Ads Top

Advocaat-generaal adviseert in zaak tegen Essent, Eneco en Delta

Op 24 juni 2011 heeft de advocaat-generaal bij de Hoge Raad mr. L.A.D. Keus conclusies genomen in de zaken van de Staat tegen Essent, Eneco en Delta. Het cassatieberoep van de Staat richt zich tegen een drietal uitspraken van het hof Den Haag van 22 juni 2010. In die uitspraken heeft het hof op vordering van Essent, Eneco en Delta bepaald dat enkele artikelen van de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet onverbindend zijn omdat ze in strijd zijn met artikel 63 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Artikel 63 VWEU waarborgt het vrije kapitaalverkeer tussen de lidstaten van de Europese Unie onderling en tussen de lidstaten en derde landen. De betrokken bepalingen van de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet gaan over het zogenoemde onafhankelijke netbeheer. Zij verbieden beheerders van elektriciteits- en gasnetten om deel uit te maken van een groep waarin ook commerciële energieactiviteiten (productie, handel en levering van energie) worden ontplooid.
Essent, Eneco en Delta hebben bezwaar tegen die wettelijke bepalingen, omdat zij niet willen dat hun concernonderdelen die zich met netbeheer bezighouden, van hun concerns worden afgesplitst (het zogenoemde splitsingsgebod). Volgens hen zijn de wettelijke bepalingen die onder meer verbieden dat netbeheerders aandelen houden in commerciële energiebedrijven en omgekeerd (het zogenoemde verbod van wederzijds aandeelhouderschap) en onderdeel vormen van een groep waarin andere dan infrastructurele activiteiten worden ontplooid (het zogenoemde verbod van nevenactiviteiten), in strijd met artikel 63 VWEU, omdat zij grensoverschrijdende investeringen belemmeren.
De advocaat-generaal heeft de Hoge Raad geadviseerd de drie uitspraken te vernietigen. Daarbij speelt onder meer een rol dat het hof weliswaar voor netbeheerders en buitenlandse investeerders belemmeringen van het vrije kapitaalverkeer heeft aangenomen, maar Essent, Eneco en Delta zelf geen netbeheerder of buitenlandse investeerder zijn. Zij kunnen daarom niet met een beroep op artikel 63 VWEU vorderen dat de rechter op grond van de door hem aangenomen belemmeringen, wat daarvan zij, de betrokken bepalingen van de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet jegens hen onverbindend verklaart. Ook voor zover het hof belemmeringen voor netbeheerders en buitenlandse investeerders heeft aangenomen, acht de advocaat-generaal de bestreden arresten op onderdelen onjuist, onder meer waar het gaat om de vraag of de aangenomen belemmeringen met een beroep op dwingende redenen van algemeen belang kunnen worden gerechtvaardigd. Over die aspecten zal volgens de advocaat-generaal in voorkomend geval echter niet kunnen worden geoordeeld, zonder dat het Hof van Justitie van de Europese Unie zich daarover in een zogenoemde prejudiciële procedure zal hebben uitgelaten. Voor een uitgebreide samenvatting van het advies van de advocaat-generaal wordt verwezen naar paragraaf 5 van de conclusies `Samenvatting en suggesties'.
De drie zaken zijn verwezen naar de rol van 28 oktober 2011.Voorlopig is de uitspraak van de Hoge Raad bepaald op die datum.

Geen opmerkingen:

Mogelijk gemaakt door Blogger.