Pagina's
dinsdag 31 maart 2026
Biomassacentrale in Almere krijgt vergunning
Eerder werd een vergunning voor de centrale nog door de rechter vernietigd. Die beslissing was gebaseerd op kritiek op het gebruikte stikstofsysteem. Daardoor draaide de installatie enige tijd zonder geldige natuurvergunning.
Met de nieuwe vergunning van de provincie Flevoland kan de centrale nu alsnog legaal blijven functioneren. Het besluit werd in maart 2026 genomen en ligt ter inzage, waardoor belanghebbenden nog bezwaar kunnen maken.
Hoewel de vergunning een belangrijke stap is, betekent dit niet dat de discussie definitief voorbij is. Tegenstanders hebben nog de mogelijkheid om naar de rechter te stappen en het besluit aan te vechten.
Waterschap Rijn en IJssel wil groen gas opwekken uit rioolslib
Dit levert genoeg groen gas op om 2.650 huishoudens jaarlijks te voorzien. Het slibafval wordt zo veel minder en dus ook de kosten om dit afval af te voeren. Door de nieuwe installaties gaat de uitstoot van CO₂ en stikstof flink omlaag. De uitbreiding en vernieuwing maakt de rioolwaterzuivering dus duurzamer én het vermindert de kosten.
Het algemeen bestuur heeft dit op 10 maart 2026 besloten. Voor de definitieve gunning van de realisatiefase wacht het waterschap de natuurvergunning en de cofinancieringsmogelijkheden nog af. Het waterschap verwacht in juli definitief akkoord te geven voor de realisatie.
De bouw van de nieuwe installaties, tanks en machinegebouw start naar verwachting in 2026 en is in 2028 gereed. De totale kosten hiervoor bedragen 55 miljoen euro. In dit bedrag zitten ook de kosten voor onderhoud en de opslag bij twee andere rioolwaterzuiveringen.
In de groengasinstallatie kan het waterschap vanaf 2028 jaarlijks 2,7 miljoen kuub biogas verwerken. Dit levert een hoeveelheid groen gas op, gelijk aan het jaarverbruik van 2.650 huishoudens. Groen gas is een duurzaam alternatief voor fossiele energie en geschikt voor huishoudens, bedrijven en transport.
Als de cofinanciering definitief is, wordt deze investering naar verwachting terugverdiend in ongeveer twaalf jaar. Dit komt door de opbrengst van de verkoop van groen gas én doordat er minder kosten zijn, omdat het slibafval niet afgevoerd hoeft te worden.
De nieuwe installaties zorgen niet alleen voor minder afval, maar ook voor minder uitstoot van CO₂ en andere broeikasgassen. Ook neemt de uitstoot van stikstof af met ongeveer 30%. Dit komt doordat de restwarmte van de naastgelegen AVR gebruikt wordt om het slib op temperatuur te houden. Hierdoor hoeft het waterschap zelf geen biogas meer te verbranden om deze warmte zelf te produceren. De (Natura 2000) natuurgebieden in de omgeving profiteren hier direct van.
Bij de bouw worden zoveel mogelijk materialen hergebruikt. Zo wordt een silo van Waterschap Hollandse Delta hergebruikt.
Groen gas is duurzaam en zorgt voor minder CO₂-uitstoot. Het heeft dezelfde kwaliteit als aardgas en kan veilig gebruikt worden in woningen. Zo vervangen we fossiele brandstoffen, verlagen we de CO2-uitstoot voor de omgeving en verduurzamen we de rioolwaterzuivering. Ook heel belangrijk is dat deze investering zichzelf op termijn terugverdient. Het verkopen van groen gas levert geld op. En doordat we minder slibafval hoeven af te voeren, hebben we minder kosten. ”
Het waterschap wil in 2050 volledig klimaatneutraal en circulair werken. Dat past bij de Klimaatwet en het Grondstoffenakkoord. Dit betekent geen schade veroorzaken aan het klimaat, minder afval en grondstoffen opnieuw gebruiken. Ook wil het waterschap alle energie duurzaam opwekken.
maandag 30 maart 2026
Green Energy Day op 30 maart laat zien: Nederland dichter bij energie-‘Independence Day’
Dit jaar is Green Energy Day zes dagen opgeschoven. Daarmee zijn betaalbare energierekeningen en onafhankelijkheid van olie en gas uit verre landen weer een stap dichterbij gekomen. Als we jaarlijks minstens twaalf dagen opschuiven, komen we in 2050 uit op 31 december. Dan is al onze energie oranje-groen: van eigen bodem en hernieuwbaar.
Bedrijven, overheden, energiecoöperaties en consumenten werken hard om het aandeel duurzame energie te vergroten. Nederland is bijvoorbeeld kampioen zonne-energie en het vermogen aan windenergie is fors gegroeid, vooral op zee. Ook wordt er veel energie bespaard.
Het aandeel duurzame energie is naar verwachting 24,2 procent in 2026. In tijd uitgedrukt is dat 89 van de 365 dagen, zodat Green Energy Day valt op 30 maart 2026. In 2025 viel Green Energy Day op 24 maart. Green Energy Day is dus dit jaar gelukkig wel flink opgeschoven, maar niet genoeg om de gewenste twaalf dagen per jaar te halen.
De Europese Green Energy Day is op 10 april 2026. Tussen de Nederlandse provincies zijn grote verschillen. Zeeland viert al op 25 februari haar Green Energy Day, terwijl Flevoland deze heeft weten op te schuiven naar 10 september. Maar in alle provincies werken burgers en bedrijven aan meer hernieuwbare energie, en schuift de dag op.
De NVDE introduceerde het begrip Green Energy Day in 2019 om beter voorstelbaar te maken waar we nu staan en hoe we met jaarlijkse stappen uit kunnen komen op honderd procent hernieuwbare energie in 2050. We geven mensen die zich hiervoor inzetten een pluim en enthousiasmeren anderen.
—-
Bijna de helft van de Nederlanders vindt groene stroom niet belangrijk
Uit het onderzoek blijkt dat het 41 procent van de Nederlanders naar eigen zeggen niet uitmaakt of hun stroom groen is. Daarnaast geeft 8 procent aan niet te weten of dit een rol speelt bij hun keuze voor een energiecontract. Daar staat tegenover dat 51% van de Nederlanders bewust voor groene stroom kiest bij het afsluiten van een energiecontract. Daarvan kiest 20 procent specifiek voor groene stroom uit Nederland en 31% kiest groene stroom zonder een specifieke voorkeur voor de herkomst.
De cijfers laten duidelijke verschillen zien tussen leeftijdsgroepen. Van de 55-plussers kiest 58 procent voor groene stroom, wat het hoogste aandeel van alle leeftijdsgroepen is. Bij 35- tot 54-jarigen ligt dat aandeel op 48%. Jongeren tussen de 18 en 34 jaar kiezen veel minder vaak bewust voor groene energie. In deze groep zegt maar 31% specifiek voor groene stroom te kiezen.
Ook regionaal zijn verschillen zichtbaar. In het noorden (Groningen, Friesland en Drenthe) is de interesse voor groene stroom het grootst. Daar kiest 58% van de consumenten bewust voor groene stroom. Ook in Oost-Nederland (Overijssel, Gelderland en Flevoland) ligt het aandeel relatief hoog met 54%. In het westen (Utrecht, Noord-Holland en Zuid-Holland) ligt het aandeel rond het landelijk gemiddelde van ongeveer 50%. In Zuid-Nederland (Zeeland, Noord-Brabant en Limburg) kiezen iets minder mensen (47%) voor groene stroom.
Opvallend is dat in de drie grootste steden (Amsterdam, Rotterdam en Den Haag) relatief veel mensen specifiek voor Nederlandse groene stroom kiezen. Daar geeft 27% aan dat ze stroom van eigen bodem willen. Dat is het hoogste percentage van alle regio’s.
De cijfers laten zien dat groene stroom voor veel Nederlanders wel onderdeel is van de keuze voor een energiecontract, maar dat andere factoren nog steeds zwaar wegen.
Aansluiting op Duits waterstofnetwerk moet waterstof naar Twente brengen
Alle partijen tekenen ook een overeenkomst waarin zij zich verbinden aan het gezamenlijk ontwikkelen van een regionale waterstofinfrastructuur in Twente. Met deze ondertekening spreken de partners uit dat zij samen waterstof naar Twente willen brengen en daarmee de positie van de regio als vooruitstrevend, innovatief en ondernemend versterken.
Het Duitse waterstofnetwerk is in aanleg en komt dicht langs de Nederlandse grens te liggen. Met het nieuwe aftakpunt ontstaat de mogelijkheid om deze leiding te koppelen aan een bestaande leiding van Cogas bij Denekamp. Deze leiding kan na aanpassing worden gebruikt om waterstof naar Twentse bedrijven te transporteren. Zo ontstaat een toekomstbestendige oplossing voor sectoren die hoge temperaturen nodig hebben in hun productieprocessen.
