Pagina's

donderdag 30 april 2026

Twente zit binnen paar jaar aan Duitse waterstof

Twente laat zien dat de overstap van aardgas naar groene energie sneller kan dan vaak gedacht wordt. Terwijl landelijke plannen voor een Nederlands waterstofnetwerk vertraging oplopen, kiest de regio voor een praktische oplossing: aansluiting op het Duitse waterstofnet vlak over de grens.  

Volgens bestuurders in Overijssel duurden gesprekken in Nederland lang zonder duidelijkheid over wanneer Twente aan de beurt zou zijn. Daarom werd contact gezocht met Duitse partners. Die gingen akkoord met een aftakking op hun leiding, waardoor waterstof rechtstreeks naar Twente kan stromen. Een akkoord was volgens het artikel al binnen drie maanden rond.  

Dat levert flinke tijdswinst op. Via het Nederlandse netwerk zou Twente mogelijk pas rond 2040 aangesloten worden. Met de Duitse route kan de infrastructuur al vanaf 2027 gebouwd worden en mikt men op levering tegen 2030. Ook de kosten zouden fors lager liggen, mede doordat bestaande leidingen gebruikt kunnen worden.  

Voor bedrijven in de regio is dat belangrijk. Grote industriële spelers zoals bakkerijen en metaalbedrijven hebben hoge temperaturen nodig in hun processen. Die zijn moeilijk volledig te elektrificeren, zeker nu het stroomnet op veel plaatsen overbelast is. Waterstof wordt daarom gezien als een realistisch alternatief voor aardgas.  

Er zijn wel aandachtspunten. Waterstof vraagt aangepaste installaties en extra veiligheidsmaatregelen, omdat het anders reageert dan aardgas. Daarom wordt in Twente ook gewerkt aan opleidingen en trainingen voor hulpdiensten en bedrijven.  

Fluvius-kantoor Brugge bekroond met A+ label voor toegankelijkheid

In 2025 opende Fluvius een gloednieuw regiokantoor aan de Kolvestraat 1A in Industriezone Blauwe Toren in Brugge. Deze nieuwbouw kreeg recent het A+ label voor toegankelijkheid van Inter. Een mooie bekroning voor het netbedrijf, dat volop streeft naar een inclusieve en verwelkomende (werk)omgeving, waar zowel medewerkers als klanten ongedwongen zichzelf kunnen zijn.

Op vraag van en samen met Het Facilitair Bedrijf ontwikkelde Inter, het Vlaams Expertisecentrum toegankelijkheid gebouwen, tien jaar geleden een kwaliteitslabel voor goed toegankelijke gebouwen. Initieel om haar eigen gebouwen toegankelijker te maken voor zoveel mogelijk mensen. Maar het was ook van meet af aan de bedoeling om het kwaliteitslabel op termijn publiek te maken, zodat iedereen ermee aan de slag kan. Sinds enkele jaren wordt het label uitgerold in heel Vlaanderen. Fluvius ging in zee met Inter bij de bouw van het regiogebouw in Brugge. Met succes, want het kreeg recent het A+ label. Omdat gebouwen, gebruik en inzichten niet statisch zijn en blijven evolueren, blijft het label vijf jaar geldig. Het kan nadien hernieuwd worden.

Inter kent een A+ label alleen toe als het gebouw goed toegankelijk is voor zoveel mogelijk mensen. Het ontwerpinstrument dat het expertisecentrum hanteert, is uitgebreid en gedetailleerd, en volgt mee het ontwerp- en bouwproces. Zowel werkplekken, vergaderruimten en signalisatie, als toegangspaden, parkeervoorzieningen, deuren, trappen, liften en toiletten worden bekeken. ​ ​

Een greep uit de realisaties in het Fluvius-gebouw in Brugge: de vloerbedekking is vlot berijdbaar met een rolstoel; er zijn geen drempels in het gebouw; er is aangepast sanitair, inclusief doucheruimte voor personen met een beperking; er is geluidsondersteuning voor mensen met gehoorproblemen; en er zijn markeringen voor slechtzienden, ... ​ ​

Raf Bellers, directeur Netbeheer: “We gingen in zee met Inter, omdat we ons helemaal kunnen vinden in hun visie. Die focust op het menselijk aspect van bouwen. Het is evident dat wanneer we nieuwe ruimtes creëren en gebouwen optrekken of aanpassen, die door iedereen goed kunnen worden gebruikt. ​ Vanuit onze maatschappelijke rol zorgen we er zo voor dat onze kantoren toegankelijk zijn voor zoveel mogelijk medewerkers en klanten. Bovendien past dit ook naadloos bij Great Place to Work, dat andere kwaliteitslabel dat we vorig jaar al voor de derde keer op rij konden verzilveren.” ​

woensdag 29 april 2026

Eerste waterstofschip voor Waddenzee een stap dichterbij

Na een intensieve voorbereiding zet Rijkswaterstaat een belangrijke stap richting fossielvrije schepen. Op 31 maart 2026 werd officieel het startsein gegeven voor een unieke waterstofpilot door de ondertekening van het contract door Rijkswaterstaat en Next Generation Shipyards.

De waterstofpilot is onderdeel van het programma Vlootvernieuwing Rijksrederij, waarmee Rijkswaterstaat werkt aan een schonere, toekomstbestendige overheidsvloot. Voor veel scheepstypen is volledig elektrisch varen (op batterijen) nog niet haalbaar.

Met waterstof kan meer energie opgeslagen worden aan boord. De toepassing van waterstof is in combinatie met een brandstofcel ook emissieloos en daarmee een alternatieve brandstof met veel potentie voor de toekomstige duurzame vloot.

Er is echter nog weinig ervaring met de toepassing van waterstof aan boord van schepen. Om de technische, operationele en financiële risico’s te verlagen bij de vlootvernieuwing hebben we besloten een pilot uit te voeren voor de toepassing van waterstof aan boord van een bestaand schip.

Met deze pilot wordt ervaring opgedaan met alle facetten van waterstoftechnologie: van ontwerp en bouw tot exploitatie en tankvoorzieningen. Ook zal de pilot waardevolle inzichten geven in techniek, regelgeving, bemanningseisen, prestaties, kosten en vergunningverlening.

Zo bouwen we praktijkkennis op. Dit verlaagt de risico’s bij de vlootvernieuwing en is onmisbaar voor bredere toepassing van waterstof in de maritieme sector. De opgedane kennis vormt een directe bijdrage aan de verduurzaming van de Rijksrederij-vloot en wordt gedeeld met maritieme partners in de hele keten.

Zo draagt het project bij aan innovatie in de maritieme sector en directe CO₂-reductie. Er is vanaf 2020 gewerkt aan het tot stand komen van deze pilot.
Eerste zero-emissie schip op de Waddenzee

De waterstofpilot wordt uitgevoerd met de Ms. Krukel van de Rijksrederij. Dit schip wordt door de Waddenunit, onderdeel van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, ingezet voor toezicht en handhaving, monitoring en onderzoek op de Waddenzee.

Na de ombouw zal de Krukel het eerste zeegaand gecertificeerde zero-emissie schip zijn dat op dit UNESCO Werelderfgoed gaat varen. Op deze manier draagt het bij aan bescherming van dit ecologisch kwetsbare gebied.

De ondertekening van het contract volgt op een positief oordeel over het conceptontwerp, planning, budget en de beschikbaarheid van waterstof. Ook is er perspectief op de benodigde vergunning voor het tanken van waterstof in Lauwersoog. Er wordt eerst gestart met het verder uitwerken van het ontwerp en de engineering.

Naar verwachting wordt in september 2026 het definitieve besluit genomen over de daadwerkelijke ombouw van het schip.

De pilot wordt uitgevoerd binnen het programma Green Shipping Waddenzee, onder regie van Federatie Metaal en Elektrotechnische Industrie (FME). Het programma Green Shipping Waddenzee wordt mede gefinancierd door het Waddenfonds en het Investeringskader Waddengebied, waar Provincie Groningen onderdeel van uitmaakt.

De technische realisatie ligt bij een consortium van innovatieve maritieme partijen, waaronder: Next Generation Shipyards (bouw en onderhoud van duurzame werkschepen) en Marine Service Noord (waterstofopslag, distributie- en veiligheidssystemen).

ANWB Energie zegt ACM toe problemen met versturen afrekeningen voor 12 juni op te lossen

De Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft het toezicht op energieleverancier ANWB Energie aangescherpt. Vanwege IT-problemen slaagt ANWB Energie er al een aantal maandenlang niet in om eind- en jaarafrekeningen van klanten binnen de termijn van zes weken te versturen. ANWB heeft de ACM toegezegd dat alle achterstanden uiterlijk op 12 juni 2026 zijn ingelopen. Het bedrijf heeft alle ca. 10.000 klanten hier ook over geïnformeerd.

Als de problemen niet uiterlijk 12 juni 2026 zijn opgelost, zal de ACM extra maatregelen nemen. De ACM blijft ANWB Energie extra in de gaten houden totdat alle problemen voor klanten zijn opgelost.

De ACM heeft de afgelopen periode veel klachten en vragen gekregen over de te late eind- en jaarafrekeningen van ANWB Energie. ANWB Energie heeft zich ook zelf bij de ACM gemeld en heeft uitgelegd dat de achterstanden veroorzaakt worden door problemen met het automatiseringssysteem. Omdat de problemen bij ANWB Energie lang aanhouden heeft de ACM het toezicht aangescherpt. ANWB Energie moet de ACM iedere week op de hoogte houden van de stappen die het bedrijf zet om de problemen op te lossen. Daarnaast rapporteert ANWB Energie iedere week over het aantal klanten dat te lang moet wachten op de eind- of jaarrekening.

ANWB Energie is een energieleverancier met een vergunning van de ACM. De ACM ziet er op toe dat ANWB Energie zich aan de regels houdt. Een onderdeel daarvan is het tijdig versturen en betalen van eind- en jaarafrekeningen. Dit is belangrijk omdat een leverancier de administratie op orde moet hebben en mensen die daar recht op hebben hun geld terug moet betalen. Volgens de wet moeten alle energieleveranciers  - en dus ook ANWB Energie – de eindafrekening binnen 6 weken na de einddatum van het contract versturen. Voor de jaarafrekening geldt dat leveranciers deze binnen een redelijke termijn moeten versturen. De ACM vindt 6 weken ook een redelijke termijn voor de jaarafrekening.
 

