Pagina's
dinsdag 30 december 2025
Europese Commissie stelt versnelling vergunningsprocedures voor energieopslag voor
Het voorstel wijzigt meerdere bestaande Europese richtlijnen, waaronder de Hernieuwbare Energierichtlijn (RED) en de Elektriciteits- en Gasmarktrichtlijnen. Aanleiding is dat langdurige en complexe vergunningsprocedures een structurele rem vormen op de energietransitie. Voor energieopslagprojecten kan vergunningverlening momenteel één tot zeven jaar duren. Die vertraging wordt veroorzaakt door versnipperde bevoegdheden, uitgebreide milieu-effectrapportages, beperkte digitalisering en een tekort aan capaciteit bij vergunningverlenende instanties. Hoewel eerdere Europese maatregelen, zoals de herziene RED en tijdelijke noodverordeningen, tot enige versnelling hebben geleid, blijven fundamentele knelpunten bestaan. Met dit voorstel wil de Commissie die gericht aanpakken.
Een belangrijk nieuw element is dat energieopslag voor het eerst een eigen vergunningenregime krijgt. De Commissie introduceert een specifiek kader voor stand-alone energieopslag, met uitzondering van waterstofopslag. Stand-alone opslag wordt daarbij gedefinieerd als een energieopslagsysteem dat niet is aangesloten bij een hernieuwbare opwekinstallatie, maar beschikt over een eigen netaansluiting. Hiermee erkent de Commissie energieopslag expliciet als zelfstandige flexibiliteitsoplossing voor het energiesysteem, in plaats van uitsluitend als ondersteunend onderdeel van hernieuwbare opwek.
Voor kleine opslaginstallaties tot 100 kW vervallen in het voorstel vrijwel alle administratieve vergunningseisen. Alleen een netaansluiting blijft verplicht en de maximale termijn daarvoor wordt vastgesteld op één maand. Deze projecten worden bovendien vrijgesteld van een milieu-impactassessment, met uitzondering van locaties in Natura 2000-gebieden of beschermd erfgoed. Voor grotere opslaginstallaties boven 100 kW geldt een maximale vergunningsduur van zes maanden, inclusief milieuonderzoek en netaansluiting. Voor pompaccumulatie blijft een langere termijn van maximaal twee jaar gelden vanwege de zwaardere milieueisen. Ook bij hybridisatie van bestaande hernieuwbare installaties, bijvoorbeeld door toevoeging van opslag, wordt de procedure vereenvoudigd: milieuonderzoek mag zich beperken tot de extra impact en de termijn voor netaansluiting wordt verkort tot maximaal drie maanden.
Daarnaast kent het voorstel energieopslag een sterkere juridische positie toe door deze aan te merken als project van overheersend openbaar belang. Totdat klimaatneutraliteit is bereikt, moeten lidstaten ervoor zorgen dat bij vergunningafwegingen de planning, bouw en exploitatie van hernieuwbare energie-installaties, netten, opslagfaciliteiten en laadstations voorrang krijgen boven andere belangen. Alleen in uitzonderlijke gevallen, zoals bij cultureel erfgoed of onaanvaardbare milieuschade, kan hiervan worden afgeweken. Tegelijkertijd blijft het beschermingsniveau voor natuur en milieu formeel intact door gerichte en voorwaardelijke vrijstellingen.
Verder wordt energieopslag expliciet verankerd in de netplanning. In de Elektriciteitsmarktrichtlijn wordt vastgelegd dat netbeheerders bij hun tien- en vijftienjarige netontwikkelingsplannen actief moeten kijken naar energieopslag, vraagrespons en andere niet-fossiele flexibiliteitsopties als alternatief voor traditionele netverzwaring.
Het voorstel van de Europese Commissie is nog geen wet. Het wordt de komende periode behandeld door het Europees Parlement en de Raad. Pas na formele aanneming moeten lidstaten de nieuwe regels binnen twee jaar omzetten in nationale wetgeving. Voor Energy Storage NL markeert dit voorstel een belangrijke stap richting een snellere en beter voorspelbare uitrol van energieopslag in Europa. De uiteindelijke impact voor de Nederlandse sector zal echter afhangen van de politieke onderhandelingen in Brussel en de wijze waarop Nederland de richtlijn uiteindelijk implementeert.
UHasselt, imec en Soltech openen testveld voor vrijstaande constructies met geïntegreerde zonnecellen
Het testveld maakt deel uit van het EFRO-investeringsproject IN2PV. Het wordt een gecontroleerde omgeving waar onderzoekers zonder tijdrovende vergunningsprocedures nieuwe technologieën kunnen uittesten. “Hier hebben we alle technieken én voldoende ruimte ter beschikking om producten ten volle uit te testen. Zowel materialen die we zelf in onze labo’s op EnergyVille ontwikkelen en opschalen als materialen van industriële partners”, zegt prof. dr. Michaël Daenen (UHasselt/imec/EnergyVille) coördinator van het IN2PV project.
Het testveld richt zich niet op klassieke zonnepanelen, maar op nieuwe toepassingen waarbij de zonnepanelen zelf deel uitmaken van de structuur, zoals bij overkappingen voor parkeerplaatsen, geluidsbarrières of Agri-pv voor landbouwtoepassingen. Al deze constructies worden gemonitord met de allernieuwste meettechnologieën in twee containerunits op het terrein.
“Naast camera’s voor Electroluminiscentie (EL) , Photoluminiscentie (PL) en infrarood thermografie, beschikken we ook over alle state-of-the-art meteo en monitoring van de PV-installaties, onder andere ook over de door imec gepatenteerde glasvezelsensoren om temperatuur en mechanische stress binnenin de modules te kunnen meten en zo degradatieprocessen over meerdere jaren heen nauwkeurig op te volgen. Daarnaast worden ook meteorologische data zoals zonlicht, wind, regen en passerende bewolking minutieus bijgehouden”, zegt Michaël Daenen.
maandag 29 december 2025
1e Clean Energy Hub voor binnenvaart in de Betuwe
De binnenvaart is een belangrijk onderdeel van ons transport en economie. Elke dag vervoeren schepen grote hoeveelheden goederen, zoals bouwmaterialen, landbouwproducten en containers.
Wegen en spoor hebben een beperkte capaciteit, maar op het water is er nog veel ruimte. Tegelijkertijd stoten schepen veel broeikasgassen uit. Omdat we niet zonder deze vorm van transport kunnen, is verduurzaming cruciaal.
Over de rivier de Waal wordt het meest gevaren in Nederland. Jaarlijks varen hier ongeveer 120.000 schepen richting Rotterdam en verder Europa in. Dit maakt IJzendoorn een logische plek voor de 1e Clean Energy Hub. Door op doordachte plekken schone energie beschikbaar te maken, wordt de binnenvaart toekomstbestendig en dragen we bij aan een klimaatneutraal Europa.
De Clean Energy Hub Betuwe is de 1e in zijn soort in Nederland. Een Clean Energy Hub is een openbaar toegankelijke tank- laad- of bunkerfaciliteit voor de weg of binnenvaart. De Hub heeft minimaal 2 alternatieve, duurzame energiebronnen en is vooral gericht op zwaar goederenvervoer. Op de Waal bij IJzendoorn krijgen schepen straks duurzame brandstoffen geleverd en kunnen ze stroom laden. Ook komt er walstroom voor de overnachtingshaven van Rijkswaterstaat en energie voor lokale projecten, zoals dijkversterking en voor de zandwinning van Dekker Groep. De hub wordt aangesloten op het elektriciteitsnet en krijgt batterijopslag om de levering van stroom te garanderen. Zo helpen we ook om netcongestie (overbelast stroomnet) in de regio te verminderen.
De energie voor de hub wordt lokaal opgewekt. Voor 2 drijvende zonneparken zijn vergunningen verleend. In het voorjaar van 2026 start de aanleg van het 1e zonnepark in Willemspolder. Dit park krijgt een capaciteit van 5 megawatt en kan later worden uitgebreid naar 10 megawatt. Het zonnepark krijgt een natuurvriendelijke inrichting met drijvende groene eilanden en biohutten voor onderwaterleven. Solinoor bouwt het zonnepark en ontwikkelt de hub.
woensdag 24 december 2025
Batterijen in Serooskerke vangen stroompiek Kerstmis op
Eerder dit jaar vroeg Stedin in een Europese aanbesteding aan marktpartijen om 4 megawatt aan vermogen te leveren. 4 megawatt staat ongeveer gelijk aan de stroomvoorziening van een dorpskern van 3.000 tot 6.000 woningen. Deze aanbesteding is gewonnen door B-charge en Rent a Battery. Iedere dag laat Stedin aan de leveranciers van de batterijen weten hoe de batterij aangestuurd moet worden op basis van de te verwachte belasting van het stroomnet. De batterijen bieden veel voordelen ten opzichte van de stroomgeneratoren: het is een duurzame oplossing, er is minder geluid en minder overlast voor de omgeving.
