Fluvius testte in januari en begin februari hoe klimaatneutrale werven er in de praktijk kunnen uitzien. Op drie locaties in Vlaanderen (Kortrijk, Hoeilaart en Diepenbeek) voerde de netbeheerder samen met zijn aannemers laagspanningswerken uit met uitsluitend elektrisch werfmaterieel.
Alle machines die normaal op fossiele brandstoffen draaien, werden vervangen door elektrische alternatieven. Dat ging van graafmachines tot kleiner materieel zoals trilplaten en slijpschijven. Het transport van en naar de werf maakte geen deel uit van deze test. De pilootprojecten gingen telkens door in samenwerking met een aannemer. In Kortrijk werkte Fluvius samen met Verbraeken Infra, in Hoeilaart met EBN-Tech en in Diepenbeek met APK.
Een belangrijke uitdaging bij elektrisch werken is het opladen van het materieel. Fluvius koos samen met aannemer Locquet Power en Light voor een realistische opzet. Op de werven was er een beperkte werfaansluiting vergelijkbaar met een gewone thuisaansluiting voorzien, aangevuld met een slimme batterijcontainer. Die laadt continu op, vangt piekverbruik op en registreert alle verbruiken. Zo bleef het net stabiel en was al het materieel elke ochtend opnieuw inzetbaar.
“De doelstelling van Fluvius is om tegen 2050 klimaatneutraal te worden. Klimaatneutrale werven zijn daar een essentieel onderdeel van.” - Fien De Clercq, Afdelingshoofd Duurzaamheid
Fluvius koos bewust voor uitbreidingen van het laagspanningsnet: een veelvoorkomend type werf dat technisch geschikt is om volledig elektrisch uit te voeren en zich goed leent tot toekomstige opschaling.
Uit nulmetingen op klassieke werven blijkt dat deze werven gemiddeld 2 kg CO₂ per meter sleuf uitstoten. Dat geeft inzicht in hoeveel emissiereductie mogelijk is wanneer dergelijke werven in de toekomst worden geëlektrificeerd.
Pagina's
▼
vrijdag 27 februari 2026
Zweden keert circa €67 miljoen uit aan gemeenten met windturbines
De Zweedse regering laat dit voorjaar geld uitbetalen aan alle gemeenten waar windturbines staan. Het gaat om 340 miljoen Zweedse kronen voor 2025 en 370 miljoen Zweedse kronen voor 2026. Samen grofweg €65 - €70 miljoen. De subsidie is bedoeld om extra prikkel voor gemeenten om ja te zeggen tegen nieuwe windenergie en de gemeenten te compenseren die al windenergie hebben toegestaan. Volgens de Zweedse regering is lokale acceptatie een belangrijke voorwaarde om windenergie verder uit te breiden. (Foto: Björkhöjden wind farm, Sweden, Statkraft op Flickr.)
De tien Zweedse gemeenten die de meeste windenergie ontwikkeld hebben en dus het meeste geld ontvangen. In totaal ontvangen ongeveer 170 gemeenten steun.
De regeling staat niet op zichzelf. In Zweden hebben gemeenten veel invloed op de vraag of nieuwe windprojecten doorgaan. In 2025 werd in meerdere publicaties beschreven dat veel projecten zijn tegengehouden door lokale besluiten.
De Zweedse aanpak laat zien hoe je als overheid lokale lasten en lokale baten explicieter met elkaar kunt verbinden: als een gemeente ruimte biedt aan windenergie, dan hoort daar ook een zichtbare lokale opbrengst bij.
De uitbetaling loopt via de Zweedse energieautoriteit Energimyndigheten en de uitkering is gekoppeld aan de hoeveelheid windvermogen die in een gemeente staat. In Zweedse berichtgeving wordt als richtgetal genoemd: ongeveer 20.000 kronen per geïnstalleerde megawatt (MW) per jaar.
Voor 2026 bedraagt de vergoeding SEK 370 miljoen en dit bedrag moet uiterlijk op 30 april worden betaald. Voor volgend jaar is SEK 400 miljoen gereserveerd. De Zweedse regering heeft Energimyndigheten opdracht gegeven om de bedragen in het voorjaar uit te betalen.
De tien Zweedse gemeenten die de meeste windenergie ontwikkeld hebben en dus het meeste geld ontvangen. In totaal ontvangen ongeveer 170 gemeenten steun.
De regeling staat niet op zichzelf. In Zweden hebben gemeenten veel invloed op de vraag of nieuwe windprojecten doorgaan. In 2025 werd in meerdere publicaties beschreven dat veel projecten zijn tegengehouden door lokale besluiten.
De Zweedse aanpak laat zien hoe je als overheid lokale lasten en lokale baten explicieter met elkaar kunt verbinden: als een gemeente ruimte biedt aan windenergie, dan hoort daar ook een zichtbare lokale opbrengst bij.
De uitbetaling loopt via de Zweedse energieautoriteit Energimyndigheten en de uitkering is gekoppeld aan de hoeveelheid windvermogen die in een gemeente staat. In Zweedse berichtgeving wordt als richtgetal genoemd: ongeveer 20.000 kronen per geïnstalleerde megawatt (MW) per jaar.
Voor 2026 bedraagt de vergoeding SEK 370 miljoen en dit bedrag moet uiterlijk op 30 april worden betaald. Voor volgend jaar is SEK 400 miljoen gereserveerd. De Zweedse regering heeft Energimyndigheten opdracht gegeven om de bedragen in het voorjaar uit te betalen.
donderdag 26 februari 2026
a.s.r. real estate koopt batterij aan voor energieopslag bij windpark Strekdammen
a.s.r. real estate heeft namens het ASR Dutch Green Energy Fund I een meerderheidsaandeel genomen in een batterijopslag bij windpark Strekdammen. Met de batterijopslag, ook wel bekend als Battery Energy Storage System (BESS), kan opgewekte energie worden opgeslagen en geleverd wanneer nodig. De batterij wordt aangesloten op windpark Strekdammen in de Eemshaven in Groningen, dat in eigendom is van het ASR Dutch Green Energy Fund I.
Met deze investering zet het hernieuwbare energiefonds van a.s.r. real estate in op het flexibeler maken van het Nederlandse elektriciteitsnet. Het ASR Dutch Green Energy Fund I neemt een meerderheidsbelang in de batterijopslag. De overige aandelen blijven in handen van Rebel Development en Pronewable, waarbij zij zich blijven inzetten voor exploitatie van de batterijopslag.
De batterijopslag heeft een vermogen van 7,5 MW en een opslagcapaciteit van ongeveer 24 MWh. Daarmee kan de installatie ruim drie uur aan elektriciteit opslaan of leveren, wat overeenkomt met ongeveer 11.700 MWh op jaarbasis. Dat staat gelijk aan het jaarlijkse stroomverbruik van zo’n 5.200 huishoudens.
Het ASR Dutch Green Energy Fund I is een impact fonds. Deze acquisitie sluit aan de bij de impact doelstellingen van het fonds en de EU Taxonomie. De bouw van de batterij start in februari 2026. De batterij wordt naar verwachting in februari 2027 in gebruik genomen.
Met deze investering zet het hernieuwbare energiefonds van a.s.r. real estate in op het flexibeler maken van het Nederlandse elektriciteitsnet. Het ASR Dutch Green Energy Fund I neemt een meerderheidsbelang in de batterijopslag. De overige aandelen blijven in handen van Rebel Development en Pronewable, waarbij zij zich blijven inzetten voor exploitatie van de batterijopslag.
De batterijopslag heeft een vermogen van 7,5 MW en een opslagcapaciteit van ongeveer 24 MWh. Daarmee kan de installatie ruim drie uur aan elektriciteit opslaan of leveren, wat overeenkomt met ongeveer 11.700 MWh op jaarbasis. Dat staat gelijk aan het jaarlijkse stroomverbruik van zo’n 5.200 huishoudens.
Het ASR Dutch Green Energy Fund I is een impact fonds. Deze acquisitie sluit aan de bij de impact doelstellingen van het fonds en de EU Taxonomie. De bouw van de batterij start in februari 2026. De batterij wordt naar verwachting in februari 2027 in gebruik genomen.
Onderzoek naar biogas als duurzame energiebron rond Deest
De gemeente Druten krijgt een haalbaarheidssubsidie van €50.000 van de provincie Gelderland om te onderzoeken hoe biogas kan worden ingezet in en rond Deest. Met deze subsidie kan het onderzoek volledig worden uitgevoerd.
In het Nederlandse klimaatakkoord is afgesproken dat er vóór 2030 grootschalig verduurzaamd moet worden en dat in 2050 geen gebouw meer op aardgas moet draaien. Biogas kan daarbij een rol spelen als duurzame warmtebron, vooral voor bedrijven die nu veel aardgas gebruiken. In het gebied rond Deest bevinden zich enkele gasintensieve bedrijven, wat de interesse in biogas groter maakt.
Hoewel biogas nog steeds verbranding inhoudt, wordt het gewonnen uit reststromen, waardoor het een gunstige CO₂-balans heeft ten opzichte van traditioneel aardgas.
Een bijkomend voordeel van een biogasproject is de mogelijkheid om een gistverwerking te bouwen. Dit biedt agrariërs nieuwe kansen om reststromen beter te benutten. Na het vergistingsproces kan de droge fractie bijvoorbeeld worden geperst tot koemestkorrels die bruikbaar zijn voor gazons en moestuinen, en de dikke fractie kan worden ingezet als isolatiemateriaal.
In het Nederlandse klimaatakkoord is afgesproken dat er vóór 2030 grootschalig verduurzaamd moet worden en dat in 2050 geen gebouw meer op aardgas moet draaien. Biogas kan daarbij een rol spelen als duurzame warmtebron, vooral voor bedrijven die nu veel aardgas gebruiken. In het gebied rond Deest bevinden zich enkele gasintensieve bedrijven, wat de interesse in biogas groter maakt.
Hoewel biogas nog steeds verbranding inhoudt, wordt het gewonnen uit reststromen, waardoor het een gunstige CO₂-balans heeft ten opzichte van traditioneel aardgas.
Een bijkomend voordeel van een biogasproject is de mogelijkheid om een gistverwerking te bouwen. Dit biedt agrariërs nieuwe kansen om reststromen beter te benutten. Na het vergistingsproces kan de droge fractie bijvoorbeeld worden geperst tot koemestkorrels die bruikbaar zijn voor gazons en moestuinen, en de dikke fractie kan worden ingezet als isolatiemateriaal.
woensdag 25 februari 2026
NextEnergy neemt klanten over van HalloStroom
NextEnergy, aanbieder van dynamische energiecontracten en slimme thuisenergie-oplossingen, kondigt gaat alle 600 energiecontracten van HalloStroom overnemen.
Met de overname zet HalloStroom een punt achter de levering van energie en richt het zich volledig op de levering en verhuur van zonnepanelen, batterijen en andere duurzame hardware-oplossingen. Het gaat voornamelijk om klanten met een dynamisch energiecontract, zonnepanelen én een thuisbatterij. Naast de energiecontracten gaat ook de volledige slimme aansturing van de batterijen over naar NextEnergy.
NextEnergy begeleidt de overgang volledig. De overgang verloopt volledig onder regie van NextEnergy. Klanten van HalloStroom hoeven geen actie te ondernemen; zowel het energiecontract als de slimme aansturing van de thuisbatterij worden automatisch voortgezet. Klanten behouden hun bestaande tarieven. Na de overstap krijgen zij bovendien meer controle over de batterij, met de mogelijkheid om zelf een sturingsprofiel te kiezen dat aansluit bij hun wensen, zoals onbalanshandel, maximale zelfconsumptie of een combinatie daarvan.
Met de overname zet HalloStroom een punt achter de levering van energie en richt het zich volledig op de levering en verhuur van zonnepanelen, batterijen en andere duurzame hardware-oplossingen. Het gaat voornamelijk om klanten met een dynamisch energiecontract, zonnepanelen én een thuisbatterij. Naast de energiecontracten gaat ook de volledige slimme aansturing van de batterijen over naar NextEnergy.
NextEnergy begeleidt de overgang volledig. De overgang verloopt volledig onder regie van NextEnergy. Klanten van HalloStroom hoeven geen actie te ondernemen; zowel het energiecontract als de slimme aansturing van de thuisbatterij worden automatisch voortgezet. Klanten behouden hun bestaande tarieven. Na de overstap krijgen zij bovendien meer controle over de batterij, met de mogelijkheid om zelf een sturingsprofiel te kiezen dat aansluit bij hun wensen, zoals onbalanshandel, maximale zelfconsumptie of een combinatie daarvan.
Nieuw batterijsysteem op locatie PreZero Roosendaal slaat energie uit duurzame verbranding van restafval op
De afvalenergiecentrale van PreZero in Roosendaal krijgt in september een grootschalig batterijsysteem. Daarmee kan energie, afkomstig uit verbranding van restafval, tijdelijk worden opgeslagen. Het gaat om een Battery Energy Storage System (BESS) met een capaciteit van 11MW/22MWh, genoeg voor zo’n 40.000 wasbeurten. Met de batterij kan PreZero de opgewekte elektriciteit tijdelijk opslaan en op een later moment leveren aan het elektriciteitsnet. Hiermee draagt PreZero bij aan de stabiliteit en flexibiliteit op het net. Het systeem, geleverd en geplaatst door ELIX, wordt eind 2026 in gebruik genomen. ELIX draagt ook zorg voor het onderhoud en de monitoring van het systeem.
De locatie van PreZero in Roosendaal richt zich op het duurzaam verwerken van restafval. Afvalstromen worden zo veel mogelijk verwerkt tot nieuwe grondstoffen. Afval dat niet meer te recyclen is, zet PreZero in Roosendaal door middel van verbranding om in duurzame energie. Deze energie die omgezet wordt naar elektriciteit, wordt geleverd aan het hoogspanningsnet van TenneT.
De energietransitie vraagt om een overstap op energie uit duurzame bronnen. Dat aanbod is minder voorspelbaar, bijvoorbeeld bij wind- en zonne-energie. Daarom wordt het steeds belangrijker dat beschikbare energie, waaronder uit verbranding van restafval, flexibeler kan worden ingezet.
De locatie van PreZero in Roosendaal richt zich op het duurzaam verwerken van restafval. Afvalstromen worden zo veel mogelijk verwerkt tot nieuwe grondstoffen. Afval dat niet meer te recyclen is, zet PreZero in Roosendaal door middel van verbranding om in duurzame energie. Deze energie die omgezet wordt naar elektriciteit, wordt geleverd aan het hoogspanningsnet van TenneT.
De energietransitie vraagt om een overstap op energie uit duurzame bronnen. Dat aanbod is minder voorspelbaar, bijvoorbeeld bij wind- en zonne-energie. Daarom wordt het steeds belangrijker dat beschikbare energie, waaronder uit verbranding van restafval, flexibeler kan worden ingezet.
dinsdag 24 februari 2026
Holland Solar positief over openstelling SDE++ 2026
Branchevereniging Holland Solar reageert overwegend positief op de aangekondigde openstelling van de SDE++ in 2026 door het kabinet. Het openstellingsbudget voor de komende openstellingsronde is € 8 miljard. Het voornemen is om de openstellingsronde van de SDE++ plaats te laten vinden van 22 september 2026 tot en met 22 oktober 2026.
"We zijn blij met de ruimte die de SDE++ ook dit jaar weer biedt aan ontwikkelingen in de sector. Zo kunnen projecten langs wegen, spoor en op zee nu ook rekenen op steun. We kunnen ook verder met de verduurzaming van de sector doordat de SDE++ rekening houdt met de ontwikkelingen van het ecocertified label en de CO2-voetafdruk van zonnepanelen. Wel zijn we kritisch op de aannames van de Minister over uitgestelde levering", aldus Derek Steeman, Branchespecialist financiering en businesscase Holland Solar.
Het ministerie geeft aan dat uitgestelde levering met een batterij, waarmee je de gemiste vollasturen door negatieve elektriciteitsprijzen voor een deel kunt compenseren, tegen uitvoeringsproblemen aanloopt. Holland Solar benadrukt dat het essentieel is om uitgestelde levering mogelijk te maken voor nieuwe én bestaande projecten. Het bevordert systeemintegratie en vermindert het financiële risico voor projectontwikkelaars door de toenemende negatieve elektriciteitsprijzen. Er zijn nu al oplossingen mogelijk, bijvoorbeeld het aanleveren van meetdata van het meetbedrijf, een onafhankelijke partij. Holland Solar roept het ministerie op om zo snel mogelijk aan tafel te gaan met de sector om de oplossingsrichtingen te bespreken.
