Pagina's

dinsdag 31 december 2013

Kachel omlaag kan honderden euro’s schelen

Juist als de r in de maand is, kunt u besparen. De kachel een graad lager zetten en een extra trui aantrekken, kan al 170 euro per jaar schelen. Ook als u er warmpjes bij wil zitten, kunt u de energierekening verlagen.
De winter is met milde temperaturen begonnen. Dat is winst voor onze portemonnee: de stookkosten gaan omlaag. Volgens analyses van Weeronline.nl beleven we een iets nattere en een fractie warmere winter dan normaal. De temperatuur ligt in december een halve tot een hele graad boven het gemiddelde in deze periode. Aan voorspellingen voor januari en februari waagt Weeronline zich nog niet.
Vorig jaar begon de winter ook mild. In de maand december gebruikten huishoudens 12 procent minder gas dan normaal voor deze periode. Dat zou al ruim 25 euro op de rekening schelen, becijferde energiebedrijf Nuon. Januari begon en eindigde ook zacht, maar er waren ook twee weken met vorst. Een koudegolf kan de besparing weer teniet doen.


Subsidie voor aanschaf van innovatie CV-ketel

Vanaf medio januari 2014 kunnen huishoudens in de provincie Gelderland tweeduizend euro subsidie ontvangen voor de aanschaf of huur van een HRe-ketel. Deze innovatieve ketel wekt niet alleen warmte op, maar tegelijkertijd ook elektriciteit. Door deze unieke samenwerking van de provincie Gelderland met GasTerra kunnen tienduizend huiseigenaren in Gelderland tegen relatief lage kosten een thuiscentrale aanschaffen die zeer efficiënt warmte en groene stroom produceert. Gelderland is de eerste provincie in Nederland die een HRe-project van dergelijke omvang realiseert.
Nieuwbouwwoning met jonge bomen; bron provincie GelderlandMet een HRe-ketel kunnen huishoudens zo’n vijftien procent energie(kosten) besparen en een aanzienlijke vermindering van CO2-emissies bereiken. Daarnaast zet de HRe-ketel gas met nagenoeg honderd procent in elektriciteit om. Door de ketel deels te voeden met groen gas produceert elk huishouden dat in Gelderland gebruik maakt van de subsidieregeling op jaarbasis met 200 m3 groen gas zo’n 2.000 kilowattuur groene stroom. Een gemiddeld huishouden gebruikt per jaar 3.300 kilowattuur aan stroom.
GasTerra gaat het gas dat in tienduizend HRe-ketels wordt omgezet in elektriciteit vergroenen door het aankopen van groengascertificaten, zoals dat ook in de elektriciteitsmarkt met groene stroom gebeurt.
Deze subsidieregeling past in een breed pakket van projecten en maatregelen van de Provincie Gelderland die bijdragen aan de doelstellingen van het Gelderse programma Energietransitie. Gelderland streeft de doelstelling na jaarlijks twee procent energie te besparen en in 2020 veertien procent hernieuwbare energie op te wekken.

woensdag 12 juni 2013

Wiek II tekent voor realisatie burgerwindpark

De realisatie van een burgerwindpark op bedrijventerrein De Grift met windturbines die genoeg stroom leveren om 9.000 huishoudens jaarlijks van stroom te voorzien. Dat is het streven van stichting Wiek II, gevormd door Izzy Projects en de Gelderse Natuur en Milieu Federatie. Vanmorgen tekenden de gemeente Nijmegen en de stichting een intentieovereenkomst om een windturbinepark verder tot ontwikkeling te brengen. Windenergie vormt een belangrijke bijdrage in het streven van de gemeente Nijmegen om in 2045 energieneutraal te zijn.
De partijen in stichting Wiek II beschikken over de expertise om een concreet ontwikkelplan op te stellen voor het windpark, waarmee de technische en economische haalbaarheid wordt aangetoond. De coöperatie WindpowerNijmegen gaat participanten werven in Nijmegen en omgeving; burgers en bedrijven investeren in de molens en profiteren van rendement en goedkope groene stroom. Deze manier van werken sluit aan bij de wens van de gemeente om op het vlak van duurzame energie nadrukkelijk de mogelijkheid te bieden tot burgerparticipatie.
Op basis van onderzoek door de initiatiefnemer van het burgerwindpark zal in samenspraak met gemeente Nijmegen, gemeente Overbetuwe, overige (private) grondeigenaren, omwonenden en belanghebbenden worden bepaald welke windmolens er komen, hoeveel het er worden en op welke plek ze komen te staan.
De coöperatie streeft er (in eerste instantie) naar met de turbines op Nijmeegs grondgebied per jaar een gezamenlijk vermogen van 10 tot 15 megawatt te realiseren. Dat betekent dat zo’n 9.000 huishoudens lokale windstroom kunnen afnemen.
Het ontwikkelplan wordt na de zomer van 2013 opgeleverd. Op basis van het ontwikkelplan wordt een samenwerkingsovereenkomst gesloten met de gemeente om contractuele afspraken te maken over het vervolg en een start te kunnen maken met het bestemmingsplan.
De gemeente zal in de tussentijd starten met het opstellen van een milieueffectrapportage (MER). Een eerste stap in de MER-procedure is het opstellen van een notitie Reikwijdte en Detailniveau. In deze notitie, die de gemeente op dit moment opstelt in samenwerking met de gemeente Overbetuwe, staat welke milieueffecten worden onderzocht en tot welk detailniveau.
Vorige maand werd op de beoogde locatie van het burgerwindpark een 70 meter hoge meetmast opgericht. Die verzamelt een jaar lang windgegevens aan de hand waarvan het verwachte rendement van de uiteindelijke turbines kan worden berekend. De verwachting is dat de windturbines in 2016 operationeel zijn.
Gemeente Nijmegen wil in de toekomst ook op andere locaties windturbines realiseren. De Grift is binnen het huidig geldende beleid de enige locatie in Nijmegen waar direct (zonder aanpassing van provinciaal beleid) windturbines ontwikkeld kunnen worden.

Zonnepanelen ondanks heffing nog steeds aantrekkelijk

De importheffing op Chinese zonnepanelen die de Europese Commissie vanaf 6 juni 2013 invoert, benadeelt consumenten en staat haaks op het voornemen om de aanschaf van zonnepanelen te stimuleren. De Consumentenbond adviseert consumenten om zich door de importheffing niet te laten afschrikken. Het is met deze heffing nog steeds aantrekkelijk om zonnepanelen aan te schaffen.
De Consumentengids van juni laat zien dat consumenten een gemiddeld systeem bij de huidige elektriciteitsprijzen in ongeveer 9,5 jaar terugverdienen. Met de voorlopige importheffing van 11,8% wordt dat nauwelijks een jaar langer, aangezien de kosten van de panelen niet de totale investering van een zonne-energiesysteem vormen. Bovendien is er nu nog volop landelijke subsidie beschikbaar, waarmee consumenten 15% van het aankoopbedrag van zonnepanelen kunnen terugkrijgen.
Op dit moment is er sprake van een voorlopige importheffing van 11,8%. Als onderhandelingen tussen de Europese Unie en China voor 6 augustus 2013 niet het gewenste resultaat opleveren, gaat vanaf die datum de heffing flink omhoog, naar gemiddeld 47%. De Consumentenbond is net als een meerderheid van de Europese lidstaten tegen een definitieve importheffing.

dinsdag 11 juni 2013

Tauw gaat samenwerken met Atrivé

Atrivé heeft een samenwerkingsovereenkomst gesloten met advies- en ingenieursbureau Tauw.  Tauw en Atrivé zullen samen optrekken op het gebied van Energie en Duurzaamheid en bij de thema’s Wonen & Wijken en Gebied.
Atrivé B.V. blijft zelfstandig en houdt zijn eigen unieke  manier van van dienstverlening . Voor opdrachtgevers betekent deze samenwerking dat beide bedrijven nog beter zijn toegerust op nieuwe vraagstukken . Tauw en Atrivé zullen vanuit deze samenwerking bezien of gezamenlijk nieuwe markten kunnen worden betreden of ontwikkeld.
Het komende jaar wordt gebruikt om kansen van deze samenwerking uit te bouwen. Meer concreet vinden Tauw en Atrivé elkaar op korte termijn in de eerste initiatieven op het terrein van duurzaamheid, gebiedsontwikkeling, asbest en nieuwe verdiencombinaties.


Ruim een ton voor innovatieve en duurzame projecten

Voor twee innovatieve en duurzame projecten uit het midden- en kleinbedrijf is een subsidiebedrag van in totaal meer dan een ton beschikbaar. Er gaat geld naar de projecten van Negotica Developments uit Groningen en ESD-SIC uit Delfzijl. De twee subsidies zijn afkomstig uit het programma Innovatief en Duurzaam MKB Groningen. Het loket voor subsidieaanvragen is inmiddels gesloten omdat het budget uitgeput is.
Negotica Developments krijgt 32.000,- euro voor de ontwikkeling van een nieuw systeem waarmee mensen met een lichamelijke beperking via het brein thuis zelfstandig functies kunnen uitvoeren (bediening van bijvoorbeeld gas of licht). ESD-SIC (75.000 euro subsidie) is van plan industriewater van AkzoNobel te hergebruiken bij het productieproces van siliciumcarbide; een hard materiaal dat gebruikt wordt voor slijpen en polijsten.
Het subsidieprogramma Innovatief en Duurzaam MKB Groningen bestaat sinds 1 januari 2013 en is een groot succes. In tijden waarin het voor veel ondernemers lastig is om een krediet bij banken te krijgen is het verstrekken van deze subsidie een belangrijke steun in de rug. Op dit moment is er in totaal ongeveer 1 miljoen euro aan subsidies verleend. Ook is er al 2 miljoen euro aan aanvragen binnen gekomen. Het totaal beschikbare subsidiebudget is nu uitgeput.

