Pagina's

vrijdag 3 april 2026

Energiecrisis jaagt vraag naar verduurzaming met tientallen procenten omhoog

De vraag naar duurzame maatregelen is de afgelopen weken bij veel bedrijven met tientallen procenten toegenomen. Dat blijkt uit een inventarisatie van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) onder 85 bedrijven. Bedrijven krijgen tot wel 80 procent meer informatie-aanvragen binnen en zien hun omzet soms wel tientallen procenten groeien. 

Mensen en bedrijven willen meer grip op hun energie en minder verrast worden door geopolitieke schokken. “De toegenomen vraag naar duurzame maatregelen laat zien dat veel mensen hun afhankelijkheid van gas en benzine structureel willen verminderen. Het is goed als de overheid dit voor iedereen mogelijk maakt,” zegt Olof van der Gaag, voorzitter van de NVDE.
 
Tussen bedrijven en verschillende duurzame maatregelen zitten grote uitschieters. Zo spreken bedrijven Groenpand en 1KOMMA5 in nieuwsmedia van een verdubbeling in het aantal aanvragen voor zonnepanelen, warmtepompen, thuisbatterijen en laadpalen. Een analyse van BOVAG laat zien dat de verkoop van tweedehands elektrische auto’s afgelopen maand met bijna 50 procent gestegen is.

Dat de interesse in verduurzamingsmaatregelen is toegenomen, blijkt ook uit de rondgang van de NVDE bij haar achterban. Meer dan 50 procent van de ondervraagde bedrijven ziet een stijging in offerteaanvragen voor duurzame maatregelen, informatieaanvragen, adviesgesprekken en websitebezoeken. Die stijging loopt bij individuele bedrijven op tot 80 procent meer aanvragen voor informatie en nu al 30 procent meer omzetgroei. Doordat de eerste stappen in de klantreis fors toenemen, verwachten bedrijven dat ook de groei van de omzet nog verder zal toenemen.

De stijgende prijzen voor gas, benzine en diesel – en de onzekerheid over leveringszekerheid – worden door een meerderheid van de bedrijven genoemd als belangrijkste drijfveer. Klanten zoeken actief naar manieren om hun energievoorziening te verduurzamen en zo minder bloot te staan aan internationale spanningen.

De toename is het sterkst zichtbaar bij (thuis)batterijen, warmtepompen, zonnepanelen en energiemanagementsystemen. Ook zien bedrijven dat een deel van de klanten sneller beslissingen neemt dan voorheen, gedreven door urgentie.
 
Volgens de NVDE laat deze ontwikkeling zien dat verduurzaming niet alleen een klimaatkeuze is, maar ook een directe manier om energiezekerheid en betaalbaarheid te vergroten. Consistent beleid kan helpen om deze beweging vast te houden en verder te versnellen.
 

Nieuwe energiecrisis: waarom energierekening sneller kan stijgen dan in 2022

De energieprijzen lopen opnieuw op door onrust in het Midden-Oosten. Deze situatie verschilt van de energiecrisis in 2022. Nederland is nu gevoeliger voor prijsstijgingen, waardoor huishoudens dit sneller merken in hun energierekening.

Tijdens de energiecrisis in 2022 kon Nederland nog terugvallen op eigen gas en beter gevulde voorraden. Dat is nu minder het geval. De gasopslag is laag en Nederland is afhankelijker van import. “We hebben minder buffers dan een paar jaar geleden”, zegt energie expert Maartje van Loon van UnitedConsumers. “Daardoor kunnen prijsstijgingen sneller en harder doorwerken.”

Ook de energiemarkt is veranderd. Prijzen reageren sneller op nieuws uit de wereld. Dat is vooral zichtbaar bij nieuwe contracten en variabele tarieven. “Bij variabele contracten kunnen tarieven meerdere keren per jaar veranderen”, legt Van Loon uit. “Daardoor kunnen prijsstijgingen sneller zichtbaar worden dan bij vaste contracten.”

Wat deze combinatie van factoren bijzonder maakt, is dat meerdere risico’s tegelijk spelen. Denk aan geopolitieke spanningen, lage voorraden en een energiemarkt die nog volop in beweging is. “Het is niet één oorzaak, maar een combinatie”, zegt Van Loon. “Dat maakt het lastiger om te voorspellen waar prijzen naartoe gaan.”

Voor consumenten betekent de energiecrisis vooral meer onzekerheid over de energierekening. Vooral huishoudens met een variabel contract kunnen sneller te maken krijgen met hogere kosten. Tegelijk blijft het verschil per situatie groot, bijvoorbeeld door verbruik en type contract.

