad en koppeling aan het Duitse tarief kunnen zeker helpen om de schade iets te verkleinen, maar liever zien we een andere keuze. Ook is het cruciaal dat de stimuleringsregeling voor nieuwe zon- en windprojecten zal compenseren voor de extra kosten van een invoedingstarief.

ACM: veel consumenten stapten over naar vast contract na uitbreken oorlog

De stijgende energieprijzen als gevolg van de oorlog in Iran hebben ertoe geleid dat veel consumenten kritisch naar hun energiecontract hebben gekeken. Direct na het uitbreken van de oorlog stapten opvallend veel huishoudens over naar een vast contract. Dit blijkt uit de Energiemonitor van de Autoriteit Consument & Markt (ACM). Waar het afgelopen jaar het aantal huishoudens met een vast contract maandelijks netto met circa 20.000 huishoudens groeide, was dit in maart maar liefst 110.000.

Deze overstap ging niet ten koste van het aantal afnemers met een dynamisch contract. Dat aantal steeg in diezelfde maand met 17.000, in lijn met de groei die de ACM al langere tijd waarneemt. De overstap naar vaste contracten is dus vrijwel volledig afkomstig van consumenten die daarvoor een variabel contract hadden.

Eerder adviseerde de ACM consumenten om vanwege de onzekere internationale ontwikkelingen na te denken over welk type contract het beste bij hun persoonlijke situatie past. Uit de Energiemonitor van de ACM blijkt dat veel consumenten dit advies ter harte hebben genomen. Welk contract het beste is, hangt af van de persoonlijke omstandigheden en voorkeuren. De ACM raadt consumenten aan altijd zelf een afweging te maken op basis van een goede vergelijking van verschillende typen contracten en leveranciers.

Energietransitie beste bescherming tegen prijsschokken door geopolitieke ontwikkelingen
Nederland is voor circa tweederde afhankelijk van aardgas uit het buitenland. Internationale ontwikkelingen zoals de oorlog in Iran hebben daardoor direct grote gevolgen voor wat consumenten en bedrijven betalen voor energie. Door minder afhankelijk te zijn van gas – bijvoorbeeld door te besparen of te elektrificeren – worden huishoudens en bedrijven weerbaarder tegen prijsschokken. De stijgende gasprijzen zijn een stimulans om te verduurzamen: er zijn signalen dat de interesse in maatregelen zoals warmtepompen en elektrische auto's de afgelopen maand is toegenomen.

Uit de Monitor blijkt ook dat stijgende gasprijzen nog steeds leiden tot hogere elektriciteitsprijzen, al wordt deze relatie kleiner door het groeiende aandeel hernieuwbare energie. Op steeds meer momenten is goedkope zon- en windenergie voldoende om aan de vraag te voldoen. Dit leidt tot lagere elektriciteitsprijzen. Soms zijn elektriciteitsprijzen zelfs negatief. Huishoudens met een dynamisch contract kunnen daarvan profiteren door hun verbruik naar deze goedkope momenten te verplaatsen.

woensdag 13 mei 2026

Netcongestie: oplossing voor bijna 800 bedrijven die aansluiting willen op het Belgische elektriciteitsnet

De elektrificatie bij bedrijven en industrie zorgt voor extra druk op het elektriciteitsnet. Op sommige locaties dreigt er in de toekomst mogelijks netcongestie op te treden. Daarom is voor bepaalde aanvragen voor hoge vermogens een flexibele aansluiting zoals Fall-Back Flex nodig om het elektriciteitsnet stabiel te houden. Voor gezinnen verandert er niks. De Vlaamse Nutsregulator heeft beslist om de voorwaarden voor Fall-Back Flex te versoepelen, waardoor 760 aanvragen op termijn flexibel kunnen worden aangesloten in congestiezones.

Met het vorig jaar gelanceerde Fall-Back Flex-product beschikt Fluvius over een belangrijke oplossing om ook in regio’s met verwachte congestie toch aansluitingen mogelijk te maken, gekoppeld aan flexibiliteit op het net.

Fall-Back Flex is een aansluitingsformule die Fluvius aanbiedt aan bedrijven. Daarbij krijg je als bedrijf het volledige gevraagde vermogen ter beschikking, maar kan Fluvius je wel oproepen om je verbruiksvolume bij momenten van dreigende netcongestie tijdelijk te verminderen.