Geen dak, toch zonnepanelen

Hoewel ze niet over een eigen dak beschikken, kunnen Nederlanders die in flats of appartementen wonen vanaf nu toch duurzame energie opwekken met zonnepanelen. Dit wordt mogelijk gemaakt door bedrijven die hun lege daken ter beschikking stellen voor het plaatsen van zonnepanelen van particulieren. De panelen die gefinancierd worden door honderden tot duizenden particulieren vormen vervolgens samen echte zonne-energiecentrales.
De stroom die de panelen opwekken, wordt gebruikt door eigenaren van de daken. Die betalen de reguliere energieprijs voor de geproduceerde energie, wat als rendement wordt uitgekeerd aan degenen die in de panelen hebben geïnvesteerd.
De non-profit stichting 1miljoenwatt en energieleverancier Essent starten het eerste project samen met de FC Groningen en de gemeente Groningen. De laatste twee partijen stellen het dak van voetbalstadion Euroborg ter beschikking, waarop 1.120 panelen komen te liggen. De voetbalclub neemt de stroom af, die hierbij wordt opgewekt. Het dak wordt definitief omgebouwd als er voldoende particulieren zijn die aan het project willen meedoen.
De panelen op het dak van Euroborg moeten het startschot vormen van een bredere beweging, zegt voorzitter Sven Pluut van 1miljoenwatt: ‘In Nederland woont meer dan 50% van de mensen in gestapelde bouw of is niet in het bezit van een eigen dak. In Amsterdam is dat zelfs meer dan 80%. Voor deze doelgroep kunnen vele lege daken in ingezet worden voor collectieve zonne-energieprojecten.’
Essent-CEO Erwin van Laethem: ‘Met dit concept bieden wij overheden, de energiesector, bedrijfsleven en particulieren de mogelijkheid in Nederland samen heel wat daken om

maandag 10 juni 2013

Enexis opent energieneutraal kantoor in Zwolle

Enexis heeft op 5 juni 2013 een nieuw regiokantoor in Zwolle geopend. Het gebouw is energieneutraal en voldoet aan de hoogste duurzaamheidseisen en heeft het BREEAM Excellent ontwerpcertificaat gescoord. De opening werd verricht door gedeputeerde Rietkerk van de provincie Overijssel en burgemeester Meijer van Zwolle. De opening van het nieuwe kantoor van Enexis, dat ruimte biedt aan ruim 200 medewerkers, vindt plaats in een breder kader, waarbij betaalbaarheid, duurzaamheid en het nieuwe Werken centraal staan. Dat geldt ook voor de regiokantoren in Maastricht en Venlo, die vorige week officieel geopend werden.
De gevels van het nieuwe gebouw zijn gemaakt van composiet. Deze zijn in hun vorm zonwerend en voorkomen dat het extreem goed geïsoleerde gebouw te veel opwarmt door directe zoninstraling. Een van de opvallende gedeelten in het nieuwe kantoor, dat is ontworpen door Atelier Pro, is het centrale atrium. Dit zal, met een getemperd buitenklimaat waaruit verse ventilatielucht wordt getrokken, gaan werken als een groene ‘long’. In de winter werkt deze ‘long’ als een wintertuin, terwijl in de zomer het glasdak open kan en het een binnentuin wordt. De planten in de groene ‘long’ zuiveren het fijnstof uit de ventilatielucht. Door het relatief grote dakvlak van de bedrijfshal kan voldoende energie op het dak worden opgewekt door PV-cellen. In combinatie met een Warmte Koude Opslag (WKO) zorgt dit ervoor dat het gebouw energieneutraal is.​

FC Groningen en OrangeGas verlengen sponsorcontract

Tijdens het eerste lustrumfeest van OrangeGas ondertekenden Geert Kuiper, Sales Manager FC Groningen, en Marcel Borger, directeur OrangeGas, het sponsorcontract voor het seizoen 2013-2014. Met deze verlenging wordt de goede samenwerking en relatie tussen beide partijen voor het 4e seizoen op rij bekrachtigd en uitgebreid. Zo is OrangeGas komend seizoen de nieuwe balsponsor van de FC.
Speerpunt binnen FC Groningen is het thema Groen en Duurzaamheid. Dit traject is al een tijd terug ingezet maar FC Groningen zal zich hiermee in de toekomst nog sterker presenteren. Niet alleen met hoofdsponsor Essent, maar ook met OrangeGas zal FC Groningen intensief samenwerken om deze groene en duurzame ambities verder vorm te geven. “Samen op weg naar een Happy Planet”, aldus Marcel Borger.
Hans Nijland rijdt zelf in een Groengasauto. Net als de rest van de directie en de technische staf. Op dit moment worden ook de jonge talenten van FC Groningen op Groengas van OrangeGas vervoerd in VW Caddy’s. FC-directeur Nijland is overtuigd van de kracht van duurzaamheid. De volgende stap is om nu ook de complete spelersgroep én de supporters te laten overstappen op Groengasauto’s.

Provincie weigert omgevingsvergunning Windpark Groetpolder

De provincie Noord Holland geeft géén omgevingsvergunning af aan Windpark Groetpolder voor het oprichten van veertien nieuwe windturbines van tachtig meter hoogte.
Dat heeft de provincie aan de initiatiefnemers van het Windpark laten weten. De omgevingsvergunning was in april 2012 aangevraagd, maar de beslissing van de provincie op de vergunning werd aangehouden vanwege de op handen zijnde wijzigingen in de provinciale regelgeving voor Wind op Land.
Volgens die gewijzigde regelgeving, die uiteindelijk op 17 december 2012 door Provinciale Staten werd vastgesteld, is het in Noord-Holland niet meer mogelijk nieuwe windturbines te plaatsen. Momenteel bereidt de provincie wel nog een uitvoeringsregeling herstructurering voor, waardoor solitaire windmolens en verouderde opstellingen gesaneerd kunnen worden. Daarbij kunnen maximaal de helft van het aantal masten worden teruggebouwd in een nieuw windpark dat moet bestaan uit minimaal zes windturbines.
Groetpolder is van mening dat het windpark in aanmerking komt voor de overgangsregeling die bij de gewijzigde regelgeving bestaat. Die regeling bepaalt echter ook dat een aanvraag dan al vóór 11 april 2011 moet zijn ingediend, omdat op dat moment het coalitieakkoord werd gepresenteerd waarin het restrictieve beleid voor windmolens op land werd aangekondigd. De aanvraag voor een omgevingsvergunning op basis van de overgangsregeling is door Groetpolder na 17 december 2012 uiteindelijk doorgezet omdat de uitvoeringsregeling voor herstructurering pas later in 2013 kan worden vastgesteld.
De provincie heeft de initiatiefnemers wel laten weten dat ze niet noodzakelijk afwijzend staat tegen een gewijzigde aanvraag op basis van herstructurering, zolang aan de eisen van de op te stellen regeling kan worden voldaan.

zaterdag 8 juni 2013

Stedin stoomnetwerk in Rotterdamse Botlek feestelijk geopend

De Rotterdamse wethouder Alexandra van Huffelen (oa duurzaamheid) heeft afgelopen week het Stedin stoomnetwerk officieel in gebruik genomen. Dat deed zij dinsdag 4 juni tijdens een feestelijke ceremonie. Het unieke, kilometers lange netwerk in de Rotterdamse Botlek verbindt stoomleverancier AVR met stoomgebruiker Emerald Kalama Chemical (EKC). Door het netwerk gaan de bedrijven efficiënter om met energie, besparen geld én wordt een aanzienlijke CO2-reductie gerealiseerd.
Op 1 mei 2013 vond het eerste ‘echte’ stoomtransport plaats, nadat in februari 2012 de bouw gestart was. Het stoomnetwerk in de Rotterdamse Haven tussen AVR en EKC is slechts het begin. Stedin kan het stoomnetwerk nog flink uitbreiden en ook tussenliggende bedrijven aansluiten. Hierdoor kan op termijn tot wel 400.000 ton CO2-uitstoot in Rotterdam worden gereduceerd.
Ook in havens en industriegebieden elders in Nederland en wereldwijd kan Stedin door middel van een netwerk voor stoomuitwisseling een belangrijke bijdrage leveren aan een duurzame toekomst. Meer over het Stedin Stoomnetwerk is te vinden op www.stedin.net/stoom.

vrijdag 7 juni 2013

Tekenwedstrijd Tekenen voor wind

Altijd al eens de windturbine waar u vaak langs rijdt van dichtbij willen bekijken? Of nog liever van binnen? Het kan tijdens de Open Winddag op zaterdag 15 juni. Op verschillende locaties in Nederland zijn dan windprojecten opengesteld voor het publiek en is er iemand aanwezig die iets kan vertellen over de pracht en kracht van de turbine en over windenergie in het algemeen. Kinderen kunnen die dag meedoen aan de tekenwedstrijd 'Kinderen tekenen voor wind' en leuke prijzen winnen. De Open Winddag wordt georganiseerd door de Nederlandse Wind Energie Associatie (NWEA).
Op de Open Winddag kunnen kinderen meedoen aan de tekenwedstrijd 'Kinderen tekenen voor windenergie'. Kinderen kunnen zelf kiezen of ze een van de kleurplaten inkleuren of een vrije tekening maken over windenergie. De kleurplaten en uitleg over de wedstrijd zijn te vinden op www.nwea.nl/kleurplaat.
Tekeningen kunnen worden ingeleverd bij de turbines die meedoen aan Open Winddag of tot 15 juli worden opgestuurd naar NWEA, Korte Elisabethstraat 6, 3511 JG in Utrecht. Alle tekeningen dingen mee naar één van de leuke prijzen: één van de 40 leuke knuffels (beschikbaar gesteld door Green Giraffe Energy Bankers) (tot 8 jaar), één van de vijf experimenteerdozen ('weerstation' of 'klimaatverandering') (9 tot 13 jaar) of één van de vijf boekjes 'Help! Vleugje de lucht in' over windenergie.
Deze 2e Nederlandse Open Winddag is een initiatief van de Nederlandse Wind Energie Associatie NWEA en vindt plaats op de Global Wind Day, 15 juni. Een dag eerder, op 14 juni, vindt in Ossendrecht een symposium plaats, met excursie naar het gloednieuwe windpark Kreekrakslui.
Er staan in Nederland ongeveer 2.000 moderne windturbines op land en 96 op zee, samen goed voor de duurzame stroom van meer dan twee miljoen huishoudens. De overheid streeft naar 6.000 megawatt opgesteld windvermogen op land én minstens 5.000 megawatt op zee in 2020, meer dan genoeg voor alle Nederlandse huishoudens. Windenergie is goedkope duurzame energie, schoon (geen uitstoot van stikstof of CO2) en maakt Nederland minder afhankelijk van energie uit het buitenland

