Nu Nederland er financieel beter voor staat, zou de regering fors moeten investeren in de energietransitie, vindt installateurskoepel UNETO-VNI. Titia Siertsema, voorzitter van UNETO-VNI ziet veel mooie plannen, maar te weinig daadkracht en investeringen. 'We kunnen honderdduizenden woningen en gebouwen energieneutraal maken. Waarom zet het kabinet daar niet zwaar op in?'
De Nederlandse installatiebranche beschikt over de kennis, de mensen en de mogelijkheden om de gebouwde omgeving te verduurzamen in een aanzienlijk hoger tempo dan nu gebeurt. Met eenvoudige maatregelen kan de overheid verduurzaming financieel aantrekkelijker maken en de omslag naar een energieneutrale gebouwde omgeving realiseren. Volgens Siertsema schuift het kabinet de problemen keer op keer voor zich uit. 'Waarom krijgen woningcorporaties die investeren in verduurzaming geen korting op de verhuurdersheffing?', vraagt de UNETO-VNI-voorzitter zich af. 'Waar blijven de fiscale stimuleringsmaatregelen voor huiseigenaren die een energiebesparende verbouwing overwegen? Wanneer maakt het kabinet de salderingsregeling voor zonnepanelen definitief? Zulke maatregelen zijn goed voor het milieu, leveren tienduizenden banen op en bezorgen burgers een lagere energierekening.'
Hoewel de daadkracht ontbreekt, is UNETO-VNI wél blij met de aandacht van het kabinet voor een duurzame energievoorziening. Het plan om energiebesparing in de energie-intensieve industrie te stimuleren door de Energie Investerings Aftrek (EIA) te verruimen, is een stap in de goede richting. Ook op andere punten kan de werkgeversvereniging zich vinden in de voorgenomen kabinetsmaatregelen. Zo staat UNETO-VNI positief tegenover het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie dat het kabinet in 2017 laat opstellen om de gevolgen van steeds extremere regenval op te vangen. De installatiebranche draagt graag innovatieve oplossingen aan om wateroverlast te voorkomen. Verder kan het beleid van het kabinet dat erop gericht is om ouderen langer zelfstandig te laten wonen, rekenen op de instemming van UNETO-VNI. Al mist de vereniging ook daar concrete, stimulerende maatregelen om de gestelde doelen te realiseren.
Pagina's
▼
woensdag 21 september 2016
'Energieleveranciers informeren consumenten beter over aanbod'
Energieleveranciers informeren hun klanten beter dan voorheen over het contract, de voorwaarden en de kosten. Hierdoor ziet de consument sneller wat hij precies betaalt en kan hij het aanbod van verschillende aanbieders beter vergelijken. Dit concludeert toezichthouder Autoriteit Consument & Markt (ACM) op basis van een uitgebreide analyse. ACM is blij met deze verbetering. Als volgende stap wil ACM dat ook de jaar- en eindafrekening van energieleveranciers duidelijker en begrijpelijker wordt voor consumenten.
De wet schrijft voor dat energiebedrijven hun klanten volledig, duidelijk en juist informeren. Voorheen was dit niet altijd het geval. Consumenten konden daardoor lastig inschatten hoe hoog hun energiekosten zouden zijn. ACM heeft energieleveranciers daarom eind 2014 gevraagd consumenten beter te informeren. Sindsdien hebben de energieleveranciers stappen gezet om hier gehoor aan te geven. ACM moest daarbij soms druk uitoefenen door een last onder dwangsom op te leggen. Het resultaat is:
De wet schrijft voor dat energiebedrijven hun klanten volledig, duidelijk en juist informeren. Voorheen was dit niet altijd het geval. Consumenten konden daardoor lastig inschatten hoe hoog hun energiekosten zouden zijn. ACM heeft energieleveranciers daarom eind 2014 gevraagd consumenten beter te informeren. Sindsdien hebben de energieleveranciers stappen gezet om hier gehoor aan te geven. ACM moest daarbij soms druk uitoefenen door een last onder dwangsom op te leggen. Het resultaat is:
- De consument krijgt duidelijke en beter vergelijkbare aanbiedingen dankzij het zogenaamde ‘aanbod op maat’;
- De consument krijgt een contract met duidelijke informatie over de voorwaarden, de looptijd en het termijnbedrag. Daardoor weet hij vooraf wat hij gaat betalen en voor hoe lang;
- Leveranciers moeten prijswijzigingen vooraf duidelijk melden aan klanten, zodat klanten een keuze hebben om gebruik te maken van een betere aanbieding;
- Leveranciers informeren klanten duidelijk over de manier waarop het contract wordt voortgezet na afloop van de contractduur.
Ook Nuon energiegegevens bij datalek
Op 13 september werd door brancheorganisatie Netbeheer Nederland bekend gemaakt dat bij de monitoring van de centrale registers bij EDSN is gebleken dat de energiedata van 2 miljoen Nederlandse huishoudens zijn gestolen door een medewerker van een andere energieleverancier. EDSN beheert namens de netbeheerders alle gegevens over de energie aansluitingen van consumenten en bedrijven.
Nuon-klanten die zich afvragen of hun gegevens onderdeel van de diefstal zijn geweest kunnen contact opnemen. De gestolen gegevens betreffen informatie over het energiecontract van klanten, zoals jaarverbruik, type aansluiting en de einddatum van de contracten. Met deze gegevens zou gericht een aanbieding vanuit een andere leverancier gedaan kunnen worden. Vooralsnog is niet gebleken dat deze gestolen informatie ook daadwerkelijk is gebruikt.
Uit onderzoek is gebleken dat ook gegevens van een aantal Nuon klanten zijn gestolen door deze andere energieleverancier. Klanten van Nuon die zich zorgen maken en willen weten of hun gegevens onderdeel van de diefstal zijn geweest, kunnen contact op met onze klantenservice. De netbeheerders hebben per energieleverancier een lijst met de gestolen klantgegevens samen gesteld. Netbeheer Nederland is een juridische procedure gestart tegen de energieleverancier waar de gegevens zijn ontvreemd en heeft vernietiging van de gestolen data geëist. De diefstal van de gegevens is aan het licht gekomen bij de monitoring van de centrale registers door de netbeheerders.
Nuon-klanten die zich afvragen of hun gegevens onderdeel van de diefstal zijn geweest kunnen contact opnemen. De gestolen gegevens betreffen informatie over het energiecontract van klanten, zoals jaarverbruik, type aansluiting en de einddatum van de contracten. Met deze gegevens zou gericht een aanbieding vanuit een andere leverancier gedaan kunnen worden. Vooralsnog is niet gebleken dat deze gestolen informatie ook daadwerkelijk is gebruikt.
Uit onderzoek is gebleken dat ook gegevens van een aantal Nuon klanten zijn gestolen door deze andere energieleverancier. Klanten van Nuon die zich zorgen maken en willen weten of hun gegevens onderdeel van de diefstal zijn geweest, kunnen contact op met onze klantenservice. De netbeheerders hebben per energieleverancier een lijst met de gestolen klantgegevens samen gesteld. Netbeheer Nederland is een juridische procedure gestart tegen de energieleverancier waar de gegevens zijn ontvreemd en heeft vernietiging van de gestolen data geëist. De diefstal van de gegevens is aan het licht gekomen bij de monitoring van de centrale registers door de netbeheerders.
‘Energietrends 2016’: Nederlandse energievoorziening in cijfers
Hoe is het gesteld met de energievoorziening in Nederland? Slagen we erin om meer duurzame energie op te wekken? Hoeveel elektrische auto’s zijn er op de weg? Hoe betrouwbaar zijn onze energienetten? Deze en andere vragen worden beantwoord in ‘Energietrends 2016’.
In deze publicatie zijn cijfers over de energievoorziening in samenhang gepresenteerd. Energietrends biedt informatie over energiegebruik door consumenten en bedrijven, geeft inzage in de internationale energiehandel en –productie en biedt inzicht in de ontwikkelingen van de energienetten. Energietrends 2016 is een gezamenlijke uitgave van onderzoeksinstituut ECN en brancheorganisaties Energie-Nederland en Netbeheer Nederland.
Energietrends laat zien dat de energievoorziening in Nederland steeds duurzamer wordt. Steeds meer partijen gaan met de energietransitie aan de slag. De energiebedrijven investeren in duurzame alternatieven voor fossiele energieproductie. De hoeveelheid zonnepanelen op daken blijft sterk groeien. Ook het aantal windturbines op land neemt toe. Het aandeel van hernieuwbare energiebronnen zal de komende jaren verder groeien door de inzet van biomassa en de aanleg van windparken op zee.
Tegelijkertijd is duidelijk dat er meer nodig is. In 2020 moet de CO2-uitstoot met 25% zijn gedaald ten opzichte van 1990. Daarnaast zal Nederland als gevolg van de verminderde aardgaswinning veel sneller dan voorzien op zoek moeten naar alternatieven voor de warmtevoorziening. Dit alles heeft gevolgen voor het hele energiesysteem: van productie, handel en levering tot en met het transport via de energienetten. Alle ontwikkelingen maken de energietransitie tot een omvangrijke taak, waarbij steeds meer mensen en organisaties zijn betrokken.
In deze publicatie zijn cijfers over de energievoorziening in samenhang gepresenteerd. Energietrends biedt informatie over energiegebruik door consumenten en bedrijven, geeft inzage in de internationale energiehandel en –productie en biedt inzicht in de ontwikkelingen van de energienetten. Energietrends 2016 is een gezamenlijke uitgave van onderzoeksinstituut ECN en brancheorganisaties Energie-Nederland en Netbeheer Nederland.
Energietrends laat zien dat de energievoorziening in Nederland steeds duurzamer wordt. Steeds meer partijen gaan met de energietransitie aan de slag. De energiebedrijven investeren in duurzame alternatieven voor fossiele energieproductie. De hoeveelheid zonnepanelen op daken blijft sterk groeien. Ook het aantal windturbines op land neemt toe. Het aandeel van hernieuwbare energiebronnen zal de komende jaren verder groeien door de inzet van biomassa en de aanleg van windparken op zee.
Tegelijkertijd is duidelijk dat er meer nodig is. In 2020 moet de CO2-uitstoot met 25% zijn gedaald ten opzichte van 1990. Daarnaast zal Nederland als gevolg van de verminderde aardgaswinning veel sneller dan voorzien op zoek moeten naar alternatieven voor de warmtevoorziening. Dit alles heeft gevolgen voor het hele energiesysteem: van productie, handel en levering tot en met het transport via de energienetten. Alle ontwikkelingen maken de energietransitie tot een omvangrijke taak, waarbij steeds meer mensen en organisaties zijn betrokken.
dinsdag 20 september 2016
Vinding zet apparaten automatisch uit
Vier TU/e studenten ontwikkelen een product waarmee verlichting, gewone en met internet verbonden apparaten automatisch uit worden gezet na gebruik, om irritaties binnen huishoudens te voorkomen en om energie te besparen. Verder zijn lichtschakelaars vanaf nu overbodig als het aan de studenten ligt.
Volgens de bedenkers is hun slimme schakelaar in staat om apparaten zoals een ventilator of lampen slim, bijvoorbeeld bij beweging, zonsondergang of op een vast tijdstip, te schakelen. De gebruiker stelt deze zogeheten ‘triggers’ slechts eenmalig in via zijn smartphone, vanaf dat moment schakelt de Aucasi Socket écht automatisch.
Niet alleen gewone apparaten kunnen worden geschakeld door de Aucasi Socket, slimme apparaten zoals een thermostaat van Toon en een TV kunnen ook automatisch worden bediend. Zo kan elk huis volledig geautomatiseerd worden.
Zondag staan de bedenkers met een stand op het 18 Septemberplein in Eindhoven, iedereen kan dan zelf meemaken wat Aucasi allemaal kan doen. Voorbijgangers kunnen ook een praatje maken met het jonge ontwikkelteam en kans maken om een Philips Hue starterkit te winnen.
Tim Beckers en Duco van den Akker zijn de bedenkers van de Aucasi Socket, die tijdelijk te koop is via de crowdfundingscampagne voor 49 euro. De verkoopprijs zal later 69 euro bedragen. Je kan zelfs een bingoavond voor bejaarden weggeven, die door de heren zal worden georganiseerd. Daarvan zal een videoverslag op hun website verschijnen.
Volgens de bedenkers is hun slimme schakelaar in staat om apparaten zoals een ventilator of lampen slim, bijvoorbeeld bij beweging, zonsondergang of op een vast tijdstip, te schakelen. De gebruiker stelt deze zogeheten ‘triggers’ slechts eenmalig in via zijn smartphone, vanaf dat moment schakelt de Aucasi Socket écht automatisch.
Niet alleen gewone apparaten kunnen worden geschakeld door de Aucasi Socket, slimme apparaten zoals een thermostaat van Toon en een TV kunnen ook automatisch worden bediend. Zo kan elk huis volledig geautomatiseerd worden.
Zondag staan de bedenkers met een stand op het 18 Septemberplein in Eindhoven, iedereen kan dan zelf meemaken wat Aucasi allemaal kan doen. Voorbijgangers kunnen ook een praatje maken met het jonge ontwikkelteam en kans maken om een Philips Hue starterkit te winnen.
Tim Beckers en Duco van den Akker zijn de bedenkers van de Aucasi Socket, die tijdelijk te koop is via de crowdfundingscampagne voor 49 euro. De verkoopprijs zal later 69 euro bedragen. Je kan zelfs een bingoavond voor bejaarden weggeven, die door de heren zal worden georganiseerd. Daarvan zal een videoverslag op hun website verschijnen.
Emissiemetingen biofilters bij Attero Wijster
Attero beschikt over diverse afvalverbrandingsinstallaties (Moerdijk en Wijster) en meerdere composteringsinstallaties (o.a. Wijster, Venlo, Maastricht en Wilp). Hiermee is het bedrijf in staat jaarlijks meer dan 3 miljoen ton afval te verwerken. Naast de (half)jaarlijkse emissiemetingen die Tauw al sinds 2009 uitvoert bij de verbrandingslijnen, zijn nu ook de ammoniak- en geurmetingen rondom de biofilters van Attero Wijster (zes keer per jaar) aan Tauw gegund.
Eén van de redenen om Tauw de metingen te gunnen was de positieve ervaring die Attero heeft met onze eerdere rapportages. ‘Als je niet elke rapportage door hoeft te spitten om er fouten uit te halen, scheelt dat een heleboel werk. We hebben goede ervaring met de rapportages die Tauw heeft opgesteld na emissiemetingen aan de verbrandingslijnen’, aldus Koos Bos, Milieucoördinator bij Attero.
Automatisering en standaardisatie
Tauw heeft wat betreft emissiemonitoring de afgelopen jaren flink geïnvesteerd in het automatiseren van de voeding van velddata in rapportages. Uiteraard is dit nog deels mensenwerk, maar omdat er minder getallen overgetypt hoeven te worden, is de kans op fouten kleiner.
Om alle veldgegevens te verzamelen is het softwareprogramma Field Lab Consultancy (FLC) ontwikkeld. Bij de uitwerking worden alle gegevens vanuit FLC automatisch in Excel-sheets geplaatst en kunnen analysegegevens automatisch worden toegevoegd. René Dam, projectcoördinator bij Tauw, vertelt: ‘Als je een rapport kunt genereren dat voor een groot deel gestandaardiseerd is, scheelt dat een hoop tijd. En tijd is natuurlijk geld.’
Eén van de redenen om Tauw de metingen te gunnen was de positieve ervaring die Attero heeft met onze eerdere rapportages. ‘Als je niet elke rapportage door hoeft te spitten om er fouten uit te halen, scheelt dat een heleboel werk. We hebben goede ervaring met de rapportages die Tauw heeft opgesteld na emissiemetingen aan de verbrandingslijnen’, aldus Koos Bos, Milieucoördinator bij Attero.
Automatisering en standaardisatie
Tauw heeft wat betreft emissiemonitoring de afgelopen jaren flink geïnvesteerd in het automatiseren van de voeding van velddata in rapportages. Uiteraard is dit nog deels mensenwerk, maar omdat er minder getallen overgetypt hoeven te worden, is de kans op fouten kleiner.
Om alle veldgegevens te verzamelen is het softwareprogramma Field Lab Consultancy (FLC) ontwikkeld. Bij de uitwerking worden alle gegevens vanuit FLC automatisch in Excel-sheets geplaatst en kunnen analysegegevens automatisch worden toegevoegd. René Dam, projectcoördinator bij Tauw, vertelt: ‘Als je een rapport kunt genereren dat voor een groot deel gestandaardiseerd is, scheelt dat een hoop tijd. En tijd is natuurlijk geld.’
Onderzoekers ontrafelen directe omzetting van aardgas naar methanol op kamertemperatuur
Voor het eerst sinds de techniek twintig jaar geleden ontwikkeld werd, weten we wat er precies gebeurt bij de directe omzetting van aardgas of methaan naar methanol op kamertemperatuur. De ontdekking kan een revolutie betekenen in de productie van methanol en alle afgeleiden ervan die we in ons dagelijks leven gebruiken.
