De productie van groen gas in Nederland is in 2025 gestegen naar 336 miljoen kubieke meter. Dat is een groei van 14 procent ten opzichte van 2024. Ook het aantal invoeders, partijen die groen gas produceren en rechtstreeks op het gasnet leveren, nam fors toe: van 92 naar 108. Daarmee passeerde de sector in 2025 de grens van 100 invoeders. Na een jaar van beperkte groei trekt de productie weer aan.
“De groeicijfers laten zien dat er steeds meer besef komt van de waarde van groen gas in het integrale energiesysteem,” aldus Eddy Veenstra, directeur van netbeheerder RENDO. “Zeker nu de schaarste op het elektriciteitsnet vraagt om aanvullende vormen van energie. Om een duurzaam energiesysteem betrouwbaar en betaalbaar te houden, is een breed palet aan energiebronnen essentieel. Groen gas speelt daarin een belangrijke rol en we blijven ons als sector inzetten om de groei te ondersteunen.”
Om de groei van groen gas vast te houden zijn stabiele randvoorwaarden nodig. De bijmengverplichting die per 1 januari 2027 ingaat, is daarin een belangrijke stap. Deze verplichting houdt in dat energieleveranciers een minimumpercentage groen gas moeten bijmengen. Dit geeft de markt duidelijkheid over de toekomstige vraag naar groen gas en verlaagt de investeringsonzekerheid bij producenten. Tegelijkertijd vragen vertragende factoren zoals stikstofproblematiek, vergunningstrajecten en netcongestie blijvende aandacht, omdat zij bepalend zijn voor het tempo waarin nieuwe groen‑gasprojecten kunnen worden gerealiseerd.
Om initiatiefnemers te helpen bij het verkennen van mogelijkheden voor groen gasprojecten, hebben de netbeheerders gezamenlijk het Invoedingskompas groen gas ontwikkeld. Dit oriëntatie-instrument geeft inzicht in de beschikbare invoedingscapaciteit op gasnetten en ondersteunt zowel producten als beleidsmakers bij het onderbouwen van plannen en bevordert een constructief startgesprek met de netbeheerder. Een vroegtijdig en gericht gesprek helpt initiatiefnemers om de mogelijkheden tijdig in kaart te brengen. Daardoor kan de doorlooptijd van verkenning tot aanvraag worden verkort.
In december 2025 sloot Stedin de honderdste groen gas invoeder aan op het gasnet: kaasboerderij Arcadiahoeve in Bodegraven. Eigenaar Joost van Dijen produceert er groen gas uit de mest van zijn 400 koeien en heeft daarmee een circulaire bedrijfsvoering: "Met groen gas sluit ik mijn eigen kringloop: de mest van mijn koeien wordt energie, en het digestaat, het restproduct dat overblijft na vergisting, gebruik ik als meststof op mijn eigen land. Omdat ik dicht bij een invoedingspunt op het gasnet zit en de ruimte had om te bouwen, ben ik het traject aangegaan om invoeder te worden. Voor steeds meer collega's wordt dit een interessant onderdeel van hun bedrijf."
De 108 invoeders die in 2025 groen gas leverden aan het gasnet vormen een diverse groep van agrariërs met een eigen mestvergister tot grote installaties bij afvalverwerkers en rioolwaterzuiveringen. “We zijn blij met iedere invoeder, groot of klein. Die mix is nodig om de benodigde jaarlijkse groei te kunnen realiseren”, benadrukt Eddy Veenstra. De netbeheerders zetten zich in om invoeding mogelijk te maken, onder meer door tijdig te investeren in aanpassingen aan het gasnet.
Groen gas is een duurzame, hernieuwbare variant van aardgas, gemaakt door de vergisting van organisch afval (zoals mest, slib, gft) of door vergassing van reststromen. Het heeft dezelfde eigenschappen als aardgas en kan daardoor zonder aanpassingen aan het bestaande net worden ingevoed. Zonder dat er qua gebruik verschil wordt gemerkt. Het is daardoor een goede aanvulling op andere duurzame energieoplossingen.
In de energietransitie speelt groen gas een belangrijke rol, omdat het een CO2-neutraal alternatief biedt in situaties waar elektrificatie niet rendabel of technisch moeilijk haalbaar is. Zoals het verwarmen van oudere gebouwen en wijken. Of in industriële processen met hoge temperaturen.
