Pagina's

donderdag 26 september 2013

Energiefonds Overijssel financiert energiebesparing

Energiefonds Overijssel sluit voor 65,7 miljoen euro de eerste overeenkomsten met 15 woningcorporaties. Hierdoor wordt voor 137 miljoen euro geïnvesteerd in energiebesparende maatregelen en duurzame energieopwekking voor ruim 15 duizend woningen. De investeringen leveren een besparing op van 243 terajoule per jaar, dit komt overeen met het energieverbruik van 3.100 huishoudens.
De uitvoering van de duurzame renovaties zorgt ervoor dat 850 mensen een jaar lang aan de slag kunnen met dit werk in de bouw- en installatiesector. Theo Rietkerk, gedeputeerde Economie, Energie en Innovatie: ‘Opnieuw een belangrijke impuls voor de installatie- en bouwsector, die toch al in zwaar weer verkeert. Zo geven we samen met de woningcorporaties in Overijssel direct invulling aan het net gesloten nationale SER-Energieakkoord.'
Energiefonds Overijssel heeft 100 miljoen euro beschikbaar voor energiebesparing en productie van nieuwe energie voor woningcorporaties. Isoleren is verplicht, maar de woningcorporaties doen meer en realiseren zonnepanelen, warmtepompen en ventilatiesystemen. De betrokken woningcorporaties steken er zelf ook geld in. Voor de nu gesloten overeenkomsten betekent dit dat in totaal voor 137 miljoen euro wordt geïnvesteerd.
'Het is bijzonder dat zoveel woningcorporaties in één provincie aan de slag willen met energiebesparing bij sociale huurwoningen,' aldus Bas-Jan Blom, directeur van het fonds. ‘Het is een investering waar mensen in Overijssel direct van profiteren. Want door de besparingsmaatregelen gaat voor veel inwoners de energierekening omlaag en het wooncomfort omhoog.'
Ondernemingen, woningcorporaties en maatschappelijke organisaties kunnen bij Energiefonds Overijssel terecht voor de aanvraag van participaties, leningen en garanties. Het fonds heeft 250 miljoen euro beschikbaar voor projecten die energie besparen of nieuwe energie opwekken uit duurzame bronnen. Daarvan is 100 miljoen euro beschikbaar voor energiebesparing en productie van nieuwe energie voor woningcorporaties. Verder is 125 miljoen euro beschikbaar voor nieuwe energie of energiebesparing door ondernemingen. Daarnaast is maximaal 25 miljoen euro gereserveerd voor technologische innovatie.

'Haperende interne markt bedreigt gasvoorziening EU'

Niet de grilligheid van gasleveranciers buiten de Europese Unie, maar de onvoldoende ontwikkelde interne markt ondermijnt de leveringszekerheid van aardgas. Er is voldoende aardgas beschikbaar voor de E U , waardoor zij zelf kan voorkomen dat de beschikbaarheid van aardgas problematisch wordt als bijvoorbeeld Rusland de gaskraan dicht zou draaien. Maar dat vereist een veel betere samenwerking tussen de lidstaten en een beter geïntegreerde markt met meer coördinerend toezicht vanuit ‘Brussel’. Dat concludeert Tim Boersma  die 23 september promoveert aan de Rijksuniversiteit Groningen  op zijn onderzoek naar bestaande besluitvormingsstructuren binnen de Europese gasmarkt. 
De afgelopen jaren is het al een paar keer voorgekomen dat Rusland, in conflicten met de Oekraïne of Wit-Rusland, de gaskraan een paar weken dichtdraaide, en daarmee ook een deel van de aanvoer naar Europa. Sindsdien bestaan er in de EU zorgen over de kracht van dit machtsmiddel en Europa’s afhankelijkheid van externe leveranciers. Er is dan ook veel onderzoek gedaan naar de risico’s van de afhankelijkheid van m et name Russisch aardgas, voor het geval de aanvoer onderbroken wordt.
Een te eenzijdige benadering, stelt Boersma vast, want er is de komende decennia voldoende aardgas in de EU beschikbaar. Alleen kan het niet altijd stromen naar de plaats waar het nodig is.‘ Dat blijkt ee n van de grote problemen van de Europese gasmarkt, die nog te veel nationaal georganiseerd is, vooral als het gaat om infrastructuur en regulering. Er wordt te weinig geïnvesteerd in interconnecties, en dat komt onder meer doordat de regelgeving vaak niet goed op elkaar is afgestemd. Ook zijn de tarieven die gastransporteurs mogen vragen om hun investering terug te verdienen doorgaans aan de lage kant en veranderen deze geregeld. In veel landen is een investering in een nieuwe leiding dan ook niet aantrekkelijk ,’ aldus Boersma.
Om de markt goed te laten functioneren, zou in de periode tot 2020 naar schatting zeventig miljard euro geïnvesteerd moeten worden in infrastructuur. En dat komt binnen de huidige besluitvormingsstructuren niet van de grond, constateert Boersma, die in zijn onderzoek de Verenigde Staten gebruikt als een benchmark . ‘ In de VS coördineert de federale toezichthouder investeringen in infrastructuur, met een meer marktgerichte benadering. Daar mag meer verdiend worden door de investeerders en daar ligt de primaire focus van de toezichthouder niet op efficiëntie, zoals in Europa.
Dat energie een nationale aangelegenheid is, toont de casus van schaliegas aan. De focus ligt in Europa vooral op voorloper Polen, maar Boersma stelt vast dat door geologische, regulatoire, infrastructurele, en marktobstakels schaliegaswinning daar – ondanks enthousiasme van de overheid – hoogst onzeker blijft. In tegenstelling tot de EU, die ‘neutraal’ wil zijn als het om schaliegas gaat, heeft de federale overheid in de VS juist actief bijgedragen aan deze ontwikkeling, m et name door het financieren van onderzoek in de jaren zeventig en het coulant omgaan met milieutoezicht. Maar, en hier komen de VS en EU overeen, ook in de VS beslissen de staten uiteindelijk of winning mag plaatsvinden.

woensdag 25 september 2013

Kansen voor WKK en warmte op weersafhankelijke stroommarkt

Nu al merken we op de elektriciteitsmarkt de invloed van stroomoverschotten bij harde wind of zonnig weer. In de komende jaren groeit het aanbod verder; het Energieakkoord zorgt voor grote groei van windparken. Hoe kunnen energieproducenten straks slim inspelen op de markt? De projectgroep Biomassa & WKK heeft daar op 2 oktober een studiemiddag over in Rotterdam. Dan komen nieuwe ontwikkelingen in Duitsland en Denemarken aan bod. Zo zal Paul-Frederik Bach zal toelichten hoe de Denen windenergie, WKK en warmtenetten slim laten samenwerken.
Op de Duitse spotmarkt kun je in de nachturen al regelmatig geld toe krijgen als je extra stroom afneemt. Vanaf dit jaar kent Duitsland ook overdag al momenten met negatieve stroomprijzen. Stijn Schlatmann, directeur van EnergyMatters, zal op het seminar op 2 oktober in Rotterdam toelichten hoe de Nederlandse elektriciteitsmarkt ook steeds meer weersafhankelijk wordt. Om op een dergelijke markt geld te verdienen, moeten exploitanten van WKK snel reageren en nieuwe technieken toepassen.  Warmtekrachtinstallaties moeten razendsnel kunnen bijschakelen en afschakelen en moeten gebruik maken van grootschalige opslag van warmte.
Het succesvolle Deense energiebeleid heeft als pijlers windenergie en warmtenetten, die gevoed worden met restwarmte, WKK en groene warmte. Dit beleid heeft Denemarken tot de enige EU-lidstaat met een netto export van energie gemaakt. De sterke groei van windenergie heeft in Denemarken al geleid tot drastische veranderingen in de bedrijfsvoering van WKK en tot grootschalige inzet van Power-to-Heat. Meerdere warmtecentrales zijn sinds  2010 voorzien van grote elektroketels, die overschotten aan windstroom met 100 procent rendement omzetten in warmte.
Op dit moment is er al 325 MW Power to Heat beschikbaar. Paul-Frederik Bach ontwikkelt toekomstscenario’s voor de Deense warmtenetvereniging Dansk Fjernvarme om te groeien naar 1.500 MW Power-to-Heat, waarbij grote warmtepompen en opslag van warmte  een hoofdrol zullen spelen. In Duitsland hebben Stadtwerke Kiel en Lemgo ook al elektroketels voor hun warmtenetten.
Overschotten aan elektriciteit kunnen ook worden benut om methaangas te maken voor het aardgasnet: Power to Gas. Methaan wordt dan bereid uit waterstof en CO2. Bij biogasinstallaties is CO2beschikbaar en daarom is Power to gas een fraaie toevoeging aan biogasinstallaties.

Energiebesparen en duurzame gebouwen: een haalbare ambitie

Op 26 september is er een bijeenkomst voor bestuurders en beleidsmedewerkers, directies van basisscholen en gebouwbeheerders van schoolgebouwen. Tijdens de bijeenkomst, die georganiseerd is door de provincie Gelderland, komen alle aspecten aan bod die nodig zijn om een gebouw energiezuinig te maken.
Gebouw met ramen, bron provincie GelderlandWatts Next, onder die noemer wil de provincie in samenspraak met vele anderen schoolgebouwen en gemeentelijke gebouwen zoals sportverenigingen energiezuiniger maken. Dat is goed voor de portemonnee en goed voor de toekomst! Watts Next laat zien dat energiezuinige gebouwen nu en in de toekomst kunnen bijdragen aan een lagere energierekening, minder CO2-uitstoot en, niet onbelangrijk, de gezondheid van de gebruikers.
De bijeenkomst bestaat uit werkateliers, lezingen en presentaties van onderzoek en een energiemarkt waar voorbeeldprojecten en partners zich presenteren. Annemieke Traag, gedeputeerde van de Provincie Gelderland, zal de bijeenkomst openen. Meer informatie of aanmelden? Zie de link aan de rechterzijde (zie Links).


dinsdag 24 september 2013

Attero gaat gft-afval Milieusamenwerking Regio Arnhem verwerken

Vanaf 1 januari 2015 verwerkt Attero het gft-afval van negen gemeenten die deel uitmaken van Milieusamenwerking Regio Arnhem (MRA). Dat is de uitkomst van een Europese aanbesteding.  Het nieuwe contract heeft een looptijd van acht jaar, met een verlengingsoptie van twee jaar. Per jaar wordt door de deelnemende gemeenten naar schatting ongeveer 25.000 ton gft-afval ingezameld.
Vanaf de overslaglocatie in Duiven - waar alle gft-afval uit de regio wordt samengebracht - gaat het gft met ingang van 2015 naar de verwerkingsinstallatie van Attero in Wilp in Gelderland. Daar wordt het vergist, waarna er compost van wordt gemaakt. Bij het vergisten wordt biogas geproduceerd. Dat wordt gebruikt om groene stroom op te wekken.

