Netbeheerder Stedin is gestart met het grootschalig aanbieden van slimme energiemeters in de gemeente Capelle aan den IJssel. De slimme meter is de nieuwe generatie energiemeter en biedt Nederlanders de mogelijkheid om zelf nauwkeurig het energieverbruik te volgen. Hierdoor is het makkelijker om energie te besparen. Huishoudens en kleinzakelijke klanten in Schollevaar-Zuid en Oostgaarde-Noord hebben de primeur.
Stedin vervangt de komende periode bij bijna 25.000 huishoudens en kleinzakelijke klanten in de gemeente Capelle aan den IJssel de traditionele meters door slimme energiemeters. Stedin is gestart in de wijken Schollevaar-Zuid en Oostgaarde-Noord in de postcodegebieden 2907 en 2905. Ruim 6.600 huishoudens in die wijken hebben hier de primeur. Eind dit jaar gaat de netbeheerder vervolgens verder in de wijk Schollevaar-Noord.
Minder uitstoot van CO2 is een prominent thema in de energiewereld. De slimme meter helpt hierbij. Eerder onderzoek dat Stedin liet uitvoeren, toonde aan dat klanten gemiddeld ruim zes procent op hun energierekening kunnen besparen door de slimme meter te koppelen aan een display en hun verbruik actief te monitoren. Zo helpt de slimme meter bij het verminderen van de uitstoot en het energiebewustzijn van de klant.
,,Onze klanten zijn intensiever dan ooit tevoren met energie bezig. Met beter zicht op het energieverbruik door de slimme meter, zonnepanelen op het huis, een HRe ketel en een elektrische auto, kiezen zij bewust voor milieu en hun portemonnee’’, aldus directielid Judith Koole van Stedin.
Europese regelgeving heeft bepaald dat in 2020 op alle adressen in Nederland een slimme meter aangeboden moet zijn. Stedin is daarom in maart 2015 gestart met de grootschalige plaatsing van digitale gas- en elektriciteitsmeters bij haar klanten in de provincies Zuid-Holland en Utrecht.
Pagina's
▼
donderdag 31 december 2015
Dagelijks KNX-lezingen tijdens VSK-beurs
Van dinsdag 2 tot en met vrijdag 5 februari vindt in de
Jaarbeurs in Utrecht VSK 2016 plaats. Elke dag verzorgt één van de leden
van het KNX-netwerk daar een lezing over KNX en de koppeling met
klimaatinstallaties. Steeds vaker gebruikt de markt KNX als busprotocol
om, naast verlichting en zonwering, ook de verwarming en de ventilatie
in de ruimte te regelen en te bedienen.
KNX voor HVAC-systemen
In de theater op de VSK kunnen beursbezoekers dagelijks een uitgebreid inhoudelijk programma volgen. Onderdeel daarvan zijn de KNX-presentaties. De vertegenwoordigers van KNX Nederland nemen bezoekers mee in de wereld van KNX en de koppeling naar HVAC-systemen.
Goed voor BREEAM en LEED
De toepassing van KNX sluit namelijk ook erg goed aan bij het thema van de VSK-beurs: ‘Kennis omhoog, verbruik omlaag’. Een vakbeurs die dan ook in het teken staat van de klimaatdoelstellingen. Veel gebouweigenaren in de utiliteit willen aan hoge duurzaamheidseisen voldoen, zoals een hoge BREEAM- of LEED-certificering. Deze regelingen schrijven voor dat het gebouw één integrale automatisering heeft die verlichting, zonwering en klimaatinstallaties integraal laten samenwerken. En dat is met KNX relatief eenvoudig te realiseren. Daarmee is het energiegebruik in een gebouw het meest effectief te optimaliseren en monitoren.
KNX Nederland verzorgt de onderstaande lezingen tijdens de VSK-beurs:
Dinsdag 2 februari 2016 - 14.00 uur, Hal 12 - HVAC en KNX: theorie en praktijk
In deze presentatie wordt u meegenomen in de wereld van KNX en de koppeling naar de HVAC-systemen. Peer van Drunen zal vanuit zijn rol als KNX Tutor de theorie behandelen waarbij Martwin de Man de mogelijkheden en valkuilen met praktijkvoorbeelden zal toelichten. Op deze manier geven zij samen een gedegen maar ook luchtige doorkijk naar de mogelijkheden en de voordelen voor zowel de W- als de E-installatiebranche.
Door: Peer van Drunen, KNX Tutor bij Hager en Martwin de Man, projectleider bij Hager
Woensdag 3 februari 2016 - 11.00 uur, Hal 10 - KNX als veldbus voor regeling van E én W
Daar waar wandcontactdozen en schakelaars vaak in fraaie designs worden uitgevoerd, zijn thermostaten vaak een doorn in het oog van menig architect en/of adviseur. Door een KNX systeem te gebruiken, beschikt u over een gevarieerd programma thermostaten van uiteenlopende KNX-fabrikanten, waarbij de uniformiteit met het design blijft gewaarborgd. En met KNX thermostaten kan men de meest geavanceerde klimaatsturingen (naregelingen) realiseren. Deze zijn uitstekend te integreren in een werktuigbouwkundige installatie. Het KNX-systeem is bovendien volledig fabrikantonafhankelijk.
Door: Marco Douwma, buitendienst medewerker Techniek bij Hateha
Donderdag 4 februari 2016 - 20.00 uur, Hal 8 - KNX, de brug tussen E en W
De besturing van gebouwinstallaties in de ruimte, op decentraal niveau, gebeurt steeds meer via één busprotocol. Met KNX beschikt de markt over een protocol dat feitelijk in elk type gebouw voor zowel de verlichting, de zonwering, de ventilatie en de verwarming de besturing kan verzorgen. Bovendien werkt KNX heel goed samen met een protocol als BACnet, dat bijvoorbeeld in de voorregel van HVAC-installaties functioneert, maar dat kunnen ook fabrikantspecifieke besturingssystemen zijn. Daarnaast kan KNX voor de verlichting probleemloos samenwerken met het Dali-protocol. In diverse, prestigieuze gebouwen is deze configuratie al met veel succes toegepast.
Door: Remco Bonsen, accountmanager HVAC bij Siemens Nederland
Vrijdag 5 februari 2016 - 11.00 uur, Hal 10 - Duurzaam bouwen+installeren op basis van KNX
KNX heeft zich al lang als wereldwijde standaard in woning- en gebouwautomatisering bewezen. Het binnenklimaat, de verlichting en jaloezieën bedienen – dat zijn allemaal klassieke KNX-functies. De KNX-technologie is geschikt voor zowel de utiliteitsbouw als particuliere woningen. Zowel voor de E- als de W-installatietechniek. Maar KNX is veel meer dan een installatiesysteem. Het is net zo veelzijdig als het leven zelf. KNX biedt de technische mogelijkheden om een gebouw te veranderen in een Smart Home of Smart Building, door energie efficiënt te gebruiken en het comfort en de levenskwaliteit te verhogen.
KNX voor HVAC-systemen
In de theater op de VSK kunnen beursbezoekers dagelijks een uitgebreid inhoudelijk programma volgen. Onderdeel daarvan zijn de KNX-presentaties. De vertegenwoordigers van KNX Nederland nemen bezoekers mee in de wereld van KNX en de koppeling naar HVAC-systemen.
Goed voor BREEAM en LEED
De toepassing van KNX sluit namelijk ook erg goed aan bij het thema van de VSK-beurs: ‘Kennis omhoog, verbruik omlaag’. Een vakbeurs die dan ook in het teken staat van de klimaatdoelstellingen. Veel gebouweigenaren in de utiliteit willen aan hoge duurzaamheidseisen voldoen, zoals een hoge BREEAM- of LEED-certificering. Deze regelingen schrijven voor dat het gebouw één integrale automatisering heeft die verlichting, zonwering en klimaatinstallaties integraal laten samenwerken. En dat is met KNX relatief eenvoudig te realiseren. Daarmee is het energiegebruik in een gebouw het meest effectief te optimaliseren en monitoren.
KNX Nederland verzorgt de onderstaande lezingen tijdens de VSK-beurs:
Dinsdag 2 februari 2016 - 14.00 uur, Hal 12 - HVAC en KNX: theorie en praktijk
In deze presentatie wordt u meegenomen in de wereld van KNX en de koppeling naar de HVAC-systemen. Peer van Drunen zal vanuit zijn rol als KNX Tutor de theorie behandelen waarbij Martwin de Man de mogelijkheden en valkuilen met praktijkvoorbeelden zal toelichten. Op deze manier geven zij samen een gedegen maar ook luchtige doorkijk naar de mogelijkheden en de voordelen voor zowel de W- als de E-installatiebranche.
Door: Peer van Drunen, KNX Tutor bij Hager en Martwin de Man, projectleider bij Hager
Woensdag 3 februari 2016 - 11.00 uur, Hal 10 - KNX als veldbus voor regeling van E én W
Daar waar wandcontactdozen en schakelaars vaak in fraaie designs worden uitgevoerd, zijn thermostaten vaak een doorn in het oog van menig architect en/of adviseur. Door een KNX systeem te gebruiken, beschikt u over een gevarieerd programma thermostaten van uiteenlopende KNX-fabrikanten, waarbij de uniformiteit met het design blijft gewaarborgd. En met KNX thermostaten kan men de meest geavanceerde klimaatsturingen (naregelingen) realiseren. Deze zijn uitstekend te integreren in een werktuigbouwkundige installatie. Het KNX-systeem is bovendien volledig fabrikantonafhankelijk.
Door: Marco Douwma, buitendienst medewerker Techniek bij Hateha
Donderdag 4 februari 2016 - 20.00 uur, Hal 8 - KNX, de brug tussen E en W
De besturing van gebouwinstallaties in de ruimte, op decentraal niveau, gebeurt steeds meer via één busprotocol. Met KNX beschikt de markt over een protocol dat feitelijk in elk type gebouw voor zowel de verlichting, de zonwering, de ventilatie en de verwarming de besturing kan verzorgen. Bovendien werkt KNX heel goed samen met een protocol als BACnet, dat bijvoorbeeld in de voorregel van HVAC-installaties functioneert, maar dat kunnen ook fabrikantspecifieke besturingssystemen zijn. Daarnaast kan KNX voor de verlichting probleemloos samenwerken met het Dali-protocol. In diverse, prestigieuze gebouwen is deze configuratie al met veel succes toegepast.
Door: Remco Bonsen, accountmanager HVAC bij Siemens Nederland
Vrijdag 5 februari 2016 - 11.00 uur, Hal 10 - Duurzaam bouwen+installeren op basis van KNX
KNX heeft zich al lang als wereldwijde standaard in woning- en gebouwautomatisering bewezen. Het binnenklimaat, de verlichting en jaloezieën bedienen – dat zijn allemaal klassieke KNX-functies. De KNX-technologie is geschikt voor zowel de utiliteitsbouw als particuliere woningen. Zowel voor de E- als de W-installatietechniek. Maar KNX is veel meer dan een installatiesysteem. Het is net zo veelzijdig als het leven zelf. KNX biedt de technische mogelijkheden om een gebouw te veranderen in een Smart Home of Smart Building, door energie efficiënt te gebruiken en het comfort en de levenskwaliteit te verhogen.
Belasting op gas fors omhoog in 2016
De energiebelasting op gas gaat per 1 januari met 32 procent omhoog naar 30,5 eurocent per kuub. Voor een huishouden met een gemiddeld gasverbruik betekent dit een verhoging van 132 euro per jaar. Dat zegt vergelijkingssite Gaslicht.com. De energieheffing op stroom gaat echter met 16 procent omlaag. Per saldo is een doorsnee huishouden volgend jaar circa 52 euro meer kwijt aan de belasting op gas en stroom.
zaterdag 11 april 2015
Solar Team Twente lanceert Boomerang Challenge
Solar Team Twente lanceert op zondag 12 april bij recreatieplas het Hulsbeek in Oldenzaal de openbare Boomerang Challenge. Deelnemers worden uitgedaagd hun boomerangworp te uploaden op Facebook of Instagram met de vermelding #boomerangchallenge. De origineelste foto’s en video’s maken kans op mooie prijzen. De Boomerang Challenge is onderdeel van de crowdfundingsactie die Solar Team Twente heeft opgezet. Bovendien is er op 26 juni een wereldrecordpoging boomerangs werpen.
Op de Hulsbeekdag in Oldenzaal worden de eerste rode Solar Team Twente boomerangs verkocht en kunnen de eerste worpen naar mooie prijzen worden gedaan. Winnaars maken onder meer kans op kaarten voor FC Twente, een introductieduik bij DiveWorld, bioscoopkaarten en kaarten voor poppodiums Atak en Metropool. Met de verkoop van de boomerang financiert het Twentse solarteam een deel van de nieuwe zonneauto.
De boemerang is vanaf 12 april te verkrijgen op het crowdfundingsplatform van het universiteitsfonds van de UT via www.steunutwente.nl. Naast boomerangs biedt het team ook een 3D-geprinte zonneauto en Solar Team Twente reversspeldjes aan op het platform.
Deelnemers aan de Boomerang Challenge kunnen foto’s en video’s uploaden tot 26 juni. Op deze dag worden de winnaars bekend gemaakt, prijzen uitgereikt en daarnaast vindt er een wereldrecordpoging plaats. Samen met alle deelnemers gaat Solar Team Twente het wereldrecord ‘Met de meeste mensen tegelijkertijd boomerangs werpen’ proberen te verbreken.
Solar Team Twente bestaat uit negentien studenten van Saxion en Universiteit Twente. Zij maken hun droom waar: het winnen van de Bridgestone World Solar Challenge in oktober 2015. Naast de studenten bestaat Solar Team Twente uit het sterke netwerk van innovatieve partners. Samen wordt topsport beoefend en de snelste zonneauto gebouwd.
Op de Hulsbeekdag in Oldenzaal worden de eerste rode Solar Team Twente boomerangs verkocht en kunnen de eerste worpen naar mooie prijzen worden gedaan. Winnaars maken onder meer kans op kaarten voor FC Twente, een introductieduik bij DiveWorld, bioscoopkaarten en kaarten voor poppodiums Atak en Metropool. Met de verkoop van de boomerang financiert het Twentse solarteam een deel van de nieuwe zonneauto.
De boemerang is vanaf 12 april te verkrijgen op het crowdfundingsplatform van het universiteitsfonds van de UT via www.steunutwente.nl. Naast boomerangs biedt het team ook een 3D-geprinte zonneauto en Solar Team Twente reversspeldjes aan op het platform.
Deelnemers aan de Boomerang Challenge kunnen foto’s en video’s uploaden tot 26 juni. Op deze dag worden de winnaars bekend gemaakt, prijzen uitgereikt en daarnaast vindt er een wereldrecordpoging plaats. Samen met alle deelnemers gaat Solar Team Twente het wereldrecord ‘Met de meeste mensen tegelijkertijd boomerangs werpen’ proberen te verbreken.
Solar Team Twente bestaat uit negentien studenten van Saxion en Universiteit Twente. Zij maken hun droom waar: het winnen van de Bridgestone World Solar Challenge in oktober 2015. Naast de studenten bestaat Solar Team Twente uit het sterke netwerk van innovatieve partners. Samen wordt topsport beoefend en de snelste zonneauto gebouwd.
vrijdag 10 april 2015
Energieconsument kan en wil bijdragen aan energietransitie
Huishoudens zijn in staat hun energiegedrag te veranderen en hun stroomverbruik te verschuiven naar gunstige momenten op de dag. Huishoudens wennen snel aan de veranderde situatie zodat de gedragsverandering blijvend is, ook als het nieuwe eraf is. En de positieve bijdrage aan de energietransitie die van huishoudens werd verwacht, wil men ook graag leveren. Voorwaarde is wel dat de markt toegankelijke technologische producten en diensten ontwikkelt, die intuïtief zijn in gebruik én die beantwoorden aan de behoefte aan regie van huishoudens.
Dat zijn de belangrijkste uitkomsten van de tweejarige onderzoekspilot 'Jouw Energie Moment' (JEM) die netbeheerder Enexis heeft opgezet samen met 178 huishoudens in Breda. Daarbij kregen bewoners van de nieuwbouwwijken Meulenspie en Easy Street de beschikking over een variërend elektriciteitstarief en slimme middelen als een slimme wasmachine, zonnepanelen en een display aan de muur. Daarmee konden zij variatie aanbrengen in de momenten dat zij energie gebruiken. De centrale onderzoeksvraag was: 'Gezien het feit dat duurzame energiebronnen als wind en zon niet stuurbaar zijn, wat is er nodig zodat gebruikers flexibel omgaan met hun energiegebruik?