Tijdelijk kantorenpark speeltuin voor schone technologie

Vijftien afgedankte woonboten krijgen een duurzame make over en worden voor 10 jaar op voormalige scheepswerf De Volharding in Amsterdam geplaatst. De boten vormen straks het tijdelijke kantorenpark De Ceuvel, waarmee een uniek stadslandbouwproject met gesloten kringloop en hergebruik van reststromen gerealiseerd wordt.
Architecten space&matter en Marjolein Smeele zijn de initiatiefnemers voor de herontwikkeling van de scheepswerf en Metabolic, een duurzaamheidsadviesbureau, maakte het ontwerp. InnovatieNetwerk (onafhankelijk onderdeel van het Ministerie van Economische Zaken) stak vanwege het ambitieuze karakter van het ontwerp geld in een haalbaarheidsstudie. Joost Reus van InnovatieNetwerk: "Wat ontbreekt aan veel stadslandbouwprojecten is een gesloten kringloop en hergebruik van reststromen. Die heb je hier wel."
Steeds wordt gekozen voor de hoogste mate van duurzaamheid die financieel nog haalbaar is. De boten worden allereerst geïsoleerd en voorzien van een duurzaam warmtesysteem en groene daken. Straks zijn de boten zelfvoorzienend in warmte en elektriciteit en wordt ook het eigen afvalwater (van keuken, toilet en badkamer) gezuiverd en voedingsstoffen uit de afvalstromen weer ingezet voor voedselproductie. De vervuilde grond van de voormalige scheepswerf De Volharding waarop de boten geplaatst worden, zal door speciale bodemzuiverende planten als olifantsgras over tien jaar schoner zijn dan nu.
De verwachting is dat De Ceuvel een aantrekkelijke omgeving kan zijn voor bedrijven die duurzame, nieuwe technologieën willen uittesten. Metabolic werkt hiervoor o.a. al samen met Waternet.
De duurzame verbouwing van de woonboten, waarvoor de groep ondersteuning krijgt van vrijwilligers, is zichtbaar aan de rand van het NDSM terrein in Amsterdam-Noord van mei t/m september 2013.

Energieverbruik huishoudens sterk regionaal bepaald

In verstedelijkte provincies, en dan vooral in Noord- en Zuid-Holland ligt het verbruik van gas en elektriciteit per woning lager dan elders in Nederland. Dit komt door de relatief kleinere woningen en huishoudens en de inzet van stadsverwarming. Ook zorgt de dichtheid van wonen en werken voor minder vervoerskilometers per inwoner en een lager verbruik van motorbrandstoffen.
De provinciale verschillen in het energieverbruik van huishoudens hangen samen met regionale kenmerken zoals de grootte van huishoudens, samenstelling van de woningvoorraad, verstedelijking en klimaat. Doorgaans ligt het gasverbruik per woning hoger in de provincies met de -naar verhouding - grootste woningen. Het maakt daarbij wel uit of die woning in het koude noorden of in het warmere zuiden staat. De provincies met de grootste huishoudens kennen doorgaans het hoogste elektriciteitsverbruik per woning. Ten slotte is het verbruik ten behoeve van vervoer het laagst in de meest dichtbevolkte provincies. Deze verschillen maken het zinvol om het energiebeleid per regio vast te stellen.
In alle provincies is er nog veel werk te verzetten om te voldoen aan nieuwe (Europese) doelstellingen omtrent efficiënter energiegebruik. Dit heeft ook invloed op de regionale economie. Het doorvoeren van verbeteringen in de eigen woning biedt huishoudens een effectieve manier om meer geld vrij te spelen voor andere doeleinden. Verder helpt het de provincies om hun energie- en duurzaamheidsdoelstellingen te halen. Tegelijkertijd zorgt de gewenste energietransitie voor kansen in sectoren als de bouw en zakelijke dienstverlening.

donderdag 6 juni 2013

Actie zonnepanelen Soest loopt voorspoedig

De tweede slotactie voor aanschaf van zonnepanelen met het Soester bewonerscollectief Zonaanbidders is wederom succesvol. De actie loopt eind deze week af. Vooral de lage prijs trok 45 huishoudens over de streep, meldt de Gooi en Eemlander. Landelijk zijn zonnepanelen tien procent duurder geworden door een politieke rel over een dreigende Chinese importheffing. Maar Soesters hebben er geen last van, omdat Zonaanbidders een deal gesloten heeft met het plaatselijke installatiebureau Etech. Dat levert de panelen uit zijn bestaande voorraad tegen de oude, lagere prijs.

Hoogleraar Bouwkunde wint internationale Award voor wind engineering

Prof.dr.ir. Bert Blocken, hoogleraar bij Bouwkunde, heeft de junior Award van de International Association of Wind Engineering (IAWE) gewonnen. Meer dan 140 landen zijn bij de IAWE aangesloten en ieder land kan een onderzoeker voordragen. Jaarlijks reikt IAWE een junior en senior award uit. De eerstgenoemde award is bedoeld voor onderzoekers tot veertig jaar en Blocken presteerde het beste in die categorie. De IAWE-tak in Canada droeg hem voor. Blocken werkte eerder een jaar in Canada.
Wind engineering bestudeert de interactie tussen de wind in de atmosferische grenslaag en de constructies in de lagere regionen van die grenslaag. Hierbij kun  je denken aan onderwerpen als luchtverontreiniging, stadsklimaat, windbelastingen op gebouwen en voertuigen, natuurlijke ventilatie, windenergie en sportaerodynamica.
Blocken heeft gewonnen vanwege zijn uitzonderlijke internationale en nationale bijdragen aan wind-engineeringonderzoek, -onderwijs en -valorisatie. Bij het criterium onderzoek speelde het publicatie- en citatierecord van Bert Blocken een belangrijke rol, met vijftien ISI journal-publicaties in het afgelopen jaar. Hij won eerder verschillende 'Best paper' en 'Top cited author'-awards en organiseerde twee grote conferenties binnen zijn vakgebied. Op het gebied van onderwijs werden de oprichting en het doceren van twee wind-engineeringvakken aan de TU/e genoemd, de onderwijsprijs van bachelorstudenten en zijn rol in de stichting en organisatie van de internationale Urban Physics School. Valorisatie omvatte de succesvolle uitvoering van een aantal grote projecten, zoals de windstudie voor de haven van Rotterdam (Maasvlakte 1 en 2) en Climate Proof Cities, waarin de klimaatadaptatie van Nederlandse steden wordt onderzocht.
De award wordt tijdens een officile ceremonie uitgereikt tijdens de European-African Conference on Wind Engineering, in het Engelse Cambridge. Tijdens die conferentie -van 7 tot 11 juli- is Blocken ook n van de keynote-sprekers.

Nieuwe windmolens ook buiten Súdwest-Fryslân

De provincie Friesland moet meer ruimte zoeken voor windmolens. Nu landt de nieuwbouwopgaaf vrijwel volledig binnen Súdwest-Fryslân in twee forse zoekgebieden. De provincie stelde onlangs haar ambities naar boven toe bij en gaat nu uit van 525 MW. Mogelijk loopt dit aantal nog verder op.
De gemeente Súdwest-Fryslân vindt een uitbreiding van zoekgebieden voor windmolens noodzakelijk. Daarom zijn, met de kennis van nu, de eerder in mei 2012 geformuleerde kaders bijgesteld in de Bijgestelde Notitie Windenergie. Belangrijkste vraag: welk deel van de provinciale opgaaf kan binnen Súdwest-Fryslân een plek krijgen en welke aanpak vraagt dit dan? Het college legt de notitie op 10 en 11 juni 2013 voor aan de raadscommissie Doarp, Stêd en Omkriten. De raadsbehandeling vindt plaats op 27 juni 2013.
Burgemeester en wethouders vinden dat er een scherpere focus moet ontstaan rond de keuze van gebieden voor windenergie. Waar wel, waar niet. Bij de keuze voor een fors windcluster in het IJsselmeer, een locatie waar rijk en provincie ruime kansen zien, is nieuwbouw in het merengebied niet gewenst. In het Waddengebied is - vanwege wettelijke kaders - plaatsing van windmolens uitgesloten. Dit vraagt om een aanpak in het kleigebied, het noordelijk deel van de provincie vanaf de Kop Afsluitdijk tot aan Dokkum. Ook dan komt Súdwest-Fryslân in beeld.
Binnen deze opzet is een verder onderzoek naar de aanpak in het IJsselmeer mogelijk. Vanuit het rijk is het project Windpark Fryslân in gang gezet. Er zijn nog veel vragen rond de haalbaarheid van deze locatie. Zo zet de gemeente vraagtekens bij de forse aanpak die de initiatiefnemer hier mogelijk vindt (250-400 MW). Eerste verkenningen wijzen in de richting van een bescheidener opzet. Wel gaat het ook bij een beperktere aanpak, bijvoorbeeld 240 MW, toch nog om 40 molens met een vermogen van 6 MW per molen. Het college heeft zijn twijfels over de aanpak bij het rijk onder de aandacht gebracht in een zienswijze op de Rijksstructuurvisie Wind op Land. Het college vindt dat bij nader onderzoek ook aandacht moet zijn naar gevolgen voor natuur en recreatie. Ook aspecten als sanering van bestaande molens en (financiële) participatie zijn van belang. Als een windpark in het IJsselmeer toch mogelijk is, is een breed ingezette gebiedsontwikkeling noodzakelijk.
Voor het kleigebied zal de provincie nu eerst tot een uitbreiding van zoekgebieden moeten komen. Wel ziet het college mogelijkheden om in samenhang met drie bestaande clusters  - in de zone Kop Afsluitdijk tot aan Bolsward - opschaling of aanpassing te onderzoeken. Het gaat dan om de gebieden Hiddum Houw (tussen Zurich en Cornwerd), Windpark A7 (bij Witmarsum) en Beabuorren (bij Tjerkwerd), waar de huidige eigenaren ook zelf met plannen rondlopen. Dit vraagt wel om meer duidelijkheid van de provincie over de invulling van het omliggende gebied. Ook hier kan, met name bij Hiddum Houw, de invulling van windenergie in samenhang met gebiedsontwikkeling aan de orde komen in combinatie met aspecten als sanering en participatie.
Als er meer duidelijk is over de mogelijkheden, kunnen ook gesprekken met de inwoners in de gebieden opgestart worden en kunnen er met initiatiefnemers serieuze afspraken gemaakt worden. 