Het batterijpark in Serooskerke staat op een redelijk afgelegen plek in de buurt van de N57. Deze locatie is gekozen zodat de installatie een minimale impact heeft op de omgeving. De batterijen worden alleen geplaatst en ingezet in de periodes waarin stroompieken worden verwacht. Dat gaat vooralsnog om de kerstvakantie en Pasen.
“In een relatief korte periode is het gelukt om een duurzame oplossing te ontwikkelen om de stroompieken in de gemeente Veere op te vangen”, vertelt Martin Martens, regiodirecteur Zeeland en Rotterdamse haven bij Stedin. “Ik ben de gemeente Veere dankbaar voor hun enorme inzet voor het verkrijgen van de grond voor de batterij-opstelling. Daarnaast hebben we in goed overleg de eisen voor de inpassing van de batterijen met de omgeving afgestemd.”
“Met deze batterij-opstelling laten we zien dat slimme, tijdelijke opslag een volwaardig alternatief is voor fossiele noodoplossingen,” zegt Kevin de Ruiter van B-charge. “We kunnen binnen korte tijd flexibel vermogen leveren, precies daar en wanneer het nodig is. Zo helpen we netbeheerders om piekbelasting duurzaam op te vangen, met minimale impact op de omgeving.”
dinsdag 23 december 2025
Slimme aansturing van hybride warmtepompen biedt oplossing tegen netcongestie
De groei van (hybride) warmtepompen, laadpalen en elektrische apparaten zorgt voor toenemende belasting van het lokale stroomnet. Het stroomnet raakt steeds voller en er dreigt op sommige plekken zelfs overbelasting. In Dalen is aangetoond dat het laagspanningsnet aanzienlijk kan worden ontlast door de slimme en centrale aansturing van hybride warmtepompen. Het resulteerde in 10 tot 25% reductie van de avondpiek. Deze resultaten zijn specifiek voor deze wijk en testopzet – met circa 40% deelnemende huishoudens. Bram Gerrist, Directeur Innovatie & Ontwikkeling bij Enexis: “De pilot in Dalen toont aan dat het stroomnet beter wordt benut en dat op piekmomenten het lokale stroomnet wordt ontlast zonder dat bewoners comfort verliezen. Hierdoor kan een eventuele netuitbreiding worden uitgesteld of mogelijk zelfs worden voorkomen. Iets wat zowel de maakbaarheid van de energietransitie als de betaalbaarheid voor de bewoners ten goede komt”.
De hybride warmtepompen worden automatisch en centraal aangestuurd, waarbij bewoners altijd inspraak houden in het verwarmingsproces door middel van een comfortknop (‘opt-out’). Slechts een beperkte groep bewoners maakte hier gebruik van, wat het vertrouwen in het systeem benadrukt. Louis Visser, Manager Innovatie bij Intergas; “Door de prestaties van hybride warmtepompen in DACS-HW te optimaliseren, minimaliseren we het risico op netoverbelasting. Bewoners zien tegelijk het voordeel: meer dan zeventig procent minder gasverbruik voor verwarming. Dit resulteert direct in een lagere energierekening en een reductie in CO2-uitstoot.”
Binnen de pilot wordt gewerkt met metingen, aanstuurscenario’s en dataverzameling via een open-source cloudplatform. Zowel data uit slimme meters en warmtepompen, als netdata worden veilig uitgelezen en transparant gedeeld, met volledige borging van privacy. De piekreductie lag tussen de 10 en 25 procent, afhankelijk van de gekozen aansturingsmethoden en wensen van bewoners.
GIGA Storage en Vattenfall sluiten historisch tollingcontract van 100 MW voor batterijproject Leopard in Nederland
De tollingovereenkomst vormt een belangrijk onderdeel van de route-to-market strategie van GIGA Storage. De overeenkomst levert GIGA Storage vaste inkomsten op lange termijn op, wat onder andere de financiering van het project ondersteunt. In ruil daarvoor verkrijgt Vattenfall het recht om 100 MW van de Leopard-capaciteit te optimaliseren voor diensten als netstabiliteit, balancering van het portfolio en elektriciteitshandel.
Deze samenwerking combineert de bewezen expertise van GIGA Storage in het ontwikkelen, bouwen en exploitateren van grootschalige batterijsystemen met de uitgebreide marktkennis en ervaring van Vattenfall op het gebied van BESS-optimalisatie.
“Deze overeenkomst met Vattenfall onderstreept het strategische belang van grootschalige energieopslag bij het oplossen van de bestaande netuitdagingen,” aldus Kevin Dijkers, CEO van GIGA Storage. “Leopard speelt een sleutelrol in het verlagen van de congestiedruk op het TenneT-net en versnelt de integratie van hernieuwbare energie. We zijn trots dat we dit project samen met Vattenfall, één van Europa’s toonaangevende energiebedrijven, kunnen realiseren.”
maandag 22 december 2025
Nederlandse hernieuwbare energiesector gaat bijdragen aan wederopbouw Oekraïne
Met dit initiatief van NedZero leveren Nederlandse bedrijven in de hernieuwbare energiesector, met de overheid, gerichte steun aan de opbouw van de Oekraïense decentrale energievoorziening en positioneren zij zich vroegtijdig in een toekomstige groeimarkt.
Oekraïne gaat haar vierde oorlogswinter in met een zwaar beschadigde en kwetsbare energie infrastructuur. Het eind oktober 2025 gepubliceerde rapport Ukraine’s energy security: A pre winter assessment van het Internationaal Energieagentschap (IEA) beschrijft dat de energievoorziening, ondanks herstelwerkzaamheden, onder grote druk blijft staan door systematische aanvallen op energie- installaties.
Het IEA noemt zes prioriteiten: bescherming van infrastructuur, decentrale opwek, versterking van Europese netverbindingen, gasdiversificatie, noodverwarming en internationale samenwerking. Het programma Renewed Energy for Ukraine richt zich in het bijzonder op het stimuleren van decentrale energieopwekking met wind, zon en opslag. Dit is cruciaal voor de energieleveringszekerheid voor Oekraïne in de nabije toekomst.
Het programma draagt bij aan collectieve positionering van Nederlandse bedrijven met concrete oplossingen voor:
windenergie (op land), zonne-energie en batterijopslag;
hergebruik van gereviseerde Nederlandse windturbines die vrijkomen bij repowering;
combinaties van wind, zon en opslag in decentrale energiesystemen;
de opzet en ontwikkeling van een Oekraïense offshore windindustrie op langere termijn.
Circulaire oplossingen en systeemintegratie
Het PIB-programma heeft drie doelen:
Het stimuleren van groene economische activiteiten in Oekraïne.
Het werken aan de ontwikkeling van menselijk kapitaal en HR voor de hernieuwbare energiesector.
Het bevorderen van kansen voor Nederlandse bedrijven op de Oekraïense markt voor hernieuwbare energie.
Op die manier draagt het programma bij aan zowel de duurzame wederopbouw van Oekraïne als aan systeemintegratie en circulaire ketens in de Europese energietransitie.
Belangrijke stap naar een aardgasvrij Noordersluis
Door een energiecoöperatie op te richten, kunnen de bedrijven Farm Dairy, Intersnack, Sherwin Williams, Van Wijk en Werkcon als één partij in gesprek gaan met bijvoorbeeld de netbeheerder. Arend Bouwer van Farm Dairy is voorzitter van LelyWatt. Hij is trots op deze mijlpaal: "Het is heel mooi wat we bereikt hebben. De vijf bedrijven verbruiken veel energie, maar wekken ook energie op. Samen zoeken we naar mogelijkheden om het beschikbare elektrisch vermogen met elkaar te delen. Ook gaan we samen investeren in duurzame opwek of opslag."