De onderzoekspilot, waarvan de resultaten gisteren werden gepresenteerd, heeft een bijdrage geleverd aan de wetenschap. Het begeleidende onderzoek werd verricht door onderzoekers vanuit de TU-Delft en de TU-Eindhoven. In totaal zijn 15 studenten op het onderwerp afgestudeerd, en zijn er 14 wetenschappelijke publicaties opgeleverd.
85 procent van de deelnemers geeft aan inmiddels energie te besparen. Het display lijkt dat gedrag te beïnvloeden. Een toegankelijk display met een gebruiksvriendelijk design verhoogt de gebruiksfrequentie en vergroot het vermogen om flexibel met energiegebruik om te gaan. In Meulenspie, met een gemiddelde leeftijd van 42 jaar, werd het display gemiddeld 5x per dag geraadpleegd, vooral door de mannelijke deelnemers. In de jongere wijk Easy Street (gem. 30 jaar) werd het display weliswaar minder vaak geraadpleegd, maar gebeurde dat vaker door vrouwen.
82 procent van de deelnemers zegt door deelname meer controle te hebben gekregen over het energieverbruik. Daarnaast zegt 82 procent de eigen opgewekte energie nu efficiënter te benutten. De voorspellingen over de eigen productie en daarnaast de tariefschommelingen hebben vaak aanleiding gegeven tot veranderde keuzes in gebruik. De zonnepanelen en de (later) aangesloten warmtepomp vergroten het energierendement en maakten regie daarnaast interessanter. Ook het zelf kunnen inzetten van de eigen opgewekte energie lijkt een rol te spelen. Zo lijken deelnemers met een meer individuele energievoorziening (Meulenspie) meer interesse te hebben in het eigen energieverbruik dan de deelnemers met een collectieve energievoorziening (Easy Street).
85 procent waardeert de onderzoekspilot positief. De verschuiving naar de meest gunstige gebruiksmomenten, zoals gemeten bij de wasmachine, zeggen de deelnemers ook toe te willen passen voor hun wasdroger en vaatwasser. De markt wordt geadviseerd dit voortvarend op te pakken.
De onderzoeksspilot 'Jouw Energie Moment' vormt onderdeel van het pilotprogramma van Enexis om, met het oog op de energietransitie, de weg te effenen voor een succesvolle verduurzaming. De uitkomsten zijn van belang voor een slimme ontwikkeling van het elektriciteitsnet. Slim betekent dat het net de verwachte toekomstige groei en verandering in stroomvraag op kan vangen met slimme innovaties, zonder het net te hoeven verzwaren.
Dat zijn de belangrijkste uitkomsten van de tweejarige onderzoekspilot 'Jouw Energie Moment' (JEM) die netbeheerder Enexis heeft opgezet samen met 178 huishoudens in Breda. Daarbij kregen bewoners van de nieuwbouwwijken Meulenspie en Easy Street de beschikking over een variërend elektriciteitstarief en slimme middelen als een slimme wasmachine, zonnepanelen en een display aan de muur. Daarmee konden zij variatie aanbrengen in de momenten dat zij energie gebruiken. De centrale onderzoeksvraag was: 'Gezien het feit dat duurzame energiebronnen als wind en zon niet stuurbaar zijn, wat is er nodig zodat gebruikers flexibel omgaan met hun energiegebruik?
De onderzoekspilot, waarvan de resultaten gisteren werden gepresenteerd, heeft een bijdrage geleverd aan de wetenschap. Het begeleidende onderzoek werd verricht door onderzoekers vanuit de TU-Delft en de TU-Eindhoven. In totaal zijn 15 studenten op het onderwerp afgestudeerd, en zijn er 14 wetenschappelijke publicaties opgeleverd.
85 procent van de deelnemers geeft aan inmiddels energie te besparen. Het display lijkt dat gedrag te beïnvloeden. Een toegankelijk display met een gebruiksvriendelijk design verhoogt de gebruiksfrequentie en vergroot het vermogen om flexibel met energiegebruik om te gaan. In Meulenspie, met een gemiddelde leeftijd van 42 jaar, werd het display gemiddeld 5x per dag geraadpleegd, vooral door de mannelijke deelnemers. In de jongere wijk Easy Street (gem. 30 jaar) werd het display weliswaar minder vaak geraadpleegd, maar gebeurde dat vaker door vrouwen.
82 procent van de deelnemers zegt door deelname meer controle te hebben gekregen over het energieverbruik. Daarnaast zegt 82 procent de eigen opgewekte energie nu efficiënter te benutten. De voorspellingen over de eigen productie en daarnaast de tariefschommelingen hebben vaak aanleiding gegeven tot veranderde keuzes in gebruik. De zonnepanelen en de (later) aangesloten warmtepomp vergroten het energierendement en maakten regie daarnaast interessanter. Ook het zelf kunnen inzetten van de eigen opgewekte energie lijkt een rol te spelen. Zo lijken deelnemers met een meer individuele energievoorziening (Meulenspie) meer interesse te hebben in het eigen energieverbruik dan de deelnemers met een collectieve energievoorziening (Easy Street).
85 procent waardeert de onderzoekspilot positief. De verschuiving naar de meest gunstige gebruiksmomenten, zoals gemeten bij de wasmachine, zeggen de deelnemers ook toe te willen passen voor hun wasdroger en vaatwasser. De markt wordt geadviseerd dit voortvarend op te pakken.
De onderzoeksspilot 'Jouw Energie Moment' vormt onderdeel van het pilotprogramma van Enexis om, met het oog op de energietransitie, de weg te effenen voor een succesvolle verduurzaming. De uitkomsten zijn van belang voor een slimme ontwikkeling van het elektriciteitsnet. Slim betekent dat het net de verwachte toekomstige groei en verandering in stroomvraag op kan vangen met slimme innovaties, zonder het net te hoeven verzwaren.
Orange Solar Power start met zonnepanelenfabriek in West-Brabant
Orange Solar Power wil in West-Brabant een zonnepanelenfabriek realiseren met een productiecapaciteit van 70 megawatt, oftewel zo’n 280.000 zonnepanelen. De fabriek moet uiteindelijk werk bieden aan 60 mensen en wordt in fases gerealiseerd.
Met de opening van de nieuwe fabriek hoopt de directie de terugkeer van de Europese zonnecel industrie in te luiden. ‘Waar in de afgelopen jaren in Europa en ook in Nederland de zonnepanelenproductie grotendeels verdwenen is, is dit het startschot voor een revival’, aldus, Guust Verpaalen (CEO) en Walter van Loon (CCO en oprichter van Orange Solar Power). ‘De directe investering in de nieuwe fabriek bedraagt in totaal ongeveer 5 miljoen euro en dit zal een wezenlijke bijdrage leveren aan de regionale werkgelegenheid.’
In fase 1 van ons project wordt in de fabriek te West-Brabant een productielijn van 15 megawatt gebouwd voor standaard zonnepanelen en de zogenaamde ‘Monoflex’ modules. In fase 2 wordt in de fabriek te West-Brabant een productielijn van 55 megawatt gebouwd voor ‘standaard’ zonnepanelen. Deze productielijn zal eind 2015 operationeel zijn. De fabriek zal te zijner tijd werk bieden aan 60 mensen.
Orange Solar Power is opgericht in 2012 en richt zich sinds haar start op de productie en de verkoop van zonnepanelen. Daarbij gaat het zowel om standaard zonnepanelen als om de flexibele Monoflex zonnepanelen. Tot de klantenkring van Orange Solar Power behoren onder meer bedrijven als Eneco, Google, Sabic en SolarNRG.
Met de opening van de nieuwe fabriek hoopt de directie de terugkeer van de Europese zonnecel industrie in te luiden. ‘Waar in de afgelopen jaren in Europa en ook in Nederland de zonnepanelenproductie grotendeels verdwenen is, is dit het startschot voor een revival’, aldus, Guust Verpaalen (CEO) en Walter van Loon (CCO en oprichter van Orange Solar Power). ‘De directe investering in de nieuwe fabriek bedraagt in totaal ongeveer 5 miljoen euro en dit zal een wezenlijke bijdrage leveren aan de regionale werkgelegenheid.’
In fase 1 van ons project wordt in de fabriek te West-Brabant een productielijn van 15 megawatt gebouwd voor standaard zonnepanelen en de zogenaamde ‘Monoflex’ modules. In fase 2 wordt in de fabriek te West-Brabant een productielijn van 55 megawatt gebouwd voor ‘standaard’ zonnepanelen. Deze productielijn zal eind 2015 operationeel zijn. De fabriek zal te zijner tijd werk bieden aan 60 mensen.
Orange Solar Power is opgericht in 2012 en richt zich sinds haar start op de productie en de verkoop van zonnepanelen. Daarbij gaat het zowel om standaard zonnepanelen als om de flexibele Monoflex zonnepanelen. Tot de klantenkring van Orange Solar Power behoren onder meer bedrijven als Eneco, Google, Sabic en SolarNRG.
Brandstofcelauto op waterstof wordt energiecentrale
In de toekomst kan een brandstofcelauto die op waterstof rijdt ook dienst doen als een energiecentrale voor huizen en kantoren. Deze auto rijdt op elektriciteit die in de brandstofcel uit waterstof wordt gemaakt. Als de wagen stilstaat, kan de brandstofcel ook elektriciteit produceren en vele woningen van stroom voorzien. Op woensdag 8 april presenteert Hyundai het type IX35 FCEV in Nederland waarvan een exemplaar voor het onderzoek in The Green Village van de TU Delft is bestemd. Hiermee gaan onderzoekers het rendement en de werking van stroom leveren met brandstofcelauto’s verder onderzoeken.
Brandstofcelauto’s zorgen voor efficiënter en schoner transport. Een brandstofcelauto is een elektrische auto met een brandstofcel aan boord die elektriciteit uit waterstof en zuurstof maakt. Een auto wordt doorgaans maar 5% van de tijd gebruikt. De rest van de tijd staat hij geparkeerd. Als de auto geparkeerd staat, kan de brandstofcel nog steeds elektriciteit produceren. Deze elektriciteit kan worden gebruikt in huizen en kantoren. Brandstofcelauto’s auto's hebben daarnaast twee nuttige (en schone) bijproducten: water en warmte.
Rijden gebeurt nu veelal op benzine, diesel of gas. De energie-efficiëntie van deze motoren is niet erg goed, ongeveer 25 tot 40% en ze stoten CO2 uit. Daarom ontwikkelen veel autofabrikanten alternatieven, zoals de brandstofcelauto. Met de brandstofcel kan met een rendement van ongeveer 40-45% elektriciteit via waterstof uit gas worden gehaald. Dit is een hoger rendement dan dat van onze huidige elektriciteitsproductie.
Binnen het project Car as Power Plant doet de TU Delft onderzoek naar de optimalisatie van alle processen die samenhangen met het rijden en energie produceren met brandstofcellen uit waterstof. Van de productie en het tanken van waterstof, de verbetering van de levensduur en waarde van de brandstofcel tot de aansluiting van auto’s op het elektriciteitsnet. De TU Delft werkt daarbij samen met onder meer GasTerra, Q-Park, Stedin, CNG net, RDW, Bovemij, Shell, en HyTruck. Vorig jaar ontving de universiteit hiervoor een subsidie van NWO vanuit het programma Uncertainty Reduction in Smart Energy Systems (URSES). GasTerra heeft de brandstofcelauto gefinancierd.
Het project Car as Power Plant is onderdeel van The Green Village een initiatief van de TU Delft om op de campus van de universiteit een bruisend living lab te realiseren voor duurzame systeeminnovaties. The Green Village biedt een platform waar een grote verscheidenheid aan partners uit de publieke en private sector samenwerken aan de ontwikkeling en de integratie van duurzame technologieën.
Brandstofcelauto’s zorgen voor efficiënter en schoner transport. Een brandstofcelauto is een elektrische auto met een brandstofcel aan boord die elektriciteit uit waterstof en zuurstof maakt. Een auto wordt doorgaans maar 5% van de tijd gebruikt. De rest van de tijd staat hij geparkeerd. Als de auto geparkeerd staat, kan de brandstofcel nog steeds elektriciteit produceren. Deze elektriciteit kan worden gebruikt in huizen en kantoren. Brandstofcelauto’s auto's hebben daarnaast twee nuttige (en schone) bijproducten: water en warmte.
Rijden gebeurt nu veelal op benzine, diesel of gas. De energie-efficiëntie van deze motoren is niet erg goed, ongeveer 25 tot 40% en ze stoten CO2 uit. Daarom ontwikkelen veel autofabrikanten alternatieven, zoals de brandstofcelauto. Met de brandstofcel kan met een rendement van ongeveer 40-45% elektriciteit via waterstof uit gas worden gehaald. Dit is een hoger rendement dan dat van onze huidige elektriciteitsproductie.
Binnen het project Car as Power Plant doet de TU Delft onderzoek naar de optimalisatie van alle processen die samenhangen met het rijden en energie produceren met brandstofcellen uit waterstof. Van de productie en het tanken van waterstof, de verbetering van de levensduur en waarde van de brandstofcel tot de aansluiting van auto’s op het elektriciteitsnet. De TU Delft werkt daarbij samen met onder meer GasTerra, Q-Park, Stedin, CNG net, RDW, Bovemij, Shell, en HyTruck. Vorig jaar ontving de universiteit hiervoor een subsidie van NWO vanuit het programma Uncertainty Reduction in Smart Energy Systems (URSES). GasTerra heeft de brandstofcelauto gefinancierd.
Het project Car as Power Plant is onderdeel van The Green Village een initiatief van de TU Delft om op de campus van de universiteit een bruisend living lab te realiseren voor duurzame systeeminnovaties. The Green Village biedt een platform waar een grote verscheidenheid aan partners uit de publieke en private sector samenwerken aan de ontwikkeling en de integratie van duurzame technologieën.
Rotterdam wekt in 2030 meer duurzame energie op dan de stad verbruikt
Rotterdam wekt in 2030 meer duurzame energie op dan de stad in totaal
verbruikt. De helft van de woningen wordt tegen die tijd verwarmd met restwarmte
uit de haven. Windmolens voorzien dan tweederde van de huishoudens van energie.
Dat een ambitie uit het programma Duurzaam 2015 – 2018 ‘Duurzaam dichterbij de
Rotterdammer’ dat wethouder Pex Langenberg (Duurzaamheid) donderdag 26 maart aan
de stad heeft aangeboden.
Het programma Duurzaam geeft aan waar Rotterdam de komende jaren op in gaat zetten. De gemeente wil samen met bewoners en bedrijven aan de slag en zal meer dan voorheen initiatieven in de stad ondersteunen. Het streven is om duurzaamheid dichterbij de Rotterdammers te brengen.
Wethouder Langenberg: “Als we niets doen, rijzen de energiekosten over vijftien jaar de pan uit. Door nu actie te ondernemen, houden we de energiekosten beheersbaar voor alle Rotterdammers en gaat het wooncomfort omhoog.” Met bijvoorbeeld het energiezuiniger maken van woningen kunnen Rotterdamse huishoudens tot 40% besparen op hun energielasten. Dit kan oplopen tot zo’n € 600 per huishouden per jaar. Zetten we hier met elkaar vol op in, dan betekent dit voor alle Rotterdamse huishoudens samen een besparing van € 180 miljoen per jaar. De komende vier jaar worden ten minste 10.000 woningen energiezuiniger gemaakt.
Daarnaast zijn alternatieve energiebronnen van groot belang. Driekwart van de Rotterdamse daken is plat. Volop ruimte dus voor het opwekken van zonne-energie. In 2030 kan op deze manier in 40 procent van de energiebehoefte worden voorzien. In 2018 moeten we hiermee een start hebben gemaakt en zijn 6.000 woningen voorzien van zonne-panelen. De energieopbrengst door wind in Rotterdam wordt tot 2020 verdubbeld en in 2025 wordt genoeg stroom opgewekt voor 200.000 huishoudens. De Rotterdamse haven heeft voldoende restwarmte voor 1 miljoen huishoudens. Genoeg voor een groot netwerk door heel Zuid-Holland. Via stadsverwarming moet in 2030 de helft van de 300.000 Rotterdamse huishoudens worden verwarmd met restwarmte uit de Rotterdamse haven.