Een nieuwe categorie voor zonnestroomprojecten langs wegen en spoor wordt dit jaar opengesteld voor de SDE++. Holland Solar ziet dit als een mooie kans om restgronden optimaal te benutten. Voor zonprojecten op zee kon eerder nog geen SDE++-subsidie worden aangevraagd, maar in de Kamerbrief laat de minister weten dat deze nu toegestaan worden onder de bestaande categorie van drijvende zonprojecten.
Holland Solar is positief over de introductie van een CO₂-voetafdrukeis voor zonnepanelen. Om de totale CO₂-reductie van een zon-PV-project over de looptijd te waarborgen en te beantwoorden aan duurzaamheidseisen uit de Net Zero Industry Act, wordt in de SDE++ 2026 een voorwaarde opgenomen bij alle zon-PV-categorieën om bij de realisatie van het project zonnepanelen te gebruiken met een maximale CO₂-voetafdruk van 550 kg/kWp. Dit wordt aangetoond met een certificaat dat is afgegeven volgens de methodiek van EPD Norge. Een mooie ontwikkeling waardoor we duurzame energieprojecten nóg duurzamer kunnen realiseren.
"We zijn blij met de ruimte die de SDE++ ook dit jaar weer biedt aan ontwikkelingen in de sector. Zo kunnen projecten langs wegen, spoor en op zee nu ook rekenen op steun. We kunnen ook verder met de verduurzaming van de sector doordat de SDE++ rekening houdt met de ontwikkelingen van het ecocertified label en de CO2-voetafdruk van zonnepanelen. Wel zijn we kritisch op de aannames van de Minister over uitgestelde levering", aldus Derek Steeman, Branchespecialist financiering en businesscase Holland Solar.
Het ministerie geeft aan dat uitgestelde levering met een batterij, waarmee je de gemiste vollasturen door negatieve elektriciteitsprijzen voor een deel kunt compenseren, tegen uitvoeringsproblemen aanloopt. Holland Solar benadrukt dat het essentieel is om uitgestelde levering mogelijk te maken voor nieuwe én bestaande projecten. Het bevordert systeemintegratie en vermindert het financiële risico voor projectontwikkelaars door de toenemende negatieve elektriciteitsprijzen. Er zijn nu al oplossingen mogelijk, bijvoorbeeld het aanleveren van meetdata van het meetbedrijf, een onafhankelijke partij. Holland Solar roept het ministerie op om zo snel mogelijk aan tafel te gaan met de sector om de oplossingsrichtingen te bespreken.
Een nieuwe categorie voor zonnestroomprojecten langs wegen en spoor wordt dit jaar opengesteld voor de SDE++. Holland Solar ziet dit als een mooie kans om restgronden optimaal te benutten. Voor zonprojecten op zee kon eerder nog geen SDE++-subsidie worden aangevraagd, maar in de Kamerbrief laat de minister weten dat deze nu toegestaan worden onder de bestaande categorie van drijvende zonprojecten.
Holland Solar is positief over de introductie van een CO₂-voetafdrukeis voor zonnepanelen. Om de totale CO₂-reductie van een zon-PV-project over de looptijd te waarborgen en te beantwoorden aan duurzaamheidseisen uit de Net Zero Industry Act, wordt in de SDE++ 2026 een voorwaarde opgenomen bij alle zon-PV-categorieën om bij de realisatie van het project zonnepanelen te gebruiken met een maximale CO₂-voetafdruk van 550 kg/kWp. Dit wordt aangetoond met een certificaat dat is afgegeven volgens de methodiek van EPD Norge. Een mooie ontwikkeling waardoor we duurzame energieprojecten nóg duurzamer kunnen realiseren.
Onderzoek voor KGG bevestigt: snel opzetten van een centrale capaciteitsmarkt is noodzakelijk
Deltalinqs, Energy Storage NL, Glastuinbouw Nederland, de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie en Energie-Nederland zijn blij met de twee onderzoeken over de leveringszekerheid van elektriciteit, die het ministerie van Klimaat en Groen Groei (KGG) onlangs heeft gedeeld met de Tweede Kamer: over de invoering van capaciteitsmechanismen die de leveringszekerheid kunnen borgen, en over het potentieel van vraagrespons. De aanbevelingen zijn helder: implementeer zo snel mogelijk een centrale capaciteitsmarkt en neem barrières voor vraagrespons weg. Energie-Nederland is vooral blij met het advies over de capaciteitsmarkt, dat de inzet in het nieuwe Coalitieakkoord onderbouwt: “Voor de leveringszekerheid van elektriciteit introduceren we een capaciteitsmarkt.”
De leveringszekerheid van elektriciteit is niet meer vanzelfsprekend. De jaarlijkse Monitors Leveringszekerheid van TenneT van 2024 en 2025 voorzien risico’s vanaf 2030. Onderzoek van Compass Lexecon (2025) in opdracht van Energie-Nederland komt tot dezelfde conclusie. De recente Europese monitor leveringszekerheid (ERAA2025) zelfs al vanaf 2028.
De groei van elektriciteitsopwekking uit zon en wind is een succes. Gevolg is wel dat het aantal draaiuren van regelbare elektriciteitscentrales, zoals gascentrales en WKK’s, substantieel daalt. Verder stijgt de elektriciteitsvraag de komende jaren naar verwachting, maar onzeker is hoeveel. Ook is de ontwikkeling van kosten zeer onzeker. Zo zijn de kosten voor het gebruik van het gasnetwerk voor afnemers recent met meer dan 50% gestegen, neemt de energiebelasting op aardgas naar 2030 sterk toe en is er grote onzekerheid over de mogelijke invoering van een invoedingstarief. Door deze factoren is het erg onzeker of investeringen in regelbaar vermogen, zelfs voor groot onderhoud, nog wel terugverdiend kunnen worden. Investeringsbeslissingen blijven dus uit. Dat is een belangrijke oorzaak voor de verslechterende leveringszekerheid.
Het onderzoek van Compass Lexecon (2025) voor Energie-Nederland heeft ook de maatschappelijke effecten van een centrale capaciteitsmarkt berekend. Het blijkt dat die netto welvaartswinst oplevert, door de hogere leveringszekerheid en het dempende effect op extreme prijspieken. Bovendien stimuleert zo’n capaciteitsmarkt wel het op gang komen van de benodigde investeringen in regelbaar vermogen. Een strategische reserve die ook beschouwd is in het KGG-onderzoek, doet dat niet.
Het nu gepubliceerde onderzoek over capaciteitsmechanismen voor KGG trekt heldere conclusies. Als er een structureel probleem is met de leveringszekerheid, is een centrale capaciteitsmarkt het geschikte instrument om nieuwe investeringen in regelbaar vermogen en ook in opslag en vraagrespons te stimuleren. Een strategische reserve moet hooguit een overbrugging zijn, bijvoorbeeld als de invoering van een capaciteitsmarkt erg veel tijd vergt. Omdat de genoemde factoren die investeringen in regelbaar vermogen belemmeren, structureel van aard zijn, is een centrale capaciteitsmarkt nodig. De Europese tendens richting capaciteitsmarkten en weg van strategische reserves is hierin ook een helder signaal.
De leveringszekerheid van elektriciteit is niet meer vanzelfsprekend. De jaarlijkse Monitors Leveringszekerheid van TenneT van 2024 en 2025 voorzien risico’s vanaf 2030. Onderzoek van Compass Lexecon (2025) in opdracht van Energie-Nederland komt tot dezelfde conclusie. De recente Europese monitor leveringszekerheid (ERAA2025) zelfs al vanaf 2028.
De groei van elektriciteitsopwekking uit zon en wind is een succes. Gevolg is wel dat het aantal draaiuren van regelbare elektriciteitscentrales, zoals gascentrales en WKK’s, substantieel daalt. Verder stijgt de elektriciteitsvraag de komende jaren naar verwachting, maar onzeker is hoeveel. Ook is de ontwikkeling van kosten zeer onzeker. Zo zijn de kosten voor het gebruik van het gasnetwerk voor afnemers recent met meer dan 50% gestegen, neemt de energiebelasting op aardgas naar 2030 sterk toe en is er grote onzekerheid over de mogelijke invoering van een invoedingstarief. Door deze factoren is het erg onzeker of investeringen in regelbaar vermogen, zelfs voor groot onderhoud, nog wel terugverdiend kunnen worden. Investeringsbeslissingen blijven dus uit. Dat is een belangrijke oorzaak voor de verslechterende leveringszekerheid.
Het onderzoek van Compass Lexecon (2025) voor Energie-Nederland heeft ook de maatschappelijke effecten van een centrale capaciteitsmarkt berekend. Het blijkt dat die netto welvaartswinst oplevert, door de hogere leveringszekerheid en het dempende effect op extreme prijspieken. Bovendien stimuleert zo’n capaciteitsmarkt wel het op gang komen van de benodigde investeringen in regelbaar vermogen. Een strategische reserve die ook beschouwd is in het KGG-onderzoek, doet dat niet.
Het nu gepubliceerde onderzoek over capaciteitsmechanismen voor KGG trekt heldere conclusies. Als er een structureel probleem is met de leveringszekerheid, is een centrale capaciteitsmarkt het geschikte instrument om nieuwe investeringen in regelbaar vermogen en ook in opslag en vraagrespons te stimuleren. Een strategische reserve moet hooguit een overbrugging zijn, bijvoorbeeld als de invoering van een capaciteitsmarkt erg veel tijd vergt. Omdat de genoemde factoren die investeringen in regelbaar vermogen belemmeren, structureel van aard zijn, is een centrale capaciteitsmarkt nodig. De Europese tendens richting capaciteitsmarkten en weg van strategische reserves is hierin ook een helder signaal.
maandag 23 februari 2026
Regionaal Warmtedebat: oproep aan het Rijk om steun voor betaalbare warmtenetten in Holland Rijnland
Tijdens het Groot Regionaal Warmtedebat, georganiseerd door Liander in samenwerking met Omroep Sleutelstad en RTV Katwijk, werd duidelijk hoe groot het belang én het momentum is voor de ontwikkeling van collectieve warmtenetten in de regio Holland Rijnland. Politici, deskundigen, woningcorporaties en betrokken bewoners bespraken op woensdag 11 februari in drie debatrondes de besluiten die in de komende collegeperiode genomen moeten worden.
Ondanks verschillen in accenten bleek er veel overeenstemming: warmtenetten vormen een cruciale pijler voor een toekomstbestendig, betaalbaar en duurzaam energiesysteem. Vooral betaalbaarheid blijft een uitdaging waarvoor partijen nadrukkelijk financiële steun van het Rijk vragen
Monique Hoogwijk, regiomanager van Liander in Zuid-Holland, kijkt terug op een waardevolle avond: “Warmtenetten zijn voor gemeenten en Liander een vanzelfsprekend onderdeel van het toekomstig energiesysteem in Holland Rijnland. De komende jaren moeten gemeenteraden belangrijke besluiten nemen over de realisatie ervan. Tijdens het debat bleek dat de bereidwilligheid tot samenwerking er absoluut is én een gezamenlijke lobby richting het Rijk ook nodig is.”
Alle aanwezige partijen onderstreepten nogmaals de voordelen van collectieve warmtenetten. Alle gemeenten in de regio hebben belangrijke voorbereidende besluiten genomen om warmtenetten te ontwikkelen. Met een regionale samenwerking maken gemeenten het mogelijk om lokale warmtebronnen te benutten, de maatschappelijke kosten te verlagen en het elektriciteitsnet te ontlasten. Het risico van economische schade door transportschaarste wordt hierdoor verlaagd.
De vraag die steeds terugkeerde: wat gaat het inwoners straks kosten? Zolang die duidelijkheid ontbreekt blijft besluitvorming complex. De oproep klonk: geef bewoners en een concreet en betrouwbaar aanbod. Alle aanwezige partijen, corporaties en bewoners benadrukten dat financiële bijdragen vanuit het Rijk noodzakelijk zijn om betaalbaarheid te garanderen.
De regio werkt al jaren aan een groot en samenhangend warmtenet met diverse duurzame bronnen, zoals geothermie, aquathermie en industriële restwarmte. Om dit te realiseren is intensieve samenwerking tussen gemeenten, netbeheerders en warmtebedrijven noodzakelijk. De aanwezigen waren het erover eens dat de komende collegeperiode bepalend wordt voor het slagen van de warmtetransitie in de regio. De grote besluiten liggen op tafel en de urgentie neemt toe door netcongestie, duurzaamheidsdoelen en juridische kaders zoals de WCW en WGIW. Er moeten duidelijke keuzes worden gemaakt over energie en ruimte, met sterke regionale regie, versnelling van de uitvoering, intensieve samenwerking en stevige financiële afspraken richting het Rijk. Ook na de komende gemeenteraadsverkiezingen blijft Liander samen met gemeenten optrekken voor het maken van belangrijke keuzes voor een toekomstbestendig energiesysteem.
Ondanks verschillen in accenten bleek er veel overeenstemming: warmtenetten vormen een cruciale pijler voor een toekomstbestendig, betaalbaar en duurzaam energiesysteem. Vooral betaalbaarheid blijft een uitdaging waarvoor partijen nadrukkelijk financiële steun van het Rijk vragen
Monique Hoogwijk, regiomanager van Liander in Zuid-Holland, kijkt terug op een waardevolle avond: “Warmtenetten zijn voor gemeenten en Liander een vanzelfsprekend onderdeel van het toekomstig energiesysteem in Holland Rijnland. De komende jaren moeten gemeenteraden belangrijke besluiten nemen over de realisatie ervan. Tijdens het debat bleek dat de bereidwilligheid tot samenwerking er absoluut is én een gezamenlijke lobby richting het Rijk ook nodig is.”
Alle aanwezige partijen onderstreepten nogmaals de voordelen van collectieve warmtenetten. Alle gemeenten in de regio hebben belangrijke voorbereidende besluiten genomen om warmtenetten te ontwikkelen. Met een regionale samenwerking maken gemeenten het mogelijk om lokale warmtebronnen te benutten, de maatschappelijke kosten te verlagen en het elektriciteitsnet te ontlasten. Het risico van economische schade door transportschaarste wordt hierdoor verlaagd.
De vraag die steeds terugkeerde: wat gaat het inwoners straks kosten? Zolang die duidelijkheid ontbreekt blijft besluitvorming complex. De oproep klonk: geef bewoners en een concreet en betrouwbaar aanbod. Alle aanwezige partijen, corporaties en bewoners benadrukten dat financiële bijdragen vanuit het Rijk noodzakelijk zijn om betaalbaarheid te garanderen.
De regio werkt al jaren aan een groot en samenhangend warmtenet met diverse duurzame bronnen, zoals geothermie, aquathermie en industriële restwarmte. Om dit te realiseren is intensieve samenwerking tussen gemeenten, netbeheerders en warmtebedrijven noodzakelijk. De aanwezigen waren het erover eens dat de komende collegeperiode bepalend wordt voor het slagen van de warmtetransitie in de regio. De grote besluiten liggen op tafel en de urgentie neemt toe door netcongestie, duurzaamheidsdoelen en juridische kaders zoals de WCW en WGIW. Er moeten duidelijke keuzes worden gemaakt over energie en ruimte, met sterke regionale regie, versnelling van de uitvoering, intensieve samenwerking en stevige financiële afspraken richting het Rijk. Ook na de komende gemeenteraadsverkiezingen blijft Liander samen met gemeenten optrekken voor het maken van belangrijke keuzes voor een toekomstbestendig energiesysteem.
Bij de renovatie van theater De Kring pakt gemeente Roosendaal groots uit
Met steun van de provincie Noord-Brabant transformeert gemeente Roosendaal theater De Kring tot een energieleverend gebouw. Hiermee zet de gemeente grote stappen in de verduurzaming en het toekomstbestendig maken van maatschappelijk vastgoed. De opgedane kennis en ervaring deelt de gemeente met andere (kleine) gemeenten, in samenwerking met de provincie en de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij (BOM).
Bij de renovatie van theater De Kring(verwijst naar een andere website) pakt gemeente Roosendaal groots uit. Het theater wordt niet enkel verbouwd, vergroend en verduurzaamd, maar zelfs getransformeerd in een energieleverend gebouw. Dankzij de innovatieve thermische panelen die op de theatertoren komen, wordt De Kring een warmte- en energiebron voor de omgeving.
De thermische panelen vangen meer warmte op dan voor het gebruik van het theater nodig is. Onder de noemer De EnergieKring leveren de panelen daarom ook warmte aan het aangrenzende museum Tongerlohuys en de Sint-Janskerk.
Tijdens een bezoek aan de werkzaamheden zagen gedeputeerde Bas Maes en wethouder Klaar Koenraad hoe dit innovatieve project energiebesparing combineert met warmteopwekking en laat zien hoe slim verduurzamen het verschil maakt.