woensdag 5 juni 2013

Ook Ploumen betreurt besluit Europese Commissie tot heffing op zonnepanelen

Minister Ploumen (Buitenlandse Handel) betreurt het besluit van de Europese Commissie om een voorlopige antidumping heffing in te stellen op zonnepanelen uit China. Vorige week heeft Ploumen met Eurocommissaris voor handel De Gucht gesproken over dat Nederland tegen de heffing op zonnepanelen. Zij verwacht dat de maatregel zonnepanelen aanzienlijk duurder zal maken voor Nederlandse bedrijven en consumenten.
'De afgelopen jaren is de vraag naar zonnepanelen in ons land juist sterk gestegen, omdat de panelen door Chinese concurrentie steeds goedkoper werden', aldus Ploumen. 'Een groeiend aantal bedrijven en huishoudens zag de voordelen van duurzame zonne-energie. Dit heeft bovendien voor toenemende werkgelegenheid gezorgd in de installatiebranche.'
De komende zes maanden zal de Europese Commissie het antidumping onderzoek voortzetten, om te komen tot een voorstel voor een definitieve heffing. Nederland zal zich, samen met gelijkgezinde landen, blijven verzetten tegen een dergelijke maatregel. Op 11 juli a.s. zal minister Ploumen met een aantal grote Nederlandse bedrijven uit de zonnesector om de tafel gaan zitten om te bespreken wat de beste strategie is.

Groningen brengt kansen windenergie in kaart

Welke plekken in Groningen bieden de beste kansen om windenergie op te wekken? Dat staat op de nieuwe Kansenkaart Wind. Aan de hand van deze uitkomsten gaat het gemeentebestuur in gesprek met de provincie om gezamenlijk de mogelijkheden van het gebruik van windenergie in Groningen verder te verkennen.
“Groningen heeft een verkennend onderzoek gedaan naar wat er op het gebied van windenergie mogelijk is in de stad en Ten Boer. De Kansenkaart Wind is hier het resultaat van”, licht wethouder Jan Seton toe. “Er is onder andere zorgvuldig nagegaan welke afstand er tussen windturbines en bebouwing moet zijn, om zo min mogelijk overlast in de directe omgeving te veroorzaken. Negen gebieden zijn na deze afweging over gebleven, waarna er een beoordeling heeft plaats gevonden langs een aantal criteria. Dit heeft geresulteerd in vier zoekgebieden. Op 5 juni zal de Kansenkaart Wind worden besproken met de raad. De gemeente wil samen met de provincie de afweging maken hoe op een verantwoorde manier met windenergie omgegaan moet worden in de regio. De Kansenkaart Wind is daarbij een goed instrument. Het uiteindelijke doel is dat gemeente en provincie op duurzaam, economisch én ruimtelijk gebied gezamenlijk tot een kwalitatieve oplossing komen.”
Om ook in de toekomst de stad leefbaar en betaalbaar te houden, heeft de gemeente Groningen in 2010 als ambitie uitgesproken om in 2035 energieneutraal te zijn. Dit dient niet alleen een schone stad, maar ook een betaalbare stad. Daarnaast biedt het de mogelijkheid om minder afhankelijk te worden van de stijgende prijzen van fossiele energie. In het uitvoeringsprogramma Groningen geeft Energie is afgesproken dat deze ambitie ook door middel van windenergie behaald gaat worden. Extra bedrijvigheid levert bovendien meer banen op. Naast werkgelegenheid biedt dit ook kansen voor bepaalde locaties in de stad waar in een lager tempo - of momenteel helemaal niet meer - ontwikkeld wordt. Duurzame energieopwekking is in deze situatie een aantrekkelijk alternatief. Daarnaast heeft de gemeenteraad in april het college van B&W verzocht de provincie een ‘Gronings bod’ te doen ten aanzien van windenergie.

Extra windturbines in Zutphen

Het college van burgemeester en wethouders heeft de projectopdracht voor de realisatie van windturbines verstrekt. In deze opdracht is een plan van aanpak opgenomen. De gemeente Zutphen laat op dit moment een zogenaamde quick scan uitvoeren, met onder andere: mogelijke locaties, inpassing en financiering. Daarbij is het totale grondgebied in de gemeente Zutphen in beeld. Bewoners, buurgemeenten, belangenverenigingen en andere overheden worden goed bij het proces betrokken. De gemeente verwacht in november meer duidelijkheid over voorkeurslocaties te hebben.
Het doel is om extra windturbines te plaatsen. De gemeente Zutphen heeft hierin vooral een regierol. Zij plaatsen de turbines niet zelf. De gemeente bereidt voor en faciliteert. Daarna is het aan 'de markt' om de windturbines daadwerkelijk te realiseren.
Draagvlak voor windenergie is belangrijk. In Zutphen zijn veel voorstanders van windenergie te vinden. Naast draagvlak kunnen mensen ook participeren in dit project door zich bijvoorbeeld aan te sluiten bij ZET, de Zutphense energie transitie. Dit is het lokale coöperatieve energiebedrijf, dat als doel heeft inwoners, bedrijven en organisaties in Zutphen van duurzame energie te voorzien of mensen in projecten te laten participeren.
De drie windturbines die nu aan de rand van de stad staan, leveren de energie voor ongeveer 5% van de huishoudens en bedrijven in Zutphen. Met nieuwe windturbines worden dit er nog veel meer. Windenergie is een schone manier van energiewinning en de windturbines zijn nodig om de ambitie te bereiken om een schonere en groenere gemeente te worden. Zutphen wil energieneutraal worden. Dit betekent: in Zutphen zo min mogelijk energie verbruiken en de energie die nodig is zoveel mogelijk duurzaam en binnen de gemeentegrenzen opwekken.

Vraag via een mupi een warmtescan aan!

Sinds kort kunnen Utrechters bij een zogeheten mupi, een verlichte, interactieve reclamezuil, een warmtescan opvragen van hun woning. Deze laat zien of er uit je huis veel warmte weglekt, dus of isolatiemaatregelen zin hebben. De mupi staat de komende week op de hoek van het Vredenburg/Achter Clarenburg. Wethouder De Rijk neemt de mupi vanmiddag symbolisch in gebruik. Vanmiddag wordt ook de tweede voortgangsrapportage van 'Utrechtse Energie!' gepresenteerd, het programma van de gemeente dat initiatieven van bedrijven en bewoners ondersteunt.
Utrecht bruist van de energie-initiatieven, zo blijkt uit de voortgangsrapportage. Buren schaffen samen zonnepanelen aan, scholen wekken voor een hele straat zonne-energie op, supermarkten dekken hun koelkasten af en kantoren besparen grootschalig energie. Op de mupi is ook een filmpje te zien van alle energie-initiatieven in de stad. De mupi komt de komende maanden op acht verschillende plekken in de stad te staan.
Bedrijven werken samen via branches (hotels, winkeliers en de zorgsector) of per gebied zoals bedrijventerrein Lage Weide. Herman Schiltkamp, directeur warmtebouw op Lage Weide: "Een groen en vitaal Lage Weide is van grote waarde voor de stad. Het maakt ons aantrekkelijk als vestigingsplaats voor bedrijven". Ook de kantoren op Rijnsweerd werken samen, vooral bij de ontwikkeling van bodemenergie en energiebesparing.

dinsdag 4 juni 2013

UNETO-VNI teleurgesteld over importheffing zonnepanelen

Brancheorganisatie UNETO-VNI is teleurgesteld over het besluit van de Europese Commissie om een importheffing in te stellen op Chinese zonnepanelen. De installateursvereniging vreest omzetdalingen en banenverlies als gevolg van het besluit.
Voorzitter Titia Siertsema van installateursvereniging UNETO-VNI vindt het besluit van de Europese Commissie onverstandig. Voorzitter Titia Siertsema: 'De groei van de zonnepanelenmarkt was de laatste tijd onstuimig, we vrezen dat de importheffing ons terugwerpt in de tijd. De importheffing komt op een bijzonder ongelukkig moment. Zonnepanelen leveren installateurs de laatste tijd extra veel werk op in een markt die hard wordt getroffen door de crisis in de bouw. De omzet in zonnepanelen hebben zij momenteel keihard nodig.'
Dat de Europese Commissie heeft besloten tot een voorlopige heffing van 11% maakt volgens UNETO-VNI nauwelijks verschil. Siertsema: 'Deze importheffing creëert onrust in de markt en dat is precies wat we niet kunnen gebruiken.' UNETO-VNI hoopt dat er de komende maanden via besprekingen tussen de Europese Unie en China alsnog een einde wordt gemaakt aan de importheffing. De brancheorganisatie zal dit krachtig bepleiten, zowel in Den Haag als in Brussel via de Europese koepelorganisatie. Als er geen overeenstemming komt tussen de EU en China gaat de voorlopige importheffing van 11% na 2 maanden automatisch omhoog naar een gemiddelde van 47,6%.
De voorzitter van UNETO-VNI constateert ook dat de overheidsdoelstellingen voor duurzame energie als gevolg van de importheffing in gevaar komen. Siertsema: 'Dankzij de beschikbaarheid van Chinese zonnepanelen daalt de prijs van zonnepanelen al jaren en neemt de belangstelling van consumenten snel toe. Door een importheffing gaar de terugverdientijd weer omhoog, terwijl we net op het punt staan om grid parity te bereiken, het punt waarop stroom uit zonnepanelen dezelfde prijs heeft als stroom uit het stopcontact.'