Nederland zet stap vooruit met financiering duurzame bouw

Nederland kan in Europa op het gebied van duurzaamheid opnieuw een voorbeeldfunctie vervullen nu financiële instrumenten beschikbaar komen om de gebouwde omgeving te verduurzamen. De mogelijkheid om leningen via de energierekening te vereffenen, opent de deur om initiatieven op het gebied van energiebesparing en CO2-reductie te financieren. Dit zal een impuls geven aan de bouw en een bijdrage leveren in de strijd tegen de CO2-uitstoot en klimaatverandering. Dat concludeert ABN AMRO in het rapport Duurzame Woningbouw, dat Gerrit Zalm, Voorzitter Raad van Bestuur ABN AMRO, vandaag op het seminar Duurzame Woningen overhandigt aan minister Stef Blok van Wonen en Rijksdienst.
ABN AMRO stelt vast dat Nederland er niet in is geslaagd haar koppositie op het gebied van duurzaamheid te behouden. Nederland scoort matig bij de opwekking van duurzame energie. Zo wordt slechts 4 procent van de totale energieconsumptie duurzaam opgewekt. Dit staat ver af van de ambitie van de overheid om in 2050 alle energie duurzaam op te wekken. Als Nederland deze doelstelling wil realiseren, moet zij volgens ABN AMRO een inhaalslag maken. Volgens de bank is in de gebouwde omgeving veel winst te behalen ten aanzien van een lager energieverbruik en CO2-reductie.
Tot voor kort stonden problemen met de financiering duurzame aanpassingen in de weg. ABN AMRO concludeert dat gebrek aan geld niet langer een obstakel hoeft te vormen. Een belangrijk instrument om de Europese klimaatdoelstellingen in te lossen, is een nieuwe Green Deal waarmee de overheid het mogelijk maakt investeringen in duurzame initiatieven via de energierekening te vereffenen. De ruimere beschikbaarheid van financiering geeft een impuls aan de vraag. Hierdoor kan de bouwsector gestandaardiseerde methodes ontwikkelen voor duurzame bouw. De kostenreducties die hieruit voortkomen, maken duurzame investeringen goedkoper en kunnen de vraag zodanig stimuleren dat aanbieders hun productie kunnen opschalen, wat eveneens tot kostenbesparingen leidt. Daarnaast biedt de Green Deal perspectieven voor financiële instellingen om nieuwe producten en aantrekkelijke kredietvoorstellen te ontwikkelen. Zo komt volgens ABN AMRO een zichzelf versterkend proces op gang.

'Energieverbruik datacenters vormt een rookgordijn'

'De algemeen gebruikte maatstaf waarmee datacenters uitdrukken hoe efficiënt ze met energie omspringen, de zogenaamde PUE, schetst vaak een ernstig vertekend beeld van de werkelijkheid. Zuiniger energieverbruik door ICT-apparatuur, levert zelfs een slechtere PUE op. Wie duurzaam, efficiënt en voordelig wil hosten, moet ook het verbruik van de ICT-apparatuur zelf meten, verlagen en waarderen, stelt Enlogic, fabrikant van intelligente Power Distribution Units (iPDU´s).
De PUE (Power Usage Effectiveness) is de verhouding tussen het totale energieverbruik van een datacenter en het energieverbruik van de ICT-apparatuur waar het om gaat:

PUE = E totaal  / E ict  ≈ 1,5

”Idealiter is de PUE 1 en een reële, goede verhouding is 1,5”, zegt Mike Jansma, medeoprichter van Enlogic. ”Datacentermanagers beschouwen de PUE vaak als de magische waarde waarvan het verloop aangeeft hoe efficiënt zij met energie omspringen, minder koolstofdioxide uitstoten, operationele kosten optimaliseren en concurrentievoordeel behalen, in een duurzaam en energiezuinig bedrijfsproces. Maar wat niet deugt aan de PUE, is dat wanneer een datacenter met een zogenaamd gezonde PUE van 1,5 voortaan efficiënter met het energieverbruik van zijn ICT-apparatuur omgaat, de PUE naar een ongunstiger, hogere waarde stijgt.”
De PUE zegt dus niets over hoe efficiënt de ICT-apparatuur zelf met energie omgaat. Zo kan een datacenter met duizend inactieve servers, die staande-bij zijn om bijgeschakeld te worden bij pieken of problemen, heel goed een PUE van 1,4 hebben, waarmee dat datacenter als energiezuinig wordt beschouwd.
Als datzelfde datacenter voortaan slimmer met redundantie omgaat, daalt het energieverbruik doordat er geen of minder slapende servers meer zijn. Goed gedrag wordt dan met een onaangename verrassing beloond, namelijk met een PUE-waarde die stijgt. De PUE daalt pas mee als het overige energieverbruik van het gehele datacenter meer daalt dan die van de apparatuur. Als louter de PUE is opgenomen in de doelstellingen van de datacentermanager, vormt dat dus een foute prikkel.
 
E ICT
Wie in een datacenter een efficiënt, zuinig en duurzaam energiebeleid wil voeren, baseert zich op meer factoren dan de PUE alleen. Vooruitstrevende datacenters meten en beheren het energieverbruik van hun ICT-apparatuur met eigentijdse intelligente PDU's en presenteren het energieverbruik daarom met een combinatie van prestatiegerelateerde meetgevens en berekeningen. Alleen zo wordt het energieverbruik en de prestatie wel nauwkeurig in kaart gebracht; zijn datacenters goed in staat besparingen in energieverbruik en CO-uitstoot te realiseren; en maken zij de duurzaamheidsbelofte ook waar.
De iPDU is een klein maar belangrijk onderdeel binnen de energieketen van het datacenter. Deze biedt datacenter- en facility managers het intelligente gereedschap dat nodig is om servers efficiënt te benutten. Het is een machtig middel binnen het rack en een belangrijk instrument voor het bijhouden en bewaken van energieverbruik.

maandag 23 september 2013

Onterecht wanbetaler door 'foute' postcode

VARA Kassa besteedde in december 2012 aandacht aan energiebedrijven die potentiële wanbetalers een waarborgsom laten betalen. Die loopt vaak in de vele honderden euro's. EnergieDirect spande de kroon met een borg van maar liefst €1000.
Hoe weten energiebedrijven wie een wanbetaler is, of in de toekomst wordt? Om daarover een oordeel te vellen, huren energiemaatschappijen zogeheten handelsinformatiebureaus in. Deze bedrijven verzamelen informatie over personen uit allerlei open bronnen. Aan de hand van persoonlijke- en statistische gegevens bepalen ze vervolgens een kredietrisico, in de vorm van een score. Hoe hoger de score, hoe kleiner het risico op een onbetaalde rekening. Als de score lager is dan de acceptatiegrens van de energiemaatschappij, mag je pas klant worden ná het betalen van een waarborgsom. Die krijg je pas terug aan het einde van het contract.
Kassa ontving de afgelopen maanden diverse klachten van kijkers die naar eigen zeggen ten onrechte als een betalingsrisico werden aangemerkt. Onder hen ook vader en zoon Peusen uit het Zuid-Limburgse Geleen. Cas (19) kocht in het voorjaar een eigen huis, waarop vader Wim een energiecontract afloot bij E.ON. Tot hun grote verbazing moest Cas echter een borgsom van 450 euro betalen omdat hij een betalingsrisico zou vormen. Toen Wim hierover zijn beklag deed bij E.ON werd hij doorverwezen naar het bureau dat de credit check uitvoerde: EDR Credit Services. Telefonisch liet EDR doorschemeren dat het verhoogde betalingsrisico van Cas niet met hem zelf te maken had, maar met het postcodegebied van zijn nieuwe huis.

Bouw van huisvesting DIFFER begonnen

In 2015 verhuist het Dutch Institute for Fundamental Energy Research van FOM (DIFFER) van Nieuwegein naar de TU/e-campus. Een dezer dagen was de officiële aftrap voor de nieuwbouw. Het gebouw wordt het meest duurzame in zijn soort. 
Rector Hans van Duijn zei bij de officiële bouwstart dat DIFFER de universiteit complementeert op het gebied van energieonderzoek, en dat hij ervan overtuigd is dat DIFFER en de TU/e voordeel zullen hebben van elkaars nabijheid. De TU/e-groepen op de gebieden Fusion Energy en Solar Fuels gaan hecht met de onderzoekers van DIFFER samenwerken. De verwachting is dat deze bundeling van krachten leidt tot goede kansen voor nieuw energieonderzoek en voor het aantrekken van talent naar DIFFER, de TU/e en de regio.
In het nieuwe gebouw gaat DIFFER de bestaande experimenten op gebied van kernfusie uitbreiden en is er volop ruimte voor het nieuwe onderzoek naar ‘solar fuels’: duurzame energieopslag in kunstmatige brandstoffen. DIFFER wil een verbindende rol spelen in het nationale energieonderzoek. Vanaf de TU/e-campus zet het instituut samenwerkingsverbanden op met Nederlandse onderzoeksinstellingen en industrie.
Bij de focus op duurzaamheid past een duurzaam gebouw. De duurzaamheid van de nieuwbouw wordt het meest zichtbaar in de lange oost- en westgevels van het gebouw. Daar is een gevel ontworpen die opwarming door de zon voorkomt en tegelijk daglichttoetreding en uitzicht optimaliseert. Dit wordt bereikt door een zaagtandprofiel, waardoor niet de hele gevel van zonwering hoeft te worden voorzien. Andere maatregelen zijn het toepassen van driedubbel isolatieglas en zonnecellen op het dak.