De opgedane kennis en ervaring deelt gemeente Roosendaal graag met andere gemeenten die hun maatschappelijk vastgoed willen verduurzamen. Samen met provincie Noord-Brabant en BOM biedt de gemeente daarom coaching aan (kleine) gemeenten aan die ook een soortgelijk gebouw willen verduurzamen.
Bij de renovatie van theater De Kring(verwijst naar een andere website) pakt gemeente Roosendaal groots uit. Het theater wordt niet enkel verbouwd, vergroend en verduurzaamd, maar zelfs getransformeerd in een energieleverend gebouw. Dankzij de innovatieve thermische panelen die op de theatertoren komen, wordt De Kring een warmte- en energiebron voor de omgeving.
De thermische panelen vangen meer warmte op dan voor het gebruik van het theater nodig is. Onder de noemer De EnergieKring leveren de panelen daarom ook warmte aan het aangrenzende museum Tongerlohuys en de Sint-Janskerk.
Tijdens een bezoek aan de werkzaamheden zagen gedeputeerde Bas Maes en wethouder Klaar Koenraad hoe dit innovatieve project energiebesparing combineert met warmteopwekking en laat zien hoe slim verduurzamen het verschil maakt.
De opgedane kennis en ervaring deelt gemeente Roosendaal graag met andere gemeenten die hun maatschappelijk vastgoed willen verduurzamen. Samen met provincie Noord-Brabant en BOM biedt de gemeente daarom coaching aan (kleine) gemeenten aan die ook een soortgelijk gebouw willen verduurzamen.
Van CO2 en waterstof naar duurzame vliegtuigbrandstof
De luchtvaart was in 2021 verantwoordelijk voor bijna 14% van de transportuitstoot in de EU. Om de sector duurzamer te maken, biedt duurzame vliegtuigbrandstof (SAF) momenteel de enige haalbare optie voor langeafstandsvluchten.
Het Europese project TAKE-OFF, geleid door TNO, bundelt de krachten van tien partners om technologie te ontwikkelen die CO2 en hernieuwbare waterstof omzet in SAF.
Alternatieve aandrijftechnieken zoals elektrische of waterstofvliegtuigen zijn voorlopig niet geschikt voor langeafstandsvluchten. Conventionele synthetische processen zoals Fischer-Tropsch produceren een breed scala aan koolwaterstoffen en vereisen veel nabewerking om bruikbare vliegtuigbrandstof te verkrijgen.
Biobrandstoffen zijn beperkt door de beschikbaarheid van grondstoffen zoals frituurvet en dierlijke vetten. Deze uitdagingen vragen om gerichte, efficiënte oplossingen.
Twee complementaire routes
Het consortium ontwikkelde twee routes om CO2 en waterstof om te zetten in duurzame vliegtuigbrandstof:
Directe route: CO2 en H2 worden in één stap omgezet naar lichte olefinen (ethyleen en propyleen), die dienen als bouwstenen voor jetfuel.
Indirecte route: CO2 en H2 worden eerst omgezet naar methanol, vervolgens naar dimethylether, en daarna naar lichte olefinen. Deze route heeft een hogere selectiviteit voor de gewenste producten.
Beide routes leiden tot aanzienlijke efficiëntiewinsten en maken een gerichte productie van vliegtuigbrandstof mogelijk.
Een cruciale doorbraak is de SIENNA-reactor, die water dat tijdens de reactie ontstaat continu afvoert via een selectief membraan. Hierdoor wordt de CO2-omzetting verhoogd van 20% naar 37%, wat resulteert in kleinere installaties, lager energieverbruik en betere economische haalbaarheid.
Na vier jaar onderzoek produceerde het TAKE-OFF-team een liter vliegtuigbrandstof uit CO2 en waterstof. De brandstof voldoet aan de fysieke eigenschappen die nodig zijn voor certificering en genereert vier keer minder roet dan conventionele kerosine.
Ook aromaten en zwavelverbindingen zijn nagenoeg afwezig, waardoor NOx-, SOx- en deeltjesemissies significant lager liggen. Dit draagt bij aan een betere luchtkwaliteit en een lager klimaateffect van condenssporen.
Het Europese project TAKE-OFF, geleid door TNO, bundelt de krachten van tien partners om technologie te ontwikkelen die CO2 en hernieuwbare waterstof omzet in SAF.
Alternatieve aandrijftechnieken zoals elektrische of waterstofvliegtuigen zijn voorlopig niet geschikt voor langeafstandsvluchten. Conventionele synthetische processen zoals Fischer-Tropsch produceren een breed scala aan koolwaterstoffen en vereisen veel nabewerking om bruikbare vliegtuigbrandstof te verkrijgen.
Biobrandstoffen zijn beperkt door de beschikbaarheid van grondstoffen zoals frituurvet en dierlijke vetten. Deze uitdagingen vragen om gerichte, efficiënte oplossingen.
Twee complementaire routes
Het consortium ontwikkelde twee routes om CO2 en waterstof om te zetten in duurzame vliegtuigbrandstof:
Directe route: CO2 en H2 worden in één stap omgezet naar lichte olefinen (ethyleen en propyleen), die dienen als bouwstenen voor jetfuel.
Indirecte route: CO2 en H2 worden eerst omgezet naar methanol, vervolgens naar dimethylether, en daarna naar lichte olefinen. Deze route heeft een hogere selectiviteit voor de gewenste producten.
Beide routes leiden tot aanzienlijke efficiëntiewinsten en maken een gerichte productie van vliegtuigbrandstof mogelijk.
Een cruciale doorbraak is de SIENNA-reactor, die water dat tijdens de reactie ontstaat continu afvoert via een selectief membraan. Hierdoor wordt de CO2-omzetting verhoogd van 20% naar 37%, wat resulteert in kleinere installaties, lager energieverbruik en betere economische haalbaarheid.
Na vier jaar onderzoek produceerde het TAKE-OFF-team een liter vliegtuigbrandstof uit CO2 en waterstof. De brandstof voldoet aan de fysieke eigenschappen die nodig zijn voor certificering en genereert vier keer minder roet dan conventionele kerosine.
Ook aromaten en zwavelverbindingen zijn nagenoeg afwezig, waardoor NOx-, SOx- en deeltjesemissies significant lager liggen. Dit draagt bij aan een betere luchtkwaliteit en een lager klimaateffect van condenssporen.
vrijdag 20 februari 2026
Rotterdam en Stedin leggen duidelijke afspraken vast voor een toekomstbestendig én zorgvuldig ingepast elektriciteitsnetwerk
De gemeente Rotterdam en netbeheerder Stedin tekenen een samenwerkingsovereenkomst om samen te werken aan de uitbreiding van het elektriciteitsnet. In de overeenkomst zijn belangrijke afspraken gemaakt over het vinden van locaties voor de 800 tot 1200 elektriciteitshuisjes die tussen nu en 2050 bijgebouwd moeten worden in de stad. Die extra elektriciteitshuisjes zijn noodzakelijk vanwege de groeiende vraag naar stroom door de komst van nieuwe woningen en bedrijven en de energietransitie.
De gemeente Rotterdam en Stedin spreken af om gezamenlijk per buurt te zoeken naar geschikte locaties voor nieuwe elektriciteitshuisjes. Dat is een ingewikkelde opgave, want Rotterdam is dichtbebouwd en de ruimte is schaars. Het gezamenlijke doel hierin is om naast het realiseren van een toekomstbestendig elektriciteitsnet, te zorgen voor een goede ruimtelijke inpassing van nieuwe elektriciteitshuisjes in de wijk. Dat betekent concreet dat ze niet te veel mogen opvallen in het straatbeeld en geen nadelige effecten mogen hebben voor de verkeersveiligheid. De gemeente heeft hierbij ook de ambitie om zoveel mogelijk elektriciteitshuisjes in gebouwen te plaatsen.
Wethouder Chantal Zeegers (o.a. Klimaat): ‘Er is echt snelheid nodig voor de uitbreiding van het elektriciteitsnet. Ik ben blij dat we hier samen met Stedin de schouders onder zetten en dat we duidelijke afspraken hebben gemaakt over het goed inpassen van die extra elektriciteitshuisjes in de wijken.’
De uitbreiding van het elektriciteitsnet gaat niet alleen over het plaatsen van extra elektriciteitshuisjes. Er moeten ook veel werkzaamheden plaatsvinden aan bestaande huisjes en er moeten extra kabels worden gelegd. Dat kan gevolgen hebben voor de (tijdelijke) bereikbaarheid van de wijk en zorgen voor overlast. Daarom zijn er in de samenwerkingsovereenkomst ook afspraken gemaakt over de wijze waarop er in de planning rekening wordt gehouden met het combineren van de werkzaamheden met andere vervangingsopgaven in de buurt (bijvoorbeeld rioolvervanging) en nieuwbouw. Op deze manier hoeft de straat niet onnodig vaak open.
Naast uitbreiding van het elektriciteitsnet roepen Stedin en de gemeente Rotterdam bewoners ook op om het elektriciteitsnet slimmer te gebruiken. Het helpt om tussen 16.00 en 21.00 uur – de drukste uren van de dag – minder stroom te gebruiken. Door bijvoorbeeld het opladen van de elektrische auto uit te stellen of de wasmachine en vaatwasser later te draaien.
De gemeente Rotterdam en Stedin spreken af om gezamenlijk per buurt te zoeken naar geschikte locaties voor nieuwe elektriciteitshuisjes. Dat is een ingewikkelde opgave, want Rotterdam is dichtbebouwd en de ruimte is schaars. Het gezamenlijke doel hierin is om naast het realiseren van een toekomstbestendig elektriciteitsnet, te zorgen voor een goede ruimtelijke inpassing van nieuwe elektriciteitshuisjes in de wijk. Dat betekent concreet dat ze niet te veel mogen opvallen in het straatbeeld en geen nadelige effecten mogen hebben voor de verkeersveiligheid. De gemeente heeft hierbij ook de ambitie om zoveel mogelijk elektriciteitshuisjes in gebouwen te plaatsen.
Wethouder Chantal Zeegers (o.a. Klimaat): ‘Er is echt snelheid nodig voor de uitbreiding van het elektriciteitsnet. Ik ben blij dat we hier samen met Stedin de schouders onder zetten en dat we duidelijke afspraken hebben gemaakt over het goed inpassen van die extra elektriciteitshuisjes in de wijken.’
De uitbreiding van het elektriciteitsnet gaat niet alleen over het plaatsen van extra elektriciteitshuisjes. Er moeten ook veel werkzaamheden plaatsvinden aan bestaande huisjes en er moeten extra kabels worden gelegd. Dat kan gevolgen hebben voor de (tijdelijke) bereikbaarheid van de wijk en zorgen voor overlast. Daarom zijn er in de samenwerkingsovereenkomst ook afspraken gemaakt over de wijze waarop er in de planning rekening wordt gehouden met het combineren van de werkzaamheden met andere vervangingsopgaven in de buurt (bijvoorbeeld rioolvervanging) en nieuwbouw. Op deze manier hoeft de straat niet onnodig vaak open.
Naast uitbreiding van het elektriciteitsnet roepen Stedin en de gemeente Rotterdam bewoners ook op om het elektriciteitsnet slimmer te gebruiken. Het helpt om tussen 16.00 en 21.00 uur – de drukste uren van de dag – minder stroom te gebruiken. Door bijvoorbeeld het opladen van de elektrische auto uit te stellen of de wasmachine en vaatwasser later te draaien.
Zendure introduceert geavanceerde SolarFlow-serie
Zendure presenteert drie nieuwe modellen binnen de SolarFlow-serie voor de Nederlandse markt: de SolarFlow 2400 Pro, de SolarFlow 2400 AC+ en de SolarFlow 1600 AC+.
Met deze thuisbatterijen speelt Zendure in op de groeiende behoefte om zelf opgewekte zonne-energie beter te benutten en slim om te gaan met wisselende stroomtarieven.
De SolarFlow 2400 Pro, SolarFlow 2400 AC+ en de SolarFlow 1600 AC+ zijn vanaf vandaag beschikbaar voor pre-order op de website van Zendure.
De SolarFlow 2400 Pro is het vlaggenschip binnen de SolarFlow-serie en is ontworpen voor huishoudens met een hogere energiebehoefte, voor bijvoorbeeld nieuwe balkon- of dakinstallaties met een hoger vermogen. Het systeem combineert bidirectionele AC-technologie met AI-gestuurde energiesturing voor maximale prestaties.
De SolarFlow 2400 Pro ondersteunt tot 3000W aan directe DC-ingang via vier MPPT-kanalen en kan, in combinatie met AC-koppeling, een totale PV-invoer tot 4800W verwerken. Het systeem levert een continue netuitgang van 2400W (standaard 800W, uitbreidbaar) en ondersteunt een maximale AC-ingang van 3200W. De modulaire batterijcapaciteit is uitbreidbaar van 2,4 kWh tot 14,4 kWh, of tot 16,8 kWh in een premium configuratie. Met een maximale batterijontlading van 2400W biedt de SolarFlow 2400 Pro stabiele ondersteuning tijdens piekbelasting.
De SolarFlow 2400 AC+ is een AC-gekoppeld retrofit-energiesysteem dat speciaal is ontwikkeld voor huishoudens met bestaande zonnepanelen op het dak. Het systeem kan eenvoudig worden toegevoegd, zonder ingrijpende aanpassingen aan de huidige installatie.
Met deze thuisbatterijen speelt Zendure in op de groeiende behoefte om zelf opgewekte zonne-energie beter te benutten en slim om te gaan met wisselende stroomtarieven.
De SolarFlow 2400 Pro, SolarFlow 2400 AC+ en de SolarFlow 1600 AC+ zijn vanaf vandaag beschikbaar voor pre-order op de website van Zendure.
De SolarFlow 2400 Pro is het vlaggenschip binnen de SolarFlow-serie en is ontworpen voor huishoudens met een hogere energiebehoefte, voor bijvoorbeeld nieuwe balkon- of dakinstallaties met een hoger vermogen. Het systeem combineert bidirectionele AC-technologie met AI-gestuurde energiesturing voor maximale prestaties.
De SolarFlow 2400 Pro ondersteunt tot 3000W aan directe DC-ingang via vier MPPT-kanalen en kan, in combinatie met AC-koppeling, een totale PV-invoer tot 4800W verwerken. Het systeem levert een continue netuitgang van 2400W (standaard 800W, uitbreidbaar) en ondersteunt een maximale AC-ingang van 3200W. De modulaire batterijcapaciteit is uitbreidbaar van 2,4 kWh tot 14,4 kWh, of tot 16,8 kWh in een premium configuratie. Met een maximale batterijontlading van 2400W biedt de SolarFlow 2400 Pro stabiele ondersteuning tijdens piekbelasting.
De SolarFlow 2400 AC+ is een AC-gekoppeld retrofit-energiesysteem dat speciaal is ontwikkeld voor huishoudens met bestaande zonnepanelen op het dak. Het systeem kan eenvoudig worden toegevoegd, zonder ingrijpende aanpassingen aan de huidige installatie.
donderdag 19 februari 2026
Agrariër in Andijk zet Noord‑Holland Noord op de kaart met baanbrekende waterstoftechnologie
Tulpenbroeierij Rainbow Colors in Andijk plaatst als allereerste agrariër ter wereld een solid oxide elektrolyser voor de productie van duurzame waterstof. Met een capaciteit van 1 megawatt behoort deze installatie tot de grootste operationele solid oxide elektrolysers wereldwijd en vormt zij een belangrijke mijlpaal voor de ontwikkeling van waterstof in Noord-Holland Noord. Het project wordt gerealiseerd in samenwerking met het Deense bedrijf Dynelectro. De benodigde infrastructuur wordt daarbij ontwikkeld door het Nederlandse bedrijf Ekinetix. De installatie wordt daarna toegepast en getest in het regionale initiatief Fieldlab Waterstof in de Agri, dat werkt aan een waterstofnetwerk voor de landbouw in Noord-Holland Noord.
Rainbow Colors in Andijk is binnen het project één van de pilotlocaties waar aan de productie van waterstof wordt gewerkt sinds 2023. Door overtollige zonnestroom te gebruiken voor waterstofproductie, in combinatie met een batterijopslag, kan continu waterstof worden geproduceerd. Solid oxide elektrolysers zijn efficiënter en minder gevoelig voor slijtage dan traditionele elektrolysers. Dankzij de langere levensduur en het hogere rendement van deze installatie wordt de kostprijs van waterstof verlaagd. Zo ontstaat een regionale oplossing voor netcongestie en wordt de beschikbaarheid van de emissieloze energiedrager vergroot.