De komende maanden blijven onzeker. Zolang de aanvoer van energie onder druk staat, blijven prijzen gevoelig voor ontwikkelingen in het buitenland. Van Loon verwacht dat energie voor veel huishoudens een belangrijk aandachtspunt blijft.

donderdag 2 april 2026

Stijging aanvragen Nationaal Warmtefonds zet door

Terwijl de onrust op de energiemarkt aanhoudt, ziet Nationaal Warmtefonds het aantal aanvragen voor energiebesparende maatregelen verder toenemen. In maart 2026 lag het aantal aanvragen 73% hoger dan in dezelfde maand vorig jaar. Halverwege maart rapporteerde Nationaal Warmtefonds al een piek in aanvragen.

De laatste week van maart was een recordweek met 1.718 aanvragen, het op één na hoogste weekaantal ooit. Alleen bij de introductie van de renteloze lening voor lagere inkomens in november 2022 werden in één week meer aanvragen gedaan. Meer dan de helft van de aangevraagde maatregelen in 2026 zijn gericht op isolatie. Hoogrendementsbeglazing is daarbij de meest populaire maatregel.

In het media alert van 18 maart rapporteerde Nationaal Warmtefonds een stijging van 34% in de eerste twee weken van maart ten opzichte van dezelfde periode in 2025. Deze vergelijking bleek onjuist: de genoemde stijging had betrekking op week 1 tot en met 11 van 2026. De daadwerkelijke stijging in de eerste twee weken van maart ligt hoger.

Nieuwe regels ACM bepalen wie voorrang krijgt op het volle stroomnet

Het stroomnet raakt voller door de groeiende vraag naar elektriciteit. Daarom gelden er vanaf 1 juli 2026 nieuwe landelijke regels van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) voor het verdelen van de beperkte ruimte op het stroomnet. Die zijn nodig om te zorgen dat maatschappelijke partijen kunnen blijven draaien.

Steeds meer klanten hebben een nieuwe of zwaardere aansluiting nodig. Tot nu toe kregen klanten met een kleinverbruikaansluiting (t/m 3 x 80 ampère) automatisch voorrang op het stroomnet. Vanaf 1 juli verandert dit en telt niet de grootte van een aansluiting, maar het doel van een project. Vanaf dat moment komen ook de aanvragen voor kleinverbruik op de wachtlijst. Gaat een project het net ontlasten? Is het belangrijk voor de veiligheid? Of gaat het om basisvoorzieningen zoals wonen, onderwijs of openbaar vervoer? Dan komen de aanvragen hoger op de wachtlijst. Zodra er ruimte is op het stroomnet, wordt dit verdeeld onder de aanvragen die bovenaan op de wachtlijst staan. Daarnaast kunnen gemeenten vanaf oktober 2026 tot 10  jaar vooruit een aansluiting voor woningbouwprojecten aanvragen.

De beschikbare ruimte op het stroomnet verschilt per regio. In sommige gebieden is er vanaf 1 juli 2026 bijna geen plek meer. Zelfs niet voor aanvragen met voorrang. In andere regio’s is nog wel ruimte beschikbaar. In april verwachten we een eerste beeld van de regio’s waar het knelt. In het najaar publiceren we de definitieve cijfers per regio. 

De nieuwe werkwijze is potentieel ingrijpend voor huishoudens, kleine ondernemers en woningzoekenden. Huishoudens die een zwaardere aansluiting willen, doordat ze bijvoorbeeld op inductie willen koken of een laadpaal willen aansluiten, zijn onder deze nieuwe werkwijze ook direct afhankelijk van hoeveel ruimte er nog beschikbaar is op het net. Is het stroomnet vol? Dan komt u op de wachtlijst, maar krijgt u een hogere plek dan klanten zonder prioriteit. Voor huishoudens die geen nieuwe of zwaardere aansluiting nodig hebben, verandert er niets. 

woensdag 1 april 2026

Onderzoek naar aanvaringen met kleine windturbines gepubliceerd

In opdracht van de provincie Groningen en provincie Fryslân is onderzoek gedaan naar de ecologische effecten van kleine windturbines tot 15 meter. Dinsdag 17 maart zijn de resultaten van dit onderzoek gepubliceerd. De belangrijkste conclusie is dat er aanvaringen met vogels en vleermuizen zijn. Bij één molen zijn er gemiddeld per soort, per jaar  incidentele aanvaringen; hier worden geen normen overschreden. Alle molens bij elkaar opgeteld zijn er te veel aanvaringen. Daarom bekijken de provincies welke maatregelen zij moeten treffen om hier iets aan te doen. 
 