Poseidon beveiligt pompstations met TNO-technologie

Tanken zonder te betalen, eigenlijk heeft ieder Nederlands tankstation er wel mee te kampen. Innovatieve TNO’ers bedachten een oplossing en presenteerden die tijdens de manifestatie 'Technologie zoekt Ondernemer' aan het Nederlandse bedrijfsleven. Poseidon Security Systems uit Breda zag commerciële kansen en brengt het nu onder de naam 'Match & Catch' op de markt.
John Heins is directeur-eigenaar van Poseidon: "Ik kreeg een tip over een TNO-innovatie op het gebied van voertuigherkenning. Omdat we zelf al jaren ervaring hebben met kentekenherkenning en tankstations, zag ik een enorme kans. Als je zowel een kenteken als een voertuig kunt herkennen, dan kun je voorkomen dat mensen na het tanken wegrijden zonder te betalen. Het principe is eenvoudig. Een camera brengt voertuig en kenteken in beeld en controleert bij de RDW of die twee bij elkaar horen. Is dat niet het geval, dan is het kenteken waarschijnlijk vals en blokkeert de pomp. Tanken lukt niet meer en je snijdt mensen die willen doorrijden zonder te betalen effectief de pas af. Klinkt eenvoudig, maar ik zeg erbij dat er een flinke hoeveelheid technische kennis nodig is om het te verwezenlijken."
Poseidon moest hard werken om met het productidee aan de slag te mogen. Heins: "Het was één van de ideeën die TNO presenteerde tijdens de manifestatie Technologie zoekt Ondernemer. TNO zoekt daar voor kansrijke ideeën partners uit het bedrijfsleven, het is tenslotte geen commercieel bedrijf dat zelf winstgevende producten in de markt zet. Het idee voor cameraherkenning paste precies bij Poseidon. We leveren software-oplossingen aan pompstations en waren al jaren succesvol bezig met kentekenherkenning. Het lag dus voor de hand om mee te doen aan ‘Technologie zoekt Ondernemer’, maar er waren ook andere bedrijven die kansen zagen. We hebben flink ons best moeten doen, om te worden uitgekozen."
Toen dat was gelukt, werkte Poseidon samen met TNO aan de productontwikkeling en nu is er Match & Catch, een kant-en-klare oplossing voor tankstations. Heins: "Match & Catch is onlangs letterlijk gelanceerd door astronaut André Kuipers. De markt toont grote interesse, zeker omdat een proefproject in Rotterdam succesvol verliep. Ook het buitenland heeft zich gemeld, we hebben contacten met Zuid-Afrika en Scandinavië. Bovendien wonnen we in juni de juryprijs van de SSA, de Safety & Security Amsterdam Award. Dat betekent dat de experts ons product waarderen en daar zijn we trots op."
Zo verandert een goed idee in een succesrijk product, zegt Heins. Hij kan andere MKB’ers aanraden om deel te nemen aan Technologie zoekt Ondernemer: "De innovatieve ideeën liggen er voor het oprapen. Kleine en middelgrote bedrijven hoeven niet terug te schrikken voor het verschil in omvang. TNO’ers begrijpen heel goed hoe MKB werkt." En gaat hij zelf weer meedoen? "Vooreerst niet, we zijn druk genoeg met Match & Catch. Bovendien ken ik nu de weg binnen TNO. Als daar aanleiding voor is, dan neem ik zelf het initiatief.’

zondag 22 september 2013

Biogenetische infraroodpanelen verwarmen huis niet

Theo en Marinelle wilden hun huis supermodern verwarmen met biogenetische infraroodpanelen. Alleen die panelen verwarmden het huis niet. De panelen die ze voor 2100 euro kochten konden hun huis niet verwarmen. Ook vervangende panelen die leverancier Product Source na veel klagen eindelijk leverde deden het niet naar behoren. Kassa vroeg een Nederlandse producent van infraroodpanelen de apparaten van de familie Hodes te onderzoeken. Uit dat onderzoek blijkt dat de panelen 40 procent leveren van het vermogen dat ze zouden moeten leveren.
Uit nader onderzoek van Kassa blijkt dat de firma Product Source panelen verkocht heeft uit de failliete boedel van een slecht functionerende fabriek. Pogingen van de Belbus om de eigenaar van Product Source om de tafel te krijgen met de familie Hodes zijn op niets uitgelopen. De leverancier zegt 'meer voor de familie gedaan te hebben dan van een leverancier verwacht kan worden.' Daarmee heeft ook de Belbus dit vervelende probleem niet kunnen oplossen. Volgende week weer een poging!

vrijdag 20 september 2013

Minder omzet en winst voor DELTA

Energiebedrijf DELTA realiseerde in de eerste helft van 2013 een omzet van ruim 1,05 miljard euro, een daling van 4 procent ten opzichte van dezelfde periode in 2012. De brutomarge, 308,2 miljoen, was onveranderd ten opzichte van 2012. Het bedrijfsresultaat daalde met 0,6 miljoen van 27,7 naar 27,1 miljoen. Het netto resultaat kwam uit op 33,1 miljoen, tegenover een resultaat van 53,0 miljoen een jaar eerder.
De crisis laat in het energiesegment nationaal en internationaal zijn sporen na. Het afgelopen halfjaar heeft hierin geen verbetering gebracht, stelt DELTA. Ondanks het uit bedrijf nemen van een aantal centrales bleef de overcapaciteit bestaan en is de prijsdruk zelfs toegenomen.
DELTA voelt ondanks een gevarieerde opwek-mix ook de gevolgen van de lage energieprijzen en de overcapaciteit. De omzetdaling was het sterkst in het zakelijke segment, waar het effect zichtbaar was van de vorig jaar ingezette koers om op waarde te sturen in plaats van volume. Ook het faillissement van een grote multi-utility-klant in de tweede helft van 2012 had negatieve gevolgen voor de omzet in dit segment.
Het afvalsegment presteerde onder het niveau van 2012 in met name de Duitse markt als gevolg van toegenomen concurrentie en een langzame start door de lange winter, waardoor het aanbod van afval lager lag dan in 2012. De divisie Netwerken kende daarentegen een omzetstijging van 21%, door de vanuit de overheid bepaalde tariefontwikkeling voor transport van elektriciteit en gas. Verder droeg ook de uitvoering van een groot infrastructureel werk bij aan de omzetstijging.
De consumentendivisie bereikte een omzetstijging van 13 procent, onder andere door een hogere gasverkoop tijdens de koude maanden.
De huidige vooruitzichten van de energiemarkt in Noordwest-Europa zijn negatief. Het overschot aan opgesteld productievermogen, de gestegen importen vanuit Duitsland en de verminderde vraag naar energie hebben gevolgen voor de marges op conventionele opwek van elektriciteit. De duurzame energieproductie heeft voorrang bij levering op energie uit conventionele productie. Het wordt dan ook moeilijker om de vaste kosten van bestaande centrales terug te verdienen. DELTA heeft in eerdere periodes op een aantal verlieslatende energiecontracten een voorziening getroffen. Vooralsnog is het bij de huidige marktomstandigheden niet nodig aanvullende voorzieningen op de gasgestookte Sloecentrale te treffen, waar dit wel gebeurt bij vergelijkbare centrales in de Nederlandse en Europese markt. Mocht de marktsituatie echter verder verslechteren dan kan een verhoging van de opgenomen reserveringen of afboekingen op activa nodig blijken.
De verwachtingen voor het netwerksegment voor de tweede helft van 2013 zijn goed. De integratie van het infrabedrijf en het netwerkbedrijf loopt zoals gepland. Voor het eind van het jaar kunnen de eerste besparingen worden verzilverd. De afvalactiviteiten zullen naar verwachting in de tweede helft van 2013 presteren in lijn met dezelfde periode in 2012. De bestendige resultaten van waterbedrijf Evides, waar DELTA een 50% belang in heeft, vormen een belangrijke financiële pijler van de groep.
De uitvoering van lopende reorganisaties, de realisatie van de geïdentificeerde verbeteringen en kostenbesparingen en beheersing van werkkapitaal, vragen ook de komende periode de aandacht.
De resultaten uit de verschillende activiteiten zullen de negatieve resultaten in het energiesegment wellicht slechts ten dele kunnen compenseren. Eventueel te vormen voorzieningen of afwaarderingen kunnen het verwachte resultaat over het jaar 2013 negatief beïnvloeden.

TenneT breidt stroomverbindingen met Duitsland verder uit

Om de markt in staat te stellen maximaal gebruik te maken van prijsverschillen tussen Duitsland en Nederland vergroot TenneT de verbindingscapaciteit. Nederland is nu al in grote mate verbonden met het buitenland, maar desondanks loopt sinds vorig jaar het prijsverschil met Duitsland sterk op. Dit wordt vooral veroorzaakt door de sterke groei van wind en zonne-energie die met regelmaat zorgt voor een overschot aan stroom in Duitsland. Deze wordt vervolgens voor een zeer lage prijs, soms zelfs tegen een negatieve prijs, op de markt aangeboden.

Amersfoort krijgt energie- en kunstmest leverende rioolwaterzuiveringsinstallatie

Waterschap Vallei en Veluwe gaat de rioolwaterzuiveringsinstallatie Amersfoort ombouwen tot Energie- en Grondstoffenfabriek. Het project Omzet Amersfoort transformeert de rwzi Amersfoort in een energie- en kunstmest producerende installatie met een nadrukkelijke focus op efficiency en maximale duurzaamheid. Het project wordt mede mogelijk gemaakt door een LIFE+ subsidie van de EU. Waterschap Vallei en Veluwe heeft de SH+E Group uit Barneveld de opdracht gegund voor het ontwerp, realisatie en het meerjarig onderhoud van het project.
Het waterschap gaat in de toekomst de rioolslibben die vrijkomen bij het zuiveren van rioolwater in Amersfoort, Soest, Nijkerk en Woudenberg centraal vergisten op de rioolwaterzuiveringsinstallatie van Amersfoort. Hierdoor zal er meer biogas beschikbaar zijn voor het opwekken van groene stroom. Er wordt hiervoor gebruik gemaakt van thermische druk hydrolyse, een proces waarmee de structuren van het zuiveringsslib onder hoge druk en temperatuur gekraakt worden waardoor er nog meer biogas uit het slib geproduceerd kan worden.
Al het rioolwater van Amersfoort zal hierdoor in de toekomst energie neutraal gezuiverd worden en zal er jaarlijks een overschot van circa 2.000.000 kWh aan groene stroom aan het openbare elektriciteitsnet geleverd worden. Dit overschot van groene stroom is voldoende om circa 600 huishoudens een jaar lang van elektriciteit te voorzien.
Bij de centrale verwerking van rioolslibben op de RWZI Amersfoort komen tevens reststromen vrij die bijzonder rijk zijn aan nutriënten zoals fosfaat en stikstof. Met toepassing van de Pearl® technologie zullen deze nuttige grondstoffen jaarlijks naar schatting 900 ton hoogwaardig kunstmest opleveren. Dit product, Crystal Green®, wordt direct toegepast in de land- en tuinbouw en is in de EG geregistreerd als een meststof uit de categorie met de hoogste kwaliteit.
Waterschap Vallei en Veluwe heeft de SH+E Group uit Barneveld de opdracht gegund voor het ontwerp, realisatie en het meerjarig onderhoud van het project Omzet Amersfoort. Op 5 september tekenden de directeuren Paul Spaan (Waterschap Vallei en Veluwe) en Rick Langereis (SH+E Group) het contract, waarna zij samen een taart aansneden.
De SH+E Group werkt intensief samen met advies- en ingenieursbureau Grontmij (ontwerp), Hegeman Beton- en Industriebouw BV (realisatie) en het Canadese bedrijf Ostara (Pearl® technologie en Crystal Green® productie). De SH+E Group zal als hoofdaannemer alle installaties realiseren voor de behandeling van het slib, de thermische druk hydrolyse (Lysotherm®) en de productie van warmte- en elektriciteit uit het vrijgekomen biogas.
Omzet Amersfoort zal in 2015 operationeel zijn waarmee het waterschap dan een belangrijke stap heeft gezet in zijn ambitie en doelstelling om het rioolwater zo efficiënt mogelijk te zuiveren en daarbij een maximale terugwinning van nuttige grondstoffen te realiseren.