Baanbrekend is dat Rainbow Colors niet alleen de eerste agrarische gebruiker van de solid oxide elektrolyser is, maar dat het ook nog eens de derde grootste operationele installatie ter wereld zal zijn. Rainbow Colors fungeert hiermee als voorbeeld voor zowel andere agrarische bedrijven in Noord‑Holland Noord die op zoek zijn naar lokale oplossingen voor netcongestie en hoge energiekosten, en andere partijen die overwegen een solid oxide elektrolyser in gebruik te nemen.
Beau Broen, projectleider New Energy Coalition en coördinator van de waterstofpilotprojecten binnen Fieldlab Waterstof in Agri zegt hierover: “Het is indrukwekkend om te zien hoe internationale innovatie samenkomt in dit project. Door het implementeren van de elektrolyser van Dynelectro bij projectpartner Rainbow Colors maakt de regio via dit project een belangrijke stap richting decentrale waterstofproductie. Daarnaast biedt het de regio een economische impuls doordat er betaalbare groene waterstof beschikbaar komt. Het project onderstreept de innovatieve rol die Noord‑Holland Noord speelt in de energietransitie.”
Met de ingebruikname van deze waterstofproductie ontstaat in Nederland lokale beschikbaarheid van betaalbare, groene waterstof. Hiermee wordt een belangrijke stap gezet om de kip/ei discussie rondom groene waterstof te doorbreken. Door overtollige duurzame energie in de regio slim te benutten, kan waterstof tegen een concurrerende kostprijs van onder de €10 per kilogram worden geproduceerd en direct worden ingezet binnen de regio. Hierdoor kunnen nieuwe ontwikkelingen binnen de waterstofmarkt daadwerkelijk van de grond komen.
Deze aanpak laat zien dat waterstof niet alleen een belofte voor de toekomst is, maar in Noord-Holland Noord nu al een concreet en toegankelijk alternatief vormt voor ondernemers die willen overstappen op emissievrije energie.
Rainbow Colors in Andijk is binnen het project één van de pilotlocaties waar aan de productie van waterstof wordt gewerkt sinds 2023. Door overtollige zonnestroom te gebruiken voor waterstofproductie, in combinatie met een batterijopslag, kan continu waterstof worden geproduceerd. Solid oxide elektrolysers zijn efficiënter en minder gevoelig voor slijtage dan traditionele elektrolysers. Dankzij de langere levensduur en het hogere rendement van deze installatie wordt de kostprijs van waterstof verlaagd. Zo ontstaat een regionale oplossing voor netcongestie en wordt de beschikbaarheid van de emissieloze energiedrager vergroot.
Baanbrekend is dat Rainbow Colors niet alleen de eerste agrarische gebruiker van de solid oxide elektrolyser is, maar dat het ook nog eens de derde grootste operationele installatie ter wereld zal zijn. Rainbow Colors fungeert hiermee als voorbeeld voor zowel andere agrarische bedrijven in Noord‑Holland Noord die op zoek zijn naar lokale oplossingen voor netcongestie en hoge energiekosten, en andere partijen die overwegen een solid oxide elektrolyser in gebruik te nemen.
Beau Broen, projectleider New Energy Coalition en coördinator van de waterstofpilotprojecten binnen Fieldlab Waterstof in Agri zegt hierover: “Het is indrukwekkend om te zien hoe internationale innovatie samenkomt in dit project. Door het implementeren van de elektrolyser van Dynelectro bij projectpartner Rainbow Colors maakt de regio via dit project een belangrijke stap richting decentrale waterstofproductie. Daarnaast biedt het de regio een economische impuls doordat er betaalbare groene waterstof beschikbaar komt. Het project onderstreept de innovatieve rol die Noord‑Holland Noord speelt in de energietransitie.”
Met de ingebruikname van deze waterstofproductie ontstaat in Nederland lokale beschikbaarheid van betaalbare, groene waterstof. Hiermee wordt een belangrijke stap gezet om de kip/ei discussie rondom groene waterstof te doorbreken. Door overtollige duurzame energie in de regio slim te benutten, kan waterstof tegen een concurrerende kostprijs van onder de €10 per kilogram worden geproduceerd en direct worden ingezet binnen de regio. Hierdoor kunnen nieuwe ontwikkelingen binnen de waterstofmarkt daadwerkelijk van de grond komen.
Deze aanpak laat zien dat waterstof niet alleen een belofte voor de toekomst is, maar in Noord-Holland Noord nu al een concreet en toegankelijk alternatief vormt voor ondernemers die willen overstappen op emissievrije energie.
Circulair water en waterstof komen samen in pilot Almelo
Waterschap Vechtstromen, H2Hub Twente, Coöperatie De WaterBank, Jotem Water Solutions en Hogeschool Saxionzijn een innovatieve pilot gestart rondom de zuivering Vissedijk in Almelo. Met gezuiverd afvalwater van de zuivering maken we ‘groene’ waterstof. Ook onderzoeken we of de zuurstof die hierbij vrijkomt het zuiveringsproces kan verbeteren. De proef past bij ons streven naar innovatie, duurzaamheid en het beter omgaan met droogte en waterschaarste. De samenwerking loopt tot eind 2027.
In de proef werken we het afvalwater van de zuivering Almelo Vissedijk op tot water dat geschikt is voor de elektrolyser van H2Hub Twente. Dit apparaat maakt waterstof en zuurstof uit water. De partners onderzoeken onder meer of ze de zuurstof die daarbij vrijkomt kunnen gebruiken om de beluchting van de zuivering te verbeteren. Zo ontstaat een circulair systeem waarin water en energie elkaar versterken.
Duurzaamheid, kennis en innovatie
De productie van waterstof is geen taak van het waterschap. Waterstof kan in de toekomst echter wél een rol spelen op onze waterzuiveringen. Daarom investeren we niet in waterstof zelf, maar wel in de kennis hierover. Samen met bedrijven, kennisinstellingen en overheden denken en werken we mee. We vertellen ons verhaal en leren actief bij. Zo bouwen we aan oplossingen voor nu en later. Bovendien trekken we technisch talent aan dat we hard nodig hebben.
Dagelijks bestuurder Ellen Hemmers ziet in de proef een mooie kans om het zuiveringsproces verder te verduurzamen. “We onderzoeken wat het toevoegen van pure zuurstof betekent voor energieverbruik, processtabiliteit en de kwaliteit van het water. Tegelijkertijd past het hergebruik van gezuiverd water bij onze ambitie om beter om te gaan met droogte en waterschaarste”.
De proef loopt van het voorjaar 2026 tot en met 31 december 2027. Op basis van de resultaten wordt bepaald of het idee verder ontwikkeld wordt. Daarbij onderzoeken de partners ook of het concept op meer plekken in de regio toepasbaar is waar waterzuivering, duurzame energie en waterstofproductie samenkomen.
In de proef werken we het afvalwater van de zuivering Almelo Vissedijk op tot water dat geschikt is voor de elektrolyser van H2Hub Twente. Dit apparaat maakt waterstof en zuurstof uit water. De partners onderzoeken onder meer of ze de zuurstof die daarbij vrijkomt kunnen gebruiken om de beluchting van de zuivering te verbeteren. Zo ontstaat een circulair systeem waarin water en energie elkaar versterken.
Duurzaamheid, kennis en innovatie
De productie van waterstof is geen taak van het waterschap. Waterstof kan in de toekomst echter wél een rol spelen op onze waterzuiveringen. Daarom investeren we niet in waterstof zelf, maar wel in de kennis hierover. Samen met bedrijven, kennisinstellingen en overheden denken en werken we mee. We vertellen ons verhaal en leren actief bij. Zo bouwen we aan oplossingen voor nu en later. Bovendien trekken we technisch talent aan dat we hard nodig hebben.
Dagelijks bestuurder Ellen Hemmers ziet in de proef een mooie kans om het zuiveringsproces verder te verduurzamen. “We onderzoeken wat het toevoegen van pure zuurstof betekent voor energieverbruik, processtabiliteit en de kwaliteit van het water. Tegelijkertijd past het hergebruik van gezuiverd water bij onze ambitie om beter om te gaan met droogte en waterschaarste”.
De proef loopt van het voorjaar 2026 tot en met 31 december 2027. Op basis van de resultaten wordt bepaald of het idee verder ontwikkeld wordt. Daarbij onderzoeken de partners ook of het concept op meer plekken in de regio toepasbaar is waar waterzuivering, duurzame energie en waterstofproductie samenkomen.
Nieuw onderzoek: zonneparken ontwikkelen zich tot ecosysteem met unieke biodiversiteit
Provincie Groningen, Rijksuniversiteit Groningen en producent van duurzame energie Novar doen een meerjarig onderzoek naar het effect van Groningse zonneparken op de biodiversiteit. Van vijftien zonneparken in de provincie Groningen worden de bodem, begroeiing, insecten, zoogdieren en vogels gemonitord. Uit de tweede tussentijdse rapportage blijken zonneparken een rijke voedingsbodem voor biodiversiteit.
Zonneparken blijken een rijke voedingsbodem voor biodiversiteit. Dat concluderen onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) onder leiding van dr. ir. Raymond Klaassen, die binnen de faculteit Science & Engineering het meerjarige onderzoek naar de ecologische effecten van zonneparken aanstuurt. Hun nieuwste bevindingen laten zien dat zonneparken niet alleen andere soorten aantrekken dan agrarische gebieden, maar dat zij zich ontwikkelen tot een volledig nieuw type ecosysteem.
In het nieuwe tussentijdse rapport richt het onderzoeksteam zich op loopkevers. Deze insecten gelden als belangrijke indicatoren voor de kwaliteit van een ecosysteem. Omdat ze gevoelig zijn voor veranderingen in bodemstructuur, vocht, schaduw en vegetatie, geven ze snel inzicht in de ecologische condities van een gebied. Wanneer de samenstelling van loopkevers verandert, vertelt dat veel over de manier waarop een landschap ecologisch functioneert.
Uit de inventarisaties in zonneparken in Groningen en Drenthe blijkt dat loopkevers in grotere aantallen voorkomen dan in omliggende akkers. Vooral de zones met ruigere vegetatie, die als ecologische compensatie zijn aangelegd, blijken een belangrijke rol te spelen. Daar worden niet alleen meer insecten gevonden, maar ook andere soorten dan de typische ‘akkersoorten’ die kenmerkend zijn voor landbouwgronden.
Volgens Klaassen komt dat doordat zonneparken unieke omstandigheden creëren: meer schaduw en vocht onder de panelen, minder verstoring door landbouwmachines en grotere variatie in vegetatiestructuren. Dat leidt tot een soortencombinatie die in het Nederlandse landschap nauwelijks voorkomt. De onderzoekers spreken daarom van een nieuw type ecosysteem, dat niet vergelijkbaar is met akkers, natuurgebieden of bos.
Het loopkeveronderzoek maakt deel uit van een vijfjarig programma waarin de RUG de ontwikkeling van biodiversiteit in zonneparken onderzoekt, vanaf de aanleg tot jaren erna. Naast insecten worden ook vogels, vegetatie, kleine zoogdieren en bodemkwaliteit gemonitord. Eerdere rapportages lieten al zien dat bepaalde vogelsoorten profiteren van zonneparken, terwijl andere juist minder worden aangetroffen. Door verschillende soortgroepen te volgen, ontstaat een genuanceerd beeld van hoe zonneparken als leefgebied functioneren.
Zonneparken blijken een rijke voedingsbodem voor biodiversiteit. Dat concluderen onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) onder leiding van dr. ir. Raymond Klaassen, die binnen de faculteit Science & Engineering het meerjarige onderzoek naar de ecologische effecten van zonneparken aanstuurt. Hun nieuwste bevindingen laten zien dat zonneparken niet alleen andere soorten aantrekken dan agrarische gebieden, maar dat zij zich ontwikkelen tot een volledig nieuw type ecosysteem.
In het nieuwe tussentijdse rapport richt het onderzoeksteam zich op loopkevers. Deze insecten gelden als belangrijke indicatoren voor de kwaliteit van een ecosysteem. Omdat ze gevoelig zijn voor veranderingen in bodemstructuur, vocht, schaduw en vegetatie, geven ze snel inzicht in de ecologische condities van een gebied. Wanneer de samenstelling van loopkevers verandert, vertelt dat veel over de manier waarop een landschap ecologisch functioneert.
Uit de inventarisaties in zonneparken in Groningen en Drenthe blijkt dat loopkevers in grotere aantallen voorkomen dan in omliggende akkers. Vooral de zones met ruigere vegetatie, die als ecologische compensatie zijn aangelegd, blijken een belangrijke rol te spelen. Daar worden niet alleen meer insecten gevonden, maar ook andere soorten dan de typische ‘akkersoorten’ die kenmerkend zijn voor landbouwgronden.
Volgens Klaassen komt dat doordat zonneparken unieke omstandigheden creëren: meer schaduw en vocht onder de panelen, minder verstoring door landbouwmachines en grotere variatie in vegetatiestructuren. Dat leidt tot een soortencombinatie die in het Nederlandse landschap nauwelijks voorkomt. De onderzoekers spreken daarom van een nieuw type ecosysteem, dat niet vergelijkbaar is met akkers, natuurgebieden of bos.
Het loopkeveronderzoek maakt deel uit van een vijfjarig programma waarin de RUG de ontwikkeling van biodiversiteit in zonneparken onderzoekt, vanaf de aanleg tot jaren erna. Naast insecten worden ook vogels, vegetatie, kleine zoogdieren en bodemkwaliteit gemonitord. Eerdere rapportages lieten al zien dat bepaalde vogelsoorten profiteren van zonneparken, terwijl andere juist minder worden aangetroffen. Door verschillende soortgroepen te volgen, ontstaat een genuanceerd beeld van hoe zonneparken als leefgebied functioneren.
woensdag 18 februari 2026
48 zienswijzen ingediend voor Windpark Waterwolf
Provincie Noord-Holland heeft de periode afgesloten waarin mensen konden reageren op de plannen voor Windpark Waterwolf in Haarlemmermeer Zuid. In totaal zijn 48 reacties (zienswijzen) en 1 alternatief voorstel ingediend. De meeste reacties kwamen van bewoners. Ook bedrijven zoals Gasunie en ProRail, belangenorganisaties en de gemeente Haarlemmermeer hebben gereageerd.
In de zienswijzen gaat het vooral over de inpassing van het windpark in de omgeving, veiligheid in relatie tot infrastructuur en kabels en leidingen, het toepassen van de spelregels van de gemeente Haarlemmermeer en de invloed van Schiphol.
De provincie Noord-Holland bekijkt en beantwoordt alle zienswijzen zorgvuldig. Iedereen die een zienswijze heeft ingediend, krijgt persoonlijk bericht over het verdere proces. De verwachting is dat deze reacties eind februari 2026 worden verstuurd. Vragen die gaan over het milieueffectrapport (MER) worden, waar mogelijk, meegenomen in het vervolgonderzoek. Bij het ontwerp projectbesluit komt een document waarin per reactie staat wat ermee is gedaan en wat dit betekent voor het onderzoek naar de milieueffecten.
Windcoalitie Haarlemmermeer-Zuid is de initiatiefnemer van Windpark Waterwolf en wil met lokaal eigendom het Windpark realiseren. Voor dit plan wordt een milieueffectrapport (MER) gemaakt. De Commissie voor de milieueffectrapportage is positief over het onderzoeksvoorstel en adviseert om niet alleen te kijken naar effecten op het milieu, maar ook naar kansen voor natuur, landschap en het opwekken van duurzame energie. In het onderzoek worden verschillende mogelijkheden bekeken met vijf tot elf windturbines, met een hoogte tussen 125 en 217 meter.
In de zienswijzen gaat het vooral over de inpassing van het windpark in de omgeving, veiligheid in relatie tot infrastructuur en kabels en leidingen, het toepassen van de spelregels van de gemeente Haarlemmermeer en de invloed van Schiphol.
De provincie Noord-Holland bekijkt en beantwoordt alle zienswijzen zorgvuldig. Iedereen die een zienswijze heeft ingediend, krijgt persoonlijk bericht over het verdere proces. De verwachting is dat deze reacties eind februari 2026 worden verstuurd. Vragen die gaan over het milieueffectrapport (MER) worden, waar mogelijk, meegenomen in het vervolgonderzoek. Bij het ontwerp projectbesluit komt een document waarin per reactie staat wat ermee is gedaan en wat dit betekent voor het onderzoek naar de milieueffecten.
