Pagina's

vrijdag 17 juli 2015

Provincie tegen bouw nieuwe windturbine in Sint Maartensbrug

Provincie Noord-Holland heeft bezwaar ingediend tegen de door de gemeente Schagen afgegeven omgevingsvergunning voor het bouwen van een windturbine aan de Grote Sloot 158 in Sint Maartensbrug.

Gedeputeerde Joke Geldhof: “Het gaat hier om de bouw van een nieuwe turbine en niet om de vervanging van een bestaande turbine. Dit is dan ook de reden waarom wij tegen de ontwerp omgevingsvergunning bezwaar maken.”

Het college van Burgemeester & Wethouders (B&W) van de gemeente Schagen heeft op 4 juni 2015 een nieuwe omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een grotere windturbine op de oorspronkelijk vergunde locatie Grote Sloot 158. De huidige windturbine staat hier 17 meter vandaan. Volgens de provincie gaat het daarom ook niet om het vervangen van een bestaande turbine op de in de nieuwe vergunning genoemde plek, maar om nieuwbouw.

Op 14 januari 2015 gaf de Raad van State de provincie Noord-Holland gelijk dat zij geweigerd heeft om een verklaring van geen bezwaar af te geven voor de plaatsing van de windturbine Grote Sloot 158 te Sint Maartensbrug op de plaats waar de huidige turbine staat. De provincie heeft daarnaast begin dit jaar beroep aangetekend tegen het besluit van B&W van de gemeente Schagen om een bouwvergunning voor de bestaande windturbine af te geven en zo de turbine te legaliseren. De rechtbank Noord-Holland heeft dit beroep gegrond verklaard en de bouwvergunning vernietigd.

Onderhoudscontract voor schakelstation van Duits windpark-op-zee naar Nederlands bedrijf

RWE heeft het Nederlandse bedrijf Fabricom Offshore Services BV opdracht verleend voor het onderhoud van het schakelstation van het windpark-op-zee Nordsee Ost. Onder het contract vallen de inspectie en het structurele en mechanische onderhoud van de hulpsystemen en het onderhoud van de staalconstructie. De onderhoudswerkzaamheden starten vanaf augustus 2015 en de looptijd van het contract is 5 jaar.

"Het transformatorstation is het zenuwcentrum van het windpark en dus een essentieel onderdeel. De krachten waarmee de componenten op zee te maken krijgen, zijn aanzienlijk sterker dan aan land. Door wind, golven en zout water is meer onderhoud vereist dan normaal nodig", aldus Florian Würtz, hoofd Operationeel Management Centraal-Europa bij RWE. Wij zijn blij met Fabricom als competente partner. We werken al sinds afgelopen jaar succesvol samen bij het onderhoud van de funderingen."

Volgens de planning voert het Nederlandse bedrijf het onderhoud jaarlijks gedurende een aantal weken uit. Met de onderhoudswerkzaamheden wordt dit jaar ruim voor aanvang van de winter begonnen zodat het werk zo soepel mogelijk uitgevoerd kan worden. Want de perioden waarin enig onderhoud mogelijk is, worden krapper naarmate het winterseizoen nadert. De ervaring heeft bijvoorbeeld geleerd dat de toegankelijkheid van het schakelstation vanuit statistisch oogpunt al vanaf oktober aanzienlijk beperkter is (slechts 40%). In de zomermaanden bedraagt het toegankelijkheidspercentage doorgaans 70%. Het is de bedoeling om het onderhoud voortaan tijdens de zomermaanden uit te voeren. Voor onderhoudsopdrachten worden per keer al met al tien medewerkers ingezet.

Onder de gesloten overeenkomst valt het onderhoud van de noodstroom-dieselsystemen, het brandbestrijdingssysteem, de kranen, het bunkeringssysteem, de staalcontructie en overige kleine hulpsystemen. Voor het onderhoud van de primaire systemen voor het energietransport is voornamelijk het eigen personeel van RWE verantwoordelijk.

In het schakelstation wordt de door de 48 windturbines opgewekte energie van een middenspanning van 33 kV getransformeerd naar een transportspanning van 155 kV. Vervolgens wordt de elektriciteit via twee onderzeese hoogspanningskabels getransporteerd naar het omvormingsplatform HelWin alpha van de transportnetbeheerder.

Hier wordt de wisselspanning omgezet in 250 kV gelijkspanning en naar het onshore netwerk-toegangspunt in Büttel getransporteerd. Vanaf hier wordt de op zee opgewekte elektriciteit aan de eindverbruikers verdeeld. Met een geïnstalleerd vermogen van 295 megawatt voorziet het windpark-op-zee Nordsee Ost jaarlijks zo'n 320.00 huishoudens van milieuvriendelijke elektriciteit. 

Brabantse ‘deal’ voor 1.000 Nul-op-de-Meter woningen

Provincie, gemeenten, bouwbedrijven, industrie, woningcorporaties, energiecoöperaties, banken en onderwijsinstellingen tekenden 9 juli een deal om in de komende 3 jaar 1.000 bestaande woningen in Noord-Brabant Nul-op-de-Meter te maken. 

Deze 1.000 renovaties zijn niet het einddoel maar slechts het begin om de innovatie en verduurzaming op gang te brengen. In 2050 moeten alle bestaande 800.000 woningen in Noord-Brabant energieneutraal zijn gemaakt.

Om de gezamenlijke ambities te realiseren moeten bouwers en woningbezitters in beweging komen om een compleet nieuwe huisrenovatiemarkt te ontwikkelen. Om alle bestaande woningen voor 2050 energieneutraal te maken is het namelijk noodzakelijk om 100 woningen per dag te renoveren. In Brabant is dat 4 keer hoger dan het huidige tempo in de bouw van nieuwbouwwoningen.

Bijdragen deal

Onder de dealpartners heerst enthousiasme en een gevoel van urgentie om aan de slag te gaan. De partijen tekenen de deal tijdens de manifestatie ‘Brabantse Deal Nul-op-de-meter’. Voorafgaand aan de manifestatie geven alle dealpartners aan hoe zij aan de doelstellingen gaan bijdragen. Zo gaan woningcorporaties woningen inbrengen die Nul-op-de-Meter worden gemaakt. Gemeenten gaan hiervoor onder andere het proces van vergunningen versoepelen. En de bouwpartijen gaan nauwer met elkaar samenwerken om de productie te industrialiseren en zo een economische rendabele renovatie mogelijk te maken.

Verbinden

De provincie Noord-Brabant is een van de dealpartners. De voornaamste inbreng van de provincie is het verbinden van diverse partijen en stevig in te zetten op een goede coördinatie om de doelen van Nul-op-de-meter vast te houden. Gedeputeerde Anne-Marie Spierings (Agrarische ontwikkeling, Energie en Bestuur): “Ik ga vol voor de opgave om 1.000 Nul-op-de-Meter woningen te realiseren in deze bestuursperiode. We zijn echter pas geslaagd in onze opgave als er echte innovatie plaatsvindt die leidt tot een volwassen markt voor huisrenovaties.”

Rijtjeshuizen uit de jaren ’50 tot ’80 zijn als start voor de nieuwe aanpak het meest geschikt. Ze krijgen een isolerende schil van muren en dak en wekken zelf energie op met zonnepanelen. Het inmeten van de huizen vindt digitaal plaats. Huiseigenaren kunnen met die informatie kiezen voor een buitenschil voor hun huis, die past bij hun wensen. De onderdelen voor de renovatie zullen in een hoog geautomatiseerd proces in een fabriek gemaakt worden. Hiermee is het haalbaar om de kosten voor renovatie te drukken en in kleinere series te bouwen. Een belangrijk aspect daarbij is dat grootschalige renovatie uiteindelijk uit de bespaarde energiekosten kan worden gefinancierd. De woningbezitter merkt het niet aan zijn portemonnee, maar wel in extra wooncomfort.

De Brabantse deal Nul-op-de-meter draagt bij aan de landelijke klimaatdoelstellingen en de werkgelegenheid. De onlangs door Urgenda gewonnen rechtszaak toont aan dat Nederland niet snel genoeg werkt aan de klimaatdoelstellingen. Energieneutraal wonen in Brabant en Nederland zal substantieel aan die doelstellingen bijdragen. De innovaties die de bouwsector versneld gaat doorvoeren zullen samen met het ontstaan van een volwassen thuismarkt voor huisrenovaties leiden tot beduidend meer werkgelegenheid. Grootschalige huisrenovaties zouden daarmee op termijn ook een exportproduct kunnen worden.

donderdag 16 juli 2015

Zes energiemaatschappijen weigeren mee te werken aan Stroomranking

Zes energieleveranciers willen niet meewerken aan de jaarlijkse Stroomranking van Consumentenbond, Greenpeace, Natuur & Milieu, WNF, Hivos en WISE. 'Weigeren mee te werken aan een onderzoek naar je bedrijfsvoering is echt niet meer van deze tijd, waarin de consument terecht een steeds verdere transparantie van bedrijven vraagt', zegt Natuur & Milieu.

Het onderzoek zal ook zonder de medewerking van de energiebedrijven gewoon doorgaan met de publiek beschikbare informatie. 'Als deze zes bedrijven hun gegevens niet willen verifiëren, dan vinden wij dit vooral onverstandig vanuit het oogpunt van hun eigen transparantie richting consument.'

De zes bedrijven noemen drie hoofdpunten waarom ze niet meewerken: er zou niet naar hun voorstellen geluisterd zijn, er zouden geen algemeen geldende criteria worden gebruikt en de grootte van leveringsbedrijven telt niet mee in de duurzaamheidsscore.

De zes bedrijven - Nuon, Essent, E.ON, Nederlandse Energiemaatschappij, GDF Suez en Budget Energie - scoorden in de 2014-editie van de ranking allemaal relatief laag.