Publiek warmtebedrijf stap dichterbij maar Rijk moet betaalbaarheid organiseren

De oprichting van een publiek warmtebedrijf dat onder meer in Amsterdam warmtenetten moet gaan aanleggen en beheren is een stap dichterbij gekomen. Gemeente Diemen heeft aangegeven zich op termijn ook te willen aansluiten bij het warmtebedrijf. Gemeente Amsterdam, Nationale Deelneming Warmte (een dochter van Energie Beheer Nederland) en Alliander zijn na de intentieovereenkomst van mei 2025 het onderling eens geworden over de voorwaarden en condities en hebben daarom nu een ontwikkelingsovereenkomst getekend. De volgende stap naar de oprichting is alleen te nemen als het Rijk nu maatregelen neemt om de betaalbaarheid van aansluitingen structureel te verbeteren.

Gemeente Amsterdam, Nationale Deelneming Warmte (een dochter van EBN) en Alliander hebben de nieuwe stap vastgelegd in een ontwikkelingsovereenkomst voor de oprichting van een publiek warmtebedrijf. Met een warmtebedrijf in publieke handen is er meer grip en controle op een snelle aanleg van warmtenetten. In de afgelopen jaren bleek de samenwerking tussen overheid en private partijen in warmteprojecten niet te leiden tot de gewenste groei in het aantal aansluitingen op warmtenetten. Projecten kwamen stil te staan, terwijl warmtenetten essentieel zijn voor de energietransitie. 

Naast de ambities om de warmtevoorziening van de stad te verduurzamen maken de huidige geopolitieke spanningen en de energiecrisis een onafhankelijkere en toekomstbestendige Amsterdamse warmtevoorziening belangrijker dan ooit. De oprichting van een publiek warmtebedrijf vormt hierin een belangrijke stap en is daarmee een lange termijn investering in een stabielere energierekening.  

Voor de deelnemende partijen staat nu alles klaar om een publiek warmtebedrijf op te richten. Dat is echter alleen zinvol als de randvoorwaarden voor de aanleg van warmtenetten ook zijn geregeld door het Rijk. Er is nu te weinig geld waardoor de aansluiting op een warmtenet voor gebouweigenaren onaantrekkelijk is. De subsidies die er zijn, zijn versnipperd per doelgroep. Voor één warmtenet moeten daardoor eindeloos veel regelingen worden opgevraagd. De deelnemende partijen hopen dat het Rijk snel stappen zet in het goed organiseren van deze randvoorwaarden, zodat de weg vrij is naar stabiele, schone warmte in eigen regie. 

De partijen hebben overeenstemming bereikt over de verdere ontwikkeling van een publiek warmtebedrijf met gelijkwaardig aandeelhouderschap. Besluiten zullen gezamenlijk worden genomen, Het bedrijf zal zich in eerste instantie richten op de ontwikkeling van eigen duurzame warmtebronnen en -netten in wijken buiten de bestaande stadswarmtenetten. Op termijn is het doel toe te werken naar één publiek warmtebedrijf voor de regio Amsterdam, dat bijdraagt aan CO₂reductie, energieonafhankelijkheid en een toekomstbestendige warmtevoorziening. 

dinsdag 28 april 2026

Nieuwe radiator bespaart energiekosten door zelfstandig elektrisch te verwarmen bij stroomoverschotten

De energierekening blijft voor veel huishoudens een bron van onzekerheid. Nu de gasprijs opnieuw onder druk staat door onrust in het Midden-Oosten, groeit de behoefte aan manieren om slimmer, flexibeler en efficiënter te verwarmen. Tegen die achtergrond introduceert Radiator-Outlet uit Rotterdam de Duo Hybride radiator: een Nederlandse innovatie die meerdere verwarmingsvormen samenbrengt in één systeem.

De radiator is ontwikkeld door oprichter Hasan Yilmaz en onderscheidt zich van bestaande hybride radiatoren doordat hij niet alleen stralingswarmte en actieve luchtverdeling combineert, maar daarnaast ook volledig elektrisch kan verwarmen. De Duo Hybride werkt binnen een traditionele cv-installatie en is geschikt voor lage temperatuurverwarming zoals een warmtepomp, maar kan daarnaast ook zelfstandig elektrisch functioneren. Daarmee is het systeem niet gebonden aan één warmtebron of één type installatie. Voor de technologie is in 2025 een patentaanvraag ingediend, waarvan de toekenning in november van dit jaar wordt verwacht.

De basis van het systeem is een stalen paneelradiator met stralingswarmte, aangevuld met geïntegreerde warmteboosters die warme lucht actief door de ruimte verspreiden. Volgens Radiator-Outlet zorgt dat voor een snellere opwarming van ruimtes, een gelijkmatigere temperatuurverdeling en efficiënter gebruik van warmte. Juist in een tijd van hoge en schommelende energieprijzen kan dat helpen om bewuster met energie om te gaan en onnodige kosten te beperken.

“Veel consumenten willen minder afhankelijk zijn van één manier van verwarmen,” zegt Hasan Yilmaz, oprichter van Radiator-Outlet. “Met de Duo Hybride radiator hebben we een systeem ontwikkeld dat die vrijheid wél biedt. Je kunt verwarmen via de cv, met lage temperatuur én volledig elektrisch.”

Dat laatste is vooral interessant als je één ruimte afzonderlijk wilt verwarmen en op koude dagen in het voor- en najaar, zo legt Yilmaz uit. “Op dat soort dagen wekken je zonnepanelen vaak al veel stroom op, waar je straks - als ze salderingsregeling per 2027 stopt - vrijwel niets meer voor krijgt als je het aan het net levert. Die stroom gebruik je dan dus om gratis elektrisch bij te verwarmen. Je kunt per situatie kiezen welke warmtebron op dat moment het beste past bij je woning, je verbruik en de energieprijzen.”

Radiator-Outlet werkt daarnaast aan een software-update waarmee de radiator in de toekomst kan communiceren met zonnepanelen, warmtepompen en actuele energieprijzen. Zo moet het systeem uiteindelijk actief kunnen ondersteunen bij het kiezen van de meest efficiënte verwarmingsbron. De Duo Hybride radiator is sinds januari 2026 op de markt en direct leverbaar.

Investeringen in de energie-infrastructuur nemen komende jaren verder toe

Netbeheerders investeren de komende jaren gemiddeld jaarlijks ruim 15 miljard euro in het toekomstbestendige energiesysteem. Dat is nodig om Nederland aangesloten, bereikbaar en economisch sterk te houden, en om te zorgen dat huishoudens, bedrijven en maatschappelijke voorzieningen kunnen blijven rekenen op een betrouwbare energievoorziening. Dat blijkt uit de nieuwe versie van het rapport FIEN (Financiële Impact van Energiebeleid voor Netbeheerders). Uit het rapport blijkt dat de benodigde investeringen in de periode 2026–2040 verder toenemen en dat de nettarieven voor gemiddelde huishoudens voor elektriciteit richting 2040 zullen verdubbelen ten opzichte van de huidige tarieven. Slimmer gebruik van de elektriciteitsinfrastructuur en heldere integrale ontwerpkeuzes, zoals de inzet van (hybride) warmtepompen, warmtenetten, CCS, groen gas en (blauwe) waterstof, kan de totale kosten voor de transitie van de energie-infrastructuur beperken. 

Volgens het nieuwe FIEN-rapport investeren netbeheerders tot 2040 jaarlijks tussen de 13 en 18 miljard euro in elektriciteits-, gas-, waterstof- en warmtenetten. Een hogere opgave dan voorzien in FIEN24. De investeringsbehoefte voor elektriciteitsnetten is in dit rapport gestegen met 32 miljard euro, ten opzichte van het vorige FIEN-rapport. De recente investeringsplannen (IP's) waarop het rapport gebaseerd is, laten een sterkere mate van elektrificatie zien en dat vraagt om meer elektriciteits-infrastructuur. De stijging wordt gedempt doordat we uitgaan van 30 GigaWatt voor wind-op-zee ten opzichte van 38 GW in de vorige studie. Het recente coalitieakkoord stelt echter 40 GW wind-op-zee voor, wat betekent dat de investeringen nog eens met 34 miljard euro zouden stijgen.

Als gevolg van de hogere investeringsbehoefte zullen de netbeheertarieven voor elektriciteit ook toenemen. Omdat de kosten echter ook over steeds meer aansluitingen verdeeld worden, is de relatieve toename van de nettarieven kleiner dan de relatieve toename in investeringen. Daar komt bij dat het FIEN-rapport per 2029 al uitgaat van een nieuw tariefstelsel voor kleinverbruik, dat flexibel gedrag financieel beloont en tot lagere tariefstijgingen leidt voor het gemiddelde huishouden.

”Netbeheerders hebben de wettelijke taak om iedereen van energie te voorzien en daarom blijven we maximaal investeren in de infrastructuur”, aldus Hans-Peter Oskam, Algemeen Directeur van Netbeheer Nederland. “Dat kan elektriciteit zijn, maar ook waterstof, groen gas of warmte. Daarvoor is infrastructuur nodig, die de netbeheerders aanleggen en onderhouden. Deze opgaven groeien mee met de maatschappelijke vraag en daarom moeten we stevig investeren, waarbij we aandacht moeten houden voor de betaalbaarheid van de energierekening.”

Netbeheer Nederland heeft in het verlengde van het vorig jaar verschenen IBO-onderzoek de belangrijkste set aan mogelijke besparingen door slimme systeemkeuzes voor een betaalbaar en betrouwbaar energiesysteem doorgerekend in relatie tot de nieuwe inzichten. Forse besparingen zijn mogelijk door opslag, opwekking en verbruik op strategische locaties af te stemmen. Oskam: “Daarom vragen we overheden om tijdig ruimte te maken voor energie-infrastructuur en dat leidend te laten zijn. Slim plannen en bouwen gaat vooraf aan slim investeren. Hoe sneller vergunningen rond zijn, hoe sneller we nieuwe bedrijven, woningen en energiehubs kunnen aansluiten.”