Pagina's
▼
dinsdag 3 maart 2026
Mijnbatterij.nl lanceert onafhankelijk platform voor vergelijking thuisbatterijen
Mijnbatterij.nl heeft een onafhankelijk platform gelanceerd waarop de prestaties van thuisbatterijen in Nederland worden verzameld en vergeleken. Het initiatief komt op een moment dat de aandacht voor thuisbatterijen toeneemt nu energieleveranciers kosten in rekening brengen voor het terugleveren van zonne-energie en de afschaffing van de salderingsregeling in 2027 nadert.
Informatie over thuisbatterijen is vaak afkomstig van marktpartijen zelf. Om een onafhankelijk en objectief alternatief te bieden presenteert Mijnbatterij.nl, voorheen Onbalansmarkt.com, een platform waar consumenten eigen resultaten delen. Zo ontstaat er een overzicht van de werkelijk behaalde prestaties. In 2025 deelden meer dan 550 consumenten de resultaten van hun thuisbatterijen met Mijnbatterij.nl, waarbij de aansturing door verschillende partijen verzorgd is.
In 2025 veranderde de dynamiek op de onbalansmarkt, er waren vaker situaties waarin prijsverschillen negatief uitpakten voor alle partijen die handelen op basis van onbalans. In combinatie met verdere Europese marktintegratie leidde dit tot lagere handelsresultaten op de onbalansmarkt. Dit effect is ook terug te zien in de opbrengsten; deze liggen lager dan in 2024.
Ook zetten aansturende partijen thuisbatterijen breder in. Zo wordt er vaker op meerdere energiemarkten gehandeld in plaats van alleen de onbalansmarkt en zijn er initiatieven om in te spelen op lokale omstandigheden op het stroomnet. Verder worden vaker opties aangeboden om meer in te zetten op het gebruik van de eigen (zonne)stroom.
Mijnbatterij.nl heeft inmiddels meer dan duizend geregistreerde batterijen, verspreid door heel Nederland. Het gaat om 31 verschillende merken langs met 179 verschillende uitvoeringen. Ruim 70% van de batterijen werd aangestuurd met handel als hoofdzaak terwijl 26% ook voorziet in eigen gebruik van stroom.
De resultaten laten daarnaast zien dat de wijze van aansturing in ontwikkeling is. In 2025, een jaar waarin salderen nog mogelijk was, lag de nadruk voornamelijk op handel. In aanloop naar de afschaffing van de salderingsregeling in 2027 neemt het belang van eigen verbruik naar verwachting toe.
Mijnbatterij.nl publiceert jaarlijks de resultaten en stelt op basis daarvan vast welke partij het hoogste mediane resultaat behaalt met de aansturing van thuisbatterijen. Voor 2025 is daarbij gekeken naar batterijen die zijn ingezet voor handel. De score is bepaald op basis van de totale opbrengst in verhouding tot vermogen en opslagcapaciteit. Uit deze analyse kwam Frank Energie naar voren met het beste resultaat.
Informatie over thuisbatterijen is vaak afkomstig van marktpartijen zelf. Om een onafhankelijk en objectief alternatief te bieden presenteert Mijnbatterij.nl, voorheen Onbalansmarkt.com, een platform waar consumenten eigen resultaten delen. Zo ontstaat er een overzicht van de werkelijk behaalde prestaties. In 2025 deelden meer dan 550 consumenten de resultaten van hun thuisbatterijen met Mijnbatterij.nl, waarbij de aansturing door verschillende partijen verzorgd is.
In 2025 veranderde de dynamiek op de onbalansmarkt, er waren vaker situaties waarin prijsverschillen negatief uitpakten voor alle partijen die handelen op basis van onbalans. In combinatie met verdere Europese marktintegratie leidde dit tot lagere handelsresultaten op de onbalansmarkt. Dit effect is ook terug te zien in de opbrengsten; deze liggen lager dan in 2024.
Ook zetten aansturende partijen thuisbatterijen breder in. Zo wordt er vaker op meerdere energiemarkten gehandeld in plaats van alleen de onbalansmarkt en zijn er initiatieven om in te spelen op lokale omstandigheden op het stroomnet. Verder worden vaker opties aangeboden om meer in te zetten op het gebruik van de eigen (zonne)stroom.