Laadpalen elektrisch rijden in Hoeksche Waard

Gedeputeerde Han Weber nam deze week in Oud-Beijerland een van de drie laadpalen in gebruik. Hij deed dit samen met een van de toekomstige gebruikers van de elektrische deelauto en werknemer bij café Zonder Meer. Ter verbetering van de luchtkwaliteit heeft de omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid in opdracht van het Samenwerkingsverband Hoeksche Waard een subsidie ter beschikking gesteld. Eén van de randvoorwaarden was dat een niet-overheidsorganisatie dit project zou gaan realiseren. Vanuit het Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard is de vraag voor dit project neergelegd bij de coöperatie HoekscheWaardDuurzaam. In overleg met de direct betrokkenen en de subsidieverstrekker is gekozen voor 3 snellaadpalen voor elektrisch rijden in de openbare ruimte en het plaatsen van een elektrische deelauto in aansluiting op het project A15.

De snelladers (zuilen) zijn geplaatst in Numansdorp, Puttershoek en Oud-Beijerland. Oud-Beijerland is ook  de standplaats voor de elektrische deelauto. Het doel hiervan is het (regionaal) elektrisch vervoer te stimuleren, zichtbaar te maken en dichter bij de mensen te brengen.

HoekscheWaardDuurzaam heeft gezocht naar gebruikers van de deelauto en deze gevonden. Lunchcafé Zonder Meer, een Ambi Stichting waar mensen met een beperking en afstand tot de arbeidsmarkt hun dagbesteding en /of leerwerktraject hebben, is de eerste gebruiker van deze deelauto. Dagelijks moeten een aantal medewerkers, die buiten Oud-Beijerland wonen, gehaald en gebracht worden. Dit kan in het vervolg met deze auto. Een verbinding tussen 2 organisaties die maatschappelijke doelen nastreven en deze daadwerkelijk ook verwezenlijken. Dit alles in nauwe samenwerking met de regionale overheden.

HoekscheWaardDuurzaam is vanuit haar verantwoordelijkheid steeds weer op zoek naar verbindingen die een bijdrage kunnen leveren aan de samenleving. Het bijzondere hierbij is dan ook dat de groene stroom geleverd wordt door HW Energie. Het groene energiebedrijf van de Hoeksche Waard.

Haarlem presenteert Duurzaamheidsprogramma

In 2019 is het aantal zonnepanelen in Haarlem meer dan verdubbeld naar 50.000. Bewoners scheiden minimaal 45% van het huishoudelijk afval. De gemeente heeft het eigen vastgoed twee labelsprongen energiezuiniger gemaakt en draagt met zonnepanelen op daken van sporthallen en scholen bij aan duurzame energievoorziening in wijken.

Dit staat in het Duurzaamheidsprogramma 2015-2019. In dit programma staan de prioriteiten en doelen om Haarlem tot een duurzame stad te ontwikkelen. Belangrijk uitgangspunt blijft dat duurzame ontwikkeling alleen mogelijk is als dit samen met de stad gebeurt.

Sinds 2007 werken gemeente, inwoners, woningcorporaties, bedrijven, en allerlei maatschappelijke organisaties al samen aan het streven om in 2030 een klimaat neutrale stad te zijn. Daarin leidt het energieverbruik niet tot uitstoot van CO2. Wethouder Duurzaamheid Cora-Yfke Sikkema: ‘Met al die gezamenlijke inspanningen hebben we al voor elkaar gekregen dat de laatste jaren de uitstoot van CO2 in Haarlem is afgenomen. Ik wil blijven investeren in een groene en schone stad. Daarmee blijven voor Haarlemmers de energiekosten beheersbaar, gaat het wooncomfort omhoog en stijgt ook nog de werkgelegenheid.’

Het zoveel mogelijk iedereen betrekken bij verduurzaming blijft het kenmerk van de Haarlemse aanpak. De gemeente stimuleert en ondersteunt initiatieven in de stad en bevordert de onderlinge samenwerking. Deze aanpak is onder meer te zien bij de duurzame renovatie van huur- en koopwoningen. In isolatieprojecten van wooncorporaties bijvoorbeeld doen vaak ook particuliere huiseigenaren mee om zo hun energiekosten te verminderen.

Een belangrijke prioriteit is het bevorderen van duurzame energie. Dit is naast energiebesparing noodzakelijk om klimaatneutraal te kunnen worden. Ook hier stimuleert de gemeente initiatieven in de stad waarbij mensen gezamenlijk duurzame energie opwekken en benutten uit aardwarmte, restwarmte (via Warmte Koude Opslag WKO), biomassa, windenergie of zonnepanelen.

De commissie Beheer bespreekt het Duurzaamheidsprogramma 2015-2019 in de vergadering van 27 augustus 2015, de raad op 10 september (data onder voorbehoud).

woensdag 15 juli 2015

Nieuwe website voor aansluitingen

Gaat u verhuizen of (ver)bouwen? Aansluitingen voor elektriciteit, gas, warmte, water, televisie, internet en telefoon vraagt u vanaf vandaag aan via Mijnaansluiting.nl. Deze nieuwe website vervangt Aansluitingen.nl. Eén landelijke website, meer dan 25 aanbieders.

In elke regio zijn verschillende aanbieders actief voor aansluitingen. Voer uw postcode in op Mijnaansluiting.nl en ontdek de aanbieders in uw regio. U kunt direct een aansluiting aanvragen of wijzigen. De ingevoerde gegevens worden automatisch verzonden naar de betreffende aanbieder.

Voor zakelijke aanvragers is het praktisch dat u in één keer aansluitingen op meerdere adressen kunt aanvragen. Ook is het mogelijk om een voorkeursplanning aan te geven voor de werkzaamheden.

Beperkte toename aanvragen Nearly Zero Energy gebouwen

De huidige vraag vanuit de markt naar zeer energiezuinige gebouwen is nog gering, maar over 5 jaar is het een wettelijke vereiste. Ruim een derde van bedrijven merkte het afgelopen half jaar wel een minimale of gestage toename van aanvragen voor het ontwerpen of bouwen van een Nearly Zero Energie gebouw.

In de komende jaren gaat Nederland steeds energiezuiniger bouwen, tot (bijna) energieneutraal in 2020. Tevens worden er in het Bouwbesluit al waarden geëist ten aanzien van de milieubelasting van het materiaalgebruik van bouwwerken. In de Monitor Bouwketen zijn recente ontwikkelingen in de vraag naar energiezuinig en energieneutraal bouwen gepeild. Hieruit blijkt dat ruim de helft van de bedrijven bij minder dan 10% van de offertes door opdrachtgevers gevraagd worden om een Nearly Zero Energy gebouw te ontwerpen of bouwen. Wel geeft 35% van de bedrijven aan dat er sprake is van een minimale of gestage toename. Bijna een derde van de bedrijven vindt dat Nearly Zero Energie vooral kan worden gerealiseerd door een energieneutraal ontwerp, een integrale oplossing van bouwkundige- en installatietechnische maatregelen, soms verstrekt door gebiedsmaatregelen.

Door 30% van de bedrijven wordt aangegeven dat er veel interesse is voor energiebesparende maatregelen. Helaas leidt dit nog maar weinig tot extra opdrachten. Bijna een derde van de bedrijven krijgt nauwelijks vragen over verduurzaming in de bestaande voorraad. Ook niet na een actieve marktbenadering.

Door de betrokken branches wordt in samenwerking met opdrachtgevende partijen actief gewerkt aan een samenhangende set van activiteiten om de vraag- en aanbodkant te activeren tot het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad en zeer energiezuinige nieuwbouw. Enkele voorbeelden betreffen: SER Energieakkoord, Stroomversnelling, Coalitie ondersteuning energiebesparing en duurzame opwekking in de particuliere markt, Lenteakkoord, programma Zeer Energiezuinige Nieuwbouw (ZEN), gebieden energieneutraal (GEN), gemeentelijke energielokketten - Huis vol energie. Uit deze initiatieven blijkt vooral de regionale/ lokale aanpak zeer effectief. Deze wordt dan ook gezamenlijk doorgezet.

Utrechtse wetenschappers ontwikkelen ‘glas-in-lood’-panelen met zonnecellen

Geïnspireerd door de kleurrijke schilderijen van Piet Mondriaan, hebben zonne-energieonderzoekers van de Universiteit Utrecht ‘glas-in-lood’-panelen ontwikkeld die elektriciteit kunnen opwekken. Een paneel kan dankzij verborgen zonnecellen op een zonnige dag energie leveren overeenkomstig met het opladen van drie mobiele telefoons.

Glas-in-loodramen werden vroeger ingebouwd in statige huizen. Maar ook in de hedendaagse woningen worden glas-in-loodpanelen voor het raam gehangen als versiering of anti-inkijkobject. Volgens Wilfried van Sark, zonne-energie-expert aan de Universiteit Utrecht, zijn dergelijke panelen ook uitstekend te gebruiken om zonlicht om te zetten in elektriciteit.

Alle platen zijn gekoppeld aan smalle zonnecellen, die aan de zijkant zijn aangebracht. In totaal zijn in het ‘glas-in-lood’-paneel van Van Sark 100 zonnecellen van 15 cm lang en 0,5 cm breed verwerkt. De aansluitingen zijn verborgen in het houten frame. “Het raam dat wij zo hebben gerealiseerd zet ongeveer een half procent van het opgevangen zonlicht om in elektriciteit. Dat levert op een zonnige dag voldoende energie op voor een batterij waarmee je drie mobiele telefoons kunt opladen.”

De gekleurde stukken glas uit de vroegere glas-in-loodramen, in combinatie met de gekleurde vakjes uit de schilderijen van Piet Mondriaan, dienden voor Van Sark als inspiratiebron. In het ontwerp van zijn ‘Elektrische Mondriaan’ zijn de gekleurde vlakken uitgevoerd in gekleurd plastic in vijf verschillende kleuren: rood, roze, groen, geel en blauw.