Tevens is waterstof belangrijk voor een robuust energiesysteem dat perspectief biedt om mee te groeien met de regio (zie ook: energievisie OverijsselVerwijst naar een andere website). De aansluiting (aftakpunt) wordt naar verwachting eind 2027 opgeleverd.
Het consortium bestaat uit: de gemeenten Enschede, Almelo, Hengelo en Oldenzaal en de Industrie und Handelskammer Nord Westfalen, Oost NL, TECHLAND, H2HUB Twente, Twente Board, Energiestrategie Twente (RES Twente), Thyssengas, Cogas en de provincie Overijssel. De partners zien dit als een unieke kans om via de Duitse waterstofinfrastructuur een directe verbinding met Twente te realiseren.
vrijdag 27 maart 2026
Nederlanders investeerden minder in verduurzaming woning
Tijdens de coronajaren en door stijgende energieprijzen als gevolg van de Oekraïne-oorlog investeerden veel Nederlandse huishoudens in de verduurzaming van hun woning. Nu blijken deze investeringen sterk terug te lopen. Zowel de totale investeringen als het aantal verduurzamende huishoudens daalden sterk. Het aantal unieke huishoudens dat investeerde, is met 800.000 afgenomen tot 3,7 miljoen.
Huishoudens passen hun woning nu vooral aan op het gebied van verlichting, isolatie en verwarming. Dit zijn de meest gekozen verduurzamingsmaatregelen. De hoogste bestedingen gaan naar isolatie. Omdat huishoudens vaak meerdere maatregelen combineren, ligt het totaal aantal aanpassingen in onderstaande tabel hoger dan het aantal unieke huishoudens dat heeft verduurzaamd.
Consumenten voeren bijna de helft (49%) van alle duurzame aanpassingen zelf uit. De categorieën verlichting en waterbesparing zijn bijvoorbeeld zaken die daaronder vallen. Verder wordt 28% van de aanpassingen uitbesteed aan gespecialiseerde bedrijven. Daarnaast wordt 16% door de verhuurder geïnitieerd en 7% door de Vereniging van Eigenaren.
ENGIE Vianeo opent twee ultrasnelle laadpalen in Coo-Stavelot
Deze laadpalen bieden vier laadpunten met een vermogen van 300 kW. In een context van toenemende elektrificatie van de mobiliteit is dit een concreet antwoord op de behoefte aan laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen in Wallonië. De nieuwe installatie versterkt de rol van Coo als echte energiehub en de toegankelijkheid en aantrekkelijkheid van de regio Stavelot, aangezien de dichtstbijzijnde ultrasnelle laadpalen zich op 25 km afstand bevinden.
Op vlak van mobiliteit behoort België tot de koplopers in Europa met een van de meest geëlektrificeerde wagenparken (7e plaats in 2024). Een ruim netwerk van laadpalen is nodig voor een versnelde elektrificatie.
De nieuwe ultrasnelle ENGIE Vianeo-laadpalen betekenen een belangrijke stap voorwaarts in een regio waar het potentieel voor de ontwikkeling van elektrisch laden nog zeer groot is.
donderdag 26 maart 2026
'Verbruik stroom wanneer de zon schijnt'
Wanneer er op zonnige dagen in de lente en zomer weinig elektriciteit wordt verbruikt, maar veel wordt teruggeleverd, bestaat de kans dat het net overbelast raakt. Bijvoorbeeld in de weekenden wanneer bedrijven gesloten zijn. Bij overbelasting ontstaat schade aan kabels en stations met langdurige stroomuitval tot gevolg. Enexis doet er alles om dit te voorkomen en neemt verschillende maatregelen.
“De afgelopen winter hebben we onze maatregelen effectief ingezet om stroompieken te beheersen”, zegt Maarten Noom, directeur Assetmanagement bij Enexis. “In januari, tijdens de kou en sneeuw, zagen we de elektriciteitsvraag op diverse plekken boven de limiet uitkomen. Door op die stations de ‘vluchtstrook’ van het net te gebruiken, konden we de stroomlevering voor onze klanten continueren. Klanten merken daar niets van. ” De inzet van de vluchtstrook is ook komend voorjaar mogelijk. Daarnaast maken we onder meer afspraken met bedrijven om op bepaalde momenten minder stroom terug te leveren.
In het uiterste geval zijn de maatregelen die we inzetten niet voldoende en moet men een deel van het net achter een station uitschakelen. Huishoudens en bedrijven hebben dan tot enkele uren geen stroom en kunnen ook geen stroom terugleveren.
“Wij doen een beroep op bedrijven en huishoudens om het stroomverbruik zoveel mogelijk te plannen op zonnige momenten, bij voorkeur tussen 11.00 en 15.00 uur. Denk daarbij aan het opladen van elektrische voertuigen, wassen, drogen of andere energie-intensieve activiteiten. Zo zorgen we samen voor een toegankelijk en betrouwbaar stroomnet, nu en in de toekomst”, zegt Maarten Noom, directeur Assetmanagement bij Enexis.
Luister de podcast ‘De kaart en de kabel’
Laetitia en Mark spreken met ontwerpers, natuurexperts, energiekenners, beleidsmakers en planologen. Samen onderzoeken ze hoe de ruimtelijke inrichting van steden en landschappen in verbinding staat met het ontwerp van een robuust en toekomstbestendig energiesysteem. Wie zorgt er nog voor samenhang? En wie hakt knopen door?
Aflevering #1
Via een terugblik op de elektrificatie en aanleg van het gasnet wordt duidelijk hoe energie en ruimte altijd al verbonden zijn. Een vooruitblik op de transitie van nu maakt duidelijk dat deze verbondenheid een andere benadering vraagt: een waarin energie en ruimte gezamenlijk tot andere ruimtelijke oplossingen komen.
Wat opvalt: energie was nooit neutraal. Ze bepaalde waar industrie kwam, hoe steden functioneerden en hoe het algemeen belang werd beïnvloed door particuliere belangen en initiatieven. Acceptatie ontstond door duidelijkheid over richting en door een groter gebruiksgemak.
Aflevering #2
In de tweede aflevering van ‘De kaart en de kabel’ verschuift het perspectief van geschiedenis naar actualiteit. Laetitia en Mark duiken in het nationaal beleid op gebied van energie en ruimte: wat zijn de contouren voor energiesysteem en de inrichting van Nederland op de lange termijn? En hoe zijn zij met elkaar verbonden via beleid? Daarvoor gaan ze in gesprek met Mark Stuurman van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en Matthijs van Oosterhout van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.
Deze aflevering laat zien dat energie inmiddels structurerend werkt. Niet als bijlage bij ruimtelijk beleid, maar als ordenend principe. De vraag is niet meer óf energie ruimtelijk sturend is, maar hoe bewust we die sturing organiseren.
NAM hoofdvestiging verhuist naar NAM kantoor in Sappemeer
De circa 300 medewerkers die vooral betrokken zijn bij de productieactiviteiten van de NAM gaan vanaf 1 januari 2027 voor het merendeel werken vanuit het bestaande NAM kantoor aan de Vosholen 66 in Sappemeer. De komende maanden wordt deze locatie gereed gemaakt voor de verhuizing.
De organisatie die samen met WellGear en Arcadis onder de naam Siturn verantwoordelijk is voor het opruimen van locaties en putten die niet meer produceren blijft in Assen. Dit team verhuist naar het kantoor van WellGear aan de A28 in Assen.
Martijn van Haaster, directeur NAM: “Het is geen gemakkelijk besluit om na 60 jaar uit Assen te verhuizen, een plaats waar wij ons altijd thuis gevoeld hebben. Tegelijkertijd is het ook mooi dat het belangrijke NAM onderdeel dat verantwoordelijk is voor het opruimen van putten en installaties in Assen blijft.”
Het verkoopproces van het huidige kantoor en andere gebouwen aan de Schepersmaat in Assen zullen binnenkort starten.
woensdag 25 maart 2026
Samenwerkings- overeenkomst warmtenet Almelo ondertekend
In het beoogde warmtenet is Urenco de bron van restwarmte. Via het te ontwikkelen warmtenet wordt deze warmte onder andere naar ZGT en ETC getransporteerd zodat zij gasloos en duurzaam kunnen functioneren. De hoeveelheid beschikbare warmte is voldoende om daarnaast circa 5.500 woningen te verwarmen. Door het gebruik van restwarmte en een efficiënte distributie draagt het netwerk bij aan de reductie van CO₂‑uitstoot en het verminderen van afhankelijkheid van aardgas.
Cogas neemt de functie van warmtebedrijf op zich en is beoogd toekomstig ontwikkelaar van het warmtenet. Het bedrijf brengt uitgebreide ervaring mee op het gebied van warmte‑infrastructuur, ontwerp, exploitatie en netwerkbeheer. Richard Lohuis, directeur Transitie bij Cogas: “Met deze samenwerking zetten we een belangrijke eerste stap richting een warmtenet in Almelo op basis van restwarmte van Urenco. Als regionaal netwerk- en warmtebedrijf brengen wij onze ervaring in om te verkennen hoe we hiervan een duurzame en betaalbare warmteoplossing kunnen maken voor de betrokken partijen en mogelijk ook bewoners."