De gemeente gaat door met het vergroenen van de wijken en zetten nog meer in op afvalscheiden en hergebruik. Goed voorbeeld, doet goed volgen. Rotterdam wil onder meer in 2018 40 procent energie besparen op haar vastgoed. Eigen kantoren, maar ook gymlokalen en schoolgebouwen. Daarnaast wordt een pilotproject gestart om op de daken van 70 gymzalen zonnepanelen te plaatsen.
Rotterdam wil een voorbeeld zijn voor andere deltasteden wereldwijd die de omslag willen maken naar een duurzame economie. De gemeente is het laboratorium waar bedrijven, hogescholen en universiteiten innovatieve en schone technieken uitvinden, testen en toepassen. Wethouder Langenberg: “We creëren de ruimte zodat er nieuwe technieken, nieuwe bedrijven, nieuwe investeringen en heel veel banen naar onze regio komen. Tot en met 2018 kunnen we zo nogmaals 400 miljoen euro aan duurzame investeringen genereren.”
donderdag 9 april 2015
ThermoSmart werkt samen met IFTTT en Netatmo
ThermoSmart werkt per direct samen met IFTTT (IFThisThanThat), een online programmeertool voor consumenten. Het maakt integratie met andere online domotica apparaten heel eenvoudig en laagdrempelig. Bijvoorbeeld: als de ThermoSmart je huis verwarmt gaan je Philips Hue-lampen branden. Of dat de CV-ketel uitgaat als je het huis verlaat. Medeoprichter David Durman en software engineer: ''Het klinkt wellicht ingewikkeld maar werkt echt enorm handig en gemakkelijk'.
Voor start-ups als ThermoSmart is samenwerking een goede kans om de mogelijkheden van haar product uit te breiden. Grote bedrijven als Samsung, Amazone, Philips en Apple roeren zich op het gebied van internet of things. De toekomst is helder: alles maar dan ook alles gaat ‘online’. Samenwerken met andere leveranciers van vergelijkbare oplossingen is leuk en handig voor de consument.
Voor start-ups als ThermoSmart is samenwerking een goede kans om de mogelijkheden van haar product uit te breiden. Grote bedrijven als Samsung, Amazone, Philips en Apple roeren zich op het gebied van internet of things. De toekomst is helder: alles maar dan ook alles gaat ‘online’. Samenwerken met andere leveranciers van vergelijkbare oplossingen is leuk en handig voor de consument.
Productie groen gas kan groeien
Groen gas kan een belangrijke bijdrage leveren aan de verduurzaming van de energievoorziening in Nederland. Het groene gas moet wel aan bepaalde eisen voldoen om aan ons gasnet geleverd te mogen worden. De regionale netbeheerders die het groene gas transporteren naar consumenten en bedrijven moeten de zekerheid hebben dat het gas geschikt is voor veilig gebruik en dat het dezelfde hoeveelheid energie (calorische waarde) heeft als het gas uit Groningen. Daarom zijn er nu spelregels waaraan bedrijven die groen gas willen leveren zich moeten houden, zo heeft de Autoriteit Consument & Markt (ACM) vandaag besloten. Henk Don, bestuurslid ACM: “Nu duidelijk is aan welke voorwaarden moet worden voldaan kunnen partijen makkelijker kiezen om groen gas te gaan produceren en leveren aan consumenten en bedrijven.”
Groen gas wordt gemaakt van organisch materiaal. Bijvoorbeeld van het afval uit de groene GFT-bak die consumenten wekelijks aanbieden aan hun afvalverwerker. Maar ook mest en plantafval van boeren en tuinders wordt gebruikt om groen gas te produceren. In Nederland zijn ongeveer 25 bedrijven die groen gas leveren aan ons gasnetwerk. Dit zijn veelal afvalverwerkingsbedrijven. De kwaliteitseisen die aan het groene gas zelf worden gesteld zijn al vastgelegd in een ministeriële regeling.
Groen gas wordt gemaakt van organisch materiaal. Bijvoorbeeld van het afval uit de groene GFT-bak die consumenten wekelijks aanbieden aan hun afvalverwerker. Maar ook mest en plantafval van boeren en tuinders wordt gebruikt om groen gas te produceren. In Nederland zijn ongeveer 25 bedrijven die groen gas leveren aan ons gasnetwerk. Dit zijn veelal afvalverwerkingsbedrijven. De kwaliteitseisen die aan het groene gas zelf worden gesteld zijn al vastgelegd in een ministeriële regeling.
ACM stelt nu, op voorstel van de netbeheerders, ook eisen aan de invoedingsinstallatie en de meetapparatuur. Daardoor weten producenten, maar ook de netbeheerders, zeker dat het gas de juiste kwaliteit heeft en dat het gastransport niet in gevaar komt. Daarnaast wordt nu ook de verrekening geregeld tussen netbeheerders en bedrijven die groen gas leveren. In de Warmtevisie die afgelopen week door de minister van Economische Zaken is gepresenteerd, staat dat slechts 3,6% van alle warmte in 2013 duurzaam werd geproduceerd. Dit percentage omvat zowel de warmtevoorziening uit groen gas en biomassa als de warmtelevering met behulp van bijvoorbeeld geothermie en warmte en koude opslag (WKO).
Energieleveranciers mogen sinds 1 januari 2015 alleen groen gas leveren aan consumenten als ze daarvoor de zogenaamde "Garanties van oorsprong voor gas" hebben gekocht.
Waar komt de eerste bio-energiebuurt van Overijssel?
Dinsdagmiddag 31 maart 2015 was de feestelijke aftrap van het project ‘bio-energiebuurten’ en de introductie van de initiatievenmakelaardij voor duurzame lokale energiebedrijven.
Ineke Bakker, gedeputeerde voor Milieu, Wonen en Financieel toezicht van provincie Overijssel, gooide samen met Hugo Vernhout, directeur-rentmeester van landgoed Vilsteren, een blok (lokaal) hout in het haardvuur. Bakker: “Hiermee wil ik graag ‘het vuurtje van de bio-energiebuurten en de lokale initiatieven aanwakkeren’ en er mijn ‘houtje aan bijdragen’.”
Aftrap Bio-energiebuurten-50-klein2Gedeputeerde Bakker sprak haar enthousiasme uit over de bio-energiebuurten: “In Overijssel zijn meerdere initiatieven bekend die onderzoeken of warmte en stroom met lokale biomassa kan worden opgewekt. Er is behoefte aan alternatieven voor het verwarmen met aardgas. In potentie is veel biomassa in Overijssel aanwezig; hout, bermgras, GFT-afval, mest en reststromen uit de (voedsel)industrie. Het ontsluiten van een lokale biomassaketen is echter complex. Daarom wil de provincie extra aandacht aan dit thema besteden en initiatieven hiervoor extra ondersteunen.”
Buurten, dorpen en gemeenschappen in Overijssel worden uitgedaagd om aan de slag te gaan met het thema bio-energie en “bio-energiebuurt” in Overijssel te worden. Met een bio-energiebuurt bedoelen we een buurt, dorp of gemeenschap die de eigen warmte- en energiebehoefte voor het overgrote deel uit lokale bio-energie haalt, zoals hout, biogas of bermgras. In een bio-energiebuurt gaan bewoners, bedrijven en overheden samen aan de slag om dit doel te behalen.
Geïnteresseerde buurten mogen hun plannen indienen en deze pitchen aan een deskundige jury tijdens de Bio Energy Pitch op 19 november 2015. De pitch wordt georganiseerd door NMO (Natuur en Milieu Overijssel).
Ook IM@Overijssel, de initiatievenmakelaardij voor duurzame lokale energie-initiatieven stelde zich tijdens deze aftrap voor. De negen makelaars hebben ervaring met het oprichten van een duurzaam lokaal energiebedrijf. Buurten die een plan willen maken voor hun eigen energievoorziening kunnen gebruik maken van de inhoudelijke ondersteuning en expertise van één van de initiatievenmakelaars. Dit kan – naast bioenergie –ook om andere vormen van nieuwe energie gaan. In de eerste plaats onderzoeken de makelaars samen met het initiatief de ondersteuningsbehoefte van het initiatief. In een volgende stap wordt ondersteuning en advies gegeven, door de makelaardij of een derde partij, al naar gelang de behoefte. De makelaars denken mee vanuit hun praktijkervaring, ontsluiten beschikbare kennis en brengen een initiatief met de juiste mensen in contact. De makelaars dragen hun kennis en enthousiasme over. Het initiatief blijft zelf verantwoordelijk voor haar succes en maakt haar eigen keuzes. Zo blijft elk initiatief uniek.
Ineke Bakker, gedeputeerde voor Milieu, Wonen en Financieel toezicht van provincie Overijssel, gooide samen met Hugo Vernhout, directeur-rentmeester van landgoed Vilsteren, een blok (lokaal) hout in het haardvuur. Bakker: “Hiermee wil ik graag ‘het vuurtje van de bio-energiebuurten en de lokale initiatieven aanwakkeren’ en er mijn ‘houtje aan bijdragen’.”
Aftrap Bio-energiebuurten-50-klein2Gedeputeerde Bakker sprak haar enthousiasme uit over de bio-energiebuurten: “In Overijssel zijn meerdere initiatieven bekend die onderzoeken of warmte en stroom met lokale biomassa kan worden opgewekt. Er is behoefte aan alternatieven voor het verwarmen met aardgas. In potentie is veel biomassa in Overijssel aanwezig; hout, bermgras, GFT-afval, mest en reststromen uit de (voedsel)industrie. Het ontsluiten van een lokale biomassaketen is echter complex. Daarom wil de provincie extra aandacht aan dit thema besteden en initiatieven hiervoor extra ondersteunen.”
Buurten, dorpen en gemeenschappen in Overijssel worden uitgedaagd om aan de slag te gaan met het thema bio-energie en “bio-energiebuurt” in Overijssel te worden. Met een bio-energiebuurt bedoelen we een buurt, dorp of gemeenschap die de eigen warmte- en energiebehoefte voor het overgrote deel uit lokale bio-energie haalt, zoals hout, biogas of bermgras. In een bio-energiebuurt gaan bewoners, bedrijven en overheden samen aan de slag om dit doel te behalen.
Geïnteresseerde buurten mogen hun plannen indienen en deze pitchen aan een deskundige jury tijdens de Bio Energy Pitch op 19 november 2015. De pitch wordt georganiseerd door NMO (Natuur en Milieu Overijssel).
Ook IM@Overijssel, de initiatievenmakelaardij voor duurzame lokale energie-initiatieven stelde zich tijdens deze aftrap voor. De negen makelaars hebben ervaring met het oprichten van een duurzaam lokaal energiebedrijf. Buurten die een plan willen maken voor hun eigen energievoorziening kunnen gebruik maken van de inhoudelijke ondersteuning en expertise van één van de initiatievenmakelaars. Dit kan – naast bioenergie –ook om andere vormen van nieuwe energie gaan. In de eerste plaats onderzoeken de makelaars samen met het initiatief de ondersteuningsbehoefte van het initiatief. In een volgende stap wordt ondersteuning en advies gegeven, door de makelaardij of een derde partij, al naar gelang de behoefte. De makelaars denken mee vanuit hun praktijkervaring, ontsluiten beschikbare kennis en brengen een initiatief met de juiste mensen in contact. De makelaars dragen hun kennis en enthousiasme over. Het initiatief blijft zelf verantwoordelijk voor haar succes en maakt haar eigen keuzes. Zo blijft elk initiatief uniek.
Onduidelijke rekening blokverwarming
Als je woning centraal wordt verwarmd, zoals in een flatgebouw, dan krijgt elke bewoner een aparte rekening voor deze zogeheten blokverwarming. Dit levert onbegrijpelijke rekeningen op. Waar is deze rekening op gebaseerd? Wat kun je als consument doen? En gaat de Warmtewet hier verandering in brengen?
Bewoners van de flats aan de Frits Zernikestraat in Hengelo krijgen wel erg hoge jaarafrekeningen voor hun blokverwarming. Honderden euro’s moeten ze bijbetalen. De bewoners gaan verhaal halen. Het verhaal dat ze te horen krijgen is echter net zo onduidelijk als de rekeningen zelf.
In 2009 besteedde Radar al aandacht aan blokverwarming. Anno 2015 is de collectieve verwarming voor veel consumenten nog steeds een ondoorzichtig systeem.
Bewoners van de flats aan de Frits Zernikestraat in Hengelo krijgen wel erg hoge jaarafrekeningen voor hun blokverwarming. Honderden euro’s moeten ze bijbetalen. De bewoners gaan verhaal halen. Het verhaal dat ze te horen krijgen is echter net zo onduidelijk als de rekeningen zelf.
In 2009 besteedde Radar al aandacht aan blokverwarming. Anno 2015 is de collectieve verwarming voor veel consumenten nog steeds een ondoorzichtig systeem.
Voorwaarden Energielening Amsterdam versoepeld
Het college van wethouders in Amsterdam investeert in duurzame energie en energiebesparing. Eigenaren van woningen, kleine verhuurders en verenigingen van eigenaren die maatregelen willen treffen om energie te besparen kunnen terecht bij de gemeente voor een energielening. Het gaat om maatregelen zoals dubbel glas, zonnepanelen en isolatie van vloer en dak.
In 2012 stelde het college een budget van 10 miljoen beschikbaar om leningen te verstrekken voor duurzame maatregelen. De regeling loopt nu 2,5 jaar; tot nu toe is er eenderde van het beschikbare budget ingezet.
Omdat een groot deel van het budget nog beschikbaar is heeft het college een aantal voorwaarden aangepast. Zo is het minimaal te lenen bedrag verlaagd van € 5000 naar €2.500 euro en komen woningen gebouwd na 2002 in aanmerking voor een lening. Ook mogen gemengde verenigingen van eigenaren (hierin zitten zowel eigenaren als verhuurders) een lening aanvragen.
De evaluatie en wijzigingsvoorstellen worden op 15 april besproken in de commissie Bouwen en Wonen en op 20 mei in de commissie Infrastructuur en Duurzaamheid.
woensdag 8 april 2015
Shell neemt Britse gasproducent BG over
Shell wil de Britse gasproducent BG overnemen voor circa 47 miljard pond (64,3 miljard euro). Dat hebben beide bedrijven woensdag laten weten.
Gezamenlijk staan ze sterker in de mondiale LNG-markt (vloeibaar gemaakt aardgas) en in de winning van olie en gas in diepwatervelden.
Shell verwacht dat de transactie jaarlijks ook nog een kostenbesparing van 2,5 miljard dollar voor belasting oplevert.
Gezamenlijk staan ze sterker in de mondiale LNG-markt (vloeibaar gemaakt aardgas) en in de winning van olie en gas in diepwatervelden.
Shell verwacht dat de transactie jaarlijks ook nog een kostenbesparing van 2,5 miljard dollar voor belasting oplevert.
ACM bewaakt verdeling van transportcapaciteit op het gasnet
Om een goede verdeling van transportcapaciteit op het gasnet te garanderen kan ruimte die wél geboekt is voor transport maar die níet wordt gebruikt, voortaan worden ingetrokken. Henk Don, bestuurslid van de toezichthouder Autoriteit Consument & Markt (ACM): “Er bestaan voor langetermijncontracten Europese regels: ‘Use it, or lose it’. Samen met haar collega’s in België en het Verenigd Koninkrijk heeft ACM deze regels nader ingevuld. Deze invulling zorgt ervoor dat wij deze regels op dezelfde wijze toepassen aan beide kanten van de grens. Bedrijven kunnen hier rekening mee houden door hun ongebruikte transportcapaciteit zelf aan de markt aan te bieden.”
Afgelopen jaar was er een periode waarin te weinig transportcapaciteit beschikbaar was met België, waardoor sommige aanbieders van gas onvoldoende toegang hadden tot de gasmarkt van België. Desondanks was in die periode - april tot oktober 2014 - de gemiddelde benuttingsgraad van de transportcapaciteit maar 51 procent. De rest was wel geboekt, maar werd niet gebruikt. Na overleg met ACM heeft GTS extra capaciteit beschikbaar gesteld door te ‘overboeken’. Vanaf nu kan ACM in zo’n situatie ingrijpen met de regeling ‘Use it or lose it.’