Het belang van onderzoek naar luminescente zonneconcentratoren strekt volgens Van Sark veel verder dan deze ‘Elektrische Mondriaan’. “De gekleurde platen bieden een esthetisch alternatief voor de bekende blauwe of zwarte zonnepanelen. Ook kunnen ze grootschalig worden geïntegreerd in de façades van kantoorgebouwen.”

dinsdag 14 juli 2015

ACM: zorgen over efficiëntietoetsing transmissiesysteembeheerders

Toezichthouder ACM heeft de uitvoerbaarheid getoetst van de wijze waarop het volgens het wetsvoorstel STROOM de efficiëntie van transmissiesysteembeheerders (TenneT en GTS) moet beoordelen. STROOM is door de minister van Economische Zaken aan de Tweede Kamer gestuurd.

Om de transporttarieven voor afnemers betaalbaar te houden, beoordeelt ACM de efficiëntie van systeembeheerders. ACM verwacht dat STROOM deze beoordeling bemoeilijkt. Dit brengt het risico met zich dat ACM niet goed in staat zal zijn om de tarieven voor het systeembeheer op een efficient niveau vast te stellen. Daardoor kan de situatie ontstaan dat consumenten betalen voor inefficiënties bij systeembeheerders.

De gebruikelijke methode om de efficientie vaststellen is benchmarking; daarbij wordt door een vergelijking van kosten en prestaties met branchegenoten de kosten efficientie bepaald. ACM stelt voor om nader te kijken naar definiering van de kosten van landspecifieke kenmerken.

Ook vraagt ACM zich af hoe de bepaling over kosten van landspecifieke kenmerken zich verhoudt tot Europese regelgeving en het advies van de Raad van State.

Geschil Chemours en Stedin over in rekening brengen systeemdienstentarief

De Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft op 18 juni 2015 vastgesteld dat Stedin het systeemdienstentarief niet in rekening mag brengen bij Chemours in de periode van 1 januari 2002 tot 1 juli 2011. Dit besluit betreft een geschil tussen Chemours en Stedin.

De elektriciteitsverbruikende fabrieken van Chemours zijn namelijk aangesloten op een particulier net. Chemours heeft zelf geen directe aansluiting op het openbare net van Stedin waarop ook het elektriciteitsverbruik van Chemours plaatsvindt. Daarom oordeelt ACM dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het in rekening brengen van het systeemdienstentarief.

Tilburg bovenaan ranglijst zonne-energie

Van de 10 grootste Nederlandse steden wekt Tilburg de meeste zonne-energie per inwoner op. Dat blijkt uit een rapport dat Natuur en Milieu 5 juli publiceerde.

Van alle gemeenten in Nederland heeft Zeewolde de meeste zonne-energie per inwoner. Natuur & Milieu onderzocht alle bijna 400 Nederlandse gemeenten op de hoeveelheid opgewekte zonne-energie. Bekijk de ranking van de 10 grote steden.

Uit het rapport blijkt dat stimuleringsmaatregelen voor zonnepanelen resultaat hebben. Gemeenten die hier actief op inzetten scoren beter in de ranglijst. Zelf het goede voorbeeld geven als gemeente werkt ook goed. Ook gemeente Tilburg stimuleert het plaatsen zonnepanelen en andere manieren van energiebesparing. Lees meer op de pagina energiezuinig wonen.

maandag 13 juli 2015

Cees de Haan nieuwe directeur Eneco Installatiebedrijven

Cees de Haan (39) wordt met ingang van 1 september aanstaande de nieuwe directeur van Eneco Installatiebedrijven. Hij volgt daarmee Robert de Boer op die de functie sinds 1 april jongstleden ad interim vervult. Cees is sinds 2014 Directeur Operations Benelux van CEVA Logistics, een wereldwijd-actieve logistiek dienstverlener. Daarvoor bekleedde hij diverse managementfuncties bij PostNL. Cees studeerde onder andere aan de Rijksuniversiteit Groningen (Technische Bedrijfswetenschappen) en Université Panteon Assas Paris (Economie).

Nieuw digitaal Energieloket voor huizenbezitters geopend

Welke energiebesparende maatregelen lonen in mijn huis? Hoe zoek ik een goede aannemer uit? Hoe kom ik aan een energielabel? Vanaf nu kunnen particuliere woningeigenaren voor dit soort vragen terecht bij het nieuwe digitale Energieloket. Het loket werd op donderdag 2 juli in de Euroborg in Groningen gelanceerd door gedeputeerde Nienke Homan.

Het Energieloket biedt verschillende soorten informatie voor huizenbezitters, zoals:
•Een energiecheck, waarmee je kunt zien wat mensen met eenzelfde soort woning kwijt zijn aan hun energierekening, zodat je gelijk weet of je een lage of een hoge energierekening hebt;
•snel en gratis energieadvies op maat door online een quick scan van je woning te doen;
•de Zonatlas, waarmee je kunt kijken of je dak geschikt is voor zonnepanelen;
•informatie over energielabels, muurisolatie, zonnepanelen, vloerisolatie, dakisolatie, HR++ glas, zonneboilers en duurzame verwarming;
•een overzicht van deskundige bedrijven in de buurt;
•handige checklists voor het aanvragen en beoordelen van offertes;
•informatie over subsidies;
•informatie over en hulp bij aanvragen van gunstige financiering van energiebesparende maatregelen;
•checklists voor het beoordelen van werkzaamheden;
•een nieuwsbrief met informatie over subsidies of acties in de buurt;
•een telefonische helpdesk voor alle overige vragen.

Het Energieloket is ontwikkeld door de provincie Groningen, de Groninger gemeenten, Natuur en Milieufederatie Groningen, Bouwend Nederland, UNETO-VNI, KUUB, architectenbureau KAW en bedrijvenvereniging SLIM Wonen met energie. Het loket is ontstaan vanuit het landelijke Energieakkoord van de Sociaal Economische Raad (SER) van 2013. Het doel van dit akkoord is om samen te werken aan meer energiebesparing, duurzame energieopwekking en werkgelegenheid.

Provincies investeren in energietransitie

Alle provincies investeren in energietransitie. Dat bleek tijdens de eerste kennismaking van de nieuwe gedeputeerden Energie, Economie en Ruimtelijke Ordening van de twaalf provincies. De provincies komen de afspraken uit het Nationaal Energieakkoord na. Een aantal stelt zichzelf scherpere doelen.

In de publicatie ‘Provincies investeren in de energietransitie’ van het Interprovinciaal Overleg (IPO) staat welke ambities de provincies hebben op het gebied van energietransitie. De komende maanden versterken ze hun samenwerking om deze ambities waar te maken. Zo kan elke provincie vanuit haar eigen speerpunten bijdragen aan het versnellen van de transitie.

De provincie Noord-Holland stimuleert ontwikkelingen en innovaties op het gebied van verschillende vormen van duurzame energie. Bovendien zet de provincie in op het besparen van energie. Het servicepunt Duurzame Energie ondersteunt gemeenten bij hun beleid en brengt partijen bij elkaar. De provincie kent ook het Participatiefonds Duurzame Economie. Dit fonds investeert in bedrijven die innovatieve technologieën en projecten ontwikkelen. Is een initiatief succesvol, dan vloeien de opbrengsten terug in het fonds.

vrijdag 10 juli 2015

Voorlopig geen opsporing en winning schaliegas, onderzoek nodig

De komende vijf jaar is commerciële opsporing en winning van schaliegas niet toegestaan in Nederland. Aan het eind van het jaar besluit het Kabinet of schaliegaswinning in Nederland als optie in beeld blijft. Minister Kamp vindt dat er risico's zijn voor grondwatervoorraden en drinkwaterwinning en dat hier dat hier eerst meer onderzoek naar moet komen.

Het onderzoek moet belangrijke kennisleemtes opvullen en onzekerheden wegnemen. Bijvoorbeeld de onduidelijkheid over de doorlaatbaarheid van de gesteentelagen direct boven de schalielagen en de bovenste gesteentelagen waaruit men water kan winnen. Ook is er onzekerheid over de gevolgen van het vrijkomen van boor- of frackvloeistoffen in de ondergrond bij een put die niet degelijk is. Er is volgens de minister meer kennis nodig om het risico op mogelijke effecten op de grondwaterkwaliteit nauwkeurig in te schatten. Als schaliegas een optie blijft wordt vanaf 2016een onderzoeksprogramma opgezet om beter inzicht te krijgen op deze onzekerheden. Eventuele onderzoeksboringen naar schaliegas vinden dan eventueel vanaf 2018 in opdracht van de overheid plaats. Er wordt geen aparte structuurvisie Schaliegas meer opgesteld.

Vewin vindt het verstandig dat opsporing en winning van schaliegas voorlopig niet wordt toegestaan en dat de risico's voor de volksgezondheid worden onderzocht voor het grondwater en de drinkwatervoorziening. Schaliegaswinning vormt volgens Vewin een risico voor de kwaliteit van het grondwater waar drinkwater uit bereid wordt. Vewin vindt dat het voorzorgprincipe van toepassing moet zijn. Daarom wil de drinkwatersector dat schaliegaswinning in ieder geval uitgesloten wordt in álle gebieden die voor de drinkwatervoorziening van belang zijn en niet alleen in grondwaterbeschermingsgebieden tot 1 km diepte. Ook moeten er in de andere gebieden voldoende garanties zijn om te voorkomen dat grondwater wordt verontreinigd. De waterbedrijven willen daarom een wettelijke adviesrol bij mijnbouwwetvergunningen en verplichte monitoring van het diepe grondwater bij boringen.

Mansveld werkt samen met Amerikaanse en Canadese staten in aanpak klimaatverandering

Tijdens de Klimaattop van Noord- en Zuid Amerika in Toronto, Canada, zijn afspraken gemaakt tussen ‘non-state actors’, zoals steden, staten en regio’s over de aanpak van klimaatverandering. Staatssecretaris Mansveld sprak onder meer met voormalig vice-president Al Gore (VS),voormalig president Felipe Calderon (Mexico), premier Kathleen Wynne en Glen Murray (Ontario), gouverneur Jerry Brown en Matt Rodriquez (California) en premier Eman (Aruba). Belangrijkste thema’s waren de wijze waarop verschillende systemen voor de beprijzing van CO2 in Amerika en Europa gekoppeld kunnen worden en het verder stimuleren van duurzaam transport en Zero Emission Vehicles (ZEV’s).