De afgelopen jaren zijn in de provincie Groningen ongeveer 400 kleine windturbines geplaatst, voornamelijk bij agrarische bedrijven. Landelijk gaat het om zo’n 850 kleine windturbines. Bij het plaatsen is gekeken naar landschappelijke inpassing en optimaal rendement. De ecologische effecten waren nauwelijks bekend, er was geen duidelijk onderzoek beschikbaar. Er werd aangenomen dat de ecologische effecten gering zouden zijn. Toen signalen binnenkwamen dat er regelmatig vliegbewegingen rondom de turbines plaatsvonden, is er onderzoek opgestart. De provincie Groningen en provincie Fryslân zijn opdrachtgever van het onderzoek dat is uitgevoerd in samenwerking met de provincies Drenthe, Overijssel, Gelderland, Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht. 
 
Uitkomsten ecologisch onderzoek 
Het meerjarige monitoringsonderzoek laat zien dat kleine windturbines aanvaringen veroorzaken met vogels en vleermuizen. In totaal gaat het gemiddeld om 2,2 vogels en 0,8 vleermuizen per turbine per jaar. Het gaat om incidentele aanvaringen van minder dan één per soort, per molen, per jaar. Aanvaringen vinden vooral plaats bij turbines dicht bij erfbeplanting, gebouwen of waterlopen, dit komt door de nabijheid van vliegroutes, foerageergebied en verblijfplaatsen. Het effect per turbine is beperkt, maar de totale effecten (door het beduidende aantal kleine turbines in Groningen) kunnen voor verschillende soorten uitkomen boven de, door de Raad van State aangehouden, beoordelingsnormen. Dit zorgt ervoor dat aanvullende maatregelen nodig zijn. 
 
De provincie Groningen wil maatregelen nemen om het totaal aantal aanvaringen te verlagen. Daarbij worden vervolgstappen zorgvuldig afgewogen: natuur beschermen, ruimtelijke kwaliteit borgen en duurzame lokale energie opwek ondersteunen. De komende tijd verkent de provincie twee typen maatregelen: aanvaring-verminderende en beschermende. Aanvaring-verminderende maatregelen zodat er minder aanvaringen plaatsvinden, welke in het onderzoek worden aanbevolen, zoals de turbines in augustusnachten stilzetten. Beschermende maatregelen om kwetsbare soorten te versterken, zoals het creëren van verblijfplaatsen en het ontwikkelen van voedselgebieden buiten het bereik van kleine windturbines. Nieuwe kleine windturbines zijn in principe nog steeds mogelijk, maar hiervoor is eerst een ecologische quickscan nodig. Met deze maatregelen wil de provincie haar verantwoordelijkheid nemen voor natuur en biodiversiteit en beter kunnen adviseren bij het plaatsen van kleine windturbines. 
 
Kleine windturbines zijn voor met name agrariërs belangrijk in de verduurzaming van hun bedrijfsvoering. Met een gemiddelde jaaropbrengst van 53.900 kWh per turbine dragen ze, samen met zonnepanelen en batterijen, bij aan een stabiele, zelfvoorzienende energiemix op bedrijfsniveau.

Studenten racen in Monaco met ‘vliegende’ boot op vloeibare waterstof

Met zelfgebouwde boten strijden studenten uit de hele wereld tegen elkaar in de Monaco Energy Boat Challenge. De teams bouwen raceboten die varen op duurzame brandstof. De Leidse bestuurskundestudent Damiaan Bertrams doet mee met een team van de TU Delft.

Het zal een spectaculair gezicht worden op de groenblauwe zee bij Monaco, beaamt Bertrams. Teams van 29 universiteiten gaan hier van 8 tot 11 juli tegen elkaar racen in hun zelfgebouwde futuristische boot. 'Het doel van de wedstrijd is om inspiratie te bieden voor groene innovatie in de maritieme wereld.’

Sommige boten zullen varen op zonne-energie of methanol. Het TU Delft Hydro Motion Team bedacht een primeur: ‘Wij zijn de enigen en eersten met een raceboot die vaart op vloeibare waterstof. Dat is waterstof die bij gebruik milieuvriendelijk is omdat er dan alleen water ontstaat.’ Het is dus een veelbelovende brandstof, maar er moeten nog technische problemen overwonnen worden.

Voor het scheiden van water in waterstof en zuurstof - elektrolyse genaamd - is er namelijk nu nog veel elektriciteit nodig en dat is minder duurzaam. Maar in potentie is dit de brandstof van de toekomst, stelt Bertrams. De studenten willen alternatieve vloeibare waterstofbronnen vinden die bestaande technologieën kunnen aanvullen.

Hun ontwerp heeft nog meer bijzonderheden. Het is ook een ‘vliegende’ boot dankzij de draagvleugels onder de romp die de boot een stukje boven het water zal laten zweven. Maar zover is het nog niet. In een grote loods in Delft wordt de boot nu gebouwd. Bertrams: ‘De romp is nu af. De komende weken bouwen we verder en in mei gaan we testen op het water.’