De gemeente Almelo treedt op als regisseur binnen het project, stimuleert samenwerking en zorgt voor de benodigde beleidsmatige en ruimtelijke ondersteuning. Met deze stap onderstreept Almelo haar ambitie om een duurzame, toekomstgerichte stad te zijn. Margreet Overmeen‑Bakhuis, wethouder duurzaamheid, zegt: “Met deze samenwerking bouwen we in Almelo aan een warmtenet dat niet alleen duurzamer is, maar ook meer comfort en zekerheid biedt voor onze inwoners. Door samen te investeren in schone warmte maken we onze stad toekomstbestendig — en zorgen we ervoor dat Almeloërs kunnen rekenen op een betaalbare, betrouwbare en klimaatvriendelijke manier van wonen. Dit is een stap vooruit voor heel Almelo.”
Urenco stelt restwarmte uit haar productieprocessen beschikbaar als duurzame warmtebron voor het netwerk. Daarmee levert het bedrijf een directe bijdrage aan de energietransitie in Almelo en maakt het waardevol hergebruik van energie mogelijk. Ad Louter, algemeen directeur van Urenco, licht toe: “Wij verrijken uranium dat naar kerncentrales over de hele wereld gaat om elektriciteit op te wekken. De centrifuges die het uranium verrijken, draaien 24/7 met hoge snelheid en daarbij komt restwarmte vrij die nu nog grotendeels de lucht in gaat. Die warmte stellen we graag beschikbaar voor het warmtenet.”
ZGT is een grote afnemer van warmte uit het warmtenet. Het ziekenhuis wil hiermee zijn energiegebruik verder verduurzamen en de bedrijfsvoering toekomstbestendig maken. De aansluiting op het warmtenet helpt ZGT om CO₂‑uitstoot te reduceren en betrouwbare warmtevoorziening voor zorgprocessen te borgen. Eric Kroon, lid Raad van Bestuur ZGT: “Als ziekenhuis voelen wij ons verantwoordelijk de impact op het klimaat te minimaliseren. Door aan te sluiten op het warmtenet kunnen we het ziekenhuis op een duurzame manier verwarmen, met betrouwbare warmte voor onze patiënten en medewerkers. Zo dragen we bij aan een gezonde toekomst voor de zorg en onze omgeving.”
Voor lage inkomens weegt de energierekening steeds zwaarder
Nu de oorlog in het Midden-Oosten de energieprijzen opnieuw opstuwt, speelt de vraag weer op of huishoudens gecompenseerd moeten worden. Tijdens de energiecrisis van 2021–2022 compenseerde de overheid zeer ruim, met onder meer een energietoeslag van €1.300 voor lage inkomens, accijns- en belastingverlagingen en een prijsplafond. Daar schreven wij eerder ook over. Dat dempte de economische schok, maar zorgde ook voor extra druk op de overheidsbegroting en droeg bij aan een langere periode van hoge inflatie.
Nu nieuwe grote prijsstijgingen op de olie- en gasmarkt zich aandienen, kijken wij in dit artikel naar geanonimiseerde transactiedata om een indruk te krijgen van de mate waarin verschillende inkomensgroepen last hebben van hogere energieprijzen.[1]
ING ziet hogere inkomens meer dan twee keer zoveel euro’s uitgeven aan brandstof dan lagere inkomens doen. Dat komt vooral doordat een veel hoger percentage mensen van de hogere inkomensgroepen frequent tankt (37% in het laagste deciel en 69% in het hoogste). Veel mensen in lagere inkomensgroepen hebben geen auto. En wie wel een auto heeft, heeft vaak een kleinere auto en rekent naar verhouding dus minder af (bij de 10% laagste inkomens waren de brandstofkosten in 2025 naar schatting gemiddeld iets onder de 1000 euro en bij hoogste inkomens iets meer dan 2000 euro). Dat drukt ook het percentage van het inkomen dat mensen in lagere inkomensgroepen gemiddeld aan brandstof besteden. Daardoor is het verschil in het percentage dat de verschillende inkomensgroepen aan brandstof besteden niet erg groot. Dat betekent ook dat lagere brandstofaccijnzen in grote mate toekomen aan mensen in hogere inkomensgroepen.
Het lage percentage autobezitters drukt dus de gemiddelde uitgaven aan brandstof voor lagere inkomensgroepen, maar dat betekent niet dat de pijn van hogere brandstofprijzen in deze groep niet gevoeld wordt. Onder frequente tankers – mensen die het afgelopen jaar tenminste in 11 van de 12 maanden tankten – zien we veel hogere percentages van het besteedbaar inkomen dat aan brandstof opgaat. De laagste 10% aan inkomens besteden 5,7% van hun inkomen aan de pomp. Dat is wel gedaald in de afgelopen jaren, in grote mate dankzij de lagere benzineprijs in 2025 en de hogere lonen. Brandstof is dus relatief steeds minder op het inkomen gaan drukken.
Het lage percentage autobezitters drukt dus de gemiddelde uitgaven aan brandstof voor lagere inkomensgroepen, maar dat betekent niet dat de pijn van hogere brandstofprijzen in deze groep niet gevoeld wordt. Onder frequente tankers – mensen die het afgelopen jaar tenminste in 11 van de 12 maanden tankten – zien we veel hogere percentages van het besteedbaar inkomen dat aan brandstof opgaat. De laagste 10% aan inkomens besteden 5,7% van hun inkomen aan de pomp. Dat is wel gedaald in de afgelopen jaren, in grote mate dankzij de lagere benzineprijs in 2025 en de hogere lonen. Brandstof is dus relatief steeds minder op het inkomen gaan drukken.
Naast brandstofprijzen stijgen ook de gasprijzen, wat huishoudens in eerste instantie raakt via de energierekening. De huidige marktprijs van 55 euro per megawatt uur – op het moment van schrijven - komt nog niet in de buurt van de piek in 2022 die ver boven de 300 euro lag, maar zorgt bijvoorbeeld wel al voor aanpassingen in het productaanbod onder energieleveranciers.
Voor de energierekening zijn lagere inkomensgroepen naar verhouding flink meer kwijt dan hogere, zoals hieronder te zien. Dat komt doordat vaste lasten een hoger gedeelte van hun inkomen uitmaken. Volgens TNO en CBS komt energiearmoede vaker voor bij mensen in corporatiewoningen en die van een uitkering leven (ook gepensioneerden, maar die hebben wij in onze cijfers niet meegenomen).
Bij de energierekening zien we het omgekeerde van de brandstofrekening gebeuren. Voor de lagere inkomens is de energierekening van 2022 tot en met 2025 hoger geworden als percentage van het inkomen, terwijl deze relatief afnam voor hogere inkomensgroepen. Zo zijn er steunmaatregelen weggevallen waar lagere inkomens van profiteerden. Daarnaast namen absolute energiebetalingen ook minder sterk toe voor hogere inkomensgroepen, wat kan duiden op het profiteren van verduurzamingsmaatregelen.
De totale som van uitgaven aan energie en brandstof als percentage van het inkomen laat zien dat armere huishoudens meer last hebben van hogere energietarieven en brandstofprijzen dan rijkere. Dat verschil is sinds de vorige energiecrisis groter geworden en dat komt dus volledig door de energierekening. In 2025 betaalden de laagste inkomens 7,7% aan energie en brandstof. En dat was in een jaar met relatief lage energieprijzen. Dat was in 2022 nog 7,3%. Maar de meeste inkomensgroepen hebben door de lagere energieprijzen – en zonder het wegvallen van steunmaatregelen – juist een daling van de totale energiekosten als percentage van hun inkomen gezien. Voor de hoogste 10% is dat van 4,2% in 2022 naar 3,7% in 2025 gegaan. Daarmee zijn lage inkomens dus met name veel kwetsbaarder voor de verwachte stijgingen van de energierekening door de crisis in het Midden-Oosten.
dinsdag 24 maart 2026
Industrial Accelerator Act belangrijke stap voor Europese zonne-energie maakindustrie
Het gaat op dit moment nog om een conceptversie waar de Europese lidstaten nog over moeten stemmen en waar aanpassingen nog kunnen plaatsvinden. Desondanks beschouwt Holland Solar dit een belangrijke stap om de waardeketen in zonne-energiesector en batterijopslag beter in balans te brengen door een deel van de waardeketen naar Europa te halen en de vraag naar duurzame opgewek te vergroten.
Een belangrijk onderdeel van de IAA is de verdere invulling van het principe ‘Made in Europe’, een nieuwe non-price criteria voor een product dat daadwerkelijk als Europees kan worden aangemerkt.
Voor zonnepanelen gaat dit drie jaar na de ingang van de IAA in en moeten de omvormers en zonnecellen volledig uit Europa komen om te voldoen. Vooral het verplichten van de zonnecellen brengt naar alle waarschijnlijk meer strategische autonomie, een belangrijke opgaven aangezien China in 2024 nog 87% van de mondiale waardeketen van zonnecellen bezat.