Methanol is één van de meest gebruikte stoffen in de chemische industrie. Er worden bijvoorbeeld brandstoffen of oplosmiddelen van gemaakt, maar ook allerlei soorten plastic die we in ons dagelijks leven gebruiken. De stof wordt gewonnen uit aardgas (methaan). In de industrie kan de grootschalige omzetting van methaan naar methanol tot nu toe enkel in meerdere stappen, onder hoge druk en aan een hoge temperatuur. Het proces vergt dus bijzonder veel energie. Daarom ontwikkelden onderzoekers in de jaren 90 een directere manier om methanol te maken, die zelfs extra energie produceert. Maar ze wisten niet wat er precies gebeurt tijdens dit proces: het was een soort ‘black box’ waar ze methaan in stopten met een grote kans dat er aan de andere kant methanol uit zou komen. Postdoctoraal onderzoeker Pieter Vanelderen (Centrum voor Oppervlaktechemie en Katalyse) is er nu voor het eerst in geslaagd om de werking van deze techniek volledig te begrijpen.
Chemische processen worden vaak op gang gebracht door een bepaalde stof toe te voegen, een zogenaamde katalysator. Veel katalysatoren zijn opgebouwd uit zeolieten, mineralen met een roosterstructuur, waaraan een bepaald atoom wordt toegevoegd. In het geval van de omzetting van methaan naar methanol gaat het om een ijzeratoom. “Wij hebben nu voor het eerst kunnen aantonen dat het atoom zich in een vlakke, gebonden oriëntatie moet vastzetten in het zeoliet (zie afbeelding)”, zegt professor Bert Sels.
“Bovendien hebben we exact kunnen definiëren hoe het ijzeratoom eruitziet dat nodig is voor de omzetting van methaan naar methanol op kamertemperatuur. En we kunnen ook omschrijven waarom deze omzettingsmethode zo succesvol is”, licht Pieter Vanelderen toe.
Nu wetenschappers weten hoe de katalysator eruitziet, kunnen ze hem gaan nabouwen en optimaliseren in het labo. Dat biedt onder meer mogelijkheden voor de omzetting van stikstofoxiden en dus ook voor het zuiveren van uitlaatgassen.
De doorbraak is te danken aan een intensieve samenwerking van de Leuvense chemici met biochemici uit Stanford. “Zij zijn gespecialiseerd in het gebruik van eiwitten als katalysator in een chemische reactie”, zegt Vanelderen. “Met hun onderzoekstechnieken hebben ze als het ware een ‘foto’ gemaakt van wat er gebeurt bij de omzetting van methaan naar methanol. Op basis daarvan konden wij zien welk specifiek ijzeratoom aan het werk was en waar het zich precies bevindt in het zeoliet.”
Nu wetenschappers weten hoe de katalysator eruitziet, kunnen ze hem gaan nabouwen en optimaliseren in het labo. Dat biedt heel wat mogelijkheden voor de toekomst. Zo zal de productie van het methanol dat nodig is voor de productie van plastic heel wat goedkoper worden. De katalysator kan bovendien nuttig zijn voor de omzetting van stikstofoxiden en dus ook voor het zuiveren van uitlaatgassen.
Methanol is één van de meest gebruikte stoffen in de chemische industrie. Er worden bijvoorbeeld brandstoffen of oplosmiddelen van gemaakt, maar ook allerlei soorten plastic die we in ons dagelijks leven gebruiken. De stof wordt gewonnen uit aardgas (methaan). In de industrie kan de grootschalige omzetting van methaan naar methanol tot nu toe enkel in meerdere stappen, onder hoge druk en aan een hoge temperatuur. Het proces vergt dus bijzonder veel energie. Daarom ontwikkelden onderzoekers in de jaren 90 een directere manier om methanol te maken, die zelfs extra energie produceert. Maar ze wisten niet wat er precies gebeurt tijdens dit proces: het was een soort ‘black box’ waar ze methaan in stopten met een grote kans dat er aan de andere kant methanol uit zou komen. Postdoctoraal onderzoeker Pieter Vanelderen (Centrum voor Oppervlaktechemie en Katalyse) is er nu voor het eerst in geslaagd om de werking van deze techniek volledig te begrijpen.
Chemische processen worden vaak op gang gebracht door een bepaalde stof toe te voegen, een zogenaamde katalysator. Veel katalysatoren zijn opgebouwd uit zeolieten, mineralen met een roosterstructuur, waaraan een bepaald atoom wordt toegevoegd. In het geval van de omzetting van methaan naar methanol gaat het om een ijzeratoom. “Wij hebben nu voor het eerst kunnen aantonen dat het atoom zich in een vlakke, gebonden oriëntatie moet vastzetten in het zeoliet (zie afbeelding)”, zegt professor Bert Sels.
“Bovendien hebben we exact kunnen definiëren hoe het ijzeratoom eruitziet dat nodig is voor de omzetting van methaan naar methanol op kamertemperatuur. En we kunnen ook omschrijven waarom deze omzettingsmethode zo succesvol is”, licht Pieter Vanelderen toe.
Nu wetenschappers weten hoe de katalysator eruitziet, kunnen ze hem gaan nabouwen en optimaliseren in het labo. Dat biedt onder meer mogelijkheden voor de omzetting van stikstofoxiden en dus ook voor het zuiveren van uitlaatgassen.
De doorbraak is te danken aan een intensieve samenwerking van de Leuvense chemici met biochemici uit Stanford. “Zij zijn gespecialiseerd in het gebruik van eiwitten als katalysator in een chemische reactie”, zegt Vanelderen. “Met hun onderzoekstechnieken hebben ze als het ware een ‘foto’ gemaakt van wat er gebeurt bij de omzetting van methaan naar methanol. Op basis daarvan konden wij zien welk specifiek ijzeratoom aan het werk was en waar het zich precies bevindt in het zeoliet.”
Nu wetenschappers weten hoe de katalysator eruitziet, kunnen ze hem gaan nabouwen en optimaliseren in het labo. Dat biedt heel wat mogelijkheden voor de toekomst. Zo zal de productie van het methanol dat nodig is voor de productie van plastic heel wat goedkoper worden. De katalysator kan bovendien nuttig zijn voor de omzetting van stikstofoxiden en dus ook voor het zuiveren van uitlaatgassen.
maandag 19 september 2016
Toch windturbines in Veenkoloniën
Er komen toch tientallen windmolens in de Drentse Veenkoloniën. Minister Kamp van Economische Zaken legt kritiek naast zich neer.
Omwonenden, gemeenten en de provincie keerden zich tegen de omstreden plannen, maar Kamp ziet geen reden om de plannen af te blazen.
Wel worden de plannen deels aangepast. In Drouwenermond zouden twee rijen windmolens komen, de zuidelijke rij wordt nu geschrapt. Daardoor komt het aantal turbines in het gebied uit op 45, in plaats van 50.
Ook komt er nog een gesprek met het bestuur van de organisatie Astron, nu blijkt dat de molens de LOFAR-telescoop kunnen verstoren. De techniek waarvan gebruik zal worden gemaakt bij de turbines in de Drentse Monden en Oostermoer, reduceert deze straling waardoor de kwaliteit van het onderzoek van Astron zo goed mogelijk wordt gewaarborgd.
Uit de Monitor Wind op Land 2015 blijkt dat er vorig jaar veel nieuw windvermogen is bijgekomen: 425 MW. Daarnaast is het aantal projecten toegenomen waarvan verwacht wordt dat deze in 2020 vrijwel zeker gerealiseerd zijn, in totaal 5.242 MW. Maar er moet volgens het kabinet nog veel gebeuren, met name om de laatste 759 MW aan windmolens voor 2020 te hebben gebouwd. In dat jaar zullen windparken op land energie leveren aan ongeveer 4 miljoen huishoudens.
Omwonenden, gemeenten en de provincie keerden zich tegen de omstreden plannen, maar Kamp ziet geen reden om de plannen af te blazen.
Wel worden de plannen deels aangepast. In Drouwenermond zouden twee rijen windmolens komen, de zuidelijke rij wordt nu geschrapt. Daardoor komt het aantal turbines in het gebied uit op 45, in plaats van 50.
Ook komt er nog een gesprek met het bestuur van de organisatie Astron, nu blijkt dat de molens de LOFAR-telescoop kunnen verstoren. De techniek waarvan gebruik zal worden gemaakt bij de turbines in de Drentse Monden en Oostermoer, reduceert deze straling waardoor de kwaliteit van het onderzoek van Astron zo goed mogelijk wordt gewaarborgd.
Uit de Monitor Wind op Land 2015 blijkt dat er vorig jaar veel nieuw windvermogen is bijgekomen: 425 MW. Daarnaast is het aantal projecten toegenomen waarvan verwacht wordt dat deze in 2020 vrijwel zeker gerealiseerd zijn, in totaal 5.242 MW. Maar er moet volgens het kabinet nog veel gebeuren, met name om de laatste 759 MW aan windmolens voor 2020 te hebben gebouwd. In dat jaar zullen windparken op land energie leveren aan ongeveer 4 miljoen huishoudens.
Aardgas voor bijna 80 procent op
Sinds de ontdekking van de Groningse aardgasvelden in 1959 is in Nederland ruim 3 582 miljard m3 aardgas gewonnen. De aardgasreserve bedroeg nog 940 miljard m3 in 2015, wat betekent dat bijna 80 procent van de Nederlandse aardgasreserve is verbruikt. Dat meldt CBS. Als het winningstempo niet verandert, zullen de huidige aardgasreserves nog ruim 17 jaar meegaan.
De resterende aardgasreserve steeg in 2015 met ruim 8 miljard m3, ondanks de winning van 52 miljard m3 het afgelopen jaar. Deze toename komt grotendeels door herberekening van aangetoonde reserves en slechts in beperkte mate door nieuw ontdekte aardgasreserves. De aardgasreserve omvat alleen het technisch winbare en economisch rendabele deel van het aardgas in de Nederlandse bodem. Onder andere fluctuaties in de gasprijs en nieuwe technologische ontwikkelingen kunnen leiden tot herberekening van reeds aangetoonde reserves. Omdat in 2015 de opwaartse herberekening groter was dan de winning, is de aardgasreserve iets toegenomen.
Vanwege de aardbevingen in Groningen heeft het kabinet besloten om de gaswinning uit het Groningenveld verder terug te schroeven tot 27 miljard m3. Momenteel ligt er een ontwerpbesluit om de gaswinning verder te verlagen naar 24 miljard m3. Enkel in koude winters mag dan extra gas gewonnen worden zodat bedrijven en huishoudens niet in de kou komen te zitten.
De bouw van een stikstofinstallatie bij Zuidbroek, die het mogelijk maakt om buitenlands gas geschikt te maken voor Nederlandse huishoudens, is voorlopig uitgesteld. Na de zomer van 2017 zal het kabinet beslissen of de bouw noodzakelijk is. Als de stikstofinstallatie er komt, kan vanaf 2021 de Nederlandse gaswinning nog verder worden teruggeschroefd.
Het ingestelde productieplafond voor Groningen heeft de laatste jaren duidelijk impact gehad op de gasproductie. Zo daalde de totale gaswinning van ruim 84 m3 in 2013 tot 52 m3 in 2015; het laagste productieniveau sinds begin jaren ’70. Aangezien het Groningenveld bijna driekwart van de resterende voorraden beslaat, zal de Nederlandse aardgaswinning waarschijnlijk verder dalen; ondanks een kleine toename in de productie van de overige velden, die zich voornamelijk in de Noordzee bevinden.
Door de lagere gasprijs en het lagere productieniveau is het aandeel van de aardgasbaten in de inkomsten van de Nederlandse overheid de laatste jaren flink afgenomen. In 2013 bestond nog ruim 9 procent van de inkomsten van de overheid uit aardgasbaten, in 2015 was dit gedaald tot 3 procent. De totale aardgasbaten daalden van 15,4 miljard euro in 2013 tot 5,3 miljard euro in 2015.
Doordat de aardgasreserve iets is toegenomen en de gaswinning gedaald, is de verwachte resterende tijd dat we nog Nederlands gas hebben toegenomen. Op basis van de huidige voorraden en het productieniveau in 2015, zullen de aardgasreserves nog ruim 17 jaar meegaan. Bij het eventueel verder dichtdraaien van de gaskraan in Groningen kan deze periode langer worden.
De resterende aardgasreserve steeg in 2015 met ruim 8 miljard m3, ondanks de winning van 52 miljard m3 het afgelopen jaar. Deze toename komt grotendeels door herberekening van aangetoonde reserves en slechts in beperkte mate door nieuw ontdekte aardgasreserves. De aardgasreserve omvat alleen het technisch winbare en economisch rendabele deel van het aardgas in de Nederlandse bodem. Onder andere fluctuaties in de gasprijs en nieuwe technologische ontwikkelingen kunnen leiden tot herberekening van reeds aangetoonde reserves. Omdat in 2015 de opwaartse herberekening groter was dan de winning, is de aardgasreserve iets toegenomen.
Vanwege de aardbevingen in Groningen heeft het kabinet besloten om de gaswinning uit het Groningenveld verder terug te schroeven tot 27 miljard m3. Momenteel ligt er een ontwerpbesluit om de gaswinning verder te verlagen naar 24 miljard m3. Enkel in koude winters mag dan extra gas gewonnen worden zodat bedrijven en huishoudens niet in de kou komen te zitten.
De bouw van een stikstofinstallatie bij Zuidbroek, die het mogelijk maakt om buitenlands gas geschikt te maken voor Nederlandse huishoudens, is voorlopig uitgesteld. Na de zomer van 2017 zal het kabinet beslissen of de bouw noodzakelijk is. Als de stikstofinstallatie er komt, kan vanaf 2021 de Nederlandse gaswinning nog verder worden teruggeschroefd.
Het ingestelde productieplafond voor Groningen heeft de laatste jaren duidelijk impact gehad op de gasproductie. Zo daalde de totale gaswinning van ruim 84 m3 in 2013 tot 52 m3 in 2015; het laagste productieniveau sinds begin jaren ’70. Aangezien het Groningenveld bijna driekwart van de resterende voorraden beslaat, zal de Nederlandse aardgaswinning waarschijnlijk verder dalen; ondanks een kleine toename in de productie van de overige velden, die zich voornamelijk in de Noordzee bevinden.
Door de lagere gasprijs en het lagere productieniveau is het aandeel van de aardgasbaten in de inkomsten van de Nederlandse overheid de laatste jaren flink afgenomen. In 2013 bestond nog ruim 9 procent van de inkomsten van de overheid uit aardgasbaten, in 2015 was dit gedaald tot 3 procent. De totale aardgasbaten daalden van 15,4 miljard euro in 2013 tot 5,3 miljard euro in 2015.
Doordat de aardgasreserve iets is toegenomen en de gaswinning gedaald, is de verwachte resterende tijd dat we nog Nederlands gas hebben toegenomen. Op basis van de huidige voorraden en het productieniveau in 2015, zullen de aardgasreserves nog ruim 17 jaar meegaan. Bij het eventueel verder dichtdraaien van de gaskraan in Groningen kan deze periode langer worden.
Nieuw digitaal energieloket Arnhem gelanceerd
Vorige week is tijdens het Energy café van het netwerk Energie made in [Arnhem] het Energieloket Midden Gelderland gelanceerd. De gemeenten Arnhem, Renkum, Rheden en Rozendaal hebben gezamenlijk dit loket opgericht om inwoners en MKB-ondernemers in de gemeenten te informeren over de mogelijkheden voor energiebesparing en het opwekken van duurzame energie. Met een gezamenlijke druk op de knop door de wethouders Wendy Ruwhof (Renkum, links op de foto) Anja Haga (Arnhem, midden) en Nicole Olland (Rheden, rechts op de foto) is de website gelanceerd.
Het loket helpt burgers en MKB-ondernemers om via één loket objectieve informatie te krijgen over energie besparen, duurzame energie opwekken, subsidies en andere financieringsmogelijkheden. Het loket bestaat uit een website www.elmg.nl en daarnaast is er een helpdesk ingericht waar men per mail of telefoon terecht kan met vragen. Ook heeft het loket een verwijsfunctie en toont het lokale voorbeelden die ter inspiratie dienen.
Als inwoners en het MKB energiemaatregelen nemen in hun woningen/gebouwen draagt dat bij aan de doelstellingen van de gemeenten op het gebied van energie. Het Energieloket is één van de middelen die door Arnhem ingezet wordt om de doelstellingen van het programma New energy made in [Arnhem] te halen. Arnhem wil ieder jaar 1,5 % energie besparen, in 2020 14% van de energie duurzaam opwekken en in 2050 energieneutraal zijn.
De Vereniging Nederlandse Gemeenten heeft een budget beschikbaar gesteld om regionale energieloketten op te richten. Het Energieloket Midden Gelderland is momenteel samengesteld uit de gemeenten Arnhem, Rheden, Rozendaal en Renkum. Gezamenlijk hebben zij de Rijn en IJssel Energie Coöperatie opdracht gegeven dit energieloket in te richten. Andere gemeenten kunnen zich nog bij het loket gaan aansluiten.
Het loket helpt burgers en MKB-ondernemers om via één loket objectieve informatie te krijgen over energie besparen, duurzame energie opwekken, subsidies en andere financieringsmogelijkheden. Het loket bestaat uit een website www.elmg.nl en daarnaast is er een helpdesk ingericht waar men per mail of telefoon terecht kan met vragen. Ook heeft het loket een verwijsfunctie en toont het lokale voorbeelden die ter inspiratie dienen.