Zijn team bestaat uit studenten van de TU Delft met studies als Maritieme Techniek, Industrieel Ontwerpen en Lucht - en Ruimtevaartechniek. Hoe kwam hij als Leidse bestuurskundestudent hier terecht? ‘Ik woon in Delft en kende een paar deelnemende studenten en was meteen geïnteresseerd. Mijn expertise als bestuurskundestudent bleek een waardevolle aanvulling. Ik onderhoud relaties, zoek samenwerkingen met partners als sponsors en bewaak met anderen ons budget. We zijn met 26 studenten en runnen in feite een klein bedrijf.’

Geopolitieke spanningen zetten stroomprijzen onder druk

De geopolitieke spanningen zorgen dat er een eind komt aan een lange periode van dalende stroomprijzen. Zo stegen de stroomprijzen voor consumenten met een eenjarig vast energiecontract in maart ten opzichte van februari flink: 23 procent. Belangrijkste oorzaak voor deze opwaartse druk zijn de stijgende gasprijzen, die sterk beïnvloed worden door de oorlog in Iran, concludeert vergelijkingssite Pricewise.

De geopolitieke spanningen zorgen volgens vergelijkinsgssite Pricewise dat er een eind komt aan een lange periode van dalende stroomprijzen. Zo stegen de stroomprijzen voor consumenten met een eenjarig vast energiecontract in maart ten opzichte van februari flink: 23 procent. Klik op de foto om het rechtenvrije beeld in hoge resolutie te downloaden. 

De ontwikkelingen op de gasmarkt zorgen ervoor dat ook stroomprijzen onder druk komen te staan. Dit resulteerde de afgelopen maand in een stijging van 13,5 procent van de kale stroomprijzen voor consumenten die een driejarig vast energiecontract hebben. Tom Schuitemaker, energie-expert bij Pricewise: “Consumenten denken vaak dat stroom en gas los van elkaar staan, maar in werkelijkheid zijn ze sterk met elkaar verbonden. Als gas duurder wordt, zie je dat vrijwel direct terug in de stroomprijs.”

De stijging van stroomprijzen hangt nauw samen met die van gas. Dat komt doordat gascentrales in veel gevallen de prijs van stroom bepalen. “Wanneer gas duurder wordt, stijgen de kosten voor het opwekken van stroom en werkt dit direct door in de tarieven voor consumenten”, zegt Schuitemaker. “Daarnaast speelt onzekerheid op de energiemarkt een grote rol. Door geopolitieke spanningen nemen risico’s toe, en energieleveranciers verwerken deze sneller in hun tarieven. Doordat gas en elektriciteit sterk met elkaar verbonden zijn binnen de energiemarkt werken ontwikkelingen in de gasmarkt daardoor vrijwel direct door in stroommarkt en vice versa.”

Waar de vaste stroomprijzen inmiddels zijn gestegen, waren de variabele stroomprijzen in maart 2026 nog 5,6 procent lager dan de maand daarvoor en 2,9 procent lager dan een jaar geleden. Deze tarieven zijn eind februari, dus nog voor de oorlog, door de leveranciers vastgesteld. Het is de verwachting dat deze in april fors hoger zullen liggen.

Ondanks de recente druk liggen de stroomprijzen over een langere periode nog hoger voor de vaste contracten. Zo is de stroomprijs voor driejarige contracten met 13,9 procent gestegen. Ditzelfde geldt voor de gasprijzen in de driejarige contracten (2,4 procent), al is daar meer volatiliteit zichtbaar.

De oorlog in Iran zorgt voor grote onzekerheid op de energiemarkt. Dit vertaalt zich in oplopende gasprijzen. Hoewel variabele gasprijzen in maart nog minder dan 1 procent lager liggen dan een maand eerder en zelfs 14,6 procent lager dan een jaar geleden, is de recente stijgende trend op de groothandelsmarkt duidelijk zichtbaar. Zo stegen de kale gasprijzen in slechts enkele weken met 45 procent voor vaste energiecontracten voor de periode van één jaar en 21 procent voor de driejarige vaste energiecontracten.

Die ontwikkeling is volgens Schuitemaker niet vreemd en verklaarbaar door de onzekere markt. “We zien dat de energiemarkt razendsnel kan omslaan. Waar stroomprijzen eerder nog daalden, zorgt de stijging van gasprijzen nu weer voor opwaartse druk. De verwachting is dat energieprijzen de komende tijd sterk afhankelijk blijven van geopolitieke ontwikkelingen. Zolang er onzekerheid is over energie-aanvoer, blijven zowel gas- als stroomprijzen gevoelig voor schommelingen.”