Gemeente Lelystad speelde een belangrijke rol in het bij elkaar brengen van de vijf bedrijven. Wethouder Sjaak Kruis ziet in de samenwerking een blauwdruk voor andere bedrijventerreinen in Lelystad: "Deze samenwerking laat zien dat Lelystadse bedrijven niet denken in problemen, maar in oplossingen. Dat ze begrijpen voor welke uitdagingen we staan. Het toont ook hun bereidheid om daar een bijdrage aan te leveren. Vanuit de gemeente blijven we de energiecoöperatie steunen met kennis en financiering."
Recordaantal nationale energie-infrastructuurprojecten van start in 2025
Nederland stapt over op meer duurzame energie. Daarmee worden we minder afhankelijk van fossiele energie uit het buitenland en zorgen we dat – nu en in de toekomst – bedrijven en woningen van voldoende energie worden voorzien. Om dit te realiseren wordt de komende jaren veel nieuwe energie-infrastructuur bijgebouwd, van uitbreidingen van het elektriciteitsnet tot buisleidingen voor onder meer waterstof. De Rijksoverheid zorgt daarbij voor een snelle en zorgvuldige voorbereiding van projecten zodat netbeheerders zo snel mogelijk kunnen beginnen met bouwen.
Het realiseren van grootschalige energieprojecten is complex, onder andere vanwege de schaarse ruimte voor grote energieprojecten, beperkte stikstofruimte en schaarste aan personeel en materialen. De Rijksoverheid werkt samen met de netbeheerders en medeoverheden om het tempo erin te houden. Het kabinet heeft in 2025 een versnellingspakket geïntroduceerd om de uitbreiding van het stroomnet te versnellen door procedures te verkorten, extra gebiedsinvesteringen en ondersteuning voor medeoverheden. Daarnaast werkt het kabinet met TenneT aan een forse versnelling bij de 26 meest urgente projecten om het hoogspanningsnet uit te breiden. Bij de eerste projecten is de nieuwe aanpak van start gegaan.
Met het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK) bepaalt de overheid welke grote projecten van nationaal belang extra ondersteuning krijgen. Door prioritering tijdens de uitvoering of het versneld uitvoeren van benodigde onderzoeken. In 2025 zijn acht nieuwe projecten toegevoegd aan het programma. Bijvoorbeeld onderzoek naar de uitrol van een regionaal waterstofnetwerk en waar extra kabels en leidingen nodig zijn als vliegtuigen in de toekomst op elektriciteit of waterstof gaan.
vrijdag 19 december 2025
Gasunie en Thyssengas ondertekenen overeenkomst voor eerste grensoverstijgende waterstofinfrastructuur tussen Nederland en Duitsland
De grenspunten in Oude Statenzijl (Groningen) en Vlieghuis (Drenthe) vormen straks een belangrijke schakel om de Nederlandse industriële regio's, importroutes en opslag- en productiefaciliteiten te verbinden met industriële regio's in Duitsland en de rest van Noordwest-Europa.
In de overeenkomst staan belangrijke technische en organisatorische zaken, waaronder planning, locatie, capaciteit en andere specificaties. Zulke afspraken zijn nodig om waterstof veilig en betrouwbaar over de grens te kunnen transporteren. Het ondertekenen van deze overeenkomsten is een mooie eerste stap naar de volledige realisatie van meerdere cross-border waterstofverbindingen tussen Nederland en Duitsland.
Eerste Kamer stemt in: Wet collectieve warmte is een feit
De wet verplicht een publiek meerderheidsbelang in warmtebedrijven, behalve bij kleine systemen (<1.500 aansluitingen) waar private partijen mogen blijven investeren. Op dit moment is 90% van de huishoudens die warmte afnemen klant bij private bedrijven (zie onderzoek). De uitdaging is om zo snel mogelijk publieke realisatiekracht op te bouwen bij gemeenten, provincies en warmtegemeenschappen. Het doel van de wet is immers helder: versnelling van de warmtetransitie.
Aanwijzing EBN als Nationale Deelneming Warmte door het kabinet. EBN’s kennis en professionaliteit zijn cruciaal om publieke partijen te ondersteunen en opschaling mogelijk te maken.
Daarnaast is er dringend behoefte aan helderheid over de GAW (Gestandaardiseerde ActivaWaarde). Dit is niet alleen relevant voor toekomstige verkoop van private warmtebedrijven, maar ook vandaag al voor het aantrekken van financiering voor investeringen in verduurzaming.
Op 1 januari 2027 moet de Wcw in werking treden. Dat betekent dat ook het onderliggende Besluit collectieve warmte (Bcw) op tijd afgerond moet zijn. Vooral de tariefregulering en het CO₂-afbouwpad vragen nog veel aandacht. Energie-Nederland blijft zich samen met het ministerie en andere stakeholders inzetten voor een snelle en effectieve uitrol van de Wcw.
donderdag 18 december 2025
Fluvius start laatste fase uitrol digitale meters en informeert RAI-premie-klanten
Begin 2026 start Fluvius met de plaatsing van de laatste 20% digitale energiemeters in Vlaanderen, goed voor zo’n 1 250 000 meters voor elektriciteit en gas samen. Bij die groep klanten, die geen zonnepanelen hebben, zitten in verhouding meer oudere aansluitingen. En daar zijn vaak extra vernieuwingswerken nodig, gaande van beperkte ingrepen tot integrale vernieuwing. Daarom loopt dat traject ook door tot medio 2029, meer gespreid in de tijd dan in de voorbije jaren.
De werken zullen worden uitgevoerd door eigen technici en aannemers van Fluvius. Maar daarnaast worden er ook 3 extra aannemers ingeschakeld: DigiQS, TEAPlus en 3DM. Alle technici zullen beschikken over de nodige competenties om dit soort werken uit te voeren. Waar nodig plannen we voorbereidende bezoeken om exact te kunnen bepalen welke vernieuwingswerken er nodig zijn. Alle betrokken klanten krijgen daarvoor een persoonlijke uitnodiging.
Begin 2025 moesten er nog 403 000 woningen, appartementen en kleine bedrijven met zonnepanelen een digitale meter krijgen. Zij konden nog tot eind ’24 uitstel genieten maar werden daarna stapsgewijs omgebouwd. In de voorbije 11 maanden gebeurde dat al bij 345 000 van die klanten. En in de komende maanden komen er nog zo’n 58 000 klanten aan de beurt.
Daarbij horen ook 20 000 klanten die hun zonnepanelen lieten plaatsen tussen 2014 en eind 2020 en nog recht hebben op een retroactieve investeringspremie. Voor een gemiddelde installatie ligt dat bedrag tussen de 1000 en 2000 euro. Omdat de premie na 31 december 2025 niet meer kan aangevraagd worden, behandelt Fluvius die klanten prioritair. Dit jaar werden er al 150 000 premie-aanvragen verwerkt door Fluvius.
Specifiek voor woningen waar Fluvius de digitale meters dit jaar niet meer kan plaatsen omwille van noodzakelijke saneringswerken, voorziet Vlaams minister van Energie Melissa Depraetere tijd tot 31 maart 2026. Concreet zijn dat situaties waar er extra aanpassingswerken nodig zijn, bijvoorbeeld aan de aansluitkabel of de meterkast.
Waterstofproef in Lochem succesvol afgerond
De bewoners willen hun monumentale woningen verduurzamen, met behoud van de erfgoedwaarde. Het is gelukt om de huizen op een duurzame manier te verwarmen. Dat kon door goed te isoleren en het bestaande gasnet te gebruiken voor waterstof.
De proef leverde waardevolle inzichten op over techniek, veiligheid, communicatie en samenwerking. Technisch blijkt het bestaande aardgasnet geschikt voor waterstof, met de juiste aanpassingen. Monteurs en installateurs kunnen zich snel bijscholen, dankzij hun ervaring met gassystemen. Ook is het project een goed voorbeeld van een geslaagde samenwerking tussen bewoners, bedrijven en overheden. In het project werkten bewoners, Lochem Energie, Remeha, Westfalen Gassen Nederland, installatiebedrijf Kimenai, gemeente Lochem en wij nauw samen.
Het project laat zien dat waterstof een veilige en betrouwbare manier is om bestaande woningen te verduurzamen. Om dit op grote schaal toe te passen, is eerst meer groene en betaalbare waterstof nodig. Voor nu biedt waterstof vooral kansen voor de industrie. Daar zijn vaak hoge temperaturen nodig. Ook kan het helpen om het elektriciteitsnet te ontlasten. In Deventer en Amsterdam werkt Firan al aan regionale waterstofnetten voor bedrijven.