Daarnaast moeten zowel huishoudens als bedrijven worden gestimuleerd om energie te besparen en flexibel elektriciteit te gebruiken. Volgens het IBO kan door een betere benutting van het net een bedrag van tot wel EUR 33 miljard bespaard worden. Hierbij is het uitgangspunt dat huishoudens en bedrijven worden gestimuleerd om energie te besparen en flexibel elektriciteit te gebruiken. Daarnaast wordt betaalbaarheid ook beïnvloed door systeemkeuzes met een optimale energiemix: een integraal ontworpen energiesysteem, elektriciteit in harmonie met warmte-, groen‑gas- en waterstof, houdt de maatschappelijke kosten lager en kan tevens de druk op het elektriciteitsnet verlichten.

Om de voorziene kostenstijging voor huishoudens te dempen, hebben de gezamenlijke netbeheerders eerder het alternatief tariefstelsel voor kleinverbruik voorgesteld (link Berenschot Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Netbeheer Nederland), waarbij ze in daluren korting krijgen op hun energiegebruik. Hierdoor kan 60% van de huishoudens de stijging van de energierekening dempen.


vrijdag 24 april 2026

Bpost wil dit jaar 12.000m² aan nieuwe zonnepanelen installeren op zijn gebouwen

Bpost wil zijn inzet op duurzame energie versnellen met de installatie van negen nieuwe zonnepannelenparken op zijn distributiecentra in België. 

In totaal wil het pakjesbedrijf meer dan 12.000 m² extra zonnepanelen plaatsen, goed voor een jaarlijkse CO₂-reductie van 509 ton. De eerste van de nieuwe zonnepanelenparken werd reeds geïnstalleerd in Oostende.
 
De doelstelling van Bpost is om elektriciteit zoveel mogelijk op een duurzame manier zelf op te wekken. Daarom heeft het pakjesbedrijf de voorbije jaren al meer dan 70.000 vierkante meter aan zonnepanelen geplaatst op de daken van 39 verschillende gebouwen over het hele land, zoals postkantoren, distributiecentra en sorteercentra. Bpost wil die inspanningen ook de komende jaren blijven leveren.
 
Zo werd deze maand reeds een volledig nieuw zonnepanelenpark geïnstalleerd op het dak van het distributiecentrum van Bpost in Oostende, van waaruit dagelijks 6.000 pakjes op een uitstootvrije manier geleverd worden door de postbodes. De installatie in Oostende is 2.300 vierkante meter groot, goed voor 614 zonnepanelen. ​

Op zonnige momenten is de productie in Oostende groot genoeg om elk uur vijf elektrische bestelwagens op te laden van 0 naar 100%. Ook werd de laadcapaciteit van het distributiecentrum uitgebreid tot maar liefst 83 laadpalen voor de voertuigen van de postbodes.
 
In de komende negen maanden wil Bpost nog acht nieuwe zonnepanelenparken voorzien. Deze zullen geplaatst worden op de distributiecentra van Aat, Brakel, Ieper, Knokke, Maldegem, Nijvel, Seraing en Tielt. Op die manier verwacht Bpost meer dan 12.000 vierkante meter aan bijkomende zonnepanelen te kunnen installeren, goed voor een extra CO2-besparing van 509 ton per jaar. ​
 
Naast de energie die Bpost zelf opwekt, maakt het pakjesbedrijf bovendien uitsluitend gebruik van hernieuwbare energie via externe elektriciteitsleveranciers.

Triodos Bank zet in op financiering van energieopslag, lokale netwerken en energiebesparende oplossingen

Triodos Bank heeft aan de vooravond van de Santa Marta conferentie, haar vernieuwde visie op energie gepresenteerd. Hierin is ook de aanpak voor de financiering van de energietransitie opgenomen. De bank richt zich op het financieren van energieopslag, lokale elektriciteitsnetwerken, energiezuinigheid en circulaire toeleveringsketens. Investeringen in de fossiele brandstofindustrie, kernenergie en niet-groene waterstof blijven uitgesloten.
 
Triodos Bank benadrukt het belang van financieringsmodellen die gemeenschapsenergie en lokaal eigendom stimuleren, en die bijdragen aan betaalbare en veerkrachtige energieoplossingen, vooral voor huishoudens die met energiearmoede te maken hebben. De bank richt zich daarbij nadrukkelijk op oplossingen aan de vraagkant, zoals energiezuinige gebouwen, duurzame mobiliteit en systemen die het energieverbruik daadwerkelijk verlagen, in plaats van het slechts marginaal efficiënter te maken.
 
Om duidelijk te maken waarom scherpere keuzes in financiering en meer aandacht voor het terugdringen van de energievraag zo hard nodig zijn, waarschuwt de bank dat fossiele brandstoffen wereldwijd nog steeds de boventoon voeren. De energietransitie verloopt daardoor veel te langzaam. Dit onderwerp is extra belangrijk in aanloop naar de eerste internationale conferentie over de afbouw van fossiele brandstoffen in de havenstad Santa Marta in Colombia, die samen met Nederland wordt georganiseerd. Zowel grote publieke als private investeringen blijven nog altijd naar fossiele brandstoffen gaan, waardoor de uitstoot hoog blijft en verandering wordt tegengehouden. In 2013 kwam ongeveer 81% van alle energie wereldwijd uit fossiele bronnen. Tien jaar later is dat percentage slechts gedaald naar circa 80%.
 
“Dit percentage maakt duidelijk dat we nog niet kunnen spreken van een echte uitfasering,” zegt Jacco Minnaar, CCO van Triodos Bank. “We hebben inmiddels het laaghangend fruit in de energietransitie wel geplukt, maar de grootste uitdaging ligt nog voor ons: het structureel verminderen van onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen in verwarming, industrie, transport en consumptie. Aan het begin van deze belangrijke conferentie in Colombia benadrukt Triodos Bank dat wereldwijde ambities alleen succesvol kunnen zijn als ze worden ondersteund door concreet nationaal uitfaseringsbeleid en duidelijke financiële prikkels. Alleen zo wordt de energietransitie voorspelbaar, betaalbaar en sociaal rechtvaardig.”

In het visiedocument zet de bank uiteen hoe de mondiale energietransitie verder moet gaan dan alleen kleine stapjes vooruit. Het uiteindelijke doel is een schoon, betrouwbaar, onafhankelijk en eerlijk energiesysteem. Alleen het vervangen van fossiele brandstoffen door duurzame energiebronnen is niet genoeg. In de volgende fase van de energietransitie moeten ook de groeiende energievraag, het gebruik van schaarse grondstoffen, de weerbaarheid van het elektriciteitsnet en sociale rechtvaardigheid worden meegenomen.

donderdag 23 april 2026

Nationaal Warmtefonds publiceert jaarverslag 2025: recordbedrag van 506 miljoen euro verstrekt

Nationaal Warmtefonds heeft in 2025 een recordbedrag van 506 miljoen euro aan leningen verstrekt. In totaal hielp het fonds vorig jaar circa 31.700 woningeigenaren bij het verduurzamen van hun woning, een stijging van ruim 18% ten opzichte van 2024. Met de recent aangekondigde aanvullende overheidsfinanciering van 180 miljoen euro wordt de continuïteit van Nationaal Warmtefonds verder geborgd.

Ondanks een dalende marktvraag naar zonnepanelen bleef de behoefte aan financiering in 2025 onverminderd groot, met name voor isolatie. Ruim de helft (54%) van de particuliere aanvragers maakte gebruik van de 0%-rentelening voor huishoudens met een inkomen tot € 60.000. Ook bereikte het fonds doelgroepen die elders moeilijk financiering kunnen krijgen. Het aantal leningen aan 75-plussers steeg met 17% en 129 woningeigenaren met een negatieve BKR-registratie konden hun woning met hulp van Nationaal Warmtefonds toch verduurzamen.

Ook de verduurzaming van appartementsgebouwen kreeg in 2025 een flinke impuls. Het fonds verstrekte voor 232 miljoen euro aan VvE-leningen, een stijging van 35% ten opzichte van het voorgaande jaar. Hiermee werden bijna 11.000 woningeigenaren binnen een VvE geholpen. In juli 2025 lanceerde het fonds de VvE Ledenlening. Met deze regeling financiert Nationaal Warmtefonds de gestegen maandelijkse VvE-bijdrage voor minder draagkrachtige VvE-leden. Dit verlaagt de drempel voor VvE’s om verduurzamingsprojecten te starten.

2025 markeerde ook de overgang van Nationaal Warmtefonds naar een zelfstandige uitvoeringsorganisatie. Door de overname van de activiteiten van Polestar Bemiddeling B.V. voert het fonds nu alle werkzaamheden in eigen beheer uit vanuit het nieuwe kantoor in Hilversum. 

Voor 2026 staat de lancering van de Subsidielening gepland. Hiermee kunnen woningeigenaren subsidies (zoals de ISDE) direct voorfinancieren via het fonds, zodat zij het bedrag niet zelf voor hoeven te schieten. Ook wordt gewerkt aan een specifieke VvE Onderhoudslening, waarbij noodzakelijk groot onderhoud gecombineerd kan worden met verduurzaming. 

Electra snellaadstation in Veenendaal markeert snelle groei in Nederland

Electra, één van de snelst groeiende aanbieders van snellaadstations in Europa, markeert met de opening van het 100e Nederlandse snellaadpunt in Veenendaal een belangrijke mijlpaal in de groeistrategie. Ondanks de uitdagingen van het overbelaste stroomnet bewijst Electra dat snelle expansie mogelijk blijft door de inzet van lokale batterijopslag. Met die oplossing kan in gebieden met netcongestie een aansluitstop van laadpalen worden voorkomen.  

Het 100e snellaadpunt bij The Wave langs de A12 bij Veenendaal werd feestelijk geopend door Louis-Charles Mosseray, General Manager Benelux Electra,  Baerte de Brey, Vice-President E-mobility Europe, en Marco Verloop, wethouder van de gemeente Veenendaal.  
 
Electra is sinds 2024 actief in Nederland, met de steun van pensioenfonds PGGM als grootste aandeelhouder, en heeft grote ambities voor de uitrol van hoogwaardige snellaadpunten in ons land.  