Als inwoners en het MKB energiemaatregelen nemen in hun woningen/gebouwen draagt dat bij aan de doelstellingen van de gemeenten op het gebied van energie. Het Energieloket is één van de middelen die door Arnhem ingezet wordt om de doelstellingen van het programma New energy made in [Arnhem] te halen. Arnhem wil ieder jaar 1,5 % energie besparen, in 2020 14% van de energie duurzaam opwekken en in 2050 energieneutraal zijn.
De Vereniging Nederlandse Gemeenten heeft een budget beschikbaar gesteld om regionale energieloketten op te richten. Het Energieloket Midden Gelderland is momenteel samengesteld uit de gemeenten Arnhem, Rheden, Rozendaal en Renkum. Gezamenlijk hebben zij de Rijn en IJssel Energie Coöperatie opdracht gegeven dit energieloket in te richten. Andere gemeenten kunnen zich nog bij het loket gaan aansluiten.
Fries krijgt sneller uitsluitsel bij schade gaswinning
Inwoners, bedrijven en overheden in gaswinningsgebieden in Fryslân kunnen voortaan onafhankelijk laten vaststellen of schade aan hun eigendommen het gevolg is van gaswinning. Na de NAM tekent nu ook Vermilion een bodemdalingsovereenkomst met de provincie en Wetterskip Fryslân.
Dit betekent dat de onafhankelijke Commissie Bodemdaling Aardgaswinning Fryslân in gevallen van schade uitspraak doet of die veroorzaakt is door de gaswinning. Daarmee hebben de inwoners geen last meer van ingewikkelde procedures en krijgen ze sneller duidelijkheid.
Gaswinning leidt vaak tot onrust. Door daling van de bodem kan schade ontstaan aan de omgeving. Vaak is het erg lastig om de oorzaak van die schade aan te tonen. Gaswinningsbedrijf Vermilion, dat op diverse locaties in Fryslân gas wint, en de betrokken overheden regelen met de overeenkomst dat een onafhankelijke partij beoordeelt of schade veroorzaakt is door de gaswinning of niet. Dat gebeurt door de Commissie Bodemdaling Aardgaswinning Fryslân. Die doet dat ook in de gebieden waar de NAM actief is. Vermilion betaalt de schadevergoedingen die de commissie vaststelt.
Onderdeel van de overeenkomst tussen Vermilion, Wetterskip Fryslân en de provincie is, dat er bij de start van nieuwe gaswinningen een nulmeting van gebouwen komt. Die geeft duidelijkheid over de uitgangssituatie en maakt daardoor eventuele veranderingen zichtbaar. Dat maakt een goede beoordeling van de oorzaak van schade beter mogelijk. De bestaande overeenkomst met de NAM voorziet nog niet in zo’n nulmeting. De NAM heeft aangegeven die extra paragraaf ook toe te willen voegen.
Dit betekent dat de onafhankelijke Commissie Bodemdaling Aardgaswinning Fryslân in gevallen van schade uitspraak doet of die veroorzaakt is door de gaswinning. Daarmee hebben de inwoners geen last meer van ingewikkelde procedures en krijgen ze sneller duidelijkheid.
Gaswinning leidt vaak tot onrust. Door daling van de bodem kan schade ontstaan aan de omgeving. Vaak is het erg lastig om de oorzaak van die schade aan te tonen. Gaswinningsbedrijf Vermilion, dat op diverse locaties in Fryslân gas wint, en de betrokken overheden regelen met de overeenkomst dat een onafhankelijke partij beoordeelt of schade veroorzaakt is door de gaswinning of niet. Dat gebeurt door de Commissie Bodemdaling Aardgaswinning Fryslân. Die doet dat ook in de gebieden waar de NAM actief is. Vermilion betaalt de schadevergoedingen die de commissie vaststelt.
Onderdeel van de overeenkomst tussen Vermilion, Wetterskip Fryslân en de provincie is, dat er bij de start van nieuwe gaswinningen een nulmeting van gebouwen komt. Die geeft duidelijkheid over de uitgangssituatie en maakt daardoor eventuele veranderingen zichtbaar. Dat maakt een goede beoordeling van de oorzaak van schade beter mogelijk. De bestaande overeenkomst met de NAM voorziet nog niet in zo’n nulmeting. De NAM heeft aangegeven die extra paragraaf ook toe te willen voegen.
vrijdag 16 september 2016
Eigen Huis wil snel duidelijkheid voor consument na energiedatalek
Vereniging Eigen Huis is bezorgd over de beveiliging van energiegegevens. De vereniging heeft deze zorgen geuit in een brief aan de koepel van netbeheerders Netbeheer Nederland en de Autoriteit Persoonsgegevens. Verbruiks- en persoonsgegevens zijn van de consument. Die heeft het recht om te weten wat er met zijn data gebeurt en wie bij deze data kan. Eerder deze week werden de energiegegevens van 2 miljoen consumenten ontvreemd. De vereniging vindt dat deze huishoudens snel moeten worden geïnformeerd over wat er is gebeurd, welke data zijn gestolen, waar de data zijn terechtgekomen en welke maatregelen worden genomen om herhaling te voorkomen.
In een centraal register staan onder meer jaarverbruik, adresgegevens en de einddatum van contracten geregistreerd. Netbeheerders zijn verantwoordelijk voor het beheer van deze data. Consumenten moeten ervan verzekerd zijn dat hun persoonsgegevens en verbruiksdata in handen van derden optimaal beveiligd zijn. Dat geldt in zijn algemeenheid maar zeker ook voor energiedata. Directeur Kennis en Belangenbehartiging Rob Mulder: "Netbeheer Nederland en de Autoriteit Persoonsgegevens moeten samen met de energieleveranciers en de Autoriteit Consument en Markt (ACM) maatregelen nemen die het geschonden vertrouwen in de databeveiliging herstellen. Door de komst van de slimme meter en de extra data-uitwisseling die daarmee gepaard gaat wordt het nog belangrijker dat de positie van de consument en zijn digitale veiligheid goed geregeld zijn".
In een centraal register staan onder meer jaarverbruik, adresgegevens en de einddatum van contracten geregistreerd. Netbeheerders zijn verantwoordelijk voor het beheer van deze data. Consumenten moeten ervan verzekerd zijn dat hun persoonsgegevens en verbruiksdata in handen van derden optimaal beveiligd zijn. Dat geldt in zijn algemeenheid maar zeker ook voor energiedata. Directeur Kennis en Belangenbehartiging Rob Mulder: "Netbeheer Nederland en de Autoriteit Persoonsgegevens moeten samen met de energieleveranciers en de Autoriteit Consument en Markt (ACM) maatregelen nemen die het geschonden vertrouwen in de databeveiliging herstellen. Door de komst van de slimme meter en de extra data-uitwisseling die daarmee gepaard gaat wordt het nog belangrijker dat de positie van de consument en zijn digitale veiligheid goed geregeld zijn".
Duurzaamheidscafé wil ideeën voor Eindhoven bij elkaar brengen
Op 19 september is de Fontys Sporthogeschool de locatie voor het Duurzaamheidscafé. Het café is in het leven geroepen door de regiegroep Congrestival 040 en bedoeld voor alle belangstellenden die willen bijdragen aan een duurzamer Eindhoven. Tijdens een interactieve avond zullen bestaande initiatieven aan elkaar gekoppeld worden, zodat zij van elkaar kunnen leren en elkaar kunnen versnellen. Daarnaast is het dé plek voor het ontstaan van nieuwe ideeën en nieuwe samenwerkingen.
Het duurzaamheidsstreven is zeker geen nieuw onderwerp voor Eindhoven. Dat blijkt wel uit de honderden initiatieven die er al zijn in het bedrijfsleven, bij verenigingen en onder inwoners zelf. Veel van die initiatieven zijn verzameld op de website 040GoedBezig.
Uit de thema’s die aan bod komen, blijkt al dat duurzaamheid meer is dan alleen zonnepanelen en energiebesparing. Voor elk thema is een aparte tafel ingericht. Elke thematafel heeft zijn eigen inleider.
Het duurzaamheidscafé is onderdeel van Congrestival040.
Meer info: www.040goedbezig.nl/congrestival040
Het duurzaamheidsstreven is zeker geen nieuw onderwerp voor Eindhoven. Dat blijkt wel uit de honderden initiatieven die er al zijn in het bedrijfsleven, bij verenigingen en onder inwoners zelf. Veel van die initiatieven zijn verzameld op de website 040GoedBezig.
Uit de thema’s die aan bod komen, blijkt al dat duurzaamheid meer is dan alleen zonnepanelen en energiebesparing. Voor elk thema is een aparte tafel ingericht. Elke thematafel heeft zijn eigen inleider.
Het duurzaamheidscafé is onderdeel van Congrestival040.
Meer info: www.040goedbezig.nl/congrestival040
Op weg naar een zonnecel voor de productie van methanol
Chemici van het Van 't Hoff Institute for Molecular Sciences (HIMS) van de Universiteit van Amsterdam werken aan een nieuw soort 'chemische' zonnecel die zonlicht gebruikt voor de synthese van methanol uit kooldioxide en water. De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) stelde een half miljoen euro beschikbaar voor het onderzoek onder leiding van prof. dr. Joost Reek. Het wordt uitgevoerd in samenwerking met het Duitse chemiebedrijf Merck en onderzoeksinstituten ECN en FOM-AMOLF.
Zonlicht kan in principe op duurzame wijze in de volledige energiebehoefte van de mensheid voorzien. Daarbij is het wel van belang de zonne-energie zodanig op te kunnen slaan dat ze beschikbaar is als er behoefte is - ook 's nachts bijvoorbeeld. Bij zonnecellen die zonlicht omzetten in elektriciteit is grootschalige opslag (bijvoorbeeld in batterijen) nog een probleem. Daarom werken onderzoekers aan 'chemische' zonnecellen die het zonlicht direct kunnen omzetten in brandstoffen.
In zulke fotoelektrochemische cellen vindt een opeenvolging aan chemische reacties plaats, uitgaand van water en CO2. Net als in een 'gewone' zonnecel maakt de lichtenergie in eerste instantie elektronen vrij. Die gaan echter niet het elektriciteitsnet in, maar worden gebruikt in chemische reacties die uiteindelijk de brandstof opleveren.
De Amsterdamse onderzoekers werken aan een zogenaamd 'dye-sensitized' zonneceltype dat methanol kan maken. Ze richten zich vooral op de eerste cruciale stap in het benutten van de vrijgemaakte elektronen. Ze willen ervoor zorgen dat de elektronen niet in het systeem verloren gaan, maar beschikbaar zijn voor de chemische reacties. Ze gaan daarom op zoek naar stoffen die de elektronen tijdelijk vast kunnen houden: zogenaamde “redox mediators”. Ze hopen de efficiëntie van de (nog erg experimentele) zonnecellen met minstens een factor tien kunnen verbeteren, tot het niveau van enkele procenten.
Het onderzoeksproject Redox Mediators in Dye-sensitized Photoelectrochemical Cells for CO2-reduction zal vier jaar gaan duren. De NWO subsidie wordt aangewend om twee promovendi aan te stellen. Het onderzoek vindt plaats in consortiumverband waarin naast UvA/HIMS (prof.dr. Joost Reek, dr. Remko Detz en prof.dr. Fred Brouwer) de onderzoeksinstituten ECN (prof.dr. Wim Sinke) en FOM-AMOLF (dr. Erik Garnett) zijn betrokken, evenals het Duitse chemiebedrijf Merck (dr. Matthias Koch). Merck draagt ook financieel aan het onderzoek bij.
Zonlicht kan in principe op duurzame wijze in de volledige energiebehoefte van de mensheid voorzien. Daarbij is het wel van belang de zonne-energie zodanig op te kunnen slaan dat ze beschikbaar is als er behoefte is - ook 's nachts bijvoorbeeld. Bij zonnecellen die zonlicht omzetten in elektriciteit is grootschalige opslag (bijvoorbeeld in batterijen) nog een probleem. Daarom werken onderzoekers aan 'chemische' zonnecellen die het zonlicht direct kunnen omzetten in brandstoffen.
In zulke fotoelektrochemische cellen vindt een opeenvolging aan chemische reacties plaats, uitgaand van water en CO2. Net als in een 'gewone' zonnecel maakt de lichtenergie in eerste instantie elektronen vrij. Die gaan echter niet het elektriciteitsnet in, maar worden gebruikt in chemische reacties die uiteindelijk de brandstof opleveren.
De Amsterdamse onderzoekers werken aan een zogenaamd 'dye-sensitized' zonneceltype dat methanol kan maken. Ze richten zich vooral op de eerste cruciale stap in het benutten van de vrijgemaakte elektronen. Ze willen ervoor zorgen dat de elektronen niet in het systeem verloren gaan, maar beschikbaar zijn voor de chemische reacties. Ze gaan daarom op zoek naar stoffen die de elektronen tijdelijk vast kunnen houden: zogenaamde “redox mediators”. Ze hopen de efficiëntie van de (nog erg experimentele) zonnecellen met minstens een factor tien kunnen verbeteren, tot het niveau van enkele procenten.
Het onderzoeksproject Redox Mediators in Dye-sensitized Photoelectrochemical Cells for CO2-reduction zal vier jaar gaan duren. De NWO subsidie wordt aangewend om twee promovendi aan te stellen. Het onderzoek vindt plaats in consortiumverband waarin naast UvA/HIMS (prof.dr. Joost Reek, dr. Remko Detz en prof.dr. Fred Brouwer) de onderzoeksinstituten ECN (prof.dr. Wim Sinke) en FOM-AMOLF (dr. Erik Garnett) zijn betrokken, evenals het Duitse chemiebedrijf Merck (dr. Matthias Koch). Merck draagt ook financieel aan het onderzoek bij.
donderdag 15 september 2016
D66: Onafhankelijke beoordeling aardbevingsschade Groningen
Tweede Kamerlid Stientje van Veldhoven wil een onafhankelijke afhandeling van aardbevingsschade in Groningen. De afhandeling van aardbevingsschade gebeurt nu nog door het Centrum Veilig Wonen (CVW) in opdracht van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM).
Van Veldhoven: “Vertrouwen in de experts die bij je thuis komen om de bevingsschade op te nemen, is cruciaal. Dat vertrouwen is er bij de mensen nu te vaak niet. Het is ook vreemd dat het bedrijf dat verantwoordelijk is voor het oppompen van het gas en de aardbevingen veroorzaakt, ook degene is die bepaalt of jij de schade aan je huis vergoed krijgt. Daarom wil D66 dat de instantie die de schade afhandelt onafhankelijk wordt van de NAM. Mensen moeten zich prettig en veilig kunnen voelen in hun eigen huis.” Van Veldhoven doet haar voorstel vandaag in het debat in de Tweede Kamer over de gaswinning.
Ruimhartig kijken naar schadevergoeding
Het Centrum Veilig Wonen (CVW) moet onafhankelijk worden van de NAM en onder de National Coördinator Groningen worden geplaatst. D66 wil dat de onafhankelijk Coördinator het mandaat krijgt om te komen tot een schadeafhandeling die snel, ruimhartig en onafhankelijk is. Bovendien moet met name voor de kleinere schades de papierwinkel sterk kunnen verminderen. Van Veldhoven: “Het zal je huis maar zijn, waar de scheuren in de muren zitten. D66 wil dat als je schade hebt, dat er ruimhartig wordt gekeken naar schadevergoedingen en de mensen worden ontlast. Deze mensen kunnen er tenslotte niks aan doen.”
Van Veldhoven: “Vertrouwen in de experts die bij je thuis komen om de bevingsschade op te nemen, is cruciaal. Dat vertrouwen is er bij de mensen nu te vaak niet. Het is ook vreemd dat het bedrijf dat verantwoordelijk is voor het oppompen van het gas en de aardbevingen veroorzaakt, ook degene is die bepaalt of jij de schade aan je huis vergoed krijgt. Daarom wil D66 dat de instantie die de schade afhandelt onafhankelijk wordt van de NAM. Mensen moeten zich prettig en veilig kunnen voelen in hun eigen huis.” Van Veldhoven doet haar voorstel vandaag in het debat in de Tweede Kamer over de gaswinning.
Ruimhartig kijken naar schadevergoeding
Het Centrum Veilig Wonen (CVW) moet onafhankelijk worden van de NAM en onder de National Coördinator Groningen worden geplaatst. D66 wil dat de onafhankelijk Coördinator het mandaat krijgt om te komen tot een schadeafhandeling die snel, ruimhartig en onafhankelijk is. Bovendien moet met name voor de kleinere schades de papierwinkel sterk kunnen verminderen. Van Veldhoven: “Het zal je huis maar zijn, waar de scheuren in de muren zitten. D66 wil dat als je schade hebt, dat er ruimhartig wordt gekeken naar schadevergoedingen en de mensen worden ontlast. Deze mensen kunnen er tenslotte niks aan doen.”
Wat vinden Stadjers van windenergie?
Vanaf donderdag 15 september hebben Stadjers twee weken de mogelijkheid om mee te doen aan de enquête over windenergie. Vooruitlopend op het Windplan dat het college ter besluitvorming wil voorleggen aan de raad, worden Stadjers geconsulteerd over hun opvattingen over windenergie.