Erfgoed verduurzamen vraagt om maatwerk. Daarom ondersteunden we naast dit project in Lochem ook gebiedsgerichte proeven in Bronkhorst en Ellecom. Daar ging het vooral maatregelen om energie te besparen.
woensdag 17 december 2025
ACM: terugleverkosten zonnestroom niet onredelijk, contracten moeilijk te vergelijken
De ACM ziet wel dat leveranciers terugleverkosten op allerlei verschillende manieren doorberekenen aan hun klanten. Hierdoor is het voor klanten vaak niet duidelijk waar ze voor betalen en is het moeilijk contracten met elkaar te vergelijken. Daarom pleit de ACM er voor dat energieleveranciers terugleverkosten per hoeveelheid teruggelevede stroom in rekening brengen.
Sinds 2023 brengen steeds meer energieleveranciers kosten in rekening voor de stroom die huishoudens met zonnepanelen terugleveren. De ACM heeft al 2 keer eerder onderzoek gedaan naar terugleverkosten. Uit deze onderzoeken bleek dat leveranciers daadwerkelijk kosten maken voor teruggeleverde zonnestroom en dat terugleverkosten niet onredelijk waren. Omdat de ACM zag dat de terugleverkosten bleven stijgen heeft de ACM vorig jaar besloten hier opnieuw onderzoek naar te doen. Voor dit vervolgonderzoek heeft de ACM informatie opgevraagd bij 16 energieleveranciers. Ook heeft de ACM bij 5 leveranciers (Essent, Eneco, Greenchoice, Frank Energie en Zonneplan) bedrijfsbezoeken uitgevoerd. Hierbij heeft de ACM de aangeleverde informatie gecontroleerd en extra onderzoek gedaan naar manieren waarop leveranciers terugleverkosten berekenen.
Uit het onderzoek blijkt dat de kosten die verschillende leveranciers maken voor teruggeleverde stroom niet erg van elkaar verschillen. Energieleveranciers kunnen goed onderbouwen welke kosten zij maken. Ook de manier waarop zij deze kosten doorberekenen aan hun klanten is goed uitlegbaar. Klanten met zonnepanelen draaien dus niet op voor andere kosten, zoals de onbalanskosten van zonneparken of kosten vanwege het overvolle stroomnet. Uit het onderzoek blijkt verder dat leveranciers een steeds groter deel van de kosten voor zonnestroom alleen in rekening brengen bij klanten met zonnepanelen. Hierdoor zijn de terugleverkosten voor huishoudens met zonnepanelen de afgelopen tijd gestegen. Inmiddels worden de kosten alleen nog door klanten met zonnepanelen betaald, en is de hoogte van de kosten op een stabiel niveau. De ACM verwacht dat deze kosten – bij gelijkblijvende marktomstandigheden – dus ook niet verder zullen stijgen.
Het doorberekenen van terugleverkosten en het einde van de salderingsregeling in 2027 zorgen er voor dat de financiële opbrengst van zonnepanelen lager wordt. Om zoveel mogelijk baat te hebben van zonnepanelen is het raadzaam om de stroom van zonnepanelen zoveel mogelijk te gebruiken op het moment dat dit wordt opgewekt. Dynamische energiecontracten worden ook steeds interessanter voor huishoudens met zonnepanelen. Deze leveranciers maken minder kosten voor huishoudens met zonnepanelen, daarom hoeven klanten van dynamische leveranciers niet of nauwelijks terugleverkosten te betalen. Dynamische contracten zijn alleen interessant voor mensen die het risico van sterk wisselende tarieven kunnen dragen.
Uit dit onderzoek en uit de maandelijkse Monitor Consumentenmarkt Energie blijkt dat er voor huishoudens met zonnepanelen echt wat te kiezen is. Leveranciers brengen de kosten voor zonnestroom op allerlei verschillende manieren in rekening. Het is voor leveranciers niet verboden om kosten op verschillende manieren in rekening te brengen, maar het is voor klanten vaak wel ingewikkeld. Ook is het hierdoor moeilijk om verschillende soorten contracten met elkaar te vergelijken. De ACM pleit er daarom voor dat leveranciers de terugleverkosten op een eenduidige manier in rekening brengen. In het modelcontract per 1 januari 2026 – het standaardcontract dat alle energieleveranciers verplicht aan moeten bieden – schrijft de ACM voor dat energieleveranciers terugleverkosten altijd per kilowattuur teruggeleverde stroom moeten berekenen. De ACM vindt dit ook voor andere contracten de juiste methode.
Zie ook
Goedkoopste en duurste laadpaal: prijsverschil ruim € 100 voor een volle batterij
De voordeligste openbare laadpunten van Nederland vind je in Peel en Maas (Limburg), blijkt uit de analyse van Independer op basis van data van Eco-Movement. In deze gemeente zijn laadlocaties te vinden waar je ‘maar’ 21 cent betaalt voor een kWh. Een volle batterij van 75 kWh komt hier uit op € 15,75. De duurste paal van Nederland? Die staat in Brunssum. Bij dit laadpunt betaal je € 1,55 per kWh en dus € 116,25 voor een volle batterij.
“Het verschil tussen de goedkoopste en duurste laadpaal in Nederland kan oplopen tot € 100 voor een volle batterij,” zegt Joris Kerkhof, energie-expert bij Independer. “Zelfs binnen één gemeente zijn de verschillen groot. In Brunssum betaal je bijvoorbeeld bij de duurste paal € 1,55 per kWh, maar elders in de gemeente slechts 37 cent. Dat scheelt ruim € 90 voor dezelfde volle batterij. Het loont dus écht om te letten op waar je oplaadt. Door de grote prijsverschillen is Brussum namelijk niet gemiddeld de duurste gemeente van ons land.”
In Nederland zijn inmiddels ruim 190.000 semi-openbare laadpunten. Voor een volle batterij van 75 kWh betaal je in ons land gemiddeld € 35,35. In Zeeland liggen de laadkosten fors hoger: € 43,56. Ook in Friesland (€ 39,02) Flevoland en Utrecht (beide € 38,12) ben je bovengemiddeld duur uit. Limburg is juist het voordeligst met € 25,35 per laadbeurt.
Niet alleen tussen provincies, maar ook tussen gemeenten lopen de kosten sterk uiteen. Waar ben je nu gemiddeld het meest kwijt om je auto te laden? Het Friese Súdwest-Fryslân is landelijk de duurste: een volle batterij kost hier gemiddeld € 59. Ook Scherpenzeel en Heemstede staan hoog in de lijst.
De top 10 duurste gemeenten van Nederland om je auto op te laden is als volgt:
Súdwest-Fryslân (Friesland): € 58,99 voor een volle batterij
Scherpenzeel (Gelderland): € 50,36 voor een volle batterij
Heemstede (Noord-Holland): € 50,36 voor een volle batterij
Woudenberg (Utrecht): € 50,36 voor een volle batterij
Culemborg (Gelderland): € 47,34 voor een volle batterij
Breda (Noord-Brabant): € 47,34 voor een volle batterij
Eindhoven (Noord-Brabant): € 47,34 voor een volle batterij
Loon op Zand (Noord-Brabant): € 47,34 voor een volle batterij
Dongen (Noord-Brabant): € 47,34 voor een volle batterij
Dordrecht (Zuid-Holland): € 47,34 voor een volle batterij
De goedkoopste laadpalen staan juist in het Brabantse Altena (€22,69 voor een volle batterij). “Er zijn in ons land ruim 100 verschillende laadpaal aanbieders. Die hanteren allemaal hun eigen prijzen. Ook zijn er gemeenten die afspraken hebben gemaakt over de plaatsing en tarieven van de publieke palen. Daardoor kunnen de verschillen zo groot zijn”, legt energie-expert Kerkhof van Independer uit.
Op zoek naar een goedkope laadpaal? Vermijd dan de laadpunten die te vinden zijn in parkeergarages. “In een parkeergarage betaal je gemiddeld 8,5% meer voor je stroom dan langs de openbare weg. Ondergrondse parkeergarages zijn nóg duurder. Je auto opladen is hier zelfs gemiddeld 17% duurder dan langs de weg. Dan zijn de parkeerkosten nog niet eens meegerekend,” zegt Kerkhof.