Carrier Transicold test CO2 gekoelde trailer voor Sainsbury's

De Britse supermarktketen Sainsbury’s, onderdeel van het beursgenoteerde J.Sainsbury Plc, en het ook in Nederland bekende Carrier Transicold, zijn een proef gestart met een eerste door natuurlijk gas gekoelde trailer voor het vervoeren van gekoelde en bevroren levensmiddelen. De proef met de unit, die CO2 als koudemiddel gebruikt, maakt deel uit van de totale heroriëntatie van Sainsbury’s op het gebruik van koudemiddelen en inspanningen om de CO2 footprint te beperken. Dit houdt onder meer in dat alle winkels in 2030 gekoeld moeten worden met behulp van natuurlijke koudemiddelen.
Sainsbury’s was de eerste Britse supermarktketen die zich vrijwillig committeerde om de zeer schadelijke fluorkoolwaterstoffen of HFK’s geleidelijk uit te bannen. In 2011 werden de koeldepots omgebouwd en de onderneming is goed op weg om 250 winkels in 2014 over te laten gaan op CO2 als koelmiddel. Bij meer dan 160 winkels is dit nu al het geval. Alle nieuwe winkels worden direct al uitgerust met de nieuwe koeltechnologie.
Nick Davies, Sainsbury’s directeur Transport Operations, zegt: ‘De nieuwe kooldioxide technologie beperkt de impact op de klimaatverandering en we hopen dat dit belangrijk zal bijdragen aan de reductie van onze CO2-emissie. We zullen de prestaties van het systeem nauwgezet monitoren. Als het succesvol blijkt te zijn, zal het kunnen bijdragen aan een besparing van 70.000 ton CO2 ten opzichte van de huidige trailervloot”.
Sainsbury’s werkt in deze tweejarige proef met HFK-vrije koeltechnologie voor wegtransport samen met het ook in Nederland gevestigde Carrier Transicold. Daarbij wordt gebruik gemaakt van een gemodificeerde versie van Carriers NaturalLINE™ koelsysteem, dat oorspronkelijk werd ontwikkeld voor zeecontainers en waarmee in 2012 een intensief proefproject werd afgesloten.
David Appel, President of Carrier Transicold, zegt: ‘Het is voor het eerst dat ons NaturaLINE system is gemonteerd op een box trailer. De samenwerking met Sainsbury’s, een van onze grootste Europese klanten, biedt een fantastische kans om het systeem op de weg te testen en de vooraanstaande positie van Carrier op het gebied van milieutechnologie verder te versterken. Dit is uitstekend nieuws voor het milieu omdat het natuurlijke koelmiddel CO2 de ozonlaag niet aantast een aardopwarmingsvermogen (GWP) heeft van 1.’
Sainsbury’s heeft daarnaast onlangs haar zogeheten Dual-Fuel vloot uitgebreid tot 51 vrachtwagens. Hiermee wordt 25 procent van de CO2 uitstoot beperkt (meer dan 2.090 ton). De milieuvriendelijke vloot, die loopt op een combinatie van diesel en bio-methaan uit organisch materiaal, is daarmee  een van de grootste in het Verenigd Koninkrijk. Elk van de Dual-Fuel vrachtwagens voorkomt dat 41 ton CO2 per jaar in de atmosfeer wordt verspreid.
Met het 20x20 Sustainability Plan als fundament, heeft Sainsbury’s als doel gesteld om in 2020 de transportuitstoot van CO2 tussen haar distributiecentra en de winkels ten opzichte van 2005 met 35% te hebben beperkt en een gegarandeerde reductie van 50% te hebben bereikt in 2030. Dit ondanks de groei van de activiteiten.

donderdag 19 september 2013

Kamp: korting op transportkosten grootverbruikers energie

Het kabinet wil zo snel mogelijk, liefst vanaf 1 januari 2014,  een korting van 90 procent invoeren op de transportkosten die bedrijven betalen voor elektriciteit  Op deze manier kan een van de oorzaken van het verschil in de elektriciteitsprijs tussen Duitsland en Nederland worden weggenomen. Dat kondigde minister Kamp van Economische Zaken woensdag 18 september 2013 aan tijdens een debat in de Tweede Kamer over metaalsmelter Aldel.
Kamp: 'Het grootste probleem op dit moment is het verschil in de basisprijs voor elektriciteit in Duitsland en in Nederland, een verschil van bijna 20 procent. De directie van Aldel probeert daar nu een oplossing voor te vinden. Samen met de provincie Groningen werken wij daar zoveel mogelijk aan mee.’ Energie-intensieve bedrijven als Aldel hebben te maken met hoge elektriciteitsprijzen ten opzichte van concurrentie uit bijvoorbeeld Duitsland. Dat hanteert onder andere een korting van 90 procent op de tarieven voor het transport van elektriciteit. Per 1 januari 2015 zou in Nederland een korting van 50 procent op die transportkosten in werking treden. Het voorstel is om daar een korting van 90 procent per 1 januari 2014 van te maken.
Eerder besloot het kabinet dat Aldel per 1 januari 2014, net als de andere energie-intensieve industrie een vergoeding krijgt voor de CO2-heffingen die het moet betalen. Van het totaalbedrag van 78 miljoen euro dat beschikbaar is voor de industrie, kan Aldel rekenen op ongeveer 10 procent. Tenslotte krijgt de energie-intensieve industrie teveel betaalde systeemkosten voor het gebruik van het energienet terug.
Aldel werkt daarnaast op dit moment zelf aan het idee voor een directe elektriciteitslijn tussen het bedrijf en Duitsland om zo goedkoop elektriciteit af te nemen. Wanneer het bedrijf een gezonde financiële toekomst kan aantonen, dan bekijkt het Rijk samen met de provincie Groningen of er op korte termijn een bepaalde vorm van overbrugging mogelijk is.


Subsidie voor duurzame en vernieuwende MKB-projecten

De provincie Groningen verleent subsidie aan twee bedrijven uit het programma Innovatief en Duurzaam MKB Groningen. Ten Kate Vetten krijgt ruim 87.500,- euro voor het ontwikkelen van een verbeterde manier om een dierlijk eiwit te winnen uit slachtafval.  DCP BV krijgt 75.123,- euro voor het ontwikkelen van een productielijn waarbij dierlijk eiwit uit een bijproduct van de  kippenslacht gewonnen wordt. Het eiwit kan als bindmiddel gebruikt worden in onder meer soepen en sauzen. Beide bedrijven zijn gevestigd in Ter Apelkanaal. De subsidies komen uit het programma Innovatief en Duurzaam MKB.
Ten Kate Vetten wint dierlijke vetten en eiwitten voor de toepassing in levensmiddelen, diervoeding en technische producten. Doel van dit project is een nieuwe procesroute te ontwikkelen voor het winnen en vrijmaken van callogeen eitwit uit zwoerd en kanen, bijproducten uit de dierlijke slacht.
 Callogeen is het bindweefseleiwit dat in het lichaam van mens en dier structuur, vorm en sterkte geeft. In vlees is callogeen in belangrijke mate verantwoordelijk voor de textuur en geeft daarmee het vlees een bite. Vanwege deze eigenschap is het callogeen eiwit bijzonder geschikt als binder en textuurverbeteraar in vleesproducten en vleesvervangers.
 DCP BV produceert callogeen eiwitpoeder voor de levensmiddelenindustrie. Het bedrijf gaat nu uit een bijproduct van de kippenslacht het zogenaamde chondroïtine sulfaat winnen.
Sinds 1 januari 2013 kunnen bedrijven die bezig zijn met duurzame en vernieuwende projecten daarvoor subsidie krijgen. Tot 2015 is er bijna 3 miljoen euro beschikbaar. De provincie vindt het belangrijk om in deze tijden van economische recessie en oplopende werkloosheid, ondernemers mogelijkheden te bieden om te investeren in innovatieve en duurzame projecten. Op dit moment is er in totaal ongeveer 1 miljoen euro aan subsidies verleend en is er al 2 miljoen euro aan aanvragen binnengekomen.