Komende maanden sluiten tientallen Noord- en Zuid-Amerikaanse en Canadese staten en regio’s in Europa zich aan bij een Memorandum of Understanding met als doel de opwarming van de aarde tot maximaal 2 graden te beperken. Staatssecretaris Mansveld: ‘Ik zal dit Under2MOU initiatief ondersteunen en aanbevelen bij provincies in Nederland.’

Mansveld was onder de indruk van de initiatieven die verschillende staten en steden ontplooien. Ze wachten niet op internationale afspraken maar zijn aan de slag en maken grote vorderingen op het gebied van duurzaam vervoer en duurzame energie. Op die terreinen zal Nederland de samenwerking dan ook intensiveren.

Dit past bij de Nederlandse inbreng in Parijs (COP21), waar wij ons gaan inzetten voor duurzaam transport en het betrekken van steden, regio’s en het bedrijfsleven bij de aanpak van klimaatverandering.

Na een bezoek aan de grootste herstructureringslocatie van Noord Amerika, het Waterfront in Toronto, heeft staatssecretaris Mansveld gesproken over de aanpassing van stedelijke ontwikkeling aan extreme weersituaties als gevolg van klimaatverandering. Hier liggen ook concrete mogelijkheden voor het Nederlandse bedrijfsleven. De ontwikkelingsmaatschappij van Toronto is uitgenodigd voor een seminar over water- en gebiedsontwikkeling van 20 tot 24 september in Nederland.

Komende vijf jaar geen winning schaliegas

Deze kabinetsperiode zal in Nederland niet geboord worden naar schaliegas. Commerciële opsporing en winning van schaliegas is de komende vijf jaar in Nederland niet aan de orde. Bestaande vergunningen voor de opsporing van schaliegas worden niet verlengd.

De ministerraad heeft hiermee ingestemd op voorstel van minister Kamp van Economische Zaken. Aan het eind van het jaar besluit het kabinet in een breder verband of het wenselijk is dat schaliegaswinning in Nederland als optie in beeld blijft.

Sinds 2013 heeft het kabinet verschillende onderzoeken laten uitvoeren naar de maatschappelijke effecten, de gevolgen voor het milieu en de mogelijke opbrengsten en kosten van schaliegaswinning in Nederland. Omdat nog geen proefboringen plaatsvonden, is nog niet duidelijk hoeveel schaliegas aanwezig is en of de winning daarvan rendabel is. Uit de onderzoeken blijkt daarnaast dat er nog onduidelijkheid is over de effecten van het boren naar schaliegas in de diepe ondergrond in Nederland.

Daarom kan ook de politieke afweging van de voor- en nadelen van schaliegas als onderdeel van de toekomstige energiemix nog niet worden gemaakt. In de praktijk betekent dit dat in de komende vijf jaar de commerciële opsporing en winning van schaliegas niet aan de orde zal zijn.


Kamp: “De vraag of het zinvol is schaliegas als optie nader te onderzoeken, kan pas eind van dit jaar worden beantwoord. Dan kom ik - mede op basis van de recente inzichten met betrekking tot duurzame energie, betere benutting van warmte en het Groningse gas - met een visie op het energiebeleid na 2020. Hierin ga ik dan in op de vraag hoe in de toekomst een verantwoorde, betrouwbare en betaalbare energielevering aan Nederlandse huishoudens en bedrijven gegarandeerd kan worden. Ook ga ik in op de vraag welke rol fossiele brandstoffen in de overgang naar een duurzame energievoorziening het beste kunnen spelen.”

Als schaliegas aan het einde van het jaar als optie in beeld blijft, zullen eventuele onderzoeksboringen naar de aanwezigheid van schaliegas in de Nederlandse bodem in opdracht van de overheid en niet van bedrijven plaatsvinden. Die onderzoeksboringen zullen dan tevens gericht zijn op de mogelijkheden voor geothermie.

Bezoekers voor proefboring Blijham

Donderdag 9 juli hebben omwonenden de NAM boorinstallatie aan het Oosteinde bezocht. Naast hen waren ook het gemeentebestuur en raadsleden van Bellingwedde aanwezig. In vier groepen gingen de bezoekers over het boorterrein.

De bezoekers kregen uitleg over het boorproces en een rondleiding op het boorterrein. De boorinstallatie is de afgelopen week opgebouwd en zal in de komende dagen starten met de boorwerkzaamheden. De boring gaat naar een diepte van zo'n 3500 meter om te onderzoeken of er voldoende aardgas zit in dit kleine veld.

Eerst kregen de bezoekers een korte presentatie over aardgaswinning. Het gasveld bij Blijham behoort bij de 175 kleine gasvelden in Nederland. Deze velden zijn vaak een paar duizend keer kleiner dan het grote Groningen-veld. Alle kleine velden in Nederland zorgen voor zo'n 30% van het Nederlandse aardgas. De tijdelijke boorinstallatie bij Blijham reist constant door Nederland om deze kleine velden aan te boren.

Tijdens de rondleiding kwamen ook vragen over fracking. Deze techniek wordt sinds de jaren '50 gebruikt om de gas toestroom bij een deel van de kleine gasvelden te bevorderen. Gedurende de proefboring bij Blijham wordt geen fracking toegepast. Pas na de proefboring kan worden vastgesteld of fracking gedurende enkele uren in de toekomst nodig is. Ook kwamen er vragen over schaliegas. Daar waren de NAM-vertegenwoordigers duidelijk over: NAM wint geen schaliegas.
De bezoekers waren onder de indruk van de techniek. Hoe kun je zo precies het ondergrondse doel op 3500 meter diepte bereiken? Waarom gaan de werkzaamheden dag en nacht door?

De proefboring bij Blijham is over ongeveer twee maanden gereed. Dan weet NAM of er voldoende aardgas aanwezig is om tot productie over te gaan. Er zal dan een winningsplan worden aangevraagd en wordt een leiding aangelegd naar de NAM locatie bij Oude Pekela. Op zijn vroegst kan NAM in 2017 beginnen met de gaswinning van deze locatie aan het Oosteinde bij Blijham. Dan wordt op de locatie een kleine unit geplaatst, ter grootte van een fietsenschuur.

Gelderse subsidie voor molens en stoomgemalen

Eigenaren van een historische molen of stoomgemaal kunnen vanaf 7 juli 2015 € 1000 subsidie meer krijgen voor het onderhoud aan hun monument. Het maximale bedrag wordt dan € 3.100 per molen of gemaal.

Provinciale Staten hebben in februari van dit jaar besloten meer geld uit te trekken voor het onderhoud van historische molens en stoomgemalen. Daarop zijn de Regels subsidieverordening vitaal gelderland 2011 aangepast, en die worden op 7 juli effectief.

De onderhoudssubsidie is of wordt in één keer ter beschikking gesteld aan gemeenten voor de jaren 2014, 2015 en 2016. Gemeenten die al € 2.100 per molen of gemaal hebben ontvangen, krijgen daar nog € 1.000 euro bovenop.

De Gelderse molens en stoomgemalen vormen een kenmerkend onderdeel van het Gelders erfgoed. Het draaiend houden van deze monumenten is cruciaal voor goed onderhoud van de molens. Daarom steunt de provincie de molens en stoomgemalen op twee manieren. Enerzijds door een onderhoudssubsidie te verstrekken voor molens en anderzijds door een subsidie te verstrekken voor het daadwerkelijk laten draaien van de molens.

Leiden Duurzaam 2030; Een kansrijke, leefbare stad voor nu en straks

Het college van burgemeester en wethouders van Leiden heeft besloten het ontwerp-ambitiedocument ‘Leiden Duurzaam 2030; Een kansrijke, leefbare stad voor nu en straks’ vrij te geven voor inspraak. Leiden wil, als stad van kennis en innovatie, voorop lopen op het gebied van duurzaamheid.

Het ontwerp- ambitiedocument voor Leiden Duurzaam 2030 bevat de voorstellen van het college van Burgemeester en Wethouders voor de lange-termijnambities. Zij geven antwoord op de vraag: ‘Hoe ziet Leiden er in 2030 uit als duurzame stad?’ Daarnaast bevat dit document de prioriteiten voor de eerstkomende jaren, van 2016 tot 2020.

Wethouder Frank de Wit (duurzaamheid): “Met dit ambitiedocument voor Leiden Duurzaam 2030 laten we zien wat er nu en straks gebeurt voor een duurzame(re) stad. Dit ontwerp-ambitiedocument is bewust geen soloactie van de gemeente, maar is ontstaan in nauwe samenspraak met ‘de stad’.
Het is de inzet van het college om nu echt een stap verder te gaan. Met een programmamanager Duurzaamheid en door nog meer samen te werken, bijvoorbeeld via het Duurzaamheidsplatform.”

Tijdens een expertsessie op 11 maart in de Hooglandsekerk bleek dat er al heel veel goede initiatieven zijn om van Leiden een duurzame(re) stad te maken. Daarnaast zijn die avond ook veel nieuwe, goede ideeën opgehaald om Leiden duurzamer te maken. De opbrengst van die bijeenkomst komt terug in het ambitiedocument. Dit document wordt na inspraak naar verwachting in het vierder kwartaal van 2015, aan de gemeenteraad voorgelegd. Het ambitiedocument vormt de basis voor de Duurzaamheidsagenda 2016-2020. Lees meer in het magazine Duurzaam.

donderdag 9 juli 2015

Energieleverancier Greenchoice is 'Beste uit de Test' Consumentenbond

Duurzame energieleverancier Greenchoice is beoordeeld als beste energieleverancier van Nederland. Voor het eerst onderzocht de Consumentenbond de 12 grootste energieleveranciers op drie fronten tegelijk: klanttevredenheid, service én duurzaamheid. Greenchoice is daarmee de allereerste energieleverancier die het totaalpredicaat ‘Beste uit de test’ mag voeren.
Consumentenbond vroeg circa 4600 klanten naar hun tevredenheid over onder meer klantvriendelijkheid, prijs, duidelijkheid van de website, juistheid van nota’s en voorwaarden. Bereikbaarheid, kwaliteit van antwoorden en klantvriendelijkheid zijn beoordeeld, onder meer met mysteryklanten. Ook werd de duurzaamheid in kaart gebracht. Greenchoice laat op veel fronten de andere leveranciers een flink stuk achter zich. Consumentenbond zegt erover op de site: “Deze drie onderzoeken combineerden we tot een totaaloordeel: Greenchoice is de beste energieleverancier en verdient het predicaat ‘Beste uit de test’.”

Greenchoice levert als enige grotere partij uitsluitend groene stroom en bosgecompenseerd gas aan bijna 400.000 klanten. Los van eigen energieproductie krijgt Greenchoice stroom van honderden windmolens en tientallen biovergisters. 

30 nieuwe oplaadpalen voor elektrische auto's in Nijmegen

Het college van B&W heeft besloten om 30 nieuwe oplaadpalen voor elektrische auto’s te realiseren in 2015. De gemeente Nijmegen heeft deelgenomen aan een regionale aanbesteding, waarbij Cofely Nederland als concessiehouder is geselecteerd. Cofely Nederland heeft daarmee het recht om op aanvraag elektrische oplaadpalen in de openbare ruimte te plaatsen en te exploiteren. Met deze nieuwe oplaadpunten wil de gemeente het gebruik van de elektrische auto stimuleren. Door de Stadsregio Arnhem-Nijmegen is hiervoor een subsidie beschikbaar gesteld van € 100.000 ter verbetering van de luchtkwaliteit.

De gemeente Nijmegen gaat per 1 juli 2015 de concessieovereenkomst aan met Cofely Nederland. Vanaf dat moment kunnen aanvragen van inwoners uit Nijmegen voor nieuwe oplaadpunten in de openbare ruimte in behandeling worden genomen. Een dergelijk publiek oplaadpunt wordt gerealiseerd binnen een straal van circa 300 meter van de aanvrager, tenzij er al een oplaadpunt aanwezig is. Gestreefd wordt naar een gelijkmatige verdeling van de oplaadpunten over de stad. Zodra het budget van € 100.000 is besteed, worden geen nieuwe aanvragen voor 2015 meer in behandeling genomen.

Het aantal elektrische voertuigen neemt een hoge vlucht. Op dit moment zijn er in Nederland bijna 50.000 (gedeeltelijk) elektrische voertuigen. Elektrisch rijden wordt vanuit de overheid sterk gestimuleerd omdat deze auto’s geluidsarm zijn en lagere NOx-emissies hebben. Doordat de stroom van de nieuwe oplaadpunten duurzaam wordt opgewekt, veroorzaakt de elektrische auto ook geen broeikasgassen en rijdt deze klimaatneutraal. Met de gestage toename van het aantal elektrische auto’s groeit ook de vraag naar oplaadpunten in de openbare ruimte. Ongeveer 62% van de huidige elektrische autorijders in Nederland heeft geen eigen oprit of een garage en is dus aangewezen op een oplaadmogelijkheid in de openbare ruimte.

Vanaf 1 juli 2015 kunnen aanvragen voor publieke oplaadpunten worden ingediend. Dat kan via een regionale website waar momenteel de laatste hand aan wordt gelegd. Via www.nijmegen.nl, De Brug en via facebook gemeente Nijmegen wordt de website voor aanmelding zo spoedig mogelijk bekend gemaakt.

Programma Energie Werkt! naar de raad in Almere

Het college van B en W van Almere vraagt de gemeenteraad in te stemmen met de
hoofdlijnen van het programma Energie Werkt! De gemeente Almere wil in 2022 energieneutraal zijn. Hiervoor moet nog veel gebeuren en is een miljoeneninvestering nodig. Daarom is het programmaplan 'Energie Werkt!' opgesteld, dat als doel heeft in de periode 2015-2018 een meer energieneutraal Almere te realiseren. De ambitie is dat 20 procent van de energie die in 2018 in Almere wordt verbruikt afkomstig is van hernieuwbare bronnen.

Een behoorlijke opgave, aangezien dit percentage nu nog slechts zeven procent is. De gemeentelijke inzet bestaat niet alleen het creëren van fondsen om de financiële drempel voor duurzame maatregelen te verlagen, maar vooral ook op het vergroten van bewustwording en het adviseren van bewoners, bedrijven en organisaties.

Om op een overzichtelijke wijze invulling te geven aan deze opgave is een werkwijze met vijf werklijnen ontwikkeld. Die zijn onderverdeeld in drie technische werklijnen, zon, warmte en wind, en twee werklijnen die gericht zijn op specifieke doelgroepen (scholen/verenigingen en bewoners/bedrijven). Binnen de werklijnen zon, warmte en wind wordt ingezet op acties en projecten.

Met de laatste twee werklijnen richten we ons op specifieke doelgroepen die een voorbeeldfunctie kunnen vervullen voor andere Almeerders. Een werklijn ondersteunt scholen en verenigingen bij het verduurzamen van hun gebouwen en velden. In de laatste werklijn stimuleren we de initiatieven van bewoners en bedrijven om hun eigen huis, bedrijf en/of omgeving energieneutraal te maken.

Belangrijk wordt de omschakeling naar zonne-energie en verduurzaming van de bestaande stadsverwarming. Daarbij wordt aangestuurd op afspraken met woningcorporaties over zonnepanelen op huurwoningen en er wordt een subsidie voor het plaatsen van zonnepanelen beschikbaar gesteld aan alle Almeerders. Daarnaast wil de gemeente afspraken maken met Nuon over het verduurzamen van het stadsverwarmingsnet. Windenergie wordt, bij gebrek aan draagvlak, niet breed in Almere ingezet.

In maart werd een eerste versie van de nota ‘Energie Werkt!’ naar de gemeenteraad gestuurd ter consultatie. De resultaten van de raadsconsultatie zijn verwerkt in de definitieve nota. De Nota ‘Energie Werkt!’ wordt nu ter besluitvorming voorgelegd aan de raad.

Comfortabel wonen zonder stroom-, gas- en wateraansluiting in een omgebouwde zeecontainer

De Nederlandse start-up Sustainer Homes bouwt zeecontainers om tot zelfvoorzienende woningen. De Sustainer wekt voldoende stroom op én vangt voldoende water op om ook in het Nederlandse klimaat comfortabel maar volledig off grid te wonen. Energiebedrijf Eneco schaft de allereerste Sustainer aan en gaat voor minimaal twee jaar de samenwerking aan met het jonge bedrijf. Met als hoofddoel het in de praktijk testen van nieuwe duurzame technieken en smart home toepassingen.

Het team van Sustainer Homes werkte de afgelopen dagen dag en nacht om het eerste exemplaar af te krijgen. Vandaag is de demo-versie voor het eerst te zien tijdens de Demo Day Smart City & Living van het Startupbootcamp-programma.

Het idee is simpel, de uitvoering complex; bouw een container om tot een woning die in alle basisbehoeften voorziet, zonder afhankelijk te zijn van het energie- en waternet. Bijkomend voordeel, je kunt de woning snel en eenvoudig transporteren en overal neerzetten.

Eneco doet met de samenwerking ervaring op door het in één woning testen van de onderlinge integratie tussen verschillende energiesystemen, én de interactie daarvan met de bewoner. De Sustainer is immers uitgerust met zonnepanelen, een batterij voor opslag van stroom, een warmtepomp en slimme apparatuur. Met name de cruciale balans tussen deze systemen -de algoritmes die nodig zijn om die zelfvoorzienendheid voor elkaar te krijgen- zijn voor Eneco interessant om zo nieuwe diensten voor klanten te kunnen ontwikkelen.

woensdag 8 juli 2015

Nieuw onderdeel Eneco Groep versnelt energietransitie door innovatie

Eneco Groep start met een nieuw onderdeel dat zich volledig richt op innovatieve energieprojecten, partnerships en samenwerking met energie-startups. Met de oprichting van Eneco Innovation & Ventures wil het bedrijf de overgang naar een duurzame energievoorziening versnellen. Het onderdeel wordt onder meer verantwoordelijk voor de samenwerking met jonge partnerbedrijven als Nerdalize, Peeeks en Sustainer Homes en de internationale lancering van slimme thermostaat Toon met partner Quby

Jeroen de Haas, CEO van Eneco Groep licht de stap toe: ‘De energiewereld verandert sneller dan menigeen denkt. Er zijn nu al 200.000 huishoudens die zelf stroom opwekken met zonnepanelen en iedere dag komen er honderden bij. Tegelijkertijd kookt, doucht en rijdt een snel groeiend aantal Nederlanders op elektriciteit in plaats van op gas of benzine. En introduceren nieuwe spelers als Tesla een batterij waarmee je overtollige zonnestroom op kunt slaan. Zelf hebben we met onze slimme thermostaat Toon, die inmiddels in 130.000 huishoudens aan de muur hangt, een uitstekend platform om onze klanten de regie te geven over deze steeds slimmer wordende energiehuishouding. De snelle opmars van technologie versterkt de kansen voor onze missie, duurzame energie voor iedereen. Daarom gaan we meer tempo maken om die kansen te benutten en de energietransitie te versnellen, met technologie als grote aanjager.’

Hans Valk, voorheen directeur van Eneco Consumenten, gaat leiding geven aan de ongeveer 30 medewerkers van Eneco Innovation & Ventures. Eneco zoekt bewust de samenwerking met jonge energie-ondernemers op. Hans: ‘We zien steeds meer innovatieve energieprojecten die buiten de traditionele energiesector gestart worden en baanbrekende producten en diensten opleveren. Door bedrijven die creatief en flexibel zijn, maar nog geen verdienmodel of markt hebben. Wij hebben veel verstand van energie, een groot commercieel netwerk en zijn sterk in uiteenlopende zaken als marketing, service en facturatie. Onze succesvolle samenwerking met Toon-ontwikkelaar Quby laat zien dat we synergie ‘op papier’ in de praktijk waar kunnen maken. We werken graag samen met de nieuwe generatie ondernemers met goede ideeën die helpen om onze energievoorziening sneller te verduurzamen.’

Eneco verwacht de komende jaren zo'n 100 miljoen euro in innovatie en startups te investeren. Hans: ‘Daarmee is er voldoende ruimte om proefprojecten op te zetten en onze ambities met Toon waar te maken. We zijn daarbij realistisch: lang niet alle initiatieven zullen de eindstreep halen. Maar

VEH: Geen windturbines zonder draagvlak onder bevolking

Minister Kamp schoffeert de belangen van huiseigenaren als hij de bouw van nieuwe windturbines in de nabijheid van woningen doordrukt, zonder dat er voldoende tijd en gelegenheid is om draagvlak te creëren onder de lokale bevolking. In een brief aan de Gedeputeerde Staten van Groningen en Drenthe roept Vereniging Eigen Huis de provinciebesturen op om vast te houden aan de eigen College-akkoorden en de tijd te nemen voor het vinden van oplossingen die voldoende draagvlak hebben onder de inwoners.

Minister Kamp gaf vorige week aan zo snel mogelijk door te willen pakken met de bouw van windturbineparken bij Meeden en op drie plaatsen in het Drents Mondengebied, ondanks zorgen en verzet van omwonenden. Het provinciebestuur van Groningen en de betreffende Groningse gemeenten, vroegen vier maanden extra tijd om voldoende draagvlak te verkrijgen. Hun verzoek werd afgewezen. Vereniging Eigen Huis roept de twee provincies op om de rug recht te houden en vast te houden aan de college-akkoorden waarin draagvlak onder de bevolking het uitgangspunt is. De ontwikkeling van windturbines in de buurt van woningen heeft alleen dan een kans van slagen.

Inwoners van Groningse en Drentse gemeenten zijn niet zonder meer tegen de bouw van nieuwe windturbines, zo blijkt uit onderzoek van Vereniging Eigen Huis onder leden in Muntendam, Meeden, 2e Exloërmond en Gieten. Maar de weerstand is groot als de turbines dichtbij woningen komen te staan. Bewoners hebben dan gerede angst voor aantasting van het woongenot, dat woningen onverkoopbaar worden en dat zij te maken krijgen met waardeverlies,. "Het is een schande dat er zó met onze belangen wordt omgegaan. Aan de kust klaagt men dat 20 km te dicht bij is, bij ons willen ze de windmolens op 500 meter van het dorp bouwen", aldus een van de betrokkenen.

Een grote meerderheid van de huiseigenaren vindt de bouw van windturbines dicht bij hun woningen funest voor de omgeving. Zij vinden het onacceptabel dat bouwplannen voor grote windturbines buiten hen om zijn gemaakt en dat er, wederom buiten hen om, over wordt besloten.

Om de belangen van omwonenden in de buurt van bouwlocaties voor windturbines te borgen heeft Vereniging Eigen Huis zeven spelregels opgesteld. Deze regels gaan over het betrekken van bewoners bij de plan- en besluitvoering en een goede compensatieregeling als dat nodig is. Bij de provinciale verkiezingen in maart heeft de vereniging alle lijsttrekkers gevraagd of zij achter de opgestelde spelregels staan en bereid zijn om naar andere locaties uit te kijken als er voor bestaande windmolenplannen onvoldoende draagvlak bestaat. Een ruime meerderheid van de lijsttrekkers antwoordde hierop bevestigend. Vereniging Eigen Huis wil nu van de provinciale bestuurders en de betreffende gemeentebesturen weten welke actie zij gaan ondernemen om te bevorderen dat het noodzakelijke draagvlak bij de bevolking wordt gecreëerd.

'Belasting grootste deel van energierekening'

Consumenten hebben vaak niet in de gaten dat een groot deel van de energierekening is opgebouwd uit belastingen en andere heffingen. Die belastingen hebben in 2015 een hoogtepunt bereikt, kwam begin dit jaar naar voren. In 2015 bedraagt de energiebelasting voor stroom 0,1196 euro per kWh, voor gas is dat 0,1911 euro per kuub gas. Vorig jaar lagen deze bedragen respectievelijk nog op 0,1185 en 0,1894 euro.

EnergieVergelijk.nl zocht bij drie grote Nederlandse energieleveranciers uit welk percentage van de stroom- en gasprijs bestaat uit belastingen en heffingen. Daaruit blijkt dat het kale tarief voor stroom gemiddeld slechts 23 procent van de volledige prijs per kWh bedraagt. Het resterende deel (77 procent) bestaat uit energiebelasting, BTW en een heffing voor de opslag van duurzame energie (ook wel ODE genoemd). Bij gas is er een andere verdeling. Daar neemt de kale gasprijs ongeveer de helft van de totale prijs in beslag.

Voor stroom bestaat echter wel een heffingskorting van 377,33 euro die wordt verrekend met het totale verbruik. Deze korting is echter alleen geldig voor woningen met een verblijfsfunctie. 

Naast energiebelastingen en heffingen zijn er nog een tweetal andere kosten die een rol van betekenis hebben op de jaarlijkse energierekening, namelijk vastrecht en netwerkkosten.

Vastrecht zijn de kosten die je betaald voor de dienstverlening van jouw energieleverancier en staan los van het energieverbruik. De kosten voor vastrecht kunnen tot wel 100 euro per jaar verschillen, afhankelijk van de gekozen energieleverancier.

Netwerkkosten worden betaald aan de netbeheerder. Deze kosten betaal je voor de aansluiting op het stroom- en gasnet en de transportkosten van energie naar jouw woning. Tussen netbeheerders onderling zit niet zoveel verschil in de jaarlijkse kosten voor het netwerk.

ThermoShield claimt energiebesparing zorgcomplexen

Kamers in verzorgingstehuizen en andere zorgcomplexen kunnen door het gebruik van ThermoShield verf sneller worden opgewarmd met minder energie, zo blijkt uit een recent onderzoek dat Duitse wetenschappers hebben gedaan in Amersfoort. Door deze reflecterende muurverf is het gemiddeld 1,7 graad warmer, behaaglijker en kunnen zorginstellingen ruim 10 procent besparen op stookkosten.

Het onderzoek in Amersfoort werd uitgevoerd door Prof. Dr. Ing. Peter Marx van de Beuth Hochschule in Berlijn en Ing. Matthias G. Bumann van het DIMaGB uit Berlijn. In een zorgcomplex werd de ene kamer met standaardverf geschilderd en de andere met ThermoShield. In beide ruimten werd eenzelfde ventilatorkachel gebruikt. Zowel de temperatuur op de wanden als de gevoelstemperatuur namen in de kamer met ThermoShield sterker toe, met 1,7 graden Celsius. Omgerekend scheelt dat 11 procent aan stookkosten. Daarnaast nam de luchtvochtigheid 5 procent sterker af ten opzichte van de standaardkamer, wat de behaaglijkheid ten goede komt. In de ThermoShield-kamer werd de warmte door het infraroodpaneel (merk: ThermIQ) beter verdeeld en werd het sneller behaaglijk met minder energie.


De muurverf van ThermoShield kenmerkt zich door NASA-technologie van de spaceshuttle. De verf bevat bijzondere keramische bolletjes die onder meer zorgen voor een reflecterende- en vochtregulerende werking. Zowel buiten als binnen is daarmee tientallen procenten aan energiebesparing mogelijk. De TopShield dakverf fungeert op warme dagen als een hitteschild en houdt gebouwen koel. ,,Negen van de tien telefoontjes die we tijdens deze hittegolf binnenkrijgen gaan dan ook over die verf," zegt Van Leeuwen. ,,TopShield reflecteert 80 tot 86 procent van het zonlicht, dus dat scheelt airco-kosten."

Met de uitslag van het onderzoek in Amersfoort hoopt ThermoShield zo snel mogelijk te worden toegelaten tot de databank van energiebesparende maatregelen die kennisinstituut ISSO in Nederland beheert. Sinds begin dit jaar hebben alle Nederlandse huishoudens hun energielabel ontvangen. Wie een hoger label wil en zijn woning energiezuiniger wil maken, kan kiezen uit diverse maatregelen als dubbel glas, een hr-ketel, warmtepompen, vloer- of gevelisolatie.

IKEA installeert laadpunten voor elektrische auto's bij al haar vestigingen

IKEA Nederland installeert de komende periode laadpunten voor elektrische en plug-in hybride auto’s bij alle Nederlandse vestigingen van het woonwarenhuis. Op deze laadpunten kan bijna elke elektrische en plug-in hybride auto op optimaal vermogen laden. Met de plaatsing van deze laadpunten wil IKEA alternatief vervoer stimuleren.

IKEA Zwolle en IKEA Utrecht zijn de eerste vestigingen in Nederland die elk 4 laadpunten in gebruik hebben genomen. Bij IKEA Haarlem zijn op 24 juni de nieuwe laadpunten geïnstalleerd. Het streven is binnen een jaar alle vestigingen te voorzien. IKEA vestigingen zijn makkelijk bereikbaar en herkenbaar voor iedereen en daarom de ideale locatie voor een autolaadpunt. De duur van een gemiddeld winkelbezoek is dusdanig lang, dat er genoeg tijd is voor het voldoende bijladen van de auto. Elke IKEA vestiging krijgt tenminste vier laadpunten.

“Het stimuleren van elektrisch rijden past perfect in onze duurzaamheidsstrategie waarbij een belangrijke pijler is dat we mensen inspireren, helpen en stimuleren om een duurzamer leven te leiden”, aldus Lisen Wirén, Country Sustainability Manager IKEA Nederland. “We hebben kritisch gekeken naar welk type lader het beste past bij IKEA en bij onze consument. Op basis daarvan hebben we voor een lader van 22 KW gekozen, met een uniforme steker. Klanten kunnen laden voor 0,22.-, per KWh. Wij hanteren geen starttarief”.

De laadpunten worden geplaatst in samenwerking met The New Motion, expert op het gebied van laadpunten en laaddiensten voor elektrische auto’s.

dinsdag 7 juli 2015

Vier netbeheerders gunnen slimme meter aan drie leveranciers

Energienetbeheerders Liander, Stedin, DELTA Netwerkbedrijf en Westland Infra hebben afgesproken de komende vijf jaar slimme meters af te nemen van drie leveranciers. De ontwikkeling en levering van in totaal circa 6 miljoen elektriciteit- en gasmeters werd via een Europese aanbesteding gegund aan Landis+Gyr en aan een samenwerking van Flonidan en Iskraemeco. Met de totale aanbesteding is een bedrag van circa 470 miljoen gemoeid. Tot en met 2020 krijgen alle huishoudens en kleinzakelijke ondernemingen een slimme meter aangeboden.

De vier netbeheerders zijn verantwoordelijk voor de elektriciteit- en gasnetten in ongeveer tweederde van Nederland, in de provincies Zeeland, Zuid-Holland, Noord-Holland, Friesland, Flevoland, Gelderland en Utrecht. De slimme meter kan op afstand worden uitgelezen. Naast een jaarlijkse factuur, krijgen klanten met een slimme meter automatisch zes keer per jaar een verbruiksoverzicht van hun leverancier. Overstappen naar een andere energieleverancier is simpeler: de slimme meter geeft de standen automatisch door. De eindafrekening is direct gebaseerd op de actuele meterstanden, waardoor misverstanden over betalingen minder vaak zullen voorkomen.

Deze slimme meters behoren tot de nieuwste generatie meters en communiceren via het door Liander en Stedin opgezette draadloze communicatienetwerk voor energienetten (CDMA), of via GPRS. In de aanbesteding is rekening gehouden met mogelijke veranderende eisen of nieuwe technologieën in de toekomst. Door de gezamenlijke aanbesteding verwachten de vier netbeheerders aanzienlijk te besparen op de kostprijs per meter. De meters voldoen daarnaast aan het 'Fair Meter Initiative'. Dat betekent dat bij de productie van deze energiemeters extra aandacht is voor de herkomst van de grondstoffen en voor hergebruik van de gebruikte materialen. De eerste leveringen van deze meters worden begin 2016 verwacht.


Een tweede leven voor uitgeproduceerde gasputten

De studenten Sander Visser, Matthijs Noordhoek en Arianne Woudstra van de Hanzehogeschool in Groningen hebben de eerste prijs van de GasTerra Energizer Award (GTEA) gewonnen. Zij bedachten een plan om uitgeproduceerde gaswinningslocaties om te bouwen naar een Sustainable Transformed Energy Plant. De tweede prijs ging naar student Ludo Stanziani van de Avans Hogeschool met een applicatie waarmee gemeenten gebruikersgedrag kunnen beïnvloeden. De derde prijs werd in ontvangst genomen door Stingo Huurdeman, student aan de Hogeschool Utrecht, die een idee ontwikkelde voor de inzet van circulaire gevelelementen in de bouw.

De afgelopen maanden werkten hbo-studenten volop aan creatieve, vernieuwende afstudeeropdrachten voor de GasTerra Energizer Award (GTEA). Uiteindelijk werden van alle ingediende afstudeeropdrachten er tien genomineerd voor het GTEA Event op 3 juli 2015 in het Infoversum, Groningen. De afstudeeropdrachten waren van hoog niveau en varieerden van duurzame herbestemmingen voor kantoorgebouwen, een beleidsplan voor gemeenten om openbare ruimtes volledig energieneutraal te maken tot een spel waarbij kennisoverdracht over duurzame energie en bewegen hand in hand gaan.

De spanning liep hoog op tijdens dit event. De tien genomineerden presenteerden hun afstudeeropdrachten met verve voor een vakjury bestaande uit juryvoorzitter Thom de Graaf, voorzitter van de Vereniging van Hogescholen, Hugo Brouwer, voormalig macro-econoom bij het ministerie van Economische Zaken en Paulien Herder, hoogleraar Engineering Systems Design bij de TU Delft. Naast de drie prijzen maakten zij ook kans op de publieksprijs, een reischeque ter waarde van Euro 250 aangeboden door Internoord Reizen in Groningen. Jimmy Pieterson en Hester van Haalen, studenten van de Avans Hogeschool kregen de meeste stemmen van het publiek en namen deze prijs in ontvangst.

Uiteindelijk koos de jury als eersteprijswinnaar voor de Sustainable Transformed Energy Plant van Sander, Matthijs en Arianne. Zij werkten deze afstudeeropdracht uit voor Royal HaskoningDHV. Juryvoorzitter Thom de Graaf roemde deze afstudeeropdracht vanwege de creativiteit, actualiteit, goede technische, juridische én financiële analyse. Tweede prijswinnaar Ludo Stanziani won met het concept Ik Zit. Deze servicetool biedt gemeenten inzage hoe zij energie kunnen besparen door het gebruikersgedrag te beïnvloeden. Volgens jurylid Hugo Brouwer blonk dit idee uit in uitvoerbaarheid en vernieuwendheid onder andere ten aanzien van welke partners hierbij betrokken moeten worden. Tot slot legde Stingo Huurdeman beslag op de derde prijs met zijn afstudeeropdracht voor Heijmans Utiliteit om circulaire gevelelementen te ontwikkelen. "In deze afstudeeropdracht is ook goed gekeken naar de verschillende verdienmodellen en sociale aspecten van het circulair bouwen (100 procent recyclebaar) van gevelelementen", aldus jurylid Paulien Herder.

Naast de presentaties van de tien genomineerden hield de vorige prijswinnaar van 2013, Erik Bozelie, een gepassioneerd verhaal over wat er gebeurt na het winnen van de prijs. Zijn idee, de slimme radiator-upgrade, die ervoor zorgt dat minder gas wordt verbruikt en de energierekening dus naar beneden gaat, ligt inmiddels bijna in de schappen. Reden voor Dagvoorzitter Art Rooijakkers om het eerste exemplaar alvast te bestellen! DJ Jonas van der Vlugt sloot deze zomerse dag swingend af.
Uitdagende afstudeeropdrachten op het gebied van duurzaamheid en de beste hogeschoolstudenten uit alle hoeken van Nederland die het tegen elkaar opnemen.

Dat is in het kort de GasTerra Energizer Award (GTEA). Aardgashandelaar GasTerra organiseerde voor de zesde keer de GTEA. Deze editie konden studenten zelf een afstudeeropdracht indienen voor de vrije categorie of een afstudeeropdracht uitwerken voor één van de vijf partners: Enexis, Heineken, Heijmans, Royal HaskoningDHV en het UMCG.

Groninger Forum: gemeente en NAM op hoofdlijnen akkoord

De gemeente Groningen en NAM zijn op hoofdlijnen akkoord met de aanpak van het Groninger Forum. Om het gebouw aardbevingsbestendig te maken is ervoor gekozen om de hoofddraagconstructie van het gebouw te versterken volgens de huidige voorliggende NPR-richtlijn. Gemeente en NAM gebruiken de komende weken voor een nadere uitwerking en detaillering van de afspraken, zodat uiterlijk in september een definitieve overeenkomst kan worden gesloten.

NAM en gemeente zijn akkoord over de versterking van het gebouw en de vertragingskosten. Gezien de detaillering die nog moet plaatsvinden doen NAM en gemeente in deze fase geen uitspraken over met het akkoord samenhangende bedragen. In de komende weken zullen de afrondende gesprekken plaatsvinden in samenwerking met het Ministerie van Economische Zaken. De gemeente Groningen heeft hoofdaannemer BAM ondertussen gevraagd voorbereidingen te treffen voor het aardbevings­bestendig bouwen van het Groninger Forum, dit om verdere vertraging te voorkomen. De bouw kan naar verwachting begin 2016 worden hervat.

De gemeente Groningen en NAM concluderen dat het goed mogelijk is om het Groninger Forum aardbevingsbestendig te bouwen. Als uitgangspunt voor het ontwerp en de realisatie geldt de huidige NPR. Deskundigen van constructeur ABT en aannemer BAM zijn tot de conclusie gekomen dat de versterking van de hoofddraagconstructie van het gebouw de beste oplossing is.

Het karakteristieke ontwerp van het gebouw blijft overeind. Wel zijn er beperkte aanpassingen noodzakelijk aan de ondergrondse parkeergarage en aan het gebouw zelf. De reeds gebouwde bovengrondse delen en de begane grondvloer moeten worden gesloopt en vernieuwd.

Stedin maakt energieverbruiksdata op postcodeniveau toegankelijk

Vanaf 1 juli 2015 publiceren Stedin en de andere energienetbeheerders de gemiddelde verbruiksdata van gas en elektriciteit per postcode. Deze gegevens zijn geanonimiseerd en samengevoegd, zodat ze niet naar individuele huishoudens herleidbaar zijn. Met het openbaar maken van deze data, zoals is afgesproken in het nationaal energieakkoord van de Rijksoverheid, bekrachtigd Stedin haar faciliterende rol in de energietransitie.

 Alle geïnteresseerden kunnen deze informatie combineren met andere data, zoals bijvoorbeeld gegevens van het kadaster, waardoor specifieke doelgroepen te benaderen zijn met producten en diensten op het gebied van energiebesparing. Het doel hiervan is het verminderen van het energieverbruik in Nederland. Het verstrekken van de verbruiksdata is een van de onderdelen uit het nationaal energieakkoord waarin is afgesproken om jaarlijks 1.5% energie te besparen.

In het energieakkoord is voorgesteld om informatie die nuttig is voor de energietransitie vanuit de netbeheerders actief openbaar te maken. Dit geeft nieuwe mogelijkheden om energie te besparen. Daarmee wordt een bijdrage geleverd aan de nationale energiebesparingsdoelen. Tegelijkertijd vergroot dit de economische bedrijvigheid en biedt het kansen voor ondernemers om diensten en producten op dit gebied aan te bieden.

De verbruiksdata zijn beschikbaar op postcodeniveau en zijn vooral bedoeld voor marktpartijen, overheden en lokale energie-initiatieven. De informatie kan ook gebruikt worden door geïnteresseerden die het verbruik van hun wijk of postcode willen vergelijken met andere postcodes. De verbruiksdata van Stedin zijn te vinden via de link: www.stedin.net/zakelijk/open-data.

Smappee Pro: de slimste energiemonitor voor het MKB

Smappee, een leverancier van innovatieve oplossingen voor duurzamer energieverbruik, introduceert Smappee Pro: een oplossing voor het monitoren en beheren van het energieverbruik bij mkb-bedrijven met meerdere vestigingen. Met deze slimme energiemonitor kunnen nu ook kleinere ondernemingen real-time bijhouden hoeveel energie zij precies verbruiken, zowel per toestel als per locatie, en de apparatuur op afstand aan- of uit schakelen. Op die manier houden zij én het verbruik én de kosten binnen de perken. Door hun gedrag met behulp van Smappee Pro te ‘verduurzamen’, helpen zij mee de klimaatverandering op lange termijn tegen te gaan.

Ondernemers en energiemanagers hebben onder meer toegang tot de webportaal en mobiele app (beschikbaar voor Android en iOS) van Smappee Pro, die real-time informatie tonen over de energiestromen en -kosten op de diverse vestigingen. Zo kunnen zij bijvoorbeeld zien hoeveel energie de airco en verlichting verbruiken en wat de bijbehorende kosten op een gegeven moment zijn.

De mobiele app van Smappee Pro verstuurt ook tips en adviezen om gebruikers te helpen energie te besparen. Tevens zijn er dataminingtools beschikbaar waarmee het energieverbruik, de energiebesparing en de CO2-voetafdruk zijn in te zien.

Met de Smart Logic-functies van Smappee Pro kunnen gebruikers geautomatiseerde schema’s en commando’s creëren, waardoor het ene toestel het andere kan in- of uitschakelen of apparatuur bij zonsopkomst kan worden aangezet en bij zonsondergang weer kan worden uitgezet.

Smappee Pro meet de productie van zonne-energie, zodat gebruikers precies weten wanneer, waar en hoeveel energie er real-time geproduceerd wordt. De monitor visualiseert ook de kostenbesparingen die het gebruik van zonne-energie oplevert, waardoor ondernemingen kunnen zien wat het rendement van het plaatsen van zonnepanelen is.

Smappee Pro is beschikbaar vanaf juli 2015. De richtprijs bedraagt 599 euro, installatie- en dataopslagkosten.

maandag 6 juli 2015

Vier jaar op rij minder CO2-uitstoot door supermarkten

De supermarktbranche heeft ook in het jaar 2014 de doelstelling van 2% energiebesparing ruimschoots overtroffen. De energiebesparing bedroeg bijna 3%. Van 1995 t/m 2014 heeft de supermarktbranche een totale efficiencyverbetering van 30,6 %-punten gerealiseerd. Hiermee is 442 kton CO2-emissie vermeden. Dit staat gelijk aan de uitstoot van een file van Utrecht naar Florence, zo’n 1350 km.

In 2010 is binnen het CBL afgesproken om de belasting van de branche op het milieu te verminderen met jaarlijks 2%. De productie, distributie en verkoop van levensmiddelen is energie-intensief. Energiebesparing en gebruik van duurzame energie zijn daarom een prioriteit voor supermarkten, toeleveranciers en transporteurs. Binnen het CBL hebben de supermarkten de ambitie uitgesproken om in 2020 20% energieverbetering te realiseren ten opzichte van 2010. Dit betekent dat de branche jaarlijks 2% bespaart op energie. De afgelopen jaren is de jaarlijkse doelstelling elk jaar gehaald. Voor de periode 2013-2014 leverde dit een energie efficiency-verbetering op van 2,9 procentpunt.

In 2014 kochten supermarkten 898.356 miljoen kWh aan duurzaam opgewekte elektriciteit in. Hiermee is het aandeel duurzaam ingekochte elektriciteit 57% in de totale elektriciteitbehoefte in 2014. Hiermee loopt de branche vooruit op de doelstelling om in 2020 tenminste gebruik te maken van 20% duurzaam geproduceerde energie.

De energiebesparende maatregelen in de supermarktsector worden vooral genomen bij het koelen & vriezen, verlichting en verwarming. Voor supermarkten en groothandels zijn tal van energiebesparende maatregelen mogelijk in de winkel of het distributiecentrum. Bijvoorbeeld door gebruik van led-verlichting of andere energiezuinige verlichting of een sluis bij de ingang die ervoor zorgt dat de temperatuur in de winkel constant blijft.


Ook stekkerdoos wordt slim

Tijdens het mastervak ‘Interactive Technology Design’ (ITD) van de Delftse faculteit Industrieel Ontwerpen bouwden studenten aan de hand van zes onderwerpen concrete prototypes van producten. Een van de resultaten is de slimme wasbak ‘Tappy’, die de gebruiker met interactieve technologie stuurt in het gebruik.
De sociale stekkerdoos’ ontworpen door een ander groepje studenten dient hetzelfde doel. ‘Deze stekkerdoos, voor gebruik op flexwerkplekken,  maakt van het gebruik van stroom een sociaal proces en geeft de gebruiker feedback. Daardoor worden mensen zich meer bewust van het feit dat ze stroom verbruiken en in welke mate’, legt van der Helm uit.

Gasunie en Groningen Seaports willen aanvoer van vloeibaar aardgas in de Eemshaven mogelijk maken

Gasinfrastructuurbedrijf Gasunie en Groningen Seaports gaan de mogelijkheden onderzoeken om in de Noord-Groningse Eemshaven infrastructuur aan te leggen waarmee LNG per schip kan worden aangevoerd, gelost en in gasvorm geinjecteerd in het gastransportnet. Beide partijen hebben daartoe een overeenkomst gesloten. Met een LNG-faciliteit in de Eemshaven worden de mogelijkheden voor de import van aardgas uitgebreid nu het aanbod van gas uit het Groningen-veld verder terugloopt. Gasunie gaat samen met marktpartijen onderzoeken welke technische, logistieke en commerciële concepten geschikt zijn. Groningen Seaports onderzoekt de mogelijkheden van een locatie in de Eemshaven.

LNG kan per schip uit de hele wereld worden aangevoerd, bijvoorbeeld uit het Midden-Oosten, verschillende delen van Afrika, Noorwegen, de Verenigde Staten en Australie. Nederland beschikt al over een LNG-faciliteit, namelijk de Gate terminal bij Rotterdam. Aanvullende initiatieven, zoals die in de Eemshaven, zouden onze energievoorziening over een nog grotere variëteit aan bronnen en aanvoerroutes helpen te spreiden. Mede door de ontwikkelingen in Groningen en Europa is het van belang aan nieuwe mogelijkheden te blijven werken.

In Groningen wordt niet alleen aardgas gewonnen; ook komt via deze provincie veel gas binnen via internationale pijpleidingenverbindingen met Noorwegen, Duitsland en Rusland. Met behulp van stikstof kan hoogcalorisch gas uit het buitenland en uit andere productielocaties in Nederland geschikt worden gemaakt voor de Nederlandse huishoudens. Die zijn namelijk ingesteld op laagcalorisch Groningen-gas. Stikstofbijmenging gebeurt ook nu al, en extra productiecapaciteit is gepland. Ook LNG kan op die manier in ‘huishoudgas’ worden omgezet. Dit kan een vermindering van de gaslevering vanuit het Groningenveld helpen opvangen.

In de nabijheid van de Eemshaven is voldoende gastransportcapaciteit beschikbaar om het aardgas nationaal en internationaal te vervoeren. Dit maakt de Eemshaven tot een zeer geschikte locatie voor de aanvoer van LNG. Door de goede aansluiting op het gastransportsysteem van Gasunie in het noorden kan de Eemshaven bijdragen aan een efficiënte verruiming van de LNG-aanvoer naar Nederland en Noordwest-Europa. Zij kan daarbij complementair functioneren aan de bestaande Gate terminal van Gasunie en Vopak in Rotterdam. De Eemshaven is bij uitstek geschikt voor LNG-activiteiten. Er is voldoende ruimte en de terreinen zijn aangesloten op havenbekkens die verbinding bieden met de open zee.

LNG wordt, anders dan gas per pijpleiding, verhandeld op een wereldmarkt. Er komt steeds meer LNG beschikbaar, doordat op veel plaatsen in de wereld, onder andere de Verenigde Staten, Australië en Qatar, de komende jaren nieuwe productiefaciliteiten in gebruik worden genomen. De verwachting is dat dit tot lagere prijzen voor LNG zal leiden, waardoor LNG steeds sterker kan concurreren met aardgas dat per pijpleiding wordt aangevoerd. Nu al is in Europa dit effect merkbaar. Bovendien wil de Europese Commissie een sterke positie van LNG in Europa bevorderen. Niet alleen als schonere brandstof voor transport over weg en water, maar ook omdat zij LNG belangrijk vindt voor Europa’s energieonafhankelijkheid. Door het vergroten van de keuzemogelijkheden wordt de inkooppositie van energiegebruikers versterkt.

Mede hierom zien marktpartijen in Europa een interessante toekomst voor LNG. Gasunie baseert de ontwikkeling van infrastructuur altijd op de behoeften in de markt en zorgt daarmee voor een solide investeringsbasis. Marktverkenning vormt een belangrijk deel van het haalbaarheidsonderzoek.