Enexis sluit eerste groepstransportovereenkomst met 14 bedrijven op Bedrijvenpark Pannenweg
Dankzij de GTO beschikken de bedrijven, onder de groepsentiteit EHP-P, over één gezamenlijk transportcontract, in plaats van individuele contracten. Hierdoor kunnen ze pieken en dalen in hun energieverbruik en -opwek op elkaar afstemmen. Hoewel de overeenkomst geen extra fysieke capaciteit creëert op het stroomnet, biedt het bedrijven in de groep wel perspectief. Door samen te werken kunnen zij hun uitbreidings- en verduurzamingsplannen wel verwezenlijken, die zij individueel niet kunnen realiseren vanwege netcongestie.
De bedrijven waren eerder al binnen EHP-P begonnen met het onderling delen van energie. Zij starten nu ook met het delen van transportcapaciteit. Met behulp van een energiemanagementsysteem (EMS) kunnen de bedrijven real-time sturen op vraag en aanbod. Opgewekte energie kan worden opgeslagen of binnen de groep worden verdeeld, daar waar vraag ontstaat, zonder het stroomnet extra te belasten. Nauwkeurige bewaking van de gezamenlijke netcapaciteit is noodzakelijk. Daarom wordt ook dit real-time gemonitord en gemeten. Op deze manier wordt ervoor gezorgd dat de afgesproken limieten met Enexis worden nageleefd en de betrouwbaarheid van het systeem wordt gegarandeerd.
Een GTO vraagt om nauwe samenwerking tussen ondernemers, netbeheerders, financiers en andere betrokkenen. Parkmanagement Pannenweg toont aan dat deze collectieve aanpak werkt. De samenwerking tussen Rabobank, Parkmanagement, het EHP-P en de gemeente Nederweert begon jaren geleden met een Green Deal.
De komende jaren werkt Enexis samen met andere netbeheerders en bedrijven aan de verdere ontwikkeling en opschaling van de groepstransportovereenkomst. Enexis werkt op dit moment samen met 10 bedrijventerreinen aan de ontwikkeling van een groepstransportovereenkomst. Het doel: de beschikbare capaciteit van het stroomnet zo efficiënt mogelijk te benutten en ondanks netcongestie te kijken naar wat wel kan.
dinsdag 16 december 2025
Overheid herhaalt campagne om stroomverbruik tijdens piekuren te verminderen
In dit tijdblok komt veel stroomgebruik samen doordat mensen thuiskomen, koken, apparaten aanzetten en de elektrische auto opladen. Hoewel netbeheerders het stroomnet de komende jaren fors uitbreiden, blijft het belangrijk om het stroomnet juist in deze piekuren minder zwaar te belasten. Door bijvoorbeeld de wasmachine later aan te zetten, het opladen van een elektrische auto uit te stellen of het aanzetten van apparaten te plannen met een timer.
Op steeds meer plekken loopt het stroomnet tegen de grenzen aan. Dat komt doordat we steeds meer stroom tegelijk gebruiken én op andere momenten produceren (met zonnepanelen). De uitbreiding van het stroomnet – zoals de aanleg van dikkere kabels en extra transformatorstations – is in volle gang, maar kost tijd. Om storingen te voorkomen en de betrouwbaarheid van het systeem te behouden, is het nodig dat we de druk op het stroomnet verminderen op momenten dat dit het meest nodig is. Daarom roepen we op minder stroom te gebruiken tussen 16 en 21 uur, want zo gaan we de stroompiek tegen.
Hoewel veel huishoudens hier thuis nog weinig van merken, zijn de gevolgen in de samenleving al zichtbaar. Duizenden bedrijven staan op wachtlijsten voor zwaardere aansluitingen, nieuwe woningen kunnen soms nog niet worden aangesloten en verduurzamingsplannen lopen vertraging op. Dit zet een rem op de economische groei en de energietransitie van Nederland.
Het stroomnet uitbreiden kost veel geld, tijd en ruimte, het is daarom cruciaal dat we de ruimte die er is slimmer benutten. Buiten de piekuren is er vaak voldoende capaciteit beschikbaar. Door juist dan stroom te gebruiken, is het stroomnet beter in balans. Voor huishoudens met zonnepanelen geldt dat zij hun eigen duurzame stroom direct kunnen gebruiken wanneer de zon schijnt. Maar ook zonder panelen helpt het om apparaten te gebruiken op momenten dat het net rustiger is.
Vier miljoen euro voor aanleg waterstofnetwerk in de haven van Amsterdam
De ontwikkeling van een waterstofeconomie blijft achter door een klassiek kip-ei-probleem: de infrastructuur vereist afnamezekerheid, terwijl producenten en afnemers pas besluiten in te stappen bij een gegarandeerde infrastructuur. De overheid kan deze impasse doorbreken door mee te investeren in de infrastructuur, zodat de waterstofeconomie zich kan ontwikkelen.
Wethouder Pels (Duurzaamheid): “Met een waterstofnetwerk kunnen we grote stappen zetten in het verminderen van CO2 uitstoot. We hopen dat het Rijk hierin ook zijn verantwoordelijkheid neemt. Voor een succesvolle waterstofeconomie is ondersteuning van productie, import en gebruik van waterstof nodig, én een tijdige ontwikkeling van het landelijk waterstofnet met grootschalige opslag.”
De haven van Amsterdam is bij uitstek geschikt voor waterstof: er zijn importmogelijkheden via terminals en een concentratie van industriële afnemers met een grote verduurzamingsopgave.
Voor de realisatie van H2avennet is een totale investering van circa 40 miljoen euro nodig, op basis van de huidige uitwerking van het ontwerp. De bijdrage van de gemeente vergroot de kans dat het project door kan gaan, maar er zijn nog andere risico’s. Het belangrijkste risico voor H2avennet ligt in het aantal aansluitingen en de investeringsbereidheid van producenten en gebruikers van waterstof. Dit hangt onder anderen samen met de beschikbaarheid en betaalbaarheid van waterstof.
Met deze stap draagt de gemeente Amsterdam actief bij aan de ontwikkeling van de waterstofeconomie en verstevigt zij de internationale positie van de haven van Amsterdam als duurzaam energieknooppunt. Het versterkt de aantrekkingskracht van Amsterdam als duurzame, innovatieve stad en kan verdere economische ontwikkeling en verduurzaming aanjagen.
De gemeenteraad van Amsterdam zal begin 2026 een besluit nemen over deze investering. Firan wil in 2026 een investeringsbesluit nemen. Er wordt gewerkt aan een definitief ontwerp en afspraken met toekomstige gebruikers van het netwerk.
maandag 15 december 2025
PreZero opent nieuw elektrisch laadplein in Helmond
Het nieuwe laadplein is ontworpen voor maximale efficiëntie. Vier laadpunten bevinden zich boven de voertuigen; twee laadpunten staan op de grond en bieden ruimte aan grotere combinaties zoals trekker-opleggers. De keuze voor bovenlangs laden, een landelijke primeur van PreZero, biedt grote voordelen zoals efficiëntere inzet van het terrein. Dankzij slimme aansturing blijft het laadplein onder het beschikbare vermogen en dat is in verband met netcongestie een belangrijk uitgangspunt voor PreZero.
Twee van de twintig inzamelwagens in Helmond zijn inmiddels elektrisch; drie nieuwe voertuigen worden later dit jaar toegevoegd. Rob van Dommelen, regiodirecteur Zuidoost-Nederland bij PreZero: “Onze chauffeurs zijn zeer positief over de elektrische voertuigen. De wagens rijden stil en soepel. Het laden gaat betrouwbaar en voorspelbaar. Dit nieuwe laadplein geeft ons de ruimte om verder te groeien in elektrisch rijden en onze klanten in de regio duurzaam en efficiënt te bedienen.”
De locatie Helmond is een belangrijke logistieke hub voor PreZero. Jaarlijks wordt hier bijna 100.000 ton afval op- en overgeslagen, waaronder hout, glas, bouw- en sloopafval, plastics, papier en restafval. Vanuit Helmond worden klanten in de hele regio bediend. Tegelijkertijd fungeert Helmond als locatie waar kleinere volumes van monostromen zoals koffiedik, swill (organisch keukenafval), plastic verpakkingen, blik en drankenkartons (pbd) binnenkomen en vervolgens in grotere hoeveelheden verder worden vervoerd naar gespecialiseerde verwerkers.