Windcoalitie Haarlemmermeer-Zuid is de initiatiefnemer van Windpark Waterwolf en wil met lokaal eigendom het Windpark realiseren. Voor dit plan wordt een milieueffectrapport (MER) gemaakt. De Commissie voor de milieueffectrapportage is positief over het onderzoeksvoorstel en adviseert om niet alleen te kijken naar effecten op het milieu, maar ook naar kansen voor natuur, landschap en het opwekken van duurzame energie. In het onderzoek worden verschillende mogelijkheden bekeken met vijf tot elf windturbines, met een hoogte tussen 125 en 217 meter.
Texelse Bierbrouwerij werkt aan duurzame warmtevoorziening
Texelse Bierbrouwerij en Suncom Energy overwegen een samenwerking om de brouwerij op Texel te voorzien van duurzame industriële warmte. Met de inzet van de Power to Heat-technologie en warmte-opslag van Suncom Energy wil Texelse Bierbrouwerij een belangrijk deel van het huidige fossiele gasverbruik vervangen, zonder concessies te doen aan kwaliteit of continuïteit van het brouwproces. Hernieuwbare warmte kan worden ingezet voor de productie van 180 °C verzadigde stoom, essentieel voor het brouwen van bier. De verwachte impact is aanzienlijk: 1.130 MWh hernieuwbare thermische energie per jaar, 170 ton CO₂-reductie per jaar en 78% reductie van gasverbruik.
Warmte speelt een belangrijke rol in het brouwproces. Tegelijk werkt Texelse Bierbrouwerij actief aan het verkleinen van haar ecologische voetafdruk en het toekomstbestendig maken van de brouwerij. “Als brouwerij zijn we sterk verbonden met het eiland, onze grondstoffen en ons vakmanschap,” aldus Bram Teeuwen, Brewery manager bij Texelse Bierbrouwerij. “Daar hoort ook bij dat we serieus kijken hoe we onze energievoorziening kunnen verduurzamen. Hernieuwbare warmte speelt hierin een sleutelrol.”
Door zonnewarmte, slimme elektrificatie en warmte-opslag te combineren, kan warmteproductie worden losgekoppeld van het moment van gebruik. Dat maakt het mogelijk om dag en nacht stabiele industriële warmte te leveren. Het project wordt ontwikkeld rond een SunFleet H300-systeem van Suncom Energy, afgestemd op het warmteprofiel en de locatie van de brouwerij. Het gaat hier om een geïntegreerd warmtesysteem waarin zonnewarmte, slimme elektrificatie en warmte-opslag samenkomen. De installatie voorziet in stoomproductie voor het brouwproces en sluit naadloos aan op de bestaande infrastructuur van de brouwerij. Dankzij intelligente aansturing kan de warmte efficiënt worden opgewekt, opgeslagen en ingezet wanneer dat nodig is.
Naast CO₂-reductie levert het project ook een bijdrage aan het verminderen van druk op het elektriciteitsnet. Met Power to Heat kan de brouwerij duurzame elektriciteit benutten op momenten van overvloed en deze omzetten in warmte voor later gebruik. “De industrie verbruikt drie keer zoveel warmte als elektriciteit,” zegt Henk Arntz, oprichter en directeur van Suncom Energy. “Warmte is de stille motor van onze economie. Als we warmte en elektriciteit slim verbinden, creëren we flexibiliteit én versnellen we de energietransitie.”
Voor Suncom Energy is het project op Texel opnieuw een voorbeeld van hoe duurzame industriële warmte in de praktijk kan worden toegepast. Voor Texelse Bierbrouwerij is het een concrete stap richting bierbrouwen met aanzienlijk minder fossiele energie – gemaakt met de zon. Eind 2025 maakte Suncom Energy ook een samenwerking bekend met Confiserie Napoleon, en snoepfabrikant uit Breskens.
Warmte speelt een belangrijke rol in het brouwproces. Tegelijk werkt Texelse Bierbrouwerij actief aan het verkleinen van haar ecologische voetafdruk en het toekomstbestendig maken van de brouwerij. “Als brouwerij zijn we sterk verbonden met het eiland, onze grondstoffen en ons vakmanschap,” aldus Bram Teeuwen, Brewery manager bij Texelse Bierbrouwerij. “Daar hoort ook bij dat we serieus kijken hoe we onze energievoorziening kunnen verduurzamen. Hernieuwbare warmte speelt hierin een sleutelrol.”
Door zonnewarmte, slimme elektrificatie en warmte-opslag te combineren, kan warmteproductie worden losgekoppeld van het moment van gebruik. Dat maakt het mogelijk om dag en nacht stabiele industriële warmte te leveren. Het project wordt ontwikkeld rond een SunFleet H300-systeem van Suncom Energy, afgestemd op het warmteprofiel en de locatie van de brouwerij. Het gaat hier om een geïntegreerd warmtesysteem waarin zonnewarmte, slimme elektrificatie en warmte-opslag samenkomen. De installatie voorziet in stoomproductie voor het brouwproces en sluit naadloos aan op de bestaande infrastructuur van de brouwerij. Dankzij intelligente aansturing kan de warmte efficiënt worden opgewekt, opgeslagen en ingezet wanneer dat nodig is.
Naast CO₂-reductie levert het project ook een bijdrage aan het verminderen van druk op het elektriciteitsnet. Met Power to Heat kan de brouwerij duurzame elektriciteit benutten op momenten van overvloed en deze omzetten in warmte voor later gebruik. “De industrie verbruikt drie keer zoveel warmte als elektriciteit,” zegt Henk Arntz, oprichter en directeur van Suncom Energy. “Warmte is de stille motor van onze economie. Als we warmte en elektriciteit slim verbinden, creëren we flexibiliteit én versnellen we de energietransitie.”
Voor Suncom Energy is het project op Texel opnieuw een voorbeeld van hoe duurzame industriële warmte in de praktijk kan worden toegepast. Voor Texelse Bierbrouwerij is het een concrete stap richting bierbrouwen met aanzienlijk minder fossiele energie – gemaakt met de zon. Eind 2025 maakte Suncom Energy ook een samenwerking bekend met Confiserie Napoleon, en snoepfabrikant uit Breskens.
dinsdag 17 februari 2026
Hergebruikte windturbinebladen presteren als volwaardig geluidsscherm
Een half jaar na de onthulling laat de Blade Barrier op de testlocatie van Rijkswaterstaat zien dat hergebruikte windturbinebladen een serieus circulair alternatief kunnen vormen voor traditionele geluidsschermen.
Uit de eerste meetresultaten blijkt dat het innovatieve scherm een vergelijkbare geluidsreductie behaalt als een standaard betonnen geluidsscherm.
De Blade Barrier werd op 2 juli 2025 onthuld als Nederlandse wereldprimeur: het eerste geluidsscherm dat is opgebouwd uit afgedankte windturbinebladen. De proefopstelling van 60 m lang ligt langs de A58 bij Oirschot en wordt tot eind 2026 gemonitord binnen InnovA58; de infraproeftuin van Rijkswaterstaat.
Evaluatie met wetenschappelijke modellen laat zien dat de Blade Barrier akoestisch vergelijkbaar is met een traditioneel geluidsscherm van ongeveer 3,3 m hoogte. Het geluidsonderzoek aan de Blade Barrier is uitgevoerd door de bedrijven M+P en Demcon, in opdracht van Rijkswaterstaat.
Rijkswaterstaat is positief verrast door de resultaten. Willem Jan van Vliet (expert geluidsmaatregelen): ‘Met het resultaat is de schermwerking van de Blade Barrier duidelijk geworden. Op basis daarvan weten we nu hoe het scherm kan worden gemodelleerd in een regulier onderzoek naar wegverkeersgeluid.'
Daarmee is nu een van de belangrijkste toetsingscriteria in hoofdlijnen aangetoond: de geluidsprestatie. Met de realisatie in juli 2025 is ook de maakbaarheid aangetoond. De monitoring loopt door tot eind 2026 waarbinnen de resultaten van de overige criteria (financiële impact, veiligheid & onderhoud en duurzaamheid) zullen volgen.
Circulair alternatief voor een groeiend afvalprobleem
De Blade Barrier is een initiatief van startup Blade-Made, dat zich richt op het hoogwaardig hergebruik van windturbinebladen uit ontmantelde windparken. Deze bladen zijn lastig te recyclen en vormen wereldwijd een groeiende afvalstroom.
Uit de eerste meetresultaten blijkt dat het innovatieve scherm een vergelijkbare geluidsreductie behaalt als een standaard betonnen geluidsscherm.
De Blade Barrier werd op 2 juli 2025 onthuld als Nederlandse wereldprimeur: het eerste geluidsscherm dat is opgebouwd uit afgedankte windturbinebladen. De proefopstelling van 60 m lang ligt langs de A58 bij Oirschot en wordt tot eind 2026 gemonitord binnen InnovA58; de infraproeftuin van Rijkswaterstaat.
Evaluatie met wetenschappelijke modellen laat zien dat de Blade Barrier akoestisch vergelijkbaar is met een traditioneel geluidsscherm van ongeveer 3,3 m hoogte. Het geluidsonderzoek aan de Blade Barrier is uitgevoerd door de bedrijven M+P en Demcon, in opdracht van Rijkswaterstaat.
Rijkswaterstaat is positief verrast door de resultaten. Willem Jan van Vliet (expert geluidsmaatregelen): ‘Met het resultaat is de schermwerking van de Blade Barrier duidelijk geworden. Op basis daarvan weten we nu hoe het scherm kan worden gemodelleerd in een regulier onderzoek naar wegverkeersgeluid.'
Daarmee is nu een van de belangrijkste toetsingscriteria in hoofdlijnen aangetoond: de geluidsprestatie. Met de realisatie in juli 2025 is ook de maakbaarheid aangetoond. De monitoring loopt door tot eind 2026 waarbinnen de resultaten van de overige criteria (financiële impact, veiligheid & onderhoud en duurzaamheid) zullen volgen.
Circulair alternatief voor een groeiend afvalprobleem
De Blade Barrier is een initiatief van startup Blade-Made, dat zich richt op het hoogwaardig hergebruik van windturbinebladen uit ontmantelde windparken. Deze bladen zijn lastig te recyclen en vormen wereldwijd een groeiende afvalstroom.
Opmeer zet stap richting kleine kerncentrale met Allseas
De gemeente Opmeer wil werk maken van de bouw van een kleine kerncentrale. Daarvoor wil zij een intentieovereenkomst sluiten met het maritieme bedrijf Allseas, dat een gasgekoelde hogetemperatuurreactor ontwikkelt.
De beoogde reactor krijgt een capaciteit van 25 megawatt. Opmeer heeft inmiddels een terrein van zeven hectare in eigen bezit aangewezen voor energieopwekking. Als alles volgens planning verloopt, zou de centrale rond 2030 operationeel kunnen zijn. Binnen de gemeente worden meerdere mogelijke locaties onderzocht.
Volgens projectleider Stephanie Heerema van Allseas is voor de bouw minder dan een hectare nodig; de reactor zelf beslaat ongeveer het oppervlak van een tennisveld. De installatie zou maximaal zestien meter hoog worden en ongeveer veertig jaar meegaan.
De gemeente en Allseas zijn volgens een woordvoerder een heel eind op streek. Het streven is om in het eerste kwartaal verdere afspraken vast te leggen. Allseas ontwikkelt de zogeheten Gen4-HTGR-reactor voor toepassing op zee én op land, onder meer voor industriële processen. Ook andere locaties in Nederland worden verkend.
Meerdere gemeenten tonen interesse in zogeheten small modular reactors (SMR’s), die continu elektriciteit kunnen leveren. Opmeer lijkt momenteel het verst in de planvorming. Ook Den Helder en industriegebied Agriport volgen de ontwikkelingen. In die regio kampen bedrijven met lange wachttijden voor een aansluiting op het overvolle stroomnet, terwijl er grote energieverbruikers zoals datacenters gevestigd zijn.
Naast lokale initiatieven werkt het Rijk aan plannen voor vier nieuwe grote kerncentrales. In Borssele staat nu de enige operationele centrale van Nederland, die sinds 1973 elektriciteit produceert. De levensduur daarvan is verlengd en een tweede centrale op dezelfde locatie wordt overwogen.
De beoogde reactor krijgt een capaciteit van 25 megawatt. Opmeer heeft inmiddels een terrein van zeven hectare in eigen bezit aangewezen voor energieopwekking. Als alles volgens planning verloopt, zou de centrale rond 2030 operationeel kunnen zijn. Binnen de gemeente worden meerdere mogelijke locaties onderzocht.
Volgens projectleider Stephanie Heerema van Allseas is voor de bouw minder dan een hectare nodig; de reactor zelf beslaat ongeveer het oppervlak van een tennisveld. De installatie zou maximaal zestien meter hoog worden en ongeveer veertig jaar meegaan.
De gemeente en Allseas zijn volgens een woordvoerder een heel eind op streek. Het streven is om in het eerste kwartaal verdere afspraken vast te leggen. Allseas ontwikkelt de zogeheten Gen4-HTGR-reactor voor toepassing op zee én op land, onder meer voor industriële processen. Ook andere locaties in Nederland worden verkend.
Meerdere gemeenten tonen interesse in zogeheten small modular reactors (SMR’s), die continu elektriciteit kunnen leveren. Opmeer lijkt momenteel het verst in de planvorming. Ook Den Helder en industriegebied Agriport volgen de ontwikkelingen. In die regio kampen bedrijven met lange wachttijden voor een aansluiting op het overvolle stroomnet, terwijl er grote energieverbruikers zoals datacenters gevestigd zijn.
Naast lokale initiatieven werkt het Rijk aan plannen voor vier nieuwe grote kerncentrales. In Borssele staat nu de enige operationele centrale van Nederland, die sinds 1973 elektriciteit produceert. De levensduur daarvan is verlengd en een tweede centrale op dezelfde locatie wordt overwogen.
Liander werkt samen met Gemeente Zuidplas en Stedin aan een toekomstbestendig elektriciteitsnet
Liander werkt samen met de gemeente Zuidplas en netbeheerder Stedin aan een toekomstbestendig elektriciteitsnet in Zuidplas. Op maandag 26 januari werd een samenwerkingsovereenkomst getekend. Het doel is het elektriciteitsnetwerk te versterken om te voldoen aan de toenemende vraag naar stroom.
De vraag naar elektriciteit neemt toe en is veel groter dan het bestaande elektriciteitsnet aankan. Steeds meer mensen koken elektrisch, rijden in een elektrische auto of gebruiken een warmtepomp. Ook leidt het zelf opwekken van duurzame stroom, de verduurzaming van bedrijven en opkomst van datacenters tot een grotere behoefte aan stroom. Uitbreiding en verzwaring van het elektriciteitsnet is daarom noodzakelijk voor het verbeteren van het netwerk voor duurzame energie en het mogelijk maken van de energietransitie. In de gemeente Zuidplas werken netbeheerders Stedin en Liander hierin samen met de gemeente.
Liander start in de komende jaren met het plaatsen van nieuwe elektriciteitshuisjes en het verzwaren van de elektriciteitskabels in de gemeente Zuidplas. De omvang van deze werkzaamheden is groot. Daarom is er gekozen voor een buurtaanpak. Dit betekent dat de werkzaamheden per dorp en voor een hele wijk in één keer worden uitgevoerd om zo efficiënt mogelijk te werken en de overlast voor bewoners zoveel mogelijk te beperken.
Met de uitbreiding van het elektriciteitsnet in de gemeente Zuidplas streeft de gemeente haar doelstellingen na om in de toekomst voldoende stroom te kunnen blijven bieden en in 2050 energieneutraal, aardgasvrij en klimaatbestendig te zijn. Wethouder Wybe Zijlstra legt uit: “De energietransitie is één van de grootste uitdagingen waar we als gemeente Zuidplas voor staan. Daarom is samenwerking met Stedin en Liander van groot belang. Door samen te werken kunnen we ervoor zorgen dat Zuidplas duurzaam blijft groeien, nu en voor de generaties die na ons komen.”
De vraag naar elektriciteit neemt toe en is veel groter dan het bestaande elektriciteitsnet aankan. Steeds meer mensen koken elektrisch, rijden in een elektrische auto of gebruiken een warmtepomp. Ook leidt het zelf opwekken van duurzame stroom, de verduurzaming van bedrijven en opkomst van datacenters tot een grotere behoefte aan stroom. Uitbreiding en verzwaring van het elektriciteitsnet is daarom noodzakelijk voor het verbeteren van het netwerk voor duurzame energie en het mogelijk maken van de energietransitie. In de gemeente Zuidplas werken netbeheerders Stedin en Liander hierin samen met de gemeente.