ACM waakt naar eigen zeggen over betrouwbare levering van gas tegen zo laag mogelijke kosten. Dat lukt alleen als er voldoende capaciteit is om al het gas dat nodig is naar de klant te kunnen transporteren. Voor de Nederlandse economie is de handel in gas van groot belang. Afgelopen jaar werd voor pakweg 5 miljard euro naar België en het Verenigd Koninkrijk getransporteerd. De regeling ‘Use it or lose it’ moet voorkomen dat er schaarste optreedt in tijden van grote vraag naar gas vanuit deze landen. Schaarste leidt tot een hogere gasprijs. Bovendien kan de leveringszekerheid onder druk komen te staan. Henk Don: “Voldoende beschikbare grenscapaciteit is noodzakelijk om tot één Europese markt te komen waarbinnen energie makkelijk van het ene naar het andere land kan stromen. Dat leidt tot betrouwbare en betaalbare energie.”
Afgelopen jaar was er een periode waarin te weinig transportcapaciteit beschikbaar was met België, waardoor sommige aanbieders van gas onvoldoende toegang hadden tot de gasmarkt van België. Desondanks was in die periode - april tot oktober 2014 - de gemiddelde benuttingsgraad van de transportcapaciteit maar 51 procent. De rest was wel geboekt, maar werd niet gebruikt. Na overleg met ACM heeft GTS extra capaciteit beschikbaar gesteld door te ‘overboeken’. Vanaf nu kan ACM in zo’n situatie ingrijpen met de regeling ‘Use it or lose it.’
ACM waakt naar eigen zeggen over betrouwbare levering van gas tegen zo laag mogelijke kosten. Dat lukt alleen als er voldoende capaciteit is om al het gas dat nodig is naar de klant te kunnen transporteren. Voor de Nederlandse economie is de handel in gas van groot belang. Afgelopen jaar werd voor pakweg 5 miljard euro naar België en het Verenigd Koninkrijk getransporteerd. De regeling ‘Use it or lose it’ moet voorkomen dat er schaarste optreedt in tijden van grote vraag naar gas vanuit deze landen. Schaarste leidt tot een hogere gasprijs. Bovendien kan de leveringszekerheid onder druk komen te staan. Henk Don: “Voldoende beschikbare grenscapaciteit is noodzakelijk om tot één Europese markt te komen waarbinnen energie makkelijk van het ene naar het andere land kan stromen. Dat leidt tot betrouwbare en betaalbare energie.”
Snelste waterstofbatterij ooit brengt waterstofauto dichterbij
Auto’s die rijden op mierenzuur? Het scenario is niet ondenkbaar na de vondst die fysisch chemicus Georgy Filonenko deed in zijn promotieonderzoek. Hij ontdekte een katalysator waarmee waterstof met koolstofdioxide (CO2) samen bliksemsnel mierenzuur kunnen vormen, sneller dan ooit gemeten. En de omgekeerde reactie gaat net zo makkelijk. Een stabiele en snelle batterij voor waterstof lijkt in de maak voor toepassing in bijvoorbeeld toekomstige waterstofauto’s. Hij promoveerde gisteren cum laude.
Waterstof is een van de belangrijkste kandidaten om de energiedrager van de toekomst te worden. Het is ’s werelds meest voorkomende element en bij verbranding ontstaan geen schadelijke gassen. De opslag van pure waterstof is echter een probleem, omdat een druk van enkele honderden bar nodig is om voldoende in een tank te krijgen. Deze praktische bezwaren bemoeilijken het gebruik van waterstof als brandstof in auto’s of bussen.
Al enkele jaren is bekend dat waterstof met CO2 is te combineren tot vloeibaar mierenzuur, waardoor je veel meer waterstof kan opslaan in hetzelfde volume. Maar de bottleneck was tot dusverre de snelheid waarmee de waterstof in het CO2 wordt opgenomen, weer wordt vrijgegeven, en hoe dit gecontroleerd kan worden. Tijdens experimenten stuitten twee bachelor studenten Scheikundige Technologie, die werkten onder begeleiding van Georgy Filonenko, per toeval op een katalysator die de reactie extreem snel liet verlopen: een complex van een organisch molecuul met een atoom van edelmetaal ruthenium.
Filonenko sloeg aan het rekenen en wist de reactie te optimaliseren. Hij haalde zodoende een reactiesnelheid die tien keer hoger lag dan het wereldwijd snelste bekende systeem, dat ook nog eens een aanzienlijk duurdere katalysator vergt. “Ook bijzonder is dat de reactie heel makkelijk omkeerbaar is”, zegt Filonenko. “Bij een temperatuur van 65 graden is het mierenzuur stabiel, maar verwarm je het naar 90 graden, dan komt het waterstof snel vrij.”
De snelheid van de reactie en de stabiliteit maken het mierenzuur tot een potentiele kandidaat voor een waterstofbatterij, bijvoorbeeld in een auto. “Voor het zover is moet de opslagdichtheid nog wel omhoog”, zegt Evgeny Pidko, de begeleider van Filonenko en winnaar van een Veni-subsidie waarmee dit onderzoek is gefinancierd. “Daarom kijken we ook naar andere moleculen om waterstof in op te slaan, zoals methanol. Ons doel van dit onderzoek was vooral fundamentele kennis verkrijgen, en toen struikelden we bijna over deze onverwachte uitkomsten.”
Waterstof is een van de belangrijkste kandidaten om de energiedrager van de toekomst te worden. Het is ’s werelds meest voorkomende element en bij verbranding ontstaan geen schadelijke gassen. De opslag van pure waterstof is echter een probleem, omdat een druk van enkele honderden bar nodig is om voldoende in een tank te krijgen. Deze praktische bezwaren bemoeilijken het gebruik van waterstof als brandstof in auto’s of bussen.
Al enkele jaren is bekend dat waterstof met CO2 is te combineren tot vloeibaar mierenzuur, waardoor je veel meer waterstof kan opslaan in hetzelfde volume. Maar de bottleneck was tot dusverre de snelheid waarmee de waterstof in het CO2 wordt opgenomen, weer wordt vrijgegeven, en hoe dit gecontroleerd kan worden. Tijdens experimenten stuitten twee bachelor studenten Scheikundige Technologie, die werkten onder begeleiding van Georgy Filonenko, per toeval op een katalysator die de reactie extreem snel liet verlopen: een complex van een organisch molecuul met een atoom van edelmetaal ruthenium.
Filonenko sloeg aan het rekenen en wist de reactie te optimaliseren. Hij haalde zodoende een reactiesnelheid die tien keer hoger lag dan het wereldwijd snelste bekende systeem, dat ook nog eens een aanzienlijk duurdere katalysator vergt. “Ook bijzonder is dat de reactie heel makkelijk omkeerbaar is”, zegt Filonenko. “Bij een temperatuur van 65 graden is het mierenzuur stabiel, maar verwarm je het naar 90 graden, dan komt het waterstof snel vrij.”
De snelheid van de reactie en de stabiliteit maken het mierenzuur tot een potentiele kandidaat voor een waterstofbatterij, bijvoorbeeld in een auto. “Voor het zover is moet de opslagdichtheid nog wel omhoog”, zegt Evgeny Pidko, de begeleider van Filonenko en winnaar van een Veni-subsidie waarmee dit onderzoek is gefinancierd. “Daarom kijken we ook naar andere moleculen om waterstof in op te slaan, zoals methanol. Ons doel van dit onderzoek was vooral fundamentele kennis verkrijgen, en toen struikelden we bijna over deze onverwachte uitkomsten.”
Green Award voor het eerst uitgereikt aan patrouillevaartuig
Het patrouillevaartuig ‘De Belter’ van de provincie Overijssel is het eerste overheidsvaartuig dat met het Green Award Certificaat is onderscheiden. De Green Award is een keurmerk voor schone zeeschepen en binnenvaartschepen. De provincie Overijssel gebruikt De Belter voor inspecties op met name het water in Nationaal Park Weerribben-Wieden.
Gedeputeerde Kok is trots op de Award voor De Belter. “Als provincie stimuleren we het vervoer over water door te investeren in onze waterwegen en schone scheepvaart. Daarbij willen we zelf ook het goede voorbeeld geven. Zeker in een prachtig gebied als de Weerribben-Wieden is het verminderen van vervuilende uitstoot van belang. De Award is een mooie erkenning voor de aanpassingen aan ons patrouillevaartuig op het gebied van milieu en veiligheid.”
De Green Award Foundation heeft in maart 2015 een inspectie uitgevoerd aan boord van De Belter. De provincie heeft de Award ontvangen door onder andere de oude scheepsdiesel Daimler benz (bouwjaar 1977) te vervangen voor een nieuwe scheepsdiesel John Deere (bouwjaar 2014). Daarmee is er aanzienlijk minder uitstoot van stikstofoxiden en roetdeeltjes, conform de eisen van de centrale commissie van de Rijnvaart (CCR). Ook is er een brandstofverbruikmeter op de motor geplaatst om economischer en milieuvriendelijker te varen en is de reguliere verlichting vervangen door led verlichting.
Daarnaast is De Belter uitgerust met:
•een energiebesparend schottel roersysteem;
•een gecertificificeerde schroef en roerasafdichting die voorkomt dat er olie of vetten in oppervlaktewater komen;
•een gesloten grijswatercircuit met afgiftepunt aan boord;
•het scheepsafval wordt gescheiden en geregistreerd afgevoerd;
•asgeneratoren die accu’s/batterijen tijdens vaart van stroom voorzien;
•een walstroomvoorziening wanneer vaartuig niet in vaart is;
Gedeputeerde Kok is trots op de Award voor De Belter. “Als provincie stimuleren we het vervoer over water door te investeren in onze waterwegen en schone scheepvaart. Daarbij willen we zelf ook het goede voorbeeld geven. Zeker in een prachtig gebied als de Weerribben-Wieden is het verminderen van vervuilende uitstoot van belang. De Award is een mooie erkenning voor de aanpassingen aan ons patrouillevaartuig op het gebied van milieu en veiligheid.”
De Green Award Foundation heeft in maart 2015 een inspectie uitgevoerd aan boord van De Belter. De provincie heeft de Award ontvangen door onder andere de oude scheepsdiesel Daimler benz (bouwjaar 1977) te vervangen voor een nieuwe scheepsdiesel John Deere (bouwjaar 2014). Daarmee is er aanzienlijk minder uitstoot van stikstofoxiden en roetdeeltjes, conform de eisen van de centrale commissie van de Rijnvaart (CCR). Ook is er een brandstofverbruikmeter op de motor geplaatst om economischer en milieuvriendelijker te varen en is de reguliere verlichting vervangen door led verlichting.
Daarnaast is De Belter uitgerust met:
•een energiebesparend schottel roersysteem;
•een gecertificificeerde schroef en roerasafdichting die voorkomt dat er olie of vetten in oppervlaktewater komen;
•een gesloten grijswatercircuit met afgiftepunt aan boord;
•het scheepsafval wordt gescheiden en geregistreerd afgevoerd;
•asgeneratoren die accu’s/batterijen tijdens vaart van stroom voorzien;
•een walstroomvoorziening wanneer vaartuig niet in vaart is;
TU Delft opent nieuw Process & Energy Lab
Op woensdag 8 april opent de TU Delft (faculteit 3mE) het nieuwe Process & Energy en Delft Process Technology Institute Lab. ‘Met de komst van het nieuwe Lab wordt al het grootschalige onderzoek van de TU Delft op het gebied van proces- en energietechnologie bijeengebracht op één centrale plek op de campus’, zegt hoogleraar Energietechnologie en afdelingsvoorzitter Bendiks Jan Boersma. ‘Daarnaast zijn onze faciliteiten en werkplaats grondig gemoderniseerd en hebben we nu een grotere capaciteit beschikbaar voor onze studenten.’
‘Het Lab is de enige plek in Nederland waar nog grootschalig universitair onderzoek op dit gecombineerde vakgebied plaatsvindt. Het is een bewuste keuze geweest van de TU Delft om daarin te (blijven) investeren. Voor het bedrijfsleven, ook het MKB, blijft de TU daardoor een aantrekkelijke onderzoekspartner op het terrein van Energie- en Procestechnologie.’
Het Delftse onderzoek gaat onder meer over efficiëntere energie-opslagmethodes en energiezuinigere processen en is verdeeld over vier takken: ‘process intensification’, ‘energy technology’, ‘fluid mechanics’ en ‘engineering thermodynamics’.
Een van de opvallende onderzoeksprojecten die op dit moment wordt uitgevoerd, is de Reinvent the Toilet Challenge, dat wordt gefinancierd door de Bill & Melinda Gates Foundation. Hierin werd een nieuwe sanitatiesysteem voor gebruik in de ontwikkelingslanden bedacht en ontworpen. Uit menselijke urine en uitwerpselen wordt in een vergassingsinstallatie na een droogstap syngas gewonnen dat na grondige gasreiniging aan een brandstofcel wordt gevoerd die elektriciteit levert.
‘Het Lab is de enige plek in Nederland waar nog grootschalig universitair onderzoek op dit gecombineerde vakgebied plaatsvindt. Het is een bewuste keuze geweest van de TU Delft om daarin te (blijven) investeren. Voor het bedrijfsleven, ook het MKB, blijft de TU daardoor een aantrekkelijke onderzoekspartner op het terrein van Energie- en Procestechnologie.’
Het Delftse onderzoek gaat onder meer over efficiëntere energie-opslagmethodes en energiezuinigere processen en is verdeeld over vier takken: ‘process intensification’, ‘energy technology’, ‘fluid mechanics’ en ‘engineering thermodynamics’.
Een van de opvallende onderzoeksprojecten die op dit moment wordt uitgevoerd, is de Reinvent the Toilet Challenge, dat wordt gefinancierd door de Bill & Melinda Gates Foundation. Hierin werd een nieuwe sanitatiesysteem voor gebruik in de ontwikkelingslanden bedacht en ontworpen. Uit menselijke urine en uitwerpselen wordt in een vergassingsinstallatie na een droogstap syngas gewonnen dat na grondige gasreiniging aan een brandstofcel wordt gevoerd die elektriciteit levert.
Trendrapport: Crowdfunding gouden kans voor duurzame sportclub
Sportverenigingen hebben steeds meer belangstelling voor energiebesparing en duurzame energie. Maar het ontbreekt de besturen aan budget en kennis om de kansen ervan te verzilveren. Een trendrapport dat verschijnt in het kader van de Nuon Club Competitie 2015 zet de toekomstkansen op een rij. Met crowdfunding en energieambassadeurs als succesfactoren.
Sportverenigingen werken steeds vaker aan energiebesparing. Niet alleen uit kostenoverwegingen, maar ook uit een groeiend duurzaamheidsbewustzijn. Vooral gebruik van zonnepanelen en led-verlichting staan in de belangstelling. Dat blijkt uit het trendrapport dat verschijnt in het kader van de Nuon Club Competitie. Desondanks vinden sporters en vrijwilligers van sportverenigingen dat hun club wel wat duurzamer mag. Circa 5% van de leden is van mening dat hun vereniging duurzaamheid hoog in het vaandel heeft staan, zo is af te leiden uit een opiniepeiling van Maurice de Hond onder circa 2.500 sporters en vrijwilligers van sportclubs.
"De aandacht voor energiebesparing is begrijpelijk gezien de teruglopende inkomsten bij sportverenigingen", zegt Rob van der Plas, energieadviseur van Nuon. Met een jaarlijkse kostenpost die kan oplopen tot 20.000 euro vormen de uitgaven aan energie al snel 10 tot 15% van het jaarbudget van een club. "Relatief eenvoudige maatregelen in het gebouw, de installaties en de apparatuur kunnen al leiden tot significante kostenbesparingen."
Energiebesparing en verduurzaming bij amateursportverenigingen blijven doorgaans achterwege vanwege een gebrek aan budget, signaleert het trendrapport. Voor maatregelen zoals zonnepanelen en hoog rendement cv zijn investeringen nodig, terwijl de terugverdientijd lang is. Daarnaast ontbreekt het clubbesturen aan kennis over effectieve maatregelen voor energiebesparing.