Efficiëntieboost zonnecel door schoonmaakklus

Door het oppervlak van een zogenoemde nanodraadzonnecel met een speciale etsmethode ‘schoon te maken’ kun je het energieverlies aanzienlijk beperken. Dat demonstreren onderzoekers van TU Eindhoven, TU Delft en Philips in een publicatie die vorige week verscheen in het tijdschrift Nano Letters. Met een efficiëntie van 11,1 procent zit hun zonnecel net onder het huidige wereldrecord, maar ze bereikten dit met aanzienlijk minder materiaal. Het is de nieuwste stap in een opvallend sterke ontwikkeling die dit type zonnecel de laatste jaren doormaakt.
De nanodraadzonnecel is een relatief nieuw type zonnecel, waarbij een verzameling halfgeleidende draden met een dikte van ongeveer honderd nanometer (een nanometer is een miljardste meter) licht opvangen en omzetten in elektriciteit. De laatste jaren neemt de ontwikkeling van dit type zonnecel een grote vlucht. Het behaalde rendement schiet met ongeveer vijf procent per jaar omhoog – een veel sterkere groei dan bij concurrerende technologieën voor zonnecellen te zien is.
Groot voordeel van het gebruik van dunne nanodraden is een veel kleinere behoefte aan kostbaar halfgeleidermateriaal, zodat ze goedkoop gefabriceerd kunnen worden. Nadeel is echter dat de oppervlakte relatief groot is ten opzichte van het volume, en dit net de plek is waar imperfecties in het materiaal tot veel energieverlies leiden.
In de publicatie in Nano Letters beschrijven de onderzoekers onder leiding van prof.dr. Erik Bakkers en dr. Jos Haverkort een methode om het oppervlak van nanodraden van indiumfosfide veel gladder te maken, met minder imperfecties. Ze bereiken dat met een door henzelf ontwikkelde etsmethode – het zogenaamde ‘piranha etching’ – waarbij een chemische reactie de oppervlakte ‘schoonmaakt’.
Hun zonnecel haalt een rendement van 11,1 procent. Dat is iets minder dan het huidige wereldrecord van 13,8 procent, dat eerder dit jaar met hetzelfde materiaal nanodraden behaald werd door een groep Zweedse, Duitse en Chinese onderzoekers. De nanodraden van de Nederlanders zijn echter 2,5 keer zo dun. Aangezien het rendement normaal gesproken proportioneel omlaag gaat met een dunnere draad – en ze dus een rendement van zo’n 4,5 procent zouden verwachten – zorgt de schoonmaakklus blijkbaar voor een aanzienlijke efficiëntie-boost.
De onderzoekers zien mogelijkheden om het rendement met weinig middelen op korte termijn nog verder te verhogen. ‘Met het variëren van de dikte en een betere stapeling van de kristallen in de nanodraden denken we binnenkort richting de twintig procent te gaan’, zegt Bakkers. Op de langere termijn zou door middel van het stapelen van meerdere subcellen in theorie zelfs rendementen van 65 procent mogelijk moeten zijn.

Energieneutrale banenmotor in de bouw

De bouwsector is slechts verantwoordelijk voor 1% van het totale energieverbruik in Nederland. Gebouwen zijn daarentegen verantwoordelijk voor 30% van het totale energieverbruik. Om energie te besparen liggen er dan ook vooral kansen in het verduurzamen van bestaande gebouwen waar bouwbedrijven een belangrijke taak bij kunnen vervullen. Dit levert de bouwsector op termijn veel extra banen op. Dit stelt het ING Economisch Bureau in de vandaag verschenen energiealert.
De bouwsector gebruikt met jaarlijks 43 petajoule circa 1% van het totaal in Nederland. Het grootste gedeelte hiervan is bitumen dat gebruikt wordt voor het maken van onder andere asfalt wegen. Het energieverbruik is in de bouwsector sinds 1990 flink teruggelopen. De bouwsector gaat dus steeds efficiënter met energie om. In 2008 was de bouwproductie met ruim 35% gestegen ten opzichte van 1990 terwijl het energieverbruik slechts met enkele procenten toe nam. De energie intensiteit van de bouwproductie is dus duidelijk afgenomen. Na 2008 heeft vooral de krimp van de bouwproductie door de recessie een grote invloed op het energieverbruik waardoor de bouwsector bijna 19 PJ minder aan energie is gaan verbruiken wat gelijk staat aan een daling van 20%.
Om de CO2-uitstoot te verminderen heeft Nederland zich als doel gesteld dat in 2020 het aandeel hernieuwbare energie 16% bedraagt. De eerste stap op weg daarnaartoe, en naar het doel van 20% minder energiegebruik in 2020, is energiebesparing. Investeringen hierin zijn rendabeler dan die in bijvoorbeeld windenergie. De bedragen zijn lager en de investeringen leveren eerder resultaten op. Woningcorporaties en de vastgoedsector kunnen een grote bijdrage hieraan leveren omdat de gebouwde omgeving circa 30% van het totale energieverbruik voor rekening neemt. Van de totale 3.500 petajoule energie die Nederland jaarlijks verbruikt komt ruim 1.000 PJ voor rekening van de gebouwen.
Dat huurders, eigenaren en bouwers steeds vaker gezamenlijk hun verantwoordelijkheid nemen voor energiebesparing, blijkt uit de in juni afgesloten deal “Stroomversnelling: 111.000 huurwoningen met nul op de meter”. Met een gemiddelde renovatieprijs van € 60.000 komt de omvang van de deal “stroomversnelling” op ruim € 6,5 miljard. Hierbij wordt een besparing per woning van € 19.000 voorzien door de industrialisatie van het bouwproces ten opzichte van een traditionele renovatie naar energieneutraal. Na de startfase komt het project echt op gang in 2017 tot en met 2020. In deze periode levert dit jaarlijks volgens het EIB bijna 2.000 extra banen in de bouw op. Daarnaast leidt het project tot innovatie in de bouwsector. Ervaringen kunnen toegepast worden op andere projecten waardoor een kostenbaten analyse dan ook eerder positief zal uitvallen.
“Inkomsten van woningcorporaties staan tot 2020 blijvend onder druk. Terugdringen van de bedrijfslasten en extra verkoopinspanningen zijn als gevolg daarvan noodzakelijk. ‘Heel belangrijk daarbij is dat corporaties gerichte investeringskeuzes maken en structurele verduurzaming van het bezit is een van de meest voor de hand liggende opties. Dat is namelijk goed voor de huurders en stakeholders zullen deze keuze alleen maar van harte ondersteunen”, aldus Ceel Elemans, sectormanager Public Sector ING. 
“Bouw- en installatiebedrijven, vooral die zich toeleggen op onderhoud, renovatie en duurzaamheid, kunnen inspelen op een toenemende behoefte aan gebouwaanpassingen door hiervoor de benodigde concepten te ontwikkelen en aan te bieden”, aldus Jan van der Doelen, sectormanager Bouw en Vastgoed ING, “Door acceptabele terugverdientijden te offreren ontstaan kansen in een geplaagde markt. Inmiddels zijn er al veel goede voorbeelden maar het grote verduurzamen moet in mijn optiek nog beginnen. Voor eigenaren van vastgoed geldt dat steeds duidelijker wordt dat duurzame en verduurzaamde gebouwen uiteindelijk waardevaster blijken maar ook beter exploiteerbaar”.



Persinformatie:

woensdag 18 september 2013

Geen proefboringen naar schaliegas in afwachting van bredere studie

Een onderzoek naar alle mogelijke locaties voor proefboringen naar schaliegas in Nederland moet meer inzicht geven in waar eventuele proefboringen het meest verantwoord uitgevoerd kunnen worden. In afwachting van de resultaten van deze studie zal geen besluit worden genomen over eventuele proefboringen.
Een dergelijk onderzoek geeft ook de gelegenheid lokale bestuurders en bewoners te betrekken bij en te informeren over de opsporing en mogelijke winning van schaliegas in Nederland. De plekken waar al plannen bestaan voor proefboringen, worden in het landelijke onderzoek als een van de mogelijke locaties meegenomen. Dat schrijft minister Kamp van Economische Zaken (EZ) vandaag aan de Tweede Kamer.
“Mogelijke locaties voor proefboringen naar schaliegas werden tot nu toe aangewezen door bedrijven die een vergunning aanvragen. Ik wil zelf een oordeel kunnen vormen over alle locaties in Nederland waar proefboringen mogelijk zijn”, aldus de bewindsman. “Vervolgens kan de aandacht zich richten op die locaties waarvan bekend is dat een mogelijke proefboring kansrijk is en waar de veiligheidsrisico’s het best ondervangen kunnen worden”.
Het landelijke onderzoek geeft voor potentiële locaties in Nederland inzicht in de te verwachten effecten van schaliegasboringen op milieu, landschap en natuur. Het onderzoek zal één tot anderhalf jaar in beslag nemen.
Deze periode wordt gebruikt om samen met onder andere drinkwaterbedrijven, de mijnbouwsector en Staatstoezicht op de Mijnen te onderzoeken hoe boortechnieken kunnen worden geoptimaliseerd zodat mogelijke risico’s van vervuiling van grond- en oppervlaktewater kunnen worden ondervangen.
Pas als het onderzoek klaar is, zullen aanvragen voor een opsporingsvergunning in behandeling worden genomen. Voor de gebieden waarvoor al een opsporingsvergunning is afgegeven, wordt met de initiatiefnemers afgesproken dat er tot het voltooien van het landelijke onderzoek geen stappen worden gezet.

200 nieuwe inleverpunten voor spaarlampen bij supermarkten

Het merendeel van de consumenten (65%) denkt minder afgedankte elektrische apparaten en energiezuinige lampen (e-waste) in de prullenbak te gooien als zij dit in de buurt kunnen inleveren. Dat blijkt uit onderzoek in opdracht van Wecycle, de stichting die in Nederland de inzameling en recycling van e-waste organiseert. Met tweehonderd nieuwe inzamelpunten voor afgedankte spaarlampen bij supermarkten maakt Wecycle inleveren bij supermarkten op grote schaal makkelijk. De nieuwe inzamelpunten zijn te vinden bij alle vestigingen van Bas van der Heijden, DekaMarkt, Digros, Dirk van den Broek en MCD Supermarkten.
Uit het onderzoek blijkt dat consumenten met name supermarkten en elektronicawinkels logische plekken vinden om e-waste in te leveren. Door de komst van de 200 nieuwe inleverpunten bij supermarkten hoopt Wecycle de drempel voor het inleveren van e-waste te verlagen. Jaarlijks verdwijnt 35 miljoen kilo e-waste in de afvalbak.
"De tweehonderd nieuwe inzamelpunten voor spaarlampen vormen wat ons betreft de aftrap voor een verdere uitrol bij supermarkten", vertelt Jan Vlak, directeur van Wecycle. "Later in het jaar hopen wij dan ook meer retailers te verwelkomen."
Klanten vinden elektronicawinkels de meest logische plek om e-waste in te leveren (29%). Bij alle vestigingen MediaMarkt en Saturn kunnen klanten al kleine elektrische apparaten en spaarlampen in de inzamelmeubels inleveren. Ook bij bouwmarkten verwachten consumenten inlevermeubels (20%). Deze zijn al te vinden bij alle filialen van Gamma en Hornbach. Iets minder dan een kwart van de consumenten heeft weleens gebruik gemaakt van de inlevermeubels van Wecycle.
Ruim 70 procent van de consumenten geeft aan gebruik te maken van een inzamelstraat als zij weten dat er één in de buurt is. Bekend maakt bemind en om die reden lanceert Wecycle vandaag haar nieuwe voorlichtingscampagne. De tv-campagne brengt de verschillende manieren om e-waste in te leveren voor consumenten in beeld. Met de campagne laat Wecycle zien dat inleveren van e-waste steeds makkelijker wordt. Een overzicht van de vele inzamelmogelijkheden, waaronder de tweehonderd nieuwe supermarkten, is te vinden op wecycle.nl/inleveren.
De hoofdrolspelers in de tv-spot zijn winnaars van een foto-actie. Dit voorjaar kon iedereen een foto van zichzelf met een apparaat uploaden. Uit de 400 inzendingen, zijn de winnaars gekozen die de hoofdrol in de tv-spot spelen.