Stedin klaar met uitbreiding en modernisering hoofdstation Middelharnis

Netbeheerder Stedin heeft in de gemeente Goeree-Overflakkee weer een belangrijke stap gezet naar een robuuste elektriciteitsvoorziening. Deze maand rondde Stedin het werk af aan het uitgebreide en gemoderniseerde hoogspanningsstation Middelharnis. Hiermee is er meer leveringszekerheid voor bewoners en ondernemers op het eiland.
Stedin is in 2007 gestart met een investeringsprogramma van meer dan €100 miljoen voor het elektriciteitsnet op Goeree-Overflakkee. De netbeheerder heeft de afgelopen jaren diverse vernieuwingen gerealiseerd zoals het verzwaren van zogenoemde middenspanningskabels, het ontkoppelen van lokale netten en het verhogen van de capaciteit van de bestaande hoogspanningslijn van Klaaswaal naar Goeree-Overflakkee.
Het station op de Oudelandsedijk in Middelharnis is het centrale knooppunt van de elektriciteitsvoorziening op het eiland. Hier komt de bestaande hoogspanningslijn vanuit de Hoeksche Waard binnen en wordt de energie verder getransporteerd over het hele eiland naar verdeelstations in Stellendam en Ooltgensplaat. Stedin is tot en met 2015 bezig om ook deze twee stations uit te breiden en te moderniseren.
Stedin heeft €11 miljoen in het station Middelharnis geïnvesteerd. Er is een extra zogenoemde 50/13 kV transformator geplaatst en alle installaties zijn nu geautomatiseerd en op afstand bedienbaar voor de netbeheerder. Dat betekent dat de impact en duur van een toekomstige uitval wordt beperkt. Daarnaast is het station gereed gemaakt voor het aansluiten van de toekomstige 150kV hoogspanningsverbinding die vanuit Geervliet op Voorne-Putten onder het Haringvliet richting Goeree-Overflakkee wordt aangelegd.
Op Goeree-Overflakkee is een groot potentieel voor duurzame elektriciteitsopwekking in de vorm van wind, zon, biobrandstoffen en getijdenenergie aanwezig. Deze bronnen leveren duurzame energie terug aan het net van Stedin, waardoor eveneens extra capaciteit noodzakelijk is. De duurzaam opgewekte stroom kan zo via de nieuwe verbindingen getransporteerd worden naar andere delen van Nederland via de nieuwe verbindingen.

Energieprijzen slaan voorjaarsdip over

Terwijl gasprijzen door een lagere vraag in het voorjaar doorgaans sterk dalen, is hiervan dit jaar door de relatief lage temperaturen geen sprake. In heel Europa blijft de behoefte aan verwarming groot en blijven voorraadvorming en prijsdalingen uit. De relatief hoge gasprijzen lijken in de komende maanden moeiteloos over te gaan in een stijgende vraag naar elektriciteit voor koeling. De olieprijzen blijven binnen een nauwe bandbreedte, mede doordat de impact van wereldwijd economisch herstel achterblijft. Tot en met 2015 is - ook door aanhoudende overproductie - sprake van een gematigde daling van olieprijzen. Aanhoudende onrust binnen de OPEC kan leiden tot een hogere volatiliteit van olieprijzen, concludeert ABN AMRO in haar Energie Monitor.
De OPEC wordt geconfronteerd met drie belangrijke dillema’s. Zo is de organisatie bezig met de opvolging van haar secretaris-generaal. Wanneer hiervoor binnen afzienbare tijd geen oplossing komt, kan oplopende onzekerheid resulteren in een hogere volatiliteit van olieprijzen. Bovendien heeft de OPEC nog geen passend antwoord op de opkomst van schalieolie in de Verenigde Staten en Canada. Producenten als Saudi-Arabië beschouwen dit als een waardevolle extra energiebron, terwijl andere landen schalieolie als een bedreiging zien. Daarnaast worstelt de OPEC met de vraag hoe zij moet omgaan met de ambitie van Irak om de olieproductie in de komende jaren bijna te verdrievoudigen. Een sterke stijging van de productie leidt of tot een aanzienlijk overaanbod - en dus lagere prijzen - of de productie in andere OPEC landen moet aanzienlijk worden verlaagd.
Het gebrek aan een duidelijk energiebeleid - niet alleen lokaal, maar vooral in een internationaal perspectief - resulteert eveneens in onzekerheid. Individuele belangen voeren de boventoon, terwijl samenwerking een cruciale voorwaarde is om tot een evenwichtige energiemix te komen. Dit is noodzakelijk om internationale doelstellingen ter vermindering van de CO2-uitstoot te realiseren. Daarnaast kan samenwerking investeringen in nieuwe technologie stimuleren. Dit is van wezenlijk belang om een stabiel aanbod van energie te waarborgen gedurende de transitie naar een 100 procent duurzaam energieaanbod in 2050. Zolang Europese leiders de handen niet ineenslaan, blijven nationale overheden zich focussen op hun eigenbelang. Hogere energieprijzen in Europa hebben echter een negatief effect op de concurrentiepositie met de VS. Dit is een thema dat tijdens de komende Europese top naar verwachting op de agenda staat.

Ezie bepaalt de totale energiekosten van een woning

Met de introductie van Ezie beschikt de woningmarkt voortaan over een instrument dat nauwkeurig voor elk huishouden zijn eigen specifieke energiegebruik (in eenheden en euro's) voorspelt. Bovendien biedt deze nieuwe online tool de bewoners een onderbouwing in euro's of investeringen in energiebesparende maatregelen rendabel zijn en welke rendabel zijn. Ezie, ontwikkeld door Cauberg-Huygen, kan in tegenstelling tot het Energielabel of de EPC-berekening, een uitgebreid en realistisch beeld schetsen van het totale energiegebruik in een specifieke woning.
Als de bouwwereld de bewoner echt wil verleiden om een zuinig huis te kopen of om in energiebesparende maatregelen te investeren, moet zij kunnen hard maken wat de besparing is. Met Ezie kunnen de marktpartijen die besparingen nauwkeurig uitrekenen en garanderen. Diverse marktpartijen hebben daarom al interesse getoond. Partijen als BAM en Heijmans zullen Ezie in de praktijk gaan toepassen. Zo start Heijmans deze week met de verkoop van woningen in de derde fase van nieuwbouwproject Almere Green Poort. Daarbij zal deze projectontwikkelaar als eerste in Nederland zijn huizen mede op basis van de maandelijkse woonlasten gaan aanbieden. Met behulp van Ezie kan Heijmans elke potentiële koper exact voorrekenen wat zijn werkelijke, maandelijkse energiekosten worden in de nieuwe woning.
Een berekening via Ezie is niet alleen gebaseerd op de energetische staat van de woning, maar ook op de gezinssamenstelling en het bewonersgedrag. Juist dit verfijnde inzicht maakt dat Ezie een realistische voorspelling biedt van het totale energiegebruik. Bovendien kan de bewoner via de website www.ezie.com zijn verbruik steeds narekenen, bijvoorbeeld als hij nieuwe investeringen in energiebesparende technieken heeft gedaan of wilt zien waar hij zinvol kan besparen. Ezie werkt volledig online en leidt de gebruiker stapsgewijs, snel en zeer grafisch door een wirwar van energiegebruikers in de woning.
Maar niet alleen een projectontwikkelaar of bewoner kan deze tool gebruiken. Juist ook woningcorporaties, installatiebedrijven of Energy Service Company's (Esco's) kunnen hiermee hun potentiële klanten laten zien wat de concrete voordelen zijn van een energiezuinig huis of energiebesparende maatregelen. Daarmee is Ezie een applicatie die professionele marktpartijen helpt bij het objectief vermarkten van de energetische prestatie van hun vastgoed. Veel beter dan een Energielabel ooit kan doen. Daarmee is Ezie een instrument dat verdergaat waar het Energielabel stopt en op verfijnde wijze voortborduurt op de methode die aan het Energielabel ten grondslag ligt.
Tot op heden, zo stelde Cauberg-Huygen vast, ontbreekt het aan instrumenten om het totale energiegebruik in woningen zorgvuldig uit te rekenen. Zo ontstaan er in de praktijk flinke verschillen tussen een berekende energieprestatie en de werkelijke prestatie en het energiegebruik van de gebouwgebonden installaties. Daarnaast nemen bestaande instrumenten niet al het energiegebruik in een woning mee. De huidige rekenmethodes houden geen rekening met gebruikersgedrag of met de samenstelling van huishoudens. Zo blijkt dat er tussen gelijke woningen met verschillende gebruiksprofielen verschillen in energiegebruik kunnen optreden tot wel een factor 10 tot 15.
Voor de samenstelling van Ezie heeft Cauberg-Huygen diverse genormeerde rekenmethodes en onderzoeksresultaten uit de afgelopen jaren gebruikt. Het resultaat is een online tool die snel een betrouwbare indicatie geeft van de maandelijkse energielasten én de potentiële besparingen in euro's bij specifieke, energiebesparende maatregelen. Vervolgens kan de gebruiker binnen deze tool de indicatie verfijnen en verbeteren tot een nauwkeurige voorspelling van zijn specifieke situatie door spelenderwijs meer gegevens in de vullen over zijn woning, zijn huishouden en het energiegedrag. Bij iedere aanvulling of aanpassing van de gegevens zijn de consequenties direct te zien in concrete euro’s en ook nog gespecificeerd naar gas, elektriciteit en waterverbruik.

maandag 3 juni 2013

Enexis maakt slim laden elektrische auto’s mogelijk

Netbeheerder Enexis ontwikkelt samen met GreenFlux een oplossing die het slim laden van elektrische auto’s voor iedereen toegankelijk maakt. ‘Slim’ betekent dat er zo met de beschikbare netcapaciteit omgegaan wordt, dat consumenten altijd op tijd hun accu vol kunnen laden, zelfs wanneer grote groepen consumenten tegelijkertijd op dezelfde plek willen ‘tanken’. Beide organisaties ontwikkelen samen een open protocol, een systeem dat in 2014 kan functioneren. Met de ontwikkeling van het protocol wordt de laatste stap gezet richting standaardisatie van een Europees oplaadsysteem en geeft daarmee extra stimulans aan een grootschalige uitrol van elektrisch vervoer.
Met Smart Charging wordt ingespeeld op de individuele èn de grootschalige laadbehoeftes, waarbij rekening wordt gehouden met een optimale inpassing van duurzame energie en het vermijden van piekbelastingen in het elektriciteitsnet: de extra belasting van het net wordt ‘intelligent’ opgevangen. Om te voorkomen dat partijen die bij de verdere ontwikkeling van Smart Charging betrokken zijn gesloten systemen op gaan leveren, hebben Enexis en GreenFlux besloten een open protocol op te stellen. Zonder zo’n open protocol bestaat het gevaar dat Smart Charging jaren vertraging oploopt vanwege het ontbreken van een algemeen geaccepteerde standaard. In het protocol is gedefinieerd welke marktrollen op welke wijze met elkaar communiceren om Smart Charging mogelijk te maken. Dit protocol kan door alle partijen in Nederland en daarbuiten worden geadopteerd en eventueel door andere partijen worden doorontwikkeld.
Het nieuwe protocol kan worden gezien als een verlengstuk van het protocol voor de aansturing van laadpalen dat door de Stichting e-laad is ontwikkeld en wereldwijd hoge ogen gooit. André Postma, manager Mobile Smart Grid bij Enexis: ‘ Dit concept wordt breed gedragen in de hele e-mobility wereld, op deze wijze is Enexis het eerste netwerkbedrijf dat dit ook daadwerkelijk tot uitvoer brengt’. Het door Enexis en GreenFlux ontwikkelde protocol is geschikt om wereldwijd te worden gelanceerd en ervoor te zorgen dat dit op grote schaal gebruikt en geadopteerd gaat worden.