Tot vandaag kon die oplossing door regelgeving enkel worden aangeboden in regio’s waar transmissienetbeheerder Elia al een uitgewerkte netinvestering in het hoogspanningsnet of een transformatorstation had gepland. Dat beperkte de toepassingsmogelijkheden van Fall-Back Flex. Daar komt nu verandering in.

Extra perspectief voor Vlaamse bedrijven met vastgelopen aansluitingsdossiers
De Vlaamse Nutsregulator (VNR) heeft beslist om binnen het tijdelijke Fall-Back Flex-kader de één-op-één koppeling van een klantvraag met een geplande investering, te versoepelen. Daardoor kan Fall-Back Flex worden ingezet als oplossing voor heel wat openstaande dossiers zonder dat er eerst een volledig uitwerkte netinvestering nodig is. Dit is een belangrijke stap en betekent een doorbraak voor 760 dossiers.

Dankzij deze beslissing, die tot stand kwam door constructief overleg tussen de netbeheerders en de regulator, zal Fluvius in de loop van het voorjaar ook voor deze dossiers offertes op maat kunnen uitsturen.

Er wachten 500 aanvragen voor industriële batterijprojecten op een offerte. Voor deze ​ batterijprojecten heeft Fluvius, in overleg met de Vlaamse Nutsregulator, een voorstel uitgewerkt voor een aangepast aansluitingscontract, met een aanvulling in het kader van technische flexibiliteit. Dit contract werd eerder dit jaar geconsulteerd. In de komende maanden wordt een beslissing van de VNR verwacht, zodat ook voor batterijprojecten duidelijke en netvriendelijke aansluitvoorwaarden kunnen worden vastgelegd. Voor een 100-tal van deze dossiers is er ook nood aan een implementatie van Fall-Back Flex.

Om een transparant zicht te geven op het aantal openstaande dossiers en de aansluitmogelijkheden voor bedrijven, lanceert Fluvius, in samenwerking met Elia, een nieuwe webpagina netcongestie. De pagina legt congestie op eenvoudige wijze uit en bevat naast een duidelijke FAQ voor bedrijven, ook een kaart over de aansluitmogelijkheden voor bedrijven en algemene data over de lopende dossiers. De webpagina krijgt maandelijks een update en zal in de komende maanden nog verder aangevuld worden.


Energietransitie loopt vast achter de voordeur: helft Nederlanders wíl, slechts een derde lúkt het

De energietransitie strandt niet door onwil van Nederlanders, maar door een systeem waarin duurzame keuzes nog te ingewikkeld, onzeker en duur zijn. Dat blijkt uit de nieuwe thema-uitgave Energietransitie van de Monitor Duurzaam Leven* van Milieu Centraal, het kenniscentrum voor duurzaam leven. Ruim de helft van de Nederlanders staat open voor duurzamere keuzes die de energietransitie versnellen, maar minder dan een derde brengt dat ook daadwerkelijk in de praktijk. Veel Nederlanders blijven gehecht aan hun fossiele auto, terwijl woningverduurzaming, met name isolatie, juist veel draagvlak kent. Volgens Milieu Centraal ligt daarmee het grootste onbenutte potentieel achter de voordeur. Wanneer huishoudens meer duidelijkheid, ondersteuning en inzicht in te nemen acties krijgen, kunnen juist hier snel grote stappen worden gezet. 

Bovendien blijkt draagvlak niet statisch: het kan snel keren door grote veranderingen in de omgeving van de burger die voelbaar zijn in de portemonnee, en door beeldvorming in media, geopolitiek en de aankondiging van beleidsmaatregelen. Een aanvullende flitspeiling (28 april)** als tussentoets bij de Monitor bevestigt dat: onder invloed van de energiecrisis, de aangekondigde terugkeer van EV-subsidie en de Utrechtse aansluitstop steeg de openheid voor een elektrische auto in een jaar van 44% naar circa 65%, en voor een volledig elektrische warmtepomp van 49% naar bijna 70%. 