Datacenters verbruiken 4,6 procent van de elektriciteit
In 2024 verbruikten datacenters 5 100 GWh elektriciteit, oftewel 4,6 procent van het totale elektriciteitsverbruik van Nederland. Dit is gelijk aan het elektriciteitsverbruik van bijna 2 miljoen woningen. Hiermee zet de toename van het elektriciteitsverbruik van datacenters door, zij het wat minder sterk. Dit meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van nieuwe cijfers.
In Nederland staan ongeveer 200 datacenters, waarvan de meeste rondom Amsterdam. Er bestaan verschillende typen datacenters: naast de grote van cloudproviders en techbedrijven, hebben sommige bedrijven en instellingen (zoals universiteiten en ziekenhuizen) eigen faciliteiten voor grootschalige dataopslag en -verwerking. Deze laatste groep is in dit bericht niet meegeteld; deze cijfers gaan alleen over de elektriciteitsaansluitingen waarvan het datacenter de hoofdactiviteit is.
De elektriciteitslevering aan deze datacenters is ten opzichte van 2021 met 37 procent gestegen tot 5 100 GWh. Het percentage ten opzichte van het totale elektriciteitsverbruik van Nederland steeg van 3,3 procent in 2021 naar 4,6 procent in 2024. Deze toename is kleiner dan tussen 2018 en 2021. Toen nam de elektriciteitslevering aan datacenters nog met 58 procent toe.
De toename in elektriciteitslevering aan datacenters is vooral te zien bij de groep grote datacenters met een totale levering van meer dan 10 GWh. Deze groep van ongeveer 45 datacenters is gezamenlijk goed voor ongeveer 90 procent van de totaal geleverde elektriciteit aan datacenters. Over de laatste jaren is het aantal grote datacenters ongeveer gelijk gebleven, maar de totale elektriciteitslevering aan deze groep datacenters is wel toegenomen. Binnen deze groep wordt dus steeds meer elektriciteit verbruikt.
Energie-Nederland tegenstander invoedingstarief elektriciteit
De ACM presenteert het invoedingstarief als een instrument voor eerlijkere kostenverdeling en efficiënter netgebruik. Maar uit onderzoek van SiRM en Aurora Energy Research blijkt het tegenovergestelde: eindgebruikers betalen uiteindelijk altijd de netkosten, een uniform tarief leidt tot verstoringen en welvaartsverlies, en het systeem wordt duurder in plaats van goedkoper. De maatregel vergroot de onzekerheid voor investeringen in hernieuwbare opwek en zet de energietransitie onnodig op het spel.
Door het invoedingstarief neemt de jaarlijkse binnenlandse duurzame elektriciteitsproductie af met ongeveer 15 TWh. Tegelijkertijd stijgt de import van elektriciteit tot wel 16 TWh in 2040. Dit betekent dat er jaarlijks circa 1,4 miljard euro extra naar het buitenland gaat, in plaats van naar Nederlandse investeringen en banen.
De prijs die energiebedrijven betalen voor elektriciteit gaat door de invoering van het invoedingstarief structureel omhoog. In de jaren 2030 ligt die prijs ruim 10 euro per megawattuur hoger dan normaal. Dat komt doordat we in Nederland minder goedkope, duurzame stroom zelf opwekken en meer afhankelijk worden van dure stroom uit het buitenland.
Voor grote bedrijven kan de invoering van het invoedingstarief flink in de papieren lopen. Een bedrijf dat veel stroom gebruikt, kan in 2040 miljoenen euro’s extra kwijt zijn aan elektriciteit. De hogere stroomprijzen wegen veel zwaarder dan de kleine besparing op netwerkkosten.
Om de negatieve effecten van het invoedingstarief te compenseren en de klimaatdoelen te halen, is jaarlijks tot 1,4 miljard euro extra subsidie nodig voor wind- en zonneprojecten. Alleen al voor bestaande projecten loopt de benodigde compensatie in 2027 op tot 406 miljoen euro per jaar.
vrijdag 12 december 2025
Gasunie Nederland en Gasunie Deutschland sluiten omvangrijke Europese aanbesteding voor onshore pijpleidingen af
De aanbesteding resulteert in nieuwe raamovereenkomsten met zes leveranciers (combinaties) voor de productie en levering van strategische pijpmaterialen. De maximale waarde van de raamovereenkomsten bedraagt 2,5 miljard euro, met daarin een optie van 1 miljard voor pijpleidingen ten behoeve van CO₂-transportprojecten.
Tijdens een officiële bijeenkomst zullen later vandaag de raamcontracten worden vastgelegd met de bedrijven: Cimolai, Corinth Pipe Works, Mannesman Grossrohr, Europipe, Mannesman Line Pipe en EEW. De looptijd van de raamovereenkomst is vier jaar, met de mogelijkheid tot tweemaal twee jaar verlenging (maximaal acht jaar). De raamovereenkomsten zijn verdeeld in drie percelen (lots) op basis van de lengte en diameters van de pijpleidingen.
Volgens Bart Leenders, CTO van Gasunie, heeft de gunning plaatsgevonden op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding, en heeft duurzaamheid ook een belangrijke rol gespeeld. “Duurzaamheid blijft gedurende de gehele looptijd van de raamovereenkomst een belangrijk criterium. Leveranciers zijn uitgedaagd om materialen aan te leveren met een lage CO₂-voetafdruk. De impact van deze verduurzaming is aanzienlijk: de productie van één ton staal veroorzaakt gemiddeld 2,2 ton CO₂. Gasunie kiest voor emissiearme productiemethoden – waaronder staal op basis van schroot – die meer dan 80% CO₂-reductie kunnen opleveren. Hiermee draagt Gasunie concreet bij aan de doelen van het Akkoord van Parijs en de verdere ontwikkeling van de circulaire economie."
Gasunie koopt strategische materialen rechtstreeks in bij de producent en levert deze vervolgens aan aannemers via het principe van *directielevering*. Hiermee wordt gegarandeerd dat de juiste materialen tijdig beschikbaar zijn voor de realisatie van onshore projecten.
Attero, BOM en Energie Coöperatie Burgerwindpark Spinder investeren in grootschalig batterijopslagsysteem in Tilburg
Het batterijsysteem zal worden gevoed met volledig groene energie, afkomstig van de windturbines van Spinderwind en het zonnepark van Attero in Tilburg. Hiermee wordt duurzame energie optimaal benut, ook wanneer zon of wind tijdelijk minder beschikbaar zijn.
De installatie zal worden geleverd door Pon Power, terwijl de aansturing plaatsvindt via energiebedrijf Vandebron. Het consortium werd bij deze samenwerking geadviseerd door Odura Advies en Projecten B.V.
Gemeente Breda en Enexis bundelen krachten voor versnelde netverzwaring
De energietransitie vraagt om een forse uitbreiding van het elektriciteitsnet. In Breda betekent dit de komende decennia onder meer de plaatsing van honderden nieuwe transformatorstations en het verzwaren van kabels in woonwijken.
Een belangrijk onderdeel van de samenwerking is het maken van goede afspraken over het gebruik van de grond. Enexis moet zeker weten dat elektriciteitsstations veilig en langdurig kunnen blijven staan. Tegelijk wil de gemeente de openbare ruimte kunnen blijven benutten voor andere belangrijke doelen, zoals het opvangen van regenwater, het aanleggen van groen of het verbeteren van de bereikbaarheid en de doorstroming van het verkeer. Daarom is afgesproken dat Enexis van de gemeente Breda een opstalrecht krijgt. In dat recht staat ook een speciale afspraak: als dat nodig mocht zijn voor het algemeen belang, kan de gemeente vragen om het station te verplaatsen. Voor die situatie zijn heldere afspraken gemaakt zodat de gemeente de regie over de openbare ruimte behoudt en tegelijk de belangen van de netbeheerder gewaarborgd zijn. Deze afspraken zijn gebaseerd op het kader waarover de Vereniging Nederlandse Gemeenten, het Gemeentelijk Platform Kabels en Leidingen en Netbeheer Nederland eind april in het kader van het Landelijk Actieprogramma Netcongestie overeenstemming hebben bereikt, het zogenoemde regieartikel. Ook andere netbeheerders en gemeenten kunnen van dit regieartikel gebruikmaken.