Bij batterijopslag wordt een fasesysteem gehanteerd, waarbij de verplichte eisen strenger worden na 3 jaar. In deze eerste periode direct na de implementatie van de IAA geldt dat het volledige batterij-energieopslagsysteem uit de Europese Unie moet komen, en dat projecten met een capaciteit van meer dan 1 MWh ook een Europees batterijbeheersysteem moeten hebben. Na drie jaar komt fase twee in werking en geldt dat het batterij-energieopslagsysteem, de batterijcellen, het batterijbeheersysteem en minstens één andere hoofdcomponent uit Europa moet komen
Voor zowel zonnepanelen als batterijopslag geldt ook dat landen met wie Europa een vrijhandelsovereenkomst heeft, deelnemen aan de Europese douane-unie of aangesloten zijn bij de WTO Government Procurement Agreement zichzelf kunnen aanmerken als Europees en de Made in Europe-label kunnen bemachtigen.
De IAA bouwt voort op de eerdere voorstellen uit de Net-Zero Industry Act (NZIA). Met name op het gebied van publieke inkoop en veilingen worden de regels aangescherpt om meer vraagcreatie te realiseren.
Zonnepark Zwanendal levert stroom aan Energy & Health Campus
Maik Smit, financieel directeur NRG PALLAS: “Dit geeft ons de mogelijkheid om meer elektrisch materiaal in te zetten tijdens de bouw van de PALLAS-reactor en dit draagt bij aan de bevordering van de ecologische gezondheid van onze omgeving.” Door de stroomlevering van zonnepark Zwanendal is de levering van stroom ook gegarandeerd tijdens piekbelasting.
De nieuwe energievoorziening is neergezet door een samenwerkingsverband tussen de twee buren Zwanendal B.V. en NRG PALLAS en bestaat uit een zonnepark van 5,88 megawattpiek, een batterijopslagsysteem van 4 megawattuur, een directe kabelverbinding tussen Zwanendal en NRG PALLAS en een integraal energiemanagementsysteem. Het systeem stemt opwek, opslag en verbruik op elkaar af, zodat lokaal opgewekte stroom direct op de campus kan worden ingezet en het openbare elektriciteitsnet minder wordt belast. Daarnaast wordt geïnvesteerd in een nieuw klantstation en een aansluitstructuur die ook toekomstige energiebehoeften op het bedrijventerrein van de Energy & Health Campus opvangt.
De nieuwe PALLAS-reactor zal de productie van medische isotopen voor meer dan 30.000 patiënten per dag zeker stellen. Deze isotopen zijn onmisbaar voor de diagnose en behandeling van patiënten. Met de reactor wordt ook onderzoek gedaan naar nieuwe nucleaire technologieën zoals Small Modular Reactors (SMR’s). Met de nieuwe energie-infrastructuur wordt tegelijk de basis gelegd voor de bedrijven die zich kunnen vestigen op de Energy & Health Campus, zodat ook op langere termijn aan de energiebehoefte wordt voldaan én dit draagt positief bij aan de ecologische gezondheid voor nu en in de toekomst.
De Energy Hub Zwanendal is mede mogelijk gemaakt door Kansen voor West 3. Binnen het programma ontvangt Energy Hub een beschikking voor het realiseren van een zonneweide, batterijsysteem en slim energiemanagementsysteem. Hiermee wordt gewerkt aan een oplossing voor de netcongestieproblematiek van het bedrijvencluster op de Energy & Health Campus.
maandag 23 maart 2026
NextEnergy haalt €7 miljoen groeifinanciering op voor verdere groei
De investering wordt gebruikt voor werkkapitaal. NextEnergy speelt met de financiering in op de groeiende vraag naar dynamische energie in Nederland.
Het is de tweede keer dat NLInvesteert financiering verstrekt aan NextEnergy. Een eerdere groeifaciliteit een jaar geleden van €5 miljoen werd kort na openstelling volledig ingevuld.
Dynamische energie groeit snel in Nederland. Volgens de Energiemonitor van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) kwamen er in 2025 bijna 150.000 dynamische contracten bij. Wat begon als nicheproduct voor early adopters, ontwikkelt zich naar een breder alternatief voor traditionele energiecontracten. NextEnergy levert inmiddels dynamische energie aan meer dan 70.000 huishoudens en kleinzakelijke klanten.
NextEnergy blijft volledig onafhankelijk. Sinds de oprichting in 2022 hebben de oprichters geen externe aandeelhouders aangetrokken. De financiering via NLInvesteert is een kortlopende faciliteit die het bedrijf helpt groeien zonder controle over het bedrijf uit handen te geven.
Provincie Zuid-Holland tekent mee aan intentieverklaring met Alco Energy
Arne Weverling, gedeputeerde haven en industrie: “Deze intentieverklaring laat zien dat industrie en overheid samen tempo kunnen maken met verduurzaming. Met de geplande investeringen vermindert Alco Energy Rotterdam zijn CO₂-uitstoot fors, bespaart het grote hoeveelheden aardgas en water, én blijft de industrie in de haven van Rotterdam economisch sterk. Dat is precies de combinatie waar we in Provincie Zuid-Holland voor staan: minder uitstoot, een schonere leefomgeving en een toekomstbestendige industrie.”
Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat heeft in het voorjaar van 2022 het maatwerktraject verduurzaming industrie opgestart. Dit traject heeft tot doel om met de industrie afspraken te maken om tot versnelde CO₂-emissiereductie te komen. Het nieuwe kabinet heeft in het coalitieakkoord aangegeven door te willen gaan met de bestaande maatwerkafspraken.
Naast financiële steun helpt de overheid bedrijven door knelpunten bij de verduurzaming weg te nemen. Zo werkt zij nauw samen met provincies en omgevingsdiensten om de benodigde vergunningen goed en zorgvuldig te regelen, met aandacht voor de leefomgeving.
vrijdag 20 maart 2026
Vraag naar laadpalen bijna verdrievoudigd
De brandstofprijzen vertonen sinds begin maart een steile lijn omhoog, waarbij de grens van € 2,50 per liter in zicht komt. Dit is voor sommigen een aanleiding om de overstap te maken naar elektrisch rijden, suggereert de toenemende vraag naar laadpaal-installateurs. Het aantal aanvragen nam in de eerste week van maart al flink toe en resulteerde op 9 maart in een piek van bijna drie keer het daggemiddelde van januari en februari. Op dezelfde dag bereikten ook de brandstofprijzen een nieuwe recordhoogte: € 2,45 voor een liter benzine en € 2,50 voor diesel.
De financiële prikkel is duidelijk voelbaar. Nederlandse automobilisten rijden gemiddeld ongeveer 925 kilometer per maand. Bij een benzineprijs van € 2,45 per liter kost die afstand in een benzineauto die 1 op 15 rijdt ongeveer € 151,- per maand. Wie elektrisch rijdt en thuis laadt tegen € 0,25 per kWh is voor dezelfde afstand circa € 42,- kwijt. Dat komt neer op een besparing van ruim € 109,- per maand.
De ontwikkeling doet denken aan 2022, toen de hoge gasprijzen leidden tot een massale verduurzamingsgolf. Deze gascrisis, versterkt door de situatie in Oekraïne, zorgde toen voor een sterke toename in de vraag naar zonnepanelen. Ook nu lijkt onrust op de energiemarkt samen te vallen met een groeiende interesse in oplossingen die huishoudens meer grip geven op hun maandelijkse lasten.
Waar de overstap naar elektrisch rijden voorheen vaak werd gedreven door fiscale voordelen voor de zakelijke rijder of idealistische motieven, lijkt onafhankelijkheid van fossiele brandstoffen nu een belangrijke bijkomende drijfveer.
De plotselinge run zorgt voor uitdagingen in de sector. Nu de vraag in één dag met 175% is gestegen, waarschuwt Trustoo voor toenemende wachttijden. Consumenten die de overstap maken om de hoge brandstofprijzen te ontwijken, wordt geadviseerd tijdig offertes te vergelijken om nog voor de zomer over een eigen laadpunt te beschikken.
Run op vaste contracten voor energie over hoogtepunt heen
De run op vaste energiecontracten die is ontstaan sinds eind februari het oorlogsgeweld in het Midden-Oosten weer oplaaide, is inmiddels over zijn hoogtepunt heen, meldt vergelijkingssite Pricewise. Klik op de foto om het rechtenvrije beeld in hoge resolutie te downloaden.
De oorlog in het Midden-Oosten zorgde begin deze maand voor drukte bij de vergelijkingssite. Onder consumenten verachtvoudigde het aantal aanvragen bij Pricewise door consumenten terwijl het aantal zakelijke aanvragen verdrievoudigde. Ook kozen veel meer consumenten voor een energiecontract van langere duur. Waar in de eerste twee maanden van dit jaar nog één op de vijfentwintig consumenten een meerjarig energiecontract afsloot, veranderde dat aantal begin maart naar één op de zes.