TNO helpt verfindustrie te verduurzamen

De verfindustrie wil vergroenen. In 2030 moet tenminste de helft van de grondstoffen in hun producten van biobased oorsprong zijn, zonder aan kwaliteit in te boeten. Nu is verf nog grotendeels gebaseerd op aardolieproducten. TNO heeft samen met de branchevereniging voor de verf- en drukinktfabrikanten (VVVF) en die van de chemische industrie (VNCI) de mogelijkheden geïdentificeerd om deze ambitie te kunnen verwezenlijken.
Maatschappelijk, economisch en zelfs technisch gezien ligt vergroening voor de hand: de regelgeving stelt steeds strengere milieu-eisen, fossiele grondstoffen worden in de toekomst duurder en het is al mogelijk gebleken biobased betere producten te maken (PEF flessen) en. Ambities als deze zijn alleen te realiseren als de hele keten de handen ineen slaat: de verfindustrie, de chemische industrie en schildersbedrijven. Daarom heeft TNO bijeenkomsten georganiseerd, waarin tientallen bedrijven uit deze branches met elkaar van gedachten wisselden om kansen voor biobased coatings in kaart te brengen. De rol van TNO is de nieuwste technologische kennis over te dragen, samenwerking te bevorderen en een plan uit te stippelen waar alle partijen concreet mee verder kunnen. ‘Het gaat er niet alleen om wat technologisch mogelijk is, maar ook om haalbaarheid, acceptatie door de markt, business cases en samenwerking binnen de keten. Dat alles moet kloppen om de doelstellingen te bereiken’, zegt Corne Rentrop, TNO-expert op het gebied van coatings.
Ook de technologische uitdagingen op zich zijn al interessant, omdat de producteigenschappen van de nieuwe coatings tenminste even goed moeten zijn als de huidige. TNO heeft met de VVVF en VNCI vijf initiatieven geïdentificeerd die de komende tijd worden uitgewerkt.
Demonstreren wat er volgens de laatste stand van de techniek mogelijk is.
Biobased componenten die al op de markt zijn verder ontwikkelen tot nieuwe harsen.
De resultaten van het project ‘biobased aromatics’ hierbij betrekken.
Onderzoeken welke andere bedrijfstakken baat kunnen hebben bij de bevindingen. De verfmarkt is relatief klein, maar de uitkomsten van dit initiatief kunnen goed bruikbaar zijn voor andere producten en sectoren.
‘Biobased aromatics is een voorbeeld van een shared research program waarbij TNO en het Vlaamse onderzoeksinstituut VITO zich, in samenwerking met bedrijven, richten op de productie van bioaromaten. Aromaten zijn een belangrijke grondstof, ook voor coatings. Op dit moment zijn er nog nauwelijke bioaromaten op de markt. Het is de bedoeling deze uit biomassa te gaan maken en zo een bijdrage leveren aan de vergroening. Rentrop: ‘Dat onderzoek kan voor ons project met VVVF en VNCI een belangrijke rol spelen. We willen grondstoffen voor verf, zoals harsen, die biobased zijn. Nu zetten we aardolie om in monomeren, daarvan maken we harsen en uiteindelijk verf. We gaan experimenteren met bioaromaten die dezelfde of zelfs betere eigenschappen hebben dan de huidige monomeren.’ Ook betrekken we hierin bio-grondstoffen die op grote schaal beschikbaar zijn, maar in de huidige harsen nog niet worden toegepast.
TNO roept bedrijven binnen de verfindustrie, chemie, schilders of andere sectoren die baat kunnen hebben bij dit project op zich te melden voor deelname bij een van de vijf initiatieven. ‘Het gaat hier om preconcurrentieel onderzoek naar bijvoorbeeld nieuwe verbindingen in verf. Door het gezamenlijk delen van kennis kom je veel sneller tot concrete resultaten en het levert je als bedrijf een voorsprong op’, verzekert Rentrop.

Aardgas kan uitstoot transportsector beperken

Gecomprimeerd of vloeibaar aardgas (CNG of LNG) en uit aardgas te maken energiedragers als elektriciteit, waterstof en GTL (Gas to Liquid) kunnen de uitstoot van broeikasgassen en luchtverontreinigende emissies in de transportsector beperken. Dit is het geval als elektriciteit, waterstof of CNG toegepast worden bij personenauto’s en bussen en LNG wordt toegepast bij trucks en schepen. Om de uitstoot van broeikasgassen bij schepen te verbeteren is het echter wel nodig dat er eisen gesteld worden aan methaanemissies. Om de veiligheid voor LNG te waarborgen is het belangrijk om een goede controle te houden op de distributie infrastructuur.
Dit blijkt uit het rapport ‘Aardgas in transport’ dat CE Delft, ECN en TNO hebben opgesteld in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. In het onderzoek zijn verschillende vormen van aardgas als primaire energiebron in de transportsector vergeleken met diesel en benzine. De analyse omvatte milieu, kosten en veiligheid. Met een toekomstvisie naar 2025 is de hele keten van de brandstoffen meegenomen: van winning aan de bron tot de verbranding in de motor.
Elektriciteit, waterstof en CNG zijn vooral goede opties voor personenauto’s, bussen en distributietrucks. LNG is met name geschikt voor trucks en schepen. Vermindering van luchtverontreinigende emissies zoals stikstofoxide (NOx), fijnstof en zwaveloxide (SOx) is technisch mogelijk maar is in de praktijk sterk afhankelijk van de toekomstige emissiewetgeving. Het bewijs dat de grootste reductie van broeikasgassen is te behalen door het gebruik van elektriciteit en waterstof voor personenauto’s en bussen moet in de praktijk nog wel geleverd worden.
Schepen en voertuigen op aardgas, elektriciteit of waterstof zijn duurder dan op diesel en benzine. De meerkosten worden in de meeste gevallen gecompenseerd door lagere brandstofkosten. Voor het wegtransport mede omdat de accijns op de alternatieve brandstoffen lager is.
De Green Deal LNG, Rijn en Wadden die in 2012 tussen regering en bedrijfsleven is overeengekomen, gaat uit van een toekomstig LNG-gebruik van 2 tot 3 miljoen ton. Daarmee kan volgens het rapport zo’n 650 kton broeikasgas bespaard worden, 26 kiloton stikstof, 1,3 kiloton fijnstof en 7,7 kiloton zwavel. Het energieverbruik in de hele keten stijgt hierdoor echter wel met 7 miljoen gigajoule (ca 5%), omdat het vloeibaar maken en samenpersen van aardgas extra energie kosten.
Aanbevolen wordt om het volume van het duurzamere bio-CNG en bio-LNG in de toekomst te vergroten en ook de mogelijkheden van andere biobrandstoffen zoals (synthetische) biodiesel verder te onderzoeken.
In de studie is de veiligheid van de LNG distributie onderzocht. Daarbij kwam naar voren dat meer aandacht nodig is voor de tankstations en het tankautotransport van LNG over de weg. Het laatste kan op lange termijn kritisch worden als de volumes sterk toenemen.

dinsdag 17 september 2013

Laatste grote zonnepanelenpark Brussel

De Vrije Universiteit Brussel en het Universitair Ziekenhuis Brussel hebben een groot zonnepanelenpark in gebruik genomen. Het gaat om 3.310 panelen. Het is het laatste grote zonnepanelenproject in het Brusselse gewest.
De zonnepanelen zijn geplaatst op de daken van de lokalen van het Universitair Medische Campus van de VUB en de gebouwen van de Universitair Ziekenhuis Brussel. De ruim drieduizend panelen zijn goed voor 5.296 m2 paneeloppervlakte en bedekken maar liefst 10.592 m2 dak. In totaal leveren 700.000 Kwhr per jaar oftewel een jaar lang stroom voor 250 gezinnen.
Dit project zonnepanelen is een Public Privaat Samenwerking (PPS) met City Energy, een bedrijf dat gespecialiseerd is in alternatieve groene energie. Dit is het laatste grote zonnepanelenproject in het Brusselse gewest, omdat de subsidieregelingen herzien zijn. Voor het milieu kan dit een spijtige zaak zijn. Directeur infrastructuur Ludo Lemmens van de Vrije Universiteit Brussel: “Duurzaamheid is belangrijk voor de VUB. Met deze zonnepanelen kunnen wij energiezuinig werken met respect voor de natuur. Het was natuurlijk schitterend geweest wanneer meer van dergelijke projecten in Brussel gerealiseerd hadden kunnen worden.”
Jan Flament, directeur infrastructuur van het UZ Brussel: “Met deze zonnekracht kunnen we milieuvriendelijk de operatiekamers koelen, elektriciteit voor onze medische beeldvorming leveren, onze labo’s van stroom voorzien en ga zo maar door. Deze investering levert een vermindering van 276 ton CO2-uitstoot per jaar op.”


The RED Engine mag Australische weg op

The RED Engine, de zonneauto van Solar Team Twente, heeft als eerste in haar klasse de keuring in Australië doorstaan. De Australian Road Authority gaf groen licht en dat betekent dat de wagen de weg op mag. Volgende week start het team met testen. Tijdens de keuring werd gekeken naar het structurele ontwerp van de auto, de verlichting, de remmen en de veiligheidseisen voor de coureurs. The RED Engine scoorde op alle punten ruim voldoende. Jelle Wagenvoort, technisch manager van het team, wist al dat het goed zat en dat The RED Engine aan alle eisen voldoet. “Maar dit certificaat is een mooie bevestiging.”
Nu The RED Engine goedgekeurd is, kan het team de laatste testen voor de World Solar Challenge uitvoeren. De Australian Road Authority wees een zeventig kilometer lange weg aan waarop dagelijks gereden wordt. “Maandag gaan we direct van start zodat we optimaal voorbereid aan de start staan”, zegt Jelle.
Solar Team Twente is het eerste team uit de Challenger Class van de World Solar Challenge dat gebruik mag maken van deze testweg. De World Solar Challenge (3000 kilometer door de Austrlische woestijn) start op 6 oktober.