In 2035 wil de gemeente Groningen energieneutraal zijn. Mattias Gijsbertsen, wethouder Duurzaamheid: “Windenergie is een heel belangrijke duurzame energiebron. Daarmee kan een aanzienlijk deel worden opgewekt van de energie die we nodig hebben voor onze stad. Windenergie biedt kansen voor de stad en die willen we als gemeente zo goed mogelijk benutten. Dit willen we niet alleen doen, maar met bewoners, ondernemers en strategische partners.”
Daarbij is het belangrijk om te weten wat de mening van Stadjers over windenergie is. De uitkomst van de enquête vormt een van de onderdelen van het Windplan, waarmee de gemeente Groningen aangeeft hoe zij verder wil met energie.
Alle leden van het Stadspanel van de gemeente Groningen (8.000 personen) krijgen de enquête toegestuurd. Daarnaast kan iedereen die belangstelling heeft, de vragenlijst vinden via www.stadjersonline.nl. De code om de vragenlijst in te vullen is: windkracht050.
In 2035 wil de gemeente Groningen energieneutraal zijn. Mattias Gijsbertsen, wethouder Duurzaamheid: “Windenergie is een heel belangrijke duurzame energiebron. Daarmee kan een aanzienlijk deel worden opgewekt van de energie die we nodig hebben voor onze stad. Windenergie biedt kansen voor de stad en die willen we als gemeente zo goed mogelijk benutten. Dit willen we niet alleen doen, maar met bewoners, ondernemers en strategische partners.”
Daarbij is het belangrijk om te weten wat de mening van Stadjers over windenergie is. De uitkomst van de enquête vormt een van de onderdelen van het Windplan, waarmee de gemeente Groningen aangeeft hoe zij verder wil met energie.
Alle leden van het Stadspanel van de gemeente Groningen (8.000 personen) krijgen de enquête toegestuurd. Daarnaast kan iedereen die belangstelling heeft, de vragenlijst vinden via www.stadjersonline.nl. De code om de vragenlijst in te vullen is: windkracht050.
'Afvalwaterinjecties in Twente opschorten'
De provincie Overijssel en de gemeenten Tubbergen en Dinkelland willen dat Minister Kamp van Economische Zaken de hervatting van de afvalwaterinjecties in Twente opschort. Op dit moment onderzoekt de NAM of er geen betere verwerkingsmethoden zijn voor het afvalwater. Volgens de provincie en de gemeenten zijn de consequenties van hervatting onvoldoende bekend, en is het vanuit voorzorg beter om niet te hervatten.
Bovendien heeft de minister in een eerder stadium aangegeven de injecties niet te zullen hervatten voordat de uitkomsten van die herafweging duidelijk zijn. De provincie en gemeenten willen dat de minister zich aan deze toezegging houdt.
Vandaag debatteert de Tweede Kamer over de hervatting van de afvalwaterinjecties. In augustus gaf de NAM aan de injecties medio september te willen hervatten, na reparatie van een lekgeraakte pijpleiding. Mogelijk dat ook andere gemeenten in Twente besluiten om een bezwaarschrift te sturen.
De provincie Overijssel en de gemeenten zijn daarnaast door de minister gevraagd hun voorkeur aan te geven hoe in de toekomst wordt omgegaan met het afvalwater van de oliewinning door de NAM in Schoonebeek. Nu wordt dat water nog met een pijpleiding naar voormalige gasvelden in Twente getransporteerd. Daar wordt het vervolgens in de diepe ondergrond geïnjecteerd. In opdracht van de NAM heeft adviesbureau Royal Haskoning – DHV vier alternatieven voor deze injecties onderzocht. Dit rapport is in juni gepresenteerd. De regionale en lokale overheden zijn door de minister gevraagd te reageren op deze alternatieven.
Zowel provincie als gemeenten geven de voorkeur aan de alternatieven zónder injectie in de ondergrond.
Dit zijn:
Een volledige zuivering van het afvalwater op de oliewinninglocatie in Schoonebeek, waarbij het water zo schoon wordt dat het op het oppervlaktewater kan worden geloosd.
Zuivering van het water van de mijnbouwhulpstoffen, en afvoer van het overgebleven zout water via een pijplijn naar zee.
De minister is in een brief gevraagd het onderzoek met deze twee alternatieven voort te zetten.
Om tot de keuze voor deze alternatieven te komen is een brede en integrale afweging gemaakt. Hierbij is gekeken naar de aspecten veiligheid, gezondheid en milieu, en is getoetst aan de bestaande kaders zoals de Omgevingsvisie Overijssel (inclusief de ondergrond) en het Landelijk Afvalbeheerplan.
Tot slot roepen provincie en gemeenten de landelijke overheid en de NAM nadrukkelijk op om met de bewoners in Twente in gesprek te gaan. De huidige communicatie heeft tot nog toe niet geleid tot het wegnemen van zorgen en onzekerheden.
Bovendien heeft de minister in een eerder stadium aangegeven de injecties niet te zullen hervatten voordat de uitkomsten van die herafweging duidelijk zijn. De provincie en gemeenten willen dat de minister zich aan deze toezegging houdt.
Vandaag debatteert de Tweede Kamer over de hervatting van de afvalwaterinjecties. In augustus gaf de NAM aan de injecties medio september te willen hervatten, na reparatie van een lekgeraakte pijpleiding. Mogelijk dat ook andere gemeenten in Twente besluiten om een bezwaarschrift te sturen.
De provincie Overijssel en de gemeenten zijn daarnaast door de minister gevraagd hun voorkeur aan te geven hoe in de toekomst wordt omgegaan met het afvalwater van de oliewinning door de NAM in Schoonebeek. Nu wordt dat water nog met een pijpleiding naar voormalige gasvelden in Twente getransporteerd. Daar wordt het vervolgens in de diepe ondergrond geïnjecteerd. In opdracht van de NAM heeft adviesbureau Royal Haskoning – DHV vier alternatieven voor deze injecties onderzocht. Dit rapport is in juni gepresenteerd. De regionale en lokale overheden zijn door de minister gevraagd te reageren op deze alternatieven.
Zowel provincie als gemeenten geven de voorkeur aan de alternatieven zónder injectie in de ondergrond.
Dit zijn:
Een volledige zuivering van het afvalwater op de oliewinninglocatie in Schoonebeek, waarbij het water zo schoon wordt dat het op het oppervlaktewater kan worden geloosd.
Zuivering van het water van de mijnbouwhulpstoffen, en afvoer van het overgebleven zout water via een pijplijn naar zee.
De minister is in een brief gevraagd het onderzoek met deze twee alternatieven voort te zetten.
Om tot de keuze voor deze alternatieven te komen is een brede en integrale afweging gemaakt. Hierbij is gekeken naar de aspecten veiligheid, gezondheid en milieu, en is getoetst aan de bestaande kaders zoals de Omgevingsvisie Overijssel (inclusief de ondergrond) en het Landelijk Afvalbeheerplan.
Tot slot roepen provincie en gemeenten de landelijke overheid en de NAM nadrukkelijk op om met de bewoners in Twente in gesprek te gaan. De huidige communicatie heeft tot nog toe niet geleid tot het wegnemen van zorgen en onzekerheden.
woensdag 14 september 2016
Onderzoek naar duurzaam fonds FEIST
Het ambitieuze duurzame investeringsfonds FEIST van Henk Keilman, dat enkele jaren terug door de overheid met miljoenen werd gesubsidieerd, zit in de problemen. De overheid wil haar geld terug, maar volgens RTL Z is dat in een groot zwart gat verdwenen.
De problemen begonnen toen eind 2012 Keilmans zakenimperium ineen stortte. Met krap 4 miljoen euro in kas werd ruim 6 miljoen aan investeringen toegezegd.
Subsidiegever RVO heeft zomer vorig jaar al beslag gelegd op de aandelenportefeuille van het fonds. Op dit moment heeft de Ondernemingskamer de Haagse jurist Bruno Tideman de opdracht gegeven om onderzoek te doen naar de gang van zaken bij het fonds.
De problemen begonnen toen eind 2012 Keilmans zakenimperium ineen stortte. Met krap 4 miljoen euro in kas werd ruim 6 miljoen aan investeringen toegezegd.
Subsidiegever RVO heeft zomer vorig jaar al beslag gelegd op de aandelenportefeuille van het fonds. Op dit moment heeft de Ondernemingskamer de Haagse jurist Bruno Tideman de opdracht gegeven om onderzoek te doen naar de gang van zaken bij het fonds.
Oppositiepartijen willen discussie over hoogspanningslijnen in Helmond
Oppositiepartijen PvdA, Lokaal Sterk en D66 willen in Helmond een openbaar rondetafelgesprek over de de gezondheidsrisico's van hoogspanningskabels.
Inzet zijn de hoogspanningsleidingen door nieuwbouwwijk Brandevoort. Vorig jaar kwamen er nieuwe richtlijnen van het RIVM voor toekomstige bebouwing. De gemeente moet een bredere veiligheidszone gaan aanhouden dan tot nu toe is gedaan. De berekeningen van de gemeente liggen onder vuur.
Daarvoor zouden, zo meldt het Eindhovens Dagblad, onafhankelijke experts van de GGD, onderzoeksinstituut TNO, de TU/Eindhoven, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne, netwerkbeheerder TenneT en energiebedrijven als Enexis en Essent uitgenodigd kunnen worden.
Inzet zijn de hoogspanningsleidingen door nieuwbouwwijk Brandevoort. Vorig jaar kwamen er nieuwe richtlijnen van het RIVM voor toekomstige bebouwing. De gemeente moet een bredere veiligheidszone gaan aanhouden dan tot nu toe is gedaan. De berekeningen van de gemeente liggen onder vuur.
Daarvoor zouden, zo meldt het Eindhovens Dagblad, onafhankelijke experts van de GGD, onderzoeksinstituut TNO, de TU/Eindhoven, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne, netwerkbeheerder TenneT en energiebedrijven als Enexis en Essent uitgenodigd kunnen worden.
Kabinet stelt besluit uitbreiding stikstofinstallatie uit
De Minister van Economische Zaken heeft meer tijd nodig om een besluit te kunnen nemen over de voorgenomen uitbreiding van de stikstofinstallatie nabij Zuidbroek. Dat heeft hij vandaag aan de Tweede Kamer laten weten. Voordat het kabinet een definitief besluit neemt over de uitbreiding wil hij bekijken of de aanvullende inzet van kwaliteitsconversie vanuit het oogpunt van veiligheid nodig is bij het voorgenomen winningsniveau van 24 miljard m3 per jaar. Bij kwaliteitsconversie voegt Gasunie Transport Services (GTS) stikstof toe aan gas uit het buitenland zodat het geschikt wordt gemaakt voor gebruik door Nederlandse huishoudens.
Op verzoek van het ministerie van Economische Zaken heeft GTS recent een analyse uitgevoerd. Hieruit blijkt dat bij behoud van de bestaande capaciteitsmiddelen (gasopslagen en productie Groningenveld), de ombouw van de buitenlandse markt en bij het voorgenomen winningsniveau, de uitbreiding vanuit het oogpunt van capaciteit niet meer nodig is.
Dat komt onder meer omdat is gebleken dat vanwege de terugloop van de gasproductie uit het Groningenveld, meer technische capaciteit op het Groningenveld beschikbaar is dan voorheen werd aangenomen. Ook zijn de huidige gasopslagen die het Groningengas kunnen opslaan voldoende inzetbaar. Dat was tot voor kort onzeker. Bovendien start de marktombouw van laag- naar hoogcalorisch gas in het buitenland eerder. Naar verwachting zal het kabinet kort na de zomer van 2017 een besluit nemen.
Op verzoek van het ministerie van Economische Zaken heeft GTS recent een analyse uitgevoerd. Hieruit blijkt dat bij behoud van de bestaande capaciteitsmiddelen (gasopslagen en productie Groningenveld), de ombouw van de buitenlandse markt en bij het voorgenomen winningsniveau, de uitbreiding vanuit het oogpunt van capaciteit niet meer nodig is.
Dat komt onder meer omdat is gebleken dat vanwege de terugloop van de gasproductie uit het Groningenveld, meer technische capaciteit op het Groningenveld beschikbaar is dan voorheen werd aangenomen. Ook zijn de huidige gasopslagen die het Groningengas kunnen opslaan voldoende inzetbaar. Dat was tot voor kort onzeker. Bovendien start de marktombouw van laag- naar hoogcalorisch gas in het buitenland eerder. Naar verwachting zal het kabinet kort na de zomer van 2017 een besluit nemen.
VVD plaatst vraagtekens bij windmolenplannen in Zwolle
De VVD schaart zich achter het verzet tegen drie windmolens op het Scania-terrein in Zwolle. De molens die zo'n honderd meter hoog worden, zetten grote wijken in de schaduw.
De VVD is daarmee de eerste Zwolse fractie die openlijk vraagtekens zet bij het plan van Scania, hogeschool Windesheim en burgerinitiatief Blauwvinger Energie.
Dinsdagavond 20 september houden de drie initiatiefnemers en de gemeente een gezamenlijke informatiemarkt voor omwonenden
De VVD is daarmee de eerste Zwolse fractie die openlijk vraagtekens zet bij het plan van Scania, hogeschool Windesheim en burgerinitiatief Blauwvinger Energie.
Dinsdagavond 20 september houden de drie initiatiefnemers en de gemeente een gezamenlijke informatiemarkt voor omwonenden
Stedin zet boot in ter inspectie gasleidingen onder water
Donderdag 8 september maakte Stedin een proefvaart met de MS Stedin. Met deze inspectieboot gaat Stedin haar gasleidingen onder water inspecteren. Hiermee is Stedin de eerste netbeheerder in Nederland die op deze manier inspecties gaat uitvoeren.
De boot, door medewerkers bij Stedin ook wel de MS Stedin genoemd, is een onbemand voertuig waarmee Stedin haar gasleidingen onder water gaat inspecteren. Stedin heeft 11.000 van deze zogenaamde zinkers in haar verzorgingsgebied. Door baggerwerkzaamheden of door stroming van het water kunnen die zinkers minder diep komen te liggen, of wellicht verschoven zijn.
De MS Stedin kan data verzamelen waarmee de bodem van een sloot of kanaal in kaart kan worden gebracht, inclusief de precieze locatie van de zinkers. Ook kan nauwkeurig worden bekeken hoe diep de zinkers onder het zand liggen. Want als er minder dan 1 ½ meter zand op de gasleidingen ligt, is de kans op schade aan de leidingen groter. Joep Weerts, directeur Storing en Onderhoud van Stedin: “Onze leidingen liggen in de grond. Met satellietdata kunnen we de beweging in de grond volgen. Maar onder water kunnen we die beweging niet zien. Daarvoor is deze boot zo geschikt.
Inmiddels hebben alle leden van het MS Stedin-team hun vaarbrevet behaald. In het najaar worden alle IT-systemen getest; de MS Stedin-data moet goed verwerkt kunnen worden en verschillende databases moeten met elkaar kunnen praten. Als dit alles is afgerond zal de boot zo’n 50 tot 60 vaarten per jaar gaan maken. Weerts: “Wij zijn de enige netbeheerder die op deze manier haar gasleidingen gaat inspecteren. Zelfs vanuit de waterwereld wordt hier met veel belangstelling op gereageerd.”
De boot, door medewerkers bij Stedin ook wel de MS Stedin genoemd, is een onbemand voertuig waarmee Stedin haar gasleidingen onder water gaat inspecteren. Stedin heeft 11.000 van deze zogenaamde zinkers in haar verzorgingsgebied. Door baggerwerkzaamheden of door stroming van het water kunnen die zinkers minder diep komen te liggen, of wellicht verschoven zijn.
De MS Stedin kan data verzamelen waarmee de bodem van een sloot of kanaal in kaart kan worden gebracht, inclusief de precieze locatie van de zinkers. Ook kan nauwkeurig worden bekeken hoe diep de zinkers onder het zand liggen. Want als er minder dan 1 ½ meter zand op de gasleidingen ligt, is de kans op schade aan de leidingen groter. Joep Weerts, directeur Storing en Onderhoud van Stedin: “Onze leidingen liggen in de grond. Met satellietdata kunnen we de beweging in de grond volgen. Maar onder water kunnen we die beweging niet zien. Daarvoor is deze boot zo geschikt.
Inmiddels hebben alle leden van het MS Stedin-team hun vaarbrevet behaald. In het najaar worden alle IT-systemen getest; de MS Stedin-data moet goed verwerkt kunnen worden en verschillende databases moeten met elkaar kunnen praten. Als dit alles is afgerond zal de boot zo’n 50 tot 60 vaarten per jaar gaan maken. Weerts: “Wij zijn de enige netbeheerder die op deze manier haar gasleidingen gaat inspecteren. Zelfs vanuit de waterwereld wordt hier met veel belangstelling op gereageerd.”
dinsdag 13 september 2016
Diefstal van energiedata van twee miljoen huishoudens
Netbeheer Nederland en Energie-Nederland maken vandaag de vermoedelijke diefstal van energiedata van twee miljoen huishoudens bekend. De diefstal is ook direct gemeld bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Het gaat om gegevens van het energiecontract zoals het jaarverbruik, type aansluiting en de einddatum van de contracten. Deze data staan geregistreerd in een centraal register.