De voortdurende oorlog heeft nog niet geleid tot een afname van het aanbod. Tom Schuitemaker, energie-expert Pricewise: “Energieleveranciers hebben geleerd van de oorlog tussen Oekraïne en Rusland. Ze zijn in staat om hun prijzen snel te veranderen. Daarin zien we dus wel een invloed van de huidige situatie op de prijzen, die zijn omhoog gegaan.”
Als de wapens in het Midden-Oosten neergelegd worden, dan zijn er volgens Schuitemaker twee scenario’s. “Het is niet onwaarschijnlijk dat de prijzen het komende half jaar weer zullen dalen, zeker als de rust in het Midden-Oosten over een tijdje terugkeert. Als je dat een beetje in de gaten houdt, kun je tussen nu en oktober een goed moment kiezen om de prijs wél vast te zetten. Als de oorlog nog veel langer duurt, kunnen de prijzen op het huidige niveau stabiliseren en hebben we volgende winter waarschijnlijk opnieuw te maken met hoge prijzen. Ik raad consumenten dan ook aan om voor oktober de tarieven vast te zetten, zodat ze komende winter niet voor verrassingen komen te staan.”
De komende maanden zullen Nederlanders hun verwarming minder gebruiken, aangezien de meteorologische lente is gestart. Het verder dalen van de gasvoorraad komt daarmee binnenkort ten einde. Schuitemaker: “Inkopers gaan het komende half jaar de gasvoorraden vullen. Daar hebben ze nog de tijd voor tot oktober, wanneer het stookseizoen weer begint. Dat betekent ook dat er nu minder noodzaak is voor consumenten om de prijzen snel vast te zetten. Want als je weinig energie verbruikt, voel je hoge prijzen minder snel in je portemonnee.”
Voor consumenten met een variabel tarief is het verstandig om de informatie van de eigen energieleverancier goed in de gaten te houden. De kans is namelijk groot dat de tarieven binnenkort flink omhooggaan, omdat de hogere inkoopprijzen voor gas nog niet waren doorberekend. Als dat het geval is, dan moet de energieleverancier dit dertig dagen van tevoren laten weten. Dat geeft de consumenten de tijd om een ander contract te kiezen.
donderdag 19 maart 2026
Vattenfall biedt elektrische rijders vergoeding voor elke thuisgeladen kWh
Elektrisch rijden kan leiden tot minder CO2-uitstoot. Dankzij een nieuwe overheidsregeling kunnen elektrische rijders daar nu bij Vattenfall een vergoeding voor krijgen. Vattenfall zet thuisgeladen kilowatturen om in zogenoemde Emissie Reductie Eenheden (ERE’s). Dat zijn certificaten die aantonen hoeveel CO2 wordt bespaard ten opzichte van rijden op benzine of diesel. Brandstofleveranciers zijn wettelijk verplicht hun CO2-uitstoot te compenseren, bijvoorbeeld door aankoop van ERE's. Zo stimuleert de overheid het gebruik van hernieuwbare energie en helpt de regeling de CO2-uitstoot van vervoer te verlagen. De waarde van ERE’s hangt af van vraag en aanbod.
Wie veel thuis laadt, kan een flink bedrag ontvangen. Een voorbeeld: bij 4.000 kWh per jaar komt dat neer op 200 euro. En dat kan meer worden als de ERE's meer opleveren. Vattenfall biedt daarbij als enige energieleverancier in Nederland een minimale vergoeding van 5 cent per kWh, zodat klanten altijd iets ontvangen, ook als de marktprijs onder de 5 cent daalt. Als Vattenfall meer dan 5 cent per kWh op ERE’s verdient, dan wordt de winst met de klanten gedeeld.
Deelname is eenvoudig. Klanten melden hun thuislaadpaal aan via de website of Energie-app van Vattenfall. Voorwaarde is dat de klant een Vattenfall-laadabonnement heeft en de laadpaal een MID-meter heeft. Deze meter kan laadsessies nauwkeurig registreren. Na toestemming verwerkt Vattenfall automatisch de laaddata en wordt de vergoeding jaarlijks uitgekeerd.
Goedkope en milieuvriendelijke zonnecel zet nieuw efficiëntierecord
Tot nu toe bleven kesteriet-zonnecellen duidelijk achter in rendement vergeleken met traditionele siliciumcellen en andere experimentele types zoals perovskiet. Maar dat lijkt te veranderen. Onderzoekers van de Chinese Academie van Wetenschappen hebben met een aangepaste productietechniek een recordrendement bereikt voor kesteriet-cellen: ongeveer 15,0–15,45 % in onafhankelijke tests.
Het grootste knelpunt in de productie was tot nu toe dat de deeltjes in het materiaal te snel en onregelmatig bewogen, wat tot kristaldefecten leidt en de prestaties beperkt. Door een speciaal dun tussenlaagje aan te brengen, groeiden de kristallen veel gelijkmatiger, met aanzienlijk minder fouten — en zo konden de onderzoekers het rendement flink verbeteren.
Hoewel het rendement van deze kesteriet-cellen nog lager is dan dat van de beste silicium-panelen (die boven de 26 % komen), vertegenwoordigt deze verbetering een belangrijke stap voor alternatieve, niet-giftige zonneceltechnologieën.
woensdag 18 maart 2026
Slimmer gebruik eigen zonnestroom verzacht pijn exploderende gasprijzen
De gasprijzen exploderen door de oorlog in het Midden-Oosten, terwijl de lente zijn intrede doet. Dit zet het belang van zonne-energie weer centraal. Maar dit is ook precies waar een groot onbenut potentieel ligt: bezitters van zonnepanelen zouden fors kunnen besparen op hun gasrekening door overtollige zonnestroom te gebruiken om overdag water op te warmen.
Door het slim inzetten van een zogeheten zonnestroomboiler of wateraccu kunnen huishoudens met zonnepanelen een groot deel van hun gasverbruik besparen. Zo krijgt de zonnestroom die ze nog slechts negen maanden mogen salderen en waarvoor energiebedrijven terugleverkosten in rekening brengen weer waarde.
'Het is vreemd dat 2,7 miljoen Nederlandse huishoudens overdag 70 procent zonnestroom aan het net terugleveren, terwijl ze in de ochtend en avond gas afnemen om te douchen. Deze onbalans is verspilling en creëert bovendien netwerkproblemen. Is het niet logisch om met eigen opgewekte stroom flink kosten en gas te besparen, en we als land onafhankelijker van gasimport worden, zeggen Dominic Tegelbeckers van Blauwe Batterij en Emma Snaak van Solyx Energy.
De bedrijven zijn beide actief op het gebied van deze zonnestroomboilers. Als de zonnepanelen meer stroom opwekken dan nodig voor eigen gebruik wordt het overschot gebruikt om een boiler met water op te warmen. Nu gebeurt dat in veel woningen nog door een cv-ketel op aardgas. De wateraccu vormt een eenvoudig alternatief voor dure thuisbatterijen. Tegelijkertijd voorkomt het systeem terugleverkosten en overbelasting van het elektriciteitsnet tijdens zonnige middagen, de zogeheten netcongestie.
Bezitters van zonnepanelen gebruiken gemiddeld slechts 30 procent van hun zelf opgewekte zonnestroom. De rest leveren ze terug aan het elektriciteitsnet en mogen ze wegstrepen op hun energierekening. Deze salderingsregeling stopt in 2027, waarna de waarde van zonnestroom afneemt, tenzij mensen die zoveel mogelijk zelf gebruiken.
Veel bezitters van zonnepanelen overwegen nu een thuisbatterij te kopen, maar energie van het dak opslaan in water is volgens experts slimmer. ,'Wij geloven dat dit meer toepassing verdient in Nederland. Water verwarmen met zonnestroom is zo’n open deur. Het is een oude en bewezen aanpak, waar we nu slimme techniek aan toevoegen. De huidige installateurs kunnen dit eenvoudig uitvoeren”, zeggen Tegelbeckers en Snaak. ,,Nu is er een negatief sentiment dat zonnepanelen waardeloos zijn. Dat is niet waar. Je moet alleen bedenken hoe je die zonnestroom zelf beter kunt gebruiken. De huidige onrust in het Midden-Oosten bewijst dat panelen een goed idee blijven.'
75 procent van Vlaamse openbare verlichting is nu led
Als netbeheerder beheert Fluvius de openbare verlichting in Vlaamse steden en gemeenten. Door een doorgedreven en structurele samenwerking met lokale besturen werd de omschakeling de voorbije jaren sterk versneld. Vlaanderen behoort daarmee tot de Europese kopgroep: zowel qua tempo als schaalgrootte is deze transitie uitzonderlijk.
Openbare verlichting is een van de grootste publieke energieverbruikers. De omschakeling naar ledverlichting is daarom een cruciale hefboom binnen de Vlaamse klimaat- en energiedoelstellingen. Door het energieverbruik sterk te verlagen en verlichting slimmer aan te sturen, dalen de CO₂-uitstoot en energiekosten structureel. De omschakeling naar led en aangepaste brandprogramma’s zorgt voor een energiebesparing van meer dan 42%, goed voor ongeveer 181,45 GWh per jaar, vergelijkbaar met het elektriciteitsverbruik van circa 52.000 gezinnen. De lagere vermogensvraag draagt daarnaast bij aan een efficiënter gebruik van het elektriciteitsnet.