Dankzij de plaatsing van geavanceerde batterijsystemen bij de locaties weet Electra de huidige netcongestie succesvol te omzeilen. Door energie lokaal op te slaan in geavanceerde batterijsystemen, fungeert het laadstation als een buffer: de batterij laadt op tijdens rustige momenten en ontlaadt op piektijden. Dit stelt auto’s in staat om op maximale snelheid te laden zonder het elektriciteitsnet te overbelasten.  
 
Meerdere locaties zijn inmiddels uitgerust met deze systemen, die in combinatie met lokale zonne-energie bewijzen dat ultrasnel laden en een stabiel stroomnet perfect samengaan. Dit is een waardevolle oplossing voor heel Nederland, en voor Veenendaal in het bijzonder vanwege de tijdelijke aansluitstop in  regio  Utrecht.  
 
Naast technische innovatie zet Electra in op dialoog. Door nauw samen te werken met beleidsmakers en netbeheerders, neemt het bedrijf de drempels voor elektrisch rijden stapsgewijs weg.  

Netcongestie is een structurele uitdaging die vraagt om samenhangende keuzes

Netcongestie remt de economie, de verduurzaming en de bouw van nieuwe woningen. De commissie voor Klimaat en Groene Groei debatteerde hierover op woensdag 22 april.

Nederland elektrificeert al een aantal jaar in een hoog tempo. Bedrijven verduurzamen, we stappen over op warmtepompen elektrisch vervoer en we wekken steeds meer duurzame energie op. De opwek en het verbruik van elektriciteit zijn zelden op dezelfde locatie of op hetzelfde moment. Dat maakt dat we steeds meer van onze elektriciteitsnetten zijn gaan vragen: soms voeden we véél elektriciteit op vele plekken in het land op het elektriciteitsnet in, en weer op andere momenten vragen we veel elektriciteit van datzelfde net terug.

Daarmee groeit ook de vraag naar transportcapaciteit op het elektriciteitsnet. Om aan die groeiende vraag te voldoen bouwen netbeheerders op volle kracht aan nieuwe elektriciteitsstations, breiden zij bestaande stations uit en leggen zij vele kilometers kabels aan. Netbeheerders bouwen sneller dan ooit, maar het huidige tempo blijkt nog onvoldoende om de groeiende vraag bij te houden. De tijdelijke aansluitpauze in het FGU-gebied onderstreept de alsmaar toenemende urgentie van de problematiek.

Netbeheerders voeren de uitvoering jaarlijks op. Tegelijkertijd beperken vergunningen, ruimte en tekorten aan mensen en materialen grotendeels het tempo. Netbeheerders pleiten daarom voor het tijdig aanwijzen van locaties voor energie-infrastructuur, en daarop Rijksregie te organiseren.

Een piekgedreven elektriciteitssysteem is onnodig duur. Beter benutten van het net is noodzakelijk om kosten te beperken en sneller ruimte te creëren. Een beter benut net is daarom ook een betaalbaarder net: meer gebruikers delen de kosten en investeringen kunnen efficiënter plaatsvinden. Netbeheerders benadrukken daarom dat flexibiliteit aantrekkelijker moet worden gemaakt, voor zowel kleinverbruikers als grootverbruikers. Netbewuste nieuwbouw (nieuwe woonwijken met zo laag mogelijke netimpact) moet de norm worden.

De oplossing voor netcongestie ligt niet alleen in elektriciteit. Het energiesysteem van de toekomst is een combinatie van elektriciteit, warmte, waterstof en groen gas.

Netcongestie is een structurele uitdaging die vraagt om samenhangende keuzes. Door sneller te bouwen, het net beter te benutten en te sturen op een integraal energiesysteem, houden we energie betaalbaar, betrouwbaar en beschikbaar voor huishoudens en bedrijven. Beter benutten van het net en netbewuste maatregelen zijn structureel nodig voor wonen, werken en weerbaarheid.

Netbeheerders nemen hierin hun verantwoordelijkheid en blijven investeren. Tegelijkertijd kunnen wij deze opgave niet alleen realiseren. Samenwerking met overheden en marktpartijen is cruciaal om de noodzakelijke doorbraak in vergunningsverlening, ruimtereservering en tekorten in mensen en materialen te bereiken.

Energie-Nederland positief over uitspraak CBb redelijk rendement warmteleveranciers

Energie‑Nederland is tevreden met de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) over het rendement voor warmteleveranciers, het WACC-besluit. Het CBb stelt duidelijk dat de toezichthouder ACM moet zorgen voor een redelijk rendement voor warmtebedrijven. 

Daarbij moet volgens het CBb, en de onafhankelijke deskundigen, rekening worden gehouden met het asymmetrisch reguleringsrisico waar warmtebedrijven mee te maken hebben. Hun winst is namelijk gemaximeerd, maar als ze verlies lijden, is dat volledig voor hun eigen rekening. Dit maakt investeren risicovol en rechtvaardigt dat warmtebedrijven een iets hogere vergoeding krijgen voor dat risico. 

Het CBb erkent ook dat warmtebedrijven sterk van elkaar verschillen, en verder ook van grote beursgenoteerde bedrijven. Ze zijn vaak kleiner en anders georganiseerd dan die grote bedrijven. Daardoor zijn warmtebedrijven onderling niet goed met elkaar te vergelijken en niet met grote bedrijven. Ook deze verschillen moeten worden meegewogen bij het vaststellen van een redelijk rendement via een opslag op het eigen vermogen van 1 procentpunt. 

Deze uitspraak moet worden gezien in het licht van de huidige financiële situatie in de warmtesector. Die is namelijk zorgelijk. Uit cijfers van de ACM blijkt dat de gemiddelde opbrengst voor warmtebedrijven zelfs negatief is: –0,4% tegenover een redelijk rendement van ca. 7%. Veel bedrijven verdienen dus helemaal geen redelijk rendement. Dat betekent dat warmtebedrijven niet of nauwelijks kunnen investeren in opschaling en verduurzaming van warmtenetten.  

De uitspraak van het CBb helpt om het kader te verduidelijken, maar is op zichzelf niet genoeg om de sector financieel gezond te maken. Daarvoor is ook aanvullend beleid van het Rijk nodig, zodat investeringen in warmtenetten daadwerkelijk van de grond kunnen komen. 

woensdag 22 april 2026

Bedrijven kunnen weer subsidie voor flexibel elektriciteitsverbruik aanvragen

Vanaf 6 mei kunnen bedrijven die last hebben van het overbelaste elektriciteitsnet weer subsidie aanvragen voor flexibel elektriciteitsverbruik (Flex-e). Door nieuwe voorwaarden komen meer bedrijven in aanmerking voor subsidie. Ook is aanvragen dit keer makkelijker. Met Flex-e kunnen bedrijven alsnog stappen zetten om te groeien of verduurzamen. Bedrijven kunnen hun aanvraag indienen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

In veel regio’s is het elektriciteitsnet overbelast (netcongestie). Netbeheerders plaatsen aanvragen voor nieuwe of zwaardere aansluitingen of een verhoging van het gecontracteerde vermogen binnen de bestaande aansluiting op een wachtlijst. De Flex-e subsidie kan een oplossing bieden. Door elektriciteit slimmer te gebruiken, benutten bedrijven hun bestaande aansluiting beter. Zo ontstaat ruimte om te groeien of te verduurzamen binnen het huidige contract. 

Alle bedrijven met een grootverbruikaansluiting kunnen nu de subsidie aanvragen. Dit zijn bedrijven met een elektriciteitsaansluiting die groter is dan 3x80 ampère. Bij de vorige openstelling kwamen alleen bedrijven met een gecontracteerd transportvermogen van 100 kW of meer in aanmerking voor subsidie. Ook bedrijven die op het laagspanningsnet zijn aangesloten, kunnen nu subsidie aanvragen. Huurders zonder eigen aansluit- en transportovereenkomst (ATO) komen niet meer in aanmerking voor deze subsidie. De eigenaar van hun pand met de ATO kan mogelijk wel subsidie aanvragen. 

Het totale budget voor de subsidie is ruim 30 miljoen. De subsidie bestaat uit 3 onderdelen. Het budget per subsidieonderdeel past nu beter bij wat bedrijven nodig hebben. Dit jaar is er minder geld voor de flexibiliteitsscan. Het budget is verschoven naar de flexibiliteitsmaatregelen met de meeste aanvragen vorig jaar. 

Het budget en subsidiepercentage verschillen per onderdeel: 
Voor de flexibiliteitsscan en haalbaarheidsstudie blijft het subsidiepercentage gelijk: bedrijven ontvangen tot 50% van de kosten. Het beschikbare budget is 4 miljoen voor de scan en 8,8 miljoen voor studie.  
Voor de flexibiliteitsmaatregelen is het subsidiepercentage verhoogd van 35% naar maximaal 40%. Het budget is verdeeld in 2 groepen: 6,5 miljoen voor maatregelen tot 100 kW en 9,7 miljoen voor maatregelen van 100 kW of meer. 
Geen contract meer nodig voor sommige maatregelen 

Er zijn nu twee groepen met maatregelen voor flexibel elektriciteitsverbruik waarvoor bedrijven subsidie kunnen krijgen. In de eerste groep zitten maatregelen die samen minder dan 100 kW vermogen afnemen van het elektriciteitsnet. Daarvoor hebben bedrijven geen congestiemanagementcontract met hun netbeheerder nodig. Dit contract aanvragen kost veel tijd. Omdat dit nu niet nodig is, is het voor kleinere bedrijven makkelijker om maatregelen te nemen. In de tweede groep zitten maatregelen die samen 100 kW of meer afnemen van het elektriciteitsnet. Hiervoor hebben bedrijven nog steeds een congestiemanagementcontract met hun netbeheerder nodig. In zo’n contract staat hoeveel elektriciteit zij op verschillende momenten mogen gebruiken. 