Mijnbatterij.nl heeft inmiddels meer dan duizend geregistreerde batterijen, verspreid door heel Nederland. Het gaat om 31 verschillende merken langs met 179 verschillende uitvoeringen. Ruim 70% van de batterijen werd aangestuurd met handel als hoofdzaak terwijl 26% ook voorziet in eigen gebruik van stroom.
De resultaten laten daarnaast zien dat de wijze van aansturing in ontwikkeling is. In 2025, een jaar waarin salderen nog mogelijk was, lag de nadruk voornamelijk op handel. In aanloop naar de afschaffing van de salderingsregeling in 2027 neemt het belang van eigen verbruik naar verwachting toe.
Mijnbatterij.nl publiceert jaarlijks de resultaten en stelt op basis daarvan vast welke partij het hoogste mediane resultaat behaalt met de aansturing van thuisbatterijen. Voor 2025 is daarbij gekeken naar batterijen die zijn ingezet voor handel. De score is bepaald op basis van de totale opbrengst in verhouding tot vermogen en opslagcapaciteit. Uit deze analyse kwam Frank Energie naar voren met het beste resultaat.
maandag 2 maart 2026
Gasprijs stijgt met 25%: door onrust Iran 12 keer meer vaste energiecontracten afgesloten
Het aantal afgesloten vaste energiecontracten is maandagochtend 2 maart met 1220% gestegen ten opzichte van vorige week. Dat blijkt uit data van vergelijkingswebsite Overstappen.nl. Ook zondag was al een duidelijke toename zichtbaar: 338% meer contracten dan vorige week en 467% meer dan twee weken geleden. De piek volgt direct op de stijging van de Europese gasprijs met 25%, die is veroorzaakt door de situatie tussen Iran, Israël en de Verenigde Staten.
De plotselinge stijging van de gasprijs hangt samen met de snel verslechterende situatie tussen Israël, Iran en de Verenigde Staten. Het grote aantal extra overstappen laat zien dat huishoudens hier direct alert op reageren.
“Binnen enkele uren na de stijging van de gasprijs zagen wij het aantal vaste contracten toenemen”, zegt energie-expert Rick Boenink. “Consumenten begrijpen dat geopolitieke onrust effect heeft op hun energierekening. De huidige lage gasvoorraden in Nederland en Europa maken de markt extra kwetsbaar. Dat vergroot de kans op verdere prijsbewegingen.”
De stijging van de gasprijs heeft ermee te maken dat schippers en verzekeraars het te gevaarlijk vinden om door de Straat van Hormuz te varen. Dit is een cruciale aanvoerroute voor olie en vloeibaar aardgas, wat veel spanning op de energiemarkt geeft. Maar de Europese gasprijs reageert niet alleen op het conflict zelf, maar ook op de timing ervan. De Nederlandse en Europese gasvoorraden liggen lager dan gebruikelijk. Dat betekent dat Europa de komende maanden afhankelijk blijft van import om de voorraden aan te vullen.
Wanneer een belangrijke vaarroute onder druk staat, stijgt het risico op vertragingen van schepen met LNG en olie en het risico op hogere transportkosten. Dat risico wordt direct verwerkt in de groothandelsprijzen. Dat werkt vervolgens door in de gasprijs binnen variabele en dynamische energiecontracten en ook in de gasprijs bij wie een nieuw vast contract wil afsluiten.
Boenink adviseert huishoudens om in de huidige marktsituatie een vast energiecontract van één jaar te overwegen. Daarmee zijn de maandlasten beschermd tegen nieuwe prijsstijgingen. “Zolang de lage voorraden en internationale conflicten aanhouden, zal de gasprijs op korte termijn niet structureel dalen”, aldus Boenink. “Een vast contract van één jaar biedt stabiliteit in een periode waarin de markt snel kan bewegen.”