Uit de Monitor blijkt dat gemiddeld 51% van de Nederlanders openstaat voor duurzame keuzes, terwijl slechts 29% deze keuzes ook daadwerkelijk doorvoert. Hoewel er een krappe meerderheid gemiddeld bereid is om duurzamere keuzes te maken, laat een recente flitspeiling (28 april) zien hoe sterk de bereidheid kan meebewegen met maatschappelijke en geopolitieke ontwikkelingen. Zo is de openheid voor grote investeringen die bijdragen aan de energietransitie, zoals elektrisch rijden of een warmtepomp, in korte tijd fors toegenomen. De energietransitie vraagt om nieuwe kennis en vaardigheden, een andere keuzeomgeving en nieuwe normen, en dat maakt voor veel mensen nu nog de drempel hoog om daadwerkelijk die bereidheid om te zetten in actie. 

Milieu Centraal stelt daarmee dat de kernopgave verschuift van het vergroten van draagvlak naar het mogelijk maken van duurzaam gedrag. Ika van de Pas, directeur-bestuurder van Milieu Centraal: “De echte versnelling van de energietransitie zit niet alleen in technologie, maar vooral in wat mensen in hun dagelijks leven kúnnen doen. Het vraagt niet om meer motivatie, maar om randvoorwaarden zoals voorspelbaar beleid, lagere financiële risico's, duidelijke keuzes en actieve ondersteuning. Pas wanneer duurzame keuzes logisch en vanzelfsprekend worden, kunnen huishoudens hun rol in de energietransitie echt waarmaken.” 

Dat goede randvoorwaarden effect hebben, blijkt uit regionale verschillen. In Drenthe is de openheid voor vergaande verduurzaming van de woning merkbaar hoger, mede dankzij extra subsidies. Dit onderstreept dat financiële ondersteuning werkt: verbeteren van de woning wordt niet alleen haalbaarder, maar subsidiemaatregelen kunnen dus ook normstellend werken, wat het draagvlak zichtbaar vergroot.   

Binnen het domein Wonen is het draagvlak groot, maar uitvoering beperkt. Zeven op de tien woningeigenaren staat open voor wonen in een (zeer) goed geïsoleerde woning. Ongeveer 60% heeft al minimaal één maatregel genomen, zoals vloer- of glasisolatie. Toch heeft vrijwel niemand (slechts 5%) zijn woning (van vóór 2018) zodanig verduurzaamd dat deze klaar is voor een aardgasvrije toekomst.  

Die volgende stap vraagt om een systeem dat verduurzaming duidelijk, makkelijk en betaalbaar maakt. Zolang dat ontbreekt, blijven huishoudens steken in losse maatregelen. Dat is een gemiste kans, benadrukt Milieu Centraal. Een goed geïsoleerde woning vormt de basis van de energietransitie: zij verlaagt het energieverbruik structureel en maakt vervolgstappen makkelijker. Ook laat de flitspeiling zien dat bijna 70% van de respondenten positief tegenover de aanschaf van een volledig elektrische warmtepomp staat, ten opzichte van 49% in mei 2025. 

De energietransitie stokt het meest binnen mobiliteit. Dit domein heeft de grootste klimaatimpact, maar kent het laagste draagvlak en de minste uitvoering. Dit komt door de gehechtheid aan de fossiele auto. Voor duurzamer reizen is wel in meerderheid draagvlak. Hoewel het aantal elektrische auto’s toeneemt, laat de Monitor zien dat zorgen over kosten en het afbouwen van fiscale voordelen de bereidheid om elektrisch te rijden onder druk zetten. Wel laat de flitspeiling zien dat die bereidheid onder invloed van actuele ontwikkelingen ook weer kan stijgen (65% nu t.o.v. 44% vorig jaar). Tegelijkertijd spelen zorgen over overbelasting van het stroomnet een steeds grotere rol. 

De toenemende zorgen over netcongestie vormen een rode draad door alle domeinen heen. Waar in mei 2025 52% van de Nederlanders zich zorgen maakte over de belasting van het stroomnet bij de aanschaf van een warmtepomp, is dat aandeel inmiddels gestegen naar 65%. Ook het gelijktijdig gebruik van elektrische apparaten baart steeds meer mensen zorgen. 