Aansluitstop stroomnet Flevopolder-Gelderland-Utrecht grotendeels voorkomen door stevige maatregelen

Door de crisisaanpak van het kabinet, de betrokken netbeheerders en provincies is een aansluitstop voor het stroomnet in de regio Flevopolder-Gelderland-Utrecht voor nu grotendeels voorkomen. De landelijke netbeheerder TenneT had hier eerder voor gewaarschuwd omdat het stroomnet in deze regio de grens heeft bereikt. De betrokken partijen nemen stevige maatregelen zodat de aansluiting van woningen en bedrijven met maatschappelijke prioriteit zoveel mogelijk door kan gaan. In een deel van de provincie Utrecht is, ondanks de ingezette acties, helaas een tijdelijke pauze nodig om het stroomnet veilig te houden. Geplande woningbouw kan wel overal doorgaan. Dit schrijft staatssecretaris de Bat aan de Tweede Kamer.

Staatssecretaris de Bat: “We hebben de afgelopen maanden alles uit de kast getrokken om een volledige aansluitstop te voorkomen. De maatschappelijke gevolgen van zo’n stop zijn enorm, onder meer voor de woningbouw. Daarom hebben we bewust ook meer ingrijpende maatregelen afgewogen. Het is positief dat we door de intensieve samenwerking een volledige aansluitstop voor nu hebben voorkomen en bekende grootschalige woningbouwprojecten overal door kunnen gaan. Tegelijkertijd blijft de pauze in Utrecht een zeer ongewenste boodschap en zijn we ons allemaal bewust hoe ingrijpend de pauze is voor mensen en ondernemers. We zijn bovendien nog niet uit de gevarenzone en de situatie op het stroomnet blijft onze volle aandacht vragen.”

Het stroomnet loopt met name in de regio FGU tegen de grenzen aan. Ondanks de forse investeringen van de netbeheerders, groeit de vraag naar ruimte op het stroomnet (tijdens piekmomenten) sneller dan de netbeheerders het net kunnen uitbreiden. De situatie op het stroomnet blijft ook met de genomen maatregelen kwetsbaar. De netbeheerders en overheid blijven daarom voortvarend doorwerken met deze aanpak.   

Een van de maateregelen om een volledige aansluitsop te voorkomen is het ‘opknippen’ van het stroomnet in 5 gebieden. Daarmee wordt het mogelijk om preciezer en effectiever in te grijpen. Met het opknippen én de acties is een aansluitstop in 4 van de 5 gebieden  voor nu voorkomen en kunnen woningen en bedrijven met maatschappelijke prioriteit aangesloten blijven worden.

In een deel van de provincie Utrecht is helaas wel een tijdelijke pauze nodig. Ondanks de maatregelen komt de betrouwbaarheid van het stroomnet hier te veel onder druk te staan. Dat betekent dat aanvragen voor een nieuwe of zwaardere aansluiting hier ook voor consumenten op een wachtlijst komen te staan. Afhankelijk van de situatie kan een zwaardere aansluiting bijvoorbeeld nodig zijn voor de installatie van een warmtepomp. De precieze invulling van de pauze wordt de komende tijd uitgewerkt. In alle gebieden (inclusief Utrecht) is ruimte gecreëerd om geplande en bij de netbeheerder aangemelde woningbouwprojecten aan te sluiten.

De landelijke en regionale overheden en netbeheerders hebben de afgelopen maanden intensief samengewerkt om te zorgen dat het mogelijk blijft om nieuwe woningen aan te sluiten en tegelijkertijd het stroomnet veilig te houden. Ook de toezichthouder ACM was hierbij betrokken. De partijen hebben onder andere afgesproken:

Het stroomnet in Utrecht wordt 2 jaar eerder uitgebreid. Overheden en netbeheerders hebben hier afspraken over gemaakt en deze projecten krijgen voorrang bij de inzet van mensen en materialen.
De netbeheerders gaan meer contracten sluiten met bedrijven om minder stroom te gebruiken als het druk is op het stroomnet.

De aannames die in de ‘rekenmachine’ over toekomstige vraag naar ruimte op het stroomnet gaan hebben grote invloed op de uitkomsten. De overheden en netbeheerders hebben afgesproken die aannames aan te scherpen zonder onnodig conservatief rekenen.

Huishoudens in de FGU regio kunnen vanaf komende zomer worden benaderd door hun energieleverancier met een aanbod voor een vergoeding om zware apparaten zoals warmtepompen, thuisbatterijen of laadpalen minder te gebruiken tijdens piekmomenten.

De netbeheerders gaan zo snel mogelijk uitwerken wat de exacte gevolgen zijn van de tijdelijke pauze in een deel van Utrecht.

De situatie in FGU is en blijft kwetsbaar. De betrokken partijen blijven keihard werken om het stroomnet betrouwbaar te houden en meer ruimte vrij te maken voor nieuwe aansluitingen. In oktober zal er weer worden bekeken of, en zo ja hoeveel, ruimte er per 1 januari 2027 kan worden vrijgegeven. De overheid en netbeheerders blijven de situatie daarom nauwlettend monitoren en werken aan oplossingen.

dinsdag 21 april 2026

Grote verschillen laaddruk tussen gemeenten en provincies

Met de huidige brandstofprijzen wijken veel mensen uit naar hybride of elektrische voertuigen. Logisch, gezien de potentiële besparingen van dergelijke voertuigen. Maar is de infrastructuur hier wel op berekend? Met andere woorden: zijn er wel voldoende openbare laadpunten in iedere stad of provincie om al deze voertuigen op te laden? Immers, niet ieder huis heeft zijn eigen oprit. In welke gemeente of provincie is het dringen geblazen bij een laadpunt? En waar heb je de laadpunten nagenoeg voor jezelf? 

De laaddruk in een gemeente wordt bepaald door het aantal stekkerauto’s (elektrische auto’s en plug-in hybrides) dat in een gemeente gemiddeld één (semi)publiek laadpunt moet delen. De laaddruk verschilt sterk per gemeente.

Gemeenten die er positief uitspringen zijn Sluis (1,6), Loon op Zand (2,6), Nieuwegein (2,7), Amsterdam (2,7) en Rotterdam (2,7). De lage laaddruk in Sluis is te verklaren door het toerisme: er zijn relatief veel laadpunten voor het aantal inwoners met een stekkerauto.

Aan de andere kant van het spectrum staan gemeenten als Blaricum, Pekela, Dantumadiel, Laren en Wijk bij Duurstede. Daar moeten 22 tot 31 stekkerauto’s gemiddeld één laadpunt delen. Voor inwoners zonder eigen laadmogelijkheid betekent dit wachten, plannen en frustratie bij de laadpaal.

Op provincieniveau zijn de verschillen minder extreem, maar nog steeds duidelijk zichtbaar. Zeeland scoort het best met gemiddeld 4,2 stekkerauto’s per laadpunt, gevolgd door Zuid-Holland (4,5) en Noord-Holland (5,4). Ook hier speelt toerisme een rol: in Zeeland zorgt de seizoensvraag voor een ruim aanbod aan laadinfrastructuur.

Aan de andere kant staan Friesland (8,8) en Drenthe (8,0), waar de uitrol van laadpunten nog niet gelijke tred houdt met het groeiende aantal stekkerauto’s. Flevoland (7,7) volgt daar kort achter. Het landelijk gemiddelde ligt rond de 6 stekkerauto’s per laadpunt. Het volledige overzicht van alle gemeenten en provincies is hier te vinden.


Meer geld voor regio’s met aansluitingen windparken op zee

Het kabinet stelt meer geld beschikbaar voor investeringen in de leefbaarheid van de regio’s waar stroom aan land komt van windparken op zee. In totaal is er dit keer voor de 5 regio’s € 245 miljoen beschikbaar. Dit is onderdeel van het pakket van gebiedsinvesteringen uit het Klimaatfonds en de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit van de Europese unie.

Elke regio bepaalt zelf op welke wijze de investeringen worden ingezet voor het welzijn van bewoners. Zo is een aantal projecten al zichtbaar dat met geld uit de eerste ronde in 2024 is gerealiseerd.

De aansluiting van de windparken op zee heeft impact op land door de bouw van de benodigde infrastructuur. Daarom werkt het Rijk samen met medeoverheden door te investeren in de leefkwaliteit van de 5 regio’s. Elke regio heeft hiervoor een plan gemaakt met concrete projecten.

De aansluiting op het elektriciteitsnet gebeurt via kabels. Voor de windparken op zee zijn plekken nodig om deze verbindingen tussen zee en land mogelijk te maken. Dit gebeurt in Noord-Nederland (Eemshaven), Zeeland (Borsele), Rotterdam (Maasvlakte), het Noordzeekanaalgebied en omgeving Moerdijk en Geertruidenberg.

Met gebiedsinvesteringen wil het Rijk samen met de regio’s de leefomgeving op die plekken versterken. Nederland wordt hiermee welvarender, schoner en minder afhankelijk van andere landen.

maandag 20 april 2026

NVDE: Goede eerste stappen om regisseur te worden in plaats van speelbal


Het kabinet neemt een aantal maatregelen om de weerbaarheid van Nederland te vergroten via energiebesparing en verduurzaming. Ongeveer de helft van de 1 miljard euro wordt gericht besteed aan het minder afhankelijk worden van energie-import. Extra geld voor het Nationaal Warmtefonds, energiefixers, verduurzaming van VVE’s en het inruilen van een brandstofauto voor een elektrische helpen huishoudens structureel minder afhankelijk te worden van dure en onzekere fossiele energie.  Laten we zorgen dat we structureel fit en gezond zijn met oranje-groene energie, reageert Olof van der Gaag, voorzitter van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE).

Ook is het positief dat niet wordt gekozen voor brede generieke maatregelen die de afhankelijkheid van geïmporteerde fossiele brandstoffen in stand houden. Daarmee erkent het kabinet impliciet wat het echte probleem is: onze kwetsbaarheid door fossiele afhankelijkheid. ‘Het kabinet denkt de goede kant op en biedt medicijnen tegen onze energieafhankelijkheid. Dat smaakt naar meer: laten we zorgen dat we structureel fit en gezond zijn met oranje-groene energie’, reageert Olof van der Gaag, voorzitter van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE).
 
‘De energierekening van Nederlanders is een speelbal van de wereldpolitiek. We zijn veel te afhankelijk van fossiele energie uit regio’s waar instabiliteit eerder regel dan uitzondering is. Oranje-groene energie van eigen bodem helpt ons de baas te worden over onze energiekosten en maakt ons weerbaar en onafhankelijk. Oranje-groene energie hoeft niet door de Straat van Hormuz’, zegt Van der Gaag.
 