Huishoudens met een vast energiecontract dat nog een tijdje loopt, hoeven niet direct actie te ondernemen. Wel doen zij er goed aan om hun kijkvenster te controleren. Dat is de periode vóór de einddatum, waarin verlengen of overstappen mogelijk is zonder een opzegvergoeding te riskeren. Dit venster varieert per leverancier en is meestal één tot drie maanden voor de einddatum. Als de einddatum in zicht is en het kijkvenster al loopt, is het voor hen alsnog verstandig om zich in de actuele contractopties te verdiepen. Zo voorkomen zij dat hun energiecontract automatisch wordt verlengd tegen het nieuwe, hogere gastarief.
De plotselinge stijging van de gasprijs hangt samen met de snel verslechterende situatie tussen Israël, Iran en de Verenigde Staten. Het grote aantal extra overstappen laat zien dat huishoudens hier direct alert op reageren.
“Binnen enkele uren na de stijging van de gasprijs zagen wij het aantal vaste contracten toenemen”, zegt energie-expert Rick Boenink. “Consumenten begrijpen dat geopolitieke onrust effect heeft op hun energierekening. De huidige lage gasvoorraden in Nederland en Europa maken de markt extra kwetsbaar. Dat vergroot de kans op verdere prijsbewegingen.”
De stijging van de gasprijs heeft ermee te maken dat schippers en verzekeraars het te gevaarlijk vinden om door de Straat van Hormuz te varen. Dit is een cruciale aanvoerroute voor olie en vloeibaar aardgas, wat veel spanning op de energiemarkt geeft. Maar de Europese gasprijs reageert niet alleen op het conflict zelf, maar ook op de timing ervan. De Nederlandse en Europese gasvoorraden liggen lager dan gebruikelijk. Dat betekent dat Europa de komende maanden afhankelijk blijft van import om de voorraden aan te vullen.
Wanneer een belangrijke vaarroute onder druk staat, stijgt het risico op vertragingen van schepen met LNG en olie en het risico op hogere transportkosten. Dat risico wordt direct verwerkt in de groothandelsprijzen. Dat werkt vervolgens door in de gasprijs binnen variabele en dynamische energiecontracten en ook in de gasprijs bij wie een nieuw vast contract wil afsluiten.
Boenink adviseert huishoudens om in de huidige marktsituatie een vast energiecontract van één jaar te overwegen. Daarmee zijn de maandlasten beschermd tegen nieuwe prijsstijgingen. “Zolang de lage voorraden en internationale conflicten aanhouden, zal de gasprijs op korte termijn niet structureel dalen”, aldus Boenink. “Een vast contract van één jaar biedt stabiliteit in een periode waarin de markt snel kan bewegen.”
Huishoudens met een vast energiecontract dat nog een tijdje loopt, hoeven niet direct actie te ondernemen. Wel doen zij er goed aan om hun kijkvenster te controleren. Dat is de periode vóór de einddatum, waarin verlengen of overstappen mogelijk is zonder een opzegvergoeding te riskeren. Dit venster varieert per leverancier en is meestal één tot drie maanden voor de einddatum. Als de einddatum in zicht is en het kijkvenster al loopt, is het voor hen alsnog verstandig om zich in de actuele contractopties te verdiepen. Zo voorkomen zij dat hun energiecontract automatisch wordt verlengd tegen het nieuwe, hogere gastarief.
Groengas mag onder strikte voorwaarden biogas gaan produceren in Nistelrode
Groengas Brabant mag in Nistelrode biogas gaan produceren. Zij moeten zich daarbij wel houden aan een aantal voorschriften. De rechtbank Oost-Brabant past de vergunning hiervoor op verzoek van onder meer de gemeente Bernheze op een aantal punten aan.
Groengas Brabant wil biogas gaan produceren met mestverwerking en moet hiervoor de huidige installatie in Nistelrode aanpassen. Dit mag niet zonder de benodigde vergunning. Omwonenden, een milieuvereniging en de gemeente Bernheze zijn tegen de plannen van het bedrijf. Zij vrezen voor een te hoge uitstoot van geur, geluid en stikstof en daarmee schade aan het milieu en hun woonomgeving. Ook vrezen zij overlast van het vrachtwagenverkeer van en naar het bedrijf.