Liander start in de komende jaren met het plaatsen van nieuwe elektriciteitshuisjes en het verzwaren van de elektriciteitskabels in de gemeente Zuidplas. De omvang van deze werkzaamheden is groot. Daarom is er gekozen voor een buurtaanpak. Dit betekent dat de werkzaamheden per dorp en voor een hele wijk in één keer worden uitgevoerd om zo efficiënt mogelijk te werken en de overlast voor bewoners zoveel mogelijk te beperken.
Met de uitbreiding van het elektriciteitsnet in de gemeente Zuidplas streeft de gemeente haar doelstellingen na om in de toekomst voldoende stroom te kunnen blijven bieden en in 2050 energieneutraal, aardgasvrij en klimaatbestendig te zijn. Wethouder Wybe Zijlstra legt uit: “De energietransitie is één van de grootste uitdagingen waar we als gemeente Zuidplas voor staan. Daarom is samenwerking met Stedin en Liander van groot belang. Door samen te werken kunnen we ervoor zorgen dat Zuidplas duurzaam blijft groeien, nu en voor de generaties die na ons komen.”
maandag 16 februari 2026
Meer kennis over energie levert voordeel op voor de portemonnee
Veel Nederlanders hebben onvoldoende inzicht of verkeerde opvattingen over energieverbruik in huis. Dat kan ervoor zorgen dat huishoudens geld laten liggen. Denk aan een hogere energierekening doordat je cv-ketel te warm staat afgesteld, tot niet-duurzame investeringen in je woning. Om de kennis van Nederlanders op een laagdrempelige manier te vergroten en de energierekening betaalbaar te houden, lanceert Vattenfall vandaag het Nationaal Energie-Examen.
De eerste resultaten van het examen laten zien dat aanvullende kennis welkom is. Hoewel net iets meer dan de helft van de deelnemers een voldoende scoort, zijn er opvallende verschillen per onderwerp. De basiskennis over verwarmen en de opbouw van de energierekening zit bij de meeste mensen wel goed. Effectief verduurzamen en inschatten wat apparaten nu écht verbruiken, blijkt voor velen nog vaak nog gissen. En dat biedt kansen. Want juist op die vlakken kan extra kennis helpen om direct te besparen op je energieverbruik en zo financieel voordeel te behalen.
Hoe lastig we het vinden om ons daadwerkelijke stroomverbruik in te schatten, blijkt wel uit één van de instinkers in het examen. Zo weet zeven op de tien Nederlanders niet wat meer stroom verbruikt op jaarbasis: elke dag drie uur gamen op een spelcomputer of jaarlijks tweehonderd keer de wasmachine laten draaien. Tegen de verwachting in verbruikt de fanatieke gamer aanzienlijk meer stroom. Naast waardevolle bespaartips bevat het examen ook verrassende feitjes, bijvoorbeeld over hoeveel stroom een enkele omwenteling van een windmolen produceert en hoeveel wassen je hiervan kunt draaien.
Wouter Wolfswinkel, energie-expert bij Vattenfall: “We stampen op school jaartallen en formules, maar niemand vertelt ons precies hoe een energierekening in elkaar zit of wat de impact is van de apparatuur die we dagelijks gebruiken. Terwijl die kennis direct invloed heeft op je portemonnee en bovendien helpt bij het vereenvoudigen van de energietransitie.”
Op energie-examen.nl kan iedereen vanaf 29 januari (gratis) de kennis testen. Na afloop weet je welk energietype je bent en op welke onderwerpen nog winst te behalen valt.
De eerste resultaten van het examen laten zien dat aanvullende kennis welkom is. Hoewel net iets meer dan de helft van de deelnemers een voldoende scoort, zijn er opvallende verschillen per onderwerp. De basiskennis over verwarmen en de opbouw van de energierekening zit bij de meeste mensen wel goed. Effectief verduurzamen en inschatten wat apparaten nu écht verbruiken, blijkt voor velen nog vaak nog gissen. En dat biedt kansen. Want juist op die vlakken kan extra kennis helpen om direct te besparen op je energieverbruik en zo financieel voordeel te behalen.
Hoe lastig we het vinden om ons daadwerkelijke stroomverbruik in te schatten, blijkt wel uit één van de instinkers in het examen. Zo weet zeven op de tien Nederlanders niet wat meer stroom verbruikt op jaarbasis: elke dag drie uur gamen op een spelcomputer of jaarlijks tweehonderd keer de wasmachine laten draaien. Tegen de verwachting in verbruikt de fanatieke gamer aanzienlijk meer stroom. Naast waardevolle bespaartips bevat het examen ook verrassende feitjes, bijvoorbeeld over hoeveel stroom een enkele omwenteling van een windmolen produceert en hoeveel wassen je hiervan kunt draaien.
Wouter Wolfswinkel, energie-expert bij Vattenfall: “We stampen op school jaartallen en formules, maar niemand vertelt ons precies hoe een energierekening in elkaar zit of wat de impact is van de apparatuur die we dagelijks gebruiken. Terwijl die kennis direct invloed heeft op je portemonnee en bovendien helpt bij het vereenvoudigen van de energietransitie.”
Op energie-examen.nl kan iedereen vanaf 29 januari (gratis) de kennis testen. Na afloop weet je welk energietype je bent en op welke onderwerpen nog winst te behalen valt.
Ore Energy voltooit door de EU gefinancierde meerdaagse energieopslagpilot bij EDF in Frankrijk
Ore Energy, de in Nederland gevestigde ontwikkelaar van ijzer-luchtbatterijen voor langetermijnenergieopslag (LDES), heeft de succesvolle afronding aangekondigd van een netgekoppelde technische pilot van zijn 100-uurs ijzer-lucht energieopslagsysteem bij EDF Lab les Renardières in Écuelles (Frankrijk). De pilot werd uitgevoerd in het kader van het Storage Research Infrastructure Eco-System (“StoRIES”)-programma.
Volgens Ore Energy is dit de eerste pilot in Europa waarbij een ijzer-lucht LDES-systeem is geëvalueerd in een realistische utiliteitsomgeving. De resultaten tonen aan dat de technologie in staat is om energieopslag over meerdere dagen te leveren onder praktijkomstandigheden. Als onderdeel van de door StoRIES ondersteunde pilot heeft Ore Energy zijn modulaire ijzer-luchtbatterijsysteem ingezet om operationele gegevens te verzamelen onder realistische netcondities. Het systeem bleek energie te kunnen opslaan en ontladen gedurende ongeveer vier dagen (100 uur).
Gedurende meerdere maanden werd het systeem getest onder wisselende belastingprofielen en seizoensomstandigheden, met als doel het laad- en ontlaadgedrag, de reactiesnelheid van het systeem en de integratie met gangbare methoden voor netbeheer te evalueren. De via deze pilot verzamelde technische data dragen bij aan de bredere StoRIES-doelstelling om opties voor langetermijnenergieopslag te beoordelen die geschikt zijn voor meerdaagse balancering van hernieuwbare energie.
“Met deze pilot konden we de prestaties van ijzer-luchtopslag evalueren onder Europese operationele profielen en reële netomstandigheden,” zegt Aytaç Yilmaz, medeoprichter en CEO van Ore Energy. “De data die via StoRIES zijn gegenereerd, geven ons waardevolle inzichten in hoe meerdaagse opslag zich gedraagt in een utiliteitsomgeving. Dit helpt ons de technologie verder te verfijnen en de mogelijke rol ervan naast andere opslagoplossingen beter te begrijpen.”
De systemen van Ore Energy zijn ontworpen om de opslag en distributie van hernieuwbare energie te maximaliseren en zo de betrouwbaarheid van het elektriciteitsnet kosteneffectief te ondersteunen tijdens langere perioden zonder wind of zon.
Het ijzer-luchtsysteem maakt uitsluitend gebruik van ijzer, lucht en water om een omkeerbaar oxidatieproces aan te drijven. Tijdens het laden zet overtollige hernieuwbare elektriciteit ijzeroxide (roest) om in metallisch ijzer, waardoor energie tot vier dagen wordt opgeslagen in een stabiele vaste vorm. Tijdens het ontladen oxideert het ijzer opnieuw door blootstelling aan zuurstof en water, waarbij elektrische energie vrijkomt terwijl het weer ‘roest’.
Omdat ijzer-luchtsystemen uitsluitend gebruikmaken van veilige en overvloedig beschikbare grondstoffen – zonder zeldzame aardmetalen of kritieke mineralen – maken zij een volledig Europese toeleveringsketen mogelijk, van productie tot einde levensduur. Het grootschalige systeem van Ore Energy zal gebruikmaken van modulaire containers van 40 voet, die elk meerdere megawatturen aan meerdaagse energieopslag kunnen leveren.
Volgens Ore Energy is dit de eerste pilot in Europa waarbij een ijzer-lucht LDES-systeem is geëvalueerd in een realistische utiliteitsomgeving. De resultaten tonen aan dat de technologie in staat is om energieopslag over meerdere dagen te leveren onder praktijkomstandigheden. Als onderdeel van de door StoRIES ondersteunde pilot heeft Ore Energy zijn modulaire ijzer-luchtbatterijsysteem ingezet om operationele gegevens te verzamelen onder realistische netcondities. Het systeem bleek energie te kunnen opslaan en ontladen gedurende ongeveer vier dagen (100 uur).
Gedurende meerdere maanden werd het systeem getest onder wisselende belastingprofielen en seizoensomstandigheden, met als doel het laad- en ontlaadgedrag, de reactiesnelheid van het systeem en de integratie met gangbare methoden voor netbeheer te evalueren. De via deze pilot verzamelde technische data dragen bij aan de bredere StoRIES-doelstelling om opties voor langetermijnenergieopslag te beoordelen die geschikt zijn voor meerdaagse balancering van hernieuwbare energie.
“Met deze pilot konden we de prestaties van ijzer-luchtopslag evalueren onder Europese operationele profielen en reële netomstandigheden,” zegt Aytaç Yilmaz, medeoprichter en CEO van Ore Energy. “De data die via StoRIES zijn gegenereerd, geven ons waardevolle inzichten in hoe meerdaagse opslag zich gedraagt in een utiliteitsomgeving. Dit helpt ons de technologie verder te verfijnen en de mogelijke rol ervan naast andere opslagoplossingen beter te begrijpen.”
De systemen van Ore Energy zijn ontworpen om de opslag en distributie van hernieuwbare energie te maximaliseren en zo de betrouwbaarheid van het elektriciteitsnet kosteneffectief te ondersteunen tijdens langere perioden zonder wind of zon.
Het ijzer-luchtsysteem maakt uitsluitend gebruik van ijzer, lucht en water om een omkeerbaar oxidatieproces aan te drijven. Tijdens het laden zet overtollige hernieuwbare elektriciteit ijzeroxide (roest) om in metallisch ijzer, waardoor energie tot vier dagen wordt opgeslagen in een stabiele vaste vorm. Tijdens het ontladen oxideert het ijzer opnieuw door blootstelling aan zuurstof en water, waarbij elektrische energie vrijkomt terwijl het weer ‘roest’.
Omdat ijzer-luchtsystemen uitsluitend gebruikmaken van veilige en overvloedig beschikbare grondstoffen – zonder zeldzame aardmetalen of kritieke mineralen – maken zij een volledig Europese toeleveringsketen mogelijk, van productie tot einde levensduur. Het grootschalige systeem van Ore Energy zal gebruikmaken van modulaire containers van 40 voet, die elk meerdere megawatturen aan meerdaagse energieopslag kunnen leveren.
Drie TU Delft projecten gefinancierd voor batterijontwikkeling
De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en Groeifonds programma Battery Competence Cluster NL (BCC-NL) kennen bijna 14,5 miljoen euro toe aan drie projecten voor de Call ‘Technologieontwikkeling voor circulaire batterijen’. Hiermee kan een grote stap gezet worden in de verduurzaming van batterijen. De Delftse wetenschappers Shoshan Abrahami, Marnix Wagemaker en David Vermaas zijn in alle projecten betrokken.
De ontwikkeling van duurzame batterijsystemen is cruciaal voor de energietransitie, voor elektrisch vervoer, maar ook voor de opslag van groene energie uit zon en wind. Grootschalige batterijsystemen zijn nodig om netcongestie te voorkomen en de totale CO2-uitstoot te verminderen. Daarnaast moeten duurzame batterijtechnologieën en recyclingprocessen worden ontwikkeld om negatieve milieueffecten tegen te gaan en de afhankelijkheid van andere landen voor grondstoffen te verminderen.
versiteit Utrecht
Met de groei van elektrische voertuigen en hernieuwbare energiesystemen blijft de recycling van lithium-ionbatterijen achter. Huidige methoden richten zich voornamelijk op kobalt- en nikkelrijke kathodes, terwijl goedkopere en veiligere lithium-ijzerfosfaatbatterijen (LFP) grotendeels onbenut blijven.
Het ADAPT-BATT-project pakt deze uitdaging aan door LFP-chemie en elektrochemische technieken in te zetten voor de selectieve terugwinning van zuivere metalen uit gemengd batterijafval. Deze aanpak is gericht op het verlagen van kosten, het minimaliseren van afval en het behouden van waardevolle materialen in circulatie, ter ondersteuning van een duurzame, circulaire batterijwaardeketen in Nederland, terwijl wordt voldaan aan de EU-batterijregelgeving.
Natrium-ion batterijen bieden een veelbelovende oplossing voor het verminderen van de afhankelijkheid van kritieke materialen en het ontwikkelen van batterijtechnologieën met verbeterde circulariteit. Huidige beperkingen worden echter voornamelijk veroorzaakt door een gebrek aan fundamenteel begrip.
Wetenschappers zullen materiaalinnovaties onderzoeken door een combinatie van experimentele en computationele studies naar de structuur-eigenschapsrelaties van veelbelovende natrium-ion batterijmaterialen en hun onderlinge interacties onder werkomstandigheden, aangevuld met een nauwkeurige analyse van duurzaamheid, materiaalbeschikbaarheid en technisch-economische aspecten. Dit zal de weg vrijmaken voor efficiëntere batterijtechnologieën van de volgende generatie die commercieel levensvatbaar zijn, breed geaccepteerd worden door de maatschappij en bijdragen aan een circulaire, duurzame samenleving.
Door het toenemende gebruik van zon- en windenergie komt de stabiliteit van het elektriciteitsnet onder druk te staan. Een team van academische onderzoekers, TNO en industriële partners werkt daarom aan de ontwikkeling van nieuwe batterijen die duurzame energie meerdere dagen betrouwbaar en betaalbaar kunnen opslaan. Deze innovaties dragen bij aan de energietransitie en versterken de Nederlandse batterijensector.
De ontwikkeling van duurzame batterijsystemen is cruciaal voor de energietransitie, voor elektrisch vervoer, maar ook voor de opslag van groene energie uit zon en wind. Grootschalige batterijsystemen zijn nodig om netcongestie te voorkomen en de totale CO2-uitstoot te verminderen. Daarnaast moeten duurzame batterijtechnologieën en recyclingprocessen worden ontwikkeld om negatieve milieueffecten tegen te gaan en de afhankelijkheid van andere landen voor grondstoffen te verminderen.
versiteit Utrecht
Met de groei van elektrische voertuigen en hernieuwbare energiesystemen blijft de recycling van lithium-ionbatterijen achter. Huidige methoden richten zich voornamelijk op kobalt- en nikkelrijke kathodes, terwijl goedkopere en veiligere lithium-ijzerfosfaatbatterijen (LFP) grotendeels onbenut blijven.
Het ADAPT-BATT-project pakt deze uitdaging aan door LFP-chemie en elektrochemische technieken in te zetten voor de selectieve terugwinning van zuivere metalen uit gemengd batterijafval. Deze aanpak is gericht op het verlagen van kosten, het minimaliseren van afval en het behouden van waardevolle materialen in circulatie, ter ondersteuning van een duurzame, circulaire batterijwaardeketen in Nederland, terwijl wordt voldaan aan de EU-batterijregelgeving.
Natrium-ion batterijen bieden een veelbelovende oplossing voor het verminderen van de afhankelijkheid van kritieke materialen en het ontwikkelen van batterijtechnologieën met verbeterde circulariteit. Huidige beperkingen worden echter voornamelijk veroorzaakt door een gebrek aan fundamenteel begrip.
Wetenschappers zullen materiaalinnovaties onderzoeken door een combinatie van experimentele en computationele studies naar de structuur-eigenschapsrelaties van veelbelovende natrium-ion batterijmaterialen en hun onderlinge interacties onder werkomstandigheden, aangevuld met een nauwkeurige analyse van duurzaamheid, materiaalbeschikbaarheid en technisch-economische aspecten. Dit zal de weg vrijmaken voor efficiëntere batterijtechnologieën van de volgende generatie die commercieel levensvatbaar zijn, breed geaccepteerd worden door de maatschappij en bijdragen aan een circulaire, duurzame samenleving.