Voor Fluvius is verledding dan ook meer dan het vervangen van lampen. Het is een essentieel onderdeel van het traject Netwerken voor Morgen, waarmee Fluvius de netinfrastructuur voorbereidt op een toekomst met meer hernieuwbare energie, elektrificatie en digitale sturing. Ons openbaar verlichtingsnet vormt daarbij een eerste, tastbare toepassing van een flexibel en interactief energienet.
Fluvius startte met de omschakeling naar ledverlichting in 2015. Wat begon als een gefaseerde modernisering, groeide de voorbije jaren uit tot een structureel versneld programma, gedragen door duidelijke keuzes van lokale besturen en een gestandaardiseerde aanpak.
dinsdag 17 maart 2026
Slimmere combinatie van isoleren en warmtepompen versnelt verduurzaming corporatiewoningen
Uit het onderzoek blijkt dat corporaties jaarlijks wel veel woningen isoleren maar dat het aandeel woningen dat daadwerkelijk van het gas afgaat, beperkt is. Jaarlijks worden nu circa 53.000 corporatiewoningen geïsoleerd terwijl slechts 18.000 woningen een warmtepomp krijgen. Daarmee worden de Nationale Prestatieafspraken (NPA) en het doel om corporatiewoningen in 2050 CO2-vrij te hebben moeilijk te halen. De huidige praktijk om een woning eerst volledig te isoleren voordat een warmtepomp geplaatst kan worden, remt de voortgang van de energietransitie.
Laure Itard, hoofdauteur van de studie: “Isoleren is een dure en arbeidsintensieve stap, die per geïnvesteerde euro niet de meeste reductie in CO2 en energielasten oplevert. Er lopen nu initiatieven waarbij minder goed geïsoleerde woningen (schillabel D) worden voorzien van een all-electric warmtepomp. Ons onderzoek wijst uit dat bij gelijke investering 30% meer warmtepompen geplaatst kunnen worden dan wanneer er alleen goed geïsoleerd wordt zodat 30% meer woningen sneller toegang krijgen tot lagere energielasten dan nu. Op dit moment is echter nog onvoldoende duidelijk wat dit betekent voor het comfort van deze woningen.” Voor een deel van de woningen kan in ieder geval het gebruik van hybride warmtepompen, volgens de onderzoekers, een bijdrage leveren aan het sneller behalen van de klimaatdoelen. Daarvoor moeten de hybride warmtepompen wel all-electric-ready zijn. Isoleren blijft belangrijk maar het loont om goed na te denken over het isolatieniveau en de timing.
Hybride warmtepompen (all-electric-ready) kunnen in niet-geïsoleerde woningen worden geplaatst, zijn goedkoper en eenvoudiger te installeren dan all-electric warmtepompen. Wel wordt er nog steeds gas verbruikt door de ketel. Een all-electric-ready warmtepomp kan later worden omgeschakeld naar volledig elektrische werking zodra isolatie is doorgevoerd. Daarmee kunnen ze een tussenstap zijn in de route naar aardgasvrije corporatiewoningen.
De onderzoekers berekenden dat er circa vier keer zoveel warmtepompen per jaar geplaatst moeten worden om de doelen van 2050 te halen. Concreet betekent dit dat alle verwarmingsketels in corporatiewoningen die het einde van hun levensduur bereiken, vervangen moeten worden door een warmtepomp. Een all-electric-ready hybride warmtepomp is daarvoor kansrijk.
TNO onderzocht drie routes (verschillende aanpakken) om te komen tot een efficiëntere invulling van de energietransitie in sociale huurwoningen. Bij een deel van de woningvoorraad kan de huidige route gevolgd worden: isoleren en all-electric warmtepomp plaatsen. Bij het andere deel van de voorraad is een aanpak waarbij all-electric-ready hybride warmtepompen worden geplaatst en er later isolatie wordt geplaatst naar isolatiestandaard (of schillabel D, als dat mogelijk blijkt) de meest gunstige route. Itard: “Het leidt tot dezelfde CO₂‑reductie en energielasten in 2050 als direct overstappen naar all-electric en biedt flexibiliteit in planning, capaciteit en investeringen.”
De studie constateert dat de inzet van warmtepompen omhoog moet om klimaatdoelen te halen. Corporaties en installatiesector moeten samen opschalen naar ruim 74.000 warmtepompen per jaar (dit is zonder rekening te houden met de mogelijke aanleg van nieuwe warmtenetten). Sturing is nodig zodat hybride systemen niet het eindstation worden maar leiden tot isolatie en all‑electric gebruik.
maandag 16 maart 2026
Stijgende energieprijzen door onrust in Midden-Oosten
Voor huishoudens met een vast contract verandert er voorlopig weinig. Hun tarieven blijven namelijk gelijk tot het einde van het contract. “Veel huishoudens hebben een vast contract”, zegt Maartje van Loon, energie expert bij UnitedConsumers. “Maar bij variabele of dynamische contracten kunnen prijsstijgingen op de energiemarkt wel sneller doorwerken in de tarieven.”
Bij een variabel of dynamisch contract bewegen de tarieven mee met de markt. Daardoor kunnen stijgende energieprijzen sneller merkbaar worden op de energierekening.
“Bij een variabel of dynamisch energiecontract worden tarieven periodiek aangepast. Daardoor kunnen veranderingen op de energiemarkt sneller merkbaar worden op je energierekening. Vooral wanneer energieprijzen langere tijd hoog blijven”, legt Van Loon uit. Bij een variabel contract veranderen tarieven meestal twee keer per jaar. Daardoor merk je prijsstijgingen vaak niet direct.
Huishoudens kunnen hun energiekosten wel beïnvloeden door bewuster met energie om te gaan. Volgens Van Loon begint dat met inzicht in het verbruik. “Veel mensen onderschatten hoeveel verschil kleine aanpassingen kunnen maken in het energieverbruik.”
Ze legt uit dat inzicht vaak de eerste stap is naar besparen. “Wie weet wanneer en hoeveel energie hij of zij verbruikt, kan vaak al snel besparen zonder comfort te verliezen.”
Meer havenruimte voor de uitol van wind op zee: de tijd dringt
Snelle uitvoerbaarheid van de plannen is hoognodig, want windprojecten lopen in de havens tegen de grenzen aan. WindEurope en NedZero pleiten daarom voor het sneller vergunnen van havenuitbreidingen. Denk aan kades, terreinen, kraancapaciteit, diepgang/dredging en verbindingen met het achterland. Ook qua financiering wringt het nog.
Havens zijn geen losse projecten, maar schakels in één verbonden energiesysteem, met functies in bouw, onderhoud, logistiek, opslag en ontmanteling. Bovendien vervullen havens een bredere rol in Nederland: voor energie, maar ook voor defensie en weerbaarheid en voor circulariteit. Dat vraagt om samenhang en regie.
Maar installatiehavens in Noordwest-Europa lopen steeds vaker tegen harde grenzen aan. Projecten merken dit al in de uitvoering. Dat maakt tijdig reserveren en investeren essentieel, en dat kan alleen als de projectpijplijn voorspelbaar en langjarig is.
De EU zet in de (verwachte) EU Ports Strategy energiehavens nadrukkelijker op de kaart. Maar bij de financiering wringt het nog. Hier draait het om de zogeheten Core TEN-T-status. Het Trans-European Transport Network (TEN-T) is het Europese hoofdnetwerk van strategische verbindingen (wegen, spoor, vaarwegen en havens) dat de EU prioriteit geeft in planning en (vaak) financiering.
Een haven is door de EU aangewezen als kernknooppunt binnen het Trans-European Transport Network (TEN-T). Havens zonder Core TEN-T-status (havens die niet tot het ‘kernnetwerk’ van Europa horen) kunnen vaak geen CEF-financiering krijgen (een Europese subsidiepot voor infrastructuur). Daardoor moeten zij vaker uitwijken naar andere routes, zoals leningen via de European Investment Bank (EIB). Dat zorgt voor een ongelijk speelveld, terwijl juist deze energiehavens cruciaal zijn voor de energietransitie.
NedZero en haar havenleden hebben de afgelopen jaren stelselmatig aandacht voor de de havenopgave gevraagd in relatie tot de uitrol van wind op zee.
Innovatieve energievoorziening maakt nieuwbouw toch mogelijk in gebied met vol stroomnet
Bouwbedrijf Heijmans introduceert een innovatieve energievoorziening bij gebiedsontwikkeling IJsseloevers in IJsselstein. Deze integrale energievoorziening, die in samenwerking met regionale netbeheerder Stedin en de provincie Utrecht tot stand is gekomen, zorgt ervoor dat deze gebiedsontwikkeling mogelijk is ondanks beperkingen vanwege netcongestie.
Het is de eerste keer dat op deze schaal – voor 560 woningen – zo’n gecombineerde energievoorziening wordt toegepast. Het gaat om een collectief warmtesysteem en het opladen van elektrische auto’s, die samenkomen op één centraal punt in een energie- en parkeerhub en achter één netaansluiting.