De rechtbank vroeg de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB) om advies in deze kwestie. Op basis hiervan laat de rechtbank de vergunning grotendeels in stand. Zij neemt wel een aantal suggesties over van de StAB om de voorschriften die in de vergunning staan te verbeteren. Ook neemt de rechtbank een aantal aanvullende voorschriften over die de gemeente voorstelde. Zo stelt de rechtbank een limiet in van 48 vrachtwagenbewegingen per dag (alleen tussen 07.00 en 19.00 uur) en wordt het drogen van het resterende digestaat (een restproduct van de biogasproductie) verboden.
Dit betekent dat Groengas Brabant biogas mag gaan procederen in de installatie en daar de nodige voorzieningen voor mag gaan treffen. Het resterende digestaat kan worden afgevoerd per vrachtwagen of kan na verwerking worden afgevoerd (waarbij het resterende water kan worden geloosd via een vijver nadat het via een speciaal proces is gezuiverd).
Uitspraken
Groengas Brabant wil biogas gaan produceren met mestverwerking en moet hiervoor de huidige installatie in Nistelrode aanpassen. Dit mag niet zonder de benodigde vergunning. Omwonenden, een milieuvereniging en de gemeente Bernheze zijn tegen de plannen van het bedrijf. Zij vrezen voor een te hoge uitstoot van geur, geluid en stikstof en daarmee schade aan het milieu en hun woonomgeving. Ook vrezen zij overlast van het vrachtwagenverkeer van en naar het bedrijf.
De rechtbank vroeg de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB) om advies in deze kwestie. Op basis hiervan laat de rechtbank de vergunning grotendeels in stand. Zij neemt wel een aantal suggesties over van de StAB om de voorschriften die in de vergunning staan te verbeteren. Ook neemt de rechtbank een aantal aanvullende voorschriften over die de gemeente voorstelde. Zo stelt de rechtbank een limiet in van 48 vrachtwagenbewegingen per dag (alleen tussen 07.00 en 19.00 uur) en wordt het drogen van het resterende digestaat (een restproduct van de biogasproductie) verboden.
Dit betekent dat Groengas Brabant biogas mag gaan procederen in de installatie en daar de nodige voorzieningen voor mag gaan treffen. Het resterende digestaat kan worden afgevoerd per vrachtwagen of kan na verwerking worden afgevoerd (waarbij het resterende water kan worden geloosd via een vijver nadat het via een speciaal proces is gezuiverd).
Uitspraken
Gemeenteraad stemt in: Utrecht wordt aandeelhouder van HVC
De gemeente Utrecht wordt aandeelhouder van het publieke energie- en afvalbedrijf HVC. De gemeenteraad stemde daar mee in. Met dit besluit kiest Utrecht voor een publiek warmtebedrijf om de stad sneller, betaalbaar en betrouwbaar aardgasvrij te maken.
Door toe te treden tot HVC krijgt Utrecht direct invloed op de ontwikkeling van warmtenetten, de inzet van duurzame warmtebronnen en de betaalbaarheid voor inwoners. HVC is volledig publiek eigendom en keert geen dividend uit aan aandeelhouders. In plaats daarvan wordt de winst opnieuw geïnvesteerd in nieuwe activiteiten die ten goede komen aan de deelnemende overheden.
Voor inwoners verandert er op korte termijn niets aan hun warmtevoorziening. De komende periode richt HVC zich in Utrecht eerst op warmtenetten voor nieuwbouwprojecten. Daarna volgt uitbreiding naar bestaande wijken. Op de langere termijn levert dit de stad een constant, duurzaam en betaalbaar warmtenet op, waarin publieke belangen vooropstaan. Door publieke regie kan Utrecht sturen op betrouwbaarheid, betaalbaarheid en een geleidelijke overstap per wijk, met oog voor bewoners en ondernemers.
Met het aandeelhouderschap komt ook de verwerking van Utrechts restafval en gft-afval in publieke handen. Bewoners blijven hun afval op dezelfde manier aanbieden. De inzameling van afval is in handen van de gemeente Utrecht zelf en dat zal zo blijven. HVC is ook een afvalverwerkingsbedrijf en werkt aan het verder verduurzamen van afvalverwerking. De gemeente krijgt achter de schermen meer invloed op verduurzaming en kostenbeheersing in de afvalketen.