Emmen investeert in LED-verlichting

De gemeente Emmen gaat dit jaar ruim 400.000 euro investeren in LED-verlichting op straat. Voor 4 ton wordt bestaande verouderde openbare verlichting vervangen door de nieuwste LED-verlichting. Met de nieuwste LED-verlichting wordt energie bespaard en CO2-reductie gerealiseerd. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de milieudoelstellingen van de gemeente Emmen en wordt op onderhoudskosten bespaard.
Met dit bedrag worden ongeveer 450 lampen vervangen. Dit is ongeveer 2 procent van de lampen in de gemeente Emmen. De LED-verlichting is energiezuiniger dan de huidige verlichting, zorgt voor betere kleurherkenning, verbetert de sociale veiligheid en de LED-lampen gaan langer mee dan de gewone lampen. Na de zomervakantie wordt gestart met het vervangen van de verlichting. Er wordt op dit moment een uitvoeringsplan gemaakt waarin wordt beschreven in welke gebieden wanneer lampen worden vervangen.

vrijdag 31 mei 2013

Gemeente Eindhoven stimuleert elektrisch rijden

De gemeente Eindhoven gaat ook dit jaar subsidie beschikbaar stellen voor oplaadpunten voor elektrische auto’s op eigen terrein. Hiervoor is een bedrag van € 24.500,- beschikbaar en per aanvraag is maximaal € 500 beschikbaar als bijdrage. Er is dus geld voor 49 aanvragen in Eindhoven.
Elektrisch rijden is volop in ontwikkeling. Steeds meer particulieren en bedrijven gaan over tot de aanschaf van een elektrische auto. Om elektrisch rijden daadwerkelijk mogelijk te maken is het realiseren van laadinfrastructuur noodzakelijk. In Eindhoven zijn inmiddels meer dan 50 oplaadpunten in de openbare ruimte geplaatst. Hierbij gaat het enerzijds om strategische, drukkere locaties en anderzijds om verzoeklocaties bij particulieren en bedrijven die over een elektrische auto beschikken.
Uitgangspunt bij het realiseren van laadinfrastructuur is dat particulieren en bedrijven die beschikken over eigen terrein, bij voorkeur ook op eigen terrein kunnen opladen. Om dit te stimuleren is in 2012 subsidie beschikbaar gesteld om oplaadvoorzieningen voor elektrische voertuigen op eigen terrein te realiseren. Hier is in 2012 slechts mondjesmaat gebruik van gemaakt, maar gelet op de enorme toename van het aantal elektrische (en plug-in hybride) auto’s, is het de verwachting dat het aantal aanvragen in 2013 fors zal toenemen. Daarom is besloten de subsidie ook in 2013 voort te zetten. Er zijn al enkele subsidieaanvragen ingediend en ook is er al meerdere keren om nadere informatie gevraagd.
Als mensen niet over een eigen terrein beschikken, dan staat de gemeente Eindhoven onder bepaalde voorwaarden toe dat er oplaadpunten in de openbare ruimte worden geplaatst. In specifieke gevallen zoeken we mee naar maatwerkoplossingen om elektrisch rijden mogelijk te maken. Zo zijn we in overleg met de Provincie Brabant voor het plaatsen van 20 extra oplaadpunten in de openbare ruimte in Eindhoven.

Duizend MKB Energiescans in Overijssel uitgevoerd

In de periode november 2011 tot en met half mei 2013 zijn er bijna 1000 energiescans uitgevoerd bij MKB ondernemers in Overijssel. Dit geeft aan dat ondernemers geïnteresseerd zijn in het hebben van inzicht in hun energie gebruik en mogelijke maatregelen om dit gebruik te verlagen.
In de provincie Overijssel zijn deze scans uitgevoerd met het energiescan instrument van MKB-Nederland. Landelijk gezien zijn er al ruim 2.500 ondernemers die van dit instrument gebruik hebben gemaakt en 76% van de ondernemers geeft aan minimaal één maatregel uit te gaan voeren of uitgevoerd te hebben. De populairste maatregelen liggen op het gebied van verlichting, isolatie en verwarming. De economische impuls door dit project bedraagt naar verwachting circa € 7,2 miljoen met een gemiddelde besparing per bedrijf van ongeveer € 2.400,-- per jaar.Energie is een steeds belangrijker onderwerp binnen het bedrijfsleven vanwege het kostenaspect, maar ook vanwege de wens om de bedrijfsvoering te verduurzamen. Daarnaast hebben veel bedrijven de wettelijke plicht werk te maken van energiebesparing en maatregelen met een terugverdientijd tot 5 jaar uit te voeren. Voor de provincie Overijssel was er voldoende reden om extra in te zetten op het instrument van de energiescan. Ondernemers in het midden- en klein bedrijf krijgen hiermee op eenvoudige wijze inzicht in hun energiegebruik en de energiebesparende maatregelen die ze kunnen uitvoeren.
De energiescan wordt uitgevoerd door onafhankelijke energieadviseurs en MKB Nederland zorgt voor de administratieve afhandeling en de kwaliteitsborging van zowel de adviseurs als rapportages. De stap naar uitvoering werd vereenvoudigd door het beschikbaar stellen van financieringsinstrumenten zoals de geld-terug-actie en de MKB Energielening.
Ondernemers in Overijssel werden over deze mogelijkheden geïnformeerd vanuit MKB Nederland en de KvK. Daarnaast hebben gemeenten en de betrokken energie adviseurs projecten gestart om de regeling onder de aandacht van lokale ondernemers te brengen. De energiescan kon binnen dit project voor een bedrag van €200 aangevraagd worden, het resterende bedrag werd gesubsidieerd door de provincie Overijssel.
Na een trage opstart kwam er na een jaar een doorbraak. Per week werden steeds meer energiescans aangevraagd en de olievlek breidde zich uit tot het huidige aantal van 1.000 scans. Het project is hiermee een van de meest succesvolle energiescan projecten van Nederland. Vanwege dit succes is besloten de regeling voort te zetten tot eind 2013. De prijs voor de ondernemer gaat na 15 mei 2013 omhoog naar €250 maar als de energiebesparende maatregelen worden uitgevoerd, zijn deze kosten door de lagere energierekening snel terugverdiend. Voor het uitvoeren van de energiebesparende maatregelen blijven de huidige instrumenten van de geld-terug-actie en de MKB Energielening beschikbaar.

donderdag 30 mei 2013

Knauf Insulation 'Groen bedrijf van de maand'

De provincie Noord-Brabant heeft Knauf Insulation in Oosterhout uitgeroepen tot ‘Groen bedrijf van de maand’ mei. Gedeputeerde Johan van den Hout (ecologie) overhandigde de bijbehorende oorkonde aan directeur Marc Malherbe de Juvigny. 
De provincie Noord-Brabant draagt een warm hart toe aan economische initiatieven waarbij de zorg voor natuur en landschap en duurzaamheid hoog in het vaandel staat. Knauf Insultation onderscheidt zich in dat opzicht als een bedrijf waar duurzaamheid ‘in het DNA van de medewerkers zit’.
De vestiging in Oosterhout maakt deel uit van de internationale Knauf Groep, wereldspeler op het gebied van isolatiematerialen. Het familiebedrijf is in meer dan 50 landen actief, heeft meer dan 150 productielocaties en telt in wereldwijd meer dan 23.500 werknemers. In Oosterhout worden houtwolproducten en EPS geproduceerd. Ook de marketing voor de Benelux en de klantenafhandeling zijn er gehuisvest.
Marc Malherbe de Juvigny: Bij alles wat we hier in Oosterhout doen, stellen we ons voortdurend de vraag: kan het beter, kan het duurzamer? Dat geldt voor de koffiebekers die we gebruiken, de bedrijfsauto’s die we rijden, de energiezuinige led-verlichting in het bedrijf tot aan de waterbased verf die we gebruiken voor de houtwolplaten. Als iedereen op die manier meedenkt, zie je dat er heel veel kan, zonder dat het geld kost’.
Ook de ‘Green deal’ van Knauf met de gemeente Oosterhout heeft een rol gespeeld bij de uitverkiezing tot ‘Groen bedrijf van de maand’. Die deal houdt in dat Knauf Insulation de gemeente gratis haar kennis, kunde en relaties aanbiedt bij projecten die de gemeente aandraagt. Het eerste project wat samen met wethouder Peters is uitgekozen als Green Deal, is dat van de Stichting Milieu Educatie en Kinderboerderij, MEK. De daaruit voortvloeiende energiebesparing is aanzienlijk en leidt tot ongeveer 7.000 kg minder CO2 -uitstoot per jaar.