Heijmans, Stedin en provincie Utrecht hebben het afgelopen jaar samengewerkt aan deze oplossing. Dankzij deze pilot blijft gebiedsontwikkeling in IJsselstein mogelijk en kunnen in IJsselstein de nieuwe woningen en de laadpalen worden aangesloten op het net. Iets wat anders niet mogelijk was geweest.
Gedeputeerde Rob van Muilekom van de provincie Utrecht: “Wij zijn heel blij met deze publiek-private samenwerking met Heijmans en Stedin. Door onze kennis te bundelen kunnen we er samen voor zorgen dat er netbewust gebouwd kan worden. Hoewel het nog geen wettelijke verplichting is, laat Heijmans met dit project zien dat het mogelijk is om te blijven bouwen én ons energiesysteem toekomstbestendig te maken.”
Centraal in de duurzame energievoorziening staan twee zogeheten ‘energie-parkeerhubs’. In en rondom die gebouwen worden lokale energieopwekking, buffering en een collectieve warmtevoorziening gecombineerd. Onder de parkeerhub wordt een warmtebuffer gerealiseerd. Daarnaast komen er batterijen die de lokaal opgewekte zonnestroom tijdelijk kunnen opslaan. Door deze onderdelen slim te sturen, kan de spits op het elektriciteitsnet worden vermeden. Hiermee wordt de piekbelasting op het net sterk verminderd. Deze aanpak past binnen de landelijke ontwikkelingen rond netbewuste nieuwbouw, maar is nog niet netneutraal.
“Netbewuste nieuwbouw is een belangrijke schakel om het volle stroomnet in de regio Utrecht aan te pakken én om de woonopgave in Nederland mogelijk te blijven maken. Met dit soort innovatieve concepten uit de markt kunnen we meer woningen blijven realiseren tegen een beperkte belasting van het net", zegt Warmold ten Zijthoff, regiodirecteur provincie Utrecht bij Stedin.
Met de recente berichtgeving over een mogelijke aansluitstop in Utrecht is in de toekomst, ondanks verschillende maatregelen, nog meer netonafhankelijkheid nodig. Stedin en Heijmans hebben de ambitie deze aanpak verder door te ontwikkelen en ook in andere gebieden in Nederland toe te passen.
De grootste huishoudelijke verbruikers zijn de warmtevoorziening en het opladen van elektrische auto’s. Door die centraal te organiseren in een energie- en parkeerhub die op hemelsbreed honderd meter van de woningen staat, is meer netbewuste sturing mogelijk: als er veel warmte wordt opgewekt, moet het laden worden beperkt en andersom. Op spitsmomenten maken bewoners eerst aanspraak op de capaciteit van de warmtebuffer en batterij. Dit is zo’n één derde van de tijd.
Door het integrale systeem wordt geborgd dat de onderdelen nooit tegelijkertijd het net belasten tijdens de piekmomenten. Heijmans zorgt hierbij voor de aansturing zodat het systeem binnen de gestelde stroomverbruik limieten blijft. Toekomstige bewoners zullen hier geen last van ervaren. De woningen zelf krijgen namelijk gewoon een reguliere aansluiting, zodat er stroom is om bijvoorbeeld te wassen en koken.
Financieel vangnet ontbreekt: kwetsbare huishoudens niet beschermd bij hoge energierekening
Nederlanders maken zich massaal zorgen over hun energierekening, nu de gasprijzen sinds een week flink schommelen door het conflict in het Midden-Oosten. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van Essent onder meer dan duizend consumenten. Tegelijkertijd dreigt het financieel vangnet van een Noodfonds voor kwetsbare huishoudens definitief te verdwijnen. Het publiek Noodfonds dat Kabinet Jetten in het coalitieakkoord beloofde, is er nog niet. Hierdoor krijgen mensen met een kleine portemonnee deze winter mogelijk geen hulp bij het betalen van hun energierekening.
Het conflict in het Midden-Oosten heeft een stevige impact op de energieprijzen. Vorige week legde Qatar de productie van vloeibaar gas (LNG) stil als gevolg van de oorlog in het Midden-Oosten, en sindsdien maakt de groothandelsprijs voor gas grote sprongen. Driekwart van de ondervraagden zegt zich veel zorgen (24%) of enige zorgen (51%) te maken over de gevolgen voor de energierekening.
Ongeveer een kwart van de ondervraagden overweegt om over te stappen naar een ander contract, of heeft dat zelfs al gedaan. Dat percentage ligt bij klanten met een variabel contract (33%) en een dynamisch contract (30%) nog wat hoger. Dat is in lijn met de ervaringen van Essent. De klantenservice had de drukste dag van het jaar en daarnaast was er een zeer grote stijging van het aantal klanten dat een vast contract afsloot.
“We merken dat consumenten de energiecrisis na de Russische inval in Oekraïne nog niet vergeten zijn”, zegt Boudewijn den Herder, commercieel bestuurder (CCO) bij Essent. “Huishoudens kwamen destijds in de problemen bij het betalen van hun energierekening. Toen de energieprijzen enorm stegen, verdwenen nieuwe vaste contracten en hadden mensen nauwelijks handelingsperspectief meer. De gasprijzen zijn nu gelukkig veel minder hoog dan destijds, maar we zien wel dat mensen extra behoefte hebben aan zekerheid als het onrustig wordt op de energiemarkt.”
vrijdag 13 maart 2026
Gasverbruik huishoudens daalt verder: 20 procent minder in 3 jaar tijd
Over de afgelopen jaren ziet Independer een constante daling in het gemiddeld ingevulde gasverbruik door huishoudens. In het algemeen zijn mensen die bij Independer vergelijken een grotere verbruiker dan een doorsnee huishouden, omdat het dan vaak om hogere bedragen gaat. Dat het gemiddelde bij Independer toch onder de 1.000 m³ zou duiken, zat er volgens Pim Holstvoogd, energie-expert bij Independer, al wel even aan te komen. “Kijk je naar de trend van de afgelopen jaren, dan is het geen verrassing dat het zou gaan gebeuren. De grootste reden hiervan is de energiecrisis van enkele jaren terug.”
Daling gemiddeld ingevuld gasverbruik 2023 - 2026 bij Independer:
2023 → 1.224 m³
2024 → 1.063 m³
2025 → 1.017 m³
2026 → 982 m³
Het hoogtepunt van de energiecrisis was september 2022. Toen betaalde je voor een kuub gas bijna vier euro. Ter vergelijking: een jaar daarvoor bedroeg de prijs per m³ ‘maar’ 0,93 euro. Vier keer zo weinig.
“Veel huishoudens kregen tijdens de energiecrisis in 2022 een gigantische energierekening voor de kiezen. Een groot deel van de Nederlanders is rond die tijd fors gaan besparen op hun gasverbruik. Hierdoor is het besef gekomen dat de kachel niet de hele dag hoeft te loeien. Die gedragsverandering zien we nu duidelijk terug”, aldus Holstvoogd van Independer.
Inwoners van de provincie Zuid-Holland verbruiken het minst van heel Nederland met een gemiddeld jaarverbruik van 915 kuub. Flevoland staat op plek twee met een jaarafname van 936 m³. Noord-Holland maakt de top drie compleet met een verbruik van 939 kuub. Drenthe blijkt van alle provincies grootverbruiker met 1.073 m³.
“Hoewel inwoners van Drenthe het meeste gas verbruiken, is het goed om te benoemen dat het echt heel veel minder is dan bijvoorbeeld vijf jaar terug. Toen ging het om een jaarlijkse afname van gemiddeld 1.360 kuub. Een verschil van bijna 27 procent. Tevens is het ook niet verrassend dat Drenthenaren meer gas verbruiken dan bijvoorbeeld Zuid-Hollanders. Zo gaat het om een uitgestrekt gebied met veel vrijstaande huizen. Hoe groter een ruimte is, des te meer energie het kost om het te verwarmen”, zegt Independer-expert Pim Holstvoogd.
Energie-expert Holstvoogd verwacht dat het gemiddelde gasverbruik de komende jaren nog verder daalt. “Qua energiebron is gas veel duurder dan stroom. Het verschil tussen beide zal alleen maar verder oplopen, omdat de overheid gasverbruik wil ontmoedigen. De komende jaren zal de belasting daarop dan ook toenemen. We zien al dat steeds meer huishoudens van het gas afgaan. Daarnaast moeten huizen die nu worden gebouwd geheel gasvrij zijn. Dit bij elkaar zorgt naar verwachting voor een nog verdere daling van ons gasverbruik.”
Martijn Hagens gestart als CEO van Eneco
Hagens volgt Kees Jan Rameau op, die de functie van CEO sinds afgelopen zomer op ad interim basis vervulde. Hij blijft lid van Eneco’s Management Board, als Chief Operating Officer – Integrated Energy & Assets.
Martijn Hagens was Senior Vice-President, Head Business Area Markets en lid van het Executive Group Management bij Vattenfall. Naast zijn verantwoordelijkheden binnen de functionele lijnorganisatie van Vattenfall, was Hagens tevens CEO van de Nederlandse dochter Vattenfall NV.