Utrecht wil uiterlijk in 2050 aardgasvrij zijn, zoals afgesproken in het landelijke Klimaatakkoord. Dat is nodig om klimaatverandering tegen te gaan en de uitstoot van CO2 sterk te verminderen. De keuze voor een publiek warmtebedrijf past bij de nieuwe Wet collectieve warmte, die bepaalt dat warmtenetten grotendeels in publieke handen moeten zijn en betaalbaar moeten blijven voor inwoners.
HVC werkt samen met haar aandeelhouders in de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland, Flevoland, Friesland en Utrecht aan de ontwikkeling van een circulaire economie en de energietransitie. Met dit raadsbesluit zet de stad Utrecht de stap om zich daarbij aan te sluiten als nieuwe aandeelhouder. HVC heeft veel ervaring met de aanleg en exploitatie van warmtesystemen en met het verduurzamen van afvalverwerking. Door aan te sluiten bij een bestaande publieke partij kan Utrecht sneller vooruitgang boeken dan wanneer er een volledig nieuw gemeentelijk warmtebedrijf zou worden opgericht.
Door toe te treden tot HVC krijgt Utrecht direct invloed op de ontwikkeling van warmtenetten, de inzet van duurzame warmtebronnen en de betaalbaarheid voor inwoners. HVC is volledig publiek eigendom en keert geen dividend uit aan aandeelhouders. In plaats daarvan wordt de winst opnieuw geïnvesteerd in nieuwe activiteiten die ten goede komen aan de deelnemende overheden.
Voor inwoners verandert er op korte termijn niets aan hun warmtevoorziening. De komende periode richt HVC zich in Utrecht eerst op warmtenetten voor nieuwbouwprojecten. Daarna volgt uitbreiding naar bestaande wijken. Op de langere termijn levert dit de stad een constant, duurzaam en betaalbaar warmtenet op, waarin publieke belangen vooropstaan. Door publieke regie kan Utrecht sturen op betrouwbaarheid, betaalbaarheid en een geleidelijke overstap per wijk, met oog voor bewoners en ondernemers.
Met het aandeelhouderschap komt ook de verwerking van Utrechts restafval en gft-afval in publieke handen. Bewoners blijven hun afval op dezelfde manier aanbieden. De inzameling van afval is in handen van de gemeente Utrecht zelf en dat zal zo blijven. HVC is ook een afvalverwerkingsbedrijf en werkt aan het verder verduurzamen van afvalverwerking. De gemeente krijgt achter de schermen meer invloed op verduurzaming en kostenbeheersing in de afvalketen.
Utrecht wil uiterlijk in 2050 aardgasvrij zijn, zoals afgesproken in het landelijke Klimaatakkoord. Dat is nodig om klimaatverandering tegen te gaan en de uitstoot van CO2 sterk te verminderen. De keuze voor een publiek warmtebedrijf past bij de nieuwe Wet collectieve warmte, die bepaalt dat warmtenetten grotendeels in publieke handen moeten zijn en betaalbaar moeten blijven voor inwoners.
HVC werkt samen met haar aandeelhouders in de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland, Flevoland, Friesland en Utrecht aan de ontwikkeling van een circulaire economie en de energietransitie. Met dit raadsbesluit zet de stad Utrecht de stap om zich daarbij aan te sluiten als nieuwe aandeelhouder. HVC heeft veel ervaring met de aanleg en exploitatie van warmtesystemen en met het verduurzamen van afvalverwerking. Door aan te sluiten bij een bestaande publieke partij kan Utrecht sneller vooruitgang boeken dan wanneer er een volledig nieuw gemeentelijk warmtebedrijf zou worden opgericht.
Variabele contracten voelen kelderende gasvoorraad in knip
De kelderende gasvoorraden worden behoorlijk gevoeld door consumenten met een variabel energiecontract, concludeert energievergelijker Pricewise. De kale gasprijzen stegen in februari gemiddeld met 7,7 procent binnen energiecontracten met maandelijkse wijzigende tarieven. Ter vergelijking: de prijzen voor nieuwe jaarcontracten en driejarige contracten stegen met respectievelijk 6,2 procent en 4,1 procent. Hoewel de Nederlandse gasvoorraden voor dit decennium op een dieptepunt liggen, zijn de gasprijzen wel aanzienlijk lager dan een jaar geleden.