Volgens Milieu Centraal ligt hier een belangrijke communicatieve opgave: duidelijk maken wat wél kan binnen de bestaande netcapaciteit en hoe mensen daar verstandig mee om kunnen gaan. Judith Roumen, gedragsonderzoeker bij Milieu Centraal en medeauteur van de Monitor: “We zien dat netcongestie voor veel mensen een concreter en zorgelijk begrip is geworden. Tegelijkertijd is verduurzamen in huis, zoals met een hybride warmtepomp, vaak nog prima mogelijk zonder dat de aansluiting verzwaard hoeft te worden. Op de meeste plekken is verzwaring bovendien nog gewoon mogelijk. Het is daarom belangrijk dat mensen weten wat wél kan en hoe zij slimme keuzes kunnen maken, ook als het stroomnet onder druk staat. Onzekerheid hierover zorgt er mogelijk voor dat huishoudens verduurzamingsplannen uitstellen, terwijl dat in veel gevallen niet nodig is.”

Van Dorp neemt ConnectEV over en versterkt positie in laadvoorzieningen

Van Dorp heeft overeenstemming bereikt over de overname van ConnectEV, een specialist in laadoplossingen voor elektrische mobiliteit. Bij ConnectEV werken 20 medewerkers en het bedrijf realiseert een omzet van € 4 miljoen.

Met deze overname breidt Van Dorp zijn bestaande expertise in laadvoorzieningen verder uit. Laadoplossingen vormen een steeds belangrijker onderdeel van installatie, technisch beheer en energievoorziening in utiliteitsgebouwen.

De naam ConnectEV blijft voorlopig behouden. In de komende periode werken ConnectEV en Van Dorp samen aan de verdere ontwikkeling van hun dienstverlening rondom laadoplossingen. Daarbij ligt de nadruk op het bundelen van kennis en ervaring, het benutten van elkaars klantenkring en samenwerking op het gebied van logistiek, ICT, inkoop, juridische zaken en opleidingen.

De dagelijkse leiding bij ConnectEV blijft in handen van oprichter Michael Landheer. Vanuit Van Dorp wordt ConnectEV aangestuurd door Michael Waltman, die als Directeur Specialisme verantwoordelijk is voor de energiediensten. ConnectEV blijft vooralsnog gevestigd op de huidige locatie. Als verdere groei daarom vraagt, bekijken ConnectEV en Van Dorp samen welke vervolgstap passend is.

dinsdag 12 mei 2026

HR energy haalt € 5,6 miljoen op voor opschaling van stille warmtepompen

De vraag naar stille en compacte alternatieven voor traditionele warmtepompen neemt snel toe. Met name in dichtbebouwde woonwijken groeit het probleem van geluid en ruimtegebrek. Ook de benodigde uitbreiding van de stroomaansluiting van woningen is niet meer overal mogelijk.

De Nederlandse fabrikant HR energy speelt hierop in met haar PVT-warmtepompsysteem. PVT is een techniek die achter bestaande of nieuwe zonnepanelen kan worden toegevoegd. Dit vervangt de conventionele buitenunit en is daarmee stil, onderhoudsvrij, onzichtbaar en daardoor ook toepasbaar in dichtbebouwde gebieden. Door de hoge efficiëntie van het PVT-warmtepompsysteem is een verzwaring van de elektrische aansluiting meestal niet nodig.

HR energy heeft sinds de lancering in 2021 een sterke groei doorgemaakt. De systemen worden via een landelijk netwerk van installateurs geleverd aan uiteenlopende markten, waaronder particuliere woningen en nieuwbouw-, renovatie- en transformatieprojecten. Inmiddels worden de oplossingen via internationale partners ook in de rest van Europa toegepast.

Om deze groei verder te versnellen, heeft het bedrijf 5,6 miljoen euro groeifinanciering opgehaald bij impactinvesteerder SHIFT Invest en InnovationQuarter Capital, het investeringsfonds van de regionale ontwikkelingsmaatschappij voor Zuid-Holland. De investering stelt HR energy in staat om de productie op te schalen en de organisatie en ondersteuning richting installateurs verder uit te breiden.

Gelijktijdig met de investering wordt de directiestructuur versterkt. Naast Robbert van Diemen, mede-oprichter en CEO van HR energy, treedt Jan-Jaap van Os toe als COO. Van Os is voormalig oprichter en CEO van zonnepanelenproducent Exasun en brengt ruime ervaring mee in het opschalen van duurzame technologiebedrijven. Samen zullen zij de dagelijkse leiding van HR energy voeren.

Mede-oprichter Ronald van der Ende richt zich volledig op verdere innovatie en productontwikkeling.