"Het is onacceptabel dat deze persoonsgegevens op deze manier zijn opgevraagd", benadrukt directeur André Jurjus van Netbeheer Nederland. “De klant bepaalt wie er gebruik maakt van zijn data én wanneer”, vult Janine Verweij van Energie-Nederland aan “en moet er vanuit kunnen gaan dat zijn gegevens veilig zijn.”
De vermoedelijke diefstal vond plaats via een energieleverancier. Inmiddels is het voor de betrokken energieleverancier niet langer mogelijk om gegevens uit het systeem te halen waar ze geen recht toe heeft. Volgens de energieleverancier in kwestie is de diefstal het werk van één medewerker die inmiddels niet meer voor het bedrijf werkzaam is. De data kan mogelijk worden gebruikt om ongevraagde productaanbiedingen (energiecontracten) per post te doen.
Het is voor het eerst dat gegevens over energiecontracten van klanten op deze schaal zijn gestolen. De diefstal van de gegevens is aan het licht gekomen bij de monitoring van de centrale registers door de netbeheerders. Langs juridische weg is vernietiging van de data geëist. Momenteel wordt de zaak tot op de bodem uitgezocht om in het vervolg de risico's van het verkeerde gebruik van deze data tot het minimum te beperken en stappen te nemen om toekomstig misbruik van het systeem uit te sluiten. Hoe dit er precies uit komt te zien, is onderwerp van gesprek dat de komende weken plaatsvindt met toezichthouder Autoriteit Persoonsgegevens, ACM, de brancheorganisaties Netbeheer Nederland en Energie-Nederland en andere betrokken partijen.
"Het is onacceptabel dat deze persoonsgegevens op deze manier zijn opgevraagd", benadrukt directeur André Jurjus van Netbeheer Nederland. “De klant bepaalt wie er gebruik maakt van zijn data én wanneer”, vult Janine Verweij van Energie-Nederland aan “en moet er vanuit kunnen gaan dat zijn gegevens veilig zijn.”
De vermoedelijke diefstal vond plaats via een energieleverancier. Inmiddels is het voor de betrokken energieleverancier niet langer mogelijk om gegevens uit het systeem te halen waar ze geen recht toe heeft. Volgens de energieleverancier in kwestie is de diefstal het werk van één medewerker die inmiddels niet meer voor het bedrijf werkzaam is. De data kan mogelijk worden gebruikt om ongevraagde productaanbiedingen (energiecontracten) per post te doen.
Het is voor het eerst dat gegevens over energiecontracten van klanten op deze schaal zijn gestolen. De diefstal van de gegevens is aan het licht gekomen bij de monitoring van de centrale registers door de netbeheerders. Langs juridische weg is vernietiging van de data geëist. Momenteel wordt de zaak tot op de bodem uitgezocht om in het vervolg de risico's van het verkeerde gebruik van deze data tot het minimum te beperken en stappen te nemen om toekomstig misbruik van het systeem uit te sluiten. Hoe dit er precies uit komt te zien, is onderwerp van gesprek dat de komende weken plaatsvindt met toezichthouder Autoriteit Persoonsgegevens, ACM, de brancheorganisaties Netbeheer Nederland en Energie-Nederland en andere betrokken partijen.
Van champignons naar energie: eerste natte biomassafabriek geopend
Biologisch afval van de champignonkweek omzetten in compost, brandstof en duurzame warmte en zodoende jaarlijks miljoenen kubieke meters aardgas besparen. Dankzij een nieuw proces dat door drie Brabantse ondernemers met behulp van de overheid is ontwikkeld, is het vanaf nu mogelijk. Minister Kamp van Economische Zaken (EZ) opende vanmorgen Upcycling Gemert, een fabriek die dit proces in de praktijk brengt. De installatie zet vochtig afval, zogenoemde natte biomassa, om in brandstof en is een innovatief voorbeeld van de circulaire economie.
Minister Kamp: ,,Upcycling loopt met deze wereldwijd unieke innovatie voorop in de energietransitie. De technologie past bij de ambitie van het kabinet om minder afhankelijk te zijn van fossiele brandstoffen en afvalstromen om te zetten in nieuwe grondstoffen en energie. Dat is niet alleen goed voor ons klimaat, maar levert ook inkomsten en banen op. Onderzoek laat zien dat tot 2023, de circulaire economie in Nederland goed is voor een marktwaarde van 7,3 miljard euro per jaar en 54.000 banen vertegenwoordigd. Kansen dus te over voor ons bedrijfsleven. Upcycling laat zien hoe we die kansen kunnen verzilveren.”
De laatste jaren hebben bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheden al goede stappen gezet om effectiever, slimmer én winstgevender om te gaan met schaarse grondstoffen. Het kabinet wil samen met maatschappelijke partners de komende jaren het gebruik van grondstoffen reduceren en in 2050 een circulaire economie hebben. De ambitie is om in 2030 vijftig procent minder gebruik van primaire grondstoffen zoals mineralen, metalen en fossielen te realiseren.
Biomassa is een verzamelnaam voor biologisch afval dat via diverse processen omgezet kan worden in energie. Natte biomassa bestaat uit vochtig organisch afval zoals mest, vers GFT-afval en rioolslib. Natte biomassa kan gedroogd worden tot brandbare pellets, maar kan ook vergist worden om biogas of bio-ethanol te verkrijgen.
Champignon Kwekerij Gemert produceert jaarlijks maar liefst vijf miljoen kilogram champignons. De kweekresten van deze champignons vormen natte biomassa, zogenoemde champost. Deze champost wordt door Upcycling verwerkt tot warmte en waardevolle mest- of brandstoffen.
Upcycling voorziet de eigen champignonkwekerij vervolgens van warmte en heeft daarnaast ruimte voor het leveren van energie aan omliggende tuinders. Hiermee kan het verbruik van één miljoen kubieke meter aardgas jaarlijks worden vervangen. De verbrandingswaarde van het eindproduct in een bio- energiecentrale is daarnaast nog eens 3,5 miljoen kubieke meter aardgas waard. Het proces is niet alleen interessant voor het afval van champignons. Ook andere biomassastromen, zoals rioolslib en dierlijke mest kunnen hiervoor worden ingezet.
Vanuit het Topconsortium Kennis en Innovatie voor Bio Based Economy (TKI-BBE) onderdeel van de Topsector Energie is één miljoen euro bijgedragen aan het project in Noord-Brabant.
Productieproces Heineken duurzamer door gebruik van biogas
Heijmans is voor Fudura gestart met het aanleggen van een 2,2 kilometer lange biogasleiding vanaf de rioolwaterzuivering van waterschap Aa en Maas in Den Bosch naar de Heineken-brouwerij. Door middel van deze leiding wordt duurzaam verworven brandstof uit afvalwater - biogas - aangevoerd voor het opwekken van stoom in het brouwproces. Via de leiding zal het eerste jaar 3 miljoen m^3 aan biogas worden getransporteerd, daarna jaarlijks zo'n 4,7 miljoen vierkante meter.
De overwegend horizontaal gestuurde boringen voor de aanleg van de leiding kruisen onder andere de A59, een natuurgebied met primaire en secundaire waterkeringen en de Dieze. Er is veel onderzoek verricht in het kader van de Flora Fauna wet en de Waterwet om vooraf te bepalen waar de aanleg aan moet voldoen. Een deel van het trace mag enkel aangelegd worden in de periode tussen 1 augustus en 1 oktober. Omdat ook een bepaald deel van het gebied OCE verdacht is (kans op explosieven uit bijvoorbeeld de Tweede Wereldoorlog) zorgt dit voor de nodige uitdagingen.
De overwegend horizontaal gestuurde boringen voor de aanleg van de leiding kruisen onder andere de A59, een natuurgebied met primaire en secundaire waterkeringen en de Dieze. Er is veel onderzoek verricht in het kader van de Flora Fauna wet en de Waterwet om vooraf te bepalen waar de aanleg aan moet voldoen. Een deel van het trace mag enkel aangelegd worden in de periode tussen 1 augustus en 1 oktober. Omdat ook een bepaald deel van het gebied OCE verdacht is (kans op explosieven uit bijvoorbeeld de Tweede Wereldoorlog) zorgt dit voor de nodige uitdagingen.
Gasloze woonwijk voor Winsum
Wonen zonder gasaansluiting in een waterrijke en groene omgeving, dat kan straks aan de oostzijde van Winsum in de wijk Munster. In de nieuwe wijk worden volgens RTV Noord 150 energiezuinige woningen gebouwd.
De toevoeging van nog meer duurzame maatregelen in de wijk, zoals zonnepanelen, windmolentjes en hergebruik van water, wordt nader onderzocht.
De naam Munster verwijst naar de Munsterweg die midden door het plangebied loopt.
De toevoeging van nog meer duurzame maatregelen in de wijk, zoals zonnepanelen, windmolentjes en hergebruik van water, wordt nader onderzocht.
De naam Munster verwijst naar de Munsterweg die midden door het plangebied loopt.
maandag 12 september 2016
Sociaal Economische Raad bezoekt Energiekoplopers in Heerhugowaard
Een delegatie van de SER Borgingscommissie Energieakkoord, onder leiding van voorzitter Ed Nijpels, heeft donderdag 8 september een werkbezoek gebracht aan de slimme energieproeftuin Energiekoplopers in de ‘Stad van de Zon’ in Heerhugowaard. In deze proeftuin onderzoeken energiebedrijf Essent en netwerkbedrijf Alliander samen met 200 huishoudens hoe zij het (lokale) elektriciteitsnet betrouwbaar kunnen houden door met een slim energiesysteem en slimme apparaten flexibel met energie om te gaan.
Energiefiles
Het in 2013 gesloten Energieakkoord heeft als doelstelling om in 2023 16 procent duurzame energie te realiseren. Duurzame energiebronnen als wind en zon zijn grillig: het aanbod is groot of klein, afhankelijk van het weer. Dit heeft grote invloed op onze energievoorziening. Als bij veel huishoudens tegelijk veel zonne-energie wordt opgewekt en niet wordt gebruikt, bijvoorbeeld doordat men op kantoor is, dan kunnen energiefiles op het net ontstaan met mogelijk stroomstoringen tot gevolg. Door flexibel met energie om te gaan en energie te gebruiken op het moment dat er lokaal veel wind of zon is, kunnen huishoudens deze energiefiles helpen voorkomen.
Nijpels: “In het Energieakkoord hebben we afgesproken dat het aandeel duurzame energie moet stijgen naar 14 procent in 2020 en 16 procent in 2023. Om dit doel te halen, is het noodzakelijk dat de opgewekte duurzame energie ook getransporteerd kan worden. Daar is een slim energiesysteem voor nodig. Energiekoplopers is een belangrijk experiment dat inzicht geeft in hoe een slim energiesysteem met slimme apparaten helpt om het (lokale) elektriciteitsnet tegen zo laag mogelijke kosten betrouwbaar te houden en welke rol huishoudens daarbij kunnen spelen.”
Tijdens het bezoek presenteerden Essent en Alliander het project en de belangrijkste tussenresultaten. Ook gingen zij dieper in op hoe deze proeftuin zich verhoudt tot andere proeftuinen en op de voorwaarden van opschaling. De SER-delegatie sprak daarnaast met bewoners over wat zij in het dagelijks leven hebben gemerkt van hun deelname aan de proef.
Energiefiles
Het in 2013 gesloten Energieakkoord heeft als doelstelling om in 2023 16 procent duurzame energie te realiseren. Duurzame energiebronnen als wind en zon zijn grillig: het aanbod is groot of klein, afhankelijk van het weer. Dit heeft grote invloed op onze energievoorziening. Als bij veel huishoudens tegelijk veel zonne-energie wordt opgewekt en niet wordt gebruikt, bijvoorbeeld doordat men op kantoor is, dan kunnen energiefiles op het net ontstaan met mogelijk stroomstoringen tot gevolg. Door flexibel met energie om te gaan en energie te gebruiken op het moment dat er lokaal veel wind of zon is, kunnen huishoudens deze energiefiles helpen voorkomen.
Nijpels: “In het Energieakkoord hebben we afgesproken dat het aandeel duurzame energie moet stijgen naar 14 procent in 2020 en 16 procent in 2023. Om dit doel te halen, is het noodzakelijk dat de opgewekte duurzame energie ook getransporteerd kan worden. Daar is een slim energiesysteem voor nodig. Energiekoplopers is een belangrijk experiment dat inzicht geeft in hoe een slim energiesysteem met slimme apparaten helpt om het (lokale) elektriciteitsnet tegen zo laag mogelijke kosten betrouwbaar te houden en welke rol huishoudens daarbij kunnen spelen.”
Tijdens het bezoek presenteerden Essent en Alliander het project en de belangrijkste tussenresultaten. Ook gingen zij dieper in op hoe deze proeftuin zich verhoudt tot andere proeftuinen en op de voorwaarden van opschaling. De SER-delegatie sprak daarnaast met bewoners over wat zij in het dagelijks leven hebben gemerkt van hun deelname aan de proef.
1800 nieuwe oplaadpunten voor Rotterdam
Mei dit jaar zette de gemeente Rotterdam in samenwerking met 16 andere gemeenten een omvangrijke aanbesteding voor laadpalen¹ op de markt. Een uitbreiding van maximaal 4000 nieuwe laadpunten voor elektrische auto’s in het hele concessiegebied waarvan 1800 in Rotterdam. De opdracht voor de plaatsing, het beheer en de exploitatie van de palen is per 1 september 2016 gegund aan ENGIE Services.
Met ENGIE gaat Rotterdam, 15 gemeenten uit de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH)² en Gouda zorgen voor een forse impuls van het aantal laadpalen in de regio. Het is voor het eerst, mede dankzij de inzet van MRDH, dat op deze grote schaal een aanbesteding voor laadinfrastructuur in de markt is gezet.
Rotterdam gaat voor gezondere lucht. In de Koersnota schone lucht 2015 – 2018 staat een aantal noodzakelijke maatregelen om de luchtkwaliteit in en om Rotterdam te verbeteren. Eén daarvan is het stimuleren van het gebruik van elektrisch vervoer. Elektrisch vervoer is schoon, stil en zuinig. Hierbij hoort ook een dekkende laadinfrastructuur. In de concessievoorwaarden is opgenomen dat er op den duur een rendabele en gezonde markt moet ontstaan voor de plaatsing van de laadinfrastructuur.
Elektrisch rijden is tevens een belangrijk onderdeel van de mobiliteitstransitie en de energietransitie die de gemeente de komende jaren noodzakelijk acht om de stad Rotterdam leefbaar en bereikbaar te houden. Elektrisch rijden is één van de belangrijke pijlers van het nieuwe stedelijk verkeersplan. Wethouder Pex Langenberg (mobiliteit en duurzaamheid): “Hier kunnen we door het gebruik van elektrisch vervoer te stimuleren grote stappen zetten als het gaat om een verbetering van de luchtkwaliteit, een vermindering van de CO2-uitstoot en ook van geluidshinder”,
Big data-analyse gaat een belangrijke rol spelen bij het plaatsen van nieuwe laadpalen. Daarbij ligt de focus niet meer alleen op het plaatsen van palen, maar eveneens op het zo optimaal mogelijk benutten van het oplaadnetwerk. Slimme big data-analyse is hierbij volgens Jacco Van der Burg, manager Business Development & Innovatie bij ENGIE Infra & Mobility, cruciaal. “We gaan nauwkeurig monitoren hoe en hoe vaak de nieuwe oplaadpunten worden gebruikt. Op basis van deze analyses plaatsen we waar nodig extra palen." ENGIE verwacht door het verkrijgen van deze opdracht, het elektrisch rijden in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag naar een volgende fase te kunnen brengen.
De laadpalen gelden nadrukkelijk als publieke voorziening. Iedereen kan dus gebruikmaken van de oplaadcapaciteit. Een belangrijke doelstelling binnen het project is het aanmerkelijk versnellen van het aanvraag- en realisatieproces. Hiervoor komt binnenkort een online aanvraagsysteem. Met dit systeem kunnen Rotterdammers makkelijk checken of het zinvol is een aanvraag voor uitbreiding van het netwerk te doen of dat ze al in de buurt van een laadpaal wonen of werken.
Binnen het project gaat ENGIE Services samen met de deelnemende gemeenten en de fabrikant van de laadpalen, EV-Box, enkele innovaties op het gebied van “makkelijker, toegankelijker, slimmer en sneller laden” testen. Denk hierbij aan Smart Charging. Hiermee draagt elektrisch rijden de komende jaren ook nadrukkelijk bij aan de energietransitie.
Met ENGIE gaat Rotterdam, 15 gemeenten uit de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH)² en Gouda zorgen voor een forse impuls van het aantal laadpalen in de regio. Het is voor het eerst, mede dankzij de inzet van MRDH, dat op deze grote schaal een aanbesteding voor laadinfrastructuur in de markt is gezet.
Rotterdam gaat voor gezondere lucht. In de Koersnota schone lucht 2015 – 2018 staat een aantal noodzakelijke maatregelen om de luchtkwaliteit in en om Rotterdam te verbeteren. Eén daarvan is het stimuleren van het gebruik van elektrisch vervoer. Elektrisch vervoer is schoon, stil en zuinig. Hierbij hoort ook een dekkende laadinfrastructuur. In de concessievoorwaarden is opgenomen dat er op den duur een rendabele en gezonde markt moet ontstaan voor de plaatsing van de laadinfrastructuur.