Het trendrapport laat zien dat investeringen in duurzame energie steeds vaker mogelijk worden dankzij een uitgekiende mix van financieringsvormen. Crowdfunding maakt in deze context een groeispurt door. Ongeveer de helft van de Nederlandse consumenten is inmiddels bekend met deze financieringsvorm, die niet alleen een bijdrage levert aan de financiën maar ook aan de zichtbaarheid en het imago van de initiatiefnemers. "Sportverenigingen kunnen bij crowdfundingcampagnes bijvoorbeeld optrekken met buurtbewoners en lokale scholen", adviseert Van der Plas.
Energiebesparingen binnen sportverenigingen kunnen een impuls krijgen via zogenoemde energieambassadeurs. Deze gespecialiseerde coördinatoren houden zich binnen een club structureel bezig met toezicht op energieverbruik en met beïnvloeding van gewenst gebruikersgedrag. Van der Plas: "Langdurige monitoring is cruciaal voor het succes van energiebesparing. Regelmatige checks van installaties en apparaten voorkomen energieverspilling."
Sportverenigingen werken steeds vaker aan energiebesparing. Niet alleen uit kostenoverwegingen, maar ook uit een groeiend duurzaamheidsbewustzijn. Vooral gebruik van zonnepanelen en led-verlichting staan in de belangstelling. Dat blijkt uit het trendrapport dat verschijnt in het kader van de Nuon Club Competitie. Desondanks vinden sporters en vrijwilligers van sportverenigingen dat hun club wel wat duurzamer mag. Circa 5% van de leden is van mening dat hun vereniging duurzaamheid hoog in het vaandel heeft staan, zo is af te leiden uit een opiniepeiling van Maurice de Hond onder circa 2.500 sporters en vrijwilligers van sportclubs.
"De aandacht voor energiebesparing is begrijpelijk gezien de teruglopende inkomsten bij sportverenigingen", zegt Rob van der Plas, energieadviseur van Nuon. Met een jaarlijkse kostenpost die kan oplopen tot 20.000 euro vormen de uitgaven aan energie al snel 10 tot 15% van het jaarbudget van een club. "Relatief eenvoudige maatregelen in het gebouw, de installaties en de apparatuur kunnen al leiden tot significante kostenbesparingen."
Energiebesparing en verduurzaming bij amateursportverenigingen blijven doorgaans achterwege vanwege een gebrek aan budget, signaleert het trendrapport. Voor maatregelen zoals zonnepanelen en hoog rendement cv zijn investeringen nodig, terwijl de terugverdientijd lang is. Daarnaast ontbreekt het clubbesturen aan kennis over effectieve maatregelen voor energiebesparing.
Het trendrapport laat zien dat investeringen in duurzame energie steeds vaker mogelijk worden dankzij een uitgekiende mix van financieringsvormen. Crowdfunding maakt in deze context een groeispurt door. Ongeveer de helft van de Nederlandse consumenten is inmiddels bekend met deze financieringsvorm, die niet alleen een bijdrage levert aan de financiën maar ook aan de zichtbaarheid en het imago van de initiatiefnemers. "Sportverenigingen kunnen bij crowdfundingcampagnes bijvoorbeeld optrekken met buurtbewoners en lokale scholen", adviseert Van der Plas.
Energiebesparingen binnen sportverenigingen kunnen een impuls krijgen via zogenoemde energieambassadeurs. Deze gespecialiseerde coördinatoren houden zich binnen een club structureel bezig met toezicht op energieverbruik en met beïnvloeding van gewenst gebruikersgedrag. Van der Plas: "Langdurige monitoring is cruciaal voor het succes van energiebesparing. Regelmatige checks van installaties en apparaten voorkomen energieverspilling."
dinsdag 7 april 2015
Stresstest succesvol: Lochem zonder stroom
Donderdagavond is in Lochem het elektriciteitsnet bewust maximaal belast. De stresstest was een initiatief van Liander, de Universiteit Twente en LochemEnergie. De straten Koedijk, Haverkamp en Graanweg werden in het kader van een stresstest maximaal belast, door auto's op te laden en massaal pizza's te bakken. De voltage kwam onder het landelijk toegestane gemiddelde en rond 20.00 uur viel bij één van de drie fases de stroom uit.
Naast het testen van de capaciteit wilde LochemEnergie ook laten zien dat verantwoord omgaan met energie belangrijk is voor de toekomst. Zij zochten gisteravond doelbewust de limieten van het elektriciteitsnet op. “We kunnen dus niet allemaal op het zelfde moment een pizza in de oven bakken én onze elektrische auto opladen”, aldus een woordvoerder van LochemEnergie. In een uur tijd werd de belasting van het net geleidelijk opgevoerd met elektrische auto’s die geladen werden en vervolgens ovens waar gratis uitgedeelde pizza’s werden gebakken en andere elektrische huishoudapparatuur die massaal werd aangezet.
Het is voor het eerst in Nederland dat de stroomvoorziening op deze manier werd getest. Dat is hard nodig, want in de toekomst zullen er waarschijnlijk veel meer elektrische auto's rondrijden en zal er in binnenshuis ook steeds meer stroom worden gebruikt voor huishoudelijke apparaten. Daardoor wordt het elektriciteitsnet veel zwaarder belast dan nu het geval is.
Na de stroomuitval is Liander uiteraard meteen aan de slag gegaan om Lochem weer van stroom te voorzien
Naast het testen van de capaciteit wilde LochemEnergie ook laten zien dat verantwoord omgaan met energie belangrijk is voor de toekomst. Zij zochten gisteravond doelbewust de limieten van het elektriciteitsnet op. “We kunnen dus niet allemaal op het zelfde moment een pizza in de oven bakken én onze elektrische auto opladen”, aldus een woordvoerder van LochemEnergie. In een uur tijd werd de belasting van het net geleidelijk opgevoerd met elektrische auto’s die geladen werden en vervolgens ovens waar gratis uitgedeelde pizza’s werden gebakken en andere elektrische huishoudapparatuur die massaal werd aangezet.
Het is voor het eerst in Nederland dat de stroomvoorziening op deze manier werd getest. Dat is hard nodig, want in de toekomst zullen er waarschijnlijk veel meer elektrische auto's rondrijden en zal er in binnenshuis ook steeds meer stroom worden gebruikt voor huishoudelijke apparaten. Daardoor wordt het elektriciteitsnet veel zwaarder belast dan nu het geval is.
Na de stroomuitval is Liander uiteraard meteen aan de slag gegaan om Lochem weer van stroom te voorzien
Dollar maakt benzine weer duur
Sinds eind januari is de benzineprijs per liter Euro95 alweer met bijna 10 procent gestegen. Dat is opmerkelijk, want de prijs per olievat is en blijft laag in 2015. Paul van Selms van het consumentencollectief UnitedConsumers: “De brandstofprijs aan de pomp wordt niet alleen bepaald door de prijs per vat ruwe olie (de grondstof voor benzine, diesel en LPG).
“Wat momenteel een grote invloed op de pompprijs heeft, is de Amerikaanse dollar,” aldus Van Selms. Ruwe olie wordt verhandeld in dollars. De inkoopprijs van ruwe olie is in één jaar fors gedaald, of beter gezegd: gehalveerd. Van ruim 100 dollar de afgelopen jaren wordt ruim 50 dollar per vat betaald in 2015. Maar omdat de euro steeds minder waard wordt ten opzichte van de dollar, betaalt de consument meer aan de pomp. De prijs van ruwe olie is laag en zal dit jaar naar verwachting laag blijven. Het duurt alleen nog even voordat de consument weer een lagere literprijs betaalt.
De brandstofprijzen zijn niet alleen afhankelijk van de dollar, maar ook van vraag en aanbod. Door de aangekondigde sanctieverlichting op Iran zal er meer aanbod in ruwe olie komen. Op het moment dat Iran meer mag produceren, zal de lage olieprijs nog meer onder druk komen te staan. Iran bezit zo’n 10% van de wereldolievoorraad. Als het aanbod nog groter wordt, zal de prijs per vat ruwe waarschijnlijk nog verder gaan dalen. Dat zal op termijn ook aan de pomp merkbaar zijn, tenzij de dollarkoers ook dit positieve bericht verstoort door nog verder in waarde te stijgen.
“Wat momenteel een grote invloed op de pompprijs heeft, is de Amerikaanse dollar,” aldus Van Selms. Ruwe olie wordt verhandeld in dollars. De inkoopprijs van ruwe olie is in één jaar fors gedaald, of beter gezegd: gehalveerd. Van ruim 100 dollar de afgelopen jaren wordt ruim 50 dollar per vat betaald in 2015. Maar omdat de euro steeds minder waard wordt ten opzichte van de dollar, betaalt de consument meer aan de pomp. De prijs van ruwe olie is laag en zal dit jaar naar verwachting laag blijven. Het duurt alleen nog even voordat de consument weer een lagere literprijs betaalt.
De brandstofprijzen zijn niet alleen afhankelijk van de dollar, maar ook van vraag en aanbod. Door de aangekondigde sanctieverlichting op Iran zal er meer aanbod in ruwe olie komen. Op het moment dat Iran meer mag produceren, zal de lage olieprijs nog meer onder druk komen te staan. Iran bezit zo’n 10% van de wereldolievoorraad. Als het aanbod nog groter wordt, zal de prijs per vat ruwe waarschijnlijk nog verder gaan dalen. Dat zal op termijn ook aan de pomp merkbaar zijn, tenzij de dollarkoers ook dit positieve bericht verstoort door nog verder in waarde te stijgen.
ARCADIS en UN-Habitat: vijf jaar samen in Shelter programma
ARCADIS en UN-Habitat vieren het vijfjarig bestaan van het Shelter programma. UN-Habitat is de stedenorganisatie van de Verenigde Naties die zich bezighoudt met het bevorderen van sociale en duurzame stedenbouw. Het doel van deze samenwerking is het verbeteren van de leefomstandigheden in de snel groeiende steden over de hele wereld.
ARCADIS levert in dit programma pro bono kennis en expertise aan humanitaire projecten en draagt hiermee bij aan de kernactiviteiten van UN-Habitat. De samenwerking werd in maart 2010 getekend. In vijf jaar hebben over de hele wereld ruim vijftig missie, workshops en andere Shelter activiteiten plaatsgevonden. Meer dan vijfhonderd Arcadianen brachten hun expertise en ervaring in. Zo gingen er al snel collega’s naar Haïti na de dramatische aardbeving in 2011om te adviseren over de wederopbouw. In Tacloban op de Filippijnen werd een masterplan voor de herontwikkeling van de stad gemaakt na de verwoestende tyfoon in 2013. In Sri Lanka, Senegal en Costa Rica adviseerde ARCADIS op het gebied van kustbescherming en in Mongolië en Mozambique over aanpassingen tegen klimaatveranderingen.
Ondersecretaris-generaal van de Verenigde Naties en UN-Habitat Executive Director Executive Director van UN-HABITAT, Dr Joan Clos is van mening dat de private sector een sleutelrol kan spelen in het adresseren van de uitdagingen waarmee steden geconfronteerd worden. ,,ARCADIS medewerkers hebben een enorme inzet en toewijding getoond in het Shelter programma. Wij danken hen voor hun bijdrage en kijken uit naar nieuwe projecten om door te gaan met onze gezamenlijke inspanningen om de kwaliteit van het leven van stedelingen te bevorderen.’’
De laatste missie vond recentelijk plaats in de Filippijnen om UN-Habitat te steunen bij de ontwikkeling van meer duurzame steden. Het ARCADIS team bestond uit experts uit de Filippijnen, Chili, Nederland, de Verenigde Staten en Australië. De eerstvolgende Shelter missie is gepland naar Myanmar bij een demografisch onderzoek en stedelijke planning. In totaal zijn er tien Shelter missies gepland voor 2015.
ARCADIS levert in dit programma pro bono kennis en expertise aan humanitaire projecten en draagt hiermee bij aan de kernactiviteiten van UN-Habitat. De samenwerking werd in maart 2010 getekend. In vijf jaar hebben over de hele wereld ruim vijftig missie, workshops en andere Shelter activiteiten plaatsgevonden. Meer dan vijfhonderd Arcadianen brachten hun expertise en ervaring in. Zo gingen er al snel collega’s naar Haïti na de dramatische aardbeving in 2011om te adviseren over de wederopbouw. In Tacloban op de Filippijnen werd een masterplan voor de herontwikkeling van de stad gemaakt na de verwoestende tyfoon in 2013. In Sri Lanka, Senegal en Costa Rica adviseerde ARCADIS op het gebied van kustbescherming en in Mongolië en Mozambique over aanpassingen tegen klimaatveranderingen.
Ondersecretaris-generaal van de Verenigde Naties en UN-Habitat Executive Director Executive Director van UN-HABITAT, Dr Joan Clos is van mening dat de private sector een sleutelrol kan spelen in het adresseren van de uitdagingen waarmee steden geconfronteerd worden. ,,ARCADIS medewerkers hebben een enorme inzet en toewijding getoond in het Shelter programma. Wij danken hen voor hun bijdrage en kijken uit naar nieuwe projecten om door te gaan met onze gezamenlijke inspanningen om de kwaliteit van het leven van stedelingen te bevorderen.’’
De laatste missie vond recentelijk plaats in de Filippijnen om UN-Habitat te steunen bij de ontwikkeling van meer duurzame steden. Het ARCADIS team bestond uit experts uit de Filippijnen, Chili, Nederland, de Verenigde Staten en Australië. De eerstvolgende Shelter missie is gepland naar Myanmar bij een demografisch onderzoek en stedelijke planning. In totaal zijn er tien Shelter missies gepland voor 2015.
Enexis-dochter Fudura onderzoekt overname Cogas Meetdiensten
Fudura B.V., onderdeel van de Enexis Holding, onderzoekt de overname van Cogas Meetdiensten B.V.. Cogas Meetdiensten B.V. vormt onderdeel van de Overijsselse Cogasgroep uit Almelo. Fudura levert meet- en datadiensten voor de zakelijke markt en ontwerpt, bouwt en verhuurt energie-infrastructuur. Cogas Meetdiensten is actief in het verwerken en inzichtelijk maken van meetgegevens voor grootverbruikers. De intentieovereenkomst tussen Fudura en Cogas werd onlangs getekend.
René Pruijssers, directeur Fudura: "Er zijn veel ontwikkelingen gaande op het terrein van energievoorziening, -transitie en verduurzaming. Bedrijven en instellingen vragen hoogwaardige adviezen en betrouwbare datadiensten met het oog op die verduurzaming. Fudura wil haar positie als adviseur en dienstverlener energievoorziening verder versterken. Cogas Meetdiensten beschikt over uitgebreide kennis van gasoplossingen en heeft een leidende positie in de glastuinbouw. Het bedrijf zou daarom goed passen in de portfolio van activiteiten van Fudura".
Michiel Kirch, directeur Cogas: "De metermarkt voor grootzakelijke klanten is sterk in beweging. Om in te spelen op de behoefte van zakelijke klanten worden producten en diensten in een steeds hoger tempo doorontwikkeld. Op dit moment hebben onze klanten een goed product- en dienstenaanbod en met de voorgenomen overname door Fudura blijft dit zo in de toekomst. Fudura is een bewezen speler in de metermarkt met een goed en innovatief product- en dienstenaanbod. Ik heb er dan ook het volste vertrouwen in dat zowel klanten als medewerkers goed terecht komen".
René Pruijssers, directeur Fudura: "Er zijn veel ontwikkelingen gaande op het terrein van energievoorziening, -transitie en verduurzaming. Bedrijven en instellingen vragen hoogwaardige adviezen en betrouwbare datadiensten met het oog op die verduurzaming. Fudura wil haar positie als adviseur en dienstverlener energievoorziening verder versterken. Cogas Meetdiensten beschikt over uitgebreide kennis van gasoplossingen en heeft een leidende positie in de glastuinbouw. Het bedrijf zou daarom goed passen in de portfolio van activiteiten van Fudura".