Duurzaamheidslening voor noordelijke woningbezitters

De provincies Groningen, Fryslân en Drenthe komen op 1 juni 2013 met een duurzaamheidslening. Particuliere woningeigenaren kunnen gebruik maken van de lening voor het nemen van energiebesparende maatregelen. De rente van de lening is maximaal 2,4 %. Dat is veel lager dan het rentetarief van banken. Aanvragen kunnen tot en met 31 december 2013 worden ingediend.
De aanvrager van een lening moet eigenaar én bewoner zijn van een woning in Noord-Nederland. Bijkomende voorwaarde is dat de woning vóór 1995 is gebouwd en opgeleverd. Het rentevoordeel bedraagt maximaal 3% korting op het actuele, commerciële rentetarief. De kosten voor de energiebesparende maatregelen moeten minimaal 2.500 euro bedragen. De lening is maximaal 15.000 euro. De rente staat vast gedurende de gehele looptijd van 10 tot 15 jaar. De eerste drie jaren zijn bovendien aflossingsvrij.
Kortom, het is het juiste moment om te investeren in energiebesparing. Zeker in combinatie met de tijdelijke BTW-verlaging van 6% en andere subsidies op bijvoorbeeld zonnepanelen.
Een uitgebreide omschrijving van de regeling, voorwaarden en het aanvraagformulier staan op www.snn.eu. Het Samenwerkingsverband Noord-Nederland verstrekt de leningen. Het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting is financiële partners voor de regeling. In totaal is 2,5 miljoen euro beschikbaar.
Veel woningbezitters stellen in deze onzekere tijden de verkoop van hun woning uit. In plaats daarvan investeren ze in waardebehoud. Bijvoorbeeld door het nemen van energiebesparende maatregelen. Uit onderzoek is gebleken dat particuliere woningeigenaren de afgelopen 3 jaar gemiddeld ruim € 4.000 investeerden.
De noordelijke provincies willen dit bedrag met de duurzaamheidslening verdubbelen. Uiteindelijk moet dit leiden tot lagere woonlasten, behoud van werkgelegenheid en innovatieve toepassingen in de bouw- en installatiesector.

woensdag 29 mei 2013

Amstelveen en Aalsmeer investeren in duurzame economie

Gemeente Amstelveen en Aalsmeer doen mee aan BiobasedConnections. Dit is een unieke samenwerking van elf bedrijven, onderwijsinstellingen en overheden om grondstoffen uit de levende natuur om te zetten tot duurzame producten. En zo een ‘biobasedeconomy’ in de regio te realiseren.
Met het project BiobasedConnections zetten de partners - Havenbedrijf Amsterdam, Schiphol Group, SADC, Afval Energie Bedrijf, Jagran, Hogeschool van Amsterdam, Universiteit van Amsterdam en de gemeentes Haarlemmermeer, Amsterdam, Amstelveen en Aalsmeer een belangrijke stap richting een duurzame biobasedeconomy. Het project richt zich op het versnellen van innovatie door partijen met elkaar te verbinden en onderlinge kruisbestuiving te bevorderen. Het project brengt het biobased netwerk in de metropoolregio in kaart. Ook stelt het project een ketenregisseur aan die zich richt op het verbinden van partijen met het doel tot gezamenlijke meerwaarde en spin-off van de projecten te komen.
Elke partner van BiobasedConnections voert een eigen project uit. Gemeente Amstelveen en Aalsmeer onderzoeken binnen het project twee businesscases: een biomassacentrale en een warmtenet in de regio Aalsmeer / Amstelveen. Een warmtenet gevoed met restwarmte van de biomassacentrale kan de tuinbouwsector helpen aan duurzame en betaalbare warmte. Dit helpt om energiekosten op lange termijn te beperken en stabiliseren. Ook produceert een biomassacentrale CO2 die door de tuinbouwsector gebruikt kan worden voor de teelt van de gewassen.
Een warmtenet gevoed door een biomassacentrale helpt ook bij het verduurzamen van woningen en bedrijven. Dit sluit aan bij de ambitie van de Amstelland Meerlanden regio om in 2040 energie neutraal te zijn. Dit betekent dat de hoeveelheid energie die dan in de regio gebruikt wordt, ook duurzaam wordt opgewekt.

‘Duurzaam’ collegebezoek aan Noordwest

Onlangs hebben college en directieraad van de gemeente Apeldoorn een bezoek gebracht aan Apeldoorn Noordwest met als thema duurzaamheid. In de Toekomstagenda 2013-2016 vragen de bewoners van Noordwest aan de gemeente en de wooncorporaties om bij renovatie- en nieuwbouwprojecten actief duurzaamheid te bevorderen. Dit om de kwaliteit van de woningen en het stadsdeel te borgen en de stijging van de woonlasten voor haar inwoners te beperken. Tijdens het bezoek is getoond wat er op dit gebied inmiddels allemaal gebeurt. Soms getrokken door de gemeente en/of de wooncorporaties, soms door bewoners of marktpartijen. Als eerste werd de Schildersbuurt in Orden bezocht. Hier heeft wooncorporatie De Goede Woning, samen met een consortium van bedrijven een unieke energienotaloos concept voor 188 sociale huurwoningen ontwikkeld. Dit project heeft landelijke aandacht. Na een korte waarderende blik op de nieuwbouw rondom winkelcentrum Orden, werd doorgereisd naar de wijk Berg en Bos. Hier heeft de wijkvereniging het initiatief genomen tot het collectief laten nemen van warmtefoto’s die de energielekken van woningen in beeld brengen. Bijna 100 woningen hebben hieraan meegedaan. Aansluitend werd een bezoek aan Kerschoten gebracht om kennis te nemen van het project ‘Kerschoten Energieneutraal’. Een ambitieus project van een aantal grote nationale bedrijven en Apeldoornse partijen om een plan op te stellen om een heel gebied in de bestaande bouw energieneutraal te maken. Gekeken wordt zowel naar het terugdringen van het energiegebruik als het duurzaam opwekken. Ook dit project heeft landelijke aandacht. Er was waardering voor de veelheid aan initiatieven en projecten op dit terrein en interesse voor de nieuwe technieken en concepten die op deze manier in Apeldoorn ontwikkeld worden.

dinsdag 28 mei 2013

Achterban natuur- en milieuorganisaties wil Nederlandse Energierevolutie

De overheid moet de aanjager zijn van de omslag in Nederland naar schone energie, maar mensen zijn ook bereid om zelf een steentje bij te dragen. Dat vinden meer dan 47.000 Nederlanders die afgelopen maand hebben meegedaan aan een achterbanraadpleging onder de leden en donateurs van Greenpeace, Milieudefensie, Natuur & Milieu en de Natuur en Milieufederaties, uitgevoerd door Ruigrok | NetPanel. ‘Het belangrijkste signaal is dat het principe van de vervuiler betaalt voor 93 procent van de achterban nog steeds staat als een huis’, zegt Tjerk Wagenaar, directeur van Natuur & Milieu. ‘Dit principe geeft de juiste prikkels aan bedrijven en consumenten voor duurzame keuzes en onze achterban steunt een radicale omslag naar een schonere energievoorziening in Nederland.’
Als het Europese emissiehandelssysteem blijft falen, moet de Nederlandse overheid zelf maatregelen nemen om de CO2-uitstoot terug te dringen, zo is 80 procent van de respondenten het eens met de natuur- en milieuorganisaties. Van de achterban is 77 procent het eens met de stelling dat energiebesparing verplicht moet worden voor bedrijven die minder doen dan beloofd.
Ook vindt 92 procent van de respondenten dat het opwekken van zonne-energie belastingvrij moet zijn. 64 procent gelooft dat windenergie gemakkelijker geaccepteerd wordt als omwonenden kunnen delen in de winst en 79 procent steunt verhoging van de kolenbelasting. Over biomassa is de achterban kritisch: 74 procent wil alleen biomassa inzetten als de uitstoot van broeikasgassen daardoor veel minder wordt. 
Afgezien van overheidsingrijpen, zijn mensen zelf ook bereid een bijdrage te leveren: 78 procent steunt de gedachte dat bedrijven én burgers moeten meebetalen aan investeringen in schone energie. Tweederde steunt beprijzing van autoverkeer en 83 procent van de respondenten wil BTW op vliegtickets en accijns op kerosine. Slechts 7 procent van de achterban vindt schaliegaswinning een goede oplossing en ook slechts 6 procent steunt de bouw van een nieuwe kerncentrale.
Tot nu toe wordt het debat over onze energievoorziening vooral gedomineerd door de belangen van een beperkte groep multinationals en energiebedrijven’, zegt Hans Berkhuizen, directeur van Milieudefensie. ‘In totaal hebben meer dan 47.000 mensen de moeite genomen om deze enquête in te vullen. Dat is een niet gering aantal en zij horen een stem te krijgen. Die stem moet tot uitdrukking komen in het uiteindelijke energieakkoord waar we in de SER over onderhandelen. Het is de hoogste tijd dat Nederland de omslag naar schone energie maakt.’

                                                                                                                        

Aantal goede groene stroomproducten stijgt

Vorige week heeft de HIER Klimaatcampagne de update van de Groene Stroom-checker toegelicht. Alle groene stroomproducten in Nederland zijn opnieuw onder de loep genomen. Hieruit blijkt dat het aantal goede groene stroom producten is gestegen van 13 naar 17. "Een positieve ontwikkeling. Blijkbaar zien steeds meer energiebedrijven dat de consument behoefte heeft aan echte groene stroom", vindt HIER-directeur Bart de Voogd.
De update van de Groene Stroom-checker komt een week nadat de Nederlandse Energie Maatschappij leveranciers van groene stroom betitelde als jokkebrokken. HIER wil benadrukken dat niet alle groene stroom slecht is. Daarom start HIER een campagne om de consument te laten overstappen op échte groene stroom. In de Groene Stroom-checker staan alle stroomproducten die in Nederland als groene stroom verkocht worden. Alle producten die voor minimaal 80% uit Nederlandse groene stroom bestaan, krijgen het oordeel goed. Zie www.hier.nu
HIER heeft alle energiebedrijven gevraagd uiterlijk 1 mei 2013 informatie aan te leveren over de samenstelling en herkomst van hun stroom van het afgelopen jaar. Op basis hiervan is de Groene Stroom-checker geactualiseerd. Uit de nieuwste gegevens blijkt dat er inmiddels 17 echte groene stroomproducten zijn, tegenover 13 vorig jaar. Dit zijn producten als Windstroom van de Windunie en Eneco, CO2 OK stroom van Nuon, Windkracht 220 van Essent en Greenchoice 100% wind.
Helaas blijkt ook dat de grijze producten die als groene stroom worden verkocht, nog grijzer zijn geworden. Deze producten zijn dus voor een groter deel vergroend met Noorse certificaten, waarvoor geen kilowattuur groene stroom extra wordt geproduceerd. Het gaat dan onder andere om Oxxio Budgetstroom, Duurzame elektriciteit van EON, Ecostroom van Eneco, Groenstroom van Nuon en groene stroom van Electrabel.