Door het toenemende gebruik van zon- en windenergie komt de stabiliteit van het elektriciteitsnet onder druk te staan. Een team van academische onderzoekers, TNO en industriële partners werkt daarom aan de ontwikkeling van nieuwe batterijen die duurzame energie meerdere dagen betrouwbaar en betaalbaar kunnen opslaan. Deze innovaties dragen bij aan de energietransitie en versterken de Nederlandse batterijensector.
Nederlandse havens knelpunt voor windenergie op zee – nieuw rapport roept op tot actie
De Nederlandse ambities voor windenergie op zee lopen ver voor op de beschikbare haveninfrastructuur. Zonder tijdige investeringen en innovaties dreigen havens een knelpunt te worden in de energietransitie. Dit blijkt uit nieuw onderzoek van internationaal advies- en ingenieursbureau Haskoning in opdracht van RVO en TKI Offshore Energy.
Nederland werkt toe naar 40 gigawatt (GW) aan offshore wind in 2040 – de ruggengraat van het Klimaatakkoord. Maar de groei in windparken en de steeds grotere turbines stellen zware eisen aan havens. Rond 2030 is de vraag naar geschikte kades en opslagruimte al groter dan het aanbod, zo toont het rapport aan. Die spanning blijft tot minstens 2040 bestaan.
"De kloof tussen doelstellingen en de realiteit is groot," zegt Bob Meijer, directeur van TKI Offshore Energy. "Zonder strategische keuzes nu zal het gebrek aan geschikte capaciteit in onze havens de uitrol van windenergie op zee vertragen. Dat heeft directe gevolgen voor de klimaatdoelen én de economische kansen die offshore wind biedt."
Een deel van het probleem zit in het succes van Nederlandse havens: zij bedienen niet alleen de eigen windparken, maar ook projecten in België, Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Zo gaat in 2026, bij gebrek aan Nederlandse projecten, maar liefst 90 procent van de capaciteit naar het buitenland. “Willen we de gezamenlijke ambities op de Noordzee waarmaken, dan moeten landen nauwer gaan samenwerken. Door vraag en aanbod internationaal beter op elkaar af te stemmen, voorkomen we dat de haveninfrastructuur de zwakste schakel wordt," aldus Leon Lammers, Expert Offshore Wind & Port Development bij Haskoning. Op de recente North Sea Summit in Hamburg hebben regeringsleiders van de Noordzeelanden het belang van samenwerking ook benadrukt.
Het rapport schetst vijf innovatiegebieden die havenefficiëntie kunnen vergroten: van slimme planning en digitale logistiek tot nieuwe manieren om opslagruimte te benutten en transportlogistiek te optimaliseren. Lammers: "Een verdere optimalisatie van logistieke stromen en benutting van havencapaciteit is noodzakelijk. Met de juiste innovaties kun je meer megawatts per hectare realiseren. Dat vraagt wel om samenwerking tussen overheden, havens en het bedrijfsleven."
Ook operationeel onderhoud en de toekomstige ontmanteling van de eerste generatie windparken vragen in de toekomst om meer capaciteit. De verwachting is dat dit de druk op Nederlandse havens rond 2035 zal vergroten.
De huidige subsidieregelingen, met name EKOO, MOOI en DEI+, bieden de mogelijkheid om noodzakelijke innovaties te versnellen. Mits ze door de overheid gericht worden ingezet, kunnen ze de kloof tussen vraag en aanbod helpen overbruggen.
TKI Offshore Energy pleit voor een tweesporenbeleid: nieuwe infrastructuur bouwen én innovaties inzetten om bestaande havens optimaal te benutten. Meijer: "In Nederland hebben we de kennis, expertise en energie in huis. Nu moeten we doorpakken."
Nederland werkt toe naar 40 gigawatt (GW) aan offshore wind in 2040 – de ruggengraat van het Klimaatakkoord. Maar de groei in windparken en de steeds grotere turbines stellen zware eisen aan havens. Rond 2030 is de vraag naar geschikte kades en opslagruimte al groter dan het aanbod, zo toont het rapport aan. Die spanning blijft tot minstens 2040 bestaan.
"De kloof tussen doelstellingen en de realiteit is groot," zegt Bob Meijer, directeur van TKI Offshore Energy. "Zonder strategische keuzes nu zal het gebrek aan geschikte capaciteit in onze havens de uitrol van windenergie op zee vertragen. Dat heeft directe gevolgen voor de klimaatdoelen én de economische kansen die offshore wind biedt."
Een deel van het probleem zit in het succes van Nederlandse havens: zij bedienen niet alleen de eigen windparken, maar ook projecten in België, Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Zo gaat in 2026, bij gebrek aan Nederlandse projecten, maar liefst 90 procent van de capaciteit naar het buitenland. “Willen we de gezamenlijke ambities op de Noordzee waarmaken, dan moeten landen nauwer gaan samenwerken. Door vraag en aanbod internationaal beter op elkaar af te stemmen, voorkomen we dat de haveninfrastructuur de zwakste schakel wordt," aldus Leon Lammers, Expert Offshore Wind & Port Development bij Haskoning. Op de recente North Sea Summit in Hamburg hebben regeringsleiders van de Noordzeelanden het belang van samenwerking ook benadrukt.
Het rapport schetst vijf innovatiegebieden die havenefficiëntie kunnen vergroten: van slimme planning en digitale logistiek tot nieuwe manieren om opslagruimte te benutten en transportlogistiek te optimaliseren. Lammers: "Een verdere optimalisatie van logistieke stromen en benutting van havencapaciteit is noodzakelijk. Met de juiste innovaties kun je meer megawatts per hectare realiseren. Dat vraagt wel om samenwerking tussen overheden, havens en het bedrijfsleven."
Ook operationeel onderhoud en de toekomstige ontmanteling van de eerste generatie windparken vragen in de toekomst om meer capaciteit. De verwachting is dat dit de druk op Nederlandse havens rond 2035 zal vergroten.
De huidige subsidieregelingen, met name EKOO, MOOI en DEI+, bieden de mogelijkheid om noodzakelijke innovaties te versnellen. Mits ze door de overheid gericht worden ingezet, kunnen ze de kloof tussen vraag en aanbod helpen overbruggen.
TKI Offshore Energy pleit voor een tweesporenbeleid: nieuwe infrastructuur bouwen én innovaties inzetten om bestaande havens optimaal te benutten. Meijer: "In Nederland hebben we de kennis, expertise en energie in huis. Nu moeten we doorpakken."
vrijdag 13 februari 2026
GIGA Storage en Repowered ondertekenen route-to-market contract voor Rhino BESS in Lelystad
GIGA Storage en Repowered kondigen de ondertekening aan van een route-to-market contract voor Project Rhino, het batterij-energieopslagsysteem (BESS) van GIGA Storage in Lelystad, Flevoland. GIGA Storage heeft de 12 MW-batterij tot nu toe succesvol in eigen beheer aangestuurd en geoptimaliseerd maar zal de operationele aansturing per 1 april 2026 overdragen aan slimme energieleverancier Repowered voor een periode van twee jaar.
De Rhino-batterij, met een vermogen van 12 MW / 7,5 MWh, was het eerste project van GIGA Storage en bij de ingebruikname in 2020 de grootste batterij van Nederland. Het systeem is in staat een jaarlijkse hoeveelheid elektriciteit op te slaan die vergelijkbaar is met het verbruik van circa 5.000 huishoudens. De batterij is gevestigd op de testlocatie van Wageningen University & Research in Lelystad, naast het windpark Neushoorntocht en aangesloten op het gesloten distributiesysteem Smart Grid Flevoland. De BESS is ontworpen om hernieuwbare energie op te slaan en deze op strategische momenten terug te leveren aan het elektriciteitsnet. Daarmee draagt de batterij bij aan een stabieler en betrouwbaarder energiesysteem en een optimaal gebruik van duurzame energie.
In de eerste vijf jaar heeft GIGA Storage de Rhino BESS succesvol in eigen beheer aangestuurd en geoptimaliseerd, waarbij het bedrijf bepaalde wanneer en hoeveel energie werd opgeslagen en aan het net werd geleverd. Naarmate het bedrijf is gegroeid, is de strategische focus verschoven naar het opzetten en beheren van een ecosysteem met toonaangevende operatoren die de GIGA BESS-portfolio in Nederland, België en Duitsland kunnen optimaliseren. Repowered zal vanaf 1 april 2026 voor de komende twee jaar de aansturing en optimalisatie van de Rhino BESS overnemen.
De Rhino-batterij, met een vermogen van 12 MW / 7,5 MWh, was het eerste project van GIGA Storage en bij de ingebruikname in 2020 de grootste batterij van Nederland. Het systeem is in staat een jaarlijkse hoeveelheid elektriciteit op te slaan die vergelijkbaar is met het verbruik van circa 5.000 huishoudens. De batterij is gevestigd op de testlocatie van Wageningen University & Research in Lelystad, naast het windpark Neushoorntocht en aangesloten op het gesloten distributiesysteem Smart Grid Flevoland. De BESS is ontworpen om hernieuwbare energie op te slaan en deze op strategische momenten terug te leveren aan het elektriciteitsnet. Daarmee draagt de batterij bij aan een stabieler en betrouwbaarder energiesysteem en een optimaal gebruik van duurzame energie.
In de eerste vijf jaar heeft GIGA Storage de Rhino BESS succesvol in eigen beheer aangestuurd en geoptimaliseerd, waarbij het bedrijf bepaalde wanneer en hoeveel energie werd opgeslagen en aan het net werd geleverd. Naarmate het bedrijf is gegroeid, is de strategische focus verschoven naar het opzetten en beheren van een ecosysteem met toonaangevende operatoren die de GIGA BESS-portfolio in Nederland, België en Duitsland kunnen optimaliseren. Repowered zal vanaf 1 april 2026 voor de komende twee jaar de aansturing en optimalisatie van de Rhino BESS overnemen.
Eerste staal gesneden voor 2 GW-platform Nederwiek 2
TenneT vierde op donderdag 5 februari het snijden van het eerste staal voor offshore platform Nederwiek 2. Het snijden van het staal betekent dat de bouw van Nederwiek 2 officieel van start is gegaan. Het is het derde project van het consortium GE en Vernova Seatrium in het 2 GW-programma van TenneT, dat van grote waarde is voor de energietransitie in Nederland.
Het snijden van het staal werd gevierd op werven in Singapore en Indonesië. Het consortium van GE Vernova en Seatrium - twee toonaangevende bedrijven in de offshore- en maritieme sector - werkt daar samen met TenneT aan Nederwiek 2.
‘Dit is weer een belangrijke mijlpaal’, ziet TenneT-projectdirecteur Michiel Cadenau. ‘We verwachten dat 2026 nog drukker is dan het voorgaande jaar, want er zijn nu drie platforms van ons 2 GW-ontwerp in aanbouw. We kijken ernaar uit om de goede samenwerking met GE Vernova en Seatrium voort te zetten.’
In de energietransitie spelen platformen van twee gigawatt (2 GW) op de Noordzee een belangrijke rol. Zij verzamelen opgewekte windenergie en vervoeren die naar de kust. Elk platform van 2 GW kan tot twee miljoen huishoudens van groene elektriciteit voorzien.
Het eerste 2 GW-project is IJmuiden Ver Beta. De bouw daarvan begon op 11 september 2024. Het tweede project is IJmuiden Ver Gamma, waarvan het eerste staal werd gesneden op 14 mei 2025.
Het snijden van het staal werd gevierd op werven in Singapore en Indonesië. Het consortium van GE Vernova en Seatrium - twee toonaangevende bedrijven in de offshore- en maritieme sector - werkt daar samen met TenneT aan Nederwiek 2.
‘Dit is weer een belangrijke mijlpaal’, ziet TenneT-projectdirecteur Michiel Cadenau. ‘We verwachten dat 2026 nog drukker is dan het voorgaande jaar, want er zijn nu drie platforms van ons 2 GW-ontwerp in aanbouw. We kijken ernaar uit om de goede samenwerking met GE Vernova en Seatrium voort te zetten.’
In de energietransitie spelen platformen van twee gigawatt (2 GW) op de Noordzee een belangrijke rol. Zij verzamelen opgewekte windenergie en vervoeren die naar de kust. Elk platform van 2 GW kan tot twee miljoen huishoudens van groene elektriciteit voorzien.
Het eerste 2 GW-project is IJmuiden Ver Beta. De bouw daarvan begon op 11 september 2024. Het tweede project is IJmuiden Ver Gamma, waarvan het eerste staal werd gesneden op 14 mei 2025.
IEA: zon en wind leveren steeds meer, opslag wordt onmisbaar
De wereld gebruikt de komende jaren veel meer elektriciteit. Internationaal energieagentschap (IEA) beschrijft in het rapport Electricity 2026 dat de mondiale stroomvraag tussen 2026 en 2030 gemiddeld met 3,6% per jaar groeit. Dat komt door meer elektrificatie in industrie, vervoer en gebouwen, en door nieuwe grote stroomverbruikers zoals datacenters. Tegelijk schuift de opwekmix verder richting zon en wind: in 2030 komt naar verwachting ongeveer de helft van de wereldwijde stroomproductie uit hernieuwbaar en kernenergie. Maar die omslag heeft een keerzijde: netten en flexibiliteit (zoals opslag) worden de bottleneck.
Zonne-energie groeit wereldwijd het hardst. In 2025 nam de mondiale stroomproductie uit zon met ongeveer 620 TWh toe (de grootste jaar-op-jaar stijging), en volgens de IEA haalt zon al rond 2026 wind en kernenergie in als bron van elektriciteit, en rond 2029 ook waterkracht.
In veel regio’s zijn zon en wind samen goed voor het grootste deel van de extra stroom die nodig is. De IEA verwacht bovendien dat het aandeel zon en wind in de wereldwijde elektriciteitsmix verder oploopt (van grofweg 17% nu naar 27% in 2030), waardoor het systeem steeds vaker te maken krijgt met pieken in aanbod en dalen in vraag.
Meer zon en wind betekent ook: vaker lage of zelfs negatieve stroomprijzen op momenten dat het hard waait of de zon vol schijnt. De IEA laat zien dat zonneparken in meerdere Europese landen steeds vaker precies in die goedkope uren produceren. In Duitsland valt inmiddels ongeveer een kwart van de zonneproductie in uren met negatieve prijzen.
Daarbij ziet de IEA dat de gemiddelde prijs die grote zonneparken “meepakken” op de markt (ten opzichte van de gemiddelde marktprijs) de afgelopen jaren scherp is gedaald: in veel Europese landen zakte die maatstaf van boven 100% in 2018 naar onder 60% in 2025. Voor wind is die daling minder sterk; wind blijft in veel markten doorgaans boven 80%, maar ook daar staat de waarde onder druk als het aanbod snel groeit. Conclusie van de IEA: opslag helpt om zonne- en windstroom te verschuiven naar uren met hogere vraag en hogere prijzen, en maakt projecten én het net stabieler.
Het rapport signaleert een versnelling in grootschalige batterijopslag. In 2024 kwam er wereldwijd 63 GW aan grote batterijen bij (opnieuw een record), waarmee het totaal uitkwam op 124 GW. De kosten van batterijopslagprojecten daalden volgens de IEA in 2024 met ongeveer 40% naar circa USD 150 per kWh.
De IEA ziet ook dat batterijen inmiddels echt meetellen bij piekbelasting. In Californië was de verhouding tussen grootschalige batterijcapaciteit en de piekvraag in 2024 bijna 25%; in onder meer Zuid-Australië en het Verenigd Koninkrijk rond 15% (terwijl dat in 2019 nog onder de 5% lag).
Zonne-energie groeit wereldwijd het hardst. In 2025 nam de mondiale stroomproductie uit zon met ongeveer 620 TWh toe (de grootste jaar-op-jaar stijging), en volgens de IEA haalt zon al rond 2026 wind en kernenergie in als bron van elektriciteit, en rond 2029 ook waterkracht.
In veel regio’s zijn zon en wind samen goed voor het grootste deel van de extra stroom die nodig is. De IEA verwacht bovendien dat het aandeel zon en wind in de wereldwijde elektriciteitsmix verder oploopt (van grofweg 17% nu naar 27% in 2030), waardoor het systeem steeds vaker te maken krijgt met pieken in aanbod en dalen in vraag.
Meer zon en wind betekent ook: vaker lage of zelfs negatieve stroomprijzen op momenten dat het hard waait of de zon vol schijnt. De IEA laat zien dat zonneparken in meerdere Europese landen steeds vaker precies in die goedkope uren produceren. In Duitsland valt inmiddels ongeveer een kwart van de zonneproductie in uren met negatieve prijzen.