Michiel Kirch, directeur Cogas: "De metermarkt voor grootzakelijke klanten is sterk in beweging. Om in te spelen op de behoefte van zakelijke klanten worden producten en diensten in een steeds hoger tempo doorontwikkeld. Op dit moment hebben onze klanten een goed product- en dienstenaanbod en met de voorgenomen overname door Fudura blijft dit zo in de toekomst. Fudura is een bewezen speler in de metermarkt met een goed en innovatief product- en dienstenaanbod. Ik heb er dan ook het volste vertrouwen in dat zowel klanten als medewerkers goed terecht komen".
vrijdag 3 april 2015
Kabinet versterkt veiligheid, inspraak en onafhankelijk toezicht gaswinning
Het kabinet volgt alle aanbevelingen op die de Onderzoeksraad voor de Veiligheid (OVV) heeft gedaan in haar rapport over de risico’s van aardbevingen in Groningen. Dit staat in de kabinetsreactie die minister Kamp van Economische Zaken vandaag aan de Tweede Kamer heeft gezonden. In deze reactie onderschrijft het kabinet de conclusies van de Raad en geeft zij aan op welke wijze concrete invulling wordt gegeven aan de aanbevelingen. Borging van het veiligheidsbelang, meer inspraak voor de bewoners en het wettelijk en organisatorisch versterken van de onafhankelijkheid van het toezicht staan daarbij centraal.
Minister Kamp: “Het kabinet erkent en betreurt ten zeerste dat er in het verleden te weinig aandacht is geweest voor de veiligheid van de Groningers. Om dit in de toekomst te voorkomen doet de OVV heldere aanbevelingen. Deze moeten ertoe leiden dat het veiligheidsbelang in de besluitvorming zwaarder gaat wegen en tegelijkertijd de betrokkenheid van bewoners wordt verbeterd. Het kabinet neemt de aanbevelingen over en zal de benodigde maatregelen nemen om er spoedig invulling aan te geven. Daarnaast wordt het onafhankelijk toezicht door het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) in de wet vastgelegd.” Kamp wijst erop dat deze maatregelen bovenop het pakket aan maatregelen komen dat momenteel in Groningen wordt uitgevoerd, zoals het terugbrengen van de gaswinning en het versterken en verbeteren van duizenden huizen. “De veiligheid staat nu voorop en het kabinet zal er alles aan doen om te zorgen voor een veilige en prettige leef-, woon- en werkomgeving voor de inwoners van Groningen. Met de voorgenomen maatregelen wil het kabinet bijdragen aan het terugwinnen van het vertrouwen van de Groningers.”
Om ervoor te zorgen dat bij toekomstige besluitvorming over mijnbouwactiviteiten de veiligheid van de burger voorop staat, gaat het kabinet zorgen voor betere en breder gedragen besluitvorming. De Mijnbouwregelgeving wordt aangepast om voor alle mijnbouwactiviteiten het veiligheidsbelang expliciet in de wet te verankeren. Bewoners en lokale overheden krijgen een grotere rol bij besluitvorming over mijnbouwactiviteiten, bijvoorbeeld over het verstrekken van vergunningen.
Ook institutioneel zal het kabinet maatregelen nemen om het veiligheidsbelang beter te waarborgen. Het kabinet is met de OVV van mening dat er geen enkele twijfel mag bestaan over onafhankelijkheid van het SodM. “Onafhankelijkheid is een essentiële voorwaarde om de taken als toezichthouder goed uit te kunnen voeren. Dit wordt daarom nu wettelijk verankerd. Op die manier is ook voor de toekomst verzekerd dat SodM volledig onafhankelijk toezicht houdt”, aldus Kamp. In de wet zal worden vastgelegd dat aan het SodM geen aanwijzingen kunnen worden gegeven over de wijze waarop onderzoek wordt gedaan. Ook wordt expliciet gemaakt dat SodM haar bevindingen ongewijzigd kan rapporteren aan de minister van Economische Zaken.
Tenslotte zal de structuur van het Gasgebouw worden aangepast. Zodra het Energierapport 2015 en het onderzoek naar de consequenties van een andere benadering van gaswinning vanaf 2016 is afgerond, zal het kabinet met de in het Gasgebouw betrokken partijen hierover in overleg gaan. Transparantie staat hierbij centraal.
Het kabinet zal er zorg voor dragen dat de communicatie richting bewoners wordt verbeterd. Een nauwere betrokkenheid van bewoners bij de besluitvorming zal daar in eerste instantie aan bijdragen. Daarnaast zullen bewoners nadrukkelijk en transparant op de hoogte worden gebracht van onderzoeken en de kennis die voorhanden is over de gaswinning in Groningen en de onzekerheden die daarbij een rol spelen. De binnenkort te benoemen Nationaal Coördinator Groningen zal daarnaast een grote rol gaan spelen bij de communicatie richting bewoners en overheden in de regio.
"Met de OVV, onderschrijft het kabinet het belang van goed contact met bewoners over de ontwikkelingen en onzekerheden rond gaswinning. Nog meer dan ik nu al doe zal ik daarom de komende tijd in Groningen, met de Groningers, over de zorgen en wensen van Groningen in gesprek gaan. Zo kunnen we het beeld van een gesloten karakter van de besluitvorming doorbreken en bouwen aan vertrouwen", aldus Kamp.
Minister Kamp: “Het kabinet erkent en betreurt ten zeerste dat er in het verleden te weinig aandacht is geweest voor de veiligheid van de Groningers. Om dit in de toekomst te voorkomen doet de OVV heldere aanbevelingen. Deze moeten ertoe leiden dat het veiligheidsbelang in de besluitvorming zwaarder gaat wegen en tegelijkertijd de betrokkenheid van bewoners wordt verbeterd. Het kabinet neemt de aanbevelingen over en zal de benodigde maatregelen nemen om er spoedig invulling aan te geven. Daarnaast wordt het onafhankelijk toezicht door het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) in de wet vastgelegd.” Kamp wijst erop dat deze maatregelen bovenop het pakket aan maatregelen komen dat momenteel in Groningen wordt uitgevoerd, zoals het terugbrengen van de gaswinning en het versterken en verbeteren van duizenden huizen. “De veiligheid staat nu voorop en het kabinet zal er alles aan doen om te zorgen voor een veilige en prettige leef-, woon- en werkomgeving voor de inwoners van Groningen. Met de voorgenomen maatregelen wil het kabinet bijdragen aan het terugwinnen van het vertrouwen van de Groningers.”
Om ervoor te zorgen dat bij toekomstige besluitvorming over mijnbouwactiviteiten de veiligheid van de burger voorop staat, gaat het kabinet zorgen voor betere en breder gedragen besluitvorming. De Mijnbouwregelgeving wordt aangepast om voor alle mijnbouwactiviteiten het veiligheidsbelang expliciet in de wet te verankeren. Bewoners en lokale overheden krijgen een grotere rol bij besluitvorming over mijnbouwactiviteiten, bijvoorbeeld over het verstrekken van vergunningen.
Ook institutioneel zal het kabinet maatregelen nemen om het veiligheidsbelang beter te waarborgen. Het kabinet is met de OVV van mening dat er geen enkele twijfel mag bestaan over onafhankelijkheid van het SodM. “Onafhankelijkheid is een essentiële voorwaarde om de taken als toezichthouder goed uit te kunnen voeren. Dit wordt daarom nu wettelijk verankerd. Op die manier is ook voor de toekomst verzekerd dat SodM volledig onafhankelijk toezicht houdt”, aldus Kamp. In de wet zal worden vastgelegd dat aan het SodM geen aanwijzingen kunnen worden gegeven over de wijze waarop onderzoek wordt gedaan. Ook wordt expliciet gemaakt dat SodM haar bevindingen ongewijzigd kan rapporteren aan de minister van Economische Zaken.
Tenslotte zal de structuur van het Gasgebouw worden aangepast. Zodra het Energierapport 2015 en het onderzoek naar de consequenties van een andere benadering van gaswinning vanaf 2016 is afgerond, zal het kabinet met de in het Gasgebouw betrokken partijen hierover in overleg gaan. Transparantie staat hierbij centraal.
Het kabinet zal er zorg voor dragen dat de communicatie richting bewoners wordt verbeterd. Een nauwere betrokkenheid van bewoners bij de besluitvorming zal daar in eerste instantie aan bijdragen. Daarnaast zullen bewoners nadrukkelijk en transparant op de hoogte worden gebracht van onderzoeken en de kennis die voorhanden is over de gaswinning in Groningen en de onzekerheden die daarbij een rol spelen. De binnenkort te benoemen Nationaal Coördinator Groningen zal daarnaast een grote rol gaan spelen bij de communicatie richting bewoners en overheden in de regio.
"Met de OVV, onderschrijft het kabinet het belang van goed contact met bewoners over de ontwikkelingen en onzekerheden rond gaswinning. Nog meer dan ik nu al doe zal ik daarom de komende tijd in Groningen, met de Groningers, over de zorgen en wensen van Groningen in gesprek gaan. Zo kunnen we het beeld van een gesloten karakter van de besluitvorming doorbreken en bouwen aan vertrouwen", aldus Kamp.
Energieleverancier lanceert nieuwe ‘appic’ campagne
Deze week start Oxxio een nieuwe campagne, waarin de vernieuwde app een centrale rol speelt. Doel is de Nederlandse consument, zowel klanten als niet-klanten, te laten zien dat ze met de Oxxio App hun energieverbruik kunnen monitoren om zo hun energiekosten te verlagen. Het is een 360 graden campagne, waarin Oxxio heeft gekeken naar de optimale mix van televisie-, radio-, online- en printkanalen. Onderdeel van de nieuwe campagne zijn de ‘appic’ commercials die vanaf volgende week op tv te zien zijn.
CBS: Netto export aardgas 25 procent gedaald
De netto export van aardgas was in 2014 25 procent lager dan 2013. Daarnaast is er vorig jaar bijna 20 procent minder aardgas uit de bodem gewonnen. Met uitzondering van 1988 is de winning van aardgas sinds 1972 niet zo laag geweest. Ook daalde het verbruik in 2014 met 13 procent. Dit maakt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vandaag bekend.
De daling komt mede door de maatregelen die de Nederlandse overheid heeft genomen als gevolg van de Groningse aardbevingen. Verder daalde de vraag naar aardgas in het buitenland door de zachte winter van 2013/2014. De winning van aardgas bleef in 2014 steken op ruim 66 miljard kubieke meter. De netto export is de uitvoer van aardgas waarvan de import is afgetrokken.
In Nederland is vorig jaar ruim 6 procent minder energie verbruikt dan in 2013. Het verbruik van aardgas kwam in 2014 uit op ruim 38 miljard kubieke meter. Dat is een daling van 13 procent. Het lage verbruik komt mede door het zachte weer in 2014. Ook is minder aardgas naar de productie van elektriciteit gegaan. De verbruikte hoeveelheid aardgas is het laagst sinds 1982.
De daling komt mede door de maatregelen die de Nederlandse overheid heeft genomen als gevolg van de Groningse aardbevingen. Verder daalde de vraag naar aardgas in het buitenland door de zachte winter van 2013/2014. De winning van aardgas bleef in 2014 steken op ruim 66 miljard kubieke meter. De netto export is de uitvoer van aardgas waarvan de import is afgetrokken.
In Nederland is vorig jaar ruim 6 procent minder energie verbruikt dan in 2013. Het verbruik van aardgas kwam in 2014 uit op ruim 38 miljard kubieke meter. Dat is een daling van 13 procent. Het lage verbruik komt mede door het zachte weer in 2014. Ook is minder aardgas naar de productie van elektriciteit gegaan. De verbruikte hoeveelheid aardgas is het laagst sinds 1982.
Solar Team Eindhoven wint Driven Award
Solar Team Eindhoven heeft woensdagmiddag de eerste Driven Award gewonnen tijdens de afsluiting van de Automotive Week 2015. Ook ging het TU/e-studententeam aan de haal met de publieksprijs.
De afsluiting op 1 april bestond onder andere uit de uitreiking van de Driven Award. ‘Driven' is een initiatief van de gemeente Helmond, dat onder deze noemer allerlei activiteiten en organisaties op het gebied van smart mobility in de regio wil verbinden. Met de gelijknamige award, die deze week voor het eerst werd uitgereikt, wil de stad bedenkers van slimme mobiliteitsoplossingen het podium geven 'dat ze verdienen. Hun vondsten zorgen er immers voor dat wij allemaal schoner, sneller en veiliger door het verkeer kunnen'.
Zonnewagen Stella van Solar Team Eindhoven stak volgens de jury met kop en schouders boven de 34 inzendingen- uit. “De gezinsauto spreekt aan, staat dicht bij de markt, is duurzaam én er is gedacht vanuit de consument. Daarnaast was de presentatie van de enige dame in deze mannenwereld uitmuntend”, aldus de jury. De presentatie werd gegeven door Liselotte Kockelkoren, accountmanager van het Solar Team. Op 23 april presenteert het team haar eerste nieuwe plannen voor de auto waarmee zij in oktober van dit jaar opnieuw meedoen aan de World Solar Challenge.
Automotive Week
Van 25 maart tot 1 april wisten ruim 1500 bezoekers de weg naar de Automotive Week te vinden. Bedrijven, kennis- en onderwijsinstellingen, belangenorganisaties en overheden kwamen bij elkaar om kennis uit te wisselen en inspiratie op te doen op het gebied van smart mobility. Nederland heeft de ambitie om koploper te zijn op het gebied van smart mobility. Op dit moment worden met de reeds ontwikkelde technologieën grootschalige testen uitgevoerd. De resultaten van deze testen zijn belangrijk om de komende jaren te kunnen opschalen naar een landelijke uitrol van smart mobility op de weg. In samenwerking met de overheid, marktpartijen en kennisinstellingen maakt Nederland de weg vrij voor de nabije toekomst van mobiliteit
De afsluiting op 1 april bestond onder andere uit de uitreiking van de Driven Award. ‘Driven' is een initiatief van de gemeente Helmond, dat onder deze noemer allerlei activiteiten en organisaties op het gebied van smart mobility in de regio wil verbinden. Met de gelijknamige award, die deze week voor het eerst werd uitgereikt, wil de stad bedenkers van slimme mobiliteitsoplossingen het podium geven 'dat ze verdienen. Hun vondsten zorgen er immers voor dat wij allemaal schoner, sneller en veiliger door het verkeer kunnen'.
Zonnewagen Stella van Solar Team Eindhoven stak volgens de jury met kop en schouders boven de 34 inzendingen- uit. “De gezinsauto spreekt aan, staat dicht bij de markt, is duurzaam én er is gedacht vanuit de consument. Daarnaast was de presentatie van de enige dame in deze mannenwereld uitmuntend”, aldus de jury. De presentatie werd gegeven door Liselotte Kockelkoren, accountmanager van het Solar Team. Op 23 april presenteert het team haar eerste nieuwe plannen voor de auto waarmee zij in oktober van dit jaar opnieuw meedoen aan de World Solar Challenge.
Automotive Week
Van 25 maart tot 1 april wisten ruim 1500 bezoekers de weg naar de Automotive Week te vinden. Bedrijven, kennis- en onderwijsinstellingen, belangenorganisaties en overheden kwamen bij elkaar om kennis uit te wisselen en inspiratie op te doen op het gebied van smart mobility. Nederland heeft de ambitie om koploper te zijn op het gebied van smart mobility. Op dit moment worden met de reeds ontwikkelde technologieën grootschalige testen uitgevoerd. De resultaten van deze testen zijn belangrijk om de komende jaren te kunnen opschalen naar een landelijke uitrol van smart mobility op de weg. In samenwerking met de overheid, marktpartijen en kennisinstellingen maakt Nederland de weg vrij voor de nabije toekomst van mobiliteit
donderdag 2 april 2015
Kabinet stimuleert overstap van gas naar duurzame warmte
Het kabinet gaat de komende jaren stimuleren dat Nederlandse huizen en bedrijven minder door gas en meer door duurzame warmte en restwarmte worden verwarmd. Zo kan energie worden bespaard en CO2-uitstoot worden teruggedrongen.
Dat schrijft minister Kamp van Economische Zaken (EZ) dinsdag aan de Tweede Kamer. Bijna zestig procent van alle energie die in Nederland wordt verbruikt, is voor de opwek van warmte. Voor bijvoorbeeld de cv-ketel, het douchen of afwassen. Maar ook voor de hoge temperaturen die nodig zijn voor productie in de industrie. In bijna heel Nederland wordt hiervoor nu gas gebruikt.
Minister Kamp: “Veel van deze opgewekte warmte gaat nu nog verloren en kan nuttiger worden ingezet. Dat kan bijvoorbeeld door restwarmte uit de industrie via een warmtenet aan te bieden aan huishoudens en bedrijven. Dit bespaart energie én levert tot 75 procent minder CO2-uitstoot op ten opzichte van een huishouden met een cv-installatie. De kansen die warmtetechnologie biedt voor de toekomst moeten we niet laten liggen”, aldus Kamp.