Elektrisch rijden is tevens een belangrijk onderdeel van de mobiliteitstransitie en de energietransitie die de gemeente de komende jaren noodzakelijk acht om de stad Rotterdam leefbaar en bereikbaar te houden. Elektrisch rijden is één van de belangrijke pijlers van het nieuwe stedelijk verkeersplan. Wethouder Pex Langenberg (mobiliteit en duurzaamheid): “Hier kunnen we door het gebruik van elektrisch vervoer te stimuleren grote stappen zetten als het gaat om een verbetering van de luchtkwaliteit, een vermindering van de CO2-uitstoot en ook van geluidshinder”,
Big data-analyse gaat een belangrijke rol spelen bij het plaatsen van nieuwe laadpalen. Daarbij ligt de focus niet meer alleen op het plaatsen van palen, maar eveneens op het zo optimaal mogelijk benutten van het oplaadnetwerk. Slimme big data-analyse is hierbij volgens Jacco Van der Burg, manager Business Development & Innovatie bij ENGIE Infra & Mobility, cruciaal. “We gaan nauwkeurig monitoren hoe en hoe vaak de nieuwe oplaadpunten worden gebruikt. Op basis van deze analyses plaatsen we waar nodig extra palen." ENGIE verwacht door het verkrijgen van deze opdracht, het elektrisch rijden in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag naar een volgende fase te kunnen brengen.
De laadpalen gelden nadrukkelijk als publieke voorziening. Iedereen kan dus gebruikmaken van de oplaadcapaciteit. Een belangrijke doelstelling binnen het project is het aanmerkelijk versnellen van het aanvraag- en realisatieproces. Hiervoor komt binnenkort een online aanvraagsysteem. Met dit systeem kunnen Rotterdammers makkelijk checken of het zinvol is een aanvraag voor uitbreiding van het netwerk te doen of dat ze al in de buurt van een laadpaal wonen of werken.
Binnen het project gaat ENGIE Services samen met de deelnemende gemeenten en de fabrikant van de laadpalen, EV-Box, enkele innovaties op het gebied van “makkelijker, toegankelijker, slimmer en sneller laden” testen. Denk hierbij aan Smart Charging. Hiermee draagt elektrisch rijden de komende jaren ook nadrukkelijk bij aan de energietransitie.
Zwolle verkent mogelijkheden voor windenergie
Kan windenergie een duurzame bijdrage leveren aan de ambities die Zwolle heeft om lokale, schone energie vóór en dóór Zwollenaren te leveren? Nu er een plan van partijen in de stad is om - indien mogelijk - op bedrijventerrein Voorst duurzame energie op te wekken voor bedrijven en inwoners van de stad, gaat de gemeente zorgvuldig de mogelijkheden beoordelen.
Zwolle wil in 2020 de (schadelijke) CO2-uitstoot met twintig procent reduceren ten opzichte van 1990. Gebruik maken van windenergie kan daar bij helpen. Het is daarom interessant voor de gemeente om te onderzoeken wat eventueel mogelijk is. Omdat drie partijen gezamenlijk voor Voorst een plan hebben gemaakt, wil de gemeente inzicht krijgen in de vraag hoeverre het realiseren van windenergie op dit bedrijventerrein mogelijk en wenselijk is.
Voordat de gemeente mee wil denken over medewerking aan de realisatie van het plan wordt dus eerst in kaart gebracht wat de effecten zijn van eventuele uitvoering van het initiatief, of van een variant daarop. De grote zorgvuldigheid die de gemeente betracht komt voort uit het besef dat naast de duurzame kwaliteit van windenergie de impact van deze vorm van energieopwekking groot kan zijn.
Aan het einde van de verkenning, die naar verwachting dit najaar afgerond wordt, willen burgemeester en wethouders inzicht hebben onder welke voorwaarden windenergieopwekking op Voorst eventueel mogelijk en wenselijk is. Besluitvorming over de vraag of er windmolens op Voorst kunnen komen volgt pas op basis van de uit te voeren verkenning en na bespreking van de uitkomsten door de gemeenteraad.
Dinsdagavond 20 september organiseren de drie initiatiefnemers en de gemeente een gezamenlijke informatiemarkt voor omwonenden, omliggende bedrijven en belanghebbenden. Zij worden hiervoor per brief uitgenodigd. Tijdens de informatiemarkt kunnen zij vragen stellen over het initiatief en over wat er tijdens de verkenning wordt onderzocht. Andere geïnteresseerden zijn die avond ook welkom.
Zwolle wil in 2020 de (schadelijke) CO2-uitstoot met twintig procent reduceren ten opzichte van 1990. Gebruik maken van windenergie kan daar bij helpen. Het is daarom interessant voor de gemeente om te onderzoeken wat eventueel mogelijk is. Omdat drie partijen gezamenlijk voor Voorst een plan hebben gemaakt, wil de gemeente inzicht krijgen in de vraag hoeverre het realiseren van windenergie op dit bedrijventerrein mogelijk en wenselijk is.
Voordat de gemeente mee wil denken over medewerking aan de realisatie van het plan wordt dus eerst in kaart gebracht wat de effecten zijn van eventuele uitvoering van het initiatief, of van een variant daarop. De grote zorgvuldigheid die de gemeente betracht komt voort uit het besef dat naast de duurzame kwaliteit van windenergie de impact van deze vorm van energieopwekking groot kan zijn.
Aan het einde van de verkenning, die naar verwachting dit najaar afgerond wordt, willen burgemeester en wethouders inzicht hebben onder welke voorwaarden windenergieopwekking op Voorst eventueel mogelijk en wenselijk is. Besluitvorming over de vraag of er windmolens op Voorst kunnen komen volgt pas op basis van de uit te voeren verkenning en na bespreking van de uitkomsten door de gemeenteraad.
Dinsdagavond 20 september organiseren de drie initiatiefnemers en de gemeente een gezamenlijke informatiemarkt voor omwonenden, omliggende bedrijven en belanghebbenden. Zij worden hiervoor per brief uitgenodigd. Tijdens de informatiemarkt kunnen zij vragen stellen over het initiatief en over wat er tijdens de verkenning wordt onderzocht. Andere geïnteresseerden zijn die avond ook welkom.
vrijdag 9 september 2016
Unieke samenwerking voor versnelling Nul op de Meter
Een samenwerking van gemeenten, woningcorporaties, bouw en leveranciers gaat standaard ‘pakketten’ ontwikkelen. Het gaat om een ‘niet te weigeren aanbod’ voor Nul op de Meter (NoM) renovaties. Voor deze samenwerking ‘Sneller en Beter naar Nul op de Meter’ (SBNoM) krijgen de partners subsidie. Dit komt uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling van de Europese Unie. De gemeente ‘s-Hertogenbosch is coördinator van het project.
De komende drie jaar geeft SBNoM antwoord op een groot aantal vragen. Wat is er nodig om te industrialiseren en te standaardiseren? Hoe verbeteren we de kwaliteit en maken we een NoM renovatie betaalbaarder? Hoe maken we van NoM een ‘niet te weigeren aanbod’? De partijen beoordelen en stellen het ontwikkelde aanbod continu bij met de nieuwe kennis en ervaring. Dat gebeurt in de Slimme Werkplaats van SPARK Campus in Rosmalen.
Elke partner levert binnen SBNoM een eigen bijdrage. De gemeenten gaan aan de slag met de communicatie met bewoners. En daarnaast met het inrichten van het gemeentelijk (vergunningen) proces. De ambitie van SBNoM is om binnen drie jaar te komen tot minimaal 500 gerenoveerde woningen. Daarna is grootschalige uitrol verzekerd.
De komende drie jaar geeft SBNoM antwoord op een groot aantal vragen. Wat is er nodig om te industrialiseren en te standaardiseren? Hoe verbeteren we de kwaliteit en maken we een NoM renovatie betaalbaarder? Hoe maken we van NoM een ‘niet te weigeren aanbod’? De partijen beoordelen en stellen het ontwikkelde aanbod continu bij met de nieuwe kennis en ervaring. Dat gebeurt in de Slimme Werkplaats van SPARK Campus in Rosmalen.
Elke partner levert binnen SBNoM een eigen bijdrage. De gemeenten gaan aan de slag met de communicatie met bewoners. En daarnaast met het inrichten van het gemeentelijk (vergunningen) proces. De ambitie van SBNoM is om binnen drie jaar te komen tot minimaal 500 gerenoveerde woningen. Daarna is grootschalige uitrol verzekerd.
NLE breidt aantal laadstations voor elektrische auto's uit
De Nederlandse Energie Maatschappij (NLE) breidt het aantal snellaadstations langs de Nederlandse snelwegen uit. Dat zei CEO Harald Swinkels donderdag 8 september bij de opening van het eerste NLE-snellaadstation voor elektrische auto’s langs de A13 bij Delft.
De nieuwe laadstations komen onder andere te liggen aan de A4 bij Leiderdorp en aan de A2 bij Beesd. NLE is het bedrijf is de eerste en enige energieleverancier die eigen laadstations opent langs de snelwegen.
Het snellaadstation bij de A13 werd donderdag feestelijk geopend door Harald Swinkels en wethouder Piet Melzer van Duurzame Mobiliteit in Pijnacker-Nootdorp, die samen de eerste lading uitvoerden. Automobilisten mogen ter gelegenheid van de opening in de eerste week (8 tot en met 15 september) gratis opladen.
Op het laadstation bij Delft kunnen twee auto's tegelijk laden. In 30 minuten wordt de accu voor 80 procent opgeladen, maar in de praktijk leggen automobilisten hun voertuig zo'n 15 minuten aan de lader en laden ze de accu 's nachts thuis volledig op.
Op het dak van het snellaadstation zijn door zonnepanelenspecialist Sungevity 39 zonnepanelen aangebracht. Hiermee wordt jaarlijks genoeg schone zonnestroom opgewekt om 57.400 kilometer volledig elektrisch te rijden.
De NLE-stations worden ontwikkeld samen met MisterGreen Electric Lease, waar NLE al eerder mee samenwerkte. In maart maakte het bedrijf bekend samen met MisterGreen duizend exemplaren van de nieuwe Tesla Model 3 naar Nederland te halen.
De nieuwe laadstations komen onder andere te liggen aan de A4 bij Leiderdorp en aan de A2 bij Beesd. NLE is het bedrijf is de eerste en enige energieleverancier die eigen laadstations opent langs de snelwegen.
Het snellaadstation bij de A13 werd donderdag feestelijk geopend door Harald Swinkels en wethouder Piet Melzer van Duurzame Mobiliteit in Pijnacker-Nootdorp, die samen de eerste lading uitvoerden. Automobilisten mogen ter gelegenheid van de opening in de eerste week (8 tot en met 15 september) gratis opladen.
Op het laadstation bij Delft kunnen twee auto's tegelijk laden. In 30 minuten wordt de accu voor 80 procent opgeladen, maar in de praktijk leggen automobilisten hun voertuig zo'n 15 minuten aan de lader en laden ze de accu 's nachts thuis volledig op.
Op het dak van het snellaadstation zijn door zonnepanelenspecialist Sungevity 39 zonnepanelen aangebracht. Hiermee wordt jaarlijks genoeg schone zonnestroom opgewekt om 57.400 kilometer volledig elektrisch te rijden.
De NLE-stations worden ontwikkeld samen met MisterGreen Electric Lease, waar NLE al eerder mee samenwerkte. In maart maakte het bedrijf bekend samen met MisterGreen duizend exemplaren van de nieuwe Tesla Model 3 naar Nederland te halen.
ECN breidt offshore meetlokaties windparken uit en gaat samenwerken met KNMI
Windsnelheden, windrichtingen, golfhoogtes. Al jaren meet ECN de condities voor offshore windparken in de Noordzee. ECN breidt haar locaties uit en gaat hierbij samenwerken met het KNMI.
Voor de kust van Egmond aan Zee, IJmuiden, Borssele en voor het Lichteiland Goeree staan verschillende meetmasten van het KNMI, Rijkswaterstaat, ECN en van enkele andere partijen. Alle data van deze meetmasten op de Noordzee komen op één plek samen: bij ECN. “Wij zijn hét onafhankelijke instituut in Nederland dat offshore winddata verzamelt, valideert en ter beschikking stelt aan de markt”, legt R&D manager Windenergie Peter Eecen uit. “Wij checken of de metingen op een juiste manier zijn uitgevoerd en bieden het aan via www.windopzee.net. We staan garant voor de kwaliteit van de data die op de markt komen.”
Ongeveer 56 kilometer uit de kust van Hoek van Holland ligt Europlatform. Eecen: “Hier meten we de windcondities voor nieuw te ontwikkelen windparken voor de Hollandse Kust Zuid. Het LiDAR meetsysteem op deze locatie is sinds medio mei operationeel en de meetdata komen binnen en worden publiek gemaakt.”
Later dit jaar verwacht ECN ook verder uit de kust windmetingen te kunnen doen op windplatform K13 voor de kust van Noord-Holland. Projectmanager Hans Verhoef: “Het mooie is dat we de totale windkaart van de Noordzee steeds nauwkeuriger kunnen maken door metingen te doen dichtbij de kust en verder op zee. Die informatie is bruikbaar voor de ontwikkeling van nieuwe windparken en ook voor andere toepassingen. Denk aan vliegroutes of weervoorspellingen. We gaan samenwerken met het KNMI om de meetresultaten optimaal te benutten en kosten en kennis te delen.”
In het Nationaal Energieakkoord is afgesproken dat windenergie op zee in 2023 in totaal 4.450 MW elektriciteit moet leveren. Met gevalideerde metingen toont ECN aan wat de potentie is voor het ontwikkelen van offshore windvermogen op de diverse gebieden in de Noordzee. Eecen: “De windcondities op een locatie verschillen steeds en met name op de grotere hoogtes zijn de windcondities nog relatief onbekend. Wij meten 24/7 en publiceren de windsnelheden per 10 minuten op meerdere hoogtes. Met name onze windstudies en meerjarige metingen geven projectontwikkelaars een betrouwbaar beeld van de te verwachten windcondities. Dát geeft vertrouwen aan investeerders.”
Voor de kust van Egmond aan Zee, IJmuiden, Borssele en voor het Lichteiland Goeree staan verschillende meetmasten van het KNMI, Rijkswaterstaat, ECN en van enkele andere partijen. Alle data van deze meetmasten op de Noordzee komen op één plek samen: bij ECN. “Wij zijn hét onafhankelijke instituut in Nederland dat offshore winddata verzamelt, valideert en ter beschikking stelt aan de markt”, legt R&D manager Windenergie Peter Eecen uit. “Wij checken of de metingen op een juiste manier zijn uitgevoerd en bieden het aan via www.windopzee.net. We staan garant voor de kwaliteit van de data die op de markt komen.”
Ongeveer 56 kilometer uit de kust van Hoek van Holland ligt Europlatform. Eecen: “Hier meten we de windcondities voor nieuw te ontwikkelen windparken voor de Hollandse Kust Zuid. Het LiDAR meetsysteem op deze locatie is sinds medio mei operationeel en de meetdata komen binnen en worden publiek gemaakt.”
Later dit jaar verwacht ECN ook verder uit de kust windmetingen te kunnen doen op windplatform K13 voor de kust van Noord-Holland. Projectmanager Hans Verhoef: “Het mooie is dat we de totale windkaart van de Noordzee steeds nauwkeuriger kunnen maken door metingen te doen dichtbij de kust en verder op zee. Die informatie is bruikbaar voor de ontwikkeling van nieuwe windparken en ook voor andere toepassingen. Denk aan vliegroutes of weervoorspellingen. We gaan samenwerken met het KNMI om de meetresultaten optimaal te benutten en kosten en kennis te delen.”
In het Nationaal Energieakkoord is afgesproken dat windenergie op zee in 2023 in totaal 4.450 MW elektriciteit moet leveren. Met gevalideerde metingen toont ECN aan wat de potentie is voor het ontwikkelen van offshore windvermogen op de diverse gebieden in de Noordzee. Eecen: “De windcondities op een locatie verschillen steeds en met name op de grotere hoogtes zijn de windcondities nog relatief onbekend. Wij meten 24/7 en publiceren de windsnelheden per 10 minuten op meerdere hoogtes. Met name onze windstudies en meerjarige metingen geven projectontwikkelaars een betrouwbaar beeld van de te verwachten windcondities. Dát geeft vertrouwen aan investeerders.”
donderdag 8 september 2016
Weg vrij voor windpark Nij Hiddum-Houw
Het windmolenpark Nij Hiddum-Houw bij de Kop van de Afsluitdijk is een stap dichterbij. Gedeputeerde Staten van Fryslân hebben de startnotie opgesteld. Dit is een gedetailleerde beschrijving van de procedure en het tijdpad die gevolgd worden.
Provinciale Staten gaven in juni 2016 opdracht het windmolenplan uit te werken in een startnotitie. Zij zullen de notitie in oktober uiteindelijk vaststellen. Ook kunnen PS dan nog eigen wensen en randvoorwaarden toevoegen.
Het aantal windturbines en de masthoogtes liggen nog niet vast. Eerst worden verschillende opstellingen onderzocht. Hiervoor zijn een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) en daarna een Milieueffectrapport (MER) nodig. Een MER dient de natuur- en milieubelangen.