Dit is hét moment om onze energieafhankelijkheid structureel te doorbreken. Zolang Nederland blijft leunen op aardgas, benzine en diesel uit het buitenland, blijven huishoudens en bedrijven blootgesteld aan geopolitieke spanningen en grillige prijzen. De oplossing ligt binnen handbereik, uitstel maak Nederland kwetsbaarder. Door versneld over te schakelen naar oranje-groene energie van eigen bodem - zoals wind, zon, duurzame warmte en duurzame gassen - kan Nederland de regie terugpakken over zijn eigen energiesysteem. Bouw een energiesysteem dat ons beschermt, in plaats van te blijven reageren op fossiele prijsschokken.
 
De NVDE liet recent zien dat we in vijf jaar tijd tien miljard kuub aardgas kunnen besparen. Help huishoudens en bedrijven over te stappen van duur en instabiel aardgas, benzine en diesel naar duurzame energie. Grootschalige woningisolatie, juist in wijken met energiearmoede, biedt gezinnen structurele zekerheid. Ook kan de overstap naar elektrisch rijden sneller, en kunnen energieprojecten binnen bestaande regels tot 75 procent sneller worden gerealiseerd, zoals onderzoek van Arcadis aantoont.
 

PostNL plaatst eerste pakketautomaten op zonne-energie

PostNL plaatst de komende periode als eerste in Nederland pakketautomaten die volledig werken op zonne-energie. Daarmee wordt het mogelijk om pakketautomaten te plaatsen op locaties zonder stroomaansluiting en in gebieden waar netcongestie uitbreiding lastig maakt. De automaten zijn volledig zelfvoorzienend en zorgen voor meer flexibiliteit bij het plaatsen en een snellere uitrol van het pakketautomaten-netwerk.

De eerste vijf automaten worden geplaatst in Friesland op locaties waar de nieuwe technologie uitkomst biedt, onder meer in Leeuwarden, Drachten en op Terschelling. 

PostNL testte eerder al met pakketautomaten op zonne-energie en ontwikkelde deze de afgelopen tijd verder. De nieuwe generatie verbruikt minder energie en slaat de opgewekte energie op via een batterij, waardoor de automaten ook ’s nachts, in de winter en bij weinig zon betrouwbaar blijven. Doordat een vaste stroomaansluiting niet meer nodig is, vervallen wachttijden en vergunningstrajecten voor kabelaanleg.

PostNL breidt de komende periode het aantal pakketautomaten op zonne-energie verder uit naar meerdere locaties.

Onderzoek toont aan: we kunnen stroomnet tot 30% meer belasten dan gedacht

Uit onderzoek uitgevoerd door DNV in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en de Autoriteit Consument & Markt blijkt dat het Nederlandse hoogspanningsnet tot maximaal 30% extra capaciteit aan kan dan tot nu toe wordt gebruikt. Volgens brancheverenigingen Holland Solar en Nedzero is dit een cruciale conclusie die direct perspectief biedt voor duurzame energieprojecten die nu vastlopen door netcongestie. 

Volgens DNV kan het zwaarder belasten van het hoogspanningsnetin theorie 10 tot maximaal 30% extra ruimte opleveren. Door technische beperkingen en lokale omstandigheden zal dit potentieel niet overal volledig benut kunnen worden, maar de onderzoekers stellen nadrukkelijk dat het wel degelijk extra aansluitingen mogelijk maakt.  

“Deze uitkomst biedt een unieke kans om sneller te verduurzamen, mits we het net slimmer en met meer lef benutten. Het is tijd dat we het potentieel van ons stroomnet volledig benutten om de energietransitie te versnellen”, aldus Lisanne Saes, branchespecialist netinfrastructuur Holland Solar en NedZero 

Het Nederlandse elektriciteitsnet is zeer betrouwbaar: de leveringszekerheid bedraagt 99,99997%. Om dit hoge niveau te garanderen, wordt het net bewust ruim ontworpen en gebruikt. In de praktijk is gemiddeld slechts ongeveer 60% van de totale netcapaciteit beschikbaar voor normaal gebruik; de overige 40% wordt aangehouden als reserve om storingen en onderhoud zonder onderbrekingen op te vangen. 

Hierdoor ligt het daadwerkelijke gebruik van het net relatief laag. Op piekmomenten wordt momenteel ongeveer 53% van de totale capaciteit benut. Buiten deze pieken is de belasting nog lager en ligt het gemiddelde rond de 30%. Dit laat zien dat het elektriciteitsnet niet alleen zeer betrouwbaar is, maar dat er ook grote verschillen zijn tussen het gebruik tijdens piekmomenten en daarbuiten. 

In de uitvraag van het Kabinet voor het onderzoek wordt benadrukt dat netcongestie de economische groei, de energietransitie, de woningbouwopgave en andere maatschappelijke ontwikkelingen remt. De bruto maatschappelijke kosten worden geraamd op circa 40 miljard euro per jaar. 

Tegelijkertijd groeit de wachtrij voor nieuwe en uitbreidende aansluitingen nog steeds. Veel zonne- en windprojecten zijn klaar om gerealiseerd te worden, maar kunnen simpelweg niet worden aangesloten. 

Elke maand vertraging betekent gemiste duurzame opwek voor Nederland en daarmee hogere energiekosten, omdat de energie uit het buitenland geïmporteerd moet worden. 

“Het onderzoek legt bloot dat we aan de ene kant enorme maatschappelijke schade accepteren door congestie, terwijl we aan de andere kant vasthouden aan een bijna absolute betrouwbaarheid,” zegt Lisanne Saes. “Dit onderzoek zou ertoe moeten lijden dat netbeheerders die voorzichtigheid loslaten.” 

'Europese batterijsector in het vizier van investeerders'

Het conflict in het Midden-Oosten trekt meer investeerders naar duurzame energie, in de verwachting dat Europa nog sterker zal inzetten op energie-autonomie. Dat merkt Frank de Hek, managing partner bij Oaklins Nederland. “De aandacht gaat vooral naar lokale energieopwekking en energieopslag via batterijen. China mag dominant zijn in de massaproductie van batterijen, maar Europa biedt veel kansen in maatwerk en technologische ontwikkeling.” 

Duurzame energie speelt een sleutelrol in het bereiken van energie-onafhankelijkheid. Grote batterijen zijn daarbij onmisbaar, omdat ze vraag en productie in balans kunnen brengen en netstabiliteit waarborgen. De Hek verwacht dat Nederland en andere overheden dit segment versneld zullen gaan ondersteunen. “We zien die verwachting ook bij investeerders, en signaleren een duidelijke toename van interesse in transacties in deze sector”, aldus De Hek. 

De grootste kansen liggen niet zozeer in batterijproductie. China loopt daarin ver voorop. Maar Europa is daarmee niet uitgespeeld, stelt De Hek. “China is sterk in massaproductie. Maar Europese bedrijven kunnen specifieke oplossingen op maat bieden en hebben op verschillende vlakken een voorsprong. De waarde zit steeds minder in de cel maar meer in het systeem eromheen, denk aan software, research, energiebeheer, installatie en onderhoud.” 

Het conflict in het Midden-Oosten versnelt een trend die er al was, meent De Hek. “We zien een duidelijke M&A-trend waarmee bedrijven schaalgrootte proberen te winnen, en investeerders die aangetrokken worden door de goede groeivooruitzichten.” Waar China inzet op schaal en kostprijsleiderschap, zet Europa in op software, systeemintegratie en slimme energieoplossingen. Dat is een direct gevolg van de energietransitie, waarin flexibiliteit en netstabiliteit steeds belangrijker worden, meent De Hek.

Die verschuiving is duidelijk zichtbaar, meent Oaklins Nederland, expert in (inter)nationale fusies en overnames, financieringen, waarderingen en kapitaalmarkttransacties. Het zwaartepunt in de sector komt meer te liggen op Battery Energy Storage Systems (BESS), Energy Management Systems (EMS) en geïntegreerde opslagoplossingen. De Hek: “Juist daar worden de hoogste marges gerealiseerd. Investeerders waarderen softwaregedreven en grid-geïntegreerde bedrijven structureel hoger dan traditionele producenten van batterijcellen.”    

Binnen Europa neemt Nederland een opvallende koploperspositie in, gedreven door noodzaak. De acute netcongestie heeft bedrijven gedwongen om versneld oplossingen te ontwikkelen voor energieopslag en -beheer, stelt De Hek. “Die voorsprong begint zich nu uit te betalen. Nederland loopt voorop in oplossingen voor netcongestie,” zegt De Hek. “Die kennis kunnen we straks bovendien exporteren, omdat andere landen dezelfde problemen krijgen.”

Bedrijven die nu nog vooral in Nederland actief zijn, bereiden zich voor op internationale groei. Door vroeg ervaring op te doen in een overbelaste markt, hebben ze een voorsprong opgebouwd die moeilijk in te halen is. Opvallend is dat de Europese batterijmarkt blijft groeien, ondanks politieke tegenwind uit de Verenigde Staten. Dat kan op termijn zelfs een strategisch voordeel opleveren. “Als het beleid in de VS weer draait, moeten zij opnieuw beginnen. Dan lopen ze achter in technologie en kennis.”

Rijswijk zet grote stap naar aardgasvrij wonen: warmtenet haalbaar voor Stervoorde en Hoekpolder

De gemeente Rijswijk, woningcorporaties Vidomes en Rijswijk Wonen en het publieke warmtebedrijf HVC hebben een belangrijke stap gezet richting een aardgasvrij Rijswijk West. Na afronding van de onderzoeksfase hebben de partijen afspraken vastgelegd om samen verder te werken aan de aanleg van een warmtenet. Uit het onderzoek blijkt namelijk dat een warmtenet, gevoed door duurzame aardwarmte uit Midden-Delfland, de meest haalbare en toekomstbestendige oplossing is voor Rijswijk West.

De wijken Stervoorde en Hoekpolder lopen vooruit op de rest van Rijswijk West. Vanaf 2028 worden hier stap voor stap de eerste 2.500 woningen voorbereid op de nieuwe warmtevoorziening. Deze eerste fase vormt de basis voor verdere aansluitingen in Rijswijk West, met als doel om richting 2040 door te groeien naar ongeveer 10.000 woningen. De plannen sluiten aan bij het Warmteprogramma Rijswijk 2025, waarin is vastgelegd waar en wanneer in Rijswijk wordt gewerkt aan een toekomst zonder aardgas.