Om de verdere ontwikkeling van duurzame vormen van warmtelevering te bevorderen, gaat het kabinet de wet- en regelgeving voor warmtelevering hervormen. Zo wordt gewerkt aan een nieuw marktmodel voor onder andere warmtenetten, zodat de markt voor duurzame warmte meer gaat lijken op de markten voor elektriciteit en gas. Dit draagt bij aan de leveringszekerheid en zorgt voor een toekomstbestendige warmtevoorziening.
De komende tijd zal de overheid daarnaast meer ondersteuning bieden bij het ontwikkelen van warmteprojecten. Zo heeft het kabinet onlangs 3,6 miljoen euro beschikbaar gesteld voor een proefboring om warmte uit de diepe aarde te halen in het Westland. Deze warmte kan in potentie voor 80 procent in de Westlandse warmtevraag voorzien. Warmte uit de diepe aarde is daarnaast geschikt voor productieprocessen in sectoren als de glastuinbouw, textielindustrie, papierindustrie en voedingsmiddelenindustrie, waarbij hoge temperaturen nodig zijn.
“Dit is een goed moment om de warmtevoorziening te moderniseren en te verduurzamen, omdat in veel steden het gasnet aan renovatie of vervanging toe is. Ook bereiden we ons hiermee voor op een vermindering van de gaswinning en het in de toekomst anders inzetten van de Nederlandse gasvoorraden”, aldus Kamp.
'Constructie Qurrent roept vraagtekens op'
Energieleveranciers zijn niet blij met de werkwijze van Qurrent. Ze spreken van marktvervalsing, omdat er sprake zou zijn van een oneerlijk speelveld. Qurrent wordt gefinancierd door de Nationale Postcodeloterij/stichting Doen als zijnde ‘goed doel’.
De Vastelastenbond, consumentenvereniging voor vaste lasten, sluit zich bij de kritiek aan. 'De liberalisering van de energiemarkt in 2004 zou voor eerlijke concurrentie moeten zorgen', zegt Dirk-Jan Wolfert, oprichter van de vereniging. 'Het is jammer dat er met deze constructies in de energiemarkt geopereerd wordt. Wij blijven werken aan een transparante energiemarkt en voelen ons dan ook genoodzaakt om onze leden van dergelijke constructies op de hoogte te brengen.'
In 2011 ontving Qurrent ruim 11 miljoen investeringsgeld vanuit stichting DOEN. Een stichting die maatschappelijke initiatieven ondersteunt. Stichting DOEN (opgericht door de Nationale Postcode Loterij) is 100 procent aandeelhouder van Qurrent. Stichting DOEN heeft met de Natuur- en Milieufederaties en het HIER Klimaatbureau vanuit het Droomfonds van de Nationale Postcode Loterij 13,5 miljoen euro gekregen voor ‘We Generate’, het plan waar het huidige Qurrent uit voort is gekomen. Daarvan is 11,9 miljoen euro is besteed aan het opzetten van Qurrent en 1,6 miljoen euro voor HIER Opgewekt. DOEN heeft additioneel 1,3 miljoen euro geïnvesteerd in de ontwikkeling van de verdere uitrol van Qurrent.
DOEN Participaties, het investeringsfonds van DOEN, heeft eveneens een lening aan Qurrent Coöperatie verstrekt van 4,2 miljoen euro voor de aanschaf van windpark Hellegatsplein.
Qurrent is pur sang een commercieel energiebedrijf met een winstoogmerk. Dat blijkt ook uit doelstelling die Stichting DOEN op haar website schrijft. Op de website van Stichting DOEN staat een uitleg waarom men investeert in Qurrent: 'DOEN wil met Qurrent een voorbeeld neerzetten en kan niet wachten totdat anderen het groot overnemen. Wanneer de markt gericht is op opwekken en besparen dan is de opzet van DOEN geslaagd. De uiteindelijke doelstelling is een gezonde bedrijfsvoering met maximale maatschappelijke winst.'
Terwijl alle andere energieleveranciers anno 2015 veel marketinggeld moeten investeren in het werven van nieuwe klanten, krijgt Qurrent toegang tot het klantenbestand van de postcodeloterij. Miljoenen loterijdeelnemers van de Nationale Postcode loterij worden benaderd om klant te worden bij Qurrent. Aangezien de Postcode loterij is bedoeld als loterij is het vreemd dat loterijdeelnemers een aanbod krijgen van het energiebedrijf dat met geld van diezelfde loterij is opgericht. Dit strookt ook niet met de voorwaarden van de Postcode Loterij*.
De werkwijze van Qurrent verschilt niet van andere energiebedrijven in Nederland. Er zijn meer energiebedrijven die 100 procent groene energie aanbieden en stimuleren het energieverbruik te verlagen door middel van isolatie of zonnepanelen.
Al eerder constateerde de Vastelastenbond dat er weinig tot geen onderscheidend vermogen is tussen Qurrent en andere groene energieleveranciers.
Qurrent zegt het voorbeeld te geven en een voorbeeld neer te zetten. Echter partijen als Greenchoice en Budget Energie bewijzen dit, met honderd duizenden klanten, al. Daarnaast zijn er nog tal van andere energieleveranciers die uitsluitend 100% groene energie leveren: Vandebron, Raedthuys, DGB, Windunie en tal van lokale initiatieven. Ook traditionele energieleveranciers bieden een product aan dat bestaat uit 100% groene energie uit Nederland (bijvoorbeeld: Eneco Hollandsewind, Nuon Windstroom, Essent Windstroom).
Qurrent geeft aan geen winst te maken op het energieverbruik. Ze bieden stroom en gas aan tegen de inkoopprijs. Echter, ze verdienen wel op de vastrechtkosten. Geen onbekend verdienmodel in de energiewereld. Aangezien dit 145,20 euro op jaarbasis is, wordt er wel degelijk geld verdiend aan de energie die klanten afnemen. Ook wordt er verdiend aan andere producten zoals isolatie en zonnepanelen.
De Vastelastenbond, consumentenvereniging voor vaste lasten, sluit zich bij de kritiek aan. 'De liberalisering van de energiemarkt in 2004 zou voor eerlijke concurrentie moeten zorgen', zegt Dirk-Jan Wolfert, oprichter van de vereniging. 'Het is jammer dat er met deze constructies in de energiemarkt geopereerd wordt. Wij blijven werken aan een transparante energiemarkt en voelen ons dan ook genoodzaakt om onze leden van dergelijke constructies op de hoogte te brengen.'
In 2011 ontving Qurrent ruim 11 miljoen investeringsgeld vanuit stichting DOEN. Een stichting die maatschappelijke initiatieven ondersteunt. Stichting DOEN (opgericht door de Nationale Postcode Loterij) is 100 procent aandeelhouder van Qurrent. Stichting DOEN heeft met de Natuur- en Milieufederaties en het HIER Klimaatbureau vanuit het Droomfonds van de Nationale Postcode Loterij 13,5 miljoen euro gekregen voor ‘We Generate’, het plan waar het huidige Qurrent uit voort is gekomen. Daarvan is 11,9 miljoen euro is besteed aan het opzetten van Qurrent en 1,6 miljoen euro voor HIER Opgewekt. DOEN heeft additioneel 1,3 miljoen euro geïnvesteerd in de ontwikkeling van de verdere uitrol van Qurrent.
DOEN Participaties, het investeringsfonds van DOEN, heeft eveneens een lening aan Qurrent Coöperatie verstrekt van 4,2 miljoen euro voor de aanschaf van windpark Hellegatsplein.
Qurrent is pur sang een commercieel energiebedrijf met een winstoogmerk. Dat blijkt ook uit doelstelling die Stichting DOEN op haar website schrijft. Op de website van Stichting DOEN staat een uitleg waarom men investeert in Qurrent: 'DOEN wil met Qurrent een voorbeeld neerzetten en kan niet wachten totdat anderen het groot overnemen. Wanneer de markt gericht is op opwekken en besparen dan is de opzet van DOEN geslaagd. De uiteindelijke doelstelling is een gezonde bedrijfsvoering met maximale maatschappelijke winst.'
Terwijl alle andere energieleveranciers anno 2015 veel marketinggeld moeten investeren in het werven van nieuwe klanten, krijgt Qurrent toegang tot het klantenbestand van de postcodeloterij. Miljoenen loterijdeelnemers van de Nationale Postcode loterij worden benaderd om klant te worden bij Qurrent. Aangezien de Postcode loterij is bedoeld als loterij is het vreemd dat loterijdeelnemers een aanbod krijgen van het energiebedrijf dat met geld van diezelfde loterij is opgericht. Dit strookt ook niet met de voorwaarden van de Postcode Loterij*.
De werkwijze van Qurrent verschilt niet van andere energiebedrijven in Nederland. Er zijn meer energiebedrijven die 100 procent groene energie aanbieden en stimuleren het energieverbruik te verlagen door middel van isolatie of zonnepanelen.
Al eerder constateerde de Vastelastenbond dat er weinig tot geen onderscheidend vermogen is tussen Qurrent en andere groene energieleveranciers.
Qurrent zegt het voorbeeld te geven en een voorbeeld neer te zetten. Echter partijen als Greenchoice en Budget Energie bewijzen dit, met honderd duizenden klanten, al. Daarnaast zijn er nog tal van andere energieleveranciers die uitsluitend 100% groene energie leveren: Vandebron, Raedthuys, DGB, Windunie en tal van lokale initiatieven. Ook traditionele energieleveranciers bieden een product aan dat bestaat uit 100% groene energie uit Nederland (bijvoorbeeld: Eneco Hollandsewind, Nuon Windstroom, Essent Windstroom).
Qurrent geeft aan geen winst te maken op het energieverbruik. Ze bieden stroom en gas aan tegen de inkoopprijs. Echter, ze verdienen wel op de vastrechtkosten. Geen onbekend verdienmodel in de energiewereld. Aangezien dit 145,20 euro op jaarbasis is, wordt er wel degelijk geld verdiend aan de energie die klanten afnemen. Ook wordt er verdiend aan andere producten zoals isolatie en zonnepanelen.
Stedin geeft in 2015 534 miljoen euro uit aan duurzame en robuuste netten
Stedin verwacht in 2015 weer meer te investeren in het verduurzamen, verbeteren, aanleggen en vervangen van energienetten. Met een bedrag van € 534 miljoen werkt de netbeheerder onverminderd hard om de energietransitie mogelijk te maken. Zo kunnen twee miljoen Stedinklanten altijd elektriciteit, gas, stoom en CO2 afnemen én zelf opgewekte energie terugleveren.
2015 is voor Stedin een belangrijk jaar. De energierevolutie is in Nederland steeds duidelijker zichtbaar. Consumenten en bedrijven nemen zonnepanelen op hun daken of ontwikkelen andere decentrale opwekmogelijkheden zoals windmolens. Het is aan de netwerkbeheerder van de provincies Zuid-Holland, Utrecht en delen van de regio’s Noordoost Friesland, Kennemerland en Weert om fors te investeren in de energienetten. Zo kan Stedin de toename in vraag en aanbod van energie óók op decentraal niveau in goede banen leiden.
Alle Nederlandse huishoudens krijgen van de netbeheerders tot en met 2020 digitale, op afstand uitleesbare energiemeters aangeboden. Stedin is inmiddels gestart met de zogenoemde grootschalige aanbieding waarbij klanten per gemeente huis-aan-huis slimme energiemeters krijgt aanbieden. Als eerste in 2015 zijn tienduizenden klanten in Nieuwegein en Rotterdam aan de beurt.
Trienekens: ,,De slimme meter is het startpunt voor klanten om energie en dus geld te besparen. Klanten krijgen door de slimme meter zes keer per jaar een verbruiksoverzicht van hun leverancier. Ze kunnen aanvullend hierop een verbruiksmanager aansluiten zoals een display of app waardoor ze ieder moment inzicht hebben in hun verbruik. Inzicht alleen leidt al tot een besparing van vaak meer dan honderd euro op de energierekening.’’
Voor de grote projecten zet Stedin in 2015 ongeveer 424 miljoen euro in. Daarnaast wordt 110 miljoen gebruikt voor regulier onderhoud. De keuze voor deze projecten is gemaakt in nauwe samenwerking met de meer dan honderd gemeenten in het verzorgingsgebied en past bij de ontwikkelingen in energievraag- en aanbod die onze twee miljoen klanten hebben.
Stedin gaat aan de slag om de continuïteit van de stroomvoorziening te blijven waarborgen. Dit gebeurt in 2015 met grote projecten in onder andere de gemeenten: Bunschoten-Spakenburg, Dordrecht, De Ronde Venen, Goeree-Overflakkee, Gorinchem, Rotterdam, Stichtse Vecht, Utrecht en Waddinxveen. Op diverse plaatsen in genoemde gemeenten vervangt Stedin kabels, moderniseert verdeelstations of maakt het huidige net robuuster.
In Dordrecht, Klaaswaal (Cromstrijen), Ooltgensplaat (Goeree-Overflakkee) en Waddinxveen bouwt Stedin nieuwe verdeelstations. In Dordrecht en Zwijndrecht moderniseert en breidt de netbeheerder haar hoogspanningsstations uit. Ook komen er drie nieuwe hoogspanningsverbindingen waaronder één onder de Merwede.
Tot 2029 vervangt Stedin in haar hele verzorgingsgebied honderden kilometers verouderde gasleidingen. Veiligheid en continuïteit staan centraal bij de investeringen in het gasnetwerk. De grootste vervangingsprojecten zijn in 2015 in Baarn, Capelle aan den IJssel, Den Haag, Dordrecht, Maassluis, Rijswijk, Rotterdam en Utrecht. Onder andere in Amersfoort, Bloemendaal en Noord-Oost Friesland vervangt Stedin ook de huisaansluitingen.
2015 is voor Stedin een belangrijk jaar. De energierevolutie is in Nederland steeds duidelijker zichtbaar. Consumenten en bedrijven nemen zonnepanelen op hun daken of ontwikkelen andere decentrale opwekmogelijkheden zoals windmolens. Het is aan de netwerkbeheerder van de provincies Zuid-Holland, Utrecht en delen van de regio’s Noordoost Friesland, Kennemerland en Weert om fors te investeren in de energienetten. Zo kan Stedin de toename in vraag en aanbod van energie óók op decentraal niveau in goede banen leiden.
Alle Nederlandse huishoudens krijgen van de netbeheerders tot en met 2020 digitale, op afstand uitleesbare energiemeters aangeboden. Stedin is inmiddels gestart met de zogenoemde grootschalige aanbieding waarbij klanten per gemeente huis-aan-huis slimme energiemeters krijgt aanbieden. Als eerste in 2015 zijn tienduizenden klanten in Nieuwegein en Rotterdam aan de beurt.
Trienekens: ,,De slimme meter is het startpunt voor klanten om energie en dus geld te besparen. Klanten krijgen door de slimme meter zes keer per jaar een verbruiksoverzicht van hun leverancier. Ze kunnen aanvullend hierop een verbruiksmanager aansluiten zoals een display of app waardoor ze ieder moment inzicht hebben in hun verbruik. Inzicht alleen leidt al tot een besparing van vaak meer dan honderd euro op de energierekening.’’
Voor de grote projecten zet Stedin in 2015 ongeveer 424 miljoen euro in. Daarnaast wordt 110 miljoen gebruikt voor regulier onderhoud. De keuze voor deze projecten is gemaakt in nauwe samenwerking met de meer dan honderd gemeenten in het verzorgingsgebied en past bij de ontwikkelingen in energievraag- en aanbod die onze twee miljoen klanten hebben.
Stedin gaat aan de slag om de continuïteit van de stroomvoorziening te blijven waarborgen. Dit gebeurt in 2015 met grote projecten in onder andere de gemeenten: Bunschoten-Spakenburg, Dordrecht, De Ronde Venen, Goeree-Overflakkee, Gorinchem, Rotterdam, Stichtse Vecht, Utrecht en Waddinxveen. Op diverse plaatsen in genoemde gemeenten vervangt Stedin kabels, moderniseert verdeelstations of maakt het huidige net robuuster.