De komende periode werken de gemeente Breda en Enexis verder aan het uitbouwen van deze samenwerking, met als doel een slagvaardige wijkgerichte aanpak van netverzwaring in de wijken waar de energievraag het hoogst is. Het eerste concrete uitvoeringsproject start in 2026, te beginnen in Doornbos-Linie.
donderdag 11 december 2025
Gasprijs zakt naar laagste niveau in drie jaar, energierekening blijft hoog
De lagere marktprijs is volgens energiehandelaren het gevolg van een combinatie van gunstige omstandigheden. De aanvoer van LNG (liquefied natural gas, oftewel vloeibaar gas) uit de VS, Qatar en Canada is hoog, terwijl de vraag door het milde winterweer lager uitvalt. Het structurele gasverbruik in Europa daalt al jaren, wat voor een minder gespannen markt zorgt.
Noorse leveringen blijven stabiel en de Europese voorraden zijn met 79% goed gevuld. In Nederland ligt de vulling met 61% onder het Europese gemiddelde en onder het streefcijfer van 80% voor 1 december. Deze combinatie van ruime beschikbaarheid, lage vraag en consistente leveringen drukt de groothandelsprijs omlaag naar het laagste niveau in drie jaar.
Hoewel de groothandelsprijs van gas daalt, merken consumenten daar voorlopig weinig van. Vaste contracten zijn gebaseerd op eerder ingekochte volumes en de omvangrijke belastingcomponenten, waardoor de actuele daling nog niet doorwerkt in de energierekening.
De belastingdruk blijft hoog: de energiebelasting op gas bedraagt € 0,70 per m³ en stijgt volgend jaar naar € 0,73 per m³. Bij een all-in prijs van € 1,18 per m³ bestaat ongeveer 60% van de kosten uit belastingen.
Ondanks de goed gevulde Europese gasopslag blijft de markt voorzichtig. De voorraadniveaus liggen onder het meerjarige gemiddelde, waardoor handelaren alert blijven. De prijsschommelingen van de afgelopen jaren spelen daarbij een rol.
Netcongestie verkozen tot Moeilijkste Energiewoord van het jaar
'Netcongestie' is verkozen tot het moeilijkste energiewoord van het jaar. Maar liefst 44% van de Nederlanders geeft aan dit begrip niet te kennen of te begrijpen. Dit blijkt uit onderzoek dat Essent heeft laten doen. Ook andere energiewoorden scoren slecht. 24% begrijpt het woord 'salderingsregeling' niet. 16% snapt 'transportkosten' niet. En 15% heeft moeite met 'terugleverkosten'. Ook vindt bijna 40% van alle Nederlanders de opbouw van de energierekening (te) moeilijk te begrijpen.
Het onderzoek laat zien dat het begrip van energie er niet goed voor staat. Een derde (33%) van de Nederlanders weet niet wat het verschil is tussen terugleverkosten en terugleververgoeding. Ook het verschil tussen een energieleverancier en een netbeheerder is voor een kwart (26%) van de bevolking onduidelijk.
Er blijkt een verschil te zijn tussen wat consumenten denken te begrijpen en wat ze in de praktijk doen. Daardoor zijn mensen minder actief op belangrijke momenten, bijvoorbeeld bij de jaarrekening. Als er moet worden bijbetaald, controleert maar 28% eerst de meterstanden en het verbruik. Maar 23% past het maandelijkse termijnbedrag aan voor het volgende jaar. En maar 17% begrijpt direct waarom er moet worden bijbetaald.
Essent werkt sinds 2024 samen met Stichting Lezen en Schrijven en met ervaringsdeskundigen. "Er zijn in Nederland 3 miljoen mensen van 16 tot en met 75 jaar, die moeite hebben met lezen, schrijven en rekenen. Dat is 1 op de 5. Vaak kunnen zij daardoor slecht omgaan met apps, computers en smartphones. Dat zorgt voor problemen in hun leven. Ze hebben daardoor ook minder grip op hun geldzaken. Bijvoorbeeld omdat ze hun energierekening niet begrijpen," zegt Hanneke Propitius, directeur-bestuurder van Stichting Lezen en Schrijven. "Heldere taal is belangrijk, zodat iedereen mee kan komen op de arbeidsmarkt en in de samenleving. Wij ondersteunen Essent in het begrijpelijker maken van informatie over energiezaken. Wij doen dat samen met de mensen om wie het gaat.”
Efsun, ervaringsdeskundige die meewerkte aan het verbeteren van de energierekening, herkent dit probleem: "Dat ik het niet begrijp, betekent niet dat ik het niet wil weten.”
Door keuzes van de overheid en de nieuwe Energiewet wordt de energierekening steeds moeilijker. Daardoor wordt het probleem nog groter.
"Energie is een basisbehoefte. Het mag niet zo zijn dat mensen hun rekening niet begrijpen door moeilijke taal", zegt Jeroen Minneboo, operationeel directeur bij Essent. "Daarom komt Essent met een plan voor meer energiebegrip. We willen zelf verantwoordelijkheid nemen en de eerste stap zetten."
Buurtnet helpt om stroom slim te gebruiken
In de zomer leveren zonnepanelen bijvoorbeeld vaak meer stroom terug dan het net aankan, en in de winter gebruiken we juist te veel stroom op drukke momenten. Dit is vooral tussen 7.00 en 10.00 uur en 16.00 en 21.00 uur. Dit kan leiden tot knipperende lampen, uitvallende apparaten of zelfs stroomuitval.
Daarom is er nu de Buurtnet-app. In de buurten die meedoen aan de proef kunnen bewoners vanaf begin december zien hoe druk het stroomnet is in hun buurt. De app geeft advies over het beste moment om stroom te gebruiken. Bijvoorbeeld: Zet de wasmachine ’s middags aan als er veel zonne-energie beschikbaar is.
Door op slimme momenten stroom te gebruiken, help je mee om het stroomnet betrouwbaar te houden. Zo voorkom je overbelasting en stroomuitval.
BAM en Circet vervangen slimme meters op half miljoen adressen in Stedin-gebied
In het werkgebied van Stedin hangen 3,7 miljoen slimme meters. Deze meter meet hoeveel stroom en gas er door de klant wordt gebruikt en geeft dit door aan de energieleverancier. Ook geeft de meter inzicht aan de klant in het energieverbruik en de bijbehorende kosten. Voor het versturen van deze meetgegevens maken veel slimme meters gebruik van het communicatiesysteem GPRS. GPRS, ook wel bekend als 2G, is verouderd en wordt uitgefaseerd door telecomproviders. Hierdoor moeten de meters worden vervangen. De nieuwe generatie slimme meters maakt gebruik van 4G.
Het werkpakket voor het wisselen van de meters is te groot voor Stedin om zelf uit te voeren. Daarom worden de werkzaamheden uitbesteed. “Ons werkpakket groeit,” vertelt Aline Arends, COO bij Stedin. “de aanpassing van de slimme meters vraagt om miljoenen manuren. Dat kunnen en willen we niet allemaal zelf doen. Ik ben heel blij dat Circet en Bam ons de komende jaren gaan helpen bij het wisselen van alle meters.”
Bewoners ontvangen van Stedin thuis een vooraankondiging voordat de meters gewisseld gaan worden.
woensdag 10 december 2025
Triodos Bank zet in op 275 energieprojecten en lagere uitstoot tegen 2030
De strategie bevat concrete doelstellingen om de uitstoot snel te verminderen, de energietransitie te versnellen en hoogwaardige op de natuur gebaseerde oplossingen (NbS) op te schalen. Onder de strategie Dare to Act. Now. brengt Triodos Bank haar commitments samen om:
de absolute gefinancierde uitstoot uiterlijk in 2030 met ten minste 42% te verminderen;
in de komende vijf jaar 275 energietransitieprojecten te financieren, met de nadruk op gedecentraliseerde, next-generation en door de gemeenschap gedreven oplossingen;
€500 miljoen te investeren in NbS, waarbij vanaf 2026 gerapporteerd wordt over de positieve impact op biodiversiteit; en
zich in te zetten voor systeemverandering op het gebied van klimaat en natuur, bijvoorbeeld door te pleiten voor verplichte regels die kapitaalstromen in lijn brengen met 1,5°C en natuurherstel.
Dit is de eerste keer dat Triodos Bank klimaat- en biodiversiteitsambities in één strategie samenbrengt.