Europese procesindustrieën: minder grondstoffen en energie

Volgend jaar gaat het nieuwe zevenjarige onderzoeksprogramma van de Europese Commissie van start: Horizon2020. Daarbinnen krijgen een paar grote Publiek-Private Partnerships (PPP’s) een plaats. Eén van de beoogde PPP’s is SPIRE dat als ambitie heeft in samenwerking met een aantal procesindustrieën het gebruik van grondstoffen met 20% en het verbruik van energie met 30% terug te dringen. TNO leverde en levert hier belangrijke bijdragen aan.
De eerste call voor onderzoeksvoorstellen wordt eind 2013 verwacht. SPIRE staat voor Sustainable Process Industry through Resource and Energy Efficiency. Hierin werken tientallen Europese bedrijven, industriële organisaties en onderzoeksinstellingen samen. Het bedrijfsleven is vertegenwoordigd door acht sectoren in de procesindustrie: chemie, staal, non-ferro, cement, keramiek, mineralen, engineering en water. ‘Het gaat hier om een omvangrijk initiatief met zeer ambitieuze doelstellingen’, vertelt dr. Dirk Verdoes, senior technisch consultant chemie van TNO. TNO heeft begin 2012 met een aantal collega-instituten in Europa en vertegenwoordigers van de procesindustrie de handen ineen geslagen. Nadat de Commissie zich enthousiast toonde over het idee achter SPIRE om de procesindustrie vergaand te verduurzamen, was er slechts een half jaar om de visie en ambities te beschrijven in een Roadmap om zo in aanmerking te komen voor een plek als PPP in Horizon2020. ‘Toch is dat gelukt.
De Europese procesindustrie verliest de laatste jaren gestaag marktpositie ten opzichte van Azië en Noord- en Zuid-Amerika. De beschikbaarheid en kosten van grondstoffen en energie in Europa spelen daarbij een belangrijke rol. Door nu de stap te zetten daarvan efficiënter gebruik te maken, kunnen we volgens Verdoes een schijnbaar kansloze positie ombuigen in een voorsprong.
‘Daardoor zijn doorbraken in innovatie nodig, die in de Roadmap zijn beschreven. Vele tientallen experts van bedrijven, hun organisaties en kennisinstellingen uit allerlei landen moesten in korte tijd een gedeelde visie ontwikkelen, bronnen raadplegen, alles op elkaar afstemmen, hun achterban meekrijgen en dat in een degelijke Roadmap opschrijven. Die is medio 2012 gepubliceerd. Daarop volgde een consultatieronde waarbij belanghebbenden de roadmap positief evalueerden en die tot slechts kleine bijstellingen hebben geleid. De Europese Commissie besluit binnenkort welke PPP’s mogen starten in Horizon 2020.’
Voor de ambities van SPIRE voor de procesindustrie moeten tal van innovatieve processen en technologieën worden ontwikkeld en gedemonstreerd. Verdoes is er van overtuigd dat er doorbraken gaan komen. ‘Er lopen in binnen- en buitenland veel initiatieven tot verduurzaming van de industrie. TNO is hierin ook op veel fronten actief. Doorgaans is dat beperkt tot één sector, zoals de chemie. SPIRE gaat veel verder door samenwerking tussen bedrijfstakken. Het succes in de ene is dan wellicht te transformeren naar de andere sector. Het gaat ook leiden tot nieuwe concepten. Denk aan de inzet van afvalstromen uit sector A als grondstof voor sector B. Je kan chemicaliën maken uit restwarmte en afgassen uit bijvoorbeeld de staalindustrie. Misschien moeten we fabrieken uit verschillende sectoren in elkaars buurt gaan bouwen zodat je ter plekke van de grondstoffen en energie van de ander profiteert. De acht bedrijfstakken kenden elkaar nauwelijks, maar trekken nu samen op en wisselen volop ideeën uit.’

LG Solar toont nieuwe generatie zonnepanelen tijdens vakbeurs Energie 2013

LG Solar, een divisie van LG Electronics, demonstreert tijdens de jaarlijkse vakbeurs Energie 2013 de nieuwste generatie zonnepanelen die de huidige standaard overtreffen. LG MonoX NeON biedt dankzij de geavanceerde silicium modules zo’n 20 procent meer vermogen per vierkaneeter dan systemen met conventionele cellen. Daarnaast zijn de installatiekosten lager en leveren de LG MonoX NeON zonnepanelen een hogere opbrengst doordat de NeON-technologie het mogelijk maakt om het invallende licht aan de voor en achterzijde van de cel op te nemen. Hierdoor is de zonnecel met NeON-technologie efficiënter dan conventionele zonnecellen.

maandag 16 september 2013

Het Koninklijk Concertgebouw wordt groen tijdens The Green Quest

Cofely gaat samen met GDF Suez Energie Nederland, Het Financieele Dagblad en BNR Nieuwsradio op maandag 16 september van start met een nieuwe missie van The Green Quest, een zoektocht naar oplossingen voor bedrijven om groener en duurzamer te ondernemen. Voor deze derde editie worden de duurzaamheidsdoelstellingen van Het Koninklijk Concertgebouw onder de loep genomen.
Op maandagmiddag om 14.00 uur zal de Amsterdamse wethouder Carolien Gehrels het startsein voor de missie geven op het Museumplein. Aansluitend zal het Green Team, bestaande uit duurzaamheidsexperts, de eerste brainstormsessie starten in een grote transparante ‘Brainstorm Bubble’ op het Museumplein. Samen met de directie van Het Concertgebouw wordt er nagedacht over groene oplossingen en kostenbesparende maatregelen voor Het Concertgebouw. De culturele instelling streeft onder andere naar een verlaging van het energiegebruik met 40 procent in de komende vijf jaar.
Cofely is één van de sponsoren van The Green Quest, ontwikkeld in samenwerking met GDF Suez Energie Nederland, Het Financieele Dagblad en BNR Nieuwsradio. Het doel van het initiatief is om bedrijven en instellingen in Nederland te laten zien dat ze geld kunnen besparen door meer duurzaam te ondernemen.
Het Green Team van experts bestaat uit Urgenda-directeur Marjan Minnesma, duurzaam ondernemer Maurits Groen, Nudge-directeur Jan van Betten, VN-jongerenvertegenwoordiger Ralien Bekkers, energiedeskundige Marieke van der Werf, hoofdredacteur duurzaambedrijfsleven.nl Mark Beumer en Jeffrey Prins van Stichting DOEN. Naast het Green Team zijn ook medewerkers van Cofely en GDF Suez Energie Nederland nauw bij de missie betrokken.


Werkzaamheden ondergrondse gasopslag Norg

In de week van 16-20 september wordt in verband met onderhoud de installatie voor ondergrondse gasopslag drukvrij gemaakt. Het hierbij vrijkomende gas zal worden afgefakkeld. Dit affakkelen zal voornamelijk op 16 en 17 september plaatsvinden, tussen 07:00 en 19:00 uur.
Deze zomer is gestart met de aanleg van een tijdelijke parkeerplaats aan de Westerstukkenweg (tegenover de huidige parkeerplaats) en een tijdelijk gronddepot tegenover de centrale ingang van de locatie. De aanleg zal naar verwachting in oktober worden afgerond.
De aanleg van de nieuwe aardgastransportleiding (Norgron; tussen de gasopslag en ons gasoverslagstation in  Sappemeer) vordert gestaag. Deze leiding komt grotendeels parallel te liggen aan de bestaande Gasunie-leiding. In uw wooonomgeving  is het trace duidelijk zichtbaar. De buizen liggen in het trace en zijn  aan elkaar gelast. In oktober zal de sleuf worden gegraven, waarna de leiding in de grond wordt gelegd. Vervolgens wordt de sleuf weer toegedekt en worden, afhankelijk van de weersomstandigheden, begin volgend  jaar de percelen in de uiteindelijk gewenste staat gebracht.