Wethouder Mark Wit is blij met de overeenkomst: “Rijswijk kiest voor een toekomst zonder aardgas. Met het warmtenet maken we die stap voor veel woningen haalbaar en betaalbaar. Daarin zijn de afspraken met corporaties en HVC een belangrijke mijlpaal. We blijven doorwerken tot er voor alle woningeigenaren een oplossing is en er dus ook een aantrekkelijk aanbod ligt voor particulieren. Wij kunnen in Rijswijk een grote stap zetten in de afname van CO2-uitstoot en afhankelijkheid van aardgas dus we zullen het Rijk blijven aanspreken op stevigere subsidiëring.”

De huurwoningen van Vidomes en Rijswijk Wonen worden aangesloten zodra bewoners hiermee akkoord gaan. Daarmee staat een zorgvuldige aanpak centraal, waarbij bewoners goed worden meegenomen.
“De overstap naar het warmtenet zorgt ervoor dat onze bewoners niet afhankelijk zijn van aardgas en kunnen rekenen op een duurzame warmtebron.” Aldus Aniel Ramawadh (Directeur Vidomes).
'De overstap naar een warmtenet is een grote verandering, maar vooral een betrouwbare en toekomstige bestendige keuze, waarbij de corporatie haar verantwoordelijkheid neemt om het samen met en voor de bewoner goed, eerlijk en betrouwbaar te regelen. Het mes snijdt daarbij aan veel kanten: we gaan van het gas af, geothermie biedt een duurzaam, groen alternatief en we bieden een betaalbare, veilige en comfortabele oplossing. We volgen onze koers: stap voor stap naar woningen die gezond, toekomstbestendig en betaalbaar zijn. Dat doen we zorgvuldig, mét en voor onze bewoners.' vertelt Rob van den Broeke (directeur-bestuurder Rijswijk Wonen).

Met de samenwerkingsovereenkomst spreken de gemeente, woningcorporaties en HVC hun gezamenlijke inzet uit. De gemeente voert de regie en zorgt voor communicatie, HVC is verantwoordelijk voor aanleg, beheer en levering van warmte en de corporaties zorgen voor goed voorbereide woningen en geïnformeerde huurders.

vrijdag 17 april 2026

Groot deel TU Delft Campus schakelt over op aardwarmte

Na jaren van voorbereiding, onderzoek en bouw is het zover: de aardwarmtebron op TU Delft Campus is officieel in gebruik. De bron voorziet de meeste universiteitsgebouwen én enkele DUWO-studentencomplexen van duurzame warmte. Daarmee daalt de CO₂-uitstoot voor gebouwverwarming aanzienlijk; een daling die kan oplopen tot circa 80% in 2027. Minstens zo belangrijk is de énorme hoeveelheid wetenschappelijke data die de bron oplevert. 

En dat is een belangrijke ontwikkeling, zeker als je bedenkt dat in Europa bijna de helft van de totale energievraag naar het verwarmen en koelen van huizen, kantoren en industriële processen gaat. De energietransitie is daarmee net zo goed een warmtetransitie. 

Met het project Geothermie Delft levert Delft een bijzondere bijdrage aan deze transitie. Op het eigen campusterrein realiseerden TU Delft, Gaia Energy en EBN een aardwarmtebron op twee kilometer diepte, die duurzame warmte uit de ondergrond pompt.

Eerst wordt er warmte geleverd aan de gebouwen op TU Delft Campus én aan een drietal studentencomplexen (van DUWO) op en rond het campusterrein. Later in het jaar staan de wijken Voorhof en Buitenhof op de planning om aangesloten te worden op het gloednieuwe warmtenet. Hoe en wanneer dát precies zal gebeuren, wordt nauwkeurig bijgehouden op deze website. 

Volgens Hester Bijl, rector magnificus van TU Delft, is de ingebruikname van de bron een enorme stap richting een toekomstbestendige, klimaatneutrale campus én gemeente.

Dit project begon in 2007 met een idee van Delftse studenten die zich in een kroeg afvroegen of we onze eigen campus met aardwarmte konden verwarmen. Jaren van engineering en samenwerking later staat hier, midden in de stad, een werkende aardwarmtebron. We verduurzamen onze campus en omliggende wijken, doen onderzoek twee kilometer onder onze eigen universiteit én leiden hier studenten op die leren hoe je de energietransitie in de praktijk vormgeeft. Dat dit hier lukt, is geen toeval. Het is wat er gebeurt wanneer publieke en private partijen samen verantwoordelijkheid nemen én volhouden.

Kabinet erkent noodzaak verdere uitrol wind, zon en batterijopslag midden in energiecrisis

Het kabinet kiest nadrukkelijk voor het belang van verdere ontwikkeling van het decentrale energiesysteem. Dat blijkt uit een rapport van CE Delft en Generation Energy over de doorgroei van hernieuwbare elektriciteitsopwekking op land. Het rapport laat zien dat lokale opwek, opslag en slim energiegebruik essentieel zijn om woningbouw, verduurzaming van bedrijventerreinen en economische ontwikkeling mogelijk te maken, juist nu de druk op het elektriciteitsnet verder toeneemt. 

De begeleidende brief van het kabinet bevat daarnaast een aantal maatschappelijk gewenste keuzes over de inrichting van het toekomstige energiesysteem. Holland Solar en NedZero zijn blij dat de minister het belang van hernieuwbaar op land erkent midden in de huidige energiecrisis. 

De Kamerbrief laat ook zien dat verdere groei van hernieuwbare energie op land allerminst vanzelfsprekend is. Het hogere streefdoel van 55 TWh voor 2030 raakt uit zicht. Daarmee komt niet alleen de voortgang van de energietransitie onder druk te staan, maar ook de betaalbaarheid en leveringszekerheid van het energiesysteem.

De Kamerbrief zet terecht in op verdere groei van hernieuwbare energie op land. Die groei is nodig om het energiesysteem betaalbaar, schoon en minder afhankelijk van import te maken. Wind- en zonne-energie op land zijn de goedkoopste vormen van nieuwe elektriciteitsopwek. Juist nu de uitrol van wind op land stagneert en de groei van zonne-energie afvlakt, is versnelling nodig. 

In het rapport van CE Delft en Generation Energy wordt een mix van toepassingen geadviseerd, met onder meer wind op land bij bedrijventerreinen, repowering van bestaande projecten en zon op dak. Daarmee wordt de opgave gekoppeld aan een gerichtere invulling van ruimte en het koppelen van opwek en verbruik. Tegelijkertijd hebben we als Nederland niet de luxe om bepaalde toepassingen uit te sluiten, zoals zonneparken op land. Deze kunnen bijdragen aan andere maatschappelijke behoeftes, zoals natuurherstel. In het rapport van CE Delft en Generation Energy wordt (zonvolgende) Agri-PV in het bijzonder genoemd als een slimme keuze. 

Holland Solar en NedZero roepen het kabinet op om deze keuzes op korte termijn te vertalen in ambitieuze opwekdoelen voor 2040 en concreet beleid om die te bereiken. Zonder duidelijke randvoorwaarden, ruimtelijke sturing en passende instrumenten blijven noodzakelijke projecten steken. Voor verdere groei van wind op land, zon op dak en land, opslag en flexibiliteit is consistent beleid nodig, met duidelijke keuzes en een doelgerichte uitvoering. 

TenneT kiest voorkeurslocatie voor nieuwe elektriciteitsstation

TenneT heeft haar voorkeur uitgesproken voor een locatie voor het nieuwe elektriciteitsstation A9 Zuid. Na uitgebreid onderzoek en gesprekken over verschillende opties gaat TenneT ‘locatie 2’ verder onderzoeken. De plek ligt op het grensvlak van de Amsterdamse haven en het zuidelijke Groene Schip. Tijdens een informatieavond op 20 april geven projectmedewerkers van TenneT en de provincie Noord-Holland uitleg over de locatiekeuze.

Het nieuwe station is nodig omdat we steeds meer stroom gebruiken en opwekken. Dit geldt ook voor het westelijk havengebied, gemeente Amsterdam en de gemeente Haarlemmermeer. Als het huidige systeem niet wordt verzwaard, blijft het elektriciteitsnet verstopt. Dit noemen we netcongestie. Er is dan niet voldoende stroom voor het vergroten of maken van nieuwe aansluitingen voor de uitbreiding of verduurzaming van bedrijven. Op lange termijn kan dat ook problemen vormen voor het aansluiten van huizen. 

TenneT sluit het nieuwe station op verschillende manieren aan op het bestaande elektriciteitsnet. Via hoogspanningsmasten en -lijnen wordt het station verbonden met de bestaande stroomverbinding tussen Beverwijk-Vijfhuizen. En met ondergrondse kabels sluiten we het station aan op de elektriciteitsstations Waarderpolder, Hofmanweg en Westpoort.

Volgens TenneT is ‘locatie 2’ de beste optie, omdat deze goed aansluit bij de bedrijvigheid in de haven. Daarnaast ligt dit stuk grond een stuk hoger dan de meeste andere locaties. Hiermee is de impact op de omgeving, natuur en landschap beperkt. Ook kan TenneT het station op deze plek sneller realiseren dan bij de andere onderzochte locaties. De keuze voor locatie 2 sluit ook goed aan bij de toekomstige ontwikkeling van de Houtrakpolder, zoals de plannen voor waterberging, natuur of mogelijk havenactiviteiten.

donderdag 16 april 2026

Deelauto’s als buurtbatterij kunnen gemeenten miljoenen opleveren


Een deelauto die ook stroom teruglevert aan het elektriciteitsnet kan over tien jaar bijna twee keer zoveel maatschappelijke waarde genereren als een deelauto zonder die bidirectionele laadcapaciteit. Dat blijkt uit een onafhankelijk onderzoek naar de maatschappelijke baten van deelauto’s door Haskoning, in opdracht van MyWheels. In voorbeeldstad Utrecht zouden de brede welvaartsbaten van 2.000 deelauto’s kunnen oplopen tot 11 miljoen euro over 10 jaar. Is de helft van deze vloot bidirectioneel, dan kan dat onder de juiste condities nog eens tot 8 miljoen euro extra opleveren.