Daarbij ziet de IEA dat de gemiddelde prijs die grote zonneparken “meepakken” op de markt (ten opzichte van de gemiddelde marktprijs) de afgelopen jaren scherp is gedaald: in veel Europese landen zakte die maatstaf van boven 100% in 2018 naar onder 60% in 2025. Voor wind is die daling minder sterk; wind blijft in veel markten doorgaans boven 80%, maar ook daar staat de waarde onder druk als het aanbod snel groeit. Conclusie van de IEA: opslag helpt om zonne- en windstroom te verschuiven naar uren met hogere vraag en hogere prijzen, en maakt projecten én het net stabieler.
Het rapport signaleert een versnelling in grootschalige batterijopslag. In 2024 kwam er wereldwijd 63 GW aan grote batterijen bij (opnieuw een record), waarmee het totaal uitkwam op 124 GW. De kosten van batterijopslagprojecten daalden volgens de IEA in 2024 met ongeveer 40% naar circa USD 150 per kWh.
De IEA ziet ook dat batterijen inmiddels echt meetellen bij piekbelasting. In Californië was de verhouding tussen grootschalige batterijcapaciteit en de piekvraag in 2024 bijna 25%; in onder meer Zuid-Australië en het Verenigd Koninkrijk rond 15% (terwijl dat in 2019 nog onder de 5% lag).
donderdag 12 februari 2026
Krachtige interventies in Flevopolder, Gelderland en Utrecht nodig om aansluitstop voor kleinverbruik te voorkomen
Liander en andere netbeheerders zijn door Tennet geïnformeerd over de nieuwste berekeningen over de beschikbare capaciteit op het hoogspanningsnet in Gelderland en de Flevopolder.
Waar de minister van Klimaat en Groene Groei (KGG) in de Kamerbrief van oktober 2025 nog aangaf dat er mogelijk ruimte was om extra klanten aan te sluiten, lijkt dit volgens deze nieuwe berekeningen van TenneT niet haalbaar.
TenneT concludeert dat eerder voorziene maatregelen van maart 2025 minder effect hebben dan verwacht. Zonder nieuwe maatregelen dreigt deze zomer een aansluitstop voor kleinverbruik, zoals consumenten, MKB en projectontwikkelaars van woningbouw in het FGU-gebied (Flevopolder – Gelderland – Utrecht). Dit kan ingrijpende gevolgen hebben voor onze klanten en regionale ontwikkelingen.
Waar de minister van Klimaat en Groene Groei (KGG) in de Kamerbrief van oktober 2025 nog aangaf dat er mogelijk ruimte was om extra klanten aan te sluiten, lijkt dit volgens deze nieuwe berekeningen van TenneT niet haalbaar.
TenneT concludeert dat eerder voorziene maatregelen van maart 2025 minder effect hebben dan verwacht. Zonder nieuwe maatregelen dreigt deze zomer een aansluitstop voor kleinverbruik, zoals consumenten, MKB en projectontwikkelaars van woningbouw in het FGU-gebied (Flevopolder – Gelderland – Utrecht). Dit kan ingrijpende gevolgen hebben voor onze klanten en regionale ontwikkelingen.
Robert Kuik, directeur Netwerkplanning TenneT: ‘Gezien de uitkomsten van de analyse zijn we genoodzaakt een stevige waarschuwing af te geven, omdat de situatie ten opzichte van vorig jaar opnieuw verslechterd is. Wij balen enorm deze waarschuwing te moeten brengen en realiseren ons dat dit mogelijk grote maatschappelijke en economische impact heeft voor deze regio’s. Alleen met krachtige interventies op korte termijn kunnen we de aansluitstop afwenden.’
Schaatsbaan Rotterdam neemt batterij met slimme energiesturing in gebruik
Schaatsbaan Rotterdam heeft een belangrijke stap gezet richting een toekomstbestendige en duurzame energievoorziening. Op het terrein van de schaatsbaan is een grootschalige batterij van 1 Megawatt(MW) geplaatst die door Eneco wordt aangestuurd. Dankzij deze slimme energieopslag kan de schaatsbaan haar energieverbruik verder verduurzamen en efficiënter gebruikmaken van haar bestaande netaansluiting.
In de vier maanden van het jaar dat Schaatsbaan Rotterdam operationeel is, verbruikt zij veel energie om een kwalitatief goede schaatsbaan te kunnen bieden. Daarom beschikt de locatie over een zware netaansluiting met een capaciteit die het hele jaar beschikbaar is voor de Schaatsbaan. Met slimme energiesturing van de batterij door Eneco kan deze capaciteit voortaan het gehele jaar door optimaal worden benut. Dit draagt bij aan goede sturing van onbalans op het elektriciteitsnet en het draagt bij aan een mogelijk kostenneutraal energiesysteem voor de Schaatsbaan.
Gezien de grote van de netaansluiting is de 1MW batterij goed op te laden op momenten dat er een overschot aan duurzame energie is. Bij tekorten kan de batterij juist energie terugleveren. Zo kan de batterij een groot verschil maken in de periode dat de schaatsbaan in bedrijf is, doordat er geen verdere druk op het net ontstaat wanneer de baan stroom nodig heeft. Tegelijkertijd helpt de batterij ook in de periode dat de schaatsbaan niet operationeel is, bij onbalans op het net én het verminderen van lokale netcongestie problematiek.
Schaatsbaan Rotterdam werkt nauw samen met Eneco om haar energieambitie te behalen: een vrijwel kostenneutrale energievoorziening realiseren. De Schaatsbaan is altijd al bewust met haar energieverbruik bezig geweest. Onder meer door het ontwerp van de schaatsbaan, waarbij schaatsers hun rondjes op de 400 meterbaan schaatsen door een verlichte tunnel. Hiermee is al sprake van een energiebesparing van 60% ten opzichte van een hal. Door nu ook gebruik te maken van de batterijopslag in combinatie met slimme energiesturing door Eneco kan de schaatsbaan haar energiekosten sterk verlagen én bijdragen aan een stabieler en duurzamer energienet in de regio.
In de vier maanden van het jaar dat Schaatsbaan Rotterdam operationeel is, verbruikt zij veel energie om een kwalitatief goede schaatsbaan te kunnen bieden. Daarom beschikt de locatie over een zware netaansluiting met een capaciteit die het hele jaar beschikbaar is voor de Schaatsbaan. Met slimme energiesturing van de batterij door Eneco kan deze capaciteit voortaan het gehele jaar door optimaal worden benut. Dit draagt bij aan goede sturing van onbalans op het elektriciteitsnet en het draagt bij aan een mogelijk kostenneutraal energiesysteem voor de Schaatsbaan.
Gezien de grote van de netaansluiting is de 1MW batterij goed op te laden op momenten dat er een overschot aan duurzame energie is. Bij tekorten kan de batterij juist energie terugleveren. Zo kan de batterij een groot verschil maken in de periode dat de schaatsbaan in bedrijf is, doordat er geen verdere druk op het net ontstaat wanneer de baan stroom nodig heeft. Tegelijkertijd helpt de batterij ook in de periode dat de schaatsbaan niet operationeel is, bij onbalans op het net én het verminderen van lokale netcongestie problematiek.
Schaatsbaan Rotterdam werkt nauw samen met Eneco om haar energieambitie te behalen: een vrijwel kostenneutrale energievoorziening realiseren. De Schaatsbaan is altijd al bewust met haar energieverbruik bezig geweest. Onder meer door het ontwerp van de schaatsbaan, waarbij schaatsers hun rondjes op de 400 meterbaan schaatsen door een verlichte tunnel. Hiermee is al sprake van een energiebesparing van 60% ten opzichte van een hal. Door nu ook gebruik te maken van de batterijopslag in combinatie met slimme energiesturing door Eneco kan de schaatsbaan haar energiekosten sterk verlagen én bijdragen aan een stabieler en duurzamer energienet in de regio.
Definitief akkoord over nieuwe methode nettarieven
Netbeheerders, brancheverenigingen waaronder Energie‑Nederland, en de Autoriteit Consument & Markt (ACM) hebben een definitief akkoord gesloten over de manier waarop de tarieven van netbeheerders worden vastgesteld in de periode 2027–2031. Met deze aanvullende afspraken wordt het in september door ACM gepubliceerde ontwerp methodebesluit op verschillende punten aangepast en ontstaat meer duidelijkheid en tariefstabiliteit.
De afspraken zijn gemaakt door Netbeheer Nederland, Coteq, Liander, Enexis, GTS, Stedin, TenneT, RENDO en Westland Infra, samen met de brancheverenigingen Energie‑Nederland, VEMW, Element NL, Vereniging Gasopslag Nederland, Vereniging LNG Shippers Nederland, Energy Traders Europe en de ACM. In december 2025 bereikten partijen al een voorlopig akkoord. De afgelopen weken zijn de laatste open punten verder uitgewerkt. Met de ondertekening door alle partijen is het akkoord nu definitief.
De ACM verwerkt de afspraken in het definitieve methodebesluit en verwacht dit op 16 februari te publiceren. Op basis daarvan kunnen de tarieven voor de periode 2027–2031 worden vastgesteld.
Veel belangrijke uitgangspunten lagen al vast in het voorlopige akkoord. Energie‑Nederland was nauw betrokken bij de verdere uitwerking, onder andere op het gebied van investeringsplannen, transparantie en de manier waarop plannen worden getoetst.
In de aanvullende afspraken is vastgelegd dat brancheverenigingen en netgebruikers eerder en beter worden betrokken bij toekomstscenario’s en investeringsplannen van netbeheerders. De ACM gaat deze plannen bovendien inhoudelijk toetsen. Dit moet helpen om investeringen doelmatig te houden en onnodige kosten te voorkomen.
Met het bereiken van het definitieve akkoord hebben partijen afgesproken geen juridische procedures te starten over de nieuwe reguleringsmethode. Alleen voor het onderdeel over de afschrijving van de historische boekwaarde van de netten maken sommige regionale netbeheerders een uitzondering. Over dit punt zijn zij het onderling niet eens geworden.
Deze regionale netbeheerders behouden het recht om hierover alsnog naar de rechter te stappen. Daarbij is afgesproken dat een eventuele uitspraak alleen gevolgen kan hebben voor de verdeling van kosten tussen netbeheerders onderling. De totale toegestane tariefinkomsten blijven gelijk.
De afspraken zijn gemaakt door Netbeheer Nederland, Coteq, Liander, Enexis, GTS, Stedin, TenneT, RENDO en Westland Infra, samen met de brancheverenigingen Energie‑Nederland, VEMW, Element NL, Vereniging Gasopslag Nederland, Vereniging LNG Shippers Nederland, Energy Traders Europe en de ACM. In december 2025 bereikten partijen al een voorlopig akkoord. De afgelopen weken zijn de laatste open punten verder uitgewerkt. Met de ondertekening door alle partijen is het akkoord nu definitief.
De ACM verwerkt de afspraken in het definitieve methodebesluit en verwacht dit op 16 februari te publiceren. Op basis daarvan kunnen de tarieven voor de periode 2027–2031 worden vastgesteld.
Veel belangrijke uitgangspunten lagen al vast in het voorlopige akkoord. Energie‑Nederland was nauw betrokken bij de verdere uitwerking, onder andere op het gebied van investeringsplannen, transparantie en de manier waarop plannen worden getoetst.
In de aanvullende afspraken is vastgelegd dat brancheverenigingen en netgebruikers eerder en beter worden betrokken bij toekomstscenario’s en investeringsplannen van netbeheerders. De ACM gaat deze plannen bovendien inhoudelijk toetsen. Dit moet helpen om investeringen doelmatig te houden en onnodige kosten te voorkomen.
Met het bereiken van het definitieve akkoord hebben partijen afgesproken geen juridische procedures te starten over de nieuwe reguleringsmethode. Alleen voor het onderdeel over de afschrijving van de historische boekwaarde van de netten maken sommige regionale netbeheerders een uitzondering. Over dit punt zijn zij het onderling niet eens geworden.
Deze regionale netbeheerders behouden het recht om hierover alsnog naar de rechter te stappen. Daarbij is afgesproken dat een eventuele uitspraak alleen gevolgen kan hebben voor de verdeling van kosten tussen netbeheerders onderling. De totale toegestane tariefinkomsten blijven gelijk.
woensdag 11 februari 2026
Energieprijzen zijn rustiger, maar risico op bijbetalen blijft
De rust op de energiemarkt betekent niet dat het risico op een hogere energierekening is verdwenen. Volgens energie expert Maartje van Loon van UnitedConsumers is dat risico juist verschoven. Niet de energieprijs, maar het eigen energieverbruik bepaalt steeds vaker hoe de eindafrekening uitvalt. Wie meer verbruikt dan vooraf is ingeschat, krijgt dat aan het einde van het jaar direct terug te zien.
Tijdens de energiecrisis draaide het nieuws vooral om hoge tarieven en onrust op de markt. Die externe factoren zorgden voor grote verschillen in energiekosten. Nu die onrust is afgenomen, verdwijnen die verschillen niet. Ze ontstaan steeds vaker door wat er binnenshuis gebeurt.
“Het bedrag dat je elke maand betaalt, is een inschatting van je totale kosten voor het hele jaar,” legt Van Loon uit. “Dat bedrag wordt verdeeld over 12 maanden. Ga je meer verbruiken dan verwacht, dan merk je dat aan het einde van het jaar.”
In een stabielere markt wordt het energieverbruik steeds belangrijker. Extra verwarmen in koude periodes of meer stroomverbruik in huis kan sneller doorwerken in de eindafrekening.
Volgens Van Loon onderschatten veel mensen die impact. “Juist nu de prijzen rustiger zijn, weegt je eigen verbruik zwaarder mee. Als je inzicht hebt in je verbruik, kun je beter beoordelen of je nog goed zit.” Waar consumenten zich eerder vooral richtten op het juiste moment om een contract af te sluiten, draait het nu steeds vaker om dagelijkse keuzes.
Voor veel huishoudens komt het echte inzicht pas bij de eindafrekening. In een periode met stabielere prijzen kan dat juist zorgen voor onverwachte verschillen. Kleine afwijkingen in verbruik bouwen zich in de loop van het jaar ongemerkt op.
“Wie pas achteraf kijkt, ziet vaak te laat dat het verbruik hoger is dan verwacht”, licht Van Loon toe. “Door eerder zicht te hebben op je verbruik, kun je sneller bijsturen. Dat verkleint de kans op een vervelende verrassing.”
Hoewel de energiemarkt nu rustiger is, blijft deze gevoelig voor spanningen in de wereld en weersomstandigheden. Die ontwikkelingen zijn lastig te voorspellen en liggen buiten de invloed van consumenten.
Tijdens de energiecrisis draaide het nieuws vooral om hoge tarieven en onrust op de markt. Die externe factoren zorgden voor grote verschillen in energiekosten. Nu die onrust is afgenomen, verdwijnen die verschillen niet. Ze ontstaan steeds vaker door wat er binnenshuis gebeurt.
“Het bedrag dat je elke maand betaalt, is een inschatting van je totale kosten voor het hele jaar,” legt Van Loon uit. “Dat bedrag wordt verdeeld over 12 maanden. Ga je meer verbruiken dan verwacht, dan merk je dat aan het einde van het jaar.”
In een stabielere markt wordt het energieverbruik steeds belangrijker. Extra verwarmen in koude periodes of meer stroomverbruik in huis kan sneller doorwerken in de eindafrekening.
Volgens Van Loon onderschatten veel mensen die impact. “Juist nu de prijzen rustiger zijn, weegt je eigen verbruik zwaarder mee. Als je inzicht hebt in je verbruik, kun je beter beoordelen of je nog goed zit.” Waar consumenten zich eerder vooral richtten op het juiste moment om een contract af te sluiten, draait het nu steeds vaker om dagelijkse keuzes.
Voor veel huishoudens komt het echte inzicht pas bij de eindafrekening. In een periode met stabielere prijzen kan dat juist zorgen voor onverwachte verschillen. Kleine afwijkingen in verbruik bouwen zich in de loop van het jaar ongemerkt op.
“Wie pas achteraf kijkt, ziet vaak te laat dat het verbruik hoger is dan verwacht”, licht Van Loon toe. “Door eerder zicht te hebben op je verbruik, kun je sneller bijsturen. Dat verkleint de kans op een vervelende verrassing.”
Hoewel de energiemarkt nu rustiger is, blijft deze gevoelig voor spanningen in de wereld en weersomstandigheden. Die ontwikkelingen zijn lastig te voorspellen en liggen buiten de invloed van consumenten.






