Marcel Zuidam, CEO van Triodos Bank: “Klimaatverandering en het verlies aan biodiversiteit zijn geen afzonderlijke crises. Ze zijn nauw met elkaar verbonden. Het herstel van ecosystemen is essentieel om het klimaat te stabiliseren, en klimaatactie moet biodiversiteit beschermen. Onze strategie draait om echte reducties, echte oplossingen en echt leiderschap. We nodigen de financiële sector uit om zich bij ons aan te sluiten in het omarmen van langetermijnwelzijn en actie te ondernemen voor een hoopvolle toekomst. Samen kunnen we de systeemverandering teweegbrengen die nodig is om binnen de planetaire grenzen te blijven. Dit betekent dat kapitaalstromen in lijn moeten worden gebracht met het Akkoord van Parijs, investeren in natuurherstel en een duidelijk stappenplan om de financiering van de fossiele industrie te beëindigen.”
Vier pijlers van de Klimaat- & Natuurstrategie:
1. Verminder echte uitstoot nu
Eerder dit jaar kondigden we aan dat we onze absolute gefinancierde uitstoot met minstens 42% willen verminderen, in plaats van de 32% die we in 2022 aankondigden. De doelstelling richt zich op drie activiteiten die samen 90% van de voetafdruk van de bank veroorzaken: zakelijke leningen, hypotheken en beursgenoteerde aandelen en obligaties van Triodos Investment Management.
2. Versnel de energietransitie
Triodos Bank heeft als doel gesteld om in de komende vijf jaar 275 energietransitieprojecten te financieren. Voortbouwend op onze sterke staat van dienst in de financiering van hernieuwbare energie, richten we ons op een nieuwe generatie oplossingen die knelpunten wegnemen, energie decentraliseren en zorgen voor een eerlijke, inclusieve en veerkrachtige transitie. Een doelstelling op basis van het aantal transacties zorgt ervoor dat kapitaal niet alleen naar grote nutsbedrijven stroomt, maar ook naar coöperaties, innovators en kleinere door de gemeenschap gedreven oplossingen die vaak moeite hebben om toegang te krijgen tot reguliere financiering.
3. Schaal op natuur gebaseerde oplossingen (NbS) op
Triodos Bank kondigde in 2024 aan dat het €500 miljoen wil inzetten voor op natuur gebaseerde oplossingen die klimaat en biodiversiteit gezamenlijk aanpakken, en projecten wil ondersteunen die meetbare ecologische en sociale voordelen opleveren. Vanaf 2026 zullen we voor het eerst rapporteren over onze voortgang op deze doelstelling. Een ander doel is om in het boekjaar 2026 te beginnen met rapporteren over positieve impact op biodiversiteit. Het meten van de positieve biodiversiteitsimpact van NbS helpt aantonen hoe gefinancierde projecten tastbare voordelen opleveren voor biodiversiteit.
4. Pleit voor systeemverandering
Banken pompen jaarlijks nog steeds €650 miljard in fossiele brandstoffen, waardoor de afhankelijkheid blijft bestaan. Overheden, investeerders en bedrijven draaien eerdere regelgeving en toezeggingen terug. Dit maakt sterke belangenbehartiging op het gebied van klimaat en natuur urgenter dan ooit. Wij zullen pleiten voor internationale akkoorden, zoals het Fossil Fuel Non-Proliferation Treaty, om fossiele brandstoffen uit te faseren en kaders te creëren voor hoogwaardige op de natuur gebaseerde oplossingen, terwijl we ook campagne voeren voor energiezuinige woningen en biobased bouwen. Wij vragen om bindende regels over:
Verplichte uitfaseringspaden voor fossiele brandstoffen voor alle banken
Vereiste kortetermijn reductiedoelstellingen (2030–2035) met een transparant actieplan
Afstemming van financiële regelgeving op het Akkoord van Parijs en vasthouden aan het 1,5°C-reductiepad
Aparte doelstellingen voor emissiereductie en koolstofverwijdering
Robuuste integriteitsnormen voor op natuur gebaseerde oplossingen
Steeds meer woningen aardgasvrij
Behalve aardgasvrije woningen zijn er ook steeds meer bijna-aardgasvrije woningen, die bijvoorbeeld dankzij hybride warmtepompen veel minder aardgas gebruiken dan woningen met een traditionele cv-ketel of blokverwarming. In 2024 was 3,7 procent van de woningen zo’n hybride woning. In 2022 was dat nog 1,5 procent.
Vooral woningen gebouwd vanaf 2015 zijn aardgasvrij of bijna aardgasvrij. Omdat er sinds 1 juli 2018 geen bouwvergunningen meer worden afgegeven voor nieuwe gebouwen met een aardgasaansluiting, zullen steeds meer woningen aardgasvrij zijn.
In 2023 wordt 36 procent van de woningen die gebouwd zijn vanaf 2015, elektrisch verwarmd. Meestal door een warmtepomp, maar er zijn ook andere verwarmingsvormen mogelijk, zoals airco’s en infraroodpanelen. 33 procent is volledig aardgasvrij. 3 procent gebruikt naast een elektrische hoofdverwarmingsbron nog wel gas. Zo’n 20 procent is aangesloten op stadsverwarming.
Bij woningen die gebouwd zijn voor 2015 is stadsverwarming het belangrijkste alternatief voor de traditionele cv-ketel of blokverwarming en zijn minder woningen elektrisch verwarmd. Elektrisch verwarmde woningen gebouwd voor 2006 worden meestal hybride verwarmd, waarbij naast de elektrische hoofdverwarmingsbron ook aardgas wordt gebruikt voor bijverwarming, koken of tapwaterverwarming.
De verdeling van aardgasvrije en bijna aardgasvrije woningen is ook afhankelijk van het woningtype. 12 procent van de appartementen is aangesloten op stadsverwarming, bij vrijstaande woningen is dat slechts 1 procent. Bij woningen met elektrische verwarming is het andersom. Bijna 13 procent van de vrijstaande woningen wordt elektrisch verwarmd, terwijl dit bij appartementen 5 procent is.
Voor stadsverwarming zijn woningen afhankelijk van een warmtenet; die zijn vooral in en rondom steden aangelegd. In 2023 was stadsverwarming de belangrijkste verwarmingsvorm in Purmerend, Almere, Duiven en Nieuwegein.
Van Oord installeert eerste monopile van Ecowende windpark op Noordzee
Van Oord is als Ecowendes leverancier van transport- en installatiediensten verantwoordelijk voor een breed palet aan werkzaamheden: het transport en installatie van de funderingen, het leggen en aansluiten van de bekabeling binnen het windpark, het transporteren van de windturbines en het ontwerpen en installeren van de erosiebescherming aan de voet van de funderingen. Het windpark van Ecowende is ontworpen om de energietransitie te versnellen terwijl het tegelijkertijd de effecten van windopwek op het zeeleven beperkt en biodiversiteit bevordert.
De installatie van de eerste monopile werd uitgevoerd door de Boreas, Van Oords nieuwe hypermoderne installatievaartuig. De Boreas, het grootste en duurzaamste vaartuig van zijn soort, is specifiek ontworpen voor de nieuwste, zeer grote windturbines. Het schip is uitgerust met een kraan met een hijsvermogen van 3310 ton, bevat geavanceerde technologie om de uitstoot omlaag te brengen en is gebouwd om op methanol te kunnen varen, waarmee de CO2-voetafdruk van het schip aanzienlijk omlaag kon worden gebracht. De stille positionerings- en installatiesystemen van de Boreas helpen bovendien verstoringen voor het onderwaterleven te beperken. Daarmee is de Boreas een essentieel vaartuig voor projecten met ambitieuze ecologische eisen, zoals het windpark van Ecowende.
Het windpark van Ecowende krijgt monopiles met twee verschillende doorsnedes (8,8m en 9,3m), beide geproduceerd door SIF, waarmee verschillende turbinehoogtes mogelijk worden gemaakt. Uit onderzoek blijkt dat hogere tiphoogtes van de turbines vogels mogelijk meer ruimte bieden om veilig door het windpark heen te vliegen en zo het risico op aanvaringen vermindert. Ecowende gaat het gedrag van vogels en het aantal aanvaringen bijhouden tijdens de bouw, maar ook gedurende de gehele levensduur van het windpark om de kennis van natuurinclusieve ontwikkeling van windparken op zee verder te brengen.






