Nieuwe gascrisis toont kwetsbaarheid: NVDE wil plan voor 10 miljard kuub minder gas
De NVDE publiceert daarom haar ‘Spoedplan voor minder aardgas’ met 19 mogelijke maatregelen hiervoor. “Elke keer als er ergens in de wereld een conflict uitbreekt, gaat jouw energierekening omhoog,” zegt Olof van der Gaag, voorzitter van de NVDE. “Wij betalen elk jaar miljardenrekeningen aan landen die onze waarden niet delen. De beste bescherming tegen prijsschokken is simpel: minder gas gebruiken en meer oranje-groene energie van eigen bodem.”
We weten dat Nederland dit kan, want we hebben het al eerder gedaan. Tussen 2021 en 2023 daalde het Nederlandse aardgasverbruik al van ruim 40 naar 30 miljard kuub per jaar. Met gerichte maatregelen kan Nederland nu opnieuw een vergelijkbare stap zetten. “De vraag is niet of het technisch kan,” zegt Van der Gaag. “De echte vraag is of we willen wachten tot we tijdens de volgende crisis wéér zeggen: waren we maar eerder begonnen."
Nederland heeft in zijn geschiedenis laten zien dat het niet wacht tot anderen het voor ons oplossen. We bouwen onze eigen dijken, we regelen ons eigen water, we lossen onze eigen problemen op, in samenwerking met anderen. Dat kan nu ook. In haar nieuwe ‘Spoedplan voor minder aardgas’ presenteert de NVDE een pakket maatregelen waarmee Nederland in circa vijf jaar tien miljard kuub aardgas per jaar kan besparen. Dat is evenveel als we nu uit de VS importeren. Tegelijkertijd dalen de CO₂-uitstoot en stikstofemissies fors.
De 19 voorstellen bestrijken alle grote energiegebruikende en -opwekkende sectoren in Nederland, waaronder:
versnelling van isolatie van woningen en een spoedplan voor verduurzaming van huizen
normering van slimme (hybride) warmtepompen; uitbreiden warmtenetten
beter afstellen van verwarmings- en industriële installaties om energie te besparen
versnelling van wind- en zonne-energie, op land en op zee
meer flexibiliteit in het elektriciteitssysteem zodat duurzame stroom beter wordt benut
extra energiebesparing in de industrie, bijvoorbeeld via thermische isolatie
versnelling van verduurzaming in de glastuinbouw
een offensief voor de productie van groen gas
Samen kunnen de genoemde maatregelen circa twaalf miljard kuub aardgas per jaar besparen, al overlappen sommige effecten elkaar. Omdat de energietransitie met de bestaande plannen al zorgt voor drie miljard kuub gasbesparing, valt er dus nog wat te kiezen om op tien miljard te komen.
Veel voorstellen geven mensen ook meer grip op hun energierekening. Het voorkomen van stress over de energiekosten is zeker voor mensen met een laag inkomen dringend nodig. Minder afhankelijkheid van gasimport is daarvoor de meest structurele oplossing. Het kabinet Jetten kan nu kiezen om serieuze stappen te zetten om Nederland minder afhankelijk te maken van Poetin, Trump en het Midden-Oosten. Of de politici zullen over een paar jaar opnieuw aan hun kiezers moeten uitleggen waarom de energierekening plotseling door het dak gaat. “Energie van eigen bodem maakt ons vrij. Elke euro die we niet naar Qatar, Rusland of de VS sturen, is een euro die we zelf houden. We roepen het kabinet op om nu te gaan staan voor regie over onze eigen energie," zegt Van der Gaag.
Om de versnelling mogelijk te maken, zijn volgens de NVDE duidelijke randvoorwaarden nodig. Belangrijk zijn onder meer het sneller oplossen van netcongestie en het verkorten van vergunningprocedures tot twee jaar. De organisatie ziet haar rapport als een voorzet voor een kabinetsplan om de energievoorziening structureel minder afhankelijk te maken van fossiele import.
donderdag 12 maart 2026
'Nederland kwetsbaar bij maandenlange onderbreking van gasaanvoer, strategische noodvoorraad nodig'
GTS adviseert de minister van Klimaat en Groene Groei als onafhankelijk adviseur over de leveringszekerheid van gas. Volgens GTS is Nederland goed voorbereid op reguliere leveringszekerheidssituaties, ook in geval van koude winters en bij kortstondige uitval van infrastructuur. Maar Europa, waaronder Nederland, is onvoldoende voorbereid op een langdurige en omvangrijke onderbreking van het gasaanbod.
Om een langdurige onderbreking te kunnen overbruggen zijn het operationeel houden van de bestaande gasopslagen en het opbouwen van een strategische noodvoorraad cruciale maatregelen. Als onderdeel van die strategische noodvoorraad adviseert GTS zo snel mogelijk te onderzoeken welk deel van zogenoemd ‘kussengas’ kan worden ingezet, waarbij het doel is dat er bij aanvang van de volgende winter van 2026-2027 een strategische noodvoorraad van voldoende omvang is gerealiseerd. Zonder deze voorzorgsmaatregelen is Nederland onvoldoende weerbaar tegen langdurige geopolitieke verstoringen, sabotage of internationale leveringsproblemen.
De Nederlandse gasvoorziening is net als de rest van Europa de afgelopen jaren ingrijpend veranderd. Waar Nederland voorheen netto-exporteur was, zijn we vandaag de dag voor het gasverbruik voor ongeveer 67% afhankelijk van import. Het buitenlandse gas komt naast Noorwegen in toenemende mate als vloeibaar aardgas uit onder meer de Verenigde Staten.
Tegelijkertijd blijft aardgas de komende decennia cruciaal voor de energievoorziening als betaalbare energie voor industrie en huishoudens. Gas speelt bovendien ook voor elektriciteitscentrales een sleutelrol bij het opvangen van schommelingen in zon- en windproductie. Hierdoor neemt het strategische belang van leveringszekerheid eerder toe dan af.
De combinatie van hoge importafhankelijkheid, geopolitieke spanningen en een energiesysteem in transitie vergroot de kwetsbaarheid van Nederland. Volgens GTS kan een langdurige, maandenlange verstoring leiden tot extreme prijsstijgingen, grote economische schade en toenemende energiearmoede, vergelijkbaar met de impact van de Europese gascrisis na de Russische invasie in Oekraïne.
“Het huidige geopolitieke klimaat vraagt om realisme en voorbereid zijn op het onverwachte op de langere termijn,” zegt Hans Coenen, lid van de Raad van Bestuur van Gasunie. “GTS schetst nu een helder beeld waar voor leveringszekerheid de knelpunten liggen. Ook benoemt het rapport maatregelen die dringend nodig zijn om de weerbaarheid van het gassysteem op langere termijn te vergroten en daarmee de kans op economische schade en gedwongen afschakeling van de industrie te verkleinen. Met deze weerbaarheidsanalyse heeft de politiek concrete handvatten om keuzes te maken.”
Nederland beschikt over vier grote ondergrondse gasopslagen in voormalige gasvelden, waarin een strategische gasvoorraad voor noodsituaties opgebouwd kan worden. Gezamenlijk bevatten deze gasopslagen circa 137 TWh aan werkgas en ongeveer 300 TWh aan kussengas. Van het werkgas is komend gasjaar circa 115 TWh aardgas nodig om aan de reguliere leveringszekerheidssituaties te voldoen. Het resterende volume, samen met een deel van het kussengas, kan volgens GTS worden ingezet als strategische noodvoorraad om een langdurige onderbreking van gastoevoer te kunnen overbruggen.
Kussengas is een grote hoeveelheid aardgas dat in een opslag aanwezig is om voldoende druk te behouden om het werkgas eruit te kunnen halen. In uitzonderlijke noodsituaties kan dit gas gedeeltelijk worden ingezet om tekorten te beperken. GTS adviseert om zo snel mogelijk de inzet van kussengas verder te onderzoeken. In Nederland gaat het om circa 300 TWh aardgas, op Europees niveau zelfs om zeker 800 TWh.
Hoewel dit technisch wel mogelijk zou zijn, houdt GTS vanwege de huidige politieke realiteit en bestaande wetgeving geen rekening met het openhouden van het Groningenveld als strategische noodvoorraad.
Een langdurige verstoring van de gasaanvoer is geen nationaal probleem maar een Europees risico. GTS benadrukt dat lidstaten samen risico’s moeten beoordelen en gezamenlijk moeten besluiten of en hoe een noodvoorraad wordt ingericht. De herziening van de Europese regels voor gasleveringszekerheid biedt volgens GTS een belangrijke kans om hierover duidelijke afspraken te maken. Daarbij moet expliciet worden vastgelegd dat een strategische noodvoorraad snel kan worden ingezet bij een (dreigende) langdurige verstoring van de gasaanvoer, zowel om huishoudens te beschermen als om de industrie draaiende te houden.




