Op basis van deze rapporten zal Fryslân een provinciaal Inpassingsplan (PIP) opstellen en vastleggen. Dit is een bestemmingsplan op provinciaal niveau. Voor belanghebbenden is op alle drie de documenten inspraak mogelijk.
Windpark Nij Hiddum-Houw is een initiatief van Nuon Wind Development BV en de plaatselijke partijen Windpark A7 BV en Brouwer Windturbines BV. Provinciale Staten legden de globale locatie in december 2014 vast.
Na sanering van circa 6 MegaWatt aan bestaande molens moet op deze locatie 36 MegaWatt extra windvermogen ontstaan. Het park krijgt dus een vermogen van circa 42 MegaWatt.
De provincie gaat, samen met de initiatiefnemers, de omgeving nadrukkelijk betrekken bij de planvorming. Middels informatiebijeenkomsten, inspraakavonden en persoonlijk contact wordt ruimte gegeven voor inhoudelijke participatie. Ook financiële participatie door burgers wordt mogelijk gemaakt.
Provinciale Staten gaven in juni 2016 opdracht het windmolenplan uit te werken in een startnotitie. Zij zullen de notitie in oktober uiteindelijk vaststellen. Ook kunnen PS dan nog eigen wensen en randvoorwaarden toevoegen.
Het aantal windturbines en de masthoogtes liggen nog niet vast. Eerst worden verschillende opstellingen onderzocht. Hiervoor zijn een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) en daarna een Milieueffectrapport (MER) nodig. Een MER dient de natuur- en milieubelangen.
Op basis van deze rapporten zal Fryslân een provinciaal Inpassingsplan (PIP) opstellen en vastleggen. Dit is een bestemmingsplan op provinciaal niveau. Voor belanghebbenden is op alle drie de documenten inspraak mogelijk.
Windpark Nij Hiddum-Houw is een initiatief van Nuon Wind Development BV en de plaatselijke partijen Windpark A7 BV en Brouwer Windturbines BV. Provinciale Staten legden de globale locatie in december 2014 vast.
Na sanering van circa 6 MegaWatt aan bestaande molens moet op deze locatie 36 MegaWatt extra windvermogen ontstaan. Het park krijgt dus een vermogen van circa 42 MegaWatt.
De provincie gaat, samen met de initiatiefnemers, de omgeving nadrukkelijk betrekken bij de planvorming. Middels informatiebijeenkomsten, inspraakavonden en persoonlijk contact wordt ruimte gegeven voor inhoudelijke participatie. Ook financiële participatie door burgers wordt mogelijk gemaakt.
Netbeheerder Enexis voorbereid op toekomstige groei elektrisch vervoer
Netbeheerder Enexis is, na een succesvolle pilot, overgegaan tot het uitschrijven van de aanbesteding van 4000 ‘kleine computers’, zogenaamde Distributie Automatisering Light-kastjes. Hiermee kan de netbeheerder het elektriciteitsnet beter monitoren en zich daarmee voorbereiden op de toekomstige groeiende vraag van stroom door o.a. de toename van elektrisch vervoer. Daarnaast stelt Distributie Automatisering Light (DALI) gemeenten uiteindelijk in staat flexibel om te gaan met het in- en uitschakelen van de openbare verlichting. Met DALI kunnen storingen gemiddeld ruim 20% sneller worden opgelost. Enexis investeert voor de eerste 4000 DALI-kastjes ongeveer 8 miljoen euro en start eind 2017 met het installeren. Door deze innovatieve oplossing levert Enexis een belangrijke bijdrage aan de energietransitie.
Elektrisch vervoer is al niet meer weg te denken uit het straatbeeld en de verwachting is dat het aantal elektrische voertuigen alleen maar zal toenemen. Daarnaast groeit ook het aantal klanten dat zijn huis of kantoor verwarmt met een warmtepomp. Dit leidt tot een verhoogd stroomverbruik, terwijl de capaciteit beperkt is. Bovendien stijgt ook het aantal klanten met zonnepanelen dat zelfopgewekte energie teruglevert aan het net. Om een betrouwbare energievoorziening te houden, is het dan ook belangrijk om continu te beschikken over actuele informatie over de vraag en aanbod van energie in het gehele elektriciteitsnet. DALI levert deze informatie continu , waardoor inzichtelijk wordt als er ergens een piek is in stroomverbruik doordat er bijvoorbeeld veel elektrische auto’s tegelijk willen opladen. Door dat inzicht kan Enexis tijdig maatregelen nemen, zodat het de energietransitie optimaal kan blijven faciliteren.
De openbare verlichting wordt van oudsher in- en uitgeschakeld door middel van de Toon Frequent-techniek. Deze techniek is inmiddels verouderd, weinig flexibel en is kostbaar om te onderhouden. Distributie Automatisering Light vervangt deze techniek. Hiermee biedt Enexis een verhoogde betrouwbaarheid voor de openbare verlichting. Daarnaast biedt DALI in de toekomst gemeenten optimale flexibiliteit in het in- en uitschakelen van de openbare verlichting. Hierdoor hebben gemeenten meer regie over de tijden waarop de openbare verlichting in- en uitgeschakeld moet worden. Deze mogelijkheid kan bijdragen aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeenten
Bij de installatie van de DALI-kastjes worden op afstand uitleesbare kortsluitverklikkers geplaatst. Deze ‘verklikken’ aan de centrale controlekamer in welke middenspanningskabel een kortsluiting heeft plaatsgevonden. De monteur die vervolgens naar de storingslocatie gestuurd wordt weet exact welke kabel gerepareerd moet worden. Dit scheelt zoveel tijd, dat storingen gemiddeld ruim 20% sneller opgelost kunnen worden.
In 2015 heeft Enexis met 300 DALI-kastjes een pilot gedaan in Enschede, Waalwijk, Sittard en Geleen om ervaring op te doen op het gebied van uitrolsnelheid, efficiëntie en het vaststellen van de uiteindelijke specificaties. Deze pilot is inmiddels met succes afgerond en heeft geresulteerd in het uitschrijven van een aanbesteding. Jan Peters, directeur Assetmanagement bij Enexis: “Distributie Automatisering Light is één van de belangrijkste stappen om actueel inzicht te krijgen in het elektriciteitsnet. Dit is belangrijk om goed voorbereid te zijn op de toekomst waardoor we de energievoorziening zeer betrouwbaar en betaalbaar kunnen en willen houden voor onze klanten. We zien steeds meer klanten met elektrische voertuigen. Wij willen er dan ook voor zorgen dat die voertuigen nu en in de toekomst opgeladen kunnen worden. ”
Een DALI-kastje wordt in een zogenaamd transformatorstation geplaatst. Dat zijn stations waar onder andere stroom verdeeld wordt over de woonwijken. In totaal gaat het om ruim 35.000 transformatorstations die met deze ‘slimme computers’ uitgerust gaan worden. De eerste locaties die voorzien worden van DALI zijn Hengelo en Venlo. Als alle transformatorstations voorzien zijn, is Enexis de enige netbeheerder in Europa die zijn elektriciteitsnet op deze schaal monitort.
Elektrisch vervoer is al niet meer weg te denken uit het straatbeeld en de verwachting is dat het aantal elektrische voertuigen alleen maar zal toenemen. Daarnaast groeit ook het aantal klanten dat zijn huis of kantoor verwarmt met een warmtepomp. Dit leidt tot een verhoogd stroomverbruik, terwijl de capaciteit beperkt is. Bovendien stijgt ook het aantal klanten met zonnepanelen dat zelfopgewekte energie teruglevert aan het net. Om een betrouwbare energievoorziening te houden, is het dan ook belangrijk om continu te beschikken over actuele informatie over de vraag en aanbod van energie in het gehele elektriciteitsnet. DALI levert deze informatie continu , waardoor inzichtelijk wordt als er ergens een piek is in stroomverbruik doordat er bijvoorbeeld veel elektrische auto’s tegelijk willen opladen. Door dat inzicht kan Enexis tijdig maatregelen nemen, zodat het de energietransitie optimaal kan blijven faciliteren.
De openbare verlichting wordt van oudsher in- en uitgeschakeld door middel van de Toon Frequent-techniek. Deze techniek is inmiddels verouderd, weinig flexibel en is kostbaar om te onderhouden. Distributie Automatisering Light vervangt deze techniek. Hiermee biedt Enexis een verhoogde betrouwbaarheid voor de openbare verlichting. Daarnaast biedt DALI in de toekomst gemeenten optimale flexibiliteit in het in- en uitschakelen van de openbare verlichting. Hierdoor hebben gemeenten meer regie over de tijden waarop de openbare verlichting in- en uitgeschakeld moet worden. Deze mogelijkheid kan bijdragen aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeenten
Bij de installatie van de DALI-kastjes worden op afstand uitleesbare kortsluitverklikkers geplaatst. Deze ‘verklikken’ aan de centrale controlekamer in welke middenspanningskabel een kortsluiting heeft plaatsgevonden. De monteur die vervolgens naar de storingslocatie gestuurd wordt weet exact welke kabel gerepareerd moet worden. Dit scheelt zoveel tijd, dat storingen gemiddeld ruim 20% sneller opgelost kunnen worden.
In 2015 heeft Enexis met 300 DALI-kastjes een pilot gedaan in Enschede, Waalwijk, Sittard en Geleen om ervaring op te doen op het gebied van uitrolsnelheid, efficiëntie en het vaststellen van de uiteindelijke specificaties. Deze pilot is inmiddels met succes afgerond en heeft geresulteerd in het uitschrijven van een aanbesteding. Jan Peters, directeur Assetmanagement bij Enexis: “Distributie Automatisering Light is één van de belangrijkste stappen om actueel inzicht te krijgen in het elektriciteitsnet. Dit is belangrijk om goed voorbereid te zijn op de toekomst waardoor we de energievoorziening zeer betrouwbaar en betaalbaar kunnen en willen houden voor onze klanten. We zien steeds meer klanten met elektrische voertuigen. Wij willen er dan ook voor zorgen dat die voertuigen nu en in de toekomst opgeladen kunnen worden. ”
Een DALI-kastje wordt in een zogenaamd transformatorstation geplaatst. Dat zijn stations waar onder andere stroom verdeeld wordt over de woonwijken. In totaal gaat het om ruim 35.000 transformatorstations die met deze ‘slimme computers’ uitgerust gaan worden. De eerste locaties die voorzien worden van DALI zijn Hengelo en Venlo. Als alle transformatorstations voorzien zijn, is Enexis de enige netbeheerder in Europa die zijn elektriciteitsnet op deze schaal monitort.
Milieueffectonderzoek naar alternatieve locaties windenergie afgerond
Gedeputeerde Staten (GS) van Zuid Holland hebben het concept-milieueffectonderzoek (PlanMER) naar alternatieve locaties voor windenergie afgerond. Drie locaties lijken na dit onderzoek op grond van wettelijke en technische belemmeringen definitief ongeschikt: Haringvlietdam Noord bij Hellevoetsluis, Rotterdam Ahoy en Schiedam A4/A20. Gedeputeerde Staten wijzen in december locaties in concept aan.
Het onderzoek maakt geen keuzes voor bepaalde locaties maar biedt inzicht in de mogelijkheden en eventuele beperkingen bij plaatsing. De komende periode zullen GS en PS, in overleg met onder andere de betrokken regio en gemeenten, het traject van locatiekeuze ingaan. Begin december zullen GS besluiten op welke nieuwe locaties in Zuid-Holland windenergie kan worden gerealiseerd met vaststelling van de zogeheten ontwerp-Visie Ruimte en Mobiliteit (VRM).
Na een inspraaktraject, wijzen PS rond de zomer van 2017 de locaties definitief aan. Daarmee maakt de provincie plaatsing van de turbines planologisch mogelijk. Gemeenten dienen dan hun bestemmingsplannen hier op aan te passen, zodat initiatiefnemers verder aan de slag kunnen met hun plannen voor realisatie van windmolens.
In totaal zijn 46 locaties onderzocht waarvan 44 in de regio Rotterdam , verspreid over de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Hellevoetsluis, Krimpen a/d IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Rotterdam, Ridderkerk, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne. In de regio Haaglanden zijn de locaties Pijnacker-Nootdorp (A12-Balij) en Delft (Technopolis) onderzocht.
Het PlanMER geeft belangrijke informatie over de omgevingseffecten van windturbines op de verschillende potentiële windlocaties en daarmee over de geschiktheid van locaties. Naast geluid, slagschaduw en veiligheid is ook gekeken naar de invloed op flora/fauna (natuur), landschap, recreatie en cultuur-historie. Ook de onderlinge samenhang tussen locaties is onderzocht.
Een beperkt aantal onderzochte locaties scoort extreem negatief op aspecten als geluid, slagschaduw en/of waterveiligheid. Het gaat om de verlenging van het bestaande windpark op de Haringvlietdam bij Hellevoetsluis, Ahoy Rotterdam en A4/A20 in Schiedam. Ze worden op voorhand technisch danwel juridisch niet haalbaar geacht.
Het onderzoek maakt geen keuzes voor bepaalde locaties maar biedt inzicht in de mogelijkheden en eventuele beperkingen bij plaatsing. De komende periode zullen GS en PS, in overleg met onder andere de betrokken regio en gemeenten, het traject van locatiekeuze ingaan. Begin december zullen GS besluiten op welke nieuwe locaties in Zuid-Holland windenergie kan worden gerealiseerd met vaststelling van de zogeheten ontwerp-Visie Ruimte en Mobiliteit (VRM).
Na een inspraaktraject, wijzen PS rond de zomer van 2017 de locaties definitief aan. Daarmee maakt de provincie plaatsing van de turbines planologisch mogelijk. Gemeenten dienen dan hun bestemmingsplannen hier op aan te passen, zodat initiatiefnemers verder aan de slag kunnen met hun plannen voor realisatie van windmolens.
In totaal zijn 46 locaties onderzocht waarvan 44 in de regio Rotterdam , verspreid over de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Hellevoetsluis, Krimpen a/d IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Rotterdam, Ridderkerk, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne. In de regio Haaglanden zijn de locaties Pijnacker-Nootdorp (A12-Balij) en Delft (Technopolis) onderzocht.
Het PlanMER geeft belangrijke informatie over de omgevingseffecten van windturbines op de verschillende potentiële windlocaties en daarmee over de geschiktheid van locaties. Naast geluid, slagschaduw en veiligheid is ook gekeken naar de invloed op flora/fauna (natuur), landschap, recreatie en cultuur-historie. Ook de onderlinge samenhang tussen locaties is onderzocht.
Een beperkt aantal onderzochte locaties scoort extreem negatief op aspecten als geluid, slagschaduw en/of waterveiligheid. Het gaat om de verlenging van het bestaande windpark op de Haringvlietdam bij Hellevoetsluis, Ahoy Rotterdam en A4/A20 in Schiedam. Ze worden op voorhand technisch danwel juridisch niet haalbaar geacht.
woensdag 7 september 2016
'Energiebedrijf ENGIE geeft vertekend beeld van gaswinning in Groningen'
Het Franse energiebedrijf ENGIE wil minder gas van GasTerra afnemen en claimt dat GasTerra hieraan niet mee wil werken. Het bedrijf stelt dat een lager contractvolume tot een lager benodigd productieplafond leidt. Deze redenering klopt niet, zegt GasTerra.
De totale behoefte aan Groningengas in de Noordwest-Europese markt wordt bepaald door het feitelijk verbruik van gas, niet door gecontracteerde volumes. Gastransportonderneming Gasunie Transport Services (GTS) heeft berekend dat om de leveringszekerheid te garanderen in een gemiddeld jaar 24 miljard kubieke meter gas moet worden gewonnen. Wat GasTerra verhandelt, verandert niets aan dit cijfer. Door anders te suggereren geeft ENGIE een vertekend beeld van de manier waarop de behoefte aan het laagcalorische Groningengas wordt bepaald.
GasTerra meent dat ENGIE misbruik maakt van de aardbevingsproblematiek in Groningen om er financieel beter van te worden. Deze gang van zaken heeft veel vragen opgeroepen, in het bijzonder in Groningen. We beantwoorden de belangrijkste hieronder.
GasTerra en ENGIE onderhandelen al geruime tijd over aanpassing van het langetermijncontract voor de levering van aardgas aan het Franse energiebedrijf. Bij het sluiten van het contract in 2009 heeft ENGIE op eigen verzoek meer gas gecontracteerd dan het nu zegt nodig te hebben, tegen een prijs die het momenteel te hoog vindt. Over aanpassing van het contract valt met GasTerra best te praten, maar in de reguliere heronderhandelingen zijn GasTerra en ENGIE het niet eens geworden over de voorwaarden. Momenteel probeert het bedrijf alsnog zijn zin te krijgen door gebruik te maken van de maatschappelijke discussie over de winning van gas uit Groningen.
De behoefte aan het laagcalorische Groningengas (L-gas) wordt uiteindelijk alleen bepaald door de afname van eindgebruikers zoals huishoudens in binnen- en buitenland, niet door afspraken tussen marktpartijen. De eindgebruikers bepalen de totale vraag naar dit product en daarmee de benodigde productie uit Groningen. Commerciële contracten tussen marktpartijen, zoals het exportcontract tussen GasTerra en ENGIE, zijn voor de vraag van L-gas dus niet relevant.