Utrecht telt momenteel ongeveer 1.000 deelauto’s, waarvan 170 Renault 5’s van MyWheels nu al bidirectioneel kunnen laden. Deze technologie, genaamd Vehicle-to-Grid (V2G), is vorig jaar in samenwerking met We Drive Solar geïntroduceerd in Utrecht en maakt het niet alleen mogelijk om een elektrische auto op te laden, maar ook om via de batterij stroom terug te leveren aan het elektriciteitsnet. Het Haskoning-onderzoek rekende de maatschappelijke impact door van een scenario waarin 1.000 extra V2G-deelauto’s worden geplaatst in Utrecht. 

Het onderzoek belicht de bijdrage van V2G-deelauto’s aan het verminderen van de netcongestie. In Utrecht bestaat op dit moment een wachtrij van 63 tot 72 megawatt (MW) aan gevraagd afnamevermogen. De 1.000 V2G-deelauto’s kunnen in 2027 al 3,7 MW aan flexibel vermogen terugleveren. In de komende 10 jaar gaat het om 35.000 MWh aan stroom tijdens piekuren.

Naarmate huishoudens verduurzamen met warmtepompen, zonnepanelen en elektrische auto’s neemt de vraag naar stroom in woonwijken sterk toe, met name tijdens de avondpiek. V2G-deelauto's kunnen precies op die momenten als buffer fungeren door overdag opgeslagen groene stroom terug te leveren aan het net. Daarmee helpen V2G-deelauto’s de energietransitie in gebiedsontwikkelingen en bestaande wijken op gang te houden. Indien alle mogelijke teruggeleverde stroom tijdens deze piekuren volledig ten goede komt aan de verduurzaming van bestaande woningbouw, kan de maatschappelijke waarde van de 1.000 V2G-deelauto’s oplopen tot zo’n 8 miljoen euro. 

Het onderzoek laat zien dat één deelauto in Utrecht gemiddeld 7,1 privéauto's vervangt. Opgeteld over de volledige vloot en een periode van tien jaar komt daarmee ruim 120.000 vierkante meter parkeerruimte vrij, vergelijkbaar met bijna 17 voetbalvelden. De maatschappelijke waarde van deze vrijgekomen ruimte bedraagt circa 8,5 miljoen euro.

Door de verschuiving van privéauto’s naar elektrische deelauto’s bespaart Utrecht over tien jaar meer dan 14.000 ton CO₂. Ook de uitstoot van fijnstof (PM2,5 en PM10) en stikstofoxiden (NOx) neemt meetbaar af, waarmee de luchtkwaliteit verbetert. Dit kan tot 2 miljoen euro aan maatschappelijke klimaatbaten opleveren. De V2G-technologie biedt een bijkomend milieuvoordeel: door het terugleveren van stroom kan in totaal meer dan 1.200 ton CO₂ extra worden bespaard. De besparing van ruim 15.000 ton CO₂ staat gelijk aan de uitstoot van ongeveer 130 miljoen autokilometers op fossiele brandstof.

“Bij Haskoning verbinden we de energie- en mobiliteitstransitie aan concrete ruimtelijke keuzes. Op basis van onze onderzoeken laten we hier onder meer zien welke impact deelauto’s hebben op het terugdringen van parkeerdruk. Het besparen van 120.000m2, omgerekend 8.000 parkeerplaatsen, betekent meer ruimte voor woningbouw, groen en leefkwaliteit. Daarmee kunnen maatschappelijke uitdagingen worden gerealiseerd, waaronder de woningbouwopgave,” zegt Hannah Habekotté van Haskoning.

“Dit onderzoek bevestigt het enorme potentieel van V2G-deelauto's als oplossing voor een aantal urgente maatschappelijke uitdagingen. Deelauto's die bidirectioneel laden dragen tegelijkertijd bij aan de mobiliteits- en de energietransitie. Door de druk op het stroomnet te verlichten kunnen bedrijven weer op het net worden aangesloten en kan een bijdrage worden geleverd aan het vlottrekken van de woningbouwopgave. V2G-deelauto's geven de economie letterlijk meer lucht,” zegt Laurens van de Vijver, CEO van MyWheels.

Nieuwe distributieruimtes aangekomen op Ameland

Waddeneiland Ameland wil koploper zijn in de energietransitie en in 2035 volledig op duurzame energie draaien. Om dit mogelijk te maken, plaatst Liander zeven grote distributieruimtes op het eiland. Maandagnacht werden deze gelost. Een complexe logistieke operatie, uitgevoerd in nauwe samenwerking met de gemeente en andere betrokken partijen, met oog voor natuur en omgeving.

Liander werkt samen met de gemeente en andere partijen aan een ingrijpende uitbreiding van het elektriciteitsnet op het eiland. Gisteravond arriveerden zeven zogenoemde distributieruimtes op Ameland. Elk van deze installaties is zo groot als een zeecontainer en weegt ongeveer 47.000 kilo. Ze werden vorige week woensdag in Rotterdam geladen en zijn per schip naar Ameland gebracht. Daar zijn ze met een grote kraan gelost. Diepladers transporteren de distributieruimtes naar hun tijdelijke locatie op het strand nabij vliegveld Ballum. Van daaruit worden ze deze week nog naar de definitieve locaties vervoerd. 

De werkzaamheden vinden plaats binnen een korte tijdspanne. Dat is nodig om de inzet van zwaar materieel efficiënt te houden, de planning van andere werkzaamheden aan de kade niet te verstoren en overlast voor bewoners, ondernemers en bezoekers te beperken. Ook is rekening gehouden met het naderende toeristenseizoen en het reguliere veerverkeer. 

De distributieruimtes worden geplaatst op vier locaties op Ameland-Oost en drie op Ameland-West. Ze vormen samen met nieuwe kabelverbindingen twee 20kV-ringen. De komende jaren volgt de aanleg van elektriciteitskabels en op termijn de bouw van een nieuw regelstation bij Ballum. Pas wanneer deze onderdelen gereed zijn, kunnen de nieuwe installaties volledig worden aangesloten op het elektriciteitsnet.  

Bij de locatiekeuze en uitvoering is uitgebreid onderzoek gedaan naar technische haalbaarheid, ecologie en archeologie. Ameland ligt in een uniek natuurgebied en daar is in elke stap van de voorbereiding en uitvoering rekening mee gehouden. 

Liander werkt voor deze operatie samen met onder meer de gemeente Ameland, Rijkswaterstaat, veerdiensten, Staatsbosbeheer, Wetterskip Fryslân, Vitens en lokale ondernemers. Door het net in één keer te versterken, wordt Ameland voorbereid op verdere verduurzaming, met op termijn ruimte voor duurzame opwek, ondernemerschap en toekomstbestendig wonen. 

Provincie zet volgende stap naar Warmtebedrijf Drenthe Overijssel

Provinciale Staten van Overijssel hebben op 1 april ingestemd met het plan om samen met andere partijen een nieuw warmtebedrijf op te richten: het Warmtebedrijf Drenthe Overijssel. Dit bedrijf moet helpen bij de aanleg en het beheer van warmtenetten. Warmtenetten zijn belangrijk voor de overstap naar duurzame energie in Overijssel. Andere voorstellen die zijn aangenomen, zijn het herstellen en versterken van bestaande bossen, het Rekenkamerrapport Oost-Nederland ‘Grond voor grondstrategie’ en het Programma Borging Informatievoorziening 2026-2028.

Vanaf 2027 moeten warmtenetten in handen zijn van bedrijven met een meerderheid van de overheid. Daardoor zijn commerciële partijen gestopt met nieuwe projecten, terwijl de vraag naar warmtenetten juist groeit.

Gemeenten bepalen waar warmtenetten komen, maar hebben vaak extra hulp nodig. Daarom werken we samen met de provincie Drenthe, Energiebeheer Nederland en regionale netbeheerders. Overijssel kiest voor een voorzichtige start. Voor de eerste tien jaar stelt zij maximaal 32 miljoen euro beschikbaar. Daarna volgt een evaluatie en besluiten Provinciale Staten over het vervolg.

Provinciale Staten hebben besloten om 3 miljoen euro beschikbaar te stellen voor het herstellen en versterken van bestaande bossen in Overijssel. Daarnaast wordt een resterend budget van €687.500 toegevoegd aan dit bedrag. Dit geld wordt gebruikt om bossen beter bestand te maken tegen droogte, onder andere door water langer vast te houden in de bodem.

Met deze investering wil de provincie uitvoering geven aan de Bossenstrategie Overijssel en blijven werken aan klimaatdoelen. Omdat er op dit moment weinig geld beschikbaar is vanuit het Rijk en Europa, neemt de provincie zelf het initiatief. Gezonde en sterke bossen zijn belangrijk voor natuur, klimaat en de leefomgeving van inwoners, nu en in de toekomst.

Provinciale Staten hebben kennisgenomen van het Rekenkamerrapport Oost-Nederland over grondstrategie. In het rapport staat dat grond een steeds belangrijkere rol speelt bij grote opgaven in de provincie, zoals woningbouw, energie, natuur en water. Omdat de ruimte schaars is en de opgaven steeds complexer worden, is het belangrijk dat de provincie duidelijke keuzes maakt in het gebruik van grond en bijbehorende instrumenten.

De Rekenkamer ziet kansen om doelen beter te bereiken door een meer samenhangende aanpak. Dit betekent dat de provincie beleidsterreinen beter op elkaar afstemt en duidelijke prioriteiten stelt. Provinciale Staten hebben Gedeputeerde Staten gevraagd om met de aanbevelingen uit het rapport aan de slag te gaan en zo de inzet van grond in de toekomst te verbeteren.

Op initiatief van ChristenUnie en GroenLinks hebben Provinciale Staten daarbij, door middel van een unaniem gesteund amendement, een extra tussenstap toegevoegd: Gedeputeerde Staten wordt gevraagd eerst te onderzoeken hoe integrale grondstrategieën kunnen bijdragen aan de maatschappelijke opgaven waar de provincie voor staat, en dit met Provinciale Staten te bespreken.