In Dordrecht, Klaaswaal (Cromstrijen), Ooltgensplaat (Goeree-Overflakkee) en Waddinxveen bouwt Stedin nieuwe verdeelstations. In Dordrecht en Zwijndrecht moderniseert en breidt de netbeheerder haar hoogspanningsstations uit. Ook komen er drie nieuwe hoogspanningsverbindingen waaronder één onder de Merwede.
Tot 2029 vervangt Stedin in haar hele verzorgingsgebied honderden kilometers verouderde gasleidingen. Veiligheid en continuïteit staan centraal bij de investeringen in het gasnetwerk. De grootste vervangingsprojecten zijn in 2015 in Baarn, Capelle aan den IJssel, Den Haag, Dordrecht, Maassluis, Rijswijk, Rotterdam en Utrecht. Onder andere in Amersfoort, Bloemendaal en Noord-Oost Friesland vervangt Stedin ook de huisaansluitingen.
Enexis en Alliander sluiten overeenkomst op hoofdlijnen inzake ruil regionale netwerken
Netwerkbedrijven Enexis en Alliander hebben een overeenkomst op hoofdlijnen gesloten over de ruil van regionale netwerken. Deze ruil betreft de energienetwerken van Enexis in Friesland en de Noordoostpolder, en die van Alliander in de regio Eindhoven en Zuidoost-Brabant (Endinet) en moet op 1 januari 2016 een feit zijn. De ruil past binnen het beleid van de overheid om het werkterrein van de netbeheerders langs provinciale grenzen te organiseren.
Door elektriciteits- en gasnetten in deze gebieden in één hand te brengen ontstaat een situatie die duidelijk is voor klanten en een efficiëntere werkwijze mogelijk maakt. De uit te ruilen netwerken sluiten bovendien uitstekend aan bij de bestaande distributienetwerken van beide partijen. Bij Enexis gaat het om 51.000 elektriciteits- en 196.000 gasaansluitingen in Friesland en 28.000 elektriciteits- en 27.000 gasaansluitingen in de Noordoostpolder. Bij Endinet gaat het om respectievelijk 108.000 en 398.000 aansluitingen.
Op grond van deze overeenkomst op hoofdlijnen gaan Enexis en Alliander verder in gesprek en zal het resterende deel van het boekenonderzoek worden uitgevoerd. Verdere afstemming met medezeggenschap, vakbonden en toezichthouders moet leiden tot een definitieve overeenkomst, waarna de transactie wordt voorgelegd aan aandeelhouders.
Door elektriciteits- en gasnetten in deze gebieden in één hand te brengen ontstaat een situatie die duidelijk is voor klanten en een efficiëntere werkwijze mogelijk maakt. De uit te ruilen netwerken sluiten bovendien uitstekend aan bij de bestaande distributienetwerken van beide partijen. Bij Enexis gaat het om 51.000 elektriciteits- en 196.000 gasaansluitingen in Friesland en 28.000 elektriciteits- en 27.000 gasaansluitingen in de Noordoostpolder. Bij Endinet gaat het om respectievelijk 108.000 en 398.000 aansluitingen.
Op grond van deze overeenkomst op hoofdlijnen gaan Enexis en Alliander verder in gesprek en zal het resterende deel van het boekenonderzoek worden uitgevoerd. Verdere afstemming met medezeggenschap, vakbonden en toezichthouders moet leiden tot een definitieve overeenkomst, waarna de transactie wordt voorgelegd aan aandeelhouders.
woensdag 1 april 2015
Drents Energieloket geopend
Het Drents Energieloket helpt inwoners van Drenthe bij de keuze en aanschaf van energiebesparende maatregelen en bij de aankoop van installaties voor het opwekken van (duurzame) energie.
Dat doen we door informatie te geven over isolatie, zonnepanelen en nog veel meer. Op www.drentsenergieloket.nl kunt u terecht voor vragen over het energiezuiniger maken van je woning.
Het Drents Energieloket geeft informatie en beantwoordt vragen via telefoon, mail, internet en op bijeenkomsten die gedurende 2015 in heel de provincie worden gehouden. Het loket brengt inwoners contact met voor u interessante leveranciers en producten.
Binnen het Drents Energieloket werken veel partijen samen: de twaalf Drentse gemeenten, de provincie, Bouwend Nederland, Uneto VNI en de Natuur en Milieufederatie Drenthe.
Dat doen we door informatie te geven over isolatie, zonnepanelen en nog veel meer. Op www.drentsenergieloket.nl kunt u terecht voor vragen over het energiezuiniger maken van je woning.
Het Drents Energieloket geeft informatie en beantwoordt vragen via telefoon, mail, internet en op bijeenkomsten die gedurende 2015 in heel de provincie worden gehouden. Het loket brengt inwoners contact met voor u interessante leveranciers en producten.
Binnen het Drents Energieloket werken veel partijen samen: de twaalf Drentse gemeenten, de provincie, Bouwend Nederland, Uneto VNI en de Natuur en Milieufederatie Drenthe.
Gemeenten verzetten zich tegen kosten ‘verkabeling’
Minister Henk Kamp (Economische Zaken) wil dat hoogspanningskabels die te dicht over of bij woonhuizen zijn geplaatst onder de grond gebracht worden. Deze 'verkabeling' kost 440 miljoen euro.
Een kwart daarvan moeten gemeenten zelf betalen. Achttien gemeenten zeggen dat niet te kunnen en niet te willen betalen. In totaal gaat het om 135 kilometer hoogspanningskabel verdeeld over 55 gemeenten.
Voor een gemeente als Veenendaal bijvoorbeeld zou het een greep uit de kas van ruim tien miljoen euro betekenen, voor een kleine gemeente als Geertruidenberg zes miljoen, zo bleek gisteren uit een reportage van Eenvandaag. De achttien gemeenten hebben zich verenigd in hun protest in Platform Hoogspanning.
Een kwart daarvan moeten gemeenten zelf betalen. Achttien gemeenten zeggen dat niet te kunnen en niet te willen betalen. In totaal gaat het om 135 kilometer hoogspanningskabel verdeeld over 55 gemeenten.
Voor een gemeente als Veenendaal bijvoorbeeld zou het een greep uit de kas van ruim tien miljoen euro betekenen, voor een kleine gemeente als Geertruidenberg zes miljoen, zo bleek gisteren uit een reportage van Eenvandaag. De achttien gemeenten hebben zich verenigd in hun protest in Platform Hoogspanning.
Gate terminal start bouw LNG break-bulkfaciliteit in Rotterdamse haven
Gate terminal is van start gegaan met de bouw van de nieuwe LNG break-bulkinfrastructuur bij haar installaties op de Maasvlakte bij Rotterdam. Het Havenbedrijf Rotterdam is begonnen met graafwerkzaamheden voor een nieuw havenbekken naast Gate terminal. Verwacht wordt dat deze nieuwe faciliteit een impuls zal geven aan het gebruik van vloeibaar aardgas (LNG) als schone en betaalbare brandstof voor de transportsector in Nederland en Noordwest-Europa.
Break-bulk is erop gericht grootschalige LNG-aanvoer in kleinere eenheden op te splitsen (‘small-scale LNG’). Dit maakt het mogelijk om LNG te distribueren en gebruiken als een schonere brandstof voor zeeschepen, veerboten, vrachtwagens en industriële toepassingen. Sinds 2011 maakt Gate terminal de import van overzeese LNG in Europa mogelijk. Gate terminal draagt bij aan de diversificatie van de Europese gasvoorziening door toegang te bieden tot LNG vanuit de hele wereld. Gate terminal ontvangt het LNG, slaat het op, laadt het over op andere tankers en maakt het gasvormig voor opname in het Noordwest-Europese gastransportnetwerk. Deze activiteiten hebben de basis gevormd voor de huidige ontwikkeling van small-scale LNG-diensten.
Break-bulk is erop gericht grootschalige LNG-aanvoer in kleinere eenheden op te splitsen (‘small-scale LNG’). Dit maakt het mogelijk om LNG te distribueren en gebruiken als een schonere brandstof voor zeeschepen, veerboten, vrachtwagens en industriële toepassingen. Sinds 2011 maakt Gate terminal de import van overzeese LNG in Europa mogelijk. Gate terminal draagt bij aan de diversificatie van de Europese gasvoorziening door toegang te bieden tot LNG vanuit de hele wereld. Gate terminal ontvangt het LNG, slaat het op, laadt het over op andere tankers en maakt het gasvormig voor opname in het Noordwest-Europese gastransportnetwerk. Deze activiteiten hebben de basis gevormd voor de huidige ontwikkeling van small-scale LNG-diensten.
Om de start van deze nieuwe ontwikkeling kracht bij te zetten organiseert Gate terminal een ’ground breaking’ evenement op 31 maart. Chief Executives van belangrijke spelers in de LNG- en logistieke keten worden in een inhoudelijk debat uitgedaagd hun visies op de toekomst van LNG te delen.
dinsdag 31 maart 2015
Groot deel olie- en gasindustrie kan niet effectief reageren op cybersecurity-incidenten
Bedrijven in de olie- en gasindustrie zijn zich bewust dat zij beveiligingsmaatregelen moeten nemen tegen cyberdreigingen, maar nemen niet voldoende concrete stappen. Dit is de belangrijkste uitkomst van het wereldwijde onderzoek ‘Is Your Company’s Cyber Security Actually Good Enough?’, dat Fox- IT heeft laten uitvoeren door informatieportal Oil & Gas IQ onder bedrijven in de olie- en gasindustrie.
Het onderzoek laat zien dat negen van de tien bedrijven van mening zijn dat het van vitaal belang is om binnen enkele uren te reageren op een security-incident. Maar slechts vier op de tien bedrijven beschikken over een effectief Incident Response-systeem dat bij een beveiligingsincident direct in actie komt. Een van de belangrijkste zorgen van bedrijven in de olie- en gasindustrie is ‘hacktivisme’ - internetaanvallen op organisaties. Ook Advanced Persistent Threats (ATPs) – malware die langere tijd ongemerkt actief kan zijn op een netwerk – is een ernstig risico. De meerderheid van de onderzochte bedrijven heeft echter nog niet afdoende stappen genomen om zich daadwerkelijk tegen deze dreigingen te beschermen.
Gevraagd naar het vertrouwen dat bedrijven hebben in hun huidige verdedigingsmaatregelen om dergelijke aanvallen te kunnen detecteren en afslaan, geeft 37 procent aan dat zij daar ‘geen vertrouwen’ in hebben, terwijl 45 procent aangeeft ‘enig vertrouwen’ te hebben. Slechts 11 procent heeft er volledig vertrouwen in dat hacks snel en effectief worden gedetecteerd en aangepakt.
Een andere belangrijke uitkomst is dat 49 procent van de bedrijven in de olie- en gasindustrie schat dat de herstelkosten voor een cyberaanval tussen 500.000 en 1 miljoen euro liggen. Toch geeft een verontrustende 23 procebt aan dat zij hun netwerk niet actief monitoren op verdachte activiteit en dat 19 procent geen scheiding heeft aangebracht tussen het IT-netwerk en het ‘operational technology’-netwerk. Terwijl dit toch essentiële maatregelen zijn tegen cyberdreigingen.
Het onderzoek werd uitgevoerd door Oil & Gas IQ, een portal dat actuele informatie biedt voor de olie- en gasindustrie. Een groot aantal abonnees van Oil & Gas IQ heeft de online enquête ingevuld. De resultaten zijn te vinden in deze infographic en in de achtergronden van het onderzoek, deel 1 en deel 2.
Het onderzoek laat zien dat negen van de tien bedrijven van mening zijn dat het van vitaal belang is om binnen enkele uren te reageren op een security-incident. Maar slechts vier op de tien bedrijven beschikken over een effectief Incident Response-systeem dat bij een beveiligingsincident direct in actie komt. Een van de belangrijkste zorgen van bedrijven in de olie- en gasindustrie is ‘hacktivisme’ - internetaanvallen op organisaties. Ook Advanced Persistent Threats (ATPs) – malware die langere tijd ongemerkt actief kan zijn op een netwerk – is een ernstig risico. De meerderheid van de onderzochte bedrijven heeft echter nog niet afdoende stappen genomen om zich daadwerkelijk tegen deze dreigingen te beschermen.
Gevraagd naar het vertrouwen dat bedrijven hebben in hun huidige verdedigingsmaatregelen om dergelijke aanvallen te kunnen detecteren en afslaan, geeft 37 procent aan dat zij daar ‘geen vertrouwen’ in hebben, terwijl 45 procent aangeeft ‘enig vertrouwen’ te hebben. Slechts 11 procent heeft er volledig vertrouwen in dat hacks snel en effectief worden gedetecteerd en aangepakt.
Een andere belangrijke uitkomst is dat 49 procent van de bedrijven in de olie- en gasindustrie schat dat de herstelkosten voor een cyberaanval tussen 500.000 en 1 miljoen euro liggen. Toch geeft een verontrustende 23 procebt aan dat zij hun netwerk niet actief monitoren op verdachte activiteit en dat 19 procent geen scheiding heeft aangebracht tussen het IT-netwerk en het ‘operational technology’-netwerk. Terwijl dit toch essentiële maatregelen zijn tegen cyberdreigingen.
Het onderzoek werd uitgevoerd door Oil & Gas IQ, een portal dat actuele informatie biedt voor de olie- en gasindustrie. Een groot aantal abonnees van Oil & Gas IQ heeft de online enquête ingevuld. De resultaten zijn te vinden in deze infographic en in de achtergronden van het onderzoek, deel 1 en deel 2.
maandag 30 maart 2015
Remko Bos directeur Energie van ACM wordt vicepresident van Europese energietoezichthouders
Remko Bos zal als directeur Energie van de Autoriteit Consument & Markt per mei 2015 tevens de functie van vicepresident vervullen in de Council of European Energy Regulators (CEER). In dit samenwerkingsverband werken alle Europese nationale toezichthouders op vrijwillige basis samen. Het doel van CEER is om bij te dragen aan de realisatie van één Europese interne markt voor elektriciteit en gas. Toezichthouders wisselen hiertoe onder andere kennis en informatie uit over zaken waar hun land goed in is. Remko Bos: “De Europese markt en de recent aangekondigde Energie Unie heeft een steeds grotere impact op de Nederlandse energiesector en de consument. In CEER wil ik onze kennis delen en Europa laten profiteren van die punten waarin Nederland koploper is, of waar we veel kennis hebben opgebouwd. Tegelijkertijd kunnen we veel leren van andere collega toezichthouders, bijvoorbeeld bij slimme netten en het toezicht op handel met voorkennis en marktmanipulatie (REMIT)."
De benoeming van Remko Bos is voor twee en half jaar. In die periode zal hij zich richten op een aantal speerpunten. Remko Bos: “Net als in Nederland spelen consumentenbelangen en op de markt gebaseerde oplossingen ook bij de ontwikkeling van de Europese energiemarkt een grote rol. De kennis en ervaring vanuit ACM kan ik goed inbrengen bij de discussies in Europa over nieuwe regels. Wij lopen bijvoorbeeld voorop als het gaat om overstappen van energieleverancier, balanshandhaving en goed werkende gasmarkten. Daarnaast zal ik aandacht vragen voor onderwerpen als cyberveiligheid en de rol die de netbeheerder bij verdere verduurzaming zou moeten spelen. Tot slot hoop ik een verbindende rol te kunnen vervullen tussen al die verschillende landen zodat CEER met één krachtig geluid naar buiten komt.”
De benoeming van Remko Bos is voor twee en half jaar. In die periode zal hij zich richten op een aantal speerpunten. Remko Bos: “Net als in Nederland spelen consumentenbelangen en op de markt gebaseerde oplossingen ook bij de ontwikkeling van de Europese energiemarkt een grote rol. De kennis en ervaring vanuit ACM kan ik goed inbrengen bij de discussies in Europa over nieuwe regels. Wij lopen bijvoorbeeld voorop als het gaat om overstappen van energieleverancier, balanshandhaving en goed werkende gasmarkten. Daarnaast zal ik aandacht vragen voor onderwerpen als cyberveiligheid en de rol die de netbeheerder bij verdere verduurzaming zou moeten spelen. Tot slot hoop ik een verbindende rol te kunnen vervullen tussen al die verschillende landen zodat CEER met één krachtig geluid naar buiten komt.”

