De minister van Economische Zaken bepaalt hoeveel L-gas uit Groningen mag worden geproduceerd. Hij baseert zich daarbij op de veiligheidseisen en de leveringszekerheid, die bepaald wordt door de fysieke vraag van L-gasgebruikers. Het recente ontwerpbesluit is daarop geen uitzondering. De huidige fysieke behoefte van L-gasgebruikers is berekend door GTS op basis van een uitgebreide studie. Uit deze studie volgt een benodigd productievolume van 24 miljard kubieke meter in een gemiddeld jaar om in de behoefte te voorzien. Alleen de netbeheerders in binnen- en buitenland, zoals GTS, beschikken over het totale overzicht van de vraag naar L-gas. De marktpartijen, zoals GasTerra en ENGIE, hebben alleen zicht op hun eigen verkopen.
De totale behoefte aan Groningengas in de Noordwest-Europese markt wordt bepaald door het feitelijk verbruik van gas, niet door gecontracteerde volumes. Gastransportonderneming Gasunie Transport Services (GTS) heeft berekend dat om de leveringszekerheid te garanderen in een gemiddeld jaar 24 miljard kubieke meter gas moet worden gewonnen. Wat GasTerra verhandelt, verandert niets aan dit cijfer. Door anders te suggereren geeft ENGIE een vertekend beeld van de manier waarop de behoefte aan het laagcalorische Groningengas wordt bepaald.
GasTerra meent dat ENGIE misbruik maakt van de aardbevingsproblematiek in Groningen om er financieel beter van te worden. Deze gang van zaken heeft veel vragen opgeroepen, in het bijzonder in Groningen. We beantwoorden de belangrijkste hieronder.
GasTerra en ENGIE onderhandelen al geruime tijd over aanpassing van het langetermijncontract voor de levering van aardgas aan het Franse energiebedrijf. Bij het sluiten van het contract in 2009 heeft ENGIE op eigen verzoek meer gas gecontracteerd dan het nu zegt nodig te hebben, tegen een prijs die het momenteel te hoog vindt. Over aanpassing van het contract valt met GasTerra best te praten, maar in de reguliere heronderhandelingen zijn GasTerra en ENGIE het niet eens geworden over de voorwaarden. Momenteel probeert het bedrijf alsnog zijn zin te krijgen door gebruik te maken van de maatschappelijke discussie over de winning van gas uit Groningen.
De behoefte aan het laagcalorische Groningengas (L-gas) wordt uiteindelijk alleen bepaald door de afname van eindgebruikers zoals huishoudens in binnen- en buitenland, niet door afspraken tussen marktpartijen. De eindgebruikers bepalen de totale vraag naar dit product en daarmee de benodigde productie uit Groningen. Commerciële contracten tussen marktpartijen, zoals het exportcontract tussen GasTerra en ENGIE, zijn voor de vraag van L-gas dus niet relevant.
De minister van Economische Zaken bepaalt hoeveel L-gas uit Groningen mag worden geproduceerd. Hij baseert zich daarbij op de veiligheidseisen en de leveringszekerheid, die bepaald wordt door de fysieke vraag van L-gasgebruikers. Het recente ontwerpbesluit is daarop geen uitzondering. De huidige fysieke behoefte van L-gasgebruikers is berekend door GTS op basis van een uitgebreide studie. Uit deze studie volgt een benodigd productievolume van 24 miljard kubieke meter in een gemiddeld jaar om in de behoefte te voorzien. Alleen de netbeheerders in binnen- en buitenland, zoals GTS, beschikken over het totale overzicht van de vraag naar L-gas. De marktpartijen, zoals GasTerra en ENGIE, hebben alleen zicht op hun eigen verkopen.
Subsidie maakt verduurzamen VvE’s aantrekkelijk
Verenigingen van eigenaars en individuele appartementseigenaren kunnen vanaf 15 september 2016 subsidie aanvragen voor het aanbrengen van isolatie van hun gebouw. Voor de VvE is ook subsidie beschikbaar voor energieadvies, het maken van een duurzaam meerjarig onderhoudsplan (een 'groen mjop') en voor procesbegeleiding bij de verduurzaming. De subsidie voor de isolatie en voor eventuele aanvullende maatregelen bedraagt ongeveer 20 procent van de kosten. Voorwaarde is dat minimaal twee energiebesparende maatregelen worden genomen.
De regeling is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met belangenorganisaties, waaronder VvE Belang, en is op donderdag 1 september jl. bekendgemaakt door Stef Blok, minister voor Wonen en Rijksdienst.
Het gaat in deze regeling nadrukkelijk om maatregelen aan de 'schil' van het gebouw: isolatie van dak, gevel en vloer en de vervanging van glas door isolerend glas. Dat betekent dat maatregelen in de sfeer van energieopwekking (zoals zonne- en windenergie) niet in aanmerking komen. Onder bepaalde voorwaarden komen zaken als isolerende deuren, CO2-gestuurde ventilatiesystemen en balansventilatie, douchesystemen met verwarming door afvalwater en waterzijdig inregelen van het verwarmingssysteem wél in aanmerking voor subsidie.
Voor het aanbrengen van een zeer energiezuinig pakket kan een bonusbedrag van Euro 4.000 per woning worden aangevraagd. Daarvoor gelden speciale voorwaarden. De regeling is voorlopig van kracht tot 1 maart 2017. De subsidie kan vanaf 15 september worden aangevraagd bij www.rvo.nl.
Voor het uitvoeren van isolatiemaatregelen en aanvullende maatregelen aan het appartementencomplex geldt een bedrag per appartement c.q. per oppervlakte isolatie. In de regel zal de subsidie ca. 20% van de kosten bedragen.
Voor maatregelen door particuliere eigenaren is tot 1 maart 2017 in totaal Euro 15.000.000 beschikbaar.
Voor energieadviezen en procesbegeleiding voor VvE's is een bedrag van 2.000.000 euro beschikbaar, en voor maatregelen die door de VvE worden genomen, is een bedrag van Euro 3.500.000 beschikbaar gesteld.
Individuele woningeigenaren moeten de maatregelen binnen vier maanden realiseren; VvE's krijgen meer tijd: een jaar.
VvE's kunnen de subsidies voor energiebesparende maatregelen 'stapelen' met subsidies van lagere overheden. Dat geldt niet voor de subsidies voor proces- en advieskosten.
VvE's die een energieadvies willen laten opstellen, moeten daarvoor een officiële EPA-adviseur inschakelen. In het advies moet staan welke maatregelen mogelijk zijn, welke investering daarvoor nodig is en wat het effect van de maatregelen is.
Geadviseerd wordt om kritisch te zijn bij de keuze van een adviseur: die moet zo onafhankelijk mogelijk zijn. Een VvE kan bijvoorbeeld kiezen voor een advies van de bouwkundige afdeling van VvE Belang; daarmee is de onafhankelijkheid gegarandeerd.
De regeling is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met belangenorganisaties, waaronder VvE Belang, en is op donderdag 1 september jl. bekendgemaakt door Stef Blok, minister voor Wonen en Rijksdienst.
Het gaat in deze regeling nadrukkelijk om maatregelen aan de 'schil' van het gebouw: isolatie van dak, gevel en vloer en de vervanging van glas door isolerend glas. Dat betekent dat maatregelen in de sfeer van energieopwekking (zoals zonne- en windenergie) niet in aanmerking komen. Onder bepaalde voorwaarden komen zaken als isolerende deuren, CO2-gestuurde ventilatiesystemen en balansventilatie, douchesystemen met verwarming door afvalwater en waterzijdig inregelen van het verwarmingssysteem wél in aanmerking voor subsidie.
Voor het aanbrengen van een zeer energiezuinig pakket kan een bonusbedrag van Euro 4.000 per woning worden aangevraagd. Daarvoor gelden speciale voorwaarden. De regeling is voorlopig van kracht tot 1 maart 2017. De subsidie kan vanaf 15 september worden aangevraagd bij www.rvo.nl.
Voor het uitvoeren van isolatiemaatregelen en aanvullende maatregelen aan het appartementencomplex geldt een bedrag per appartement c.q. per oppervlakte isolatie. In de regel zal de subsidie ca. 20% van de kosten bedragen.
Voor maatregelen door particuliere eigenaren is tot 1 maart 2017 in totaal Euro 15.000.000 beschikbaar.
Voor energieadviezen en procesbegeleiding voor VvE's is een bedrag van 2.000.000 euro beschikbaar, en voor maatregelen die door de VvE worden genomen, is een bedrag van Euro 3.500.000 beschikbaar gesteld.
Individuele woningeigenaren moeten de maatregelen binnen vier maanden realiseren; VvE's krijgen meer tijd: een jaar.
VvE's kunnen de subsidies voor energiebesparende maatregelen 'stapelen' met subsidies van lagere overheden. Dat geldt niet voor de subsidies voor proces- en advieskosten.
VvE's die een energieadvies willen laten opstellen, moeten daarvoor een officiële EPA-adviseur inschakelen. In het advies moet staan welke maatregelen mogelijk zijn, welke investering daarvoor nodig is en wat het effect van de maatregelen is.
Geadviseerd wordt om kritisch te zijn bij de keuze van een adviseur: die moet zo onafhankelijk mogelijk zijn. Een VvE kan bijvoorbeeld kiezen voor een advies van de bouwkundige afdeling van VvE Belang; daarmee is de onafhankelijkheid gegarandeerd.
ACM stelt regels vast om te komen tot redelijke transporttarieven energie
ACM stelt regels vast om te komen tot redelijke transporttarieven energie
ACM heeft voor de periode 2017 tot en met 2021 nieuwe regels vastgesteld om te bepalen hoe hoog de inkomsten van de energienetbeheerders mogen zijn.
Op basis van deze ‘methodebesluiten’ stelt ACM ieder jaar de tarieven vast die netbeheerders mogen toepassen voor afnemers (bedrijven en consumenten).
De methodebesluiten zijn bedoeld om te komen tot redelijke transporttarieven voor gas en elektriciteit voor de afnemers.
Daarbij moeten netbeheerders hun investeringen – bijvoorbeeld in duurzaamheid - kunnen terugverdienen, voor zover deze efficiënt zijn. Zo betalen consumenten niet te veel, terwijl netbeheerders voldoende kunnen verdienen om te blijven investeren in een duurzame en betrouwbare energievoorziening. ACM publiceert nu de methodebesluiten voor TenneT en voor de regionale netbeheerders. De methodebesluiten voor Net op Zee en Gasunie Transport Services volgen later dit jaar.
ACM heeft voor het eerst gekozen voor een reguleringsperiode van vijf jaar in plaats van de gebruikelijke drie jaar. Een langere reguleringsperiode biedt netbeheerders en afnemers meer duidelijkheid en zekerheid en draagt bij aan stabiliteit in de regulering.
Onderscheid tussen soorten leningen om redelijk rendement te halen
Naast de efficiënte kosten die netbeheerders moeten kunnen terugverdienen, moeten de netbeheerders ook een redelijk rendement kunnen halen. ACM maakt daartoe naar eigen zeggen nadrukkelijk onderscheid tussen de verschillende soorten leningen.
Leningen die netbeheerders al hadden afgesloten, zijn immers duurder dan leningen die ze nu zouden afsluiten. ACM doet dit in navolging van een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven in januari 2016.
Met de inwerkingtreding van de nieuwe methodebesluiten kan ACM de inkomsten van de netbeheerders direct baseren op de efficiënte kosten die zij maken. Aan afnemers worden daardoor meteen de juiste transporttarieven in rekening gebracht, terwijl de aanpassing tot nu toe geleidelijk werd gedaan.
ACM had het ontwerp van de methodebesluiten in april 2016 ter consultatie voorgelegd en heeft deze nu aangepast en vastgesteld. De berekening van de transporttarieven verloopt in twee stappen. ACM berekent eerst de percentages waarmee de inkomsten van netbeheerders jaarlijks moeten dalen of mogen stijgen (de zogenaamde x-factoren). ACM publiceert deze percentages binnenkort. Vervolgens stelt ACM eind 2016 de tarieven voor 2017 vast, eind 2017 voor 2018, enzovoort.
ACM stelt een apart methodebesluit op voor de netbeheerder van het toekomstige elektriciteitsnet op zee. Met dit net worden de windmolenparken op zee aangesloten op het land. ACM kon pas in mei 2016 beginnen met de consultatie van het ontwerp-methodebesluit Net op Zee, omdat de wetgeving pas in april 2016 gereed was. Waarschijnlijk stelt ACM ook dit methodebesluit nog in september 2016 vast.
Ook voor de Gasunie Transport Services (GTS) stelt ACM een apart methodebesluit op, dat in het najaar van 2016 wordt vastgesteld. Het ontwerp van dit besluit bevat voor het eerst een vergelijking van de kostenefficiëntie van GTS met die van andere, vergelijkbare Europese gastransportbedrijven. ACM leidde daaruit af dat GTS meer kosten maakt dan nodig is. ACM ontving gedurende de consultatie veel reacties van GTS en belanghebbenden op deze kostenvergelijking. Vooral de aard en omvang van deze reacties maken dat ACM het methodebesluit GTS niet eerder kan vaststellen.
ACM ondersteunt een betaalbare, betrouwbare en duurzame energievoorziening. Ze reguleert netbeheerders, die een monopolie hebben op het transport van gas en elektriciteit. Deze regulering zorgt ervoor dat transporttarieven niet hoger zijn dan nodig is en draagt bij aan een gezond investeringsklimaat.
ACM heeft voor de periode 2017 tot en met 2021 nieuwe regels vastgesteld om te bepalen hoe hoog de inkomsten van de energienetbeheerders mogen zijn.
Op basis van deze ‘methodebesluiten’ stelt ACM ieder jaar de tarieven vast die netbeheerders mogen toepassen voor afnemers (bedrijven en consumenten).
De methodebesluiten zijn bedoeld om te komen tot redelijke transporttarieven voor gas en elektriciteit voor de afnemers.
Daarbij moeten netbeheerders hun investeringen – bijvoorbeeld in duurzaamheid - kunnen terugverdienen, voor zover deze efficiënt zijn. Zo betalen consumenten niet te veel, terwijl netbeheerders voldoende kunnen verdienen om te blijven investeren in een duurzame en betrouwbare energievoorziening. ACM publiceert nu de methodebesluiten voor TenneT en voor de regionale netbeheerders. De methodebesluiten voor Net op Zee en Gasunie Transport Services volgen later dit jaar.
ACM heeft voor het eerst gekozen voor een reguleringsperiode van vijf jaar in plaats van de gebruikelijke drie jaar. Een langere reguleringsperiode biedt netbeheerders en afnemers meer duidelijkheid en zekerheid en draagt bij aan stabiliteit in de regulering.
Onderscheid tussen soorten leningen om redelijk rendement te halen
Naast de efficiënte kosten die netbeheerders moeten kunnen terugverdienen, moeten de netbeheerders ook een redelijk rendement kunnen halen. ACM maakt daartoe naar eigen zeggen nadrukkelijk onderscheid tussen de verschillende soorten leningen.
Leningen die netbeheerders al hadden afgesloten, zijn immers duurder dan leningen die ze nu zouden afsluiten. ACM doet dit in navolging van een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven in januari 2016.
Met de inwerkingtreding van de nieuwe methodebesluiten kan ACM de inkomsten van de netbeheerders direct baseren op de efficiënte kosten die zij maken. Aan afnemers worden daardoor meteen de juiste transporttarieven in rekening gebracht, terwijl de aanpassing tot nu toe geleidelijk werd gedaan.
ACM had het ontwerp van de methodebesluiten in april 2016 ter consultatie voorgelegd en heeft deze nu aangepast en vastgesteld. De berekening van de transporttarieven verloopt in twee stappen. ACM berekent eerst de percentages waarmee de inkomsten van netbeheerders jaarlijks moeten dalen of mogen stijgen (de zogenaamde x-factoren). ACM publiceert deze percentages binnenkort. Vervolgens stelt ACM eind 2016 de tarieven voor 2017 vast, eind 2017 voor 2018, enzovoort.
ACM stelt een apart methodebesluit op voor de netbeheerder van het toekomstige elektriciteitsnet op zee. Met dit net worden de windmolenparken op zee aangesloten op het land. ACM kon pas in mei 2016 beginnen met de consultatie van het ontwerp-methodebesluit Net op Zee, omdat de wetgeving pas in april 2016 gereed was. Waarschijnlijk stelt ACM ook dit methodebesluit nog in september 2016 vast.
Ook voor de Gasunie Transport Services (GTS) stelt ACM een apart methodebesluit op, dat in het najaar van 2016 wordt vastgesteld. Het ontwerp van dit besluit bevat voor het eerst een vergelijking van de kostenefficiëntie van GTS met die van andere, vergelijkbare Europese gastransportbedrijven. ACM leidde daaruit af dat GTS meer kosten maakt dan nodig is. ACM ontving gedurende de consultatie veel reacties van GTS en belanghebbenden op deze kostenvergelijking. Vooral de aard en omvang van deze reacties maken dat ACM het methodebesluit GTS niet eerder kan vaststellen.
ACM ondersteunt een betaalbare, betrouwbare en duurzame energievoorziening. Ze reguleert netbeheerders, die een monopolie hebben op het transport van gas en elektriciteit. Deze regulering zorgt ervoor dat transporttarieven niet hoger zijn dan nodig is en draagt bij aan een gezond investeringsklimaat.






