De kelderende gasvoorraden worden behoorlijk gevoeld door consumenten met een variabel energiecontract, concludeert energievergelijker Pricewise. De kale gasprijzen stegen in februari gemiddeld met 7,7 procent binnen energiecontracten met maandelijkse wijzigende tarieven. Klik op de foto om het rechtenvrije beeld in hoge resolutie te downloaden.
“Het werd begin februari al duidelijk dat de gasvoorraden sneller slinken dan verwacht”, aldus Tom Schuitemaker, energie-expert bij Pricewise. “De voorraden liggen nu rond de 11 procent, wat het laagste punt is in zes jaar. Dat betekent dat de bodem nu wel in zicht komt. In de afgelopen jaren zagen we de gasvoorraden namelijk nog verder slinken tot in maart.” Toch is er volgens Schuitemaker geen reden tot paniek voor mensen met een variabel contract. De kale gasprijzen voor variabele contracten zijn op jaarbasis met zo’n 13,3 procent gedaald. “Die prijsontwikkeling is het gevolg van meer rust in de markt dan een jaar geleden. Kortom: de markt is minder bang geworden dat de voorraden niet kunnen worden bijgevuld.”
Die afgenomen onrust in de markt vertaalt zich voor nieuwe jaarcontracten en driejarige contracten in nog grotere prijsdalingen op jaarbasis dan het geval is bij de variabele contracten. De kale jaarprijzen daalden met 29,5 procent en de kale driejaarprijzen 18,2 procent. Ook op de markt voor stroom tekent zich op de langere termijn een stabilisatie af. Variabele stroomprijzen, stroomprijzen voor nieuwe jaarcontracten en stroomprijzen voor nieuwe driejarige contracten daalden op jaarbasis met respectievelijk 3,9 procent, 21 procent en 16,8 procent.
De stroommarkt toont op maandbasis geen grote fluctuaties. Variabele prijzen zijn 0,7 procent hoger dan een maand eerder. De stroomprijzen voor nieuwe jaarcontracten liggen 2,2 procent hoger dan in januari en die voor nieuwe driejarige contracten liggen 0,1 procent lager.
De kelderende gasvoorraden worden behoorlijk gevoeld door consumenten met een variabel energiecontract, concludeert energievergelijker Pricewise. De kale gasprijzen stegen in februari gemiddeld met 7,7 procent binnen energiecontracten met maandelijkse wijzigende tarieven. Klik op de foto om het rechtenvrije beeld in hoge resolutie te downloaden.
“Het werd begin februari al duidelijk dat de gasvoorraden sneller slinken dan verwacht”, aldus Tom Schuitemaker, energie-expert bij Pricewise. “De voorraden liggen nu rond de 11 procent, wat het laagste punt is in zes jaar. Dat betekent dat de bodem nu wel in zicht komt. In de afgelopen jaren zagen we de gasvoorraden namelijk nog verder slinken tot in maart.” Toch is er volgens Schuitemaker geen reden tot paniek voor mensen met een variabel contract. De kale gasprijzen voor variabele contracten zijn op jaarbasis met zo’n 13,3 procent gedaald. “Die prijsontwikkeling is het gevolg van meer rust in de markt dan een jaar geleden. Kortom: de markt is minder bang geworden dat de voorraden niet kunnen worden bijgevuld.”
Die afgenomen onrust in de markt vertaalt zich voor nieuwe jaarcontracten en driejarige contracten in nog grotere prijsdalingen op jaarbasis dan het geval is bij de variabele contracten. De kale jaarprijzen daalden met 29,5 procent en de kale driejaarprijzen 18,2 procent. Ook op de markt voor stroom tekent zich op de langere termijn een stabilisatie af. Variabele stroomprijzen, stroomprijzen voor nieuwe jaarcontracten en stroomprijzen voor nieuwe driejarige contracten daalden op jaarbasis met respectievelijk 3,9 procent, 21 procent en 16,8 procent.
De stroommarkt toont op maandbasis geen grote fluctuaties. Variabele prijzen zijn 0,7 procent hoger dan een maand eerder. De stroomprijzen voor nieuwe jaarcontracten liggen 2,2 procent hoger dan in januari en die voor nieuwe driejarige contracten liggen 0,1 procent lager.