Te weinig aandacht voor veiligheidsrisico's bij keuze aardgasbussen

Openbaar vervoersbedrijven die aardgasbussen exploiteren en de daarbij betrokken overheden hebben te weinig aandacht voor de veiligheidsrisico's die het gebruik van dergelijke bussen met zich brengt voor de omgeving. Dat schrijft de Onderzoeksraad voor Veiligheid in het rapport 'Brand in een aardgasbus', dat vandaag is gepubliceerd. Op 29 oktober 2012 ontstonden bij een brandende aardgasbus in Wassenaar horizontale steekvlammen van 15 tot 20 meter lang.
Het ongeval in Wassenaar had geen slachtoffers tot gevolg, maar maakte wel duidelijk dat de steekvlammen in een nauwe winkelstraat of een tunnel aanzienlijk ernstiger gevolgen kunnen hebben. Het gebruik van aardgas (CNG) als brandstof is in Nederland in opkomst. Er rijden landelijk circa zeshonderd CNG-bussen in het openbaar vervoer. Daarnaast rijden in Nederland ruim 3000 personenauto's en 2500 bestelauto's op CNG. Ook verschijnen steeds vaker vrachtauto's met CNG in het straatbeeld, die een vergelijkbare tankinhoud hebben als de CNG-bussen.
Vanwege het voorval met de bus in Wassenaar en de opkomst van CNG als brandstof heeft de Onderzoeksraad onderzocht in hoeverre de risico's die samenhangen met het gebruik van aardgas worden beheerst. Het blijkt dat overheden het gebruik van CNG vooral stimuleren vanwege de milieuvoordelen, maar bij hun afweging niet de veiligheidsrisico's voor de bestuurders, passagiers en de omgeving meewegen. Ook de betrokken vervoersbedrijven en fabrikanten maken deze afweging niet. Hetzelfde geldt voor het gebruik van waterstof als brandstof, waarbij geldt dat ingeval van ontbranding de (steek-)vlammen bovendien onzichtbaar zijn.
De bus in Wassenaar voldeed aan alle voorschriften. De gastanks op het dak waren dan ook voorzien van de noodzakelijke veiligheidsvoorzieningen (afblaasventielen), die moeten voorkomen dat de tanks exploderen door boven een bepaalde temperatuur alle gas te laten ontsnappen uit de tanks. Juist deze maatregel die een explosie van de gastank moet voorkomen, brengt een nieuw risico met zich. In geval van brand bestaat het risico dat het afgeblazen gas vlam vat. Bij de bus in Wassenaar waren de ventielen zijwaarts gericht, waardoor horizontale steekvlammen konden ontstaan van 15 tot 20 meter lang die circa vier minuten aanhielden. Het onderzoeksrapport schrijft dit toe aan een hiaat in de voertuigvoorschriften. Die schrijven voor dat de gastanks voorzien moeten zijn van afblaasventielen, maar ze verlangen niet dat bij afblazen van gas de risico's van het vrijkomende gas moeten worden beheerst.
Bij aardgasbussen wordt de brandstof onder hoge druk (circa 200 bar) opgeslagen in tanks op het dak van de bus. Het gaat per bus om maximaal 350 kubieke meter aardgas. De Onderzoeksraad onderscheidt in het onderzoek twee risico's. Ten eerste kan de bus op een ongunstige locatie (tunnel, winkelstraat) in brand raken en als gevolg daarvan gas dat onder hoge druk staat, afblazen met het risico op grote steekvlammen. Ten tweede bestaat de mogelijkheid dat de bus in een tunnel stil komt te staan en de gastanks als gevolg van een brand, al dan niet in eigen voertuig, oververhit raken, waardoor de afblaasventielen in werking treden. Wanneer het afgeblazen gas niet onmiddellijk ontvlamt, hoopt het zich op in de tunnel en kan een explosieve gaswolk ontstaan.
De Onderzoeksraad voor Veiligheid vindt dat openbaar vervoersbedrijven die CNG-bussen exploiteren en de autoriteiten die daarbij betrokken zijn, alsnog in kaart moeten brengen welke risico's voor de omgeving verbonden zijn aan het gebruik, onderhoud en stalling van CNG-bussen. De minister van Infrastructuur en Milieu moet bevorderen dat het internationale voertuigvoorschrift voor CNG-systemen zodanig wordt aangescherpt, dat de risico's voor de omgeving worden beheerst. Daarnaast moet de minister zorgen dat informatie over ongevallen met CNG-bussen in Nederland systematisch wordt verzameld en gebruikt bij het opstellen en aanpassen van internationale voertuigvoorschriften. Tot slot dient het Veiligheidsberaad (samenwerkingsverband van de 25 veiligheidsregio's) te zorgen dat de brandweer landelijk een eenduidige en uniforme inzetinstructie krijgt voor het bestrijden van branden met voertuigen die op niet-conventionele brandstof rijden (zowel CNG en waterstof).

Argos benoemt nieuwe topman - Giuliano Franzì CEO

Giuliano Franzì wordt de nieuwe CEO van Argos met ingang van 1 oktober 2013. Franzì zal daarmee Peter Goedvolk opvolgen, die in juni is teruggetreden. Giuliano Franzì heeft al een langdurige internationale carrière in de oliesector achter de rug, startend bij ExxonMobil in 1981 en gedurende de laatste drie jaar als directeur van de Europese activiteiten van Kuwait Petroleum.
Ook de voorzitter van de raad van commissarissen van Argos, Henry Holterman, toont zich verheugd met de komst van Giuliano Franzì: "Het is goed voor de onderneming dat alle directiestoelen weer bezet zijn en dat we erin geslaagd zijn waardige opvolgers aan te trekken. Ik ben ervan overtuigd dat dit tot realisatie van onze ambities zal leiden. Argos gaat weer op volle kracht vooruit."

vrijdag 13 september 2013

Delftse gist maakt meer bio-ethanol door CO2 te gebruiken

Door het inbouwen van vier genen uit bacteriën en spinazie, hebben onderzoekers van de Technische Universiteit Delft de productie van bio-ethanol met gist verbeterd door koolstofdioxide te gebruiken. Hun vindingen zijn afgelopen week gepubliceerd in het tijdschrift Biotechnology for Biofuels.
Bio-ethanol wordt door de gist Saccharomyces cerevisiae gemaakt van suikers uit plantenmateriaal. De gist is hetzelfde micro-organisme dat in bier en wijn alcohol maakt. De productie van bio-ethanol neemt snel toe vanwege het gebruik als autobrandstof. Met 110 miljard liter per jaar is bio-ethanol het grootste product van de industriële biotechnologie. Verbeteringen in het proces kunnen daarom potentieel grote besparingen opleveren.
De suikers worden door de gist niet alleen omgezet in het eindproduct bio-ethanol, een deel gaat verloren door de vorming van het bijproduct glycerol. Tot voor kort werd dit gezien als een onvermijdelijk deel van dit proces. De onderzoekers zijn er nu in geslaagd de glycerolvorming te verminderen, door enzymen uit de Calvincyclus in te bouwen in de gist. De Calvincyclus kennen we ook van fotosynthese, waarbij CO2 vastgelegd wordt door planten. 
In het Delftse onderzoek werd het enzym Rubisco uit een CO2-vastleggende bacterie in combinatie met een gen uit spinazie in gist gezet. Samen met twee hulpgenen uit de E.coli bacterie zorgen die er voor dat de gist CO2 kan gebruiken om de vorming van glycerol sterk te verminderen. Hierdoor blijft er meer suiker over voor de omzetting naar bio-ethanol.
Door deze ingreep stijgt de bio-ethanolopbrengst van het proces met 11 procent, terwijl de glycerolproductie 90 procent afneemt. Een patent op deze vondst is inmiddels aangevraagd en de volgende stap is het opschalen in samenwerking met de industrie. De onderzoekers verwachten dat het proces binnen enkele jaren op industriële schaal beschikbaar zal zijn.

Vervolg Stedin-programma Goeree-Overflakkee

Stedin realiseert het komende jaar weer een nieuwe mijlpaal op weg naar een robuust en veilig elektriciteitsnetwerk op Goeree-Overflakkee. Tot en met 2014 vervangt en verzwaart de netbeheerder in totaal 85 kilometer elektriciteitskabel. De verbeteringen zijn onderdeel van het Stedin investeringsprogramma van meer dan €100 miljoen euro dat in 2007 op het eiland begonnen is. 
De werkzaamheden voor dit project richten zich in de tweede helft van 2013 vooral op Oostflakkee. Daar wordt in het derde kwartaal gestart met het vervangen en verzwaren van de kabels. Vervolgens gaat Stedin in het vierde kwartaal in Goedereede en omgeving verder. In totaal wordt er tot eind 2014 op Goeree-Overflakkee nog  85 kilometer kabel vervangen en worden honderdtwintig bijbehorende elektriciteitshuisjes gemoderniseerd.
De netbeheerder heeft de afgelopen jaren al diverse vernieuwingen gerealiseerd zoals het ontkoppelen van lokale netten en het verhogen van de capaciteit van de bestaande hoogspanningslijn van Klaaswaal naar Goeree-Overflakkee. Ook werden tientallen kilometers zogenoemde middenspanningskabels vervangen en verzwaard, zodat er meer capaciteit en bij eventuele uitval omleidingsmogelijkheden zijn. Vanaf september wordt aan dat laatste project nog eens 85 kilometer toegevoegd.
Naast het vervangen van de kabels werkt Stedin ook aan haar verdeelstations. Op Goeree-Overflakkee worden in Stellendam en Ooltgensplaat twee nieuwe 50/13 kiloVolt  stations gebouwd, het bestaande station in Middelharnis is inmiddels al volledig gemoderniseerd. Bovendien komt er vanuit Geervliet op Voorne-Putten en Middelharnis onder het Haringvliet door een volledig nieuwe ondergrondse hoogspanningslijn.
De capaciteit van het Stedin-netwerk op het eiland wordt daardoor veel groter en is klaar voor de toekomst. Schommelingen in de vraag naar en het aanbod van energie door de aanwezigheid van toeristen in de zomer, de grote hoeveelheid aanwezige windmolens en de verdere toename daarvan in de toekomst vormen dan geen probleem meer.

Genomineerden ‘Het project van duurzame betekenis’ bekend

De tien genomineerden van de verkiezing ‘Het project van duurzame betekenis’ zijn bekend. Volgens directeur Douwe Faber van Ekwadraat, initiatiefnemer van de verkiezing, zijn de genomineerden een voorbeeld voor nieuwe duurzame, innovatieve, energie- of waterprojecten. De winnaar van ‘Het project van duurzame betekenis’ wordt op 10 oktober aanstaande tijdens De Dag van de Duurzaamheid in de Friese hoofdstad Leeuwarden bekend gemaakt.
De genomineerde kandidaten voor ‘Het project van duurzame betekenis’ zijn Duurzaam Ondernemen Nieuwkoop van Stichting DON & Grontmij, Rijden op Biogas in Nederland van MAN Trucks & Bus, Bio Product Processor van TCEGofour, KeraWash van Wafilin Systems, Duurzame strandslaaphuisjes van Strandcamping Groede & Grontmij, Sanergy van ARCADIS Nederland, On-farm Mineral Recycling van Oosterhof Holman Milieutechniek, Turtle van Stiksoep, Us Swimbad van de gemeente Heerenveen en Waterschoon van DeSaH.
Uit de tien genomineerde kandidaten worden door middel van online stemmen via www.10jaarduurzaam.nl en een beoordeling van de jury, vijf finalisten gekozen. De jury van ‘Het project van duurzame betekenis’ bestaat uit voorzitter Ferd Crone (burgemeester Gemeente Leeuwarden), Marjan Minnesma (directeur Urgenda), Ulco Vermeulen (Taskforce Groen Gas),en Rients Schuddebeurs (Rabobank).
‘Met deze prijs willen we kennis delen en daarmee de innovatie rondom duurzaamheidsinitiatieven op een hoger plan brengen’, aldus Faber, directeur van Ekwadraat. ‘Bij Water Alliance, Provinsje Fryslân, Gemeente Leeuwarden en Hogeschool Van Hall Larenstein is veel kennis aanwezig. Afgevaardigden van deze organisaties begeleiden de genomineerden naar de finale.’
De winnaar van de verkiezing wordt 10 oktober bekend gemaakt tijdens De Dag van de Duurzaamheid in Leeuwarden. Het thema is: 'Een decennium van duurzaam delen, durven en doen!'. Ekwadraat is innovator op het gebied van duurzame projecten.