maandag 27 mei 2013

Wereldwijd groen gas uit afval met Nederlandse techniek

De door Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) ontwikkelde MILENA-technologie om groen aardgas, elektriciteit of vloeibare brandstoffen te winnen uit afval en biomassa wordt de komende jaren wereldwijd toegepast. ECN heeft daarvoor een licentieovereenkomst gesloten met Royal Dahlman, dat de technologie in verschillende landen en projecten gaat inzetten.
Het innovatieve aspect van MILENA is dat het allerlei soorten afval en biomassa kan omzetten in gas. In Petten werkte de testinstallatie onder meer op hout, sloophout, rijstkaf en sojastelen. Het energierijke gas dat de installatie produceert is voor meerdere toepassingen bruikbaar. Voor het opwekken van elektriciteit via gasturbines of warmtekrachtkoppeling, voor het maken van biodiesel of andere vloeibare transportbrandstoffen of voor het omzetten in bio-aardgas voor het gasnet. Op die manier levert MILENA een bijdrage aan het oplossen van zowel het afval- als het energieprobleem.
ECN heeft MILENA samen met haar partners ontwikkeld en getest. Om het gas dat uit de MILENA installatie komt onder meer van teer te zuiveren is de OLGA-technologie ontwikkeld. Royal Dahlman past beide duurzame technologieën toe. Momenteel wordt een proeffabriek voor de vergassing van afvalhout ontworpen, gedacht wordt aan een locatie bij HVC in Alkmaar. In India wordt een testinstallatie gebouwd om elektriciteit te winnen uit landbouwafval. In april koos het Engelse Energie Techniek Instituut (ETI) Royal Dahlman uit om met toepassing van MILENA en OLGA de meest efficiënte elektriciteitscentrale voor de vergassing van afval te ontwerpen.
'MILENA is de ontbrekende schakel om van biomassa bruikbaar gas te maken. De techniek van vergassing is al heel oud, maar het probleem was steeds dat het rendement zo laag was. Dat hebben we met MILENA opgelost,” zegt Ruud van den Brink van ECN. ,,In vergelijking met concurrerende technologieën kunnen we veel meer soorten afval en biomassa vergassen. Met het gas dat eruit komt kunnen we bijvoorbeeld bio-aardgas, maar ook biodiesel maken.'
Royal Dahlman heeft veel klanten die het gas via warmtekrachtcentrales willen omzetten in elektriciteit. In de toekomst wil het bedrijf er ook transportbrandstoffen of chemische producten van maken. ,,Elektriciteit kan ook opgewekt worden door windmolens of zonnepanelen, maar voor benzine en diesel is dit anders. Voor de verduurzaming van deze producten zijn duurzame koolstofbronnen als biomassa noodzakelijk. Voor de MILENA en OLGA technologie geldt dat Royal Dahlman deze zowel voor de elektriciteits- als de brandstofmarkt gaat toepassen,” aldus Jan-Willem Könemann van Royal Dahlman.
De licentieovereenkomst werd vrijdag 24 mei ondertekend door Frank Egas, directeur en eigenaar van Royal Dahlman, en Paul Korting, CEO van ECN.

Advies advocaat-generaal: geen schadevergoeding elektriciteitsbedrijven

Een vijftal elektriciteitsproductiebedrijven (GDF Suez Energie Nederland N.V., Nuon Power Generation B.V., Ee.On Benelux N.V., RWE Supply & Trading Netherlands B.V. en Delta Energy B.V.) kan geen aanspraak maken op schadevergoeding in een procedure tegen de Staat. Dat adviseert advocaat-generaal L.A.D. Keus vandaag de Hoge Raad. De elektriciteitsproductiebedrijven menen recht te hebben op schadevergoeding vanwege het vervallen van de regeling op grond waarvan zij voorrang hadden bij de toekenning van importcapaciteit. Het hof in Den Haag oordeelde in 2011 dat de bedrijven geen recht hadden op schadevergoeding. Tegen die beslissing stelden zij cassatieberoep in.
In het verleden heeft SEP, het toenmalige samenwerkingsverband van de elektriciteitsproductiebedrijven, langjarige contracten gesloten met buitenlandse elektriciteitsproducenten om de elektriciteitsvoorziening in Nederland zeker te stellen. De elektriciteitsmarkt is inmiddels op grond van een richtlijn van de Europese Unie (toen nog: de Europese Gemeenschap) geliberaliseerd. Daardoor zijn de bedoelde contracten voor de elektriciteitsproducenten prijstechnisch minder gunstig geworden. Bovendien moeten de elektriciteitsproducenten onder het nieuwe regime de (schaarse) invoercapaciteit voor elektriciteit met andere importeurs delen. Bij de uitvoering van de Elektriciteitsrichtlijn in Nederland is dat onder ogen gezien. De wetgever heeft toen echter geen aanleiding gezien voor een financiële tegemoetkoming van de elektriciteitsproductiebedrijven in verband met de lopende importcontracten. Wel heeft de wetgever toen geregeld dat de elektriciteitsproducenten over voldoende importcapaciteit zouden kunnen beschikken om de lopende contracten ‘uit te dienen’. Deze zogenoemde voorrangsregeling is door het Hof Van Justitie in Luxemburg echter in strijd geoordeeld met de Elektriciteitsrichtlijn, waardoor zij niet meer kon worden uitgevoerd en uiteindelijk is ingetrokken. De elektriciteitsproducenten vorderen op grond daarvan alsnog schadevergoeding.  
De advocaat-generaal heeft de Hoge Raad geadviseerd het arrest van het hof ’s-Gravenhage (LJN BU9031) in stand te laten. Uit de geschiedenis van totstandkoming van de betrokken wetten (de Elektriciteitswet 1998, de Overgangswet elektriciteitsproductiesector) blijkt dat de wetgever bewust ervoor heeft gekozen de elektriciteitsproducenten niet te compenseren voor de lopende contracten. Ook de zogenoemde voorrangsregeling was niet als een zodanige compensatie bedoeld. Bovendien was in de betrokken wetten bepaald dat de voorrangsregeling kon worden beperkt als zij op Europeesrechtelijke bezwaren zou stuiten. In verband met die beperking voorzag de wet niet in (vervangende) schadevergoeding. De vordering van de elektriciteitsproductiebedrijven kan daarom niet slagen. Weliswaar waren er tussen de Staat en de elektriciteitsproductiebedrijven bepaalde afspraken gemaakt, maar ook die afspraken waren van het nodige voorbehoud (onder meer van goedkeuring van het parlement en van de Europese Commissie) voorzien en de Staat heeft daarbij de totstandkoming van een geldige voorrangsregeling niet gegarandeerd.

Eendagsadvies helpt elektrische Eend op weg

Hoe verander je een trage en lawaaiige Lelijke Eend in een soepel rijdende elektrische auto? En hoe zorg je dat die de strenge keuringen door de RDW doorstaat en de weg op mag? Ondernemer Leen de Bodt van ZEV Parts uit Gouda is een handige monteur, maar over de onlangs aangescherpte keuringseisen voelde hij zich niet echt zeker. Een Eendagsadvies van een TNO-specialist loodste hem en zijn Eenden door de keuring.
De Bodt heeft iets met Lelijke Eenden. De Citroën Deux Cheveaux, zoals de oldtimer uit het midden van de vorige eeuw officieel heet, is in zijn ogen 'een heel leuk autootje'. Maar wel een autootje vol verouderde techniek: "Er zit een benzinemotor in die veel herrie maakt. Een gesprek op de snelweg is nauwelijks mogelijk." De Bodt, die zijn loopbaan begon als ontwikkelaar bij Hollandse Signaal, besloot om Lelijke Eenden uit te rusten met een batterijpakket, een controller en een elektromotor: "Elektrisch rijden in een Eend is ideaal. Ik durf te zeggen dat zo het één van de leukste auto’s ter wereld is."
Maar voor een omgebouwde Eend de weg op mag, moet die een keuring bij de RDW doorstaan. Een stevige keuring, die onlangs ook nog werd aangescherpt: "Ik wist niet zeker of de twee Eenden die ik had aangepast aan de eisen voldeden. Er zijn veel en ingewikkelde regels en de interpretatie is niet altijd duidelijk. "Via een kennis uit de wereld van liefhebbers van Citroëns die bij Syntens werkt, hoorde De Bodt over de mogelijkheid om bij TNO een Eendagsadvies aan te vragen: "Dat heb ik gedaan en zo kwam ik in contact met Sam van Goethem van TNO. Er zijn in Nederland niet veel mensen die iets afweten van elektrisch rijden, maar hij weet er alles van. Hij werkte ook mee aan het onderzoek dat vooraf ging aan het vaststellen van de regelgeving. Dat is natuurlijk handig bij het voorbereiden van een keuring."
Van Goethem onderzocht de Eenden en gaf vervolgens adviezen. De Bodt: "Het viel uiteindelijk heel erg mee. Ik moest alleen de aanraakveiligheid van een stekker aanpassen. Dat gaf vertrouwen voor de keuring en die verliep inderdaad probleemloos. Tijdens het Eendagsadvies zijn de puntjes op de i gezet voor de ombouwkeuring. Ik kan nu van een trage en niet al te soepel rijdende oldtimer een lekker rijdende en schone auto kan maken, die ook nog bijzonder efficiënt rijdt."
De Eenden gaan nu in de verkoop en De Bodt rekent op een commercieel succes: "Ik heb eigen geld in het project gestoken en dat moet ik eerst terugverdienen. Daarna, volgend jaar of het jaar daarop, kan het winstgevend worden. Ondertussen beleef ik al een hoop plezier omdat in een elektrische Eend kan rijden. Een uitstekend idee, zo’n Eendagsadvies